|
Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel IVDelfstoffen, machine- en scheepsbouw. Stoom. Chemie. Telegrafie en telefoniehoofdredactie H.W. Lintsen
bron
H.W. Lintsen (red.), Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel IV. Delfstoffen, machine- en scheepsbouw. Stoom. Chemie. Telegrafie en telefonie. Walburg Pers, Zutphen 1993
codering
DBNL-TEI 1
dbnl-nr lint011gesc04_01
logboek
- 2009-01-16 DH colofon toegevoegd
verantwoording
gebruikt exemplaar exemplaar universiteitsbibliotheek Leiden, signatuur: 1028 A 904
algemene opmerkingen Dit bestand biedt, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel IV. Delfstoffen, machine- en scheepsbouw. Stoom. Chemie. Telegrafie en telefonie onder hoofdredactie van H.W. Lintsen uit 1993. Het gehele werk bestaat uit zes delen.
redactionele ingrepen In het origineel staan op een aantal plaatsen de bijschriften op een andere pagina dan de bijbehorende illustraties. In deze digitale editie zijn de bijschriften bij de betreffende illustraties geplaatst. p. 146: door een technische storing is in het origineel een foutieve tekst afgedrukt. In deze digitale editie is de in het origineel bijgevoegde correctiepagina geplaatst. De pagina met foutieve tekst tekst en de pagina met bijbehorende uitleg zijn opgenomen in het colofon p. 303-324: de betreffende pagina's bevatten ‘noten en geraadpleegde archieven’. De noten hiervan zijn in de lopende tekst doorgevoerd. Een aantal pagina's komt hierdoor te vervallen.
Bij de omzetting van de gebruikte bron naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten. Ook de blanco pagina's (p. 6, 10, 300 en 302) zijn niet opgenomen in de lopende tekst.
[pagina 1] Geschiedenis van de techniek in Nederland DEEL IV Delfstoffen, machine- en scheepsbouw
[pagina 2] GESCHIEDENIS VAN DE TECHNIEK IN NEDERLAND DEEL I Techniek en modernisering DEEL II Gezondheid en openbare hygiëne DEEL III Textiel DEEL IV Delfstoffen, machine- en scheepsbouw DEEL V Techniek, beroep en praktijk DEEL VI Techniek en samenleving REDACTIE prof. dr. ir. H.W. Lintsen, hoofdredacteur
[pagina 3] GESCHIEDENIS VAN DE TECHNIEK IN NEDERLAND De wording van een moderne samenleving 1800-1890 DEEL IV Delfstoffen, machine- en scheepsbouw STICHTING HISTORIE DER TECHNIEK
[pagina 4] Deze uitgave kwam tot stand mede dankzij financiële steun van het Prins Bernhard Fonds en de Stichting voor Publieksvoorlichting over Wetenschap en Techniek (PWT).
Copyright samenstelling: © Stichting Historie der Techniek, 1993 Licentie voor deze uitgave: © Walburg Pers, 1993 Het auteursrecht op de afzonderlijke teksten berust bij de betreffende auteurs of rechthebbenden, p/a Walburg Pers, Zutphen
Verantwoording van de illustraties. Getracht is de rechthebbenden van de afbeeldingen te achterhalen. Zij die menen alsnog aanspraak te maken op zekere rechten, worden verzocht contact op te nemen met de Stichting Historie der Techniek.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij electronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voorzover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16b Auteurswet 1912 juncto het besluit van 20 juni 1974, Stb. 351 zoals gewijzigd bij Besluit van 23 augustus 1985, Stb. 471 artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 882, 1180 AW Amstelveen). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden.
Ontwerp omslag en band: Rob Buschman bNO Lay-out: Jos Kool Druk: Walburg Pers
cip/isbn deel iv: 906011.859.6 cip/isbn deel i t/m vi: 906011.811.1
[pagina 5]
ORGANISATIE VAN HET OVERZICHTSWERK (Juli 1993)
Algemeen Bestuur
Dagelijks Bestuur Ir. W.J. Wolff, voorzitter, Koninklijk Instituut van Ingenieurs; Dr. Ir. A.E. Pannenborg, vice-voorzitter, Koninklijk Instituut van Ingenieurs; Ir. H. Klaassen, secretaris/penningmeester, Koninklijk Instituut van Ingenieurs
Leden Prof. Dr. H. Baudet, Technische Universiteit Delft; Prof. Dr. G. Dijkstra, Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging; Mr. M. Enschedé, Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen; Prof. Dr. E.J. Fischer, Nederlandsch Economisch-Historisch Archief; Drs. H.J. ter Heege, Technische Universiteit Eindhoven; G.L.J. Huyser, Nederlandse Vereniging voor Management NIVE; Prof. Dr. Ir. H.H. van den Kroonenberg, Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel; Dr. J.R. ter Molen, Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte; Prof. Dr. Ir. B.P.T. Veltman, Universiteit Twente; Ir. E. Warners, Afdeling voor Geschiedenis der Techniek, KIvI; B. van der Weg, Industriebond FNV; Prof. Ing. W. Zegveld, Nederlandse Ingenieursvereniging NIRIA
Comité van aanbeveling
Prof. Dr. H. Baudet; Prof. Dr. H.F. Cohen; Prof. Dr. J.A.A. van Doorn; Prof. Dr. H.J.F.M. van den Eerenbeemt; Prof. Dr. E.J. Fischer; Prof. Dr. P.W. Klein; Prof. Dr. P.M.M. Klep; Dr. A.L. van Schelven; Prof. Dr. H.A.M. Snelders; Prof. Dr. K.F.E. Veraghtert; Prof. Dr. H.H. Vleesenbeek; Prof. Dr. H. de Vries
Subsidiegevers onderzoek
Akzo NV; Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte; Ballast Nedam BV; Blijdenstein-Willink NV; Centraal Brouwerij Kantoor; Centre de Recherche en Histoire des Sciences et des Techniques, La Villette, Parijs; Gamma Holding NV; Gastec NV; Van Heek Textiles BV; Hollandsche Beton Groep NV; Juulkesfonds; Koninklijke Boskalis Westminster NV; Koninklijke Nijverdal-Ten Cate NV; Koninklijke PTT-Nederland NV; Koninklijke Textielfabrieken J.A. Raymakers & Co BV; Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen; Koninklijke Volker Stevin NV; Nationaal Instituut voor Scheepvaart en Scheepsbouw; NBM-Amstelland NV; NV DSM; NV Nederlandse Spoorwegen; NV Sep (Samenwerkende elektriciteits-produktiebedrijven); Philips Lighting Holding BV; Produktschap voor Zuivel; Rijkswaterstaat; Samenwerkingsorgaan Brabantse Universiteiten; Shell Nederland Chemie B.V.; Stichting COAB; Stichting De Noorderhagen; Stichting Reservefonds Textielresearch; Stichting Foundation Jordaan-Van Heek; Stichting voor Historisch Onderzoek (NWO); Stork NV; Textielgroep Twenthe NV; Van den Bergh en Jurgens BV; Vereniging FME; Vereniging Nederlandse Scheepsbouwindustrie; Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie; Vereniging van Exploitanten van Elektriciteitsbedrijven in Nederland; Vereniging van Nederlandse Papier- en Kartonfabrieken; Verolme Trust
Subisidiegevers uitgave overzichtswerk
Prins Bernhard Fonds; Stichting voor Publieksvoorlichting over Wetenschap en Techniek
Algemene steun
Koninklijk Instituut van Ingenieurs; Donateurs
Stuurgroep
Ir. W.J. Wolff, voorzitter; Prof. Dr. H. Baudet, sociaaleconomische geschiedenis; Prof. Dr. H.F. Cohen, geschiedenis van de techniek; Prof. Dr. J.A.A. van Doorn, sociologie; Ir. A.G.A. Everts, mijnbouwkunde; Ir. H. Klaassen, werktuigbouwkunde; Prof. Ir. J.L. de Kroes M. Sc., elektrotechniek; D.C. Nas, techniek en arbeid; Prof. Ir. J. Oosterhoff, civiele techniek en bouwkunde; Dr. Ir. A.E. Pannenborg, technische natuurkunde; Ir. A.C. Sjoerdsma, toekomstverkenning van de techniek; Prof. Dr. H.A.M. Snelders, geschiedenis van de wetenschap, i.h.b. de chemie; Prof. Dr. Ir. A. Wegener Sleeswijk, geschiedenis van de techniek
Redactie
Prof. Dr. Ir. H.W. Lintsen, hoofdredacteur, Technische universiteiten Delft en Eindhoven; Dr. M.S.C. Bakker, Samenwerkingsorgaan Brabantse Universiteiten; Dr. E. Homburg, Katholieke Universiteit Nijmegen en Technische Universiteit Eindhoven; Dr. D. van Lente, Erasmus Universiteit Rotterdam; Dr. J.W. Schot, Universiteit Twente; Dr. Ir. G.P.J. Verbong, Technische Universiteit Eindhoven en Stichting voor Historisch Onderzoek (NWO)
Beeldredactie
Dr. W.H.P.M. van Hooff; W.H. de Vries; Drs. S. Dirkzwager (hfst. 3); Auteurs
Auteurs
Dr. M.S.C. Bakker; Drs. E. Berkers; Drs. A. Bosch; Drs. H. van Bruggen; Ir. N.J. Cuperus; Drs. Ing. G. Dil; Dr. Ir. J.M. Dirkzwager; Drs. B. Gales; Drs. A.N. Hesselmans; Dr. E. Homburg; Dr. W.H.P.M. van Hooff; Dr. E.S. Houwaart; Dr. G.B. Janssen; Drs. W.R.F. van Leeuwen; Dr. D. van Lente; Prof. Dr. Ir. H.W. Lintsen; Ir. P. van Overbeeke; Dr. H. Schippers; Dr. J.W. Schot; Dr. A.J. Veenendaal; Dr. G.P. van de Ven; Drs. N.H.W. Verbeek; Dr. Ir. G.P.J. Verbong; Dr. W. Verstegen; Ir. J.H. de Vlieger; Drs. W.O. de Wit; Prof. Dr. A. van der Woud; Prof. Dr. J.L. van Zanden; Dr. H. van Zon
Secretariaat
G.A. Binnerts; A. du Chatinier; M.H. Dekkers
[pagina 7] Inhoudsopgave
[pagina 8]
[pagina 9]
[pagina 146, foutieve tekst]
Dit was een van de eerste stoomgemalen in Nederland met centrifugaalpompen. De vernieuwing ging niet zonder slag of stoot. De waterbouwkundigen discussieerden heftig over de voor- en nadelen van de centrifugaalpomp tegenover de ‘klassieke’ opvoerwerktuigen zoals de vijzel, het scheprad en de zuigperspomp. Beyerinck - bekend van de stoomgemalen van de Haarlemmermeer - had de leiding over de droogmaking van de Alexanderpolder. Hij was aanvankelijk tegen het gebruik van centrifugaalpompen. De discussie met voorstanders liep zo hoog op, dat hij op een zeker moment met enige sarcasme opmerkte ‘....... als het toch zo moet, kan ik daaraan niet meewerken en dan moet mijn taak maar in andere meer bekwame handen worden gelegd’. Uiteindelijk werd een compromis gevonden: ‘klassieke’ stoomgemalen in combinatie met twee gemalen met centrifugaalpompen. De ervaringen waren gunstig en kwamen de verspreiding van de centrifugaalpomp zeer ten goede. Bron: Van der Pols, De Alexanderpolder drooggemalen.
ter in de polders steeds worde gehouden op eene bekwame hoogte. Dit is met eene windbemaling nimmer te verkrijgen; maar eene stoombemaling moet krachtig genoeg zijn om aan deze vordering van den landbouw te voldoen. Een stoomgemaal behoort dus het vermogen te hebben om in iedere maand op te brengen, of al het water, waarmee de landen gedurende dien tijd bezwaard worden, of ten minste zoo veel, dat het overblijvende geene belangrijke schade kan doen aan de gewassen. Hier naar hebben wij dus onze bepalingen te rigten.’
Stoombemaling had dus speciale voordelen omdat zij een ‘optimale’ bemaling mogelijk maakte. Maar wat was ‘optimaal’? Welk ‘waterbezwaar’ accepteerde men? Wat verstond men precies onder ‘wateroverlast’? Dit waren cruciale vragen in het debat, waarop verschillende antwoorden konden worden gegeven. Zo stelde de gezaghebbende waterstaatsingenieur Storm Buijsing in 1864 dat het niet nodig was om het polderwater in de winter volkomen op peil te houden. Hij nam als uitgangspunt de natst bekende zomermaand en kwam op grond daarvan tot een ander waterbezwaar dan Simons en Greve. Verwonderlijk was het uitgangspunt van Storm Buijsing niet. Het was normaal dat delen van polders en gebieden in de wintermaanden onder water stonden en boerderijen en dorpen enige tijd geïsoleerd waren van de buitenwereld. Al zou een windmolen nog zo zijn best doen, enkele maanden lang kon hij het teveel aan water niet voldoende verwerken.[(19.)J. Luijendijk en E. Schultz, ‘Waterbeheersingssysteem van een polder; ontwatering, afwatering en lozing’, PT/Civiele Techniek 37 (1982) no. 9, 29. Zie ook: E. Schultz, Waterbeheersing van de Nederlandse droogmakerijen (Lelystad 1992).] Wateroverlast ervoer men alleen indien in de rest van het jaar de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld het zaaien in het voorjaar) verkeerd liep door een te hoge grondwaterstand of indien schade werd toegebracht aan gewassen en vee door calamiteiten ten gevolge van extreem zware regenval en lange windstilten. In dit opzicht was de stoommachine een goed alternatief.[(20.)De navolgende opsomming van voordelen van stoombemaling voor de landbouw heb ik enerzijds gehaald uit fragmentarisch verspreide mededelingen in de
literatuur en anderzijds kunnen completeren in een gesprek met Prof. J.M.G. van der Poel. Er is onder andere gebruik gemaakt van de volgende literatuur:
Een dergelijke controle over de afwatering in de polders bood een groot aantal voordelen. De kans op mis-oogsten werd kleiner. Hogere opbrengsten per oogst waren mogelijk door het instellen van een optimale grondwaterstand. Meerdere oogsten konden gerealiseerd worden, daar de polder ook in de winter droog bleef. Bovendien kon de boer meer variëren in de gewassen die hij wilde verbouwen, omdat nu grondwaterstanden bereikt en gehandhaafd konden worden die voorheen (met wind) niet mogelijk bleken. Zelfs kon hij nu overschakelen op
[achterkant ingeplakte pagina 146] Door een technische storing is er in Geschiedenis van de Techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel 4: Delfstoffen, machine- en scheepsbouw; Stoom; Chemie; Telegrafie en telefonie op pagina 146 een foutieve tekst afgedrukt. De correcte tekst vindt u aan ommezijde van deze pagina. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||