Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel


auteur: Lambert ten Kate Hz.


editeur: Marijke J. van der Wal en Jan Noordegraaf


bron: Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (eds. Jan Noordegraaf en Marijke van der Wal). Uitgeverij Canaletto / Repro-Holland BV, Alphen aan den Rijn 2001 (fotomechanische herdruk van uitgave 1723)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

XXIV. Hoofddeel.
Van den Derden Rang der Angel-Saxische Werkwoorden.

DE ONGELYKVLOEYENDE VERBA, welke ik onder deze Classis geschikt heb, verwisselen alleenlijk hunnen Wortelklinker bij 't Praet: Indic:, &c. blijvende bij 't Praet: Partic: dezelfde Accentvocael, als in Infinitivo, en krijgende aldaer de Terminatie van EN.

I. De Regelmaet van de Vocaelwisseling is aldus,

No: 1.In Infin: en Praet: Part: de Lange I (waer voor te mets ook Y); en in Praet. Indicat: op A (te mets ook EA) in Sing:; op I / in Plur:.
als, Drifan / ejicere, Drifen / Gedrifen / ejectus; ic Draf / ejeci; we Drifun / ejecimus, &c.
Dewijl 't Praet: Subj: dezelfde Accentvocael heeft, als de Plur: van 't Praet: Indic:, en deze I met de Wortelvocael overeenkomt, zo word hier door het Praesens & Praet: Subj: elkander gelijk, als zijnde bij elk, ic Drife / &c.
Deze Lange I / in Infin: word bij ons met Y beantwoord; welk soort onder onze II. CL: plaets heeft.
[p. 641]origineel
No: 2.In Infin: & Praet: Part: de Lange A (voor welke somtijds AE of E).. en in Praet: Indic: op de Korte O (ook wel EO of E) in Sing: & Plur:
als, Hafan / levare, Hafen of Gehafen / levatus: ic Hof (of Hef) levavi, we Hofun / levavimus, &c.
No: 3.In Infin: & Praet: Part: de Lange E... En in Praet: Indic: op AE (of ook wel A) in Sing: & Plur:.
als, Etan / edere; Eten en ge-eten / esus... Ic aet / edi, we aetun / edimus, &c.
No: 4.In Infin: & Praet: Part: de EA... En in Praet: Indic: op EO / in Sing: & Plur:.
als, Feallan / cadere, Feallen of Gefeallen / casus: ic Feoll / cecidi; we Feollun / cecidimus, &c.
No: 5.In Infin: & Praet: Part: de Korte A... En in Praet: Indic: op E of O.
als, Hangan / pendere, Hangen of Gehangen / pensus; ic Heng (of Hoh) pependi, we Hengun / pependimus, &c.

Aenmerk:

De ONGELYKVLOEYENDE VERBA, die in Infin: het Zakelijke Worteldeel met G besluiten, verruilen die in de 1. & 3. Pers: van 't Praet: Indic: gewoonlijk in een H; 't welk ook al bij 't Frank-Duitsch in gebruik was. Dit zie ik aen voor een zekere wijze van Letterspelling, om te verhoeden, dat deze G hier niet zagt als ZJ, maer scherp, omtrent als CH, werde uitgesproken. 't Hadde ook dezelfde rede dat voor omtrent eene Eeuw, onze voornaemste Schrijvers, ten dienste der Vreemdelingen, altoos GH, in steê van G, alleen spelden, wanneer die van een E, of I, of Y, gevolgt wierd; dog G, zonder H, als 'er de A, of O, of U, op volgde.

II. De Regelmaet der Terminatien is even als bij die van de II. Classis.

Tot No: 1. vond ik behoorende.

Bidan / morari, Bad / ge-Biden; dus ook a-Bidan / morari: zie Gen: VIII. 10, 12. en Luc: VIII. 40. dog ge-anbidon / expectare, I. CL: Joh: V. 3. Eng: to Abide / manere; in Praet: Abode / in Praet: Part: Abidd of Abided.
Bitan / mordere, gustare: Bat / Biten; & on-Bitan / delibare. Eng: to Bite / mordere, Bit / & Biten.
Cwinan / tabescere.
Drifan / Dryfan / ejicere; dog Drae-
[p. 642]origineel
fan & a-Drifian / expellere: I. CL: Eng: to Drive / Drove / Drive & Driven.
Dwinan / tabescere.
Frinan / quaerere, interrogare.
Gifan / Gyfan / dare; for-Gyfan / dare, condonare; Eng: to Give / Gave / Given. Zie ook de volgende aenmerkingen bij Gitan.
Gitan / Gytan / noscere; Ongytan / & under-Gytan / intelligere; en for-Gitan / & ofer-Gitan / oblivisci.
Deze 2, als Gifan & Gitan / vind men veel al met Y / en bij 't Praet: met EA / als for-Geaf / dedit, condonavit (in Plur: Forgeafon); & for-Geat / oblitus est, zie Gen. I. 29. III. 12. XXIII. 6. XXIV. 67. en Matth: XIX. 27. &c. Eng: to For-get / oblivisci; Forgot & Forgat / & Forgotten.
Glidan / labi, tabescere.
Gnidan / confricare.
Grifan / a-Grifan / Graf & a-Graf & Graef / Grifen sculpere; bij ons Ryven II. CL: 1. (scalpere).
Gripan / capere, & for-Gripan apprehendere, & perdere.
Hnigan / descendere, & caput inclinare.
Hnipan / concidere.
Lifan / remanere, & be-Lifan / superesse, manere; zie Gen: XXI. 32. bij ons Blyven, II. CL: 1. manere.
Lithan / Lythan / navigare, proficisci, & ofer-Lithan / transire, obire.
Mithan / latere.
Ridan / equitare; Eng: to Rid / Praet: Rod / Praet: Part:, Rid & Ridden.
Rinan / Hrinan / tangere; dog Rinan / pluere; I. CL: & Hrinan / ornare, I. CL:.
Risan / surgere; Eng: to Rise / Rose / Risen.
Scinan / ardere, coruscare; Eng: to Shine / Shone / Shined.
Scitan / cacare.
Scridan / Schrithan / Scrydan / vagari, commeare, vestire, obducere; & ymb-Scriddan / circumdare.
Scrifan / radere, resecare; & delictorum confessiones exigere; & for-Scrifan / corradere.
Sigan / contr: Seon / percolare, excedere, labi; ge-Sigan / nither-Sigan / occidere, dilabi.
Slidan / labi. Eng: to Slide / Slid / Slid /
Slitan / scindere.
Smitan / polluere, maculas injicere. Eng: to Smite / percutere, in Praet: Smote / in Praet: Part: Smitten & Smit.
Snidan / Snithan / secare, dolare, scindere, putare.
Spiwan / spuere.
Stigan / scandere, vehi.
Strican / tendere, vehi; a-Strican / percutere. Eng: to Strike / verberare, Stroke / Stroken.
ge-Stridan / varicare. Eng: to Stride / Stride & Strid.
Swican / ge-Swican / cessare, quiescere, desistere, eludere, & be-Swican / evadere, decipere.
Swigan / Swygan / silere.
Swifan / circumire, peragrare, exorbitare.
Swithan / vincere; dog ook van de I. CL:.
Eng: to Thrive / proficere, augere, ditescere: in Praet: Throve; in Praet: Part: Thriven of Thrived.
Thwitan / excidere, frustrari.
Twigan / Twyan / esse separatum, bipartitum, & in dubio; & litigare.
Wican / ge-Wican / cedere, recedere.
[p. 643]origineel
Witan / ge-Witan / decedere, mori.
Witan / increpare; van deze III. CL: en ed-Witan / (exprobrare), dog Witan / scire, onder de V. CL:.
Writan / ge-Writan / scribere; Eng: to Write / Wrote / Writ & Writen.
Writhan / torquere, alligare.

Voorts derzelver Composita.

 

Eenige verdere Medegetuigenissen zie

Gen: II. 3: XXXI. 38: XXXVIII. 22.
Deutr: X. 4.
Matth: I. 24: VIII. 15, 23, 26: IX. 25: XIX. 27: XXI. 41: XXVI. 65.
Joh: II. 45.
Luc: II. 37: IX. 12, 40: VII. 42. enz.

Tot No: 2.

Bacan / coquere; Beoc (of Boc) / Gebacen.
Blawan / Bleow / ge-Blawen / flare; & on-Blawan / inflare, inspirare. Eng: to Blow / Blew / Blown; bij ons Blazen, Blies, Geblazen.
Cnawan / Cneow / Gecnawen / noscere. Eng: to Know / Knew / Known.
Crawan / Creow / gecrawen; cantare instar galli. Eng: to Crow / Crew / Crown & Crowd: bij ons Kraeyen. I. CL:.
Dafan / Deof / Gedafen / oportere, debere.
Dragan / trahere, vehere; Droh / ge-Dragen; Eng. to Draw / trahere, i drew /traxi; Drawn & Drawd / tractus; bij ons Dragen, Droeg, Gedragen,ferre.
Faran / Faeran / Feran / ire, obire, fluctuare, se habere; in Praet: For & Ferde / Gefaren; dus ook Forth-Faran / mori.
Grafan / fodere, sculpere; Grof / ge-Grafen.
Eng: to Grow / crescere; i grew / crevi; Grown / cretum.
Hafan / Hof & Hef / Gehafen & Heofen / levare: dog ook Hefan / Hcafian / levare, van de I. CL:.
Hatan / jubere, promittere; Het / ge-Haten. Dog ook Hatte / nominatus eram (zie Gen: II. 11. en XXIX. 16.) en Hatian / jubere, & odio habere, I. CL: & Hettan / calefacere, I. CL:.
Hladan / Ladan / onerare; Hlod / ge-Hladen. Eng: to Load of Lade; in Praet: Part: Loaden of Laden / of Loaded of Laded.
Hlahan of Hlaehan / Hloh / Gehlahen / &c. ridere.
Laetan / omittere, laxare, & phlebotomare; in Praet: Let / in Praet: Part: Laeten (Gelaeten). Eng: to Let / permittere; & Let / permissus.
Sacan / Soc / Gesacen / accusare. Eng: for-Sake / for-Sook / for-Saken / deserere.
Sawan / Sew (& Sede) / Gesawen / seminare. Eng: to Sow / Sew / Sown & Sowed.
Scafan / Scaefan / radere, tondere; ge-Scafen / rasus.
Slagan / Slaegan / Slegan / contr: Slcan & Slan percutere, verberare; & occidere; Slog / ge-Slagen / &c. Eng: to Slay / percu-
[p. 644]origineel
tere: i Slew / percussi; Slay'n of Slain / percussus.
Slapan (Slaepan) / Sleop / ge-Slapen / dormire; Eng: to Sleep; in Praet: Part: Slept.
Spanan / Spon / ge-Spanen / suadere.
Swapan / vestire: & scopis sordes auferre, ge-Swapen / vestitus, & for-Swapen / ejectus.
Taecan / capere: Eng: to Take / took / Taken.
Thrawan / torquere; ge-Thrawan / retortus. Eng: to Throw / projicere, in Praet: i Threw / in Praet: Part: Thrown.
Thwagan / Thwaegan / Thwegan / Thwehan / contr: Thwean / lavare, ungere: Thwog / Gethwagen (Gethwegen / Gethwogen): zie ook Thweogan / II. CL: 1.
Wacan (Waecan) / Woc / ge-Wacen / expergisci; Eng: to Wake / Woke / Waked.

Voorts derzelver Composita.

NB. Die bij ons het Praeter: op OE hebben, vind men doorgaends hier met o; en de anderen met eo, tegen onze IE.

Eenige verdere Medegetuigenissen.

Gen: II. 7: III. 7: IV. 15, 23, 25. VI. 19: X. 19, 24: XVII. 17: XLII. 23: & XLIII. 24.
Exod: XII. 39, 41: Deut: IX. 16.
Matth: I. 19: III. 15: VI. 26: VII. 25: VIII. 19: IX. 35: XI. 1. XVIII. 23: XXII. 38, 39. en zoo voort.

Tot No: 3.

Bredan / Braedan / extendere, auferre; Braed / ge-Breden (en ook Gebroden) / en derhalven mede van de II. CL: 5.
Cwethan / dicere.
Etan / aet / ge-Eten / edere: Eng: to Eat / eat / & eaten.
Fegan / Faegan / pangere, laetari.
Fretan / vorare.
Metan / mensurare; dog Metan / invenire, obviam ire (waer voor bij ons Gemoeten, Ontmoeten) is van de I. CL. hebbende in Praet: Metode / contr: Mette.
Sewan / contr: Sean / Seon / videre; Saw / Sag / Seah & Seh / vidi, & Sewen / Gesewen / visus. Eng: to See / i Saw / Seen.
Tredan / calcare. Eng: to Tread / Trod / Troden.
Wedan / a-Wedan / debacchari, insanire, apostatare.
Wefan / texere; dog be-Waefan / obvolvere, I. CL: Eng: to Weave / i Wove / Woven & Weaved.
Wegan / vehere, trutinare, trahere; dog ook Waegan / I. CL: ludere, & illudere; & Wegan I. CL: portare, & a-Wegan I. CL: auferre.
a-Wrecan / ge-Wrecan / ulcisci.

Voorts derzelver Composita.

 

Eenige Medegetuigenissen.

Gen: III. 1, 2, 12: X. 23: XXI. 54: Josua VII. 11.
Luc: XIII. 26: XVII. 8.
Joh: XIX. 23.
[p. 645]origineel

Tot No: 4.

Beatan / Beot / ge-Beaten / verberare. Eng: to Beat / in Praet: Part: Beaten & Beat.
Fealdan / Fyldan / plicare.
Feallan / cadere. Eng: to Fall / i Fell / Fallen.
Healdan / Heldan / tenere, capere, servare: Eng: to Hide / servare; i Hid / servavi; Hidden & Hid / servatus.
Heawan / secare; Eng: to Hew, dolare; in Praet: Part: Hewn & Hewd.
Hleapan / salire: Eng: to Leap / saltare; in Praet: Part: Lept.
Sceacan / Scacan / excutere. Eng: to Shake / i Shoke / Shaken of Shook.
Sceadan / Scaedan / Scadan / distinguere.
Sceapan / Scapan / Scippan / formare, creare.
Wealcan / volvere, volutare.
Weallan / ebullire, aestuare, furere.
Wearan / crescere.

Dus ook de Composita van ijder.

 

Zie eenige Medegetuigenissen.

Gen: II. 4: IV. 9: VII. 3: XXI. 31.
Exod: I. 7: Deut: IX. 18.
Matth: VII. 25: XII. 11: XXVI. 39.
Joh: XVII. 15. en zoo voort.

Tot No: 5.

Fangan / Fengan / contr: Fon / capere, sumere; in Praet: Feng & Feh / in Praet: Part: Fangen / Gefangen: dus mede and-Fon / accipere, en on-Fengan / suscipere.
Gangan / contr: Gan / ire: in Praet: Part: ge-Gangen / contr: ge-Gan / & Gan: waer van 't Praet: Imperf: t'zoek is; in welks plaetse men gebruikt vind Eode & ge-Eode of Geode, zijnde een Praeterit: van 't welke de Infinit: wederom verloren is. In 't M-Gottisch heeft men ook Iddja, ambulabat; hoewel Gangan, ire, aldaer als I. CL: komt, als Gangida / abiit, (Luc: XIX. 12.). Bij 't Ysl: heeft men in Praet: Gieck / en bij 't F-TH. Gieng (zie Tat: p: 92.), gelijk ook bij ons Ging en Gong, en bij 't Hoogd: Gieng. In 't Eng: to Go / ire; Praet: Part: Gon / Gone; dog voor 't Praet: Imperf: komt Wend / Wend / ontleent van het Oud-Duitsche Wendan / bij ons Wenden, vertere.
Hangan / Hengan / contr: Hon / pendere; in Praet: Heng & Hoh /Heng & Hoh / in Praet: Part: Hangen / ge-Hangen. Eng: to Hang / Hung /Hang / Hung / Hung.
Standan / Stond / (& Stod) / Gestanden; stare: dus ook and-Standan / pati, resitere, en be Standan / detinere; ge-Standan / existere; under-Standan / subsistere, & intelligere; of-Standan / remanere, wither-Standan / resistere. Eng: to Stand / Stare; in Praet: Stood.
Wascan / Waescan / Wacsan / lavare, Wosc / ge-Wascen / &c.

Dus ook de verdere Composita.

[p. 646]origineel

Tot Medegetuigenis zie

Gen: IV. 11, 16: VI. 18: IX. 5, 10.
Deutr: X. 8.
Matth: IX. 5, 6: en IV. 18. en zo voort.

Tot deze of tot de vorige Classis, schijnen de volgenden mede betrekkelijk te zijn; hoewel we, bij gebrek van verdere Voorbeelden, 't nette daer van nog niet weten te bepalen, als

A-crymman / A-cruman / friare, in micas frangere, farcire, sc: micis: a-crummen / in micas fractus.
Gnaegan / rodere; for-Gnagen / corrosus.
Mawan / secare; & Meowen / ook Angl: Mowen / falcatus, messus.
Rawan / findere; ge-Rawen / segmentatus.
ofer-Sagen / obrutus.
Scripen / austerus; be-Screpen / rasus; & a-Screpen / egestus.
Tannen en ook ge-Tanned / subactus.
Waeltan / volvere, ge-Waelten / provolutus.
Wlaetan / nauseare, vomitu foedare: ge-Wlaeten en ook Wlaette / foedatus.
for-Wrecen / peregrinus.