Oost-Indische spiegel.


auteur: Rob Nieuwenhuys


bron: Rob Nieuwenhuys, Oost-Indische spiegel. Wat Nederlandse schrijvers en dichters over Indonesië hebben geschreven vanaf de eerste jaren der Compagnie tot op heden. Em. Querido's Uitgeverij, Amsterdam 1978  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 302]

5. Henri van Wermeskerken

Buiten Fabricius en Hans van de Wall was het Indische toneelrepertoire arm. Het zijn steeds weer hun namen die men tegenkomt, een enkele keer afgewisseld door die van Henri van Wermeskerken die twee eclatante toneelsuccessen op zijn naam heeft staan: Tropenadel (1916) en het vervolg Suikerfreule (1917). In het laatste stuk heeft zelfs mevrouw Esther de Boer-van Rijk de hoofdrol gespeeld. Van Wermeskerken kwam uit een schrijversfamilie. Zijn moeder schreef onder haar eigen naam onder andere Een Hollandsch binnenhuisje en zijn tante was Annie Foore. Zijn romans: Roemah angker (1922), Een Indisch binnenhuisje [1924], Tropische zoutwaterliefde [1932] en andere (ook van Tropenadel en Suikerfreule bestaan romanedities, 1925) zijn met een vlot glijdende pen geschreven, maar voortdurend met de ogen en oren op het publiek gericht dat beurtelings geamuseerd en ontroerd moest worden. Hetzelfde geldt voor zijn toneelstukken: ze zijn handig in elkaar gezet, maar ze moeten het toch teveel hebben van komische situaties en goedkope grollen. Alleen in de verhalenbundel Langs den gordel van smaragd [1923] heeft Van Wermeskerken zichzelf overtroffen. Zonder zijn banaliteiten kon hij een bekwaam verteller zijn.