Het schilder-boeck


auteur: Karel van Mander


bron: Karel van Mander, Het schilder-boeck (facsimile van de eerste uitgave, Haarlem 1604), Davaco Publishers, Utrecht 1969  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

T'leven van Lippo, Florentijnsch Schilder.

Altijts in verscheyden Consten, t'zy Metselrije, Poesie, oft Schilderije, is gheweest, en sal wesen d'Inventie de rechte Moeder van alle uytnemende wercken, die fraey gheesten te weghe brengen. Dese sonderlinge gratie der Natueren, is te deele geworden en toegevallen Lippo Florentijnsch Schilder, geboren Ao. 1354. welcken, alhoewel hy hem begaf tot de Schilder-const ghenoech spade, heeft nochtans haest rijpe vruchten daer in voortghebracht, met schoon Inventien, in't t'samen voegen der Historien, en vroylijck in't coloreren: bysonder was hy d'eerste, die begon, de oude ghesette maniere verlatende, met zijn beelden te spelen, en der Schilders slaperighe sware sinnen te * wackeren. Ick gae willens voorby eenighe Namen der Schilders, en hun wercken, soo wel die voor als nae hem gheweest zijn, om dies wille datter niet bysonders van te segghen is. Dan wil alleen dit weynigh verhalen, van noch eenen Florentijnschen Schilder, geheeten Dello, den welcken van den Coningh in Spaengien was Ridder ghemaeckt, om zijn const wille, hoewel hy den besten Meester niet en was in teyckeninge: maer was wel d'eerste, die met goet oordeel begon t'onderscheyden de musculen der naeckte lichamen. Nu weder/

[fol. 102r] origineel

keerende tot Lippo: zijn wercken waren ontrent den Iare 1410. En wesende een Man, die liever twist als vrede hadde, en geern pleytede, werdt van een zijn partije, dien hy veel smadelijcke woorden gheseyt hadde voor der Cooplieden recht, op eenen avondt in de borst ghesteken, dat hy starf.