woord wordt vermeld door Tacitus in boek 5 van zijn Historiae. Het gaat om wad, in de plaatsnaam Vadam, nu Wadenoijen. Dit is een plaats in Gelderland en niet de huidige Waddeneilanden of de Waddenzee, want die bestonden in Tacitus' tijd nog helemaal niet. In de naam van de Waddeneilanden zit natuurlijk wel hetzelfde wad, dat ‘doorwaadbare plaats, ondiepte’ betekent en afgeleid is van waden. Naast Vadam noemt Tacitus nog enkele andere plaatsnamen, maar die zijn niet in het moderne Nederlands bewaard gebleven en kunnen dus niet als oudste datering voor een Nederlands woord worden gebruikt.
In de eerste helft van de tweede eeuw wordt in een Romeinse bron ook de plaats Vechten bij Utrecht vermeld, in de vorm Fectione. De plaatsnaam is afgeleid van de riviernaam Vecht, en deze naam is verwant met vechten ‘stoeien, zich druk bewegen’ - beide woorden, de riviernaam en het werkwoord, gaan terug op een Indo-europese wortel die ‘reinigen’ betekende. Toch is de relatie te vaag om op basis van deze zeer indirecte afleiding het werkwoord vechten te dateren op de tweede eeuw.
Toevallig is dat het tweede Nederlandse woord dat uit Romeinse bron bekend is, het woord twee is. Dit woord vinden we in de provincienaam Twente, waarvan het tweede deel onzeker is. Drenthe, dat op dezelfde manier gevormd is met het telwoord drie, wordt pas veel later genoemd, namelijk in 820 (zie hieronder).
De Romeinen namen voor plaatsen niet alleen bestaande Germaanse namen over, maar ze gaven plaatsen ook Latijnse namen, vooral natuurlijk plaatsen die ze zelf stichtten. De meeste van die namen zijn verdwenen, maar sommige leven nog voort als plaatsnaam of leenwoord in het Nederlands.
In het Itinerarium Antoninus, de reisgids van Antoninus van rond 300 na Chr., wordt een opsomming gegeven van halteplaatsen op de grote wegen, met vermelding van de afstanden over land en over zee. Een van de genoemde plaatsen is Traiecto, van Latijn traiectum ‘overtocht’. Dit woord is door het Nederlands geleend; het is ons huidige trecht, het derde Nederlandse woord in Romeinse bron. De waterigheid van Nederland blijkt wel uit het feit dat het eerste en derde Nederlandse woord de betekenis ‘doorwaardbare plaats’ hebben!
Trecht is het oudste Latijnse leenwoord in het Nederlands. Het is het eerst genoemd in de plaats Utrecht en iets later in de plaatsnamen Maastricht en Tricht. Omdat zowel Utrecht als Maastricht oorspronkelijk Trajectum genoemd werden, kregen ze ter onderscheiding de toevoeging ut(e) ‘uit, stroomafwaarts gelegen’ (Uuttrecht) en Maas (Masetrieth).
De volgende drie woorden zijn dus de oudst bekende Nederlandse woorden, en hun bekendheid danken ze aan de Romeinen.
| 107 |
wad* |
‘doorwaadbare plaats’, in de plaatsnaam Vadam, genoemd bij Tacitus, nu Wadenoijen (Gld.) |
| 222-235 |
twee* |
‘telwoord’, in de provincienaam Tuihanti, nu Twente |
| 300 |
trecht |
‘overvaart, doorwaadbare plaats’, in de plaatsnaam Traiecto, nu Utrecht (Utr.) <latijn |