PLINIUS schrijft: Praestat otiosum esse quam nihil agere*.
Dat is:
Beter ist stil ghestaen / dan hem self moede te maecken met werck/ dat tot gheen nut gebracht mach worden. Want alst kindeken zijn Hoep*; de Vryer zijn Boel*; de Sangsot de Musijcke; de Duyf-houder zijn Duyven; de Iagher de Haes; de Weyman* de Patrijs, langh ghenoegh ghevolght heeft; soo is de Proye niet half soo veel weerdt, als de onkosten die hy daer om ghedaen heeft.