nun
spreektaal kan men nog steeds bemerken dat ze oorspronkelijk Nederduitschers
zijn, en dat nederduitsch nog steeds de grondslag van hun taal is.
In de laatste jaren wendt de russische regeering pogingen aan om de
duitsche taal met de duitsche beschaving en den protestantschen gods-dienst,
kortom het geheele duitsche bestanddeel uit haar Oostzee-provinciën te
verdringen en daarvoor de russische taal, enz. in de plaats te stellen.
Hierdoor zal niet slechts het nederduitsch, maar ook het later daar ingevoerde
hoogduitsch, waarschijnlijk over korteren of langeren tijd, als spreektaal in
Estland, Lyfland en Koerland ophouden te bestaan.
Een belangrijk werk over deze duitsche tongvallen in de russische
Oostzee-provinciën is: Hupel, Idiotikonder deutsche Sprache
in Lief- und Esthland, Riga 1795; ook handelt over dit onderwerp:
Gross, Ein Versuch über das deutsche Idiom in den
Baltischen Provinzen, 1869.
Dit nederduitsch van de Oostzee-provinciën is niet het eenige
nederduitsch dat in Rusland wordt gesproken. Sedert het jaar 1804 hebben zich
in zuidelijk Rusland, in het gouvernement Taurië, aan de rivier
Molotschnaja, vele Duitschers als volkplanters gevestigd. Deze Duitschers zijn
voor het grootste deel Neder-Saksen uit Dantzig en omstreken in Pruissen,
meestal Mennoniten, die om de dienstplichtigheid bij het pruissische leger te
ontgaan, hun vaderland verlieten. Deze lieden en hun nakomelingen spreken nog
nederduitsch, maar hun tongval wordt dagelijks onzuiverder, door het opnemen
van allerlei hoogduitsche en ook van russische en tartaarsche woorden, vormen
en spreekwijzen. Dit nederduitsch in Zuid-Rusland zal spoedig geheel uitsterven
en verloren gaan.