Het schilder-boeck


auteur: Karel van Mander


bron: Karel van Mander, Het schilder-boeck (facsimile van de eerste uitgave, Haarlem 1604), Davaco Publishers, Utrecht 1969  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Het leven van Gillis van Conincxloy, Schilder van Antwerpen.

Van twee oft dry verscheyden Italiaensche Schrijvers, heb ick ghesien soo T'saemspraeck als anders beschrijvinge, daer gehandelt wort van de twee Consten, Schilderen, en Beeldtsnijden, welcke de overteffenste is, en brenghen tot voordeel van onse Const voort, dat den Schilder alles maeckt, wat de ooghe des Menschen met den ghesichte can begrijpen, den Hemel, de locht, verscheyden veranderinghen van weder, de Son somtijt haer stralen door de wolcken op den Steden, Berghen en Dalen aflatende, t'somtijdt doncker, wolckich reghen, hagel, sneeuw, alle verscheydenheyt van groenen, in boomen en velden, als den lacchenden Lenten t'gevoghelt tot singhen aenhitst en verweckt, dat den Beeldthouwer in zijn steen onmooghlijck te doen valt, met meer ander redenen, bewijsende t'schilderen een bevallijcker oft meerder Const te wesen, als t'Beeldthouwen. Dit souden helpen bevestighen oft

[fol. 268r] origineel

winnen, de constige wercken van den uytnemenden Landtschap-maker Gillis van Conincxloy, van Antwerpen, die van zijn Vader en Moeders sijde is van haver t'haver (soo men seght) uyt de Const ghesproten. Hy is gheboren t'Antwerpen in't Iaer ons Heeren 1544. den 24en. Ianuarij. Sijn Ouders waren van Brussel. Hy heeft de Const aenvangen te leeren by Pieter, den soon van den ouden Pieter van Aelst, te deele door kennis: want den ouden Pieters Huysvrouw was de Suster van Conincxloys Moeder, van daer quam Conincxloy by een ander Meester, geheeten Lenaert Kroes, die van Beelden en Lantschap wrocht van Water en Oly-verwe. Doe ging hy woonen en cocht zijn costen by Gillis Mostart, werckende voor sich selven. Hier naer is hy gereyst na Vranckrijc, Parijs, Orliens, en meer plaetsen besoeckende, meenende nae Italien te reysen: dan also hem een Houwlijck was voorghehouden, quam en troude t'Antwerpen, daer hy hem stadich heeft gehouden, en alle des Stadts beroerten onderstaen, tot der tijt datse is beleghert gheworden, doe quam hy in Zeelandt, meenende in Vranckrijck reysen, om zijn goet dat hy daer hadde te vercoopen, dan bleef in Zeelandt, en is met zijn ghesin uyt de Nederlanden vertrocken, en ging woonen te Franckendael in Duytschlandt, daer hy was den tijt van thien Iaer, en is van daer comen woonen t'Amsterdam, alwaer hy noch teghenwoordigh is. Hy heeft in zijnen tijt veel schoon wercken ghedaen t'Antwerpen: onder ander een groot stuck voor den Coning van Spaengien. Noch voor den Iongeling in zijn huys, buyten Antwerpen, een stuck 16. voeten lang, doch de Iongeling stervend' eert volmaeckt was, cochtet Meester Iacob Roelandts Advocaet in den uytroep, en lietet voort opmaken: en was een heerlijck schoon Landtschap. Hy wrocht oock veel voor den Coopluyden, die zijn dinghen hier en daer vervoerden. S'ghelijcx te Franckfoort oock, voor besonder Heeren en Coopluyden, oock eenige stucken voor den Keyser makende. T'Amsterdam is van hem een seer schoon groot stuc, tot d'Heer Abraham de Marez. Oock tot Ian Ycket, eenen grooten heerlijcken doeck, daer Marten van Cleef de beelden in heeft ghemaeckt, en is een uytnemende aerdigh Landtschap, met heerlijcke boomen, verschiet, en voor-gronden, en een goede ordinantie. Noch is van hem te Naerden tot d'Heer Burghman Claesz. van hem eenen schoonen doeck, met een seer aerdigh Landtschap, met beeldekens en beestkens. Van Marten van Cleef, tot Cornelis Monincx, te Middelborgh in Zeelandt, is oock van hem een heerlijck Landtschap op Penneel, voor een schoorsteen, in zijn beste en schoonste Camer: Oock tot Melchior Wijntgis, eenen grooten doeck, en twee ronden. T'Amsterdam by Herman Pilgrim, by Hendrick van Os, en meer ander Const-liefhebbers in ander Landen en Steden, is zijn dinghen verdienstlijck in weerden ghehouden. Want om cort maken, en mijn meeninghe van zijn constighe wercken te segghen, soo weet ick dees tijt geen beter Landtschap-maker: en sie, dat in Hollandt zijn handelinghe seer begint naeghevolght te worden: en de boomen, die hier wat dorre stonden, worden te wassen na de zijne, so veel als sy goelijcx mogen, hoewel het sommighe Bouwers oft Planters noch noode souden bekennen.