De werken van Vondel. Deel 2. 1620-1627


auteur: Joost van den Vondel


editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller en J.F.M. Sterck


bron: J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Tweede deel 1620-1627. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1929  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 805]

[Gedichten]

Op Dr. Joan Fonteyn.aant.aant.aant.*

 
Soo strekt dat wyse breyn een geessel voor de koortsen
 
Die 't menschelyk geslagt steets blaekten met haer toortsen.
 
Soo strekt hy een fonteyn van Heylsame artsenye
 
En Hollands Hypokraet, daer Aemstels burgerye4
5
Eer 't spits ontbieden sou, als sulk een te gemissen.5
 
Vergeefs beeld Muller uyt het ligt met duysternissen.6