Chronologisch woordenboek


auteur: Nicoline van der Sijs


bron: Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen. Veen, Amsterdam / Antwerpen 2002 (tweede druk)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 865]

Woordregister

a* naam in waterlopen 776 [Künzel] {2.3}
à voorzetsel 1832 [wei] <Frans {4.2}
A4 bepaald papierformaat 1992 [gvd] <L {3.4/5}
aaibaarheidsfactor factor volgens welke de wereld wordt ingedeeld 1969 [De Coster 1999] {4.4}
aaien* strelen 1717 [Claes Tw. 9]
aak* schip 1520 [hws] {1.2.4/4.1.11}
aal* beenvis 755-768 [Künzel] {2.3}
aalbes* vrucht 1500 [Claes Tw. 12] {4.1.2}
aalmoes gift 1236 [cg i 1, 22] <Frans
aalmoezenier katholiek geestelijke 1251-1275 [cg i 1, 292] <Frans {4.1.8}
aalscholver* pelikaanachtige 1868 [wnt]
aambeeld* blok waarop metalen bewerkt worden 1599 [Kil.]
aambei* besachtige opzwelling van de aderen 1485 [mnw] {1.2.1}
aamborstig* kortademig 1351-1400 [hws]
aan* voorzetsel 901-1000 [wps] {2.5/4.2}
aanappelen* rotzooien, onverschillig te werk gaan 1974 [Endt] {1.2.5/3.1}
aanbakken* vastkleven 1632 [wnt]
aanbevelen* aanraden 1656 [wnt abuseeren Suppl]
aanbidden* met geestdrift vereren 1240 [Bern.] {1.2.5}
aandacht belangstelling 1430 [hws] <Duits
aandoening* gewaarwording 1553 [wnt haast]
aaneen* bijwoord van tijd: elkaar in tijd opvolgend 1436 [hws] {4.1.7}
aanfluiting* voorwerp van bespotting 1637 [Statenvertaling (2 Kronieken 29:8)]
aangaande* voorzetsel 1854-1855 [wnt] {4.2}
aangenaam* behaaglijk 1475 [hws]
aangeschoten* dronken 1880 [wnt weg i]
aangezicht* gezicht 1477 [Claes Tw. 9] {1.2.4/1.2.5}
aangezien* onderschikkend voegwoord 1637 [wnt] {4.2}
aanhangwagen wagen die door andere wordt voortgetrokken 1934 [Vd Sijs 1996, 236] <Duits {1.4/4.1.10}
aanhankelijkheid innige gehechtheid 1847 [Vd Sijs 1996] <Duits {1.4}
aanklampen* staande houden 1672 [wnt Suppl]
aanleiding* omstandigheid die iets ten gevolge heeft 1614 [wnt]
aanlengen* verdunnen 1592 [wnt]
aanmatigen, zich wederrechtelijk aanspraak maken op 1658 [wnt] <Duits
aanminnig* bekoorlijk 1348 [mnw]
aanranden* te lijf gaan (al dan niet met ontucht) 1544 [hws]
aanrecht* keukenblok 1542 [Dasypodius] {1.2.5}
aanrichten* veroorzaken 1597 [wnt Suppl]
aanschijn* gelaat 901-1000 [wps]
aanstonds* bijwoord van tijd: gauw 1673 [wnt Suppl] {3.1}
aantal onbepaalde veelheid 1634 [wnt land] <Nederduits {3.2}
aantijgen* beschuldigen 1562 [Naembouck]
aanvaarden* beginnen 1240 [Bern.]
aanvallig* bekoorlijk 1633 [wnt abel] {1.2.5}
aanvangen* beginnen 1350 [mnw]
aanvankelijk bijwoord van tijd: in het begin 1784-1785 [wnt] <Duits {4.1.7}
aanwezig* voorhanden 1561 [wnt verdrinken]
aap* primaat 1451-1500 [mnw] {4.1.3}
aapje* huurrijtuig 1880-1885 [wnt] {4.1.10}
aar* bovenste deel van de halm van graangewassen 1240 [Bern.]
aard* akker 1019-1030 [Claes] {1.2.6/2.3}
aard* geaardheid 1287 [cg NatBl] {1.2.6}
aardappel* eetbare knol 1712 [wnt] {4.1.6}
aardbei vrucht 1597 [wnt] {4.1.2}
aarde* grond 901-1000 [wps] {1.2.6}
aarde* onze planeet 1624 [wnt] {1.2.6}
aardewerk* vaatwerk van aarde 1596 [wnt vreemdigheid]
aardig* bekoorlijk, mooi 1420 [hws] {1.2.3}
aardig* vriendelijk, beleefd 1786 [wnt] {1.2.3}
aardrijkskunde geografie 1769 [Geographische Oefening schetzende de geheele aardrykskunde]
aardvarken buistandig zoogdier 1779 [wnt] <Afrikaans {3.2/4.1.3}
aardwolf hyena-achtige 1882 [wnt z.j.] <Afrikaans {3.2/4.1.3}
aars* anus 1410 [mnw] {4.4}
aartsbisschop metropoliet 1240 [Bern.] <Latijn {4.1.8}
aartsdom zeer dom 1866 [wnt]
aarzelen* weifelen 1600 [wnt] {1.2.3/3.1}
aas* lokspijs, voedsel 1287 [cg NatBl] {1.2.3}
aas de één in het dobbel- en kaartspel 1350 [mnw] <Frans {1.2.3/4.1.18}
abactis secretaris 1899 [dbl]
abacus telraam 1515 [wnt trezoor] <Latijn
abattoir slachthuis 1861 [wnt villen i] <Frans
abces ettergezwel 1669 [mey] <Frans
abdicatie troonsafstand 1824 [wei] <Frans
abdiceren troonsafstand doen 1824 [wei] <Latijn
abdij klooster 1240 [Bern.] <me Latijn {3.2}
abdis overste van vrouwenklooster 1265-1270 [cg Lut.K] <Latijn {4.1.8}
[p. 866]
abdomen onderbuik 1661 [Aanv wnt] <Latijn {3.2}
abductie wegvoering 1658 [mey] <Latijn
abeel populier 1240 [cg i Gent] <Frans
abel bekwaam 1350-1420 [mnw] <Frans
abel spel Middelnederlands wereldlijk toneelspel 1410 [mnw] {4.1.15}
aberratie afwijking 1658 [mey] <Frans
abessijn kattensoort 1951 [Sanders 1995] <Engels {4.1.3}
abituriënt eindexamenkandidaat 1824 [wei] <Duits
abject verachtelijk 1824 [wei] <Frans
ablatief zesde naamval 1633 [Ruijs] <Latijn
ablaut regelmatige klankwisseling 1846 [wnt wortel] <Duits
abnormaal tegen de norm 1864 [wnt]
abolitie afschaffing 1540 [hws] <Frans
A-bom atoombom 1945-1950 [Van Nierop 1975] <Engels {4.1.14}
abominabel afschuwelijk 1301-1400 [hws] <Frans
abonneren intekenen 1824 [wei] <Frans
aborteren een miskraam hebben of opwekken 1650 [mey] <Latijn
abortief vruchtafdrijvend 1824 [wei] <Frans
abortus ontijdige geboorte, miskraam 1663 [mey] <Latijn
abracadabra toverspreuk 1726 [wnt] <Grieks {3.1/3.2/4.3}
abri wachthuisje 1886 [kku] <Frans
abrikoos vrucht 1625 [wnt Suppl] <Frans {4.1.2}
abrupt plotseling plaatshebbend 1650 [mey] <Frans
abscis afstand van een punt tot de y-as 1847 [kku] <modern Latijn
abseilen zich langs een touw naar beneden laten zakken 1997 [Kampioen dl. 112, 4, 606-66, 7] <Duits {3.2}
absent afwezig 1404 [Claes] <Frans
absenteren, zich zich verwijderen 1448 [hws] <Frans
absentie afwezigheid 1370-1378 [hws] <Latijn
absint likeur 1775 [wnt] <Frans {4.1.6}
absolutie vergiffenis van zonden 1265-1270 [cg Lut.K] <Frans
absolutisme onbeperkte heerschappij 1872 [gvd] <Frans
absoluut volstrekt 1553 [Vd Werve] <Latijn
absolveren kwijtschelden 1265-1270 [cg Lut.K] <Latijn
absorberen inzuigen 1553 [Vd Werve] <Frans of Latijn
absorptie inzuiging 1824 [wei] <Frans
abstinent iemand die zich vrijwillig onthoudt 1301-1350 [hws] <Frans
abstinentie vrijwillige onthouding 1265-1270 [cg Lut.K] <Frans
abstract afgetrokken 1650 [Claes Tw. 12] <Latijn
abstractie afgetrokken begrip 1824 [wei] <Frans
abstraheren in gedachte afzonderen 1824 [wei] <Latijn
absurd ongerijmd 1548 [wnt] <Frans of Latijn
absurditeit ongerijmdheid 1658 [mey] <Frans
abt overste van monnikenklooster 1220-1240 [cg ii 1 Aiol] <Latijn {4.1.8}
abuis vergissing 1410 [mnw] <Frans
acacia boomsoort 1554 [Dod.] <Latijn
academicus iem. met academische opleiding 1648 [wnt raken] <Latijn
academie genootschap ter bevordering van wetenschap en kunst, hogeschool 1575 [wnt wassen i] <Latijn
acanthus doornachtige plant 1608 [wnt berenklauw] <Latijn
a capella zonder instrumentale begeleiding 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
accelerando bijwoord: in versneld tempo 1824 [wei] <Italiaans {3.2}
acceleratie versnelling 1625 [wnt Suppl] <Frans
accelerator versneller 1896 [kui] <Engels
accelereren versnellen 1553 [Vd Werve] <Frans
accent klemtoon 1240 [Bern.] <Frans
acceptabel aannemelijk 1720 [mey] <Frans
acceptant iem. die op zich neemt een wissel te betalen 1631 [wnt] <Frans
acceptatie aanneming, aanvaarding 1511 [hws] <Frans
accepteren aannemen 1452-1494 [hws] <Frans
accessoires bijkomende zaken 1503 [Boutillier] <Frans
accijns verbruiksbelasting 1629 [wnt] <me Latijn
acclamatie toejuiching 1688 [wnt knevelarij] <Frans
acclimatiseren aan een ander klimaat gewennen 1824 [wnt]
accolade haakje tot verbinding van twee of meer regels 1824 [wei] <Frans
accommodatie aanpassing 1624 [wnt] <Frans
accommoderen aanpassen 1582 [wnt Suppl nalezing] <Frans
accompagneren begeleiden 1598 [wnt] <Frans
accordeon toetsinstrument 1847 [kku] <Frans {4.1.16}
[p. 867]
accorderen overeenkomen, overeenstemmen 1281 [cg i 1, 564] <Frans
accountant rekeningkundige 1897 [koe] <Engels
accrediteren van geloofsbrieven voorzien 1734 [wnt] <Frans
accu energiereservoir 1919 [wnt] {1.1/1.2.4/1.2.5}
acculturatie aanpassing aan de cultuur 1952 [Aanv wnt]
accumulatie opeenhoping 1786 [wnt] <Frans
accumulator energiereservoir 1875 [wnt] <Latijn {1.2.4}
accumuleren opeenhopen 1524 [hws] <Frans
accuraat nauwkeurig 1654 [mey] <Duits
accuratesse zorgvuldigheid 1698 [wnt] <Duits
accusatief vierde naamval 1605 [P. Heyns, Cort onderwys] <Latijn
ace bij tennis: service die niet kan worden geretourneerd 1984 [gnn] <Engels
acetaat zout van azijnzuur 1847 [kku]
aceton oplosmiddel 1898 [gvd]
acetyleen koolwaterstof 1895 [wnt volume]
ach* tussenwerpsel: uitroep van droefheid 1265-1270 [cg Lut.K] {4.3}
achenebbisj tussenwerpsel: uitroep van medelijden 1961 [gvd] <Jiddisch {3.2/4.3}
achilleshiel kwetsbare plaats 1872 [gvd]
achillespees pees aan de hiel 1908 [wnt]
achromatisch kleurloos 1824 [wei]
acht* telwoord 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.2}
acht* aandacht 1350 [hws] {1.2.5}
achtel* achtste hectoliter, oude inhoudsmaat 1460-1514 [mnw] {3.1}
achteloos* onoplettend 1550 [wnt] {1.2.5}
achten* acht slaan op 1265-1270 [cg Lut.K]
achter* voorzetsel 876-900 [cg ii 1, 39] {1.2.5/4.2}
achterbaks* stiekem 1451-1500 [mnw]
achterban* onderafdelingen 1350 [mnw]
achterdocht* argwaan 1599 [Kil.]
achtereen* bijwoord van tijd: zonder tussenpozen 1285 [cg Rijmb.] {4.1.7}
achterhoede* achterste troepen van een leger 1376-1384 [mnw] {4.1.14}
achterklap* kletspraat achter iemands rug 1301-1400 [mnw]
achterkleinkind* kind van een kleinkind 1784-1785 [wnt] {4.1.4}
achterlijk* ten achteren zijnde 1758 [wnt Suppl] {1.2.5}
achterstallig* niet op tijd betaald 1299 [cg i 1 Holland graf. kans.]
achterste* billen 1567 [wnt] {1.2.1/4.4}
achterwaarts* naar achteren 1445 [mnw] {1.2.5}
achterwerk* billen 1882 [wnt z.j.] {4.4}
achttien* telwoord 1266-1268 [cg i Gent] {4.2}
achturig acht uur durend 1892 [wnt vakvereeniging] {3.1}
acid lsd 1970 [R75] <Engels {4.1.6}
acid house elektronische discomuziek 1988 [De Coster 1992] <Engels {4.1.16}
acne vetpuistje 1832 [wei] <Grieks {3.2}
acquisiteur werver van advertenties e.d. 1908 [Baale, Handboek vreemde woorden] {3.3}
acquisitie aanwinst 1518 [hws] <Frans
acquit kwitantie 1370-1378 [hws] <Frans
acquitteren kwijten 1650 [Aanv wnt] <Frans
acrobaat kunstenmaker 1824 [wei] <Frans
acroniem letterwoord 1990 [wp] <Engels
acrostichon naamvers 1824 [wei] <Grieks {3.2}
acryl kunststof 1974 [Aanv wnt] {4.1.9}
act nummer 1965 [R75] <Engels
acteren toneelspelen 1843 [wnt]
acteur toneelspeler 1553 [Vd Werve] <Frans
actie handeling 1390 [hws] <Latijn {1.2.3}
actief werkzaam 1580 [wnt] <Frans
actinium radioactief chemisch element 1950 [gvd] <modern Latijn
activeren aanwakkeren 1847 [kku] <Frans
activeren een computerprogramma actief maken 1999 [R99] <Engels
activiteit werkzaamheid 1663 [mey] <Frans
activum bedrijvende vorm 1633 [Ruijs] <Latijn
actreutel actrice met een stijl van acteren uit de jaren vijftig 1970 [R84] {1.2.5/4.4}
actualiteit onderwerp van de dag 1754 [wnt] <Frans
actuaris wiskundig adviseur 1754 [wnt] <Latijn
actueel op het ogenblik bestaand 1535 [wnt] <Frans
acupressuur druktherapie 1910-1914 [Bauwens]
acupunctuur geneeswijze d.m.v. naalden 1832 [wei] {1.2.5}
acuut plotseling opkomend (van ziekte) 1832 [wei] <Latijn
acuut dringend 1916 [wnt] <Latijn
adagio bijwoord: bedaard 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
adagium spreuk 1650 [mey] <Latijn
adamsappel strottenhoofd 1757 [Claes Tw. 9]
adaptatie aanpassing 1863 [kku] <Frans
adapter apparaat tussen stekker en stopcontact als de systemen niet passen 1979 [Wijnands&Ost] <Engels
adapteren aanpassen 1847 [wnt] <Frans
adat traditie 1804 [wnt] <Indonesisch {3.2}
adder* slang 1340 [mnw] {1.2.4}
addict verslaafde 1984 [gnn] <Engels
[p. 868]
additief m.b.t. optelling 1847 [kku] <Frans
additioneel toegevoegd 1672 [wnt] <Frans
adel stand der edelen 1447 [hws] <Duits
adelaar roofvogel 1477 [Teuth.] <Duits
adelborst aspirant-officier bij de marine 1813 [wnt] {4.1.14}
adellijk lang bewaard (van vlees) 1780 [wnt Suppl]
adem* ingeademde lucht 1240 [Bern.] {3.1}
adept ingewijde 1660 [wnt Suppl nalezing] <Latijn
adequaat overeenkomstig 1658 [mey] <Latijn
ader* bloedvat 1236 [cg i 1, 27]
aderlaten* door het openen van een ader bloed aftappen 1537 [wnt Suppl]
adhesie aantrekkingskracht 1820 [wnt] <Frans {1.2.6}
adhesie instemming 1847 [wnt Suppl] <Frans
ad hoc voor deze zaak 1839 [wnt assimileeren Suppl] <Latijn {1.2.6}
adie tussenwerpsel: groet 1477 [Teuth.] {4.3}
adieu tussenwerpsel: groet 1475 [hws] <Frans {4.3}
adjectief bijvoeglijk naamwoord 1576 [Colloquien oft tsamensprekingen (...) in ses spraken] <Latijn
adjudant officier van de staf 1706 [wnt] <Frans {4.1.14}
adjunct toegevoegd functionaris 1503 [Boutillier] <Latijn
administrateur bestuurder 1540 [wnt Suppl] <Frans
administratie bestuur 1299 [cg I4, 2709] <Frans
administratief m.b.t. de administratie 1805 [mey] <Frans {3.2}
administreren besturen 1488 [hws] <Frans
admiraal opperbevelhebber van oorlogsvloot 1492 [wnt Suppl] <Frans {4.1.14}
admissie toelating 1460-1486 [mnw verhalen] <Frans
adolescent jongeling 1886 [kku] <Frans {4.1.4}
adolescentie jeugdjaren 1847 [kku] <Latijn
adopteren aannemen als kind 1553 [Van Mussem] <Frans
adoptie aanneming als kind 1566 [wnt voorzicht] <Frans
adoptief aangenomen (als kind) 1503 [Boutillier] <Frans
adorabel aanbiddelijk 1720 [mey] <Frans
adoratie aanbidding 1553 [Vd Werve] <Frans
adoreren aanbidden 1553 [Vd Werve] <Frans
ad rem ter zake, snedig 1824 [wei] <Latijn
adrenaline bijnierhormoon 1910 [kwt]
adres woon- of verblijfplaats 1574 [Claes] <Frans
adresseren aan iem. richten 1512 [hws] <Frans
adstructie toelichting, staving 1683 [wnt] <me Latijn
adstrueren toelichten 1656 [wnt] <Latijn
advent naderende komst (des Heren) 1236 [cg i 1, 25] <Latijn
adverbiaal bijwoordelijk 1895 [wnt] <Frans of Latijn
adverbium bijwoord 1633 [Ruijs] <Latijn
advertentie aankondiging in krant e.d. 1785 [wnt Suppl] <Frans
adverteren openbaar bekendmaken 1451 [hws] <Frans
advertorial advertentie die gepresenteerd wordt als redactionele tekst 1988 [De Coster 1999] <Engels
advies mening, raad 1265-1270 [cg Lut.K] <me Latijn
adviseren raad geven 1467-1490 [hws]
adviseur raadgever 1847 [wnt] {3.3}
advocaat rechtsgeleerde 1265-1270 [cg Lut.K] <Latijn
advocaat tropische boom en vrucht 1770 [wnt] {4.1.2}
advocaat eierdrank 1781 [wnt] {4.1.6}
advocatuur werkkring van een advocaat 1924 [gvd] <Duits {3.2}
aerobics gymnastische dans die de ademhaling bevordert 1984 [gnn] <Engels {4.1.18}
aërodynamica leer van de beweging der gassen 1824 [wei]
aëroob de zuurstof rechtstreeks onttrekkend aan de omgeving 1909 [wnt reincultuur] <Frans
aëroplaan vliegmachine 1911 [wnt] <Frans {4.1.10}
aërosol de in de lucht zwevende deeltjes 1949 [Kath. Enc.]
af* bijwoord van plaats 701-800 [Lex Salica] {2.2}
afasie onvermogen tot taalgebruik 1863 [kku] <modern Latijn
afbouwen* de bouw voltooien 1845-1849 [wnt] {1.2.3/1.2.5}
afbouwen verminderen 1971 [Theissen 1978] <Duits {1.2.3/1.2.5/3.2}
afbranden* vernietigend beoordelen 1985 [De Coster 1999] {1.2.1/1.2.5/3.1}
afdanken* afwijzen, uit de dienst ontslaan 1546 [wnt Suppl]
affabile lieflijk 1847 [kku] <Italiaans {3.2}
affaire zaak 1300 [mnw] <Frans
affect gemoedsaandoening 1557 [wnt Suppl] <Latijn
[p. 869]
affectatie gemaaktheid 1699 [wnt] <Frans
affecteren voorgeven 1582 [wnt] <Frans
affectie genegenheid 1433 [hws] <Frans
affettuoso met veel gevoel 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
affiche aanplakbiljet 1823 [wnt] <Frans
afficheren aanplakken 1864 [wnt Suppl] <Frans
affidavit attest 1832 [wei] <me Latijn
affiliëren als kind aannemen 1824 [wei] <Frans
affiniteit verwantschap 1553 [Vd Werve] <Frans
affirmatief bevestigend 1656 [wnt] <Frans
affirmeren bevestigen 1353 [hws] <Frans
affix toevoegsel 1911 [Gonggrijp, Brieven van Opheffer aan de Redactie van het Bataviaasch Nieuwsblad, 140-41] <modern Latijn
affreus afschuwelijk 1785 [wnt] <Frans
affricaat klank die als explosief begint en als spirant eindigt 1912 [kku]
affronteren krenken 1678 [wnt] <Frans
affuit onderstel van een vuurmond 1564 [wnt Suppl] <Frans
afgezaagd* zo dikwijls ter sprake gebracht dat het nieuwe er allang af is 1838 [wnt]
afgezant (van staatswege) afgevaardigde 1637 [wnt] <Duits
afghani munteenheid van Afghanistan 1925 [Enc. Munten en Bankbiljetten] <Afghaans {4.1.12}
afgod* valse godheid 1240 [Bern.]
afgrijzen* afschuw 1440 [mnw]
afgrond* grondeloze diepte 901-1000 [wps] {1.2.6}
afgunst* jaloezie 1265-1270 [cg Lut.K] {3.1}
aficionado bewonderaar, fan 1986 [De Coster 1999] <Spaans {3.2}
afijn tussenwerpsel: kortom 1903 [wnt] {4.3}
afkalven* afbrokkelen (van aarden wanden) 1578 [wnt Suppl]
afkatten afsnauwen 1970 [Aanv wnt]
afkeer weerzin 1611-1620 [wnt] <Duits
afkicken ontwennen van drugs 1968 [R75] <Engels
afko afgekort woord, zoals aso of depri 1987 [Kuitenbrouwer] {4.4/5}
afkondigen* in het openbaar bekendmaken 1477 [hws] {3.1}
aflaat* kwijtschelding van zonden 901-1000 [wps]
afmatten uitputten 1654 [wnt]
afnemer koper 1903 [wnt Suppl] <Duits
afnokken weggaan 1937 [wnt] <Engels
aforisme korte spreuk 1615 [wnt] <me Latijn
a fortiori bijwoord: met meer reden 1600 [wnt reden i] <Latijn
afrodisiacum geslachtsdrift stimulerend middel 1824 [wei] <modern Latijn
afrorock combinatie van rock en Afrikaanse muziek 1992 [De Coster 1992] <Engels {4.1.16}
afrossen* een pak slaag geven 1641 [wnt walgen]
afscheid* het scheiden 1450 [mnw]
afschuw gevoel van afkeer 1736 [wnt] <Duits
afstijgen* naar beneden gaan 1561 [wnt]
aft spruw 1896 [kui] <Latijn
aftaaien weggaan 1974 [Endt] <Engels
aftakelen* een schip aftuigen 1809-1811 [wnt]
aftands* oud 1650 [Lezen in Geld. en Overijs. bronnen p, 53]
aftershave scheerlotion 1965 [R75] <Engels
aftrekken* in de wiskunde: verminderen 1445 [Claes Tw. 9]
aftrekken* bevredigen 1906 [wnt Suppl] {4.4}
aftroggelen* afhandig maken 1644 [wnt]
aftuigen* afranselen 1912 [wnt]
afvaardigen* iem. zenden en machtigen 1580 [wnt Suppl] {3.1}
afvalbaron industrieel die de milieuwetten schendt 1992 [De Coster 1999] {4.4}
afvallig ontrouw 1637 [wnt] <Duits
afwasmachine toestel dat de afwas doet 1961 [gvd] {4.1.9}
afwezig* absent 1599 [Kil.] {1.2.5}
afzakkertje glaasje sterkedrank na maaltijd of andere drank 1730 [Sanders 1997a] {4.1.6}
afzet het verkopen 1847 [Vd Sijs 1996] <Duits {1.4}
afzichtelijk* wanstaltig 1856 [wnt]
afzien* (in de sport) lijden 1970 [Recht voor raap] {1.2.2/3.1}
afzonderlijk* op zichzelf staande 1650 [wnt]
agaat kwartsgesteente 1240 [Bern.] <Frans
agar-agar gedroogd zeewier, de gelatine daaruit gemaakt 1765 [wnt] <Indonesisch {3.1/3.2}
agave vetplant 1852 [wnt] <modern Latijn
agenda aantekenboek 1769 [wnt] <Latijn
agenderen tot een agenda verenigen 1880 [wnt agenda Suppl]
agens werkende kracht 1829 [wnt vocatief] <Latijn
agent vertegenwoordiger 1554 [Stallaert] <Frans
agent beambte bij de politie 1841 [wnt] <Frans
agentuur handelsvertegenwoordiging 1847 [kku] <Duits
ageren optreden 1490 [hws] <Latijn
[p. 870]
aggiornamento aanpassing van de kerk aan maatschappelijke ontwikkelingen 1975 [R75] <Italiaans {3.2}
agglomeraat opeenhoping 1932 [wnt] <Frans
agglomeratie opeenhoping 1926 [wnt Suppl] <Frans
agglutinatie samenkleving 1847 [kku] <Frans
agglutineren samenkleven 1824 [wei] <Frans
aggregaat samenstel van werktuigen 1937 [wnt] <Duits
aggregatie samenvoeging 1548 [wnt clausule] <me Latijn
agio opgeld 1565 [De Bruijn Tw. 10] <Italiaans {3.2}
agitatie opgewondenheid 1553 [Vd Werve] <Frans
agitato onrustig 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] <Italiaans {3.2}
agitator onruststoker 1847 [kku] <Latijn
agiteren verontrusten 1553 [Vd Werve] <Frans
agitprop communistische afdeling 1984 [gvd] <Russisch {3.2}
agnostisch volgens de leer dat wij het transcendente niet kunnen kennen 1926 [wnt] <Engels
agogiek vormingswerk 1992 [gvd]
agogisch m.b.t. de agogiek 1929 [kwt]
agoog welzijnswerker 1969 [Aanv wnt]
agora centraal plein in oude Griekse steden 1886 [kku] <Grieks {3.2}
agorafobie pleinvrees 1910 [kwt]
agrafie onvermogen om schriftelijk te formuleren 1903 [koe]
agrariër landbouwer 1888 [wnt Suppl] <Duits {4.1.13}
agrarisch m.b.t. de landbouw 1769 [wnt] <Latijn
agressie vijandelijke aanval 1592 [wnt] <Frans
agressief aanvallend 1847 [kku] <Frans
agressiviteit het agressief-zijn 1933 [wnt] <Frans
agressor aanvaller 1961 [gvd] <Engels
ah* tussenwerpsel: uitroep van verwondering, smart e.d. 1285 [mnw] {4.3}
aha* tussenwerpsel: uitroep van verrassing 1850 [wnt] {4.3}
aha-erlebnis plotseling dagend inzicht 1951 [wp (inzicht)] <Duits {3.2}
ahob overwegboom 1950 [wp jaarboek 1962] <L {1.2.5/3.4}
ahoi tussenwerpsel: uitroep om schip te praaien 1897 [wnt trechter] <Engels {4.3}
ahorn esdoorn 1479 [Claes] <Duits
ai* tussenwerpsel: uitroep van onaangename gewaarwording 1220-1240 [vmnw] {4.3}
ai tandarm zoogdier 1718 [Van Donselaar Tw. 12] <Portugees {3.2/4.1.3}
Aibo robothond 1999 [Sanders 2000] <Japans of Engels {3.2/4.1.18}
aids ziekte 1983 [R84] <Engels {4.4}
aikido Japanse gevechtssport 1972 [Grote Sport Enc.] <Japans {3.2/4.1.18}
aimabel beminnelijk 1777 [mey] <Frans
air houding 1694 [wnt Suppl] <Frans
airbag ballon in het dashboard van een auto die zich bij botsing opblaast 1994 [Vd Sijs 1996, 306] <Engels
airconditioning luchtbehandeling 1939 [kwt] <Engels {4.1.9}
airedaleterriër hondensoort 1919 [kwt] <Engels {4.1.3}
airmile waardepunten die inwisselbaar zijn tegen reischeques 1994 [De Coster 1999] <Engels
aïs met een halve toon verhoogde a 1890 [Melchior] <Duits {3.2}
ajakkes tussenwerpsel: uitroep van tegenzin 1855 [Focke, Neger-Eng. wrdb. 118] {4.3}
ajour opengewerkt 1824 [wei] <Frans
ajuin ui 1285 [cg I2, 1021] <Latijn {1.2.4/4.1.6}
ajuus, aju tussenwerpsel: groet 1747 [wnt] {1.2.4/1.2.5/4.3}
akela leidster van de welpen bij de padvinders 1926 [Aanv wnt] <Engels
akelei plantengeslacht 1226-1250 [cg ii 1 Pl.gloss.] <me Latijn
akelig* naar 1615 [wnt]
aker emmer 1276-1300 [cg Lut.A] <me Latijn
akkefietje karweitje, zaakje 1808 [wnt]
akker* stuk bouwland 821-823 [Claes] {2.3}
akkerbouwer* landbouwer 1556 [wnt Suppl] {4.1.13}
akkoord overeenkomst 1290 [cg I2, 1454] <Frans
akoestiek gehoorleer 1751 [wnt Suppl] <Frans
akropolis stadsburcht 1886 [kku] <Grieks {3.2}
aks* bijl 901-1000 [wps]
akte schriftelijk stuk 1453 [hws] <Frans
akte hoofddeel van toneelstuk 1798 [wnt] <Frans {3.2}
al* onbepaald voornaamwoord 776-800 [cg ii 1 Utr. doopbelofte] {1.3/2.5/4.2}
al* bijwoord van tijd: reeds 1634 [wnt Suppl] {4.1.7}
alaaf* tussenwerpsel: carnavalskreet 1863 [kku] {4.3}
alang-alang reuzengrassoort 1744 [wnt] <Indonesisch {3.1/3.2}
alarm noodsein, onrust 1488 [hws] <Frans
albast gipssoort 1285 [cg Rijmb.] <Latijn {3.2}
[p. 871]
albatros stormvogel 1763 [wnt] <Engels of Frans {3.2}
albe wit miskleed 1240 [Bern.] <Latijn
albertijn munt 1600 [Van Gelder 1965] <Frans {4.1.12}
albino mens of dier zonder pigmentkleurstof 1824 [wei] <Portugees {3.2}
album boek met witte bladen om versjes of foto's te verzamelen 1700 [wnt] <Latijn
album grammofoonplaat of cd 1974 [R75] <Engels
albumine in water oplosbaar eiwit 1847 [kku]
alcalde burgemeester 1695 [Schimpdicht op Jacob van Zuylen van Nyevelt] <Spaans {3.2}
alcazar burcht 1855 [Kramers, Geographisch Wrdb.] <Spaans {3.2}
alchemie goudmakerij, primitieve scheikunde 1556 [wnt Suppl] <me Latijn
alcohol kleurloze vloeistof 1770 [wnt Suppl] <modern Latijn
alcoholica alcoholische dranken 1922 [wnt] <modern Latijn {4.1.6}
alcomobilist autobestuurder onder invloed 1993 [De Coster 1999]
al dente beetgaar (van deegwaren) 1984 [Blue Band Basiskookboek] <Italiaans {3.2}
alert bijdehand 1751 [wnt] <Frans
alexandrijn versvorm 1832 [Lulofs, Lessen over de Redekunst i, 179] <Frans
alexie woordblindheid 1910 [kwt]
alfa eerste letter van het Griekse alfabet 1560 [wnt Suppl] <Grieks {3.2}
alfabet letters van een spellingsysteem 1484 [Claes] <Latijn
alfanumeriek zowel met letters als cijfers werkend 1969 [Dijkman, Computer-abc 56]
alg wier 1663 [Claes] <Duits
algebra letterrekening 1612 [wnt Suppl] <me Latijn
algemeen* gemeenschappelijk, universeel 1562 [Dict. Tetraglotton 328C]
algoritme rekenschema 1734 [HubWes]
alias bijwoord: ook wel genaamd 1391 [Claes Tw. 9] <Latijn
alibi het aanwezig-zijn elders 1510 [wnt] <Latijn
alikruik slak 1634 [wnt] <? {3.5}
alimentatie toelage voor levensonderhoud van bloed- of aanverwanten 1737 [wnt] <Frans
alinea nieuwe regel 1838 [wnt] <Frans
alk steltloper 1763 [hou i, 5, 81] <Deens of Noors {3.2}
alkali hydroxide van een alkalimetaal 1583 [Claes Tw. 12] <me Latijn
alkoof klein vertrekje 1708 [wnt] <Frans
Allah naam van God bij de moslims 1686 [wnt verwoedheid] <Arabisch {3.2}
allee laan 1513 [wnt] <Frans
allee tussenwerpsel: komaan 1654 [wnt] <Frans {4.3}
alleen* bijwoord: zonder gezelschap 1240 [Bern.]
alleenstaande* vrijgezel 1984 [gvd] {3.1/4.1.4}
allegaar* onbepaald voornaamwoord 1236 [cg i 1, 24] {4.2}
allegorie zinnebeeldige voorstelling 1460-1470 [Latijns-Middelnederlands Vocabularius, hs. 19.590 Brussel] <Frans
allegretto bijwoord: levendig 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
allegrissimo in de muziek: zeer snel 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] <Italiaans {3.2}
allegro bijwoord: vrolijk 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
allehens onbepaald voornaamwoord 1871 [Calisch, Nieuw Volledig Engelsch-Nederlandsch Wrdb. i] <Engels {4.2}
alleluja tussenwerpsel: lofkreet 1330 [mnw] <Latijn {4.3}
allemaal* onbepaald voornaamwoord 1287 [cg NatBl] {4.2}
allemachtig* tussenwerpsel: uitroep van verwondering 1878-1881 [wnt] {4.3}
allemande een dans 1824 [wei] <Frans {4.1.15}
allengs* bijwoord van tijd: langzamerhand 1615 [wnt] {3.1}
allergeen allergie veroorzakende stof 1910-1914 [Bauwens]
allergie overgevoeligheid voor bepaalde stoffen 1910 [Claes Tw. 12] <Duits
allerhande* onbepaald voornaamwoord 1201-1225 [cg ii 1 Floyris] {4.2}
allerlei onbepaald voornaamwoord 1400 [mnw] {4.2}
alles* onbepaald voornaamwoord 1599-1607 [Claes] {4.2}
alliage verbinding 1862 [wnt] <Frans
alliantie bondgenootschap 1451 [hws] <Frans
allicht* bijwoord van modaliteit: zeker wel 1749 [wnt relatie]
alligator krokodilachtige 1734 [wnt] <Engels {3.2}
all-in alles, iedereen 1971 [R75] <Engels
alliteratie stafrijm 1824 [wei] <Frans
allocatie toewijzing 1961 [gvd] <Frans {3.2}
allochtoon niet-inheems 1920 [wnt allo-]
allochtoon buitenlander 1971 [Burger en De Jong 182] {4.4}
[p. 872]
allocutie toespraak 1654 [wnt] <Latijn
allooi innerlijk gehalte 1360 [Pauw, Voorgeboden der stad Gent 78] <Frans
allopathie geneeswijze met tegenwerkende geneesmiddelen 1832 [wei] <Duits
allotropie het voorkomen van stoffen in andere toestanden 1872 [gvd]
allottava met een octaaf verschil 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] <Italiaans {3.2}
allround in alle opzichten bedreven 1924 [Aanv wnt] <Engels
alluderen zinspelen op 1561 [Mak] <Latijn
allure houding 1824 [wei] <Frans
allusie zinspeling 1654 [wnt] <Frans
alm bergweide 1876 [Bos, Beknopt leerboek der aardijkskunde 34, 38] <Duits
almachtig* onbeperkt in macht 776-800 [cg ii 1 Utr. doopbelofte] {2.5/5}
almanak kalenderboekje 1401-1450 [hws] <me Latijn
aloë plantengeslacht 1240 [Bern.] <Latijn
aloen-aloen stadsplein 1851 [Van Doren, Reis naar Nederlands Oost-Indië] <Indonesisch {3.1/3.2}
alpaca hoefdier 1807 [wnt Suppl] <Spaans {3.2/4.1.3}
alpaca legering 1879 [wnt] <Duits
alpino baret 1938 [wnt] {3.3/4.1.9}
alruin mandragora 1226-1250 [cg ii 1 Pl.gloss.] <Duits
als* onderschikkend voegwoord 1200 [cg ii 1 Servas] {1.2.5/4.2}
alsjeblieft, alstublieft* tussenwerpsel: verzoek 1721 [wnt] {4.3}
alsmaar bijwoord van tijd: voortdurend 1928 [Vd Sijs 1996] <Jiddisch {3.2/4.1.7}
alsmede* nevenschikkend voegwoord 1672 [wnt] {4.2}
alt lage vrouwenstem 1795 [wnt] <Duits {3.2/4.1.16}
altaar offertafel 1200 [cg ii 1 Servas] <Latijn
alteratie verandering 1528 [Vorstermanbijbel] <Frans
altereren veranderen 1351-1400 [hws] <Frans
alternatie afwisseling 1654 [wnt] <Frans
alternatief elkaar afwisselend 1544 [wnt] <Frans
alterneren afwisselen 1553 [Van Mussem] <Frans
althans* bijwoord van modaliteit 1642 [wnt] {3.1}
althans* onderschikkend voegwoord 1715 [wnt] {4.2}
altijd* bijwoord van tijd: voortdurend 1248-1271 [vmnw] {4.1.7}
altimeter hoogtemeter 1847 [kku]
altoos* bijwoord van tijd: altijd 1200 [cg ii 1 Servas] {3.1}
altruïsme onbaatzuchtigheid 1898 [wnt] <Frans
aluin dubbelzout 1240 [Bern.] <Frans
aluminium chemisch element 1835 [wnt] <modern Latijn
alvast* bijwoord van tijd: voorlopig 1784-1785 [wnt] {4.1.7}
alveolair bij de tandkassen gevormd (van spraakklanken) 1847 [kku]
alvleesklier* pancreas 1856-1859 [wnt] {1.2.4}
alvorens* onderschikkend voegwoord 1674 [wnt] {4.2}
alzheimer een bepaalde ziekte 1919 [Picarta: titel van R. Tumbelaka]
ama alleenstaande minderjarige asielzoeker 1993 [De Coster 1999] <L {3.4}
amabile lieflijk 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
amalgaam legering 1636 [Secreeten van Alexis Piemontois, 204] <me Latijn
amandel steenvrucht met eetbare pit 1251 [Claes Tw. 9] <Latijn {4.1.2}
amandelpers lekkernij 1746 [wnt Suppl] {1.2.4/4.1.6}
amanuensis schrijver, helper 1615 [wnt] <Latijn
amaril polijststeen 1567 [wnt Suppl] <Frans
amaryllis sierplant 1780 [wnt] <modern Latijn
amateur beoefenaar uit liefhebberij 1654 [wnt] <Frans
amazone strijdbare vrouw 1582 [wnt] <Latijn
amazone sierlijke paardrijdster 1867 [wnt] <Frans
ambacht handwerk 772-776 [Claes] <Keltisch {2.3/3.2}
ambassade gezantschapsgebouw 1878 [wnt] <Frans
ambassadeur gevolmachtigd gezant 1416 [hws] <Frans
amber barnsteen, harssoort 1516 [wnt Suppl] <Frans
ambiance sfeervolle omgeving 1959 [Aanv wnt] <Frans {3.2}
ambiëren dingen naar 1619 [wnt] <Frans
ambigu dubbelzinnig 1666 [wnt duister] <Frans
ambiguïteit dubbelzinnigheid 1654 [wnt] <Frans
ambitie eerzucht 1555 [wnt reverentie] <Frans
[p. 873]
ambivalent twee waarden hebbend 1934 [wnt] <Duits
ambrosia godenspijs 1561 [wnt] <Latijn
ambt openbare, hogere betrekking 1580 [wnt Suppl] <Duits
ambulance ziekenauto 1910-1914 [Bauwens] <Frans {4.1.10}
ambulant steeds op weg, zonder vaste standplaats 1805 [wnt] <Frans {3.2}
amechtig* sterk hijgend 1574 [wnt Suppl]
amelkoren spelt, tarwe 1567 [Junius 126b] {4.1.2}
amen slotwoord van gebeden, tussenwerpsel 1001-1050 [cg ii 1, 118] <Latijn {4.3}
amendement wijzigingsvoorstel 1849 [wnt beraadslaging] <Frans
amenderen verbeteren 1862 [wnt] <Frans
amenorroe uitblijven van menstruatie 1847 [kku]
americium chemisch element 1961 [gvd] <modern Latijn
amethist kwarts 1240 [Bern.] <Latijn
ametropie afwijking van het normale zien 1886 [kku]
ameublement bij elkaar horende meubels 1707 [wnt] <Frans {4.1.9}
amfetamine stimulerend middel 1968 [R75] <Engels {4.1.6}
amfibie periodiek in het water levend dier 1698 [wnt menigte] <Latijn
amfibrachys een versvoet 1824 [wei] <Grieks {3.2}
amfitheater rond, oplopend theater 1658 [mey] <Latijn {3.2}
amfoor kruik 1873 [wnt twee] <Latijn
amicaal vriendschappelijk 1782 [wnt] <Frans
amice vriend 1654 [wnt] <Latijn
amigocratie bestuur d.m.v. vriendjespolitiek 1987 [De Coster 1999]
aminozuur organische verbinding die zowel amino- als carboxylgroep bevat 1935 [wnt anaconda Suppl]
ammehoela tussenwerpsel: nooit van mijn leven! 1928 [Sanders 1993] {4.3}
ammonia oplossing van ammoniak in water 1831 [wnt]
ammoniak verbinding van stikstof en waterstof 1562 [Claes Tw. 9] <Latijn
ammoniet fossiele schelp 1771 [hou i, 16, 415]
ammunitie schietvoorraad 1576 [Schulten Tw. 9] <Frans {4.1.14}
amnesie geheugenverlies 1847 [kku] <modern Latijn
amnestie generaal pardon 1610 [wnt] <Frans
amoebe slijmdiertje 1858 [wnt] <modern Latijn
amogger asielzoeker met onacceptabel gedrag 1999 [nrc-h 10/2/2001] <L {3.4}
amok razernij 1622 [wnt] <Indonesisch {3.2}
amontillado sherry 1910 [E.A. Poe, Een tiental verhalen, xxi] <Spaans {3.2/4.1.6}
amorette liefdesgodje, cupidootje 1847 [kku] <Italiaans {3.2}
amorf vormloos 1856 [wnt] <modern Latijn {1.2.6}
amoroso teder 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
amoureus verliefd 1265-1270 [cg Lut.K] <Frans
amoveren verwijderen 1553 [wnt] <Latijn
ampel omstandig 1566 [wnt] <Frans
amper* bijwoord van hoedanigheid: ternauwernood 1771 [Claes]
ampère eenheid van elektrische stroomsterkte 1887 [wnt] <Frans
ampersand bepaald typografisch teken 1992 [gvd] <Engels
ampex beeldband 1970 [Recht voor raap] <Engels {4.1.17}
amplificeren vergroten 1553 [wnt] <Latijn
amplitudo schommeling, slingerwijdte 1769 [wnt] <Latijn
ampul buisje met injectievloeistof 1933 [wnt Suppl] <Latijn {1.2.4}
amputatie afzetting van lichaamsdeel 1553 [wnt] <Frans
amputeren (lichaamsdeel) afzetten 1553 [wnt] <Frans
amsterdammertje* paaltje tegen parkeren op de stoep 1974 [Aanv wnt] {1.2.5/3.1}
amulet talisman 1669 [Claes] <Frans
amusant vermakelijk 1824 [wei] <Frans
amuse-gueule hapje bij het aperitief 1992 [gvd] <Frans {3.2/4.1.6}
amusement vermaak 1721 [wnt] <Frans
amuseren vermaken 1593 [wnt] <Frans
anaal m.b.t. de anus 1923 [wnt] <Frans
anabaptist wederdoper 1534 [wnt] <Frans {4.1.8}
anabool opbouw van eiwit bevorderend 1973 [Aanv wnt] <Grieks {3.2}
anachronisme fout m.b.t. tijdrekening 1734 [wnt] <Frans of Latijn
anaconda slang 1847 [kku] <Engels
anaëroob zonder zuurstof plaatsvindend of levend 1909 [wnt reincultuur]
anafylaxie vorm van allergie 1948 [kwt]
anagram letterkeer 1654 [wnt] <Frans
anakoloet niet-lopende zin 1847 [kku] <Grieks {3.2}
[p. 874]
analgesie gevoelloosheid 1734 [HubWes] <modern Latijn
analgeticum pijnstiller 1910-1914 [Bauwens] <modern Latijn
analoog overeenkomstig 1824 [wei] <Frans
analyse ontbinding 1806 [wnt Suppl] <Frans {3.2}
analyseren een analyse toepassen op 1635 [wnt]
analyticus die analyseert 1847 [kku] <me Latijn
anamnese het terugroepen in de herinnering 1824 [wei] <Latijn
anamorfose vertekende figuur die in gebogen spiegel normaal beeld oplevert 1734 [HubWes] <Frans
ananas vrucht 1596 [wnt] <Spaans {3.2/4.1.2}
anapest versvoet 1821 [wnt] <Latijn
anarchie regeringloosheid, wanorde 1584 [wnt] <Frans
anathema vervloeking 1532 [wnt] <Latijn
anatomie ontleedkunde 1553 [Vd Werve] <Frans of Latijn
anchorman vaste presentator 1988 [De Coster 1999] <Engels
anciënniteit ouderdom in rang 1764 [wnt] <Frans
andante bijwoord: rustig voortgaande 1795 [wnt] <Italiaans {3.2}
andantino bijwoord: rustig voortgaande 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
ander* telwoord: de tweede, niet dezelfde 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.2}
ander* onbepaald voornaamwoord 1285 [cg Rijmb.] {4.2}
anderhalf* telwoord 1272 [cg i 1, 211] {4.2}
anders* bijwoord van modaliteit: op andere wijze 1201-1225 [cg ii 1 Floyris] {3.1}
andijvie plant, groente 1351-1400 [hws] <me Latijn {4.1.6}
andreaskruis liggend kruis 1857 [wnt sint]
androgeen leidend tot mannelijke ontwikkelingsvormen 1961 [gvd]
androgyn hermafrodiet 1601 [wnt verpottenbakken] <Frans
anekdote amusant verhaal 1800 [wnt wijzen] <Frans {3.2}
anemie bloedarmoede 1669 [wnt] <modern Latijn
anemoon plantengeslacht 1593 [wnt Suppl] <Latijn
anencefalie deels ontbreken van hersenen 1886 [kku]
anesthesie gevoelloosheid 1663 [mey] <Latijn
angehaucht tenderend naar 1992 [gvd] <Duits {3.2}
angel* haak, hengel 1276-1300 [cg ii 1, 2] {1.2.3/3.1}
angelus drieledig gebed 1728 [Marin, Compleet Fransch en Nederduitsch wrdb.] <Latijn
angina keelziekte 1553 [wnt] <Latijn
angioom vaatgezwel 1912 [kku]
anglaise dans 1832 [wei] <Frans {4.1.15}
anglicaan lid van de anglicaanse Kerk 1871 [Calisch, Nieuw Volledig Engelsch-Nederlandsch Wrdb.] <Engels {4.1.8}
anglicisme uit het Engels overgenomen woord of uitdrukking, in strijd met het eigen taalgebruik 1824 [wnt] <Frans of Latijn
anglofiel voorliefde voor Engels of Engelsen tonend 1886 [kku]
angora wol 1821 [wnt] <Frans {4.1.9}
angorakat kattensoort 1770 [Papillon] {4.1.3}
angst* vrees 901-1000 [cg wps Gloss.]
angstgegner tegenstander van wie men vaak verliest 1991 [De Coster 1999] <Duits {3.2}
angsthaas bangerd 1984 [gvd] <Duits {1.2.1/3.2}
ångströmeenheid eenheid voor kleine golflengten 1950 [gvd]
ani-ani rijstmesje 1880 [F. Bruins, Het Wereldrond iii, 78] <Indonesisch {3.1/3.2}
anijs plant 1240 [Bern.] <Frans
aniline grondstof voor kleurstoffabricage 1856 [wnt] <Duits
animaal dierlijk 1568 [wnt] <Frans
animatie activering 1657 [wnt]
animatie bewegend beeld 1984 [gvd] <Engels
animato levendig 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
animator hij die stimuleert 1924 [wnt] <Engels
animeermeisje meisje dat in nachtclubs klanten verleidt tot consumeren 1948 [wnt] <Duits {3.2/4.1.13}
animeren opwekken 1451-1500 [hws] <Frans
animisme opvatting dat alle dingen een ziel hebben 1873 [wnt]
animo opgewektheid 1836 [wnt] <Italiaans {3.2}
animositeit vijandigheid 1660 [wnt] <Frans
animoso bezield 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
anion negatief geladen ion 1912 [kku]
anisette likeur uit anijszaad 1866 [wnt] <Frans {4.1.6}
anjer plantengeslacht 1554 [Dod.]
ankeiler covertekst, intro 1986 [De Coster 1999] <Duits {3.2}
anker gestel om schip vast te leggen 1240 [Bern.] <Latijn
[p. 875]
anker inhoudsmaat 1330 [Claes] <me Latijn
anklet korte sok 1955 [Stoop] <Engels {3.2}
annalen jaarboeken 1553 [wnt] <Latijn
annex aangrenzend 1562 [wnt] <Latijn
annexatie inlijving 1870 [wnt] <Frans
annexeren inlijven 1859 [wnt Suppl] <Frans
anno bijwoord van tijd: in het jaar 1513 [wnt verponding] <Latijn {4.1.7}
annonceren aankondigen 1669 [wnt] <Frans
annotatie aantekening 1634 [wnt Suppl] <Frans of Latijn
annoteren aantekenen 1510 [wnt] <Frans of Latijn
annuïteit jaarlijkse uitkering 1736 [wnt] <Frans
annuleren vernietigen 1344 [Moors 286, 39] <Frans
anode positieve elektrode 1862 [wnt]
anomalie onregelmatigheid 1824 [wei] <Frans
anoniem naamloos 1824 [wei] <Frans
anonymus een ongenoemde 1721 [wnt] <me Latijn
anorak windjak 1961 [gvd] <Engels {3.2}
anorexie gebrek aan eetlust 1663 [mey] <Latijn
anorganisch niet-levend 1860 [wnt]
anorgasmie het ontbreken van orgasme 1961 [gvd] <Frans {3.2}
ansicht prentbriefkaart 1912 [kku] <Duits {1.4}
ansjovis beenvis 1518 [wnt Suppl] <Spaans {3.2}
antagonist tegenstander 1689 [wnt] <Frans
antecedent voorafgaand feit 1862 [wnt] <Frans
antedateren voorzien van vroegere dagtekening 1668 [wnt Suppl] <Frans
antediluviaal m.b.t. de tijd vóór de zondvloed 1872 [gvd]
antenne draad voor het zenden en ontvangen van elektromagnetische golven 1906 [wnt Suppl] <Italiaans {3.2}
anthologie bloemlezing 1769 [wnt] <Frans
anti voorzetsel 1824 [wei] <Grieks {3.2/4.2}
antibioticum microbedodend middel 1924 [gvd] <modern Latijn
antichambre wachtkamer 1650 [wnt] <Frans
anticipatie het vooruitgrijpen 1502 [hws] <Frans
anticiperen vooruitlopen op 1784 [wnt] <Frans
anticlimax teleurstellende afloop 1847 [kku]
anticonceptie het verhinderen van bevruchting 1953 [Aanv wnt]
antidotum tegengif 1608 [wnt ruit] <Latijn
antiek afkomstig uit de Griekse of Romeinse Oudheid, afkomstig uit oude tijden 1553 [Vd Werve] <Frans
antifoon beurtzang, liturgisch vers 1240 [Bern.] <me Latijn
antigeen stof die in organisme tegengif vormt 1950 [gvd]
antilope herkauwer 1622 [wnt] <Frans {4.1.3}
antimakassar kleedje over rugleuning 1856 [Sanders 1995] <Engels
antimonium chemisch element 1544 [wnt Suppl] <me Latijn
antipasto voorgerecht 1968 [wp voor de vrouw] <Italiaans {3.2/4.1.6}
antipathie afkeer jegens iemand 1604 [wnt] <Frans
antipode tegenvoeter 1613 [wnt] <Latijn
antipyrine geneesmiddel tegen koorts 1891 [Sijthoffs wrdb. voor kennis en kunst] <Duits
antiqua Latijnse drukletter 1843 [wnt] <Latijn
antiquaar handelaar in oude boeken 1870 [wnt] <Duits {4.1.13}
antiquair handelaar in oude kunst 1660 [wnt] <Frans {4.1.13}
antiquiteit voorwerp uit vroeger tijd 1561 [Mak] <Frans
antisepsis ontsmetting 1910 [kwt] <modern Latijn
antithese tegenstelling 1773 [wnt] <Frans
antoniem tegengesteld van betekenis 1912 [kku] <Frans
antonomasia naamsverwisseling 1654 [mey] <Grieks {3.2}
antraciet steenkoolsoort 1832 [wei] <Frans
antrax miltvuur 1871 [wnt anthrax Suppl] <Latijn
antropofaag menseneter 1824 [wei] <Latijn
antropoïde mensachtig 1986 [wnt welving] <Frans
antropologie natuurkennis van de mens 1734 [wnt]
antropomorf mensvormig 1859 [wnt] <Frans
antroposofie een bepaalde levensleer 1933 [wnt anthropo-]
antwoord* bescheid 1100 [Willeram]
antwoordapparaat telefoonbeantwoorder 1979 [Wijnands&Ost] {4.1.17}
anus aars 1833 [wnt visch] <Latijn {3.2/4.4}
aoristus werkwoordstijd 1638 [Ruijs] <Latijn
aorta lichaamsslagader 1663 [mey] <modern Latijn {3.2}
apart afgescheiden 1498 [hws] <Frans
apartheid rassenscheiding 1961 [gvd] <Afrikaans {3.2}
apathie ongevoeligheid 1824 [wei] <Frans
apekool onzinpraat 1763 [wnt pluizen i]
[p. 876]
apenstaart(je) typografisch teken, at-sign 1981 [Mini/micro computer okt. 9, 69]
apepsie onvoldoende spijsvertering 1734 [HubWes] <Frans
aperitief drank voor de maaltijd 1895 [wnt] <Frans {4.1.6}
apert duidelijk 1401-1450 [mnw] <Latijn
apestoned erg onder invloed van drugs 1979 [De Coster 1999] {4.4}
apex top 1834 [wnt vlakte] <Latijn
apicultuur bijenteelt 1929 [kwt]
apin* wijfjesaap 1451-1500 [mnw]
aplomb doortastendheid 1847 [wnt Suppl] <Frans
apneu tijdelijke ademstilstand 1669 [mey] <modern Latijn
apocope wegval van een eindletter(greep) 1550 [wnt Suppl] <Latijn
apocrief niet als gezaghebbend erkend 1599 [wnt Suppl] <Latijn
apodictisch onweerlegbaar 1799 [wnt Suppl] <Duits
apologetisch verdedigend 1824 [wei] <Duits
apologie verdediging 1567 [wnt Suppl] <Frans of Latijn
apoplexie beroerte 1553 [wnt Suppl] <Frans
apostel Godsgezant 1240 [Bern.] <Latijn {4.1.8}
a posteriori bijwoord: achteraf gedacht 1824 [wei] <Latijn
apostille kanttekening op akte 1351-1400 [mnw] <Frans
apostolaat apostelambt 1847 [wnt] <Latijn
apostolisch m.b.t. de apostelen 1495 [wnt Suppl] <Latijn
apostrof weglatingsteken 1550 [wnt] <Frans
apotheek geneesmiddelenwinkel 1265-1270 [cg Lut.K] <me Latijn {3.2}
apotheker geneesmiddelenbereider en -verkoper 1513 [wnt Suppl] <Frans {4.1.13}
apotheose vergoddelijking 1769 [wnt] <Frans
apparaat toestel, mechanisch hulpmiddel 1862 [wnt] <Frans
apparatsjik bureaucraat 1984 [gvd] <Russisch {3.2}
apparatuur samenstel van apparaten 1933 [wnt] <Duits
appartement wooneenheid 1687 [wnt] <Frans
appassionato hartstochtelijk 1847 [kku] <Italiaans {3.2}
appel* vrucht 1146 [Künzel] {2.3/4.1.2}
appèl beroep, verzet 1336-1339 [mnw] <Frans
appelflap* appelgebak 1919 [wnt flap iii] {4.1.6}
appelflauwte lichte flauwte 1646 [wnt]
appellant iem. die in hoger beroep gaat 1467-1490 [hws] <Frans
appelleren in hoger beroep gaan 1281 [cg i 1, 564] <Frans
appelsap* drank van appels 1562 [wnt] {4.1.6}
appelsien zuidvrucht 1676 [Sanders 1995] {4.1.2}
appendicitis blindedarmontsteking 1901 [kui] <modern Latijn
appendix aanhangsel 1538 [wnt uitp(anden)] <Latijn
appetijt eetlust 1265-1270 [cg Lut.K] <Frans
appetizer kleine consumptie om de eetlust te stimuleren 1984 [gnn] <Engels {4.1.6}
appiekim tussenwerpsel: Bargoens: in orde! 1974 [Endt] {4.3}
applaudisseren in de handen klappen 1794 [wnt]
applaus handgeklap 1859 [wnt] <Latijn
applicatie toediening, toepassing 1595 [wnt] <Frans {1.2.3}
applicatie computerprogramma voor bepaalde toepassing 1981 [Mini/micro computer okt. 9, 9] <Engels {1.2.3}
applicatuur vingerzetting 1824 [wei] <Duits {3.2}
apporteren terugbrengen 1650 [wnt Suppl] <Frans
appositie bijstelling 1650 [mey] <Latijn
appreciatie schatting, waardering 1553 [wnt] <Frans
appreciëren op of naar waarde schatten 1553 [wnt] <Frans
approach benadering 1948 [De Vooys] <Engels
approbatie goedkeuring 1515 [hws] <Frans
apraxie storing van gerichte bewegingen 1946 [Jongbloed, Overzicht physiologie van den mensch 218] <Frans
april vierde maand 1240 [Bern.] <Latijn {4.1.7}
a prima vista bijwoord: van het blad (zingen of spelen) 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
a priori bijwoord: vooraf 1658 [mey] <Latijn
à propos tussenwerpsel: wat ik wilde zeggen 1704 [wnt] <Frans {4.3}
apsis halfronde uitbouw in kerken 1858 [wnt koor] <Latijn {3.2}
aquaduct waterleiding op een gemetselde boog 1599 [wnt] <Latijn {3.2}
aqualong luchtreservoir 1963 [Aanv wnt] <Engels
aquamarijn zeegroene edelsteen 1824 [wei] <Latijn
aquaplaning glijden over nat oppervlak 1968 [kwt] <Engels
[p. 877]
aquarel schilderij in waterverf 1872 [gvd] <Frans
aquarium bak voor waterdieren 1769 [wnt] <Latijn
aquatint prentdrukprocédé 1872 [gvd] <Italiaans {3.2}
aquavion draagvleugelboot 1960 [wp jaarboek 1960] <Frans {3.2/4.1.11}
aquavit Scandinavische sterkedrank 1912 [wnt whisky] <Deens, Noors of Zweeds {3.2/4.1.6}
ar door paarden over sneeuw voortgetrokken slee 1832 [wnt Suppl] {1.2.4/4.1.10}
ara papegaaiachtige 1630 [Van Donselaar Woordenaar 1, 1] <Spaans {3.2}
arabesk versiering 1558 [wnt] <Frans
arak rijstbrandewijn 1598 [De Jonge ii, 40] <Indonesisch {3.2/4.1.6}
arbeid* inspanning 901-1000 [wps]
arbeidsloon* vergoeding 1311 [tntl 1943, 40] {3.1}
arbeidsvitaminen muziek die het werk en de werklust bevordert 1950 [Van Gelder 1993] {4.1.16/4.4}
arbiter scheidsrechter 1488 [hws] <Frans
arbitraal scheidsrechterlijk 1494-1512 [hws] <Frans
arbitrage bemiddeling 1503 [wnt] <Frans
arbitrair willekeurig 1503 [wnt] <Frans
arboretum bomentuin 1768 [wnt] <Latijn
arcade boogstelling 1618 [wnt] <Frans
arcadisch landelijk, idyllisch 1647 [wnt]
arcato met de strijkstok te doen 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] <Italiaans {3.2}
arceren lijnen trekken 1604 [wnt Suppl] <Frans
archaïsch m.b.t. oud tijdperk 1913 [wnt] <Frans
archeologie oudheidkunde 1824 [wei]
archetype oerbeeld 1768 [wnt] <Latijn
archief verzameling van geschreven stukken 1462 [wnt Suppl] <Latijn
archipel eilandengroep 1728 [Marin, Compleet Fransch en Nederduitsch wrdb.] <Frans
architect bouwmeester 1553 [wnt] <Frans
architraaf hoofdbalk 1553 [wnt] <Italiaans {3.2}
archivaris die zorgt voor een archief 1763 [wnt] <modern Latijn
arctisch noordpool- 1740 [wnt] <Latijn
ardente vurig 1839 [Natan] <Italiaans {3.2}
are vierkante decameter 1808 [wnt] <Frans {3.2}
areaal gebied 1918 [wnt] <me Latijn
areka soort palm 1596 [wnt] <Portugees {3.2}
arena middendeel in amfitheater 1661 [wnt] <Latijn {3.2}
arend* roofvogel 1285 [cg Rijmb.] {1.2.4}
areometer vochtweger 1768 [wnt] <Frans
argeloos onschuldig 1794 [wnt] <Duits
arglist* boze bedoeling 1276 [vmnw]
argon chemisch element 1910 [kwt]
argot boeventaal 1847 [wnt] <Frans
argument bewijsgrond 1265-1270 [cg Lut.K] <Frans
argumentatie bewijsvoering 1573 [wnt] <Frans
argumenteren bewijsgronden aanvoeren 1553 [Van Mussem] <Frans
argwaan verdenking 1599 [Kil.] <Duits
aria zangstuk 1754 [wnt] <Italiaans {3.2}
ariary munteenheid van Madagaskar 1978 [Enc. Munten en Bankbiljetten] <Malagasi {4.1.12}
arioso gezang met vrije melodie 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
aristocraat lid van adellijke oligarchie 1782 [wnt] <Frans
aristocratie regering van de besten 1583 [wnt] <Frans
aritmetica rekenkunde 1591 [wnt Suppl] <Latijn
ark woonschuit 1642 [wnt ark ii] <Latijn {4.1.11}
arm* lichaamsdeel 901-1000 [wps] {3.1}
arm* behoeftig 901-1000 [wps]
armada oorlogsvloot 1588 [wnt] <Spaans {3.2/4.1.11}
armadil tandarm zoogdier 1596 [Van Donselaar Tw. 13] <Spaans {3.2}
armageddon plaats waar demonen zich verzamelen 1637 [Statenvertaling] <Latijn
armagnac alcoholhoudende drank 1891 [Sijthoffs wrdb. voor kennis en kunst] <Frans {4.1.6}
armatuur draagconstructie 1665 [wnt] <Frans
armborst soort van boog 1285 [cg Rijmb.] {4.1.14}
armee leger 1350 [mnw] <Frans {4.1.14}
armoede* gebrek 901-1000 [wps]
armoedzaaier* zeer arm persoon 1901 [wnt]
armoriaal wapenboek 1710 [wnt wapen] <Frans
armzalig pover 1669 [wnt Suppl] <Duits
aroma geur 1869 [wnt ysop(e)] <Latijn
aronskelk plantengeslacht 1836 [wnt]
arpeggio na elkaar laten klinken van tonen die tegelijk klinkend zijn geschreven 1795 [wnt] <Italiaans {3.2}
arrangeren schikken 1669 [wnt] <Frans
[p. 878]
arrenbie computersoulvariant 1997 [Oor 7] <L {3.4/4.1.16}
arrenslee door paarden over sneeuw voortgetrokken slee 1740 [wnt Suppl] {1.2.4/4.1.10}
arrest hechtenis 1308-1346 [mnw] <Frans
arrestatie inhechtenisneming 1445 [hws] <Frans
arresteren in hechtenis nemen 1276-1300 [cg i 1, 19] <Frans
arrivé iem. die een positie in de maatschappij veroverd heeft 1919 [kwt] <Frans
arrivederci tussenwerpsel: afscheidsgroet 1992 [gvd] <Italiaans {3.2/4.3}
arriveren aankomen 1240 [Bern.] <Frans
arro arrogant persoon 1986 [Sanders 1999] {1.2.4/4.4}
arrogant verwaand 1553 [wnt] <Frans
arrondissement onderdeel van ambtsgebied 1795 [wnt] <Frans {3.2}
arsenaal bewaarplaats van wapens 1569 [Toll.] <Frans
arsenicum chemisch element 1552 [wnt] <Latijn
art deco artistieke stijl 1975 [wp] <Frans {3.2}
artefact door mensenhand gemaakt voorwerp 1824 [wnt]
arterie slagader 1553 [wnt] <Latijn {3.2}
arteriosclerose aderverkalking 1910-1914 [Bauwens]
articulatie spraakklankvorming 1824 [wnt] <Frans
articuleren duidelijk uitspreken 1568 [wnt] <Frans
artiest kunstenaar 1553 [Vd Werve] <Frans
artificieel kunstmatig 1566 [wnt Suppl] <Frans
artikel onderdeel van geschrift of verhandeling 1265-1270 [cg Lut.K] <Frans of Latijn
artikel als grammaticale term: lidwoord 1576 [Ruijs] <Latijn
artillerie wapen van de landmacht, uitgerust met geschut 1550 [wnt] <Frans {4.1.14}
artisjok plant 1573 [wnt] <Italiaans {3.2/4.1.6}
artisticiteit het artistiek zijn 1890 [wnt]
artistiek kunstvaardig 1864 [wnt] <Frans
art nouveau Jugendstil 1948 [wp] <Frans
artotheek instelling die kunst uitleent 1972 [Aanv wnt]
artritis gewrichtsontsteking 1734 [HubWes] <modern Latijn
artrografie het maken van röntgenfoto's van gewrichten 1990 [wp]
artroscopie onderzoek van de binnenzijde van gewrichten 1990 [wp]
artrose gewrichtsontsteking 1984 [gvd] <Frans {3.2}
arts geneesheer 1586 [wnt Suppl] <Duits {4.1.13/5}
artsenij geneesmiddel 1401-1450 [mnw] <Duits
as* verbrandingsresidu 901-1000 [cg wps Gloss.]
as* spil 1240 [Bern.]
as Romeinse munt 1704 [Hannot&Hoogstraten] <Latijn
asbest delfstof 1782 [wnt] <Latijn
asceet iem. die zich op godsdienstige gronden beperkingen oplegt 1824 [wnt] <me Latijn {4.1.8}
ascendant teken van dierenriem dat op het moment van de geboorte boven de horizon komt 1557 [wnt Suppl] <Frans
ascendenten verwanten in opklimmende lijn 1546 [wnt] <Latijn
ascese onthouding 1832 [wnt] <Latijn
ascetisch m.b.t. ascese 1824 [wei] <Duits of Frans
ascorbinezuur vitamine C 1950 [gvd]
aseksueel geslachtloos 1906 [wnt]
aselect niet uitgekozen 1975 [wp]
asem* ingeademde lucht 1351-1400 [mnw]
asepsis wering van infectie 1912 [wnt] <modern Latijn
aseptisch bescherm(en)d tegen infectie 1847 [kku]
asfalt mineraal hars 1852 [wnt] <Frans {1.1}
asfyxie verstikking 1824 [wei] <modern Latijn
ashram leefgemeenschap van aanhangers van Indische religies 1992 [gvd] <Sanskriet
asiel toevlucht(soord) 1650 [wnt asyl Suppl] <Frans
asjemenou* tussenwerpsel: uitroep van verbazing 1950 [gvd] {4.3}
aso asociaal persoon 1987 [Kuitenbrouwer] {1.2.4}
asobot gezelschapsrobot 2000 [Sanders 2001] <Engels {4.1.18}
aspect aanzicht, uitzicht in de toekomst, verschijningsvorm 1842 [wnt] <Frans
asperge plant 1583 [Dod.] <Frans {4.1.6}
aspic vlees- of visgelei 1863 [wnt] <Frans {4.1.6}
aspidistra plantengeslacht 1891 [Sijthoffs wrdb. voor kennis en kunst] <modern Latijn
aspirant aanzoeker 1824 [wnt] <Frans
aspiratie eerzucht 1857 [wnt Suppl] <Frans
aspireren met h uitspreken 1553 [Vd Werve] <Frans
aspireren haken naar 1553 [Vd Werve] <Frans
[p. 879]
aspirine acetylsalicylzuur 1910 [kwt] <Duits {1.2.5}
assai vrij sterk 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
assegaai houten werpspies 1600 [wnt] <Engels {3.2}
assemblage het ineenzetten 1931 [wnt] <Frans
assemblee algemene vergadering 1669 [wnt] <Frans
assembleren samenvoegen 1948 [wnt] <Frans
assertief zelfbewust 1979 [wp jaarboek 1980] <Frans
assessment sollicitatieprocedure met praktijkoefeningen 1988 [De Coster 1999] <Engels
assessor bijzitter, helper 1567 [wnt] <Latijn
asset iets wat waarde vertegenwoordigt 1989 [Peptalk] <Engels
asshole klootzak 1990 [De Coster 1999] <Engels
assignatie aanwijzing 1536 [wnt] <Frans
assimilatie gelijkmaking 1658 [mey] <Frans
assimileren gelijkmaken 1650 [wnt] <Frans
assist beslissende voorzet bij balsport 1984 [gvd] <Engels
assistent helper 1535 [wnt] <Latijn
assistentie bijstand 1467-1490 [hws] <Frans of Latijn
assisteren bijstaan 1496 [hws] <Frans
associatie het samengaan 1537 [wnt] <Frans
associé compagnon 1816 [wnt] <Frans
associëren verbintenis aangaan 1600 [wnt] <Frans
assorteren naar soort bijeenzoeken 1624 [wnt] <Frans
assortiment gevarieerde voorraad 1702 [wnt] <Frans
assumptie het assumeren 1626 [wnt Suppl] <Latijn
assurantie verzekering 1530 [hws] <Frans
assureren verzekeren 1530 [hws] <Frans
astatisch zonder vaste stand 1872 [gvd]
astatium radioactief chemisch element 1975 [wp] <modern Latijn
aster plantengeslacht 1633 [Claes] <Latijn
asterisk sterretje 1824 [wnt] <Frans
asteroïde planetoïde 1863 [kku] <Frans
asthenie krachteloosheid 1824 [wnt] <modern Latijn
astigmatisch met onscherpe beeldvorming 1902 [wnt]
astma aamborstigheid 1538 [wnt] <Grieks {3.2}
astraal m.b.t. de sterren 1710 [wnt opheffen] <Latijn
astrakan bontsoort 1898 [wnt Suppl] <Frans
astringent samentrekkend 1663 [mey] <Latijn
astrologie sterrenkunde 1285 [cg Rijmb.] <Latijn
astronaut ruimtevaarder 1959 [Aanv wnt] <Engels
astronomie sterrenkunde 1285 [cg Rijmb.] <Latijn
asymmetrie ontbreken van symmetrie 1654 [wnt] <Frans
asymptoot lijn die nooit door kromme geraakt wordt 1775 [wnt] <Grieks {3.2}
asyndeton zinsverband zonder voegwoorden 1552 [wnt] <Grieks {3.2}
atalanta vlinder 1767 [wnt]
atavisme erfelijke terugslag 1886 [wnt]
ataxie spierstoring 1824 [wnt] <Latijn
atelier werkplaats 1808 [wnt] <Frans {3.2}
atheïsme godloochening 1608 [Van Meteren, Commentarien 77] <Frans of Latijn
atheneum schooltype 1962 [Vastgesteld met Mammoetwet van 1962] <Latijn {1.2.2}
atjar ingelegd zuur 1596 [Linschoten in Onze Taal 1997, 220] <Indonesisch {3.2/4.1.6}
atlas soort zijde 1530 [mnw] <Arabisch {3.2/4.1.9}
atlas boek met kaarten 1595 [Vd Sijs 1998, 89]
atlas bovenste halswervel 1690 [wnt Suppl]
atlas vlinder 1705 [Meriam, Metamorphosis insectorum Surinamensium]
atleet worstelaar, iem. die een lichaamssport beoefent 1769 [wnt] <Latijn
atletiek krachtsport 1889 [Ned. Voetbal en Athletiekbond] <Duits {4.1.18}
atmosfeer dampkring 1789 [wnt] <Frans
atol koraaleiland 1849 [wnt] <Maledivisch
atomair m.b.t. atomen 1935 [wnt] {3.3}
atonaal niet in een bepaalde toonaard gecomponeerd 1918 [wnt]
atonie weefselverslapping 1824 [wnt]
atoom kleinste deeltje 1826 [wnt] <Latijn
atoombom nucleaire bom 1945 [Burger en De Jong 117] <Engels {4.1.10/4.1.14}
atoomonderzeeër door kernenergie voortbewogen onderzeeboot 1984 [gvd] {4.1.11}
atoomreactor kernreactor 1961 [gvd] {4.1.10}
atrium centraal deel van Romeinse woning 1661 [wnt voorplaats] <Latijn {3.2}
atrofie onvoldoende voeding 1669 [wnt] <Latijn {1.2.4}
atropine vergiftig alkaloïde 1856 [wnt]
at-sign typografisch teken, apenstaart 1999 [gvd] <Engels
attachécase diplomatenkoffer 1974 [koe] <Engels
[p. 880]
attachment bestand dat met een e-mail wordt meegezonden 1998 [nrc-h 17/11/98] <Engels
attaque beroerte 1895 [wnt] <Frans {4.4}
attaqueren aanvallen 1626 [wnt] <Frans
attenderen attent maken (op) 1940 [wnt] <Latijn
attenoje tussenwerpsel: uitroep van verbazing 1906 [moo] <Jiddisch {3.2/4.3}
attent oplettend 1513 [wnt Suppl] <Latijn
attentie aandacht 1540 [wnt Suppl] <Frans
attest getuigschrift 1786 [wnt]
attestatie formele getuigenverklaring 1537 [hws] <Frans
attesteren getuigen 1546 [wnt] <Frans
attitude houding 1735 [wnt] <Frans
attractie aantrekking(skracht) 1568 [wnt] <Frans
attractief aantrekkelijk 1824 [wnt] <Frans
attraperen betrappen 1551-1600 [Mak] <Frans
attribuut tot het wezen behorende eigenschap 1811 [wnt] <Frans {3.2}
atv arbeidstijdverkorting 1987 [De Coster 1999] <L {3.4}
au* tussenwerpsel: uitroep van pijn 1573 [wnt] {4.3}
a.u.b. tussenwerpsel: verzoek 1895 [wnt reüssite] <L {3.4/4.3}
aubade ochtendhulde met muziek 1616 [wnt] <Frans
aubergine komkommerachtige vrucht 1862 [wnt] <Frans {4.1.6}
auctie verkoping bij opbod 1620 [wnt wezen ii] <Latijn
auctoriaal gepresenteerd door een alwetende verteller 1984 [gvd] <Duits {3.2}
audicien specialist voor audiologische apparatuur 1984 [gvd]
audiëntie officieel gehoor 1265-1270 [cg Lut.K] <Frans
audiovisueel op het gehoor en oog werkend 1961 [Aanv wnt] <Engels
auditeur-militair militaire officier van justitie 1600 [wnt auditeur] <Frans {4.1.14}
auditie niet-openbare muziekuitvoering 1916 [wnt] <Frans
auditor toehoorder 1650 [wnt wissewasje] <Latijn
auditorium gehoorzaal 1634 [wnt] <Latijn {3.2}
auditorium het gehoor 1834 [wnt] <Latijn
auerhaan hoendervogel 1763 [hou i, 5, 392] <Duits
augiasstal een bijna niet te redderen boel 1847 [wnt]
augurk kleine komkommer 1651 [wnt] <Nederduits {3.2/4.1.6}
augustijn monnik van de orde van Sint-Augustinus 1523 [wnt] <me Latijn {4.1.8}
augustijn typografische maat 1660 [wnt]
augustus achtste maand 1289 [cg i 1, 1378] <Latijn {4.1.7}
aula grote gehoorzaal 1864 [wnt Suppl] <Latijn
au pair jongere die in buitenland tegen kost en inwoning huishoudelijk werk doet 1986 [koe]
aura uitstraling van een persoon 1832 [wei] <Latijn
aureool stralenkrans 1824 [wnt] <Frans
aurora dageraad 1515 [wnt] <Latijn
auscultatie het beluisteren van de inwendige organen 1846 [wnt] <Frans
auspiciën voortekens 1628 [wnt] <Latijn
ausputzer vrije verdediger (bij voetbal) 1970 [Recht voor raap] <Duits {3.2}
austraal zuidelijk 1824 [wnt] <Frans
autarkie het in eigen behoefte voorzien 1669 [wnt] <Grieks {3.2}
auteur schepper, schrijver 1552 [wnt] <Frans
authentiek oorspronkelijk 1451 [hws] <Latijn
autisme op zichzelf gericht zijn 1919 [wnt] <Duits {3.2}
auto wagen 1899 [wnt auto Suppl] {1.2.4/4.1.10}
autobaan autosnelweg 1940 [wnt auto ii Suppl] <Duits {3.2}
autobiografie eigen levensbeschrijving 1809 [wnt] <Frans {3.2}
autochtoon de oorspronkelijke bevolking uitmakend 1832 [wnt] <Grieks {3.2}
autoclaaf papiniaanse pot 1847 [kku] <Frans
autocratie onbeperkte heerschappij 1799 [wnt] <Frans {3.2}
autocross veldrit voor auto's 1968 [kwt] <Engels {4.1.18}
autocue halfdoorlatende spiegel van de lens van een tv-camera die de tekst voor de spreker aanwijst 1984 [gvd] <Engels
autodafe ketterverbranding 1820 [wnt] <Portugees {3.2}
autodidact iem. die kennis heeft door eigen studie 1850 [wnt] <Latijn
autogeen zonder lasmiddel 1912 [wnt auto-] <Frans
autograaf eigenhandig geschreven stuk 1552 [wnt] <Latijn
autogram handtekening 1875 [wnt]
automaat machine die zelfstandig handelingen verricht 1552 [wnt Suppl] <Frans of Latijn
automatiek hal voor verkoop van eetwaren in een automaat 1940 [wnt] {3.3}
[p. 881]
automobiel zichzelf bewegend 1896 [wnt] <Frans
automobiel motorrijtuig 1897 [wnt] <Frans {1.2.4/4.1.10}
automonteur vakman die auto's onderhoudt en herstelt 1947 [wnt auto Suppl] {4.1.13}
autonomie zelfregering 1806 [wnt] <Latijn
autonoom zelfstandig 1877 [wnt] <Frans
autoped step 1920 [Sanders 2001] <Frans {4.1.10}
autopsie lijkschouwing 1824 [wnt] <Frans
autoriseren machtigen 1301-1350 [hws] <Frans
autoritair eigenmachtig 1869-1870 [wnt] <Frans
autoriteit gezag 1240 [Claes Tw. 9] <Frans of Latijn
autostrada autosnelweg 1936 [wnt automobilisme] <Italiaans {3.2}
autotypie reproductieprocédé 1892 [wnt]
auxiliair hulp- 1649 [wnt] <Frans
avance toenaderingspoging 1784 [wnt] <Frans
avanceren voorwaarts gaan 1490 [hws] <Frans
avant-garde voorhoede 1567 [wnt] <Frans {4.1.14}
ave tussenwerpsel: groet 1501-1525 [wnt Suppl] <Latijn {4.3}
avegaar* grote boor 1404 [Toll.] {1.2.4}
Ave-Maria gebed 1236 [cg i Gent] <Latijn
avenue laan 1591 [Schulten Tw. 9] <Frans
averecht* verkeerd 1265-1270 [cg Lut.K]
averij schade aan schip of lading 1773 [wnt] <Italiaans {3.2}
aversie afkeer 1593 [wnt] <Frans
aviateur vlieger 1910 [wnt] <Frans
aviatiek luchtvaart 1911 [wnt] <Duits
avicultuur vogelteelt 1898 [wnt] <Frans
avifauna vogelwereld 1904 [wnt]
aviso vaartuig om berichten over te brengen 1614 [De Jonge iv, 24] <Spaans {3.2/4.1.11}
avitaminose ziekte ontstaan door gebrek aan vitaminen 1916 [wnt]
avocado boom, vrucht 1968 [Moderne wp voor de vrouw] <Spaans {3.2/4.1.2}
avond* tijd waarin de duisternis intreedt 901-1000 [wps] {4.1.7}
avontuur lotgeval 1236 [cg i 1, 29] <Frans
axel figuur bij kunstrijden 1984 [gvd]
axiaal de as volgend 1862 [wnt]
axioma onbewezen maar als grondslag aanvaarde stelling 1654 [wnt] <Latijn
axolotl salamanderachtige 1734 [wnt] <Spaans {3.2}
ayahuasca geestverruimende Zuid-Amerikaanse drug 1994 [De Coster 1999] <Spaans {3.2/4.1.6}
ayatollah sjiitisch schriftgeleerde 1979 [wp jaarboek 1980] <Arabisch {3.2}
azalea sierstruik 1769 [wnt] <modern Latijn
azen* gretig verlangen 1727 [wnt azen i]
azijn vloeistof uit azijnzuur en water 1285-1286 [cg i 1, 1153] <Frans {4.1.6}
Azoïcum geologisch tijdperk 1933 [De Gaay Fortman en Heidinga, Leerboek der Nat. Hist. iii, 284] <modern Latijn
azuur blauw 1350 [mnw] <Frans {4.1.5}
B2B business to business, van bedrijf tot bedrijf 2000 [Sanders 2001] <Engels
ba, bah* tussenwerpsel: uitroep van afkeer 1285 [mnw] {4.3}
baai inham 1617 [wnt] <Frans
baai weefsel 1619 [wnt] <Frans {4.1.9}
baai pijptabak 1860 [wnt] {4.1.6}
baaierd chaos 1605-1616 [wnt]
baak vast merk dat vaarwater aangeeft 1484 [mnw] {1.2.4}
baal zak 1427 [hws] <Frans
baan* weg 1340-1350 [mnw]
baan* betrekking 1739 [wnt]
baanbreker wegbereider 1858-1873 [wnt baan] <Duits
baar* draagbaar 1080 [Rey] {2.2}
baar* golf 1240 [Bern.]
baar nieuweling 1699 [Claes Tw. 11] <Indonesisch {3.2}
baar staaf metaal 1717 [wnt] <Frans
baard* haar op kin en wangen 1240 [Bern.]
baarmoeder* uterus 1542 [Claes Tw. 12]
baars* beenvis 1240 [Bern.]
baas* meerdere, hoofd 1280 [cg i 1, 462]
baat* nut 1240-1260 [vmnw]
baba gebak 1910-1914 [Bauwens] <Frans {3.1/4.1.6}
babbelaar snoepje 1872 [gvd] {4.1.6}
babbelen* praten 1784 [wnt] {3.1}
babi pangang geroosterd varkensvlees 1984 [gvd] <Indonesisch {3.2/4.1.6}
baboe kindermeisje 1859 [Multatuli, Max Havelaar, 59] <Indonesisch {3.2}
baby zuigeling 1875 [Aanv wnt] <Engels {4.1.4}
babybond obligatie met een lagere nominale waarde dan normaal 1995 [Financieel-Economische Tijd 9/12/1995] <Engels
babyboomer iem. geboren tussen 1945 en 1960 1988 [De Coster 1999] <Engels
babybox looprek 1929 [kwt] {3.3}
babyfoon apparaat dat geluiden uit de kinderkamer doorgeeft 1964 [R75] {4.1.17}
[p. 882]
baccalaureaat laagste academische graad 1824 [wei] <Frans of Latijn
baccarat kansspel met kaarten 1886 [kku] <Frans {4.1.18}
bacchanaal drinkgelag 1698 [wnt] <Latijn
bacil bacterie 1904 [wnt slijmig]
back achterspeler 1899 [dbl] <Engels
backbencher minder belangrijk politicus 1950 [De Vooys] <Engels
backgammon bordspel 1847 [kku] <Engels {4.1.18}
backpacker rugzakreiziger 1992 [Sanders 2000] <Engels
backslash typografisch teken 1992 [Peptalk] <Engels
back-up reservekopie van computergegevens 1981 [Mini/micro computer okt. 9, 20] <Engels
bacon spek 1949 [wnt asfalt] <Engels {4.1.6}
bacove bananensoort 1602 [Aanv wnt] <Portugees {3.2/4.1.2}
bacterie eencellig organisme 1868 [Aanv wnt] <Duits
bacteriofaag virus dat bacteriën attaqueert 1924 [gvd]
bacteriologie studie van de bacteriën 1889 [Picarta: titel van A.P. Fokker]
bacteriostatisch de groei van de bacteriën remmend 1961 [gvd]
bad* kuip, water waarin men zich baadt 1240 [Bern.]
badderen* zwemmen, in het water spelen 1906 [Köster Henke] {3.1}
badge speldje 1958 [R75] <Engels {1.3}
badineren schertsen 1720 [mey] <Frans
badminton balspel 1915 [Sanders 1995] <Engels {4.1.18}
baedeker reishandboek 1866 [wnt wegdampen] <Duits
bagage reisgoed 1515-1520 [hws] <Frans
bagatel kleinigheid 1631 [wnt] <Frans
bagel rond, hartig hardgebakken broodje met een gat in het midden 1999 [gvd] <Engels {4.1.6}
bagge* big 701-800 [Lex Salica] {2.2/3.2/4.1.3}
bagger* slijk 1526-1536 [mnw]
bagno deportatieoord 1824 [wei] <Italiaans {3.2}
baguette stokbrood 1976 [gvd] <Frans {3.2/4.1.6}
bahco Engelse sleutel 1994 [Kolsteren, Prisma-vreemde-wrdb.]
baht munteenheid van Thailand 1908 [Enc. Munten en Bankbiljetten] <Thai {4.1.12}
baileybrug noodbrug 1946 [De Vooys] <Engels
baisse het dalen 1847 [kku] <Frans
bajes Bargoens: gevangenis 1844 [moo] <Jiddisch {3.2}
bajonet steekwapen op een geweerloop 1682 [Toll.] <Frans {4.1.14}
bak kom, trog 1285 [cg I2, 1016] <Frans
bak* grap 1914 [gvd]
bakbeest groot, lomp voorwerp 1661 [wnt]
bakboord* linkerzijde 1599 [Kil.]
bakeliet harde kunsthars 1909 [Sanders 1993]
baken vast merk dat vaarwater aangeeft 1284 [hws] <Fries {1.2.4/3.2}
baker* kraamverzorgster 1699 [Claes Tw. 12] {1.2.5/4.1.13}
bakkebaard baard alleen op wangen 1840 [wnt] <Duits
bakkeleien bekvechten 1715 [wnt] <Indonesisch {3.2}
bakken* braden 1276-1300 [cg Lut.A]
bakken* zakken voor examen 1924 [gvd]
bakker* iemand die beroepsmatig brood e.d. bakt 1477 [Teuth.] {4.1.13}
bakkes* gezicht 1546 [Naembouck] {1.2.3/3.1}
baklava zeer zoet gebak 1992 [gvd] <Turks {3.2/4.1.6}
bakra blanke 1969 [Van Donselaar 1989] <Sranantongo {3.2}
baksjisj fooi 1886 [kku] <Turks {3.2}
bakvis meisje tussen 14 en 17 jaar 1875 [wnt] <Duits {4.1.4}
bakzeilhalen terugkrabbelen 1806-1807 [wnt] <Engels
bal* rond voorwerp 1240 [Bern.] {4.1.18}
bal danspartij 1643 [Toll.] <Frans {4.1.15}
bal gulden, (België) frank 1936 [Verschueren] <Frans {4.1.12}
balalaika snaarinstrument 1832 [wei] <Russisch {3.2/4.1.16}
balanceren zich in evenwicht houden 1734 [wnt voor ii] <Frans
balans weegschaal 1294 [cg I3, 2010] <Frans
balans evenwicht 1806 [wnt] <Frans {3.2}
balata rubbersoort 1899 [Van Donselaar 1989] <Caribische indianentaal {3.2}
balboa munteenheid van Panama 1903 [Enc. Munten en Bankbiljetten] <Spaans {3.2/4.1.12}
baldadig* roekeloos, uitgelaten 1732 [wnt]
baldakijn troonhemel 1350 [mnw] <Frans
bale-bale rustbank 1854 [Junghuhn, Licht- en schaduwbeelden 103b] <Indonesisch {3.1/3.2}
balein walvisbaard 1778 [wnt] <Frans {1.3}
balen walgen 1970 [Recht voor raap]
balg* afgestroopte huid, leren zak 1288 [Toll.]
balie toonbank, rechtbank 1290 [cg ii 1 En.Codex] <Frans
[p. 883]
baliekluiver leegloper 1860-1875 [wnt]
baljuw ambtenaar die rechtspraak doet 1237 [cg i 1, 30] <Frans
balk* stuk hout 1064 [Künzel] {2.3}
balken* schreeuwen van ezels 1704 [Claes] {3.1}
balkenbrij* spijs 1898 [gvd] {1.2.5/4.1.6}
balkon open uitbouw van huis 1663 [wnt] <Frans
ballade episch dichtstuk 1509 [Mak] <Frans
ballast last 1390 [hws] <Nederduits {3.2}
ballerina balletdanseres 1875 [Aanv wnt] <Italiaans {3.2}
ballet figuurdans 1650 [Claes] <Frans {4.1.15}
balletje-balletje* gokspel waarin een bal in een van drie bekers wordt verstopt 1985 [De Coster 1999] {3.1/4.1.18}
balling* verbannene 1237 [cg i 1, 31] {1.2.4}
ballistiek leer van de kogelbaan 1824 [wei]
ballon met gas gevulde zak 1636 [wnt] <Frans {4.1.18}
ballotage het balloteren 1824 [wei] <Frans
balloteren stemmen over toelating als lid 1808 [Aanv wnt] <Frans {3.2}
ballpoint bolpuntpen 1949 [De Vooys] <Engels
balorig* gemelijk 1637 [wnt baloorig]
balpen bolpuntpen 1975 [wp] <Engels
balsahout lichte houtsoort 1950 [gvd]
balsem zalf 1240 [Bern.] <Latijn
balsemien, balsamien plantengeslacht 1663 [Claes] <modern Latijn
balsturig* koppig 1477 [Teuth.]
balts paringsritueel 1938 [Aanv wnt] <Duits
baluster stijl, kleine zuil van balustrade 1762 [Inventarisatie nalatenschap C.O. Creutz] <Frans
balustrade hekwerk met stijlen 1825-1827 [wnt] <Frans
bamamodel onderwijsmodel van brede bachelorfase gevolgd door specialistische masterfase 2000 [Sanders 2001] <L {3.4}
bambino kleine jongen 1886 [kku] <Italiaans {3.2}
bamboe grasachtige plantengeslachten 1596 [wnt] <Indonesisch {3.2}
bami Chinees gerecht 1897 [Aanv wnt] <Chinees of Maleis {3.2/4.1.6}
bamzaaien loten wie het gelag zal betalen 1943 [Aanv wnt]
ban* afkondiging, uitsluiting 995 [Gysseling 1960] {2.3}
ban betovering 1898 [Theissen 1975] <Duits
banaal alledaags 1866 [wnt] <Frans
banaan plant, vrucht 1596 [wnt] <Portugees {3.2/4.1.2}
bananenschot hoogtebal 1984 [gvd] <Engels
bancair met betrekking tot banken 1984 [gvd] <Frans
banco bankgeld 1611 [De Bruijn Tw. 10] <Italiaans {3.2}
banco vijftig gulden 1999 [R99] {4.1.12}
band* strook stof om te binden 1100-1150 [Rey] {2.2}
band boekdeel 1734 [wnt] <Duits
band muziekkorps 1929 [Aanv wnt] <Engels
bandage verband 1768 [Aanv wnt] <Frans
banderilla gepunte stok met vlaggetje 1886 [kku] <Spaans {3.2}
banderol strook met opschrift 1588 [Claes] <Frans
bandiet struikrover 1599-1607 [Toll.] <Duits
bandijk* rivierdijk 1284 [mnw] {3.1}
bandoneon toetsinstrument 1912 [kku] <Duits {3.2/4.1.16}
bandrecorder apparaat voor het weergeven van een bandopname 1957 [wp jaarboek 1958] {3.3/4.1.17}
bandy balspel op ijs 1892 [Amsterdamsche Hockey- en Bandy Club] <Engels {4.1.18}
banen* een weg maken 1401-1500 [mnw]
bang* angstig 1350 [mnw]
bang tussenwerpsel: nabootsing van geluid 1961 [gvd] <Engels {5}
banier vaandel 1285 [cg Rijmb.] <Frans
banistiek kennis van vlaggen 1976 [gvd]
banjo snaarinstrument 1899 [dbl] <Engels {4.1.16}
bank* meubelstuk 1240 [Bern.] {4.1.9}
bank geldbank 1467 [hws] <Italiaans {1.1/3.2}
banket feestmaal 1483 [hws] <Frans
banket gevuld gebak 1714 [wnt] <Frans {4.1.6}
bankier hoofd van bank, geldhandelaar 1451-1454 [hws] <Frans {4.1.13}
bankroet bankbreuk, faillissement 1555 [Claes] <Frans
bantamgewicht gewichtsklasse in vechtsport 1933 [Sanders 1995] <Engels
banzai tussenwerpsel: Japanse heilgroet 1929 [kwt] <Japans {3.2/4.3}
baptist doopsgezinde 1856 [wnt vereenigd] <Frans {4.1.8}
bar* naakt 820-822 [Gysseling 1960: 90] {2.3}
bar* bijwoord van graad: erg 1850 [wnt]
bar tapkast 1886 [kku] <Engels
bar eenheid van luchtdruk 1950 [gvd] <Duits {3.2}
barak eenvoudig gebouw 1673 [Claes] <Frans
barbaar onbeschaafd persoon 1348 [mnw] <Frans
[p. 884]
barbarisme leenwoord in strijd met de eigen taalnormen 1780 [wnt] <Frans of Latijn
barbecue grill 1963 [R75] <Engels
barbeel beenvis 1287 [cg NatBl] <me Latijn
barbiepop speelpopje aangekleed als volwassen vrouw 1990 [De Coster 1999] {4.1.18}
barbier kapper 1343-1344 [mnw] <Frans {4.1.13}
barbituurzuur organisch zuur 1950 [Kleine wp 157]
barcode streepjescode 1984 [gnn] <Engels
bard (Keltisch) dichter 1772 [wnt] <Duits {3.2}
barderen vlees met spek omwikkelen 1961 [gvd] <Frans
barebacking onveilige seks met iemand die mogelijk besmet is met hiv 1999 [Sanders 2000] <Engels {4.4}
baren* ter wereld brengen 901-1000 [wps]
baret muts 1573 [Claes] <Frans {4.1.9}
barg* gecastreerd mannelijk varken 701-800 [Lex Salica] {2.2/4.1.3}
barg* overdekte hooibergplaats 1022 [Slicher] {2.4}
bariet bariumsulfaat 1824 [wei]
bariton mannenstem tussen bas en tenor 1772 [Bouvink] <Duits {3.2/4.1.16}
barium chemisch element 1847 [kku] <modern Latijn
bark type zeilschip 1370 [mnw] <Frans {4.1.11}
barkas zwaarste sloep 1718 [Van Donselaar Woordenaar 2, 1] <Frans {4.1.11}
barkeeper barman 1912 [kku] <Engels {4.1.13}
barmhartig mededogen hebbend 1270-1290 [cg ii Nederrijns Moraalb.] <Duits
bar mitswa feestelijk gevierde meerderjarigheid van joodse jongen 1929 [De Vries, Joodsche riten en symbolen] <Hebreeuws {3.2/4.1.7}
barn eenheid van oppervlakte in atoomfysica 1975 [wp] <Engels
barnen* in vuur en vlam staan 1174 [Künzel] {2.3}
barnsteen harde hars, amber 1315 [hws] <Nederduits {3.2}
barograaf zelfregistrerende barometer 1886 [kku]
barok grillig gevormd 1824 [wei] <Frans
barok bepaalde stijlperiode 1879 [wp, dl. 12, 299] <Duits
barometer toestel dat luchtdruk meet 1778 [wnt] <Frans
baron adellijke titel 1240 [Bern.] <Frans {1.2.3}
barouchet type rijtuig 1856 [Aanv wnt] <Frans {4.1.10}
barracuda beenvis 1984 [gvd] <Spaans {3.2}
barrage versperring 1929 [kwt] <Frans
barrel Engelse en Amerikaanse inhoudsmaat 1847 [kku] <Engels
barrevoets* blootsvoets 1540 [mnw]
barricade straatversperring 1669 [Claes] <Frans
barrière versperring 1650 [Claes] <Frans
bars nors 1617 [Toll.] <Nederduits {3.2}
barsten* splijten 1270-1290 [cg ii Nederrijns Moraalb.]
barstensvol* stampvol 1824 [wnt ei] {4.4}
barysfeer aardkern 1950 [gvd]
barzoi, borzoi hondensoort 1912 [kku] <Russisch {3.2/4.1.3}
bas laagste stem 1552 [Claes] <Italiaans {3.2/4.1.16}
bas Bargoens: stuiver, dubbeltje 1860 [Endt] <Jiddisch {3.2/4.1.12}
basaal aan de basis 1933 [Aanv wnt] <Engels
basalt hard gesteente 1778 [Sanders 1995] <Frans
bascule weegwerktuig 1847 [kku] <Frans
base loog 1863 [kku] <Frans
baseball honkbal 1912 [kku] <Engels {4.1.18}
baseballpetje pet met klep 1994 [inl Corpus GP94-1.SGZ] {4.1.9}
basen cocaïne roken via een waterpijp 1982 [R84] <Engels
baseren doen steunen 1798 [wnt uitvinden] <Frans {3.2}
basilicum bazielkruid 1250 [cg ii 1 Gen.rec.] <Latijn {1.3/4.1.6}
basiliek christelijke kerk 1869 [wnt] <Frans
basilisk fabeldier 1240 [Bern.] <Latijn
basis grondslag 1618 [wnt] <Latijn
basisch op de wijze van een base 1868 [wnt waterstof]
basketbal spel waarbij bal door ring met net wordt gegooid 1924 [Aanv wnt] <Engels {4.1.18}
bas-reliëf halfverheven beeldwerk 1777 [mey] <Frans
bassen* blaffen 1287 [cg NatBl] {3.1}
basset hondensoort 1865 [kvw] <Frans {4.1.3}
bassethoorn blaasinstrument 1824 [wei] {4.1.16}
bassin waterbekken 1824 [wei] <Frans
bast* schors 1105 [Rey] {2.2}
basta tussenwerpsel: genoeg! 1617 [wnt] <Spaans of Italiaans {3.2/4.3}
bastaard onwettig kind, rasloos dier 1273 [cg i 1, 250] <Frans {4.1.4}
bastion bolwerk 1602 [Schulten Tw. 9] <Frans
bat slaghout 1866 [Alg. Ned. Enc.] <Engels
bataat zoete aardappel 1565 [wnt] <Spaans {3.2/4.1.6}
[p. 885]
bataljon troepeneenheid 1592 [Schulten Tw. 9] <Frans {4.1.14}
batch groep gegevens die in één keer wordt verwerkt 1976 [accu-map, bul. 15, 25/2, 33] <Engels
baten* voordeel brengen 1265-1270 [cg Lut.K]
bathometer dieptemeter 1847 [kku]
bathysfeer toestel voor diepzeeonderzoek 1984 [gvd]
batik gebatikte doek 1721 [Aanv wnt] <Indonesisch {3.2/4.1.9}
batist zacht doek 1827-1830 [Olivier, Land- en zeetogten in Nederland's Indië] {4.1.9}
batsman die het bat hanteert (bij cricket) 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 16b] <Engels
batterij artillerieafdeling 1599 [wnt] <Frans {4.1.14}
batterij toestel waarin elektrische energie is opgeslagen 1889 [wnt] <Frans
baud eenheid van transmissiesnelheid 1975 [wp]
bauxiet mineraal 1871 [Sanders 1995]
bavaroise ijsgerecht 1886 [kku] <Frans {4.1.6}
baviaan hondsaap 1573 [Claes Tw. 11] <Frans {4.1.3}
bazaar marktplaats 1572 [Dozy, Oosterlingen] <Perzisch
bazelen* onsamenhangend spreken 1793 [wnt] {3.1}
bazooka antitankwapen 1948 [Aanv wnt] <Engels {4.1.14}
bazuin blaasinstrument 1240 [Bern.] <Frans {4.1.16}
beagle hondensoort 1863 [Rijnhart i, 494b] <Engels {4.1.3}
beambte functionaris 1729 [wnt]
beamen instemmen met 1678 [wnt]
bearnaise botersaus 1886 [kku] <Frans {4.1.6}
beatmusic ritmische popmuziek 1969 [wp Suppl 1969] <Engels {4.1.16}
beatnik protesterende schrijver 1962 [R75] <Engels
beaufortschaal schaal voor windkracht 1885 [wnt windkracht]
beaujolais rode wijnsoort 1933 [Kath. Enc.] <Frans {1.2.3/4.1.6}
beau monde de uitgaande wereld 1765 [Aanv wnt] <Frans
beauty schoonheid 1903 [Prick 1903] <Engels
bébé lange Indische jurk 1910 [Prick 1910] <Indonesisch {3.1/3.2}
bebop bepaalde stijl van jazz en dans 1954 [Aanv wnt] <Engels {4.1.16}
bechamelsaus melksaus 1847 [kku] {4.1.6}
becquerel eenheid van radioactiviteit 1906 [wp]
bed* slaapplaats 1100 [Willeram] {4.1.9}
bedaagd* niet jong meer 1546 [Naembouck]
bedankje* dankbetuiging 1839 [wnt]
bedaren* (zich) kalmeren 1451-1500 [mnw]
bede* gebed 901-1000 [wps]
bedeesd* verlegen 1615 [wnt wederom]
bedelen* aalmoezen vragen 1501-1525 [mnw] {3.1}
bederven* beschadigen 1265-1270 [cg Lut.K]
bedevaart* reis naar heilige plaats 1240 [Bern.] {3.1}
bediende hulp 1704 [Hannot&Hoogstraten] <Duits
bedillen* bevitten, beredderen 1599 [Kil.]
bedingen* bij overeenkomst bepalen 1546 [Naembouck]
bedisselen* regelen 1600 [wnt]
bedoelen* zich ten doel stellen, aanduiden 1731-1735 [wnt]
bedompt* benauwend 1620 [wnt]
bedonderd* beroerd 1676-1700 [wnt]
bedotten* misleiden 1573 [Plantijn]
bedrag* geldsom 1288 [cg I2, 1255]
bedremmeld* beteuterd 1642 [wnt]
bedreven* ervaren 1573 [Plantijn]
bedriegen* misleiden 901-1000 [wps]
bedrijf* beroepswerkzaamheid 1293 [cg I3, 1944] {1.2.3}
bedrijf* deel van een toneelstuk 1704 [Hannot&Hoogstraten] {1.2.3}
bedroeven* verdriet aandoen 1265-1270 [cg Lut.K]
bedrog* bedriegerij 1265-1270 [cg Lut.K]
bedruipen, zich(zelf)* financieel voor zichzelf kunnen zorgen 1539 [Sartorius, Centuria Syntaxeon 11]
bedstee* ingebouwde slaapplaats 1240 [Bern.] {3.1/4.1.9}
beducht* bevreesd 1539 [hws]
beduiden* betekenen 1301-1400 [mnw]
beduimelen* door herhaald aanvatten bevlekken 1782 [wnt] {3.1}
beduusd* beteuterd 1855 [wnt vreemd]
bedwelmen* benevelen 1401-1425 [mnw]
beek* smal stromend water 814 [Claes] {2.3}
beeld* afbeelding, voorstelling 901-1000 [wps]
beeldscherm* scherm van tv of computer 1961 [Aanv wnt] {1.3/3.1}
beeldschoon zeer mooi 1866 [wnt] <Duits {4.4}
beeltenis afbeelding 1569 [Dasypodius] <Duits
beemd* weiland 1208-1209 [Claes] {2.3}
[p. 886]
been* onderste lichaamsdeel 1100 [Willeram] {1.2.3/1.2.6}
been* bot 1477 [Teuth.] {1.2.3/1.2.5/1.2.6}
beer* mensendrek, gier 709 [Claes Tw. 11] {2.3}
beer* roofdier 1260-1280 [cg ii 1 Nibel.] {4.1.3}
beer* mannetjesvarken 1287 [cg NatBl] {4.1.3}
beer schuld 1856 [wnt] <Duits
beerenburg kruidenbitter 1909 [wnt water] <Fries {3.2/4.1.6}
beest dier 1253 [cg i 1, 45] <Frans
beet* hap 1240 [Bern.] {1.2.6}
beetje* klein deel, klein aantal 1646 [wnt] {1.2.6}
beetwortel suikerbiet 1652 [wnt]
bef Bargoens: vrouwelijk geslachtsdeel 1510 [Liber Vagatorum] <? {3.5/4.4}
bef witte doek voor de borst 1599 [Kil.] <Frans of Latijn
befaamd vermaard 1535 [hws]
beffen cunnilingus bedrijven 1972 [Aanv wnt] <? {3.5/4.4}
begaafd* talentvol 1450 [mnw]
begaving* flauwte, toeval 1865-1870 [wnt] {4.4}
begeerte* verlangen 1298 [cg i, 2508]
begeesteren in geestdrift brengen 1815 [wnt] <Duits
begeren* verlangen 1260-1280 [cg ii 1 Wrake R.]
begiftigen* beschenken met 1477 [Teuth.] {3.1}
begijn lid van bepaalde kloosterlijke lekengemeenschap 1266 [cg i, 64] <me Latijn {4.1.8}
beginnen* aanvangen 901-1000 [wps]
begonia plantengeslacht 1874 [wnt tuinbouw] <modern Latijn
begrafenis* het begraven 1450 [hws] {3.1}
begrijpen vatten, omvatten 1240 [Bern.] <Duits
begrip inzicht, idee 1265-1270 [cg Lut.K] <Duits
beha bustehouder 1950 [Aanv wnt] <L {3.4}
behagen* aangenaam zijn 1201-1225 [cg ii 1 Floyris]
behalve* voorzetsel 1265-1270 [cg Lut.K] {4.2}
behartigen* zorgen voor 1488 [hws] {3.1}
behaviorisme richting in psychologie 1928 [Aanv wnt] <Engels
behelzen* inhouden 1265-1270 [cg Lut.K]
behendig* handig 1240 [Bern.]
behept* lijdend aan een zedelijk gebrek 1691 [wnt]
beheren* besturen 1357 [mnw]
behoefte* wat men nodig heeft, gebrek 1253 [cg i]
behoefte* ontlasting 1898 [gvd] {4.4}
behoeven* nodig hebben of zijn 1201-1225 [cg ii 1 Floyris]
behoren* toebehoren, nodig zijn, passen 1240 [Bern.]
behoudens* voorzetsel 1860 [wnt] {4.2}
bei bes 1287 [cg NatBl] <Frans {4.1.2}
bei Barbarijse vorst 1542 [wnt] <Turks {3.2}
beide* telwoord 1100 [Willeram] {2.5/4.2}
beiden* wachten 901-1000 [wps]
beieren* luiden 1373 [hws] {3.1}
beige grijsachtig geel of bruin 1897 [Aanv wnt] <Frans {4.1.5}
beignet gebak 1875 [wnt appel] <Frans {4.1.6}
beissie Bargoens: dubbeltje 1844 [moo] <Jiddisch {3.2/4.1.12}
beitel* stuk gereedschap 1320 [Claes Tw. 11] {3.1}
beitsen kleuren met beits 1892 [wnt] <Duits
bejaard* oud 1734 [wnt] {4.1.4}
bejegenen* behandelen 1350 [mnw]
bek snavel, mond 1240 [Bern.] <Frans
bekaaid slecht, ongunstig 1611-1620 [wnt bekaaien]
bekaf uitgeput door te hard lopen 1615 [wnt]
bekattering Bargoens: uitbrander, bekeuring 1906 [moo] <Jiddisch {1.2.3/3.2}
bekend* vermaard 1265-1270 [cg Lut.K]
bekend* kennende 1300 [mnw]
bekennen* bespeuren, erkennen 901-1000 [wps]
bekennen* gemeenschap hebben 1351-1400 [mnw] {4.4}
bekentenis* het erkennen 1552 [Apherdianus 64r] {3.1}
beker drinkgereedschap 1284 [cg i Dordrecht] <Latijn
bekeren* tot inkeer brengen 901-1000 [wps]
bekeuren* verbaliseren 1240 [Bern.]
bekken kom 1240 [Bern.] <me Latijn
bekken ring van de heupbeenderen 1702 [wnt] <me Latijn {3.2}
bekken slaginstrument 1881 [wnt] {4.1.16}
beklijven* gedijen 1265-1270 [cg Lut.K]
beklijven* (bij)blijven 1350 [mnw]
beknopt* kort samengevat 1603 [Toll.]
bekocht afgezet 1237 [cg i 1, 32]
bekokstoven heimelijk regelen 1900 [wnt kokstoven]
bekommeren met zorg vervullen 1276-1300 [cg Lut.A]
bekommernis* bezorgdheid 1569 [wnt] {3.1}
bekomst* zoveel als iem. behaagt 1526 [wnt] {3.1}
bekoren* aantrekken 1530 [wnt]
bekrompen* niet ruim 1774 [wnt]
[p. 887]
bekwaam* kundig 1265-1270 [cg Lut.K]
bel* een schel 1236 [cg i Gent]
bel* gasbolletje 1586 [wnt bel iii]
bel geluidseenheid 1950 [gvd]
belabberd* akelig 1451-1500 [mnw]
belagen* bedreigen 1285 [cg Rijmb.]
belang* voordeel, belangstelling 1265-1270 [cg Lut.K]
belazerd bedonderd 1874 [wnt]
belcanto zingen volgens de Italiaanse techniek 1920 [Aanv wnt] <Italiaans {3.2}
beledigen krenken 1588 [Kil.] <Duits
beleefd* hoffelijk 1613 [wnt]
beleg* insluiting van een vesting 1351-1400 [mnw] {1.2.6}
beleg* wat men op een boterham legt 1976 [gvd] {1.2.6/1.4/3.1}
beleid* wijze van handelen 1291 [cg i 1, 1563]
beleidsporno bureaucratische stukken zonder inhoud 2000 [Sanders 2001] {4.4}
belemmeren* (ver)hinderen 1285 [cg Rijmb.] {3.1}
bel-etage onderste verdieping 1866 [wnt nis] {3.3}
beletten* verhinderen 1254 [vmnw]
belevenis ervaring 1918 [Picarta: Schönfeld, mijn pastorale belevenissen] <Duits {3.2}
belezen veel gelezen hebbend 1782 [wnt] <Duits
belfort toren met klokken 1276 [cg i 1, 306] <Frans
belgen* toornig maken 901-1000 [wps]
belhamel* aanvoerder 1562 [Naembouck]
believen* behagen 1419 [mnw]
belijden* (een geloof) aanhangen, bekennen 1282 [cg i 1, 662]
belijdenis* getuigenis omtrent zijn geloof 1637 [wnt] {3.1}
belladonna wolfskers 1775 [hou ii, 4, 231] <Italiaans {3.2}
bellefleur appel 1778 [wnt] <Frans {4.1.2}
bellenblazen* bellen maken door te blazen in een pijpje met zeepsop 1750 [Hallema, Kinderspelen 186] {4.1.18}
bellettrie (beoefening van de) schone letteren 1881-1888 [wnt] {3.3/5}
beloega walvisachtige 1847 [kku] <Russisch {3.2/4.1.3}
beloven* toezeggen 1240 [Bern.] {1.2.4}
bel paese handelsnaam van een Italiaanse kaassoort 1968 [wp voor de vrouw] <Italiaans {3.2/4.1.6}
belvédère uitzichttoren 1824 [wei] <Frans
bemiddeld welgesteld 1844 [wnt velerlei] <Duits
bemoeien* zich mengen in 1637 [Statenvertaling; 1 Petrus 4:15]
ben tenen mand 1430 [hws] <Frans
benard* benauwd 1626 [wnt benarren]
bende troep 1525 [wnt] <Frans
beneden* voorzetsel 1236 [cg i 1, 29] {4.2}
beneden* bijwoord van plaats 1285 [cg Rijmb.]
benedictie zegening 1236 [cg i 1, 24] <Latijn
benedictijn monnik van de orde van Sint-Benedictus 1644 [wnt orde] <me Latijn {4.1.8}
benedictine Franse likeur 1912 [kku] <Frans {4.1.6}
benedijen zegenen 1220-1240 [cg ii 1 Aiol] <Latijn
benefice voordeel 1790 [wnt cognac] <Frans
beneficiair onder beneficie 1929 [kwt] <Frans
beneficie voorrecht 1462 [hws] <Latijn
benefiet voorstelling ten bate van een goed doel (persoon of zaak) 1830 [Aanv wnt] <Engels
benepen* benauwd 1599-1607 [Kil.]
beneveld* dronken 1884 [gvd]
benevens* voorzetsel 1624 [wnt] {4.2}
benevolentie welwillendheid 1507 [hws] <Latijn
Bengaals vuur bepaald vuurwerk 1847 [kku]
bengel* deugniet 1635 [wnt] {3.1}
bengelen* heen en weer slingeren 1897 [wnt]
benieuwd* nieuwsgierig 1642 [wnt]
benijden* jaloers zijn 1265-1270 [cg Lut.K]
benjamin jongste zoon 1649 [wnt] <Hebreeuws {3.2}
bent* grassoort 918-948 [Künzel] {2.3}
bent genootschap 1698 [wnt bende]
benul* begrip 1862 [wnt beslenteren]
benutten gebruiken 1801 [wnt] <Duits
benzedrine handelsnaam voor amfetamine 1960 [Aanv wnt] {4.1.6}
benzine brandstof 1864 [Toll.] <Duits
benzinemotor met benzine aangedreven explosiemotor 1900 [wnt verlichting i] {4.1.10}
benzol een koolwaterstof 1867 [Aanv wnt] <Duits
beo zangvogel 1883 [Java-Bode 1/9, 1b] <Indonesisch {3.2}
beogen* op het oog hebben 1612 [wnt]
bepalen vaststellen 1704 [Hannot&Hoogstraten]
beraad* overleg 1265-1270 [cg Lut.K]
beraadslagen* overleggen 1562 [Toll.]
beregoed* zeer goed 1966 [R75] {4.4}
bereid* gereed 1301-1325 [mnw]
bereid* genegen 1400 [mnw]
[p. 888]
bereiken* aankomen 1350 [mnw]
beren schulden maken 1898 [gvd]
berenlul* kroket of frikadel 1987 [De Coster 1999] {3.1/4.1.6}
beresterk* zeer sterk 1971 [Vertaling Vonnegut, Welkom op aperots] {4.4}
berg* grote heuvel, hoop 865 [Claes] {2.3}
bergeend* eendachtige 1598 [wnt]
bergen* in veiligheid brengen 1642 [wnt]
bergen* opbergen 1784-1785 [wnt]
beriberi ziekte 1661 [wnt] <Indonesisch {3.1/3.2}
berichten* mededelen 1200 [cg ii 1 Servas] {1.2.4}
berin* wijfjesbeer 1287 [vmnw]
berispen* laken 1265-1270 [cg Lut.K]
berk* boomsoort 1050 [Prisma NPl.] {2.3}
berkelium chemisch element 1960 [ensie] <modern Latijn
berm* strook langs weg 1288 [cg I2, 1297] {3.1}
bernage plantengeslacht 1272 [cg i 1, 214] <Frans
beroemd vermaard 1542 [Dasypodius] <Duits
beroep* appèl, herziening van vonnis aan hogere rechter vragen 1292 [cg I3, 1717]
beroep* werkkring 1642 [wnt]
beroepsverbod verbod een bepaalde overheidsfunctie uit te oefenen 1984 [gnn] <Duits {3.2}
beroerd* ellendig 1704 [Hannot&Hoogstraten] {1.2.3}
beroerte* verlamming door bloeduitstorting in de hersenen 1667 [wnt] {4.4}
berokkenen* veroorzaken 1595 [wnt]
berooid arm 1488 [mnw] <Fries {3.2}
berouwen* spijt doen hebben 901-1000 [wps]
berserkerwoede extatische strijdwoede 1847 [Aanv wnt] <Duits
berucht* ongunstig bekend 1704 [Hannot&Hoogstraten] {1.2.3}
beryllium chemisch element 1847 [kku] <modern Latijn
bes* kleine vrucht 1350 [Toll.] {4.1.2}
bes* oudje 1704 [Hannot&Hoogstraten] {4.1.4}
beschaafd* zorgvuldig opgevoed 1699 [Claes Tw. 12]
beschadigen* schade toebrengen 1445 [mnw] {3.1}
bescheid* geschreven stuk 1631 [wnt]
bescheiden* ingetogen 1276-1300 [cg Lut.A]
beschermen* behoeden 901-1000 [wps]
bescheurkalender scheurkalender met geestigheden 1973 [Sanders 1999] {4.4}
beschikken* regelen 1265-1270 [cg Lut.K]
beschouwen* overwegen, houden voor 1240 [Bern.]
beschroomd* bedeesd 1599-1607 [Kil.]
beschuit baksel 1343-1345 [mnw] <Frans {4.1.6}
beschuldigen* ten laste leggen 1256-1299 [mnw] {3.1}
beschutten* beschermen 1285 [cg Rijmb.]
beseffen* goed begrijpen 1287 [cg NatBl]
besjoemelen bedotten 1924 [moo] <Duits {3.2}
beslaan* bekleden, bedekken met iets 1220-1240 [cg ii 1 Aiol]
beslaan* een paard voorzien van hoefijzers 1599 [wnt kil]
beslag* meel met water aangelengd 1401-1450 [mnw]
beslechten* een eind maken aan 1503 [mnw]
beslissen* besluiten 1550 [wnt]
beslommering* zorg 1642 [wnt]
besmeuren* vuilmaken 1401-1500 [mnw]
besmuikt* in stilte, geniepig 1898 [gvd]
besnijdenis* het wegnemen van de voorhuid 1480 [hws] {3.1}
besogne zaak, beslommering 1299 [cg I4, 2603] <Frans
bespieden* beloeren 1285 [cg Rijmb.]
bespreken praten over iets 1847 [Vd Sijs 1996] <Duits {1.4}
best* overtreffende trap van goed 1236 [cg i 1, 21]
bestand* wapenstilstand 1299-1356 [mnw]
bestand* opgewassen tegen 1731-1735 [wnt]
bestand verzameling gegevens, beschikbare hoeveelheid 1903 [wnt z.j.] <Duits
besteden* gebruiken voor 1277 [cg i 1, 354]
bestek* plan 1514 [hws]
bestek eetgerei 1934 [Theissen 1978] <Duits
bestekamer wc 1657 [wnt] {4.4}
bestel* ordening, regeling 1350 [mnw]
bestellen* bezorgen (van brieven) 1534 [hws]
bestemmen* aanwijzen 1348 [hws]
bestendig blijvend 1569 [wnt] <Duits
bestiaal beestachtig 1596 [Linschoten 195] <Frans
bestialiteit beestachtigheid 1720 [mey] <Frans
bestieren* leiden 1285 [cg Rijmb.]
bestseller succesboek 1931 [kwt] <Engels
bèta de Griekse letter b 1847 [kku] <Grieks {3.2}
betalen* schulden voldoen 1270 [cg i 1 167]
betamelijk* gepast 1296 [cg I4, 2279]
betamen* behoorlijk zijn 1236 [cg i 1, 28]
bête dom 1824 [wei] <Frans
betekenis* inhoud 1240 [vmnw] {3.1}
betel blad van plant waarop men kauwt 1596 [wnt areca Suppl] <Portugees {3.2/4.1.6}
[p. 889]
beter* vergrotende trap van goed 901-1000 [wps] {2.5}
beteuterd* onthutst 1616 [wnt trouwen ii]
betichten* beschuldigen 1298 [cg I4, 2524]
betijen* begaan 1300 [mnw]
betjah fietstaxi 1961 [gvd] <Indonesisch {3.2/4.1.10}
betoeterd* gek 1903 [wnt z.j.]
betogen* trachten aan te tonen 1236 [cg i 1, 29]
beton bouwmateriaal 1847 [kku] <Frans
betoog* bewijsvoering 1342 [mnw]
betovergrootmoeder* moeder van iemands overgrootouder 1763 [wnt sterven] {4.1.4}
betovergrootvader* vader van iemands overgrootouder 1839 [wnt verbreeden] {4.1.4}
betrachten in acht nemen 1622 [wnt]
betrappen* verrassen 1265-1270 [cg Lut.K]
betreffende* voorzetsel 1784-1785 [wnt] {4.2}
betrekkelijk* in verband staande met 1667 [wnt]
betrekking* werkkring 1866 [wnt]
betten* bevochtigen 1460 [mnw]
betuigen* verzekeren 1270 [cg i 1, 186]
betuttelen kleine verbeteringen aanbrengen 1632 [wnt wezen ii]
betweter* die alles beter weet 1600 [wnt]
betwijfelen ergens aan twijfelen 1847 [Vd Sijs 1996] <Duits {1.4}
beu* zat 1621 [wnt]
beugel* ijzeren ring 1339-1345 [mnw] {3.1}
beugelen* een bal door een beugel rollen 1424 [mnw cloot] {4.1.18}
beuk* boomsoort 806 [Claes] {2.3}
beuk* schip van een kerk 1477 [Teuth.]
beuken* hard slaan 1406 [mnw] {3.1}
beul* scherprechter 1481 [mnw]
Beulemans slecht Frans 1914 [Aanv wnt] {4.4}
beun viskaar 1580 [wnt water]
beunhaas onbevoegd werker 1649 [wnt] <Nederduits {3.2}
beuren* tillen 1280 [cg I2, 1262]
beurs portemonnee 1240 [Bern.] <me Latijn
beurs handelsbeurs 1612 [Vd Sijs 1998] {1.2.5}
beurs* zacht 1829 [H. Martin, Beredeneerd Nederduitsch Wrdb.]
beurt* geregelde volgorde 1445 [mnw]
beuzelen* onzin vertellen 1573 [Plantijn]
bevallen* behagen 1285 [cg Rijmb.]
bevallen* een kind baren 1616 [wnt]
bevallig* gracieus 1704 [Hannot&Hoogstraten]
bevelen* gelasten 1100 [Willeram]
bevelhebber* commandant 1532-1537 [mnw] {3.1/5}
beven* trillen 901-1000 [wps]
bever* knaagdier 918-948 [Künzel] {2.3/4.1.3}
bevestigen* vastmaken 1410 [mnw] {3.1}
bevoegd gerechtigd 1698 [wnt] <Duits
bevorderen* de ontwikkeling begunstigen 1500-1536 [mnw]
bevredigen* voldoen aan een behoefte 1784-1785 [wnt] {3.1}
bevrijden* vrijmaken 1351-1400 [hws] {1.2.4}
bevroeden* begrijpen 1265-1270 [cg Lut.K]
bewaren* houden, handhaven 1220-1240 [cg ii 1 Aiol]
bewegen* in beweging brengen of zijn 1301-1400 [mnw]
beweging* groep, partij 1886 [wnt]
beweren zeggen 1477 [Teuth.] <Duits
bewerkstelligen uitvoeren 1769-1811 [wnt] <Duits
bewijzen* aantonen 1240 [Bern.]
bewind* bestuur 1351-1400 [mnw]
bewonderen eerbied hebben 1827 [wnt] <Duits {1.4}
bewust bekend, bedoeld 1638 [wnt] <Duits
bewusteloos buiten bewustzijn 1819 [Vd Sijs 1998] <Duits
bezaan achterste gaffelzeil 1480 [hws]
bezadigd* bedaard 1598 [wnt]
bezant gouden munt 1291-1300 [cg Luiks Diat.] <me Latijn
bezem* werktuig om te vegen 1240 [Bern.] {3.1}
bezemstuiver* munt 1652-1662 [wnt] {4.1.12}
bezeren* zeer doen 1480 [mnw]
bezeten* krankzinnig 1265-1270 [cg Lut.K]
bezetten* innemen, vervullen 1240 [Bern.]
bezichtigen* bezien 1540 [hws] {3.1}
bezig* werkzaam 1240-1260 [cg i 1, 69]
bezigen* gebruiken 1401-1500 [mnw]
bezijden* voorzetsel 1285 [cg Rijmb.] {4.2}
bezinnen* nadenken 1477 [Teuth.]
bezitten* (in bezit) hebben 1240 [vmnw] {1.2.1/1.2.5}
bezoedelen bevlekken 1562 [Toll.] <Duits
bezoldigen salaris geven 1642 [wnt] {3.1}
bezonnen* bedachtzaam 1879 [wnt]
bezuren* voor iets boeten 1285 [cg Rijmb.]
bezwaar* last, moeite 1605 [wnt]
bezwijken* sterven 1682 [wnt] {4.4}
bezwijken* niet kunnen weerstaan 1784-1785 [wnt]
biatlon combinatie van langlauf en schieten 1960 [Guinness Olympische Spelen boek] <Engels {4.1.18}
bibberen* rillen 1794 [Toll.] {3.1}
bibliofiel boekenliefhebber 1872 [gvd]
[p. 890]
bibliografie literatuurlijst, boekbeschrijving 1824 [wei] <Latijn
bibliothecaris beheerder van bibliotheek 1682 [wnt] <Latijn
bibliotheek plaats met verzameling boeken 1552-1553 [Claes Tw. 11] <Frans
biblist bijbelkenner 1540 [hws]
biceps tweehoofdige opperarmspier 1793 [wnt twee] <Latijn {3.2}
biconcaaf dubbelhol (van lenzen) 1847 [kku]
biconvex dubbelbol (van lenzen) 1847 [kku]
bidbook prospectus i.v.m. overname of vestigingsplaats 1995 [De Coster 1999] <Engels
bidden* gebed richten tot God, smeken 901-1000 [wps]
bidet zitbad 1847 [kku] <Frans
bidon blikken veldfles 1912 [kku] <Frans
biecht* belijdenis (van zonden) 901-1000 [wps] {1.2.3}
bieden* geven, aanbieden 1240 [Bern.]
biedermeier stijlperiode van 1815 tot 1850 1940 [wnt vaas] <Duits {3.2}
biefstuk lap vlees van de bovenbil 1832 [wei] <Engels {1.2.5/4.1.6}
biel(s) dwarsligger 1914 [gvd] <Frans {1.2.4}
biënnale tweejaarlijkse tentoonstelling of concours 1948 [kwt]
bier alcoholhoudende drank 1240 [Bern.] <Latijn {1.1/4.1.6}
bies* plantengeslacht 972 [Claes Tw. 11] {2.3}
bies* boordsel aan kleding 1854 [wnt]
biest* eerste melk na het kalven 1351-1400 [mnw] {4.1.6}
biet plant 1240 [Bern.] <Latijn {4.1.6}
bietsen bedelen 1950 [Aanv wnt] <Engels
bifocaal met twee brandpunten 1949 [wnt tri-f.]
big* jong van het varken 1573 [Plantijn] {3.2/4.1.3}
bigamie dubbel huwelijk 1658 [mey] <Frans
big bang de oerknal 1975 [wp] <Engels {1.2.6}
biggelen* (van tranen) naar beneden rollen 1599 [Kil.]
bij* voorzetsel 901-1000 [wps] {2.5/4.2}
bij* insect 970 [Künzel] {2.3}
bijbel de Heilige Schrift 1285 [cg Rijmb.] <Latijn
bijgeloof* superstitie 1595 [wnt]
bijkans bijwoord van hoedanigheid: bijna 1432-1468 [mnw]
bijl* werktuig 1240 [Bern.] {4.1.14}
bijlage geschrift ter aanvulling 1729 [wnt] <Duits
bijlander* platboomd vaartuig 1702 [wnt] {4.1.11}
bijna* bijwoord van hoedanigheid: op weinig na 1276-1300 [cg Lut.A]
bijou kleinood 1690 [Aanv wnt] <Frans
bijslaap* geslachtsgemeenschap 1656 [wnt]
bijspijkeren goedmaken, het achtergeblevene gelijk brengen 1855 [wnt]
bijster* bijwoord van graad: zeer 1598 [wnt]
bijster* niet meer wetend 1642 [wnt]
bijt* gat in het ijs 1301-1350 [mnw] {1.2.6}
bijten* de tanden in iets zetten 1240 [Bern.] {1.2.5/1.2.6}
bijval toejuiching 1818 [wnt resultaat] <Duits
bijvallen* de zijde kiezen van 1445 [mnw]
bijwoord* adverbium 1477 [Teuth.]
bijzit* concubine 1599 [Kil.] {4.1.4}
bijzonder* speciaal, opmerkelijk 1260-1280 [cg ii 1 Wrake R.]
bikini tweedelig badpak 1952 [Sanders 1995] <Frans {1.4/3.2}
bikkel* pikhouweel 1567 [Claes Tw. 12] {3.1}
bikkelen* met bikkels spelen 1599 [wnt kil] {4.1.18}
bikkelhard* zeer hard 1961 [gvd] {1.2.5/4.4}
bikken* hakken 1401-1450 [mnw]
bikken* eten 1617 [wnt]
bil* achterdeel 1240 [Bern.] {1.2.5/4.4}
bilabiaal met beide lippen 1892 [wnt w]
bilateraal van twee kanten 1847 [kku]
bildungsroman ontwikkelingsroman 1998 [Van Gorp, Lexicon lit. termen] <Duits {3.2}
bilharzia tropische parasiet 1924 [gvd] <modern Latijn
bilinguïsme tweetaligheid 1933 [Aanv wnt]
biljard telwoord 1933 [John Kooy, Enc. voor iedereen] <Duits {4.2}
biljart balspel op tafel 1782-1783 [wnt] <Frans {4.1.18}
biljet briefje, kaartje 1488 [hws] <Frans
biljoen telwoord 1591 [Kool] <Frans {4.2}
billijk* rechtvaardig 1300 [cg I4, 2773]
bimbambeieren* klokgelui 1501-1550 [wnt bimbam] {3.1}
binair tweeledig 1847 [kku] <Frans
binden* met touw vastmaken 1100 [Willeram]
bingo hazardspel 1968 [kwt] <Engels {4.1.18}
bingo tussenwerpsel: uitroep na een rake opmerking 1985 [De Coster 1999] <Engels {4.3}
bink Bargoens: man 1731 [Endt] <Romani {3.2}
binnen* bijwoord van plaats 1201-1225 [cg ii 1 Floyris]
binnen* voorzetsel 1253 [cg ii 1 Gezondh.] {4.2}
[p. 891]
binocle dubbele veld- of toneelkijker 1778 [wnt verrekijker] <Frans
bint* balk 1642 [wnt]
bintje* aardappel 1905 [Sanders 1993] {4.1.6/4.4}
biobak afvalbak voor groente-, fruit- en tuinafval 1992 [De Coster 1999]
bioboer boer die biologische landbouw en veeteelt bedrijft 1997 [De Boerderij dl. 82, afl. 35] {4.1.13}
biochemie afdeling van de scheikunde 1886 [kku]
biogarde yoghurt met rechtsdraaiend melkzuur 1992 [gvd] <Frans {3.2/4.1.6}
biografie levensbeschrijving 1820 [Aanv wnt] <Frans
bio-industrie gemechaniseerde fokkerij 1975 [R75]
biologeren onder zijn invloed brengen, hypnotiseren 1866 [wnt]
biologie leer van de levende wezens 1824 [wei] <Duits
biometrie meting van eigenschappen van levende wezens 1847 [kku]
bionisch beschikkend over bovenmenselijke lichamelijke vermogens 1982 [De Coster 1999] <Engels
biopsie weefselverwijdering voor onderzoek 1910-1914 [Bauwens]
bioritme ritme in de levensverschijnselen 1980 [De Coster 1999] <Engels
bioscoop theater waar filmvoorstellingen gegeven worden 1910 [Vd Sijs 1998]
biosfeer het door levende wezens bevolkte deel van de aarde 1910-1914 [Bauwens]
biplaan tweedekker 1911 [De Vooys] <Engels {4.1.10}
bips* achterwerk 1894 [Aanv wnt bibs] {4.4}
birdie aanduiding bij golf dat een hole in een slag minder dan het vastgestelde aantal is gespeeld 1987 [De Coster 1999] <Engels
birr munteenheid van Ethiopië 1897 [Enc. Munten en Bankbiljetten] <Amhaars {4.1.12}
bis bijwoord: tweemaal, nog een keer (in de muziek) 1824 [wei] <Latijn
bis met een halve toon verhoogde b 1890 [Melchior] <Duits {3.2}
bis tussenwerpsel: roep van publiek om nagift 1902 [wnt] <Latijn {4.3}
bisamrat knaagdier 1872 [gvd] <Duits {4.1.3}
biscuit droog gebak 1704 [Hannot&Hoogstraten] <Frans {4.1.6}
bisdom diocees 1240 [Bern.]
biseksueel met aanleg voor seksuele omgang met beide geslachten 1886 [kku]
bismillah tussenwerpsel: uitroep aan het begin van enigerlei onderneming 1976 [gvd] <Arabisch {3.2/4.3}
bismut scheikundig element 1720 [wnt wit i] <modern Latijn
bisque soep van vis of kreeft 1847 [kku] <Frans {4.1.6}
bisschop priester van de hoogste rang 901-1000 [wps] <Latijn {2.5/4.1.8}
bisschopswijn warme wijn 1847 [kku] {4.1.6}
bissectrice lijn die een hoek middendoor deelt 1914 [Aanv wnt] <Frans
bistro restaurant met Franse inslag 1979 [Wijnands&Ost] <Frans {3.2}
bit* mondstuk 1599-1607 [Claes Tw. 11]
bit kleinste informatie-eenheid 1957 [wp jaarboek 1958] <Engels
bits* vinnig 1617 [wnt]
bitter* scherp van smaak 901-1000 [wps]
bitterzoet* plant 1775 [hou ii, 4, 240]
bitumen aardhars 1550 [Aanv wnt] <Latijn
bivak legerplaats onder de blote hemel 1824 [wei] <Frans
bivakmuts wollen muts die het hele gezicht behalve de ogen bedekt 1915 [wnt wasschen] {4.1.9}
bivalent tweewaardig 1906 [wp]
bizar grillig, vreemd 1616 [wnt] <Frans
bizon herkauwer 1770 [Papillon] <Frans {4.1.3}
blaag* kwajongen 1855 [wnt]
blaam smet 1265-1270 [cg Lut.K] <Frans
blaar* blaasachtige opzwelling 1240 [Bern.]
blaar* bles, witte plek op het voorhoofd van dieren 1343-1346 [mnw]
blaas* urineblaas 1240 [Bern.]
blaas* bobbel 1401-1425 [mnw]
blaasbalg* aanjager van vuur 1286 [cg I2, 1175] {3.1}
blaaskaak* snoever 1562 [Naembouck] {1.2.1}
blabla gezwam 1964 [Aanv wnt] <Frans {3.1/3.2}
black box recorder met vluchtgegevens 1989 [Peptalk] <Engels
blackjack een soort eenentwintigen 1974 [Posthumus] <Engels {4.1.18}
blackmail afpersing 1912 [kku] <Engels
black-out tijdelijk verlies van bewustzijn 1951 [De Vooys] <Engels
blad* orgaan aan takken 1240 [Bern.] {1.2.3/1.3}
blad* vel papier 1617 [wnt] {1.2.3/1.3}
bladeraar bladerprogramma 1996 [Internet: edu.techn] {1.3}
bladzijde* pagina 1704 [Hannot&Hoogstraten]
[p. 892]
blaffen* het natuurlijke geluid van honden maken 1350 [mnw] {3.1}
blakaman neger of negroïde man 1972 [Van Donselaar 1989] <Sranantongo {3.2}
blaken* branden, gloeien 1240 [Bern.]
blakeren* zengen 1415 [hws] {3.1}
blamage afgang 1929 [kwt] <Duits
blameren berispen 1265-1270 [cg Lut.K] <Frans
blancheren spijzen enkele minuten opkoken, licht van kleur maken 1761 [Aanv wnt] <Frans
blanc-manger soort van nagerecht 1401-1500 [mnw] <Frans {4.1.6}
blanco oningevuld 1676 [De Bruijn 1995] <Italiaans {3.2}
blank* blinkend, wit 1287 [cg NatBl] {4.1.5}
blasé verveeld 1838 [Aanv wnt] <Frans
blasfemeren godslasteren 1276-1300 [cg Lut.A] <Latijn
blaten* het natuurlijke geluid van schapen en geiten maken 1240 [Bern.] {3.1}
blauw* kleurnaam 1121 [Rey] {2.2/4.1.5}
blauw Bargoens: dronken 1906 [wnt] <Duits
blauwbaard* wreedaard tegenover vrouwen 1775 [wnt] {3.1}
blauwblauw* onopgehelderd, met rust 1784 [wnt] {3.1}
blauwhelm* militair in dienst van de Verenigde Naties 1984 [R84] {3.1/4.1.14}
blauwkous spotnaam 1872 [gvd] {3.1}
blazen* met kracht uitademen 1240 [Bern.]
blazer jasje 1940 [Posthumus] <Engels {3.2}
blazoen heraldisch wapen 1350 [mnw] <Frans
bleek* wit 901-1000 [wps] {4.1.5}
bleek* veld om was te bleken 1520 [hws]
blei* beenvis 1477 [Teuth.]
bleken* bleek maken 1240 [Bern.]
blende mineraal 1780 [hou iii, 1, 112] <Duits
blender keukenmachine waarin voedsel fijngemaakt wordt 1974 [Aanv wnt] <Engels {4.1.9}
blèren* blaten, schreeuwen 1451-1500 [mnw] {3.1}
bles* witte plek op voorhoofd van paarden 1300 [mnw]
blessure wond 1794 [Aanv wnt] <Frans
bleu lichtblauw 1587 [wnt oranje] <Frans {4.1.5}
bleu* verlegen 1621 [wnt reu]
bliek* beenvis 1291 [cg i Oudenaarde]
bliep signaaltoon 1983 [R84] <Engels
blij* vrolijk 1152 [Claes] {2.3}
blijde werpgeschut 1260-1280 [cg ii 1 Wrake R.] <Latijn {4.1.14}
blijkbaar* bijwoord van modaliteit: kennelijk 1840 [wnt]
blijken* aan den dag komen 1265-1270 [cg Lut.K]
blijkens* voorzetsel 1840 [wnt] {4.2}
blijspel* komedie 1653 [wnt] {4.1.15}
blijven* voortgaan (te bestaan) 901-1000 [wps]
blik* vertind dun plaatstaal 1384-1407 [mnw]
blik* oogopslag 1608 [wnt]
blikkeren* flikkeren 1605-1616 [wnt] {3.1}
bliksem* elektrische vonk bij onweer 901-1000 [wps] {3.1/4.1.1}
bliksemoorlog* onverhoedse bewegingsoorlog 1961 [gvd] {3.1}
bliksemsnel* zeer snel 1804 [wnt bliksem] {4.4}
blikskaters tussenwerpsel: krachtterm 1914 [gvd] {4.3}
blind* niet kunnende zien 1240 [Bern.]
blind* vensterluik 1623 [wnt]
blindelings* bijwoord van hoedanigheid: zonder te kijken 1562 [Naembouck] {3.1}
blindemannetje* spel waarbij iem. geblinddoekt wordt 1887 [wnt] {4.1.18}
blinderen kogelvrij of onzichtbaar maken 1865 [kvw] <Frans
blinde vink* lapje kalfsbiefstuk met gehakt 1910 [wnt vink] {4.1.6}
blindganger niet ontploft projectiel 1943 [Aanv wnt] <Duits {3.2}
blini boekweitpannenkoekjes 1996 [Vd Sijs 1996] <Russisch {3.2/4.1.6}
blinken* stralen 1461 [mnw]
blits naar de laatste mode 1966 [Aanv wnt] <Duits {3.2}
blitzkrieg onverhoedse bewegingsoorlog 1945 [Schuurman, De Tweede Wereldoorlog 22] <Duits {3.2}
blo* vreesachtig 1240 [Bern.]
blocnote aan de kop gelijmd stapeltje papier 1892 [Aanv wnt] <Frans
bloed* vloeistof in aderen 901-1000 [wps]
bloedheet* zeer warm 1949 [Aanv wnt] {4.4}
bloedhond hondensoort 1567 [Junius] <Engels {3.2/4.1.3}
bloedmooi* zeer mooi 1989 [Hofkamp&Westerman] {4.4/5}
bloedrood* zeer rood 1504 [wnt] {4.1.5/4.4/5}
bloeien* in bloei staan 901-1000 [wps]
bloem* uitgebot deel van plant 1100 [Willeram] {3.1/5}
bloem* fijn gezift meel 1285 [cg Rijmb.]
bloemkool koolsoort, groente 1567 [Claes] {4.1.6}
[p. 893]
bloemlezing* verzameling letterkundige stukken 1819 [wnt]
bloes bovenkledingstuk 1872 [gvd] <Frans
bloesem* bloem waaruit zich later een vrucht ontwikkelt 1287 [cg NatBl] {3.1}
bloesjesdag eerste warme lentedag 1984 [gvd]
blok* regelmatig gevormd stuk van iets 1242 [Claes Tw. 9]
blokfluit blaasinstrument 1944 [wnt trio] {4.1.16}
blokhuis* klein verdedigingswerk 1562 [Naembouck]
blokken* hard studeren 1599 [Kil.]
blokkeren afsluiten, tegenhouden 1624 [Wonderlicke avontuer van twee goelieven] <Frans
blond met een lichte kleur 1285 [cg Rijmb.] <Frans {4.1.5}
blondine blond meisje 1866 [wnt] <Frans
bloody mary cocktail met wodka en tomatensap 1968 [Moderne wp voor de vrouw] <Engels {4.1.6}
blooper misslag 1991 [gnn] <Engels
bloot* naakt 1265-1270 [cg Lut.K]
blootshoofds* met onbedekt hoofd 1698 [wnt]
blos* rood op de wangen 1546 [Claes Tw. 12]
blouson wijd jakje 1984 [gvd] <Frans {3.2}
blow trek aan marihuanasigaret 1984 [gnn] <Engels
blozen* rood worden 1290 [cg ii 1 En.Codex]
blubber modder 1937 [Aanv wnt] <Engels
bluefort een in Nederland ontwikkelde kaas 1968 [wp voor de vrouw] {4.1.6}
bluegrass country music uit Kentucky 1975 [wp, dl. 19, 238] <Engels {4.1.16}
blue jeans spijkerbroek 1956 [R75] <Engels {3.2}
blue movie pornografische film 1984 [gnn] <Engels {4.1.15}
blues muzieksoort 1936 [Aanv wnt] <Engels {4.1.16}
bluffen pochen 1855 [wnt] <Engels
blunder domme fout 1847 [kku] <Engels
blurb flaptekst 1947 [De Vooys] <Engels
blussen* uitdoven 1285 [cg Rijmb.]
blut* geen geld meer hebbend 1903 [wnt z.j.]
bluts* deuk 1562 [Naembouck]
boa slang 1287 [cg NatBl] <Latijn {1.2.5/1.3}
boa halsbont 1844 [wnt] <Frans {1.2.5}
board bestuurslichaam 1886 [kku] <Engels {1.2.3}
board bouwmateriaal 1951 [wnt triplet] <Engels {1.2.3}
bobbel* knobbel, luchtbel 1490 [mnw]
bobo ‘belangrijk’ bestuurslid in de sportwereld 1988 [Vd Sijs 1996] <Sranantongo {3.1/3.2/4.4}
bobslee soort slee 1912 [kku] <Engels
bochel* bult 1599 [Kil.] {3.1}
bocht* kromming 1588 [Kil.]
bocht* uitschot 1710 [wnt] {4.1.6}
bockbier donker bier 1886 [kku] <Duits {4.1.6}
bod* het bieden 1440 [hws]
bode* boodschapper 901-1000 [wps]
bodega wijnhuis 1855 [Kramers, Geographisch Wrdb.] <Spaans {3.2}
bodem* grond 1260-1280 [cg ii 1 Wrake R.] {3.1}
body lichaam 1897 [Klöters, Bij ons in de Jordaan 23] <Engels
bodybuilding spieroefeningen 1983 [Ferrée] <Engels {4.1.18}
bodyguard lijfwacht 1984 [gnn] <Engels
bodymilk cosmetische vloeistof voor lichaamsreiniging 1984 [gvd] <Engels
bodywarmer mouwloos gewatteerd vest 1986 [De Coster 1999] <Engels {3.2}
boedel* geheel van roerende goederen 1282 [cg i 1, 644] {1.2.4/3.1}
boef* schurk 1260-1270 [cg ii 1 Boeve]
boeg* voorste deel van schip 1599 [Kil.]
boegseren met sloepen voorttrekken 1599 [wnt] <Portugees {3.2}
boegspriet* uitstekend rondhout voor touwwerk 1521 [hws]
boei band 1285 [cg Rijmb.] <Latijn
boei drijvend baken 1599 [Kil.] <Frans
boeier vaartuig 1475 [ara Rentmeesterschappen i, 108] {4.1.11}
boek* leesboek 901-1000 [wps]
boekanier zeerover 1691 [wnt] <Frans
boeket bloemruiker 1698 [wnt] <Frans
boekmaag* deel van maag van herkauwer 1855 [Aanv wnt]
boekstaven* te boek stellen 1477 [Teuth.]
boekvink* zangvogel 1599-1607 [Claes Tw. 11]
boekweit* graansoort 1413 [hws] {4.1.2}
boel* inboedel 1460-1470 [Latijns-Middelnederlands Vocabularius, hs. 19.590 Brussel] {1.2.4}
boel* grote hoeveelheid 1785 [wnt winst]
boeman* afschrikwekkend persoon 1854 [wnt]
boemelen kroegen aflopen 1894 [Aanv wnt] <Duits
boemeltrein stoptrein 1876 [Moortgat] <Duits {4.1.10}
boemerang werpknots 1889 [Vd Sijs 1998] <Engels
[p. 894]
boenen* in de was zetten, schoonmaken 1286 [cg I2, 1176]
boer* landbouwer 1516 [hws] {1.2.3/4.1.13}
boer* oprisping 1704 [Claes] {3.1}
boer* naam van een speelkaart 1828 [wnt uitspelen] {4.1.18}
boerde klucht 1265-1270 [cg Lut.K] <Frans {4.1.15}
boerderij boerenbedrijf 1644 [wnt] {1.2.4/1.2.5}
boerendans volksdans 1719 [wnt zwieren] {4.1.15}
boerenkool koolsoort 1778 [wnt sluitkool] {4.1.6}
boerenkoolvoetbal slecht voetbal 1977 [Sanders 2001] {4.4}
boerenschroom* spel met prentjes en dobbelstenen 1898 [gvd] {4.1.18}
boernoes mantel 1863 [kku] <Arabisch {3.2}
boete* (geld)straf 1254 [vmnw]
boeten* herstellen, goedmaken 1253 [cg i 1, 46]
boetiek winkel 1847 [Aanv wnt] <Frans
boetseren kleien 1562 [Naembouck]
boezem* borsten 1285 [cg Rijmb.] {3.1/4.4}
boezeroen bepaald kledingstuk 1855 [Focke, Neger-Eng. wrdb.] <Frans
bof* kinderziekte 1327 [mnw]
bof* buitenkans 1891 [wnt bof iii]
boffen* geluk hebben 1866 [wnt]
bogen* pochen 1477 [Teuth.]
bohémien zwervend kunstenaar 1889 [wnt sleepjapon] <Frans
boiler warmwaterreservoir 1938 [Aanv wnt] <Engels {4.1.9}
bojaar adellijke grootgrondbezitter 1824 [wei] <Russisch {3.2}
bok mannetje van de geit 901-1000 [wps] <? {3.2/3.5/4.1.3}
bok hijsstellage, werktuig 1523 [hws] <? {1.2.3/3.5}
bok bok van een rijtuig 1872 [gvd] <? {3.5}
bokaal grote beker 1451 [hws] <Frans
bokkenpoot(je) koekje met chocola aan de uiteinden 1949 [wnt z.j.] <? {3.5/4.1.6}
bokking* gerookte haring 1285 [cg I2, 1021]
boksen met de vuist vechten 1808 [wnt] <Engels {4.1.18}
bokser vuistvechter 1824 [wei] <Engels
boktor insect 1766 [hou i, 9, 518] <? {3.5}
bol* rond voorwerp 1280 [cg i Gent] {2.3}
bol* rond 1351 [mnw]
bolder klamp 1856 [wnt] <Frans
bolderen* geraas maken 1599 [Kil.] {3.1}
boleet buiszwam 1901 [kui] <Latijn {1.2.4}
bolero Spaanse dans 1847 [kku] <Spaans {3.2/4.1.15}
bolero damesjasje 1901 [Aanv wnt] <Frans
bolhoed* hoofddeksel 1939 [wnt rekker ii] {4.1.9}
bolide luchtsteen 1895 [Broeckaert] <Frans
bolide raceauto 1970 [Recht voor raap] <Frans {3.2/4.1.10}
bolivar munteenheid van Venezuela 1906 [wp] {4.1.12}
boliviano munteenheid van Bolivia 1864 [Enc. Munten en Bankbiljetten] <Spaans {3.2/4.1.12}
bolknak* sigaar 1940 [Aanv wnt] {4.1.6}
bolleboos uitblinker 1866 [wnt] <Jiddisch {3.2}
bollen* het bolspel of kegelspel spelen 1555 [Claes Tw. 9] {4.1.18}
bolsjewiek aanhanger van het Russische communisme 1918 [wnt vertegenwoordiger] <Russisch {3.2}
bolster* bast van noten e.d. 1477 [Teuth.]
bolus gebak 1854 [wnt] <Jiddisch {3.2/4.1.6}
bolus drol 1961 [gvd] {4.4}
bolwerk* bastion 1477 [Teuth.]
bolwerken* klaarspelen 1806 [wnt]
bom stop, spon 1284-1285 [cg I2, 1020] <? {3.5}
bom projectiel 1667 [wnt] <Frans {4.1.14}
bom* vissersvaartuig 1871 [wnt] {4.1.11}
bombarderen met bommen beschieten 1515 [wnt] <Frans
bombardon blaasinstrument 1897 [Aanv wnt] <Frans {4.1.16}
bombarie lawaai, ophef 1720 [wnt]
bombast gezwollen stijl 1824 [wnt] <Engels
bombazijn weefsel 1574 [Toll.] <Frans {4.1.9}
bombe ijsgerecht 1945 [Aanv wnt] <Frans {4.1.6}
bomberjack bruinleren jack met bontkraag 1989 [De Coster 1999] <Engels {3.2}
bomen* punteren 1681 [wnt boomen v]
bomen* discussiëren 1884 [wnt boomen ii]
bommen* een hol geluid geven 1452-1494 [hws] {3.1}
bommoeder vrouw die haar kind alleen wenst op te voeden 1981 [De Coster 1999] <L {3.4/4.1.4}
bomvol helemaal vol 1898 [gvd] <? {3.5/4.4}
bon bewijsje 1867-1868 [wnt] <Frans
bonafide betrouwbaar 1824 [wei] <Latijn
bonbon snoepgoed 1785 [wnt] <Frans {3.1/4.1.6}
bonbonnière bonbondoosje 1824 [wei] <Frans
bond verbond, vereniging 1552 [wnt] <Duits {1.3}
[p. 895]
bondage sadomasochistische omgang met vastgebonden partner 1970 [Recht voor raap] <Engels
bondgenoot deelgenoot, helper 1599 [wnt] <Duits
bondig* kernachtig 1642 [wnt]
bongerd* boomgaard 1240 [vmnw] {3.1}
bongo slaginstrument 1956 [Aanv wnt] <Spaans {3.2/4.1.16}
bonhomie natuurlijke wellevendheid 1824 [wei] <Frans
bonje Bargoens: ruzie 1769 [Endt] <? {3.5}
bonjour tussenwerpsel: groet 1617 [Aanv wnt] <Frans {4.3}
bonk* klomp, bot 1477 [Teuth.]
bonken* hard tegen iets stoten 1844 [wnt] {3.1}
bonken* geslachtsgemeenschap hebben 1988 [Joustra, Homo-erotisch wrdb.] {3.1/4.4}
bon-mot kwinkslag 1788 [Aanv wnt] <Frans
bonnefooi goed geluk 1863 [kku] <Frans
bonnet muts 1477 [Teuth.] <Frans {4.1.9}
bonnetterie textielwinkel 1865 [kvw] <Frans
bons* tussenwerpsel: nabootsing van geluid 1787-1789 [wnt] {3.1}
bons, bonze invloedrijk persoon, partijbons 1830 [Aanv wnt] <Duits
bonsai dwergboompje 1984 [gvd] <Japans {3.2}
bont veelkleurig 1272 [cg i 1, 237] <Latijn {4.1.5}
bont pelswerk 1300 [mnw] <Latijn
bon ton welgemanierdheid 1765 [Aanv wnt] <Frans
bonus uitkering 1912 [kku] <Engels
bon-vivant losbol 1824 [wei] <Frans
bonze Japanse boeddhistische priester 1824 [wei] <Frans
bonzen* hevig kloppen 1589 [Claes Tw. 11] {3.1}
boobytrap valstrikmijn 1950 [De Vooys] <Engels {4.1.14}
boodschap* bericht 1240 [Bern.]
boodschap* behoefte (grote of kleine boodschap) 1804 [wnt] {4.4}
boodschap* gekocht artikel 1866 [wnt]
boog* schiettuig voor pijlen 901-1000 [wps] {4.1.14}
boog* gebogen constructie 1350-1384 [mnw]
boogie-woogie op piano gespeelde blues met basbegeleiding 1956 [Enc. van de muziek] <Engels {3.1/4.1.16}
bookmaker bij wie men weddenschappen afsluit 1880 [Aanv wnt] <Engels
bookmark vastgelegde verwijzing naar het adres van een website 1997 [Adformatie, dl. 25, 48, 20-22, 2] <Engels
boom* houtachtig gewas 701-800 [Lex Salica] {2.2/3.1}
boom plotselinge stijging 1912 [kku] <Engels {1.3}
boomgaard* grond met vruchtbomen 1100 [Willeram] {3.1}
boon* zaad van peulvrucht 1210-1240 [cg i 1, 2] {4.1.6}
boor* werktuig om gaten te maken 1440 [mnw]
boor boorzuur 1893 [wnt boor ii]
boord* rand 701-750 [Künzel] {2.3}
boordevol* helemaal vol 1599 [Kil.] {4.4}
boos* slecht 1240 [Bern.] {1.2.3}
boos* toornig 1740 [wnt] {1.2.3}
boosaardig* kwaadaardig 1659 [wnt]
booster versterker 1984 [gnn] <Engels
booswicht* schurk 1401-1450 [hws]
boot vaartuig 1390 [mnw] <? {3.5/4.1.11}
boots laarzen 1984 [gvd] <Engels {3.2/4.1.9}
bop jazzstijl 1956 [Van Zuylen, Radio- en televisie-enc.] <Engels {4.1.16}
borax natriumzout 1599 [Kil.] <Frans of Latijn
bord* schaal, plank 1138 [Rey] {2.2}
bordeel hoerenkast 1293 [cg I3, 1920] <Frans
border rand met bloemen in tuin 1909 [Aanv wnt] <Engels
borderliner iem. die zich bevindt op de grens van geestelijk normaal en gestoord 1992 [Peptalk] <Engels
bordes verhoogde stoep 1845 [wnt] <Frans
bordpapier karton 1698 [wnt]
borduren figuren naaien 1573 [Plantijn]
boreaal noordelijk 1824 [wei] <Frans
boren* een gat maken 1240 [Bern.]
borg* waarborg 1237 [cg i 1, 30]
borgtocht* overeenkomst waarbij een derde zich garant stelt 1282 [cg i 1, 631] {3.1}
borium chemisch element 1831 [Aanv wnt] <modern Latijn
born* bron 901-1000 [wps]
borrel* glas sterkedrank 1692 [wnt] {3.1/4.1.6}
borsalino deukhoed 1930 [Aanv wnt] {4.1.9}
borsjtsj rodebietensoep 1886 [kku] <Russisch {3.2/4.1.6}
borst* lichaamsdeel 701-800 [Lex Salica] {2.2}
borst jonkman 1623 [wnt] <Duits
borstbeeld* beeldhouwwerk, buste 1740 [wnt]
borstel* stijve haren van varkens e.d. 1287 [cg NatBl] {3.1}
borstel* gereedschap: schuier 1573 [wnt]
borstplaat lekkernij 1872 [gvd] {4.1.6}
borstrok* wollen onderkledingstuk 1609 [wnt]
borststem* natuurlijke zangstem 1885 [wnt register i] {4.1.16}
[p. 896]
borstwering* verhoging waarachter men tot borsthoogte gedekt is 1384-1407 [mnw]
bos* woud 1089 [Claes] {1.2.6/2.3}
bos* bundel 1252 [mnw]
boss baas 1912 [kku] <Engels
bossanova Zuid-Amerikaanse dans 1984 [gvd] <Portugees {3.2/4.1.15}
bosschage bosje 1285 [cg Rijmb.] <Frans
boston kaartspel 1832 [wei] <Engels {4.1.18}
boston dans 1924 [gvd] <Engels {4.1.15}
bot laars 1240 [Bern.] <Frans {4.1.9}
bot* beenvis 1287 [cg NatBl]
bot* knop 1351 [mnw]
bot* been 1477 [Teuth.]
bot* stomp 1599 [Kil.]
botanisch plantkundig 1815 [Aanv wnt] <Frans
botel drijvend hotel 1965 [Verschueren, Bijvoegsel, 9] <L {3.4}
boten* slaan, kloppen 1080 [Rey] {2.2}
boter voedingsstof van melk 1240 [Bern.] <Latijn {4.1.6}
boterham snee brood 1567 [Claes Tw. 11] {4.1.6}
botje* muntje 1406-1448 [mnw] {1.3/4.1.12}
botsen* met een schok tegen iets aankomen 1588 [Claes]
bottel fles 1698 [wnt] <Engels {3.2}
bottel* rozenbottel 1778 [wnt] {3.1}
bottelen op flessen tappen 1824 [wei] <Engels
botten* uitspruiten 1438 [mnw]
botter* vaartuig 1849 [wnt] {4.1.11}
bottine halve laars 1479 [hws] <Frans {4.1.9}
bottleneck knelpunt 1947 [De Vooys] <Engels
botulisme vergiftiging door bacteriën 1886 [kku] <Duits
botvieren* vrij spel laten 1784 [wnt bot viii]
bouclé losse kaardgaren stof 1912 [kku] <Frans {4.1.9}
boud* stoutmoedig 901-1000 [wps]
boudoir damesvertrek 1832 [wei] <Frans
bouffante das 1839 [wnt] <Frans
bougainville plantengeslacht 1899 [wnt raam i] <modern Latijn
bougie vonkbrug 1917 [Sanders 1995] <Frans
bouillabaisse vissoep 1912 [kku] <Frans {4.1.6}
bouillon vleesnat 1731-1735 [wnt] <Frans {4.1.6}
boulevard brede straat 1816 [Aanv wnt] <Frans
boulimie vraatzucht 1910-1914 [Bauwens] <Grieks {3.2}
bouquet aroma 1847 [kku] <Frans
bourbon Amerikaanse whisky 1975 [wp (whiskey)] <Engels {4.1.6}
bourdon diepe bas 1795 [Aanv wnt] <Frans {3.2}
bourgeois burger 1451-1475 [Mak] <Frans {1.2.3}
bout* poot van een geslacht dier 1101-1200 [Tavernier] {2.4/4.1.6}
bout metalen staaf 1330 [Jacobs 12] <Latijn {3.2}
boutade geestige overdrijving 1824 [wei] <Frans
bouten* kakken 1731 [moo] {4.4}
bouvier hondensoort 1936 [wnt trouw i] <Frans {4.1.3}
bouwen* een huis optrekken 901-1000 [wps]
bouwen* het land bewerken 1375 [mnw]
bouwmeester architect 1620 [wnt]
bouwvakker* iem. die in de woningbouw werkt 1963 [Aanv wnt] {3.1/4.1.13}
bouwvallig vervallen 1451-1500 [mnw] <Duits
bouwwerk* gebouw 1848 [wnt]
boven* voorzetsel 1220-1240 [cg ii 1 Aiol] {4.2}
boven* bijwoord van plaats 1285 [cg Rijmb.]
bovenbaas* iemand die het voor het zeggen heeft 1963 [Heer Bommel en de bovenbazen] {4.4}
bovendien* voegwoordelijk bijwoord 1658 [wnt]
bowl drank uit wijn, rum en vruchten 1902 [wnt] <Engels {4.1.6}
bowlen bowling spelen 1955 [Fokko Bos, Vreemde wrd.] <Engels {4.1.18}
box afgescheiden ruimte 1857 [Aanv wnt] <Engels
boxenstelsel bepaald belastingstelsel 1999 [Sanders 2000]
boxer hondensoort 1909-1910 [Aanv wnt] <Engels {4.1.3}
boxershort modieuze onderbroek voor mannen 1992 [gvd] <Engels {3.2}
boy knaap 1782 [Wolff en Deken, Sara Burgerhart 1930, 447] <Engels {3.2}
boy Indische bediende 1853 [Van Schaick, De Manja] <Engels
boycot uitsluiting van maatschappelijk verkeer 1910 [De Hollandsche Revue 25/7, 441ab] <Engels
braaf eerzaam, gehoorzaam 1769 [wnt] <Frans
braak* onbebouwd 1562 [Claes]
braak* inbraak, huisbraak 1843 [wnt]
braam* vrucht 1240 [Bern.] {3.1/4.1.2}
braam* oneffenheid aan mes 1799-1811 [Weiland, Nederduitsch taalkundig wrdb.]
braambes* bes van de braamstruik 1160 [Rey] {2.2/3.1/4.1.2}
brabbelen* krom spreken 1613 [wnt] {3.1}
bracteaat dunne, eenzijdig gestempelde middeleeuwse munt 1824 [wei] <Latijn
braden* gaar maken op vuur 1240 [Bern.]
[p. 897]
braderie markt 1948 [kwt] <Frans
brahmaan lid van de Indische geestelijke adel 1596 [Linschoten] <Sanskriet
braille schrift voor blinden 1898 [gvd] <Frans
braindrain emigratie van intellectuelen 1968 [wp jaarboek 1969] <Engels {3.1}
brainstorm collectief opperen van spontane suggesties ter oplossing van een probleem 1957 [wp jaarboek 1958] <Engels
braintrust vertrouwensraad 1937 [A. Viruly, Logboek 82] <Engels
brainwashing hersenspoeling 1957 [wp jaarboek 1958] <Engels
brainwave prachtige inval 1957 [wp jaarboek 1958] <Engels
brak* hondensoort 1287 [cg NatBl] {4.1.3}
brak* zilt 1477 [Teuth.]
braken* vlas breken 1350 [mnw]
braken* overgeven 1546 [Naembouck] {4.4}
brallen* snoeven 1613 [wnt] {3.1}
bramzeil* vierkant zeil boven het marszeil 1597 [wnt]
brancard draagbed 1847 [kku] <Frans
branche afdeling 1847 [Aanv wnt] <Frans
brand* vuur 1240 [Bern.]
brandbrief brief met maning 1842 [wnt]
branden* in vuur en vlam staan 1445 [mnw] {1.2.4}
brandewijn gestookte sterkedrank 1301-1350 [hws] {4.1.6}
brandgans* eendachtige 1599 [Kil.]
branding* golfslag 1652-1662 [wnt]
brandschatten* schatting opleggen op straffe van plundering 1488 [hws]
brandvos* hondachtige 1599 [Kil.] {4.1.3}
brandweer* dienst voor het blussen 1828 [wnt]
brandy brandewijn, cognac 1855 [kku] <Engels {4.1.6}
branie bluffer 1884 [wnt] <Indonesisch {3.2}
bras schoot van een ra 1598 [wnt waarnemen] <Frans
brasem* beenvis 1101-1200 [Rey] {2.2/3.1}
braspenning vroegere munt 1409 [Van Gelder 1965] <? {3.5/4.1.12}
brassband band van blaasinstrumenten en drums 1984 [gvd] <Engels
brassen* slempen 1540 [Toll.] {3.1}
brassen de ra's verstellen 1685 [wnt]
bravissimo tussenwerpsel: uitmuntend 1784 [wnt satan] <Italiaans {3.2/4.3}
bravo tussenwerpsel: goed! 1784 [wnt] <Frans {4.3}
bravoure zelfverzekerdheid 1780 [Aanv wnt] <Frans
braziel houtsoort 1602 [wnt] <Spaans of Portugees {3.2}
break bij tennis: winst van een game waarin de tegenstander serveert 1984 [gvd] <Engels
breakdance acrobatische dansstijl 1986 [De Coster 1999] <Engels {4.1.15}
breakdown geestelijke inzinking 1945 [Aanv wnt] <Engels
breed* wijd 851-900 [Claes] {2.3}
breedte* kortste afmeting 1201-1225 [vmnw] {3.1/5}
breeuwen* naden dichten 1351-1400 [mnw]
breidel* toom 1220-1240 [cg ii 1 Aiol] {3.1}
breien* draden strikken 1201-1300 [mnw]
brein* hersens 1477 [Teuth.]
breinbaas* zeer knappe man 1949 [Mondria, Bommelbibl.] {4.4}
breken* klein of stuk maken 1237 [cg i 1, 31]
brem* plant 1240 [Bern.]
brem* zout 1648 [wnt brijn]
brengen* vervoeren 901-1000 [wps]
brengun licht machinegeweer 1950 [Sanders 1995] <Engels {4.1.14}
bres opening in vestingmuur 1588 [Claes] <Frans
bretel draagband 1827-1830 [Olivier, Land- en zeetogten in Nederland's Indië] <Frans
breuk* het breken, barst 1240 [Bern.]
breuk* gebroken getal 1569 [Kool]
brevet diploma 1444 [hws] <Frans
brevier gebedenboek 1461 [hws] <Latijn
bric-à-brac snuisterijen 1929 [kwt] <Frans
bridge kaartspel 1918 [wnt rage] <Engels {4.1.18}
brie kaassoort 1370 [Bouc van den ambachten] <Frans {4.1.6}
brief geschreven boodschap 1236 [cg i 1, 20] <Latijn
briefen instrueren, inlichten 1989 [Peptalk] <Engels
briefing bijeenkomst waarop instructies worden gegeven 1957 [wp jaarboek 1958] <Engels
briefpapier postpapier 1843 [wnt uitstallen i] <Duits {1.4}
bries koele wind 1596 [Linschoten 179] <Frans {4.1.1}
briesen* brullen, hoorbaar ademen van paard 1240 [Bern.] {3.1}
brigade eenheid van bataljons en afdelingen 1650 [Claes] <Frans {4.1.14}
brigadier rang bij de gemeentepolitie 1858 [wnt] <Frans
brij* pap 1477 [Teuth.] {1.2.2}
brik* (gebroken) baksteen 1282 [mnw]
[p. 898]
brik zeilvaartuig 1781 [Toll.] <Engels {3.2/4.1.11}
brik rijtuig 1898 [wnt] <Engels {4.1.10}
briket stuk brandstof 1883 [wnt] <Frans
bril glazen om beter te zien 1401-1500 [mnw]
briljant schitterend 1745 [mey] <Frans {1.2.6}
brillantine haarcrème 1912 [kku] <Frans {1.2.6}
brille uitzonderlijke begaafdheid 1840 [wnt kunst] {3.3}
brink* erf, plein 1152 [Claes Tw. 9] {2.3}
brio levendigheid 1795 [Aanv wnt] <Italiaans {3.2}
brioche zoet broodje 1847 [kku] <Frans {4.1.6}
brits slaapplaats 1774 [wnt] <Duits {4.1.9}
broccoli Italiaanse bloemkool 1800 [Aanv wnt] <Italiaans {3.2/4.1.6}
brochette pen om vlees aan te roosteren 1961 [gvd] <Frans {3.2}
brochure vlugschrift 1796 [Claes] <Frans {3.2}
broddelen* knoeien 1546 [wnt] {3.1}
broeden* op eieren zitten 1240 [Bern.]
broeden* beramen 1618 [wnt]
broeder* mannelijk kind m.b.t. kinderen van dezelfde ouders 901-1000 [wps] {4.1.4}
broeder* geestelijke 1410 [mnw] {4.1.8}
broeder* verpleger 1899 [wnt] {4.1.13}
broeien* heet worden 1080 [Rey] {2.2}
broek* laag drassig land 918-948 [Claes] {2.3}
broek* kledingstuk 1285 [cg Rijmb.] {3.2}
brogue type schoen 1989 [Peptalk] <Engels {4.1.9}
brok* stuk 1484 [mnw]
brokaat zware zijden stof, veelal met gouddraad geborduurd 1612 [De Bruijn Tw. 10] <Italiaans {3.2/4.1.9}
broker beursagent 1912 [kku] <Engels
brokkelen* kruimelen 1562 [Claes] {3.1}
brokstuk fragment 1872 [gvd] <Duits
brom* dronken 1898 [gvd]
bromelia plantensoort 1906 [wp] <modern Latijn
bromfiets fiets met motor 1950 [Aanv wnt] <? {3.5/4.1.10/4.4}
brommen* laag en dof geluid maken 1477 [Teuth.] {3.1}
brommer Amsterdams huurrijtuig 1819 [Sanders 1993] {4.1.10}
brommer* bromfiets 1961 [gvd] {3.1/4.1.10}
brommobiel vierwielig gesloten voertuig met bromfietsmotor 1995 [Picarta: Verkeersconsequenties van de brommobiel] {4.1.10}
bron uit de grond opwellend water 1605 [wnt verfrisschen] <Duits
bronchiën vertakkingen van de luchtpijp 1669 [mey] <Frans of Latijn {3.2}
bronchitis ontsteking van de luchtpijptakken 1832 [wei] <modern Latijn
brons legering van koper en tin 1590 [wnt] <Frans
bronst paartijd 1599 [wnt] <Duits
brontosaurus voorhistorische hagedis 1912 [kku]
brood* baksel uit gerezen deeg 1101-1200 [Tavernier oveliebroot] {2.4/4.1.6}
brooddronken* overmoedig 1573 [wnt]
broodje-aap* fantastisch volksverhaal dat vaak wordt geloofd 1978 [Picarta: titel van E. Portnoy] {4.4}
broodmager* zeer mager 1784-1785 [wnt]
broodrooster* apparaat om brood te roosteren 1914 [gvd] {4.1.9}
broom chemisch element 1886 [kku] <Frans
broos* breekbaar 1265-1270 [cg Lut.K] {1.2.4}
bros* breekbaar 1596 [Linschoten 129] {1.2.4}
brougham type rijtuig 1903 [Prick 1903] <Engels {4.1.10}
brouilleren onenig maken 1573 [Aanv wnt] <Frans
brouwen* bier bereiden 1284 [cg I2, 1003]
brouwen* met een huig-r spreken 1691 [wnt] {3.1}
brouwer* iem. die beroepsmatig bier brouwt 1284-1285 [vmnw] {4.1.13}
brownie koekje met chocolade en nootjes 1989 [Peptalk] <Engels {4.1.6}
browning soort pistool 1947 [wnt automaat Suppl] <Engels {4.1.14}
browser computerprogramma waarmee elektronische bestanden kunnen worden geraadpleegd 1994 [pc+ 3/11, 19, 15] <Engels {1.3}
brr* tussenwerpsel: uitroep van kou 1840 [wnt] {4.3}
brug* verbinding over water 840-875 [Claes] {2.3}
bruid* in ondertrouw opgenomen vrouw 1240 [Bern.] {4.1.4}
bruidegom* in ondertrouw opgenomen man 901-1000 [wps] {4.1.4}
bruidssuiker suikergoed 1830 [wnt] {4.1.6}
bruikleen* lening voor tijdelijk gebruik 1675 [wnt]
bruiloft* trouwfeest 1240 [Bern.]
bruin* kleurnaam 1210-1240 [cg i 1, 10] {4.1.5}
bruinvis* walvisachtige 1343-1344 [mnw] {3.1}
bruisen* borrelen 1336-1339 [mnw] {3.1}
brullen hard geluid maken 1483 [mnw] <Duits
brumaire nevelmaand 1824 [wei] <Frans {3.2}
[p. 899]
brunch maaltijd 1957 [wp jaarboek 1958] <Engels
brunette meisje met donkerbruine haren en ogen 1720 [mey] <Frans
brut droog (van champagne) 1984 [gvd] <Frans
brutaal onbeschoft 1808 [wnt] <Frans {3.2}
bruto bijwoord: met emballage, zonder aftrek van kortingen 1599 [Kool] <Italiaans {3.2}
bruusk kortaf 1650 [Claes] <Frans
bruuskeren onheus bejegenen 1872 [gvd] <Frans
bruut ruw 1923 [Aanv wnt] <Frans
bubbelgum klapkauwgom 1984 [gvd] <Engels {4.1.6}
buckram boekbinderslinnen 1948 [kwt] <Engels
bucolisch m.b.t. land- en herdersleven 1824 [wei] <Latijn
buddy vrijwilliger die aidspatiënt helpt 1987 [De Coster 1999] <Engels
buddyseat tweepersoons motorzadel 1959 [wp jaarboek 1959] <Engels
budget begroting 1816 [wnt] <Engels {1.4}
budo het geheel van Japanse vechtsporten 1959 [Picarta: titel van ts.] <Japans {3.2/4.1.18}
buffel herkauwer 1287 [cg NatBl] <Frans {4.1.3}
buffelen gulzig eten 1858-1870 [wnt] <Duits
buffer stootkussen 1875 [wnt] <Engels
buffet schenktafel, tapkast 1343-1346 [mnw] <Frans {4.1.9}
buffo basstem voor komische rollen 1847 [kku] <Italiaans {3.2/4.1.16}
bug afluisterapparaat 1984 [gvd] <Engels
bug fout in computerprogramma 1989 [Peptalk] <Engels
bugel blaasinstrument 1912 [kku] <Engels {4.1.16}
buggy opvouwbare kinderwagen 1984 [gvd] <Engels
bühne toneel 1912 [kku] <Duits {4.1.15}
bui* neerslag 1573 [Claes Tw. 12] {4.1.1}
bui* stemming 1786 [wnt]
buidel* zak 1240 [Bern.] {1.2.4}
buideldier* zoogdier dat het jong in een buidel draagt 1869 [wnt]
buigen* krommen 901-1000 [wps]
buik* middendeel van lichaam 701-800 [Lex Salica] {2.2}
buil* bult 901-1000 [wps]
buil* zak 1451-1500 [mnw] {1.2.4}
buis leiding 1350-1385 [mnw] <Frans {1.2.3}
buis haringschuit 1407-1432 [mnw] <Frans {4.1.11}
buis jasje 1573 [wnt buis vi] {1.2.3}
buit* wat men veroverd heeft 1573 [Plantijn]
buitelen tuimelen 1612 [wnt voortbrengen] <? {3.5}
buiten* bijwoord van plaats 1220-1240 [cg ii 1 Aiol]
buiten* voorzetsel 1220-1240 [cg ii 1 Aiol] {4.2}
buitenbeentje* iem. die zich van de leden van een groep onderscheidt 1859 [wnt]
buitenissig* zonderling 1865 [Multatuli-Enc.] {4.4}
buitenkans onverwachte kans 1642 [wnt]
buitensporig* onmatig 1662 [wnt vonnis]
buitenvrouw elders wonende bijzit 1971 [Van Donselaar 1989] <Surinaams-Nederlands {3.2/4.1.4}
buizen* zuipen 1540 [mnw]
buizerd roofvogel 1567 [Claes] <Frans
bukken* vooroverbuigen 1445 [mnw]
buks kort geweer 1772 [Chr. de Beet, Eerste Bonni-oorlog 137] <Duits {4.1.14}
buks, buksboom heester 1350 [Claes] <Duits
bul* stier 1281 [cg i, 614] {4.1.3}
bul oorkonde 1450 [mnw] <Latijn
bulderen* dreunend geluid geven 1485 [hws] {3.1}
buldog hondensoort 1729 [wnt woewoe] <Engels {3.2/4.1.3}
bulk onverpakte lading 1912 [Fokko Bos] <Engels
bulkcarrier vrachtschip voor los gestorte lading 1968 [kwt] <Engels {4.1.11}
bulken* loeien 1599-1607 [Claes Tw. 9] {3.1}
bulldozer grondschuiver 1950 [De Vooys] <Engels {4.1.10}
bullebak boeman 1611-1620 [wnt] <Nederduits {3.2}
bullen* spullen 1872 [gvd]
bullenbijter hondensoort 1862 [wnt] <Engels {4.1.3}
bullenpees* strafwerktuig 1617 [wnt]
bulletin kort bericht 1816 [wnt verbloemen i] <Frans
bullshit onzin 1983 [De Coster 1999] <Engels
bult* bobbel, bochel 1287 [cg NatBl]
bulterriër hondensoort 1912 [kku] <Engels {4.1.3}
bumper stootrand 1938 [Aanv wnt] <Engels
bundel* pak 1250 [cg ii 1 Gen.rec.] {3.1}
bunder vlaktemaat 1101-1200 [Tavernier] <me Latijn {2.4}
bungalow vrijstaand huis van één woonlaag 1863 [Sanders 1995] <Engels
[p. 900]
bungeejumpen van een hoog object springen aan een elastisch koord 1993 [De Coster 1999] <Engels {4.1.18}
bungelen* slingeren 1782 [wnt bungelen ii]
bunker verdedigingsstelling 1940-1945 [Nieuwe Taalgids 38, 163ff] <Engels of Duits {3.2}
bunny serveerster in nachtclub 1989 [Peptalk] <Engels {4.1.13}
bunsenbrander gasbrander 1906 [wp]
bunzing* marterachtige 1150 [Claes] {2.4/4.1.3}
burcht* versterkte plaats 709 [Claes] {1.2.4/2.3}
bureau schrijftafel 1793-1796 [wnt] <Frans {1.2.3/4.1.9}
bureau kantoor 1824 [wei] <Frans {1.2.3}
bureaucratie heerschappij van de ambtenaren 1847 [kku] <Frans
burgemeester hoofd van een gemeente 1254 [vmnw]
burger inwoner van stad, lid van een staat 1240 [Bern.] <Duits {1.2.3}
burggraaf adellijke titel 1220-1240 [cg ii 1 Aiol] {1.2.3}
burlen* bronstig loeien van herten 1605 [wnt] {3.1}
burlesk boertig 1782 [wnt] <Frans
burn-out oververmoeidheid door stress 1994 [De Coster 1999] <Engels
bursaal beursstudent 1592 [wnt trouwbelofte]
bus doos, blik 1240 [vmnw] <Latijn
bus vervoermiddel 1887 [wnt] <Engels {1.1/1.2.4/4.1.10}
bush rimboe 1912 [kku] <Engels
bush-bush rimboe 1992 [gvd] {3.1}
business zaken 1912 [kku] <Engels
buskruit ontplofbaar mengsel 1441 [Toll.] {4.1.14}
buste borstbeeld 1778 [wnt] <Frans
buste boezem 1902 [wnt bustehouder s.v. rekbaar] <Frans {1.2.2/4.4}
bustehouder steun voor de boezem 1902 [wnt rekbaar] <Duits
butaan gasvormige koolwaterstof 1941 [Holleman, Leerboek der organische chemie 50]
buten verstoppertje spelen 1913 [Aanv wnt] {4.1.18}
butje* imbeciel, slome jongen 1989 [Hofkamp&Westerman] {1.2.2/3.1}
butler huisknecht 1912 [kku] <Engels
buts deuk 1470 [mnw] <Frans
butskop* walvisachtige 1761 [wnt potskop] {1.3/4.1.3}
button speldje met afbeelding of tekst 1969 [R75] <Engels
buur* die in de omgeving woont 1265-1270 [cg Lut.K]
buurt* stadsdeel of deel van dorp 1401-1500 [mnw]
buut mikpunt 1847 [kku] <Frans {4.1.18}
buy-out overname van alle aandelen van een vennootschap 1989 [Peptalk] <Engels
buzzer zoemer 1976 [gvd] <Engels
buzzer soort semafoon waarbij een bericht verschijnt op een schermpje 1996 [De Coster 1999] <Engels {4.1.17}
bye tussenwerpsel: afscheidsgroet 1984 [gvd] <Engels {4.3}
bypass omleiding 1968 [kwt] <Engels
byte groep van acht bits 1969 [Dijkman, Computer-abc 74] <Engels
cab huurrijtuig 1912 [kku] <Engels {4.1.10}
caballero heer, ruiter 1847 [kku] <Spaans {3.2}
cabaret amusementsgenre 1914 [gvd] <Frans {4.1.15}
cabine hokje 1895 [Broeckaert] <Frans
cabriolet rijtuig 1824 [wei] <Frans {4.1.10}
cabriolet auto met opvouwbaar dak 1929 [kwt] <Frans {4.1.10}
cacao zaad van de cacaoboom en daaruit bereide drank 1596 [wnt] <Spaans {3.2/4.1.6}
cachet stempel 1588 [wnt] <Frans
cachot gevangenis 1698 [wnt] <Frans
cactus plantenfamilie 1775 [wnt toortsplant] <Latijn
cadans ritme 1697 [wnt] <Frans
caddie drager van golfsticks 1917 [kwt] <Engels
cadeau geschenk 1824 [wei] <Frans
cadens reeks akkoorden ter afsluiting van muziekstuk 1739 [wnt] <Frans
cadet student aan militaire school 1868 [wnt] <Frans {4.1.14}
cadmium chemisch element 1846 [Aanv wnt] <modern Latijn
café kroeg 1897 [wnt] <Frans
café-chantant café waar voor de bezoekers wordt gezongen 1912 [kku] <Frans
cafeïne alkaloïde uit koffie 1857 [Aanv wnt] <Frans
cafetaria snelbuffet 1937 [Aanv wnt] <Engels
cahier schrift 1832 [wnt wijze i] <Frans
caissière kassajuffrouw 1914 [Aanv wnt] <Frans {4.1.13}
caisson zinkbak 1824 [wei] <Frans
cake zachte koek 1761 [Aanv wnt] <Engels {3.2/4.1.6}
cakewalk negerdans 1912 [kku] <Engels {4.1.15}
[p. 901]
calamiteit grote ramp 1631 [wnt] <Frans
calando afnemend 1820 [Muzijkaal zak-woordenboek] <Italiaans {3.2}
calcium chemisch element 1847 [kku] <modern Latijn
calculatie berekening 1582 [Aanv wnt] <Frans
calculator rekenmachine 1982 [R84] <Engels
calculeren berekenen 1611 [wnt] <Frans
calèche licht rijtuig 1641 [Aanv wnt] <Frans {4.1.10}
caleidoscoop weerspiegelende kijker 1847 [kku]
calgon waterontharder 1950 [gvd]
californium chemisch element 1976 [gvd] <modern Latijn
callanetics vorm van fitness 1990 [De Coster 1999] <Engels {4.1.18}
callgirl prostituee die zich telefonisch laat bestellen 1961 [wp jaarboek 1962] <Engels {4.1.13}
calorie warmte-eenheid 1869 [wnt warmte-eenheid] <Frans
calque op calqueerpapier overgenomen tekening 1824 [wei] <Frans
calqueren natrekken van tekening 1604 [Aanv wnt] <Frans
calvados brandewijn 1952 [ensie] <Frans {3.2/4.1.6}
calvinisme hervormde leer 1859 [wnt wel v] <Frans {4.1.8}
calvinist aanhanger van de hervormde leer van Calvijn 1583 [wnt wet i] <Frans {4.1.8}
calypso dans 1965 [R75] <Engels {4.1.15}
camber eenzijdige slijtage van autoband 1954 [Aanv wnt] <Engels
cambio wissel 1543 [De Bruijn Tw. 10] <Italiaans {3.2}
cambium steeds aangroeiend weefsel tussen bast en hout 1857 [Aanv wnt] <me Latijn
Cambrium geologische periode 1911 [Heimans, Ons Krijtland 215] <modern Latijn
camcorder apparaat voor beeld- en geluidsopnamen 1982 [Sanders 2000] <Engels {4.1.17}
camee in reliëf gesneden steen 1782 [hou iii, 3, 431] <Frans
camel kameelkleurig 1974 [Posthumus] <Engels {4.1.5}
camelia kamerplant 1847 [kku] <modern Latijn
camembert kaassoort 1900 [Sanders 1995] <Frans {4.1.6}
camera foto- of filmtoestel 1897 [wnt] <Engels {4.1.17}
camerlengo pauselijk kamerheer 1863 [kku] <Italiaans {3.2}
camion vrachtwagen 1899 [wnt automobiel Suppl] <Frans {4.1.10}
camjo eenmansreportageploeg met kleine digitale camera 2000 [Volkskrant 15/12] <L {3.4}
camorra Napolitaanse misdaadorganisatie 1886 [kku] <Italiaans {3.2}
camouflagepak onopvallend pak 1961 [gvd] {4.1.14}
camoufleren onopvallend maken 1924 [gvd] <Frans
camp vulgair, banaal, kitscherig 1966 [R75] <Engels
campagne veldtocht 1597 [Suriname: Spiegel der vaderlandse kooplieden 31] <Frans
campagne publieke actie 1909 [wnt] <Frans
campanile klokkentoren 1876 [Aanv wnt] <Italiaans {3.2}
campari alcoholische drank 1978 [Complete drankenenc.] <Italiaans {3.2/4.1.6}
camper kampeerwagen 1984 [gvd] <Engels {4.1.10}
camping kampeerterrein 1958 [R75] {1.2.5/3.3/5}
campionissimo de kampioen der kampioenen 1986 [koe] <Italiaans {3.2}
campus universiteitsterrein 1948 [Aanv wnt] <Engels
canaille gepeupel 1572 [wnt adeldom] <Frans
canapé bank 1734 [wnt] <Frans {4.1.9}
canard loos bericht 1872 [gvd] <Frans
canasta kaartspel 1951 [wp, dl. 11, 661] <Spaans {3.2/4.1.18}
cancan revuedans 1847 [kku] <Frans {3.1/4.1.15}
cancelen afzeggen 1951 [Aanv wnt] <Engels
candela eenheid van lichtsterkte 1953 [Aanv wnt] <Latijn
candid-camera heimelijke filmopnamen 1965 [R75] <Engels {4.1.15}
candybar gevulde chocoladereep 1984 [gnn] <Engels {4.1.6}
cannabis hennep 1869 [Aanv wnt] <Latijn
cannelloni pasta met groente- en gehaktmengsel 1992 [gvd] <Italiaans {3.2/4.1.6}
canon regel, richtsnoer 1450 [hws] <Latijn
cañon ravijn 1880 [F. Bruins, Het Wereldrond iii, 178-179] <Spaans {3.2}
canoniek tot het kerkelijk gebruik behorend 1619 [wnt] <Frans
canoniseren voor heilig verklaren 1531 [wnt andere] <Frans
cantabile bijwoord: zangerig 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
cantate zangstuk 1777 [mey] <Frans
cantharel dooierzwam 1846 [Flora Batava 9, nr. 660] <modern Latijn
[p. 902]
cantilene kerkgezang, zangerige melodie 1847 [kku] <Frans
canto gezang 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
cantor voorzanger 1678 [wnt jubileeren] <Latijn
canule buisje om wonden open te houden 1748 [Aanv wnt] <Frans
canvas sterk linnen weefsel 1911 [wnt rubber] <Engels {4.1.9}
canvassen werven van kiezers door politici die willekeurig aanbellen 1946 [Aanv wnt] <Engels
canyoning vorm van sportklimmen langs watervallen in diepe kloven 1995 [Dit, dl. 37, 4, 20-22, 2] <Engels {4.1.18}
canzone lyrisch gedicht 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] <Italiaans {3.2}
caoutchouc rubber 1847 [wnt wals ii] <Frans
cap ruiterpet 1984 [gvd] <Engels {4.1.9}
capabel bekwaam 1642 [wnt] <Frans
capaciteit bekwaamheid 1728 [Pomey, Novum Dict. Belgico-Latinum] <Frans
capaciteit vermogen, kracht 1886 [wnt] <Frans
cape schoudermantel 1903 [Prick 1903] <Engels {3.2}
capibara knaagdier 1883 [Van Donselaar Tw. 13] <Spaans {3.2/4.1.3}
capillair haar- 1847 [kku] <Frans
capitonneren bekleden, opvullen 1912 [kku] <Frans
capitulatie overgave van troepen 1651 [wnt] <Frans
capituleren zich overgeven 1588 [Claes Tw. 11] <Frans
cappuccino koffie met schuimende melk 1991 [Midas Dekker, Eten op je eigen] <Italiaans {3.2/4.1.6}
capriccio muziekstuk zonder vast schema 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
caprice gril 1657 [Aanv wnt] <Frans
capriool bokkensprong 1624 [wnt] <Frans
capsule (geneesmiddelen)omhulsel 1824 [wei] <Frans
captain (sport)aanvoerder 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 16b] <Engels
capuchon hoofdkap 1824 [wei] <Frans {4.1.9}
caput hoofdstuk 1658 [mey] <Latijn
cara verzamelnaam voor longziekten 1984 [gvd] <L {3.4}
carabinieri Italiaanse gendarmes 1805 [mey] <Italiaans {3.2}
caracal katachtige 1872 [gvd] <Frans {4.1.3}
carambole raken met speelbal van de twee andere biljartballen 1837 [wnt] <Frans
caravan kampeerwagen 1940 [Posthumus] <Engels {4.1.10}
carbid chemische verbinding 1906 [wp]
carbol ontsmettingsmiddel 1898 [gvd]
carburator vergasser 1911 [Aanv wnt] <Frans
carcinogeen kankerverwekkend 1939 [Aanv wnt]
carcinoom kankergezwel 1847 [Aanv wnt] <Latijn
carco (eetbare) zeeslak 1976 [gvd] <Papiaments {3.2}
cardanas as in auto 1919 [Aanv wnt]
care verzorging 1912 [kku] <Engels
cargadoor scheepsbevrachter 1472 [Toll.] <Spaans {3.2}
cargo vracht 1633 [wnt] <Spaans {3.2}
cariës tandbederf 1867 [Aanv wnt] <Latijn
carillon klokkenspel 1824 [wei] <Frans
carnaval drie dagen voor vasten 1673 [wnt] <Frans {4.1.7}
carneool vleesrode edelsteen 1734 [HubWes]
carnivoor vleeseter 1865 [kvw] <Frans
carolus(gulden) munt 1521 [Van Gelder 1965] {4.1.12}
caroteen oranjerode kleurstof in planten 1902 [Kerner von Marilaun, Leven der planten ii:116]
carpaccio voorgerecht bestaande uit dunne plakjes rauwe ossenhaas 1992 [Vogelaar in Raster 60, 70-74, 5] <Italiaans {3.2/4.1.6}
carpooling het gezamenlijk gebruik maken van één auto 1980 [De Coster 1999] <Engels
carport afdak voor auto's 1979 [Wijnands&Ost] <Engels
carré vierkant 1773 [Van Donselaar Woordenaar 2, 1] <Frans
carrier draagwagen 1946 [Aanv wnt] <Engels {4.1.10}
carrière loopbaan 1600 [wnt drank] <Frans
carrosserie koetswerk van auto 1914 [gvd] <Frans
carrousel draaimolen 1824 [wei] <Frans {4.1.18}
carter omhulsel van krukas in motor 1911 [Aanv wnt] {3.3}
cartografie het maken van kaarten 1875 [Aanv wnt] <Frans
cartoon getekende mop 1949 [Aanv wnt] <Engels
cartotheek kaartsysteem 1932 [Aanv wnt] <Frans
cartouche omlijsting met rolwerk 1653 [Aanv wnt] <Frans
cartridge (inkt)houder 1981 [Mini/micro computer okt. 9, 30] <Engels
[p. 903]
carveschaats schaats met ijzers die in het midden smaller zijn 1999 [Sanders 2000]
casanova vrouwenversierder 1968 [kwt]
cascade waterval 1649 [Aanv wnt] <Frans
casco romp van schip of auto 1614 [wnt Bijv.+verb.] <Spaans {3.2}
case praktijkgeval 1984 [gvd] <Engels
caseïne kaasstof 1861 [Aanv wnt]
cash bijwoord: contant 1912 [kku] <Engels
cashen te gelde maken, geld innen 1998 [Internet: afz-10.html] <Engels
cashewnoot notensoort 1968 [kwt] <Engels {4.1.2}
cashflow netto winst plus afschrijvingen 1975 [R75] <Engels
casino gebouw voor gokken 1824 [wei] <Italiaans {3.2}
casinobrood broodsoort 1914 [gvd] {4.1.6}
cassatie vernietiging van vonnis 1651 [wnt] <Frans
cassave meel uit de wortels van maniok 1625 [Van Donselaar Woordenaar 1, 1] <Frans
casselerrib varkensrib als broodbeleg 1910 [wnt rib i] <Duits {4.1.6}
casseren een vonnis vernietigen 1290 [cg I3, 1491] <Frans
cassette houder, doos 1688 [Aanv wnt] <Frans
cassette geluids- of videoband in houder 1902 [Aanv wnt] <Engels
cassetterecorder kleine bandrecorder 1973 [Aanv wnt] <Engels {4.1.17}
cassis drank van zwarte bessen 1912 [kku] <Frans {4.1.6}
cast bezetting van film of toneelstuk 1958 [R75] <Engels
castagnetten duimkleppers 1717 [Aanv wnt] <Frans
castraat mannenstem die geen stemwisseling heeft ondergaan 1824 [wei] <Duits {3.2/4.1.16}
castreren ontmannen 1291-1300 [cg Luiks Diat.] <Frans
casus geval 1621 [Aanv wnt] <Latijn
cataclysme geweldige ramp 1919 [kwt] <Frans
catacombe onderaardse gang 1653 [Aanv wnt] <Frans
catalepsie verstijving van spieren 1624 [Aanv wnt] <modern Latijn
catalogus register, lijst 1610 [Picarta: Catalogus Vant gheene tot Amsterdam by groote menichten vercocht zal worden] <Latijn
catamaran dubbelboot 1832 [wei] <Engels {4.1.11}
cataract staar 1351 [mnw] <Latijn
catarre slijmvliesontsteking 1514 [mnw] <Frans
catastrofe grote ramp 1824 [wei] <Frans
catatonie spierspanning 1923 [Aanv wnt]
catch-22 (dankzij bureaucratie) onoplosbaar dilemma 1961 [De Coster 1999] <Engels
catcher vangman bij baseball 1912 [kku] <Engels
catecheet godsdienstonderwijzer 1847 [kku] <Frans {4.1.8}
catechese godsdienstonderwijs 1886 [kku] <Latijn
catechisatie godsdienstonderwijs 1624 [Toll.] <Frans {4.1.8}
catechismus leer van godsdienst in de vorm van vraag en antwoord 1538 [Bibliotheca 1954, nr. 1571] <Latijn
categorie onderdeel van classificatie 1665 [wnt] <Latijn
categorisch onvoorwaardelijk 1698 [mey] <Latijn
catenaccio extreem verdedigend voetbal 1990 [De Coster 1992] <Italiaans {3.2}
catering verzorging van maaltijden of feesten 1972 [Picarta: titel van tijdschrift, uitgegeven bij Merites in Nijmegen] <Engels
catharsis reiniging 1832 [wei] <modern Latijn
catheter buis om lichaamsvocht af te tappen 1642 [wnt waterloop] <Latijn
catwalk nauwe loopbrug voor modeshows 1984 [gvd] <Engels
caudillo militair-politiek leider 1886 [kku] <Spaans {3.2}
causaal oorzakelijk 1824 [wei] <Latijn
causaliteit oorzakelijkheid 1799 [Aanv wnt] <Frans {3.2}
causerie praatje 1843 [Aanv wnt] <Frans
cautie borgtocht 1290 [cg ii 1 En.Codex] <Frans
cavalerie wapen van de landmacht te paard 1588 [Claes] <Frans {4.1.14}
cavalerie wapen van de landmacht, uitgerust met tanks 1946 [Leen Verhoeff, uit off. stukken] <Frans {4.1.14}
cavalier begeleider 1669 [mey] <Frans
cavia knaagdier 1853 [Aanv wnt] <modern Latijn {4.1.3}
cayennepeper gemalen Spaanse peper 1847 [kku] <Engels {4.1.6}
cd dun schijfje waarop geluid is vastgelegd 1983 [Van der Horst 392] <Engels {4.1.17}
cd-rom cd die uitsluitend gelezen kan worden 1985 [De Coster 1999] <Engels {4.1.17}
ceder naaldboom 1100 [Willeram] <Latijn {2.5}
cederen afstaan 1506 [hws] <Frans
cedi munteenheid van Ghana 1967 [Enc. Munten en Bankbiljetten] <Fanti {4.1.12}
[p. 904]
cedille teken onder de c 1824 [wei] <Frans
ceel, cedel (bewijs)stuk, lijst 1240 [Bern.] <Frans
ceintuur gordel 1462 [hws] <Frans
cel klein vertrek 1240 [Bern.] <Latijn {3.2}
cel kleinste element in weefsel 1644 [wnt] <Latijn
celebreren vieren, plechtig bedienen 1295 [cg I3, 2161] <Latijn
celesta toetsinstrument 1944 [wnt trommel] <Frans {4.1.16}
celibaat ongehuwde staat 1800 [wnt jaar i] <Frans {3.2}
celibatair vrijgezel 1824 [wei] <Frans
cello snaarinstrument 1847 [kku] {3.3/4.1.16}
cellofaan doorzichtig verpakkingsmateriaal 1934 [kwt] <Frans
cellulair in cellen verdeeld 1856 [Suringar, Het cellulair systeem] <Frans
cellulitis zwelling van onderhuids bindweefsel 1910 [Bauwens] <modern Latijn
celluloid hoornachtige, elastische stof, o.a. gebruikt voor foto's en films 1899 [wnt vignet] <Engels
cellulose celstof 1872 [gvd] <Frans
Celsius eenheid van temperatuur 1865 [wnt verkoken]
cembalo toetsinstrument 1795 [Muzijkaal Kunstwrdb.] <Italiaans {3.2/4.1.16}
cement mortel 1350 [mnw] <Frans
cenotaaf leeg grafmonument 1824 [wei] <Latijn {1.2.4/3.2}
censureren vrijheid van meningsuiting beperken 1726 [wnt] <Frans
cent munt ter waarde van het honderdste deel van een gulden 1816 [wnt] <Engels {1.3/4.1.12}
centaur paardmens 1526 [wnt stuur ii] <Latijn
centenaar gewichtseenheid van 100 kg 1287 [hws] <Latijn
centime een honderdste frank 1806 [Claes] <Frans {3.2}
centimeter 0,01 meter 1810 [wnt kilometer] <Frans {3.2}
centraal in het midden gelegen 1796 [Picarta: Concept-plan ter inrichting (...) alsmede voor eene algemeene Centraale vergadering] <Frans {3.2}
centraliseren in één punt samenbrengen 1904 [wnt] <Frans
centreren het midden zoeken 1824 [wei] <Frans
centrifugaal middelpuntvliedend 1824 [wei] <Engels {1.2.6}
centrifuge centrifugaalmachine 1865 [wnt uitlekken i] <Frans {1.2.6/4.1.9}
centripetaal middelpuntzoekend 1824 [wei]
centrum middelpunt 1654 [Claes] <Latijn
centrum instelling 1961 [gvd] <Engels
cerebraal wat de hersenen betreft 1847 [kku] <Frans
ceremonie plechtigheid 1494-1512 [hws] <Frans
ceremonieel betrekking hebbend op ceremoniën 1555 [wnt] <Frans
cerise kerskleurig 1912 [kku] <Frans {4.1.5}
cerium chemisch element 1898 [wnt verbranding] <modern Latijn
certificaat schriftelijke verklaring 1847 [wnt] <Frans
certificeren voor echt verklaren 1370-1378 [hws] <me Latijn
cervelaatworst gekruide vleesworst 1824 [wei] {4.1.6}
cerviduct wildviaduct 1986 [koe]
cervix hals van een orgaan 1919 [wnt verplaatsing] <Latijn {3.2}
cesartherapie bewegingstherapie 1991 [wp]
cesium chemisch element 1886 [kku] <modern Latijn
cessie overdracht 1516 [wnt] <Latijn
cessionaris verkrijger 1650 [mey] <Frans
cesuur rustpunt 1824 [wei] <Frans
chaabi Marokkaanse volksmuziek 2000 [nrc-h 30/12/2000] <Arabisch {3.2/4.1.16}
chablis witte bourgogne 1855 [Kramers, Geographisch Wrdb.]
cha-cha-cha Latijns-Amerikaanse dans 1958 [Aanv wnt] <Spaans {3.1/3.2/4.1.15} <Frans {4.1.6}
chador sluier van islamitische vrouwen 1992 [gvd] <Hindi
chaebol groot conglomeraat van bedrijven 1998 [nrc-h 12/8/98] <Koreaans
chagrijn verdrietige ontevredenheid 1720 [mey] <Frans
chakra in oosterse culturen een energiecentrum, verbindingspunt tussen het fysieke en het fijnstoffelijke lichaam 1992 [gvd] <Sanskriet
chalcedon melksteen 1782 [hou iii, 3, 221]
chalet Zwitsers houten huis 1886 [kku] <Frans
challe gevlochten brood voor de sabbat 1912 [kku] <Jiddisch {3.2/4.1.6}
chambertin rode wijnsoort 1840 [wnt rauw i] <Frans {4.1.6}
chambreren wijn op kamertemperatuur brengen 1912 [kku] <Frans
[p. 905]
champagne schuimende wijnsoort 1745 [Miller, Groot alg. kruidkundig wrdb. 944] <Frans {4.1.6}
champignon paddestoel 1704 [Hannot&Hoogstraten] <Frans
Chanoeka herdenking van de inwijding van de Tempel 1921 [wnt voorjaar] <Hebreeuws {3.2/4.1.7}
chanson liedje 1751 [Aanv wnt] <Frans
chantage geldafpersing 1865 [kvw] <Frans
chanteren geld afpersen door dreigementen 1949 [Aanv wnt] <Frans
chaos wanorde 1401-1425 [mnw] <Latijn
chaperonneren een dame begeleiden 1847 [kku] <Frans
chapiter onderwerp van gesprek, punt 1841 [Aanv wnt] <Frans
charade lettergreepraadsel 1809 [Aanv wnt] <Frans {3.2/4.1.18}
charge cavalerieaanval 1593 [wnt wijken] <Frans
chargeren in gesloten formatie aanvallen 1591 [Schulten Tw. 9] <Frans
chargeren overdrijven 1916 [wnt z.j.] <Frans
charisma bovennatuurlijke gave 1923 [Aanv wnt] <Latijn of Grieks
charitatief liefdadig 1950 [gvd] <me Latijn
charlatan kwakzalver 1658 [mey] <Frans
charleston dans 1926 [Sanders 1995] <Engels {4.1.15}
charmant leuk 1698 [wnt tranendal] <Frans
charme bekoring 1908 [wnt] <Frans
charter oorkonde 1260 [cg i 1, 72] <Frans
chartervlucht vlucht waarvoor het vliegtuig afgehuurd is 1950 [wnt vlucht] <Frans
chartreuse fijne likeur 1876 [Aanv wnt] <Frans {4.1.6}
chassidisme stroming in jodendom 1886 [kku]
chassis raamwerk 1898 [gvd] <Frans
chateaubriand biefstuk van ossenhaas 1910 [Aanv wnt] <Frans {4.1.6}
chatten on line corresponderen via het internet 1993 [Sanders 2001] <Engels {4.1.17}
chauffeur autobestuurder 1912 [kku] <Frans
chauvinisme overdreven vaderlandsliefde 1890 [wnt toegeven] <Frans
checken controleren 1950 [De Vooys] <Engels {1.3}
cheddar kaas 1909 [Sanders 1995] <Engels {4.1.6}
cheerio tussenwerpsel: gezondheid! 1968 [kwt] <Engels {4.3}
cheeseburger hamburger met een plak kaas 1968 [wp voor de vrouw] <Engels {4.1.6}
cheeta katachtige 1947 [Aanv wnt] <Engels {4.1.3}
chef die aan het hoofd staat 1516 [Mak] <Frans
chef-d'oeuvre meesterwerk 1824 [wei] <Frans
chelatietherapie een behandeling van aderverkalking 1991 [wp]
chemicaliën scheikundige stoffen 1818 [wnt medicinaal] <modern Latijn
chemie scheikunde 1614 [Beguin, Tyrocinium chymicum] <Latijn
chemie wisselwerking tussen mensen 1997 [R99] <Engels
chemobak afvalbak voor klein chemisch afval 1993 [De Coster 1999]
chenille fluweelachtig weefsel 1821 [wnt uitwerksel] <Frans {4.1.9}
cheque schriftelijke betalingsopdracht 1847 [kku] <Engels
cherry brandy kersenlikeur 1926 [kwt] <Engels {4.1.6}
cherubijn engel van de tweede rang 1285 [cg Rijmb.] <Latijn
chesterkaas soort kaas 1847 [kku] {4.1.6}
cheviot wollen stof 1896 [wnt] <Engels {4.1.9}
chewing gum kauwgom 1936 [Kath. Enc.] <Engels {4.1.6}
chianti droge wijnsoort 1847 [kku] <Italiaans {3.2/4.1.6}
chiasma kruisstelling van woorden 1876-1900 [Aanv wnt] <modern Latijn
chic verfijnd 1844 [Toll.] <Frans
chicane haarkloverij 1698 [wnt] <Frans
chiffon weefsel 1900 [Aanv wnt] <Frans {4.1.9}
chihuahua hondensoort 1918 [Sanders 1995] <Engels {4.1.3}
chijl bloedvormend vocht 1702 [wnt windig] <Latijn
chili cayennepeper 1886 [kku] <Spaans {3.2/4.1.6}
chiliasme geloof aan duizendjarig rijk 1668 [Aanv wnt] <modern Latijn
chimaera monsterdier 1556 [wnt minst] <Latijn
chimpansee mensaap 1847 [kku] <Frans {4.1.3}
chinchilla knaagdier 1840 [wnt vossehuid] <Spaans {3.2/4.1.3}
chinezen via koker opsnuiven van verhitte heroïne 1975 [Aanv wnt]
chinoiserie in chinese stijl vervaardigde voorwerpen 1886 [kku] <Frans
chip dun plakje silicium 1979 [wp jaarboek 1980] <Engels
chipknip oplaadbare chipkaart van de banken 1995 [De Coster 1999]
[p. 906]
chipolatapudding gevulde pudding 1910 [Aanv wnt] {4.1.6}
chippendale Engelse meubelstijl 1931 [kwt] <Engels
chippendale mannelijke stripper 1992 [De Coster 1999] <Engels {4.1.13}
chipper oplaadbare chipkaart van de Postbank 1996 [De Coster 1999]
chips gebakken aardappelschijfjes 1950 [gvd] <Engels
chiromantie handlijnkunde 1734 [HubWes] <me Latijn
chirurg heelkundige 1877 [wnt wegwisschen] <Duits
chirurgie heelkunde 1265-1270 [cg Lut.K] <Frans
chirurgijn heelmeester 1265-1270 [cg Lut.K] <Frans {4.1.13}
chitine schaalhuid 1847 [Aanv wnt] <Frans
chlamydia soort van micro-organismen 1991 [wp] <modern Latijn
chloor chemisch element 1846 [wnt wonderzout] <modern Latijn
chloroform narcosevloeistof 1872 [gvd] <Frans
chlorofyl bladgroen 1847 [kku]
chocolade drank uit cacao, versnapering 1679 [wnt] <Spaans {3.2/4.1.6}
choke smoorklep 1951 [Aanv wnt] <Engels
choker sjaaltje gedragen in open boord 1912 [kku] <Engels {3.2}
cholera besmettelijke buikloop 1588 [Claes Tw. 11] <Latijn
cholerisch heftig 1805 [mey]
cholesterol vetachtige stof 1941 [Holleman, Leerboek der organische chemie 607]
choqueren aanstoot geven 1669 [mey] <Frans
choreografie het ontwerpen van dansfiguren 1824 [wei]
chorizo harde worstsoort 1992 [gvd] <Spaans {3.2/4.1.6}
chow-chow hondensoort 1931 [kwt] <Engels {4.1.3}
chrestomathie bloemlezing 1824 [wei] <Grieks {3.2}
chrisma zalfolie, zalving 1601 [wnt knorren ii] <Latijn
christen belijder van de christelijke godsdienst 1200 [cg ii 1 Servas] <Latijn {4.1.8}
christeneziele tussenwerpsel: uitroep van verbazing 1860 [wnt christenziel] {4.3}
christoffel mascotte met St.-Christoffel 1992 [gvd]
chromatisch met halve tonen 1809 [Aanv wnt] <Frans {3.2}
chromosoom drager van erfelijke eigenschappen in celkern 1907 [Vd Sijs 1998] <Duits
chronisch langdurig 1824 [wei] <Latijn
chronologie tijdrekenkunde 1697 [wnt almanak Suppl] <Frans
chronometer tijdmeter 1786 [wnt] <Frans
chroom chemisch element 1824 [wei] <modern Latijn
chrysant plantensoort 1773 [hou ii, 1, 146]
chut tussenwerpsel: stil! 1895 [Broeckaert] <Frans {4.3}
chutney zoetzuur met vruchten 1903 [Prick 1903] <Engels {4.1.6}
ciabatta langwerpig brood gebakken van nat deeg 1998 [De Coster 1999] <Italiaans {3.2/4.1.6}
ciao tussenwerpsel: afscheidsgroet 1991 [Hoppenbrouwers] <Italiaans {3.2/4.3}
ciborie kelk ter bewaring van hostie 1451-1500 [mnw] <Latijn
cicade insect 1287 [cg NatBl] <Latijn
cichorei plant waarvan de wortel voor smaakverbetering van koffie gebruikt wordt 1484 [hws] <Frans
cider drank uit gegist vruchtensap 1351-1400 [mnw] <Frans {4.1.6}
cijfer getalmerk 1508 [Kool] <Frans
cijns schatting, belasting 1253 [cg i 1, 46] <Latijn
cilinder rolrond voorwerp 1562 [Dict. Tetraglotton] <Frans of Latijn
cimbaal slaginstrument 1451-1500 [mnw] <Frans {4.1.16}
cineast filmkunstenaar 1929 [wnt totaliteit] <Frans
cinema bioscooptheater 1914 [gvd] <Frans
cinematograaf filmtoestel 1908 [wnt leevend] <Frans {4.1.17}
cinnaber vermiljoen 1719 [wnt vermiljoen] <Frans {4.1.5}
cipier gevangenbewaarder 1552 [wnt] <Frans
cipres naaldboom 1240 [Bern.] <Frans
circa voorzetsel 1749 [Saramakaanse vrede van 1762 53] <Latijn {4.2}
circuit gesloten baan, gesloten groep 1663 [mey] <Frans
circulaire rondschrijven 1812 [wnt] <Frans {3.2}
circulatie omloop 1680 [wnt vereenigd] <Frans
circuleren rondgaan 1663 [mey] <Frans
circumcisie besnijdenis 1658 [mey] <Latijn
circumflex samentrekkingsteken 1567 [Aanv wnt] <Latijn
[p. 907]
circus voorstelling van dressuur en acrobatiek 1897 [wnt] <Latijn {4.1.15}
cirkel kring 1220-1240 [cg ii 1 Aiol] <Frans of Latijn
cirrose verschrompeling 1847 [Aanv wnt] <Frans
cirrus vederwolk 1847 [Aanv wnt] <Latijn
cis met een halve toon verhoogde c 1832 [wei] <Duits {3.2}
ciseleren versiering in metaal beitelen 1704 [Hannot&Hoogstraten] <Frans
cisterciënzer lid van geestelijke orde 1778 [wnt zwaarddrager] <Frans {4.1.8}
citaat aanhaling 1840 [wnt rhetoriek] <Latijn
citadel deel van vestingwerk 1588 [Claes Tw. 11] <Frans
citer snaarinstrument 1588 [Kil.] <Duits {3.2/4.1.16}
citeren (woorden) aanhalen 1897 [wnt] <Frans
cito bijwoord: met spoed 1602 [wnt] <Latijn
citroen zure vrucht 1554 [Dod.] <Frans {4.1.2}
citroenvlinder vlinder 1910-1914 [Bauwens]
citrusvrucht naam voor vruchten van het geslacht Citrus 1947 [Aanv wnt] {4.1.2}
city stadscentrum (oorspronkelijk van Londen) 1693 [wnt vergrooting] <Engels {3.2}
citybike fiets voor in de stad 1993 [De Coster 1999] <Engels {4.1.10}
civet door civetkat afgescheiden stof 1567 [Junius 122b] <Frans
civetkat roofdier 1596 [wnt civet] {4.1.3}
civiel burgerlijk 1467-1490 [hws] <Frans
civilisatie beschaving 1824 [wei] <Frans
claim vordering 1886 [kku] <Engels
clair-obscur met licht- en schaduweffecten 1824 [wei] <Frans
clairvoyant helderziend 1824 [wei] <Frans
clan (oorspronkelijk Schotse) stam 1824 [wei] <Engels
clandestien heimelijk 1503 [Boutillier] <Latijn
claque samendrukbare hoge hoed 1847 [kku] <Frans {4.1.9}
claque gehuurde toejuichers 1886 [kku] <Frans
clarence type rijtuigje 1912 [kku] <Engels {4.1.10}
clash botsing 1973 [R75] <Engels
classicisme navolging van de klassieken 1868 [wnt tooneel] <Frans
classificatie klasseverdeling 1824 [wei] <Frans
classificeerder losse scheepsarbeider 1951 [Aanv wnt]
classis onderafdeling van provinciaal kerkbestuur 1571 [wnt approbeeren Suppl] <Latijn {4.1.8}
claus passage in toneelstuk 1916 [wnt] <Frans
claustrofobie engtevrees 1911 [Aanv wnt] {1.2.5}
clausule afzonderlijke zinsnede of bepaling 1240 [Bern.] <Frans
clausuur afsluiting 1790 [Aanv wnt] <Latijn
claxon signaalinstrument op auto's 1918 [wnt klaxon] <Engels
clean geen drugs gebruikend 1962 [R75] <Engels
clearing verrekening 1912 [kku] <Engels
cleistogaam als knop gesloten blijvend (van bloem) 1898 [gvd]
clematis klimplantengeslacht 1608 [wnt vitalba] <Latijn
clementie goedertierenheid 1581 [wnt reventie] <Latijn
clementine variëteit van mandarijn 1950 [Kath. Enc.] <Frans {4.1.2}
clerus geestelijkheid 1569 [wnt gewormte] <Latijn
clever handig, slim 1979 [Wijnands&Ost] <Engels
cliché drukplaat 1892 [wnt] <Frans
cliché afgezaagde uitspraak 1950 [gvd] <Frans
click bij inademen gevormde klank 1968 [kwt] <Engels
clickfonds beleggingsfonds dat de winst bij een bepaald koersniveau veiligstelt 1996 [De Coster 1999]
cliënt klant 1699 [wnt] <Frans
cliffhanger spanning door op een beslissend moment af te breken 1981 [Foto en film enc.] <Engels
clignoteur knipperlicht 1976 [gvd] <Frans {3.2}
climacterium overgangsjaren van een vrouw 1913 [Aanv wnt] <modern Latijn
climax hoogtepunt 1847 [Aanv wnt] <Latijn
climax orgasme 1968 [Aanv wnt] <Engels
clinch het elkaar vasthouden van boksers 1946 [De Vooys] <Engels
cliniclown clown die in kinderziekenhuizen optreedt 1998 [nrc-h 14/7/98] <Engels
clinicus arts 1556 [wnt visiteeren] <Latijn
clip (papier)klem 1940 [Posthumus] <Engels
clitoridectomie het wegnemen van de clitoris 1970 [Recht voor raap]
clitoris kittelaar 1663 [mey] <modern Latijn {3.2}
clivia plantengeslacht 1884 [Aanv wnt] <modern Latijn
cloaca lichaamsholte van sommige dieren 1908 [Elffers/Viljoen, Beknopt Nederlands wrdb. voor Zuid-Afrika] <Latijn
[p. 908]
clochard dakloze, zwerver 1976 [gvd] <Frans {3.2}
close reading tekstanalyse met alle aandacht voor de tekst zelf 1970 [Recht voor raap] <Engels
closet toilet 1847 [kku] <Engels {4.4}
close-up opname van dichtbij 1931 [kwt] <Engels
clou het wezenlijke, pointe 1899 [dbl] <Frans
clown grappenmaker 1847 [kku] <Engels
club vereniging 1800 [Toll.] <Engels
cluster tros, groep 1963 [Aanv wnt] <Engels
coach trainer 1929 [kwt] <Engels
coadjutor hulpbisschop 1467-1490 [hws] <Latijn {4.1.8}
coaguleren klonters vormen 1650 [mey] <Frans
coalitie verbond 1795 [wnt revolutionist] <Frans {3.2}
coaster kustvaarder 1947 [Groninger Dagblad 21/7] <Engels {4.1.11}
coaten van een deklaag voorzien 1953 [Aanv wnt] <Engels
coati kleine beer 1761 [Van Donselaar Tw. 13] <Spaans {3.2/4.1.3}
coaxiaal met gemeenschappelijke as 1953 [Aanv wnt]
cobbler verkoelende wijndrank 1912 [kku] <Engels {4.1.6}
cobra slang 1847 [kku] <Portugees {3.2}
Cobra naam van een groep Deense, Belgische en Nederlandse kunstenaars uit de jaren vijftig van de 20e eeuw 1948 [wp] <L {3.4}
coca bladeren van Peruaanse struik 1564 [wnt] <Spaans {3.2}
coca-cola koolzuurhoudende frisdrank 1914 [Van der Horst 56] <Engels {4.1.6}
cocaïne alkaloïde uit de coca 1898 [gvd] <Spaans {3.2/4.1.6}
cockerspaniël hondensoort 1940 [Toepoel, Hondenenc.] <Engels {4.1.3}
cockpit stuurhut in vliegtuig 1926 [kwt] <Engels
cocktail gemengde alcoholische drank 1886 [kku] <Engels {4.1.6}
cocon omhulsel van rupsen 1872 [gvd] <Frans
cocooning zich terugtrekken in huiselijke kring 1989 [De Coster 1999] <Engels
cocotte vrouw van lichte zeden 1912 [kku] <Frans {4.1.13}
coda resumerend slot van muziekstuk 1772 [Bouvink] <Italiaans {3.2}
code wetboek 1824 [wei] <Frans
code stelsel van signalen of symbolen 1919 [wnt woord i] <Frans
codeïne bestanddeel van opium 1869 [Aanv wnt]
codex handschrift 1838 [wnt stempel i] <Latijn
codicil bijvoegsel bij testament 1536 [wnt aalmis Suppl] <Latijn
codificeren tot een wetboek maken 1875 [Aanv wnt] <Duits
coelacant beenvis 1953 [Achterberg, gedicht Ichtyologie] <modern Latijn
coffeeshop gelegenheid waar softdrugs verkrijgbaar zijn 1972 [De Coster 1999] <Engels
cognac soort brandewijn 1790 [wnt] <Frans {4.1.6}
cognitie kenvermogen 1650 [mey] <Latijn
cognossement zeevrachtbrief 1514 [hws]
cohabitatie paring 1650 [mey] <Latijn
cohabitatie samenwerking van twee politieke tegenstanders 1986 [De Coster 1999] <Frans {3.2}
coherent samenhangend 1669 [mey] <Frans
cohesie samenhang 1824 [wei] <Frans
cohort onderafdeling van Romeins legioen 1767 [wnt diep ii] <Latijn
cohort groep individuen met gemeenschappelijk kenmerk 1996 [Vd Sijs 1996] <Engels
coifferen vleien, opkammen 1780-1781 [wnt] <Frans
coiffeur kapper 1802 [wnt nagel] <Frans {3.2/4.1.13}
coïncidentie samenloop van omstandigheden 1824 [wei] <Frans
coïre geslachtsgemeenschap hebben 1859 [Gabler] <Latijn {4.4}
coïtus paring 1562 [Aanv wnt] <Latijn
coke cocaïne 1982 [R84] <Engels {4.1.6}
cokes residu van steenkool 1829 [Toll.] <Engels
col bergpas 1865 [kvw] <Frans
col kraag 1872 [Aanv wnt] <Frans
cola koolzuurhoudende frisdrank 1952 [Aanv wnt] {4.1.6}
colbert jas zonder panden 1881 [Sanders Tw. 7] {1.4/3.3/5}
cold case squad speciale politiegroep die oude delicten opnieuw onderzoekt 1999 [Sanders 2001] <Engels
coldcream verkoelende zalf 1855 [kku] <Engels
colibacil darmbacil 1950 [Kleine wp 382]
collaar pastoorsboord 1901 [kui] <Latijn
collaboreren met de vijand samenwerken 1950 [gvd] <Frans {1.2.2}
collage het samenplaksel 1958 [wp van de kunst, dl. 1, 451] <Frans {3.2}
collageen lijmvormend eiwit 1912 [kku]
[p. 909]
collaps plotselinge stoornis in bloedcirculatie 1847 [Aanv wnt] <Latijn
collateraal zijdelings 1486 [mnw] <me Latijn
collatie vergelijking van teksten 1475 [Hoorn, Stad, Inv. 629.R.871] <Latijn
collationeren teksten vergelijken 1370-1378 [hws] <Frans
collecte (geld)inzameling 1600 [wnt] <Frans
collectie verzameling 1553 [wnt vergadering] <Frans
collectief gezamenlijk 1669 [mey] <Frans {1.2.4}
collega ambtgenoot 1643 [wnt] <Latijn
college bestuurslichaam 1450 [hws] <Frans
collegiaal passend onder collega's 1863 [kku] <Frans
collie hondensoort 1912 [kku] <Engels {4.1.3}
collier halssnoer 1401-1450 [mnw] <Frans
collisie botsing 1669 [mey] <Frans
collo te verzenden stukgoed 1824 [wei] <Italiaans {3.2}
collocatie vaste verbinding van twee of meer woorden 1984 [gvd] <Engels
colloïde stof die fijn verdeeld in vloeistof zit 1886 [kku] <Frans
colloquium samenspraak, geleerd gesprek 1824 [wei] <Latijn
colofon gegevens aan het eind van drukwerk 1847 [kku] <Latijn
colofonium distillaatresidu van hars 1734 [HubWes]
colon deel van dikke darm 1807 [wnt vervolgen] <Latijn {3.2}
colon munteenheid van Costa Rica en El Salvador 1896 [Enc. Munten en Bankbiljetten] <Spaans {3.2/4.1.12}
colonnade zuilenrij 1788 [Aanv wnt] <Frans
colonne rij van militairen in rotten 1824 [wei] <Frans {4.1.14}
coloradokever insect 1894 [Bruggencate, Engelsch Wrdb.]
coloratuur versiering met cadansen en loopjes 1739 [Aanv wnt] <Italiaans {3.2}
coloriet kleurgeving 1710 [wnt koloriet] <Italiaans {3.2}
colorist schilder die zich toelegt op kleureffecten 1717 [wnt] <Frans
colostrum biest 1832 [wei] <Latijn
colporteren te koop aanbieden 1847 [kku] <Frans
colporteur verkoper langs huis 1847 [kku] <Frans {4.1.13}
colt soort revolver 1899 [dbl] <Engels {4.1.14}
coltrui trui met rolkraag 1968 [Aanv wnt]
column regelmatige bijdrage aan krant 1969 [R75] <Engels
coma bewusteloosheid 1663 [mey] <modern Latijn
coma nevelmassa rond komeetkern 1912 [kku] <Latijn
combattant strijder 1602 [Aanv wnt] <Frans
combinatie verbinding 1748-1778 [wnt] <Frans
combine maaidorser 1940 [Aanv wnt] <Engels {4.1.10}
combine combinatie van renners in wielersport om kansen van concurrenten te breken 1944 [Aanv wnt] <Frans
combineren samenvoegen 1663 [mey] <Frans
combiroes roes die ontstaat door gecombineerd gebruik van alcohol en drugs 2000 [Sanders 2001] <L {3.4/4.4}
combo klein ensemble van muzikanten 1957 [wp jaarboek 1958] <Engels
Comecon vroegere organisatie voor wederzijdse hulp van de Oostbloklanden 1984 [gnn] <Engels
comedy humoristische film 1997 [nrc-h 97/11/25] <Engels {4.1.15}
comestibles fijne eetwaren 1824 [wei] <Frans
comfort gemak 1847 [kku] <Engels
comfortabel gerieflijk 1847 [kku] <Engels
comic komisch stripverhaal 1957 [wp jaarboek 1958] <Engels
coming-out het uitkomen voor zijn seksuele geaardheid 1987 [De Coster 1999] <Engels
comité groep personen met uitvoerende taak 1729 [Claes Tw. 11] <Frans
commanderen bevelen 1590 [Schulten Tw. 9] <Frans
commandeur laagste rang van vlagofficier bij de marine 1739 [wnt] <Frans {4.1.14}
commanditair stil (van vennoot) 1847 [kku] <Frans
commando bevel 1652 [wnt] <Spaans {3.2}
commando militair van de commandotroepen 1961 [gvd] <Engels {4.1.14}
commensaal parasitisch gedierte 1914 [gvd] <me Latijn