auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, B.H. Molkenboer, J.F.M. Sterck, L.C. Michels, C.G.N. de Vooys, C.C. van de Graft en A.A. Verdenius
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn., L. Simons, C.C. van de Graft, L.C. Michels en A.A. Verdenius (eds), De werken van Vondel. Vijfde deel 1645-1656. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1931
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
|
| |
| | | | | | | |
Triomf van Maria Stuart.aant.
Zy spreeckt.
Ick roemde op geen doorluchte troonen,
Noch grijzen stam, noch schoone Jeught: vs. 2
Maer stelde mijn gewijde kroonen,
Uit liefde tot de hooghste Deught,
5
Godtvruchtigheit, in Godes handen,
Van wien ikze al te leen bezat, 6
En hierom in benaeude banden 7
Beooghde en koos een wisser schat.
Hoe schielijk vloeiden d'andre heenen!
10
Mijn Koninglijcke Bruydegoom
Gelijck een leli is verdweenen.
Toen most ick, tegens windt en stroom,
In mijn verwildert Eylant zwerven;
En zien onmenschelijcken haet
15
(Boosaerdich woedende in 't bederven 15
Van Kristus Rijck, en mijnen staet) 16
Naer mijn Godtvruchtich harte steecken,
Dat al t'oprecht, die valsche Nicht 18
En Bastertbroêr zoo snoode treecken
20
Min toebetroude dan hun plicht,
En 't Vreêverbond, gesterckt met eeden: 19-21
Maer helsche staetzucht stack den brant 22
Des oorloghs aen in alle steden,
En joegh den zegen uit mijn lant.
25
In 't barnen van die moortkrackelen 25
Verdubbelde ick mijn' eedlen moedt,
| | | |
Op Godts geleyde, wiens bevelen 27
Ick waerder schatte als staet en bloedt. 28
Laet d'onbeschaemde lasterlogen
30
Uitbraecken haer vergift en gal;
Het schijnrecht vry zijn wet vertoogen, 31
Vervloeckt gesmeet tot mijnen val;
Het is vergeefs mijn Faem te smooren,
Die op der wijzen tongen leeft,
35
En haere loftrompet laet hooren
Zoo verr' de zon haer loopbaen heeft.
Gelijck besnoeide looten bloejen;
Het graen versterft eer 't rijcker wast; 38
De lelien in doornen groejen;
40
De palmen steigren tegens last; 40
Zoo triomfeert de Deught na rampen,
Die hemelhoogh door druck gevoert, 42
Haer glori ziet geveeght van dampen 43
Des lastermondts, uit spijt gesnoert. 44
45
Heldinnezielen voeght naer 't strijden 45
Alleen dees uitgeleze kroon.
Hoe feller weên het hart doorsnijden,
Hoe grooter, hoe volmaeckter loon.
Wie zich getroost voor Godt te sterven, 49
50
Zal 't eeuwig Rijck en leven erven.
|
TEKSTKRITIEK: In vs. 3 heeft de oude druk: koonen (aldus ook in de Unger-editie).
vs. 2grijzen stam: een overoud stamhuis.
6al te leen bezat: reeds (nog slechts) te leen had; in tegenstelling met de wisser schat (vs. 8).
15bederven: ten onder brengen.
16Kristus Rijck: de Katholieke Kerk; staet: waardigheid als vorstin.
18oprecht: rechtschapen, te argeloos.
19-21Bastertbroêr: Murray; zulke schandelike streken niet verwacht had van hen, maar veeleer vertrouwen gesteld had op hun plichtsgevoel en hun plechtig bezworen belofte om de vrede te bewaren.
22staetzucht: heerszucht.
25't barnen: het hevige woeden (eig. de brand); moortkrackelen: moorddadige burgeroorlog.
28staet en bloedt: mijn positie en mijn leven.
31zijn wet vertoogen (vertonen): zich beroepen op wettelike bepalingen.
38Het graen versterft: de graankorrel moet sterven, eer hij rijke vrucht kan voortbrengen.
40steigren tegens last: omhoog groeien, ook onder drukkende last (naar de Latijnse spreuk: palma sub pondere crescit).
42door druck: door de smart heen.
43geveeght: schoongeveegd, gezuiverd.
44uit spijt gesnoert: het zwijgen opgelegd. De toevoeging uit spijtis mij in dit verband niet duidelik.
49zich getroost: er in berust.
|
|