terug  begin  verderprepost
[p. 3]

III Evertit sed aptat*I, 3

 


AL hoewel dat de ploegh het onderste boven werpt, soo maeckt zy nochtans den acker bequaem om te besaeyen en goede vruchten te tellen. Beteyckent, dat een goet oprecht deuchdelijck man altemet wel yet doet, dat niet wel en is nae het ghemeene oordeel van de manier-volghende* wispeltuerighe ghemeente: Dan nochtans brengt hy 't wel ten goeden en profytelijcken eynde. Dan seytmen: wie soud' dat ghedacht hebben.




illustratie


I, 3Evertit sed aptat = hij woelt om, doch. maakt geschikt. Vgl. in Claude Paradin, Princelycke Devysen (Antwerpen, 1562) blz. 78 v. de afbeelding van een eg met de spreuk: Evertit et aequat. De toepassing is hier echter een andere.
Manier-volghend = onzelfstandig.
prepostterug  begin  verder