auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller en J.F.M. Sterck
bron: J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Tweede deel 1620-1627. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1929
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
|
| |
| | | |
Klinckdicht.aant.aant.*
NOCH leeft, tot Hollands heyl, de vvachter van den tuyn; 1
Gebroken door en door met diepe vvaterplassen; 2
Omheynt met stroomen hier; en daer met broeckmoerassen;
Met golven ginder, die sich vventelen in duyn.
5
Noch tart u FREDRICX helm, vervvaende koningskruyn! 5
Die op uvv' kroonen noch meer kroonen vvaent te tassen.
Koom aen eer dat hy self uvv' steden koom verrassen, 7
En doe uvv' heerlijckheyd vergaen in roock en puyn.
Ghy dreyght hem, doch vergeefs: ghy dreyght den onvervaerden;
10
Die voormaels, by de Roer, omcingelt van uvv' paerden, 10
Trots paerd en ruyter velde, en redde sich 'er door.
Sijn lemmers deughd versmaed de sne der Spaensche klingen; 12
Sijn' rusting uvv' pistools. 't Is quaed een' leeu te dvvingen,
Die door 't benautste streeft, en maeckter 't ruymste spoor.
|
*Van 1626. Dit Klinckdicht op Frederik Hendrik is afgedrukt naar de eerste uitgave, voorkomend in de twede editie van de Begroetenis (zie blz. 507-vlgg.), op de achterkant van 't tietelblad (Bibliographie van Vondels werken, nr. 111 blz. 36 [dit moet zijn nr. l16]).
1van den tuyn: van de Verenigde Provincieën, eigenlik van de grens (zie blz. 504, op vs. 39, 40).
2Overal onderbroken en afgebroken door meren en zeeën.
5koningskruyn: 't gekroonde hoofd, Spanje's koning.
10Bij Mühlheim aan de Roer (in 1605) was Frederik Hendrik door de Spaanse ruiters omringd; met de hulp van zijn toeschietende stalmeester sloeg hij zich erdoor (zie Geboortklock, blz. 783 vs. 390).
12Sijn lemmers deughd: de kracht van zijn zwaard.
|
|