De werken van Vondel. Deel 1. 1605-1620


auteur: Joost van den Vondel


editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller en J.F.M. Sterck


bron: J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Eerste deel 1605-1620. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1927  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

III. De jaartallen van de gedichten

Hier worden alleen besproken de jaartallen, die niet vanzelf blijken uit de oorspronkelike uitgaaf van Vondel's verschillende gedichten.

LOF-ZANGH, MR. WILLEM BARTJENS, blz. 136:

Dit gedicht is waarschijnlik van 1606 of 1607.

Ik heb dit gedicht gesteld op 1606 of 1607, vooreerst om de ondertekening Liefd' verwinnet al. Die vinden we alleen nog maar onder de vijf andere gedichten, die zeker gemaakt zijn vóór 't sonnet Op het Twaalfjarige Bestandt van 1609; Lof-zangh behoort dus tot diezelfde tijd.

Nu is de eerste uitgaaf van Bartjens z'n boekje van 1604 blijkens de dagtekening van zijn opdracht aan de regering van Amsterdam (1 Jan. Ann. 1604), die ook presies zo in de druk van 1632, de oudste die we hebben, weer is overgenomen. De mogelikheid zou dus bestaan dat Vondel z'n vers in 1604 had gemaakt, maar de verstechniek is veel beter dan

[p. 815]

van 't Bruylofts Reffereyn van 1605 en ook wel dan van Nieuw-jaars Liedt van 1607. We moeten 't dus stellen tussen begin 1607 en 1609. Daarom leek mij 't waarschijnlikst 1607 (mogelik eind 1606), namelik van dezelfde tijd als Oorlof Liedt uit Den Nievwen Verbeterden Lust-hof van 1607.

DE IAGHT VAN CUPIDO, blz. 145 en DEDICATIE, blz. 149:

Beide waarschijnlik van 1608 (onder de tekst staat bij alle twee foutief 1606).

Deze twee waren afzonderlik gedrukt, en zijn later voor in de boekjes Den Nievwen Verbeterden Lust-hof, van 1607, 3e druk, achter 't Register bijgeplakt (bijv. 't ex. van 't Vondelmuseum). Ze zijn dus waarschijnlik van 1608. Zie hierover H. Moller: ‘Vondel-studies I, Vondel's oudste gedichten.’ Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde Deel 43, (1924) blz. 55; in tegenstelling met Dr. Sterck: ‘Hoofdstukken over Vondel en zijn kring’, blz. 6 en 7, die meent dat ze in 1606 gemaakt zijn.

Dat later bijvoegen van de twee gedichten wordt allerduidelikst bevestigd door 't exemplaar van de derde druk van de Lust-hof, op de Koninkl. Bibl. Den Haag (in één band achter Heinsius' Emblemata). Daar is 't hele oorspronkelike eerste vel (dus tot en met Vondel's Dedicatie) vervangen door 'n nieuw vel, en daar vinden we, merkwaardig genoeg, Vondel's twee gedichten volkomen gelijk met de andere 3e drukken, alleen is bij 't twede 't opschrift geworden: Dedicatie Aende Jonck-vrouwen vant Nederlandt (zie blz. 801 Dedicatie).

OP HET TWAALFJARIGE BESTANDT (blz. 150):

Van 1609. Vondel zal dit gedicht immers gemaakt hebben bij de sluiting van 't Bestand in 1609.

WTVAERT EN TREUR-DICHT VAN HENRICVS DE GROOTE, blz. 151:

Ik heb dit, evenals vroegere uitgevers, gesteld op 1610, omdat in Mei van dat jaar Hendrik IV vermoord is, en Vondel z'n gedicht toch wel zal gemaakt hebben onder de onmiddelike indruk van die moord. Misschien is 't niet uitgegeven vóór 1622, en is die van 1622 de eerste uitgaaf (zie blz. 56 van 't opstel genoemd op blz. 802).

HET PASCHA, blz. 159:

Pascha is in 1610 al opgevoerd in de Brabantse Kamer, maar t'is pas uitgegeven in 1612.

HYMNVS, OFTE LOF-GESANGH, OVER DE SCHEEPS-VAERT, blz. 427:

Van 1613. In vs. 300-308 spreekt Vondel over de reis van Geraert Reynst, naar Oost-Indië. Hij is in Julie 1613 als twede gouv. generaal naar Indië vertrokken. Vondel wenst hem toe ‘zonder ongheval’ aan te komen. Duidelik dus dat 't gedicht gemaakt is in die zelfde tijd. Dr. J. te Winkel heeft hier al op gewezen (Verslagen en Mededeelingen der Koninkl. Akad. afd. Letterk., 4e reeks, dl. XI, blz. 342, 343).

Ook de prent die bij dit gedicht hoort is van 1613 ongeveer. (Zie Nadere verklaringen hierachter blz. 818).

HYMNUS OF LOFZANGH VANDE CHRISTELYCKE RIDDER, blz. 447:

Van 1614. We kunnen dit gedicht wel met zekerheid stellen op 1614. Immers de prent die ontwijfelbaar hierbij hoort is van 1614, zoals op de prent zelf rechts onder de beginletters D V B staat aangegeven.

Zie over de verhouding van 't gedicht en de prent Nadere verklaringen blz. 819.

ZEDIGH GEDICHT, blz. 459:

Waarschijnlik van 1614 of 1615.

Vondel heeft in 1650 dit gedicht opgenomen onder Oude Rymen, en daarom stelde J. te Winkel (in bovengenoemde Verslagen blz. 318 en 345) 't op deze tijd. Dit is op zichzelf geen voldoende reden, want onder Oude Rymen zet Vondel ook 'n gedicht Gebedt,.... in

[p. 816]

mijn langdurige quijnende zieckte, dat zeker later is. Maar toch hou ik 't ook van dezelfde tijd als De Christelycke Ridder om de woordkeus en de woord- en zinsverbindingen, al is 't jaar natuurlik niet op een of twee nauwkeurig te bepalen. Zeker zal 't toch wel vóór de Warande gesteld moeten worden.

UYTBREYDING OVER DEN 19 PSALM DAVIDS, blz. 464:

Waarschijnlik 1614 of 1615.

Door J. te Winkel tegelijk en om dezelfde reden als 't vorige op deze tijd gesteld; ook voor mij geldt hier 't zelfde wat ik bij 't vorige gedicht heb aangewezen.

OP HANS DE RIES en OP LUBBERT GERRITSZ, blz. 776 en 777:

Beide waarschijnlik van 1618. Vondel heeft waarschijnlik in dezelfde tijd, dat ie de vier geestelike liederen dichtte, (blz. 768 vlgg.) die in Het boeck der Gesangen zijn opgenomen, ook z'n bijschriften gemaakt voor deze twee leraars van de Waterlandse Doopsgezinden.

Zoals de Voor-reden van dat liedboek zegt, waren zij de opstellers van ‘de Belijdenisse des Christelijcken geloofs’: Die voor eenighe jaren van twee onse Leeraren (Hans de Rijs, ende Lubbert Gerritsz. Sal.) eendrachtelijc gestelt, ende uytgegeven is / ten eynde, D.L. in dit onse werck niet en ontbreke. (Sal. = zaliger; D.L. = Dierbare Lidtmaten; niet = niets).

Hans de Ries was in 1553 geboren, en op 't portret staat dat ie 66 jaar is; 't is dus van 1618 of 1619; 't lopende jaar werd gewoonlik meegerekend, 't kan dus nog van 1618 zijn.

DE BRVILOFT VAN HINLOPEN, blz. 781:

Van 1618. Van Hinlopen heeft in 1618 aangetekend.

Huwelijcks Lof, evenzo van 1618, want 't hoort bij 't voorgaande gedicht, zoals blijkt uit de uitgaaf in I.V. Vondels Verscheide Gedichten van 1644, blz. 255. T'werd als afzonderlik huweliks-lied gedrukt in de liedboekjes.

OP EEN TROUWPENNINGK (twee gedichten) blz. 788:

Van omtrent 1618. Deze opschriften zullen wel ongeveer van dezelfde tijd zijn als 't voorafgaande bruiloftsdicht. Ze staan bij Brandt in 1682 onder ‘Oude rymen’.

OP DE IONGSTE HOLLANTSCHE TRANSFORMATIE, blz. 789:

Van 1618. Brandt in Poëzy II van 1682, (blz. 167), stelt dit gedicht op 1618. Dat is wel geen volstrekt bewijs, maar aan de andere kant, als we geen gegronde redenen hebben, mogen we 't jaar ook niet anders stellen. En die hebben we niet. Integendeel, er is alles voor te zeggen, dat 't van deze tijd is. Niet juist is wat J. te Winkel zegt, dat ‘de dichter eenvoudig weg vertelt alsof de zaak hem niet aanging.’ (De Ontwikkelingsgang der Ned. Letterk. Dl. II. hfst. XXVI; zie ook Versl. en Meded. Kon. Akad. Afd. Letterk. 4e reeks, Deel XI, blz. 316, 317). De dichter kiest geen partij, dat is waar; maar 't gaat hem wel degelik aan, hij kan de dwaasheid niet onbespot, of ongestraft laten, dat ze in zuiver godsdienstige zaken de wereldlike overheid wilden laten beslissen, hetzij dan door middel van de rok van d' Advokaat of van de kling van de Prins. Dat is hem te machtig, en dat bespot ie fijntjes maar scherp. Deze onpartijdige spot kán niet uit de tijd zijn van z'n andere hekeldichten over de Godsdiensttwisten, want toen had ie wél, en heel duidelik partij gekozen.

OP BRERO blz. 792:

Van 1619. Dit schertsende grafschrift is toch blijkbaar niet gemaakt bij Breero's dood, maar voor de uitgaaf van Breero's Stommen Ridder van 1619, waarachter 't gedrukt staat.

GEBEDT, blz. 792:

Van omtrent 1620. Dit en enige andere, waar 't volgende deel mee begint, staan bij Brandt in 1682 onder ‘Oude rymen’, en zijn geregeld omtrent deze tijd gesteld, wat heel waarschijnlik is.