Oost-Indische spiegel.


auteur: Rob Nieuwenhuys


bron: Rob Nieuwenhuys, Oost-Indische spiegel. Wat Nederlandse schrijvers en dichters over Indonesië hebben geschreven vanaf de eerste jaren der Compagnie tot op heden. Em. Querido's Uitgeverij, Amsterdam 1978  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

XI. De Indische wereld van Couperus

Couperus heeft zeer veel geschreven. Zijn Verzameld werk - niet zijn volledig werk - verscheen van 1952 tot 1957 in een dundruk-editie van twaalf delen. Over de Indische afkomst van Couperus leze men, uitvoeriger dan hier, het artikel van R. Nieuwenhuys in het Hollands Maandblad, juli/augustus 1963, blz. 18. - De herinneringen aan zijn Indische kinderjaren zijn verwerkt in enkele feuilletons: ‘Toen ik nog een kleine jongen was’ en in ‘Kindersouvenirs’, beide opgenomen in de bundel De zwaluwen neergestreken en herdrukt in het Verzameld werk, deel vii, blz. 666 en 674. Ook in Metamorfose en in Oostwaarts staan verschillende souvenirs aan zijn Indische kindertijd (Verzameld

[p. 616]

werk, deel iii, blz. 18-20 en in deel xii, blz. 337-339). De stille kracht vindt men in deel iv van het Verzameld werk. Van dit boek verscheen ook een pocket-editie in de Amstelboeken die nog geregeld herdrukt wordt. - Over gebeurtenissen als in De stille kracht bestaat een hele litteratuur. De verschijnselen zijn uiteraard ook beschreven in het bekende boek van H.A. van Hien, getiteld De Javaansche geestenwereld; en de betrekking die tussen de geesten en de zinnelijke wereld bestaat (eerste druk 1896, doch talrijke malen herdrukt). Dit werk van Van Hien (hij komt als ‘de oude meneer’ voor in Nog pas gisteren van Maria Dermoût) heeft ook voor vele Europeanen gediend als naslagwerk voor het bepalen van goede en slechte dagen, voor de kennis van gebeden en bezweringen en hun uitwerking, voor het brengen van offeranden enzovoorts. Couperus zelf schreef op grond van eigen ervaring over sel van de ‘stille kracht’ in zijn gelijknamige roman, schreef Rob Nieuwenhuys een artikel dat in de Haagse Post van 14 september 1974 verscheen. Couperus zelf schreef op grond van eigen ervaringen over stille kracht een feuilleton, getiteld ‘De badkamer’ (zie deel ix van het Verzameld werk, blz. 697). Het reisverhaal Oostwaarts vinden we in deel xii, blz. 229. Couperus hield op zijn laatste reis door Indië in 1921 en 1922 verschillende lezingen. Ze werden geen succes. In Surabaja kwam het tot hooglopende ruzies. Men kan hierover een bijdrage lezen van M. Revis in het Algemeen Handelsblad van 8 juni 1963, getiteld ‘Niet naar Couperus gaan; herinneringen uit Surabaja’. - Het gesprek met Couperus waar in het begin van dit hoofdstuk sprake van is, staat in het boekje van André de Ridder, Bij Louis Couperus (1917). Over de Indisch-Haagse wereld van Couperus schreef Beb Vuyk, ‘Meer “Indisch” dan “Haags”’ in het Hollands weekblad van 13 juli 1960, blz. 12. De afbrekende kritiek van Van Deyssel op De stille kracht vinden we in het Tweemaandelijksch Tijdschrift van 1901, blz. 315. De anti-kritiek van Ch. M. van Deventer verscheen eerst in het dagblad De Locomotief in het nummer van 10 mei 1901, later opgenomen in Hollandsche bellettrie van den dag, kronieken, nieuwe bundel, 1904, blz. 54. Zie ook dezelfde Van Deventer over De stille kracht in dezelfde bundel, blz. 1. Bij het herdenkingsjaar 1963 (Couperus werd in 1863 geboren) schreef R. Nieuwenhuys over De stille kracht in het hierboven reeds genoemde artikel in het Hollands Maandblad, juli/augustus 1963, blz. 18 en daarvóór in Tong Tong van 31 mei 1963. Op het omslag van

[p. 617]

het nummer staat een foto van het residentshuis van Pasuruan (‘Laboe-wanggi’) gemaakt in 1898, dus een jaar voor Couperus er logeerde.