Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart


auteur: Betje Wolff en Aagje Deken


bron: Betje Wolff en Aagje Deken, Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. Isaac van Cleef, Den Haag 1782  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 294]

Vyf en zestigste brief.
Mejuffrouw Sara Burgerhart aan de eerzame Pieternelletje Deegelyk.

Myn goeje beste Pieternel!

Ik heb uw Brief gelezen: wel heden, ik wist niet, dat je zoo veel by mekaêr kon stichten. Ik ben met uw Brief magtig in myn schik. Als het eens jou uitgaans dag is, zendt my dan een kruijer, dan zal ik t'huis blyven, als ik uit de Kerk kom, en wy willen weêr eens heel veel praten; je weet, Nelle, daar hou ik wel van. Meid, wat hou ik van je, om dat je my zo wel opgepast hebt, en zo dankbaar aan myn lieven Vader en Moeder zyt. De Heer Blankaart is naar Vrankryk; zo dat gy hem niet ligtelyk zult tegenkomen. Ja, dat is een man, niet waar? och, ik heb hem zo lief! maar ik ga niet trouwen, daar is geen woord waar aan. Wees jy gerust: al wierd jy tagtig jaar, dan zul je toch by my wonen, als ik getrouwt, of op my zelfben. Sterf des, als je tog sterven moet, maar gerust voort, 't zal zo zyn. Zeker, Pieternel, als gy oud en zwak wordt, zal ik voor u zorgen, en je zult dan zien, dat het heel goed is, op on-

[p. 295]

zen lieven Heer te vertrouwen. En zei Tante ‘dat je geen licht hadt?’ Heden meid, gy moest eens aan Tante gevraagt hebben, of 't waar is, dat zy zal trouwen, en met welk een Heer; maar daar hebje niet omgedagt. Ik zal heel graag, als ik trouw, wat in myn Huishouden van u hebben; maar 't hoeft juist zo veel niet te zyn, als je voornemen was. In dit papiertje liggen twee ducaten, die doe ik u present, om dat gy zo een beste meid zyt, en myn Ouwers zo liet hebt. Spreek er maar niet van tegen my; koop er wat voor: zulje, Pieternel? De Juffrouw, daar ik by in huis woon, is net zo een brave vrouw als myne Moeder was, dan kun je eens denken. Nu ik ga niet trouwen, hoor. Gy weet wel, wie u deezen schryft.

 

S.B.

 

PS. Dat joului Koetsier van Keulen is, kan ik wel denken. Nagt, goeje meid.