auteurs

alle auteurs

Middeleeuwen

Gouden Eeuw

Achttiende Eeuw

Negentiende Eeuw

Twintigste Eeuw

Eenentwintigste Eeuw

 

 

zoeken in

 




Janus Secundus

geboren: 14 november 1511 te Den Haag
overleden: 25 september 1536 te Doornik

pseudoniem(en)/naamsvariant(en):
Jan Everaerts
Janus Everardi
Joannes Nicolai


Biografie(ën) over Janus Secundus

A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 9 (1860)
P.J. Blok en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 10 (1937)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1952)

Werken van Janus Secundus

Basiorum Liber (1536)
Elegieën (17de eeuw)

Uitgaven van Janus Secundus

Basiorum Liber (1541)
Basiorum Liber (1561)
Het boek der kusjes (alleen scans beschikbaar) (1902)
Basiorum Liber (1928)
Het boeck der kuskens (1930)

Primaire teksten van Janus Secundus elders in de dbnl

Janus Secundus, ‘Janus Secundus Basia vertaald door J.P. Guépin’ In: De Revisor. Jaargang 14 (1987)
Janus Secundus, ‘Gedichten Janus Secundus’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 31 (1988)

Secundaire literatuur over Janus Secundus in de dbnl

Jan Vos, ‘[Grafdichten]’ In: Alle de gedichten. Deel 1 (1662)
Lambert Bidloo, ‘Twaalfde boek.’ In: Panpoëticon Batavum (1720)
W.J.C. van Hasselt, ‘Het geslacht der Nicolai, en de portretten van Joannes Secundus.’ In: De Gids. Jaargang 3 (1839)
Johannes Gerardus la Lau, ‘Mengelingen.’, ‘Reis van Janus Secundus van Mechelen naar Bourges. in den jare 1532.’ In: De Gids. Jaargang 3 (1839)
Cd. Busken Huet, ‘XXVII [Latijnsche dichters. Martinus Dorpius, Ianus Secundus, Ianus Gruterus, Josephus Scaliger, Hugo de Groot]’ In: Het land van Rembrand (1882-1884)
Constantijn Huygens, ‘[1674]’ In: Gedichten. Deel 8: 1671-1687 (1898)
G. Kalff, ‘De Renaissance.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 3 (1907)
Philip Christiaan Molhuyzen, ‘Mededeeling behoorende bij het Verslag van de Commissie voor Geschied- en Oudheidkunde.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1911 (1911)
J.W. Muller, ‘Aernouts en Everaerts broeders.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
P.J. Blok, ‘Hoofdstuk IX Kunst, letteren en wetenschap tijdens de bourgondische vorsten’ In: Geschiedenis van het Nederlandsche volk. Deel 1 (1923)
P.J. Meertens, ‘Neo-Latijnse dichters’ In: Letterkundig leven in Zeeland in de zestiende en de eerste helft der zeventiende eeuw (1943)
G.S. Overdiep, ‘Neo-Latijnsche dichtkunst door Prof. Dr. G.S. Overdiep’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 3 (1944)
G.P.M. Knuvelder, ‘Lyriek’ In: Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. Deel 1 (1948)
P.A.F. van Veen, ‘De Nederlandse hofdichten’ In: De soeticheydt des buyten-levens, vergheselschapt met de boucken (1960)
W.Gs Hellinga, ‘De zestiende eeuw’ In: Kopij en druk in de Nederlanden. Atlas bij de geschiedenis van de Nederlandse typografie (1962)
J.A. van der Welle, ‘Chapter III The influence of Dutch philologists on Dryden’ In: Dryden and Holland (1962)
J.P. Guépin, ‘J.P. Guépin Janus en Pontanus Motieven uit de Kusgedichten’ In: De Revisor. Jaargang 14 (1987)
Joannes Six van Chandelier, ‘[337] Op de kusjes, van Joannes Sekundus.’ In: Gedichten (2 delen) (1991)
C.L. Heesakkers, ‘Chris L. Heesakkers De Nederlandse muze in Latijns gewaad De bestudering van de Neolatijnse poëzie uit de Noordelijke Nederlanden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 111 (1995)
C.L. Heesakkers, 'De Nederlandse muze in Latijns gewaad. De bestudering van de Neolatijnse poëzie uit de Noordelijke Nederlanden' (1995)
J.P. Guépin, ‘Tres Fratres Belgae Brothers, Poets and Civil Servants in the Sixteenth Century’ In: The Low Countries. Jaargang 8 (2000)


Terug naar overzicht