Het schilder-boeck


auteur: Karel van Mander


bron: Karel van Mander, Het schilder-boeck (facsimile van de eerste uitgave, Haarlem 1604), Davaco Publishers, Utrecht 1969  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Het leven van Michiel Ianssen Miereveldt, Schilder van Delft.

Hy verdient in onse Const loflijck gherucht, en afghescheyden te wesen van alle verachtinghe, die ten minsten in eenigh deel daer in uytnemende, en anderen overtreffende is. Waerom ick niet can laten te ghedencken Michiel Iansen Miereveldt van Delft: want hy onder ander gaven, die Natuere hem mildlijck toelangde, vercoren hebbende het Conterfeyten nae t'leven, is daer in soo goeden Meester gheworden, dat zijn wercken hem betuyghen sonder ghelijck oft meerder te wesen. Hy was geboren te Delft in't Iaer ons Heeren 1568. Sijn Vader is een constigh Silversmit. Michiel, by dat ick hebbe connen vernemen, is van jongs aen van stillen en goetaerdighen wesen geweest, en van goeden vernuftighen gheest, seer jongh ter Scholen gheschickt wesende, was opmerckich, en vlijtich in't leeren, alsoo dat hy maer een kindt van acht Iaren wesende in de Schrijf-const soo toeghenomen hadde, dat hy beter schreef als eenigh School-meester binnen der stadt van Delft. Daer nae heeft den Vader hem ghenomen, en ghestelt op het conterfeyten (ick meen by Ieroon Wierincx) alwaer hy oock wonderlijcken in ghevoordert heeft, also dat hy t'zijnen elf en twaelf Iaren, heeft aengevangen met den Graef-yser van zijn eyghen inventie te snijden: onder ander, een Vrouken op den Put, een dinghen met grooter aendacht ghedaen: den Christus ter rechter sijden sittende, bewijst een treflijcke ernstachticheyt, de Vrouw t'onderwijsen met handen en aensicht, wel zijn actie doende: de Vrouw staet als in een groot verwonderen. Heeft oock de stadt Sichar op een gheberght gheleyt, al t'achteruyt is berghachtigh, en den Put comt in de leeghte, dat die Borghers daer van daen schijnen te moeten hun water hebben: in't verschieten comen d'Apostelen met spijse, en is alles seer scherp gesneden. Voort heb ick noch van hem

[fol. 281r] origineel

ghesien een Iudith, schier op de manier van Blocklandt, bysonder t'hooft van Holophernes, t'welck is uytnemende met den Graef-ijser gehandelt, en t'heel stucxken wat cloecker als t'voorgaende gedaen. Ten lesten is hy ontrent zijn twaelf Iaer gecomen by Blocklandt, daer hy met den verwen begon te handelen, en schilderen, oock niet ongheluckigh, also men corts door zijn toenemen wel conde sien. Hy volghde in inventie, beelden, en anders, heel geestigh de manier van zijns Meesters handelinghe, alsoo ick ghesien hebbe aen verscheyden dinghen, die hy in zijn jongheyt gheinventeert, en gheschildert hadde, doe hy op zijn selven wrocht, welcke my seer wel bevielen: dat my dunckt had hy alleen op ordinantien de Historien te schilderen toegheleydt, oft daer zijn stuck af ghemaeckt, soude heel uytnemende dinghen ghedaen hebben, also hy noch teghenwoordich onghetwijffelt soude: dan dit ghebreck, oft ongeval is in onse Nederlanden, bysonder in desen teghenwoordighen tijt, datter weynigh werck valt te doen van ordinantien, om de jeught oft den Schilders oorsaeck te gheven door sulcke oeffeninge, in den Historien, beelden, en naeckten, uytnemende te worden: want dat hun voor comt te doen, zijn meest al Conterfeytselen nae t'leven: soo dat den meesten deel, door het aensoeten des ghewins, oft om hun mede t'onderhouden, desen sijd-wegh der Consten (te weten, het conterfeyten nae t'leven) veel al inslaen, en henen reysen, sonder tijt oft lust te hebben, den History en beelde-wegh, ter hooghster volcomenheyt leydende, te soecken, oft na te spooren: waer door menigen fraeyen edelen geest gelijck vruchtloos, en uytgeblust, tot een jammer der Consten, moet blijven. Dit woordt doch van sijd-wegh, oft by-wegh, mocht my qualijc afgenomen worden, en sommigen te hard duncken, behoeft daerom wel een weynigh soet verdreven te worden met een Vis-pinceel oft veder: Daerom segh ick, datmen van een Conterfeytsel ooc wel wat goets can maken, dat een tronie, als t'heerlijckste deel des Menschen lichaems, vry wat in heeft, om daer mede te openbaren, en toonen de deughden en crachten der Consten, gelijck veel voorverhaelde groote Meesters oock hebben gedaen, en so noch tegenwoordich doet onsen voorhandigen Miereveldt, oft Michiel Iansen, die in dese Nederlanden hier in niemants tweedden en is. Heerlijcke Conterfeytsels zijn heel uytnemende te Delft en elder veel van hem te sien, die neffens ander wonderlijc uytmunten. Onder ander, heeft hy onlangs eenighe Conterfeytselen ghelevert, daer hy grooten vlijt toe heeft ghedaen: een oudt Man met eenen grooten baert, dat een sonderlingh schoon werck is, en is te Delft in de Cat. Noch te Leyden t'Conterfeytsel van den soon van Hendrick Egbertsz. met zijn Huysvrouw. Noch te Delft de Burgermeester Gerit Iansz. van der Eyck, met zijn Huysvrouw en kinderen. Heeft noch onder handen, en schier opgedaen, eenen Rutgert Iansz. een fraey tronie, en woont t'Amsterdam, wesende een beminder der Const en alle fraeyicheyt. Noch eenen Ian Govertsz. van Amsterdam, en ontallijcke veel ander. Heeft noch onder handen de Princesse van Orangien, en ander van Adel, en edel kinderen: Noch oock veel Brouwers van Delft. Van hem is corts ghecomen t'Amsterdam t'Conterfeytsel van Const-liefdighen Iaques Razet, soo heel wel ghelijckende, vleeschachtich, en levende, gheestigh ghedaen zijnde, dat het wel tonghe lasteren, maer qualijck handt verbeteren soude. In summa, is soo goet Meester in't conterfeyten vermaert, dat hy seer veel en noch versocht is, om te comen by den Hertogh Albertus, met conditie

[fol. 281v] origineel

van vryheyt der Religien, en heerlijcke beloften. Miereveldt is oock uytgenomen goet Meester in Keuckenen met alderley goet nae t'leven te doen, soo men onder ander siet tot Leyden aen een keucken, van hem voortijdts ghedaen, en is ten huyse van Sr. Bartholomeus Ferreris: Doch can qualijck tijt vinden, anders te doen als Conterfeytsels, daer hy heel veel te doen in heeft, alhoewel zijnen sin tot den ordinantien en beelden seer genegen is. Pauwels Moreelsz. woonende t'Wtrecht, heeft by Michiel Mierevelt geleert twee Iaer, en is een uytnemende Conterfeyter nae t'leven. Voorts eenen Pieter Geeritsz. Montfort, geboren te Delft, oudt ontrent 25. Iaer, en quam by Michiel t'zijnen 17. Iaren, en leerde maer een half Iaer. Heeft wonderlijcken geest, en is in de Const heel opmerckich, en schildert uytnemende: doch oeffent het niet dan uyt lust, niet om gewin. Noch is Discipel geweest van Miereveldt, Pieter Dircksen Cluyt, ooc van Delft, out ontrent 23. Iaer, is seer genegen tot inventien, en heeft een goet begin van schilderen. Noch een Discipel ghenaemt Claes Cornelisz. van Delft, die ooc goet begin heeft, wesende den Neef van desen zijn Meester.