|
|
|
| |
| | | |
19 Wye ist, daer ghy o Godt met duysent beecken bloedich
(1644)
Vertaling van een stanza uit Torquato Tasso's heldendicht
Gerusalemme liberata(iii, 8). De strofe beschrijft het moment
waarop de kruisvaarders Jeruzalem naderen. In navolging van Godfried van
Bouillon ontdoen allen zich van hun schoeisel en wenen.
Wye ist, daer ghy o Godt met duysent beecken bloedich
Het aerdryck liet besproeyt, die niet ten minsten souw
2
Om zulcken wrang gedacht uyt storten gans wemoedich
3Maer
twee fonteynen van een bitter klachten dauw.
4
5
Ghy myn bevroosen Herdt, waerom door d'oogen heenen
5
En druppelt ghy niet aff Heel tot een traenen vloet
6.
Ghy myn verherde Hert, breeckt en wildt u ontsteenen
7,
Waert dat ghy altyt weent, soo ghy't nu niet en doet
8.
| | | | Naar het handschrift van Tesselschade Roemers.
ub Leiden, Pap. 2 (Visscher).
| |
Verantwoording
De /ó/ in v. 1 is weergegeven als /o/.
Boven de tekst in de eerste druk, Jacob Westerbaens
Minnedichten 1644, p.269 (ubAmsterdam 408 g 24), staat een
opschrift: ‘Op het lijden Christi.’ Afgezien van spellingvarianten
geeft deze uitgave in plaats van breeckt (v. 7) ‘breeck’.
| |
Diplomatische transcriptie
Wye ist, daer ghy ó Godt met duysent beecken bloedich
Het aerdryck liet besproeyt, die niet ten minsten
souw
Om zulcken wrang gedacht uyt storten gans wemoedich
Maer twee fonteynen van een bitter klachten dauw.
Ghy myn bevroosen Herdt, waerom door d'oogen heenen
en druppelt ghy niet aff Heel tot een traenen
vloet[-*.*].
Ghy myn verherde Hert, bre+<e>+ckt en wildt u
ontsteenen,
waert dat ghy altyt weent, soo ghy't nu niet en
doet.
| [-*.*] |
geschrapt en onleesbaar |
| +< >+ |
boven de regel toegevoegd |
| |
Notities
De Italiaanse tekst is geschreven in de ottava rima; de
kenmerken daarvan zijn acht versregels van elk elf lettergrepen met als
rijmschema abababcc (zie gedicht 33). Deze dichtvorm werd bij voorkeur gebruikt
voor het heldendicht. In haar vertaling kiest de dichter voor een strofe van
acht alexandrijnen met het rijmschema ababcdcd.
De eerste vier versregels zijn gericht tot God, in de tweede vier
wordt het eigen hart aangesproken.
| |
Korte inhoud
Wie nu, bij het aanschouwen van de grond waar Christus uit duizend
wonden zijn bloed voor ons vergoot, niet uit zijn beide ogen weent, verdient
het voor altijd te blijven wenen.
| |
Achtergrond
Dit gedicht is de vertaling van een stanza uit
Torquato Tasso's heldendicht
Gerusalemme liberata (iii, 8). De strofe
beschrijft het moment waarop de kruisvaarders Jeruzalem naderen. In navolging
van
Godfried van Bouillon ontdoen allen zich van
hun schoeisel en wenen.
Tesselschade heeft jarenlang aan een vertaling van de
Gerusalemme gewerkt. De bovenstaande strofe is het enige wat ons van
haar vertaling is overgeleverd. Hierdoor hebben we in ieder geval een idee van
de vorm die zij voor haar vertaling heeft gekozen. In plaats van de Italiaanse
ottava rima gaf zij de voorkeur aan strofen van acht alexandrijnen met het
rijmschema ababcdcd.
De Italiaanse tekst luidt in de standaardeditie van
Lanfranco Caretti (1983):
- Dunque ove tu, Signor, di mille rivi,
sanguinosi il terren lasciasti asperso,
| | | |
d'amaro pianto almen duo fonti vivi
in sì acerba memoria oggi io non verso?
Agghacciato mio cor, ché non derivi
per gli occhi e stilli in lagrime converso?
Duro mio cor, ché non ti spetri e frangi?
Pianger ben merti ognor, s'ora non piangi. -
Joost van den Vondel maakte een
prozavertaling van Tasso's Gerusalemme liberata. De door
Tesselschade Roemers vertaalde stanza
luidt bij hem:
Ter plaetse dan daerghe o heere den acker met duysend bloedige
beken besprenckelt liet, stort ick ten minsten niet tot soo bitter eene
gedachtenisse twee levende bronnen van bittere traenen? is myn hart bevroren,
dat het niet af en vloeyt door doogen en in traenendroppen verkeert? o myn hard
harte waerom barstghe en breecktghe niet? waerdigh sytghe eeuwigh te schreyen,
sooghe nu niet en schreyt.
Naar het handschrift van Vondel; mededeling van Dick van der Mark,
Universiteit Leiden.
| |
datering 1644
In een ongedateerde brief van Tesselschade Roemers aan
Barlaeus wordt de tekst vermeld; de enig
mogelijke datering is echter uit de uitgave van
Minne-dichten van 1644.
|
2daer...besproeyt: de bijw. bijzin
onderbreekt de gewone zinsvolgorde.
daer: waar.
bloedich:
post-adjectief: van bloed.
liet: achterliet
( viii, 1151).
3zulcken: zulck een: zo'n.
4ten minsten... maer twee
fonteynen: toch minstens twee bronnen; i.t.t. duysent beecken
(v. 1).
twee fonteynen: nl. de ogen.
van... dauw:
dwz. dat de fonteynen water sproeien i.t.t. beecken bloedich
(v. 1).
een bitter klachten dauw: een dauw van bittere klachten;
genitiefvergelijking: de dauw is als bittere klachten.
5bevroosen: bevroren.
door
d'oogen heenen: prolepsis.
6druppelt(...) aff:
druppelt(...)neer ( i, 923).
Heel: geheel en al.
7verherde Hert: verharde
hart.
breeckt: imperatief.
ontsteenen: het karakter van
steen verliezen: smelten.
8waert: lees: waard; ellips; mogelijke
aanvulling: gij zijt waert...
soo: indien.
|
|