Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
Logo DBNL Ga naar de homepage
Logo DBNL

Hoofdmenu

  • Literatuur & taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taalkunde
    • Collectie Limburg
    • Collectie Friesland
    • Collectie Suriname
    • Collectie Zuid-Afrika
  • Selecties
    • Collectie jeugdliteratuur
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • Collectie e-books
    • Collectie publiek domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Periode
    • Middeleeuwen
    • Periode 1550-1700
    • Achttiende eeuw
    • Negentiende eeuw
    • Twintigste eeuw
    • Eenentwintigste eeuw
Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (1923-1925)

Informatie terzijde

Titelpagina van Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden
Afbeelding van Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegdenToon afbeelding van titelpagina van Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave

Downloads

PDF van tekst (8.98 MB)

ebook (6.37 MB)

XML (5.27 MB)

tekstbestand






Genre

sec - taalkunde

Subgenre

non-fictie/naslagwerken (alg.)
woordenboek / lexicon


© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden

(1923-1925)–F.A. Stoett–rechtenstatus Auteursrecht onbekend

Vorige Volgende

585. In de fuik zijn,

d.i. verloofd of getrouwd zijn. Een fuik is een langwerpige korf, waarmede men in stilstaand water paling vangt, die in de fuik ‘loopt’. Hij nu, die verloofd of getrouwd is, wordt schertsenderwijs vergeleken bij een visch, die in de fuik gevangen zit. Ook de Romeinen gebruikten ex nassa exire, uit de verlegenheid geraken; in het Fransch zegt men eveneens être dans la nasse, in verlegenheid zitten, in de fuik zijn, getrouwd zijn. Ook Cats vergeleek in zijne Emblemata het huwelijk bij eene fuikGa naar voetnoot1) en Winschooten, 59 deelt eveneens mede, dat men in zijn tijd ‘oneigenlijk’ zeide: ‘hij is al in de fuik, dat is, hij is al in het net, hij is al gevangen’, welke uitdr. ook wordt opgegeven door Tuinman I, 240, met dit verschil dat deze zegt ‘zy is in de fuik’, dat men volgens hem bezigt van ‘eene vryster, die door den vryer tot het huwelyk bepraat is’; vgl. W. Leevend VII, 143: In de fuik stappen, trouwen; Halma, 146: De huwelijksfuik, het huwelijk, le mariage, le lien nuptial; M.z.A. 176: Meneer is immers ook nog niet getrouwd? Neen Manus! - Laat je dan geraaien meneer en blijf uit de fuik - t' is allemaal verlakkerij. In het Friesch kent men nog de uitdr. hy rint yn 'e fûke, hij loopt in de val; hy sit yn 'e fûke, hij zit in de fuik, hij heeft zich laten vangen door list en misleiding, naast hy sit oan 'e hoek, hij is getrouwd. Zie Handelsblad, 30 Aug. 1917 (A), p. 10 k. 1: Maar ook de politie is op haar qui vive en laat er tal van fietsdieven in de fuik loopen. In de fuik vliegen, in de val loopen, komt voor in de Amsterdammer, 19 Sept. 1915, p. 3 k. 5: Dit is eenige malen goed gegaan tot onze markies een propriétaire vond, nòg gewikster dan hij, die niet zoo dadelijk in den val liep en met den Commissaris van Politie ter plaatse een onderzoek instelde en toen vloog de markies de Torquay in de fuik. Vgl. de mnl. uitdr. enen in den sac leiden, iemand in de fuik laten loopen, iemand in de val lokken.

voetnoot1)
Zie Noord en Zuid XXII, 33; Ndl. Wdb. III, 4704.

Vorige Volgende

Footer navigatie

Logo DBNL Logo DBNL

Over DBNL

  • Wat is DBNL?
  • Over ons
  • Selectie- en editieverantwoording

Voor gebruikers

  • Gebruiksvoorwaarden/Terms of Use
  • Informatie voor rechthebbenden
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Toegankelijkheid

Contact

  • Contactformulier
  • Veelgestelde vragen
  • Vacatures
Logo DBNL

Partners

Ga naar kb.nl logo KB
Ga naar taalunie.org logo TaalUnie
Ga naar vlaamse-erfgoedbibliotheken.be logo Vlaamse Erfgoedbibliotheken