DIT is klaer ghenoegh om sonder uytlegghinghe te passeeren; want de Dronckaerts die daghelijcx singhen, Meum est propositum in taberna mori*. Dese zijn de Vorsschen in de slooten ghelijck, altijdt met de beck in het nat, krytende borrekick/kick/kick/ met een ongracelijck geluyt.