beschikbare titels


Nederlandse taal

Taco H. de Beer, Onze volkstaal, 1882-1890
Hartmut Beckers en José Cajot, Zur Diatopie der deutschen Dialekte in Belgien, 1979
J. Goossens, Dialectologie en taalvariatie, 1979
J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978
J. Goossens, In memoriam dr. Jos Molemans, 1995
J. Goossens, Jozef Leenen, 1976
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991
W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977
Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994
J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979
Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998
J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, De begrenzing van de Kempen, 1983
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979
Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie, 1980
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987
A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990
Archief voor Nederlandsche taalkunde. Eerste deel (alleen scans beschikbaar) , 1847-1848
Archief voor Nederlandsche taalkunde. Tweede deel (alleen scans beschikbaar) , 1849-1850
Archief voor Nederlandsche taalkunde. Derde deel (alleen scans beschikbaar) , 1851-1852
Archief voor Nederlandsche taalkunde. Vierde deel (alleen scans beschikbaar) , 1853-1854
Archief voor Nederlandsche taalkunde. Vijfde deel (alleen scans beschikbaar) , 1855-1856
De drie talen. Jaargang 1 (alleen scans beschikbaar) , 1885
De drie talen. Jaargang 2 (alleen scans beschikbaar) , 1886
De drie talen. Jaargang 3 (alleen scans beschikbaar) , 1887
De drie talen. Jaargang 4 (alleen scans beschikbaar) , 1888
De drie talen. Jaargang 15 (alleen scans beschikbaar) , 1899
De drie talen, 1885-1971
Gentse Bijdragen, 1934-1984
Gramma, 1977-1991
Gramma/TTT, 1992-2003
Handelingen van het zesde Vlaamsch philologencongres (alleen scans beschikbaar) , 1923
Handelingen van het tiende Vlaams filologencongres (alleen scans beschikbaar) , 1930
Handelingen van het elfde Vlaams philologencongres (alleen scans beschikbaar) , 1932
Moer, 1969-2004
Naamkunde, 1969-2010
Noord en Zuid. Jaargang 2 (alleen scans beschikbaar) , 1879
Noord en Zuid. Jaargang 3 (alleen scans beschikbaar) , 1880
Noord en Zuid. Jaargang 4 (alleen scans beschikbaar) , 1881
Noord en Zuid. Jaargang 5 (alleen scans beschikbaar) , 1882
Noord en Zuid. Jaargang 6 (alleen scans beschikbaar) , 1883
Noord en Zuid. Jaargang 7 (alleen scans beschikbaar) , 1884
Noord en Zuid. Jaargang 8 (alleen scans beschikbaar) , 1885
Noord en Zuid. Jaargang 9 (alleen scans beschikbaar) , 1886
Noord en Zuid. Jaargang 10 (alleen scans beschikbaar) , 1887
Noord en Zuid. Jaargang 11 (alleen scans beschikbaar) , 1888
Noord en Zuid. Jaargang 12 (alleen scans beschikbaar) , 1889
Noord en Zuid. Jaargang 13 (alleen scans beschikbaar) , 1890
Noord en Zuid. Jaargang 14 (alleen scans beschikbaar) , 1891
Noord en Zuid. Jaargang 15 (alleen scans beschikbaar) , 1892
Noord en Zuid. Jaargang 17 (alleen scans beschikbaar) , 1894
Noord en Zuid. Jaargang 18 (alleen scans beschikbaar) , 1895
Noord en Zuid. Jaargang 19 (alleen scans beschikbaar) , 1896
Noord en Zuid. Jaargang 20 (alleen scans beschikbaar) , 1897
Noord en Zuid. Jaargang 21 (alleen scans beschikbaar) , 1898
Noord en Zuid. Jaargang 22 (alleen scans beschikbaar) , 1899
Noord en Zuid. Jaargang 23 (alleen scans beschikbaar) , 1900
Noord en Zuid. Jaargang 24 (alleen scans beschikbaar) , 1901
Noord en Zuid. Jaargang 26 (alleen scans beschikbaar) , 1903
Nu nog, 1951-1978
L. Koelmans, De Nieuwe Taalgids. Register op de jaargangen 50-60 (alleen scans beschikbaar) , 1968
Vijf-en-twintigjarig register op De nieuwe taalgids (alleen scans beschikbaar) , 1931
Onze Taaltuin, 1932-1942
Taalkunde in de administratie. Band I (alleen scans beschikbaar) , 1984
Taalkunde in de administratie. Band II (alleen scans beschikbaar) , 1984
Taalkunde in de administratie. Band III (alleen scans beschikbaar) , 1984
Taalkunde in de administratie. Band IV (alleen scans beschikbaar) , 1984
Taalkunde in de administratie. Band V (alleen scans beschikbaar) , 1984
Tijdschrift voor levende talen. Jaargang 5 (alleen scans beschikbaar) , 1939
Veldeke. Jaargang 6 (alleen scans beschikbaar) , 1931-1932
Veldeke. Jaargang 7 (alleen scans beschikbaar) , 1932-1933
Veldeke. Jaargang 8 (alleen scans beschikbaar) , 1933-1934
Veldeke. Jaargang 9 (alleen scans beschikbaar) , 1934-1935
Veldeke. Jaargang 10 (alleen scans beschikbaar) , 1935-1936
Veldeke. Jaargang 11 (alleen scans beschikbaar) , 1936-1937
Veldeke. Jaargang 12 (alleen scans beschikbaar) , 1937-1938
Veldeke. Jaargang 13 (alleen scans beschikbaar) , 1938-1939
Veldeke. Jaargang 14 (alleen scans beschikbaar) , 1939-1940
Voorzetten, 1985-1997
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992
De Beiaard, 1916-1925
Dokumentaal, 1972-1997
Register op de jaargangen 1 (1972) t/m 10 (1981) (alleen scans beschikbaar) , 1982
Register op de jaargangen 11 (1982) t/m 20 (1991) (alleen scans beschikbaar) , 1992
Forum der Letteren, 1960-1995
Frysk Jierboek 1937 (alleen scans beschikbaar) , 1937
Frysk Jierboek 1938 (alleen scans beschikbaar) , 1938
Frysk Jierboek, 1937-1946
De Gids, 1837-
Leuvense bijdragen. Jaargang 1 (alleen scans beschikbaar) , 1896
Leuvense bijdragen. Jaargang 2 (alleen scans beschikbaar) , 1897
Leuvense bijdragen. Jaargang 3 (alleen scans beschikbaar) , 1899
Leuvense bijdragen. Jaargang 4 (alleen scans beschikbaar) , 1900-1902
Leuvense bijdragen. Jaargang 5 (alleen scans beschikbaar) , 1903-1904
Leuvense bijdragen. Jaargang 6 (alleen scans beschikbaar) , 1904-1905
Leuvense bijdragen. Jaargang 7 (alleen scans beschikbaar) , 1906
Leuvense bijdragen. Jaargang 8 (alleen scans beschikbaar) , 1907-1909
Leuvense bijdragen. Jaargang 9 (alleen scans beschikbaar) , 1910-1911
Leuvense bijdragen. Jaargang 10 (alleen scans beschikbaar) , 1912-1913
Leuvense bijdragen. Jaargang 11 (alleen scans beschikbaar) , 1913-1914
Leuvense bijdragen. Jaargang 12 (alleen scans beschikbaar) , 1914-1920
Leuvense bijdragen. Jaargang 13 (alleen scans beschikbaar) , 1921
Leuvense bijdragen. Jaargang 14 (alleen scans beschikbaar) , 1922
Leuvense bijdragen. Jaargang 15 (alleen scans beschikbaar) , 1923
Leuvense bijdragen. Jaargang 16 (alleen scans beschikbaar) , 1924
Leuvense bijdragen. Jaargang 17 (alleen scans beschikbaar) , 1925
Leuvense bijdragen. Jaargang 18 (alleen scans beschikbaar) , 1926
Leuvense bijdragen. Jaargang 19 (alleen scans beschikbaar) , 1927
Leuvense bijdragen. Jaargang 20 (alleen scans beschikbaar) , 1928
Leuvense bijdragen. Jaargang 21 (alleen scans beschikbaar) , 1929
Leuvense bijdragen. Jaargang 22 (alleen scans beschikbaar) , 1930
Leuvense bijdragen. Jaargang 23 (alleen scans beschikbaar) , 1931
Leuvense bijdragen. Jaargang 24 (alleen scans beschikbaar) , 1932
Leuvense bijdragen. Jaargang 25 (alleen scans beschikbaar) , 1933
Leuvense bijdragen. Jaargang 26 (alleen scans beschikbaar) , 1934
Leuvense bijdragen. Jaargang 27 (alleen scans beschikbaar) , 1935
Leuvense bijdragen. Jaargang 28 (alleen scans beschikbaar) , 1936
Leuvense bijdragen. Jaargang 29 (alleen scans beschikbaar) , 1937
Leuvense bijdragen. Jaargang 30 (alleen scans beschikbaar) , 1938
Leuvense bijdragen. Jaargang 31 (alleen scans beschikbaar) , 1939
Leuvense bijdragen. Jaargang 32 (alleen scans beschikbaar) , 1940
Rond den Heerd. Jaargang 1 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 2 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 3 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 4 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 5 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 6 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 7 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 8 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 9 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 10 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 11 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 12 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 13 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 14 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 15 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 16 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 17 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 18 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 19 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 20 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 21 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 22 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 23 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 24 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den Heerd. Jaargang 25 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989
Rond den heerd, 1865-1890
Spektator, 1971-1995
Studia Neerlandica, 1970-1971
Taal en Letteren, 1891-1906
De Nieuwe Taalgids, 1907-1995
Bijblad voor taal en letteren. Jaargang 1 (alleen scans beschikbaar) , 1913
Bijblad voor taal en letteren. Jaargang 2 (alleen scans beschikbaar) , 1914
Bijblad voor taal en letteren. Jaargang 3 (alleen scans beschikbaar) , 1915
Bijblad voor taal en letteren. Jaargang 4 (alleen scans beschikbaar) , 1916
Bijblad voor taal en letteren. Jaargang 5 (alleen scans beschikbaar) , 1917
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 6 (alleen scans beschikbaar) , 1918
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 7 (alleen scans beschikbaar) , 1919
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 8 (alleen scans beschikbaar) , 1920
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 9 (alleen scans beschikbaar) , 1921
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 10 (alleen scans beschikbaar) , 1922
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 11 (alleen scans beschikbaar) , 1923
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 12 (alleen scans beschikbaar) , 1924
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 13 (alleen scans beschikbaar) , 1925
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 14 (alleen scans beschikbaar) , 1926
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 15 (alleen scans beschikbaar) , 1927
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 16 (alleen scans beschikbaar) , 1928
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 17 (alleen scans beschikbaar) , 1929
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 18 (alleen scans beschikbaar) , 1930
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 19 (alleen scans beschikbaar) , 1931
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 20 (alleen scans beschikbaar) , 1932
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 21 (alleen scans beschikbaar) , 1933
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 22 (alleen scans beschikbaar) , 1934
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 23 (alleen scans beschikbaar) , 1935
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 24 (alleen scans beschikbaar) , 1936
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 25 (alleen scans beschikbaar) , 1937
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 26 (alleen scans beschikbaar) , 1938
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 27 (alleen scans beschikbaar) , 1939
Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 28 (alleen scans beschikbaar) , 1940
Voortgang, 1980-

monografieën


Woorden (lexicografie)

J.H. van Dale, Taalkundig handboekje, 1867
J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954
P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862
Johan Hofman, Nederlandtsche woorden-schat, 1650
Joos Lambrecht, Het naembouck van 1562, 1945
J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium, 1959
H.J.J.M. van der Merwe, Vroeë Afrikaanse woordelyste, 1971
F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten, 1906
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001
Nicoline van der Sijs, Het versierde woord, 1999
P.G.J. van Sterkenburg, Op weg naar W(E)TEN, 1997
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
A.J. Vervoorn, Antilliaans Nederlands, 1976
Petrus Weiland, Kunstwoordenboek (3de druk), 1858

Etymologie

W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977
J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium, 1959
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979
Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998
Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001
A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990
J. Verdam, Uit de geschiedenis der Nederlandsche taal, 1923 (4de druk)

Zinnen (syntaxis)

Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan, 1952
D.M. Bakker, De macht van het woord, 1988
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie, 1963
Hans Bennis en Teun Hoekstra, 'Gaps and Parasatic Gaps', 1984-1985
Hans den Besten en Jerold A. Edmondson, 'The Verbal Complex in Continental West Germanic', 1983
Ton van Haaften en Annelies Pauw, 'Het begrepen subject, een fantoom in de taalbeschrijving', 1982
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954
C.H. den Hertog, Nederlandsche spraakkunst, 1892-1896
Th. van den Hoek, 'Woordvolgorde en konstituentenstruktuur', 1971-72
Teun Hoekstra, 'Small Clause Results', 1988
Helen de Hoop, Guido J. Vanden Wyngaerd en Jan-Wouter Zwart, 'Syntaxis en semantiek van de van die-constructie', 1990
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, 'Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands', 1979
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991
Robert S. Kirsner, 'De "onechte lijdende vorm"', 1976-77
J. Koster, 'Dutch as an SOV Language', 1975
W.G. Klooster en A. Kraak, Syntaxis, 1968
Etsko Kruisinga, Het Nederlands van nu, 1938
P.C. Paardekooper, 'Persoonsvorm en voegwoord', 1961
P.C. Paardekooper, 'Een schat van een kind', 1956
Thijs Pollmann, Oorzaak en handelende persoon, 1975
Tanya Reinhart en Eric Reuland, 'Reflexivity', 1993
H.C. van Riemsdijk, 'De relatie tussen postposities en partikels', 1973-74
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
M.C. van den Toorn, Nederlandse grammatica, 1973
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959

Klanken (fonologie/fonetiek)

Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922 (2de druk)
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992
C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus', 1984
Harry van der Hulst, 'Ambisyllabicity in Dutch', 1985
M.A.C. Huybregts, 'De biologische kern van taal', 1978-79
René Kager en Wim Zonneveld, 'Schwa, Syllables, and Extrametricality in Dutch', 1985-86
Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994
Anneke Neijt, Universele fonologie, 1991
P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids, 1978
Rudolf P.G. de Rijk, 'Apropos of the Dutch Vowel System', 1967
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979
Norval S.H. Smith, '-Aar', 1976
J.J. Spa, 'Generatieve fonologie', 1970
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, Klemtoon en metrische fonologie, 1989
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, 'Egg, Onion, Ouch! On the Representation of Dutch Diphthongs', 1980

Betekenis (semantiek)

C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus', 1984
P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862
J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976
Pieter A.M. Seuren, 'Echo: een studie in negatie', 1976
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959
N. van Wijk, '"Aspect" en "Aktionsart"', 1928

Vormen (morfologie)

J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992
C.B. van Haeringen, 'Congruerende voegwoorden', 1939
C.B. van Haeringen, 'De meervoudsvorming in het Nederlands', 1947
C.B. van Haeringen, 'Vervoegde voegwoorden in het Oosten', 1958
Cor Hoppenbrouwers, 'Het genus in een Brabants regiolect', 1983
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991
Etsko Kruisinga, 'De vorm van de verkleinwoorden', 1915
L.C. Michels, 'Woordwording van affixen', 1957
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979
Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941
Norval S.H. Smith, '-Aar', 1976
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959
J. Verdam, 'Over het voorvoegsel ont', 1901
Petrus Weiland, Nederduitsche spraakkunst, 1805

Normen

Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie, 1963
R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y, 1998
Hugo Brandt Corstius, Opperlandse taal- & letterkunde, 1981
Charivarius, Is dat goed Nederlands?, 1940
J.P. Guépin, De beschaving, 1983
H.M. Hermkens, Verzorgd Nederlands, 1966
Pontus de Heuiter, Nederduitse orthographie, 1581
Maaike Hogenhout-Mulder, Cursus Middelnederlands, 1983
H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels, 1971
Jacob van Lennep, De vermakelijke spraakkunst, 1865
Arnold Moonen, Nederduitsche spraekkunst, 1706
P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids, 1978
Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941
Els Ruijsendaal, Letterkonst, 1991
Jacob van der Schuere, Nederduytsche spellinge, 1612
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen, 1956
Petrus Weiland, Nederduitsche spraakkunst, 1805

Taalbeheersing

Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922 (2de druk)
J.P. Guépin, De beschaving, 1983
A.J. Vervoorn, Kleine grammatica van de waanzin, 1977

Taalverwerving / Psycholinguïstiek

Carry van Bruggen, Hedendaagsch fetischisme, 1925
Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden, 1987
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922 (2de druk)
H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels, 1971
A.M. Schaerlaekens, De taalontwikkeling van het kind, 1977
Jan Stroop, Poldernederlands, 1998

Sociolinguïstiek

Alied Blom, 'Het kwantitatieve er', 1975-76
Carry van Bruggen, Hedendaagsch fetischisme, 1925
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922 (2de druk)
P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862
G.G. Kloeke, 'Inleiding', 1927
J.G.M. Moormann, De geheimtalen, 2002
Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie, 1980
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959

Dialectologie

Cor van Bree, Het dialect in deze tijd, 1983
Hartmut Beckers en José Cajot, Zur Diatopie der deutschen Dialekte in Belgien, 1979
Frans Claes, Desiré Claes als taalkundige, 1986
H.J.E. Endepols en Jac. van Ginneken, De regenboogkleuren van Nederlands taal, 1917
J. Goossens, Dialectologie en taalvariatie, 1979
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992
J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978
J. Goossens en Jacques Van Keymeulen, 'Geschiedenis van de Nederlandse dialectstudie', 2006
J. Goossens, In memoriam dr. Jos Molemans, 1995
J. Goossens, Jozef Leenen, 1976
J.P. Guépin, De beschaving, 1983
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991
Eddy Charry, Geert Koefoed en Pieter Muysken, De talen van Suriname, 1983
W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977
Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994
J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979
Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998
J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, De begrenzing van de Kempen, 1983
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979
Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie, 1980
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987
A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990
J. Verdam, Uit de geschiedenis der Nederlandsche taal, 1923 (4de druk)

Historische taalkunde

Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan, 1952
R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y, 1998
Cor van Bree, Historische taalkunde, 1990
J. Goossens, 'Polysemievrees', 1962
Kees Groeneboer, Weg tot het Westen, 1993
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954
K.H. Heeroma, 'Ontspoorde frankiseringen', 1951
K.H. Heeroma, 'Wat is Ingweoons?', 1965
D.C. Hesseling, Het Afrikaansch, 1899
F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten, 1906
Cefas van Rossem en Hein van der Voort, Die Creol taal, 1996
Els Ruijsendaal, Letterkonst, 1991
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997
Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen, 1956
J. Verdam, Uit de geschiedenis der Nederlandsche taal, 1923 (4de druk)
C.G.N. de Vooys, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1931
Marijke J. van der Wal, De taaltheorie van Johannes Kinker, 1977

Nederlands als tweede taal

Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden, 1987

Taaldidactiek

Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden, 1987
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922 (2de druk)
H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels, 1971
Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen, 1956

artikelen


Woorden (lexicografie)

José van Aelst, Evert van den Berg, Lia van Gemert, Ingmar Koch, W. Pijnenburg, Karel Porteman, Toos Streng, Annemarie van Toorn en H.T.M. van Vliet, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
B.P.F. Al, ‘Thesaurus en taalkundig onderzoek B.P.F. Al’, ‘3. Binaire groepen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
B.P.F. Al, ‘Gebruik en hergebruik van woordenboekinformatie B.P.F. Al’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991)
Herm. P.J. van Alfen, ‘Kloppen in de bijzondere beteekenis van Castrare.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
J.C. Anceaux, ‘Glottochronologie en lexicostatistiek’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1963 (1963)
J.C. Arens, ‘J.C. Arens Uit oude woordenboeken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
J.C. Arens, ‘J.C. Arens Uit oude woordenboeken III’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984)
J.C. Arens, ‘J.C. Arens Uit oude woordenboeken II’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984)
J.C. Arens, ‘J.C. Arens Uit oude woordenboeken IV’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
R.H. Baayen, ‘De CELEX lexicale databank Harald Baayen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991)
Mark Baeyens, C.F.P. Stutterheim en Ad Zuiderent, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Jan van Bakel, R. Breugelmans, G. Kazemier, Henk A.C. Lambermont, F. Lulofs, A. Sassen, M.H. Schenkeveld, Bert van Selm, M.C. van den Toorn en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
Jan van Bakel, A.M. Duinhoven, Olf Praamstra en L. Strengholt, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
Peter Bakema, ‘Connotatieve labels in Nederlandse woordenboeken’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
D.M. Bakker, E.G.A. Galama, R. Lievens, P.J. Meertens, M.A. Schenkeveld-van der Dussen en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
Nienke Bakker, ‘Archivalia’, ‘Nienke Bakker Gezelles Woordentas’ In: Gezellekroniek. Jaargang 11 (1976)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘F. Balk-Smit Duyzentkunst Ambivalentie in taalkunde’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Frida Balk-Smit Duyzentkunst Het woord ‘jood’ en het antisemitisme’ In: De Gids. Jaargang 152 (1989)
Adriaan Beets, ‘Toerewever-tortwevel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Verstek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Fragment van een vocabularius medegedeeld door A. Beets.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Adriaan Beets, ‘Toertrapper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
Adriaan Beets, ‘Tuckele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Adriaan Beets en P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
I.J.M. van den Berg, ‘Scholastiek lexicon’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Hans den Besten, ‘Het kiezen van lexicale delenda Hans Den Besten’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976)
Jan Bethlehem, ‘Een aanvulling op het Middelnederlandsch woordenboek J. Bethlehem’ In: Voortgang. Jaargang 9 (1988)
H.L. Bezoen, ‘Naar aanleiding van Ndl. mok, mokken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Igor van de Bilt, ‘Adriaan Kluit (1735-1807) als lexicograaf Igor van de Bilt’ In: Voortgang. Jaargang 22 (2004)
D.P. Blok, C. Kruyskamp en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
W. Blok, G. Geerts, G. Kazemier, L. Strengholt en P.E.L. Verkuyl, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983)
N. van der Blom, ‘Looc en derivaten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
G.J. Boekenoogen, ‘Van als.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Adrianus Bogaers, ‘Bestemmen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Adrianus Bogaers, ‘Bedenkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Adrianus Bogaers, ‘Losse aanmerkingen betrekkelijk woorden, bij Vondel voorkomende.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
A.P. de Bont, J.B. Drewes, G.G. Kloeke, C. Kruyskamp en D. Kuijper Fzn., ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
R.J.G. de Bonth, Ronny Boogaart, Eep Francken, Lia van Gemert, Ton Harmsen, Jan Noordegraaf en Olf Praamstra, ‘Signalementen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
R.J.G. de Bonth, Johan Koppenol, Olga van Marion en Olf Praamstra, ‘Signalementen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Geert Evert Booij, ‘Lexicale Fonologie en de organisatie van de morfologische component G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983)
Geert Evert Booij, Cor van Bree, Bernt Luger, Herman Pleij en Yves G. Vermeulen, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Geert Evert Booij, P.J.A. Franssen, Emmy Gransjean-Muda, W. Hendrikx, Paul de Herder, Maaike Hogenhout-Mulder, J. Kwant, Ad Leerintveld, A.G. Melle, Jan Noordegraaf, Nico Oudejans, Dick Jan Sanders, M.A. Schenkeveld-van der Dussen, P.J. Verkruijsse, Yves G. Vermeulen en Gerard de Vriend, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Geert Evert Booij, ‘Polysemie en polyfunctionaliteit bij denominale woordvorming Geert Booij’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988)
Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.H. van den Bosch, R.A. Kollewijn en Tijs Terwey, ‘Woordverklaring. Over ‘laten’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
Hugo Brandt Corstius, ‘Beer gaat door zuur naar zoet. Eenlettergrepige woorden in het Nederlands’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 46 (2003)
Hugo Brandt Corstius, ‘Toe, aai eens een spreeuw! Klinkerdominante eenlettergrepige woorden’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 47 (2004)
R. Breugelmans, G.R.W. Dibbets, L.F. van Driel en Clazien Verheul, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
Har Brok, ‘*Snade en swade in het Middelnederlandsch Woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
C.C. de Bruin, G.A. van Es, C. Kruyskamp en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
C.C. de Bruin, C. Kruyskamp, Maximilianus O.F.M. Cap. en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
P.J. Buijnsters, Jacoba M.C. Kroesen, C. Kruyskamp, P.J. Meertens en W.P. Pos, ‘Boekbeoordeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fresiska.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
T.H. Buser, ‘Proeven van woordverklaring.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Fons van Buuren, C. de Deugd, Soetje Oppenhuis de Jong en Tanneke Schoonheim, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997)
W.J.M. van Calcar, ‘Over waarden en normen in een woordenboek’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
Desideer Claes, ‘Lezingen. Eenige volksuitdrukkingen verdedigd en aanbevolen. Door den heer D. Claes, briefwisselend lid der Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1890 (1890)
Desideer Claes, ‘Lezing. Eenige Wenken over het woordenboek der Nederlandsche taal door D. Claes.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1901 (1901)
Desideer Claes, ‘Lezing. Antwoord op de lezing van den heer Dr W. de Vreese, betreffende het Woordenboek der Nederlandsche Taal, door den heer D. Claes.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1902 (1902)
Frans Claes, ‘Ontwikkeling van de Nederlandse lexicografie tot 1600’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
Frans Claes, ‘Nederlandse benamingen van woordenlijsten en woordenboeken tot 1600’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
Frans Claes, ‘Het woordenboek van Martin Binnart’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
Frans Claes, ‘Levinus Lemnius, een Zeeuwse bron van Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
Frans Claes, ‘Nieuwe woorden of oude bewijsplaatsen bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
Frans Claes, ‘Nog enige oude bewijsplaatsen uit Kiliaans kanttekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975)
Frans Claes, ‘Vetus-woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
Frans Claes, ‘F. Claes S.J. Een nog onuitgegeven woordenboek van Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
Frans Claes, ‘Frans Claes S.J. Iets over de datering van de oudste vindplaatsen in Etymologische woordenboeken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993)
Frans Claes, ‘Frans Claes S.J. Simon Stevin als bron voor Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 111 (1995)
Frans Van Coetsem, K. Fokkema, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
Th. Coopman, ‘[Redevoering van den heer Coopman over het woordenboek der Nederlandse taal]’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1901 (1901)
Louis Cornelis, G.R.W. Dibbets, B.P.M. Dongelmans, J.A. van Leuvensteijn en Geert Warnar, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Micky Cornelissen, Lia van Gemert, Gert-Jan Johannes, Mary G. Kemperink, Marita Mathijsen en G.F.H. Raat, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993)
P.J. Cosijn, ‘Pluksel door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘De glossae Lipsianae.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘Glossarium op de Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘Wêttu Irmingot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
F.M. Cowan, C. Kruyskamp en J.L. Pauwels, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
Jan Craeynest, ‘Daar af - van wien.’ In: Het Belfort. Jaargang 3 (1888)
Jo Daan, ‘Taalkaarten buik en kuit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
J.H. van Dale, ‘Iets over de afleiding van het woord vierschaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
J.H. van Dale, ‘Een biervlietenaar mag tweemaal zijn mes trekken.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
J.H. van Dale, ‘Taalsnippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale en Arie de Jager, ‘Antwoord op vraag 26.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, ‘Willox. - ric.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, ‘Aardsch- of aardsgezind?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, Taalkundig handboekje (1867)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Karina van Dalen-Oskam en Tanneke Schoonheim, ‘K.H. van Dalen-Oskam en T.H. Schoonheim Het Vroegmiddelnederlands Woordenboek (1200 - 1300) Namen en hun plaats in de woordenschat’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
Karina van Dalen-Oskam en Katrien Depuydt, ‘K.H. van Dalen-Oskam en K.A.C. Depuydt Het Vroegmiddelnederlands Woordenboek (1200-1300) Over betekenissen en meer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
J.J.M. van Dam, ‘Spaansche mat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
C.F.A. van Dam, C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
B.C. Damsteegt, J.B. Drewes, G. Kazemier, Jan Stroop, F. de Tollenaere en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
G.R.W. Dibbets, ‘De woorden-schat uit Montanus' Spreeckonst G.R.W. Dibbets’ In: Voortgang. Jaargang 5 (1984)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Beantwoording van eenige vragen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
J.A. van Dijk, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Tieme van Dijk, G. Geerts, Ton Harmsen en L. Strengholt, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983)
M.R. Dijkman, ‘Kritiese beschouwingen over hedendaagse examenpraktijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.B. Drewes, ‘Bijdrage tot een woordenboek van de rederijkerstaal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
J.B. Drewes en C. Kruyskamp, ‘Boekbesprekingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966)
A.M. Duinhoven, ‘Voetzoekers’, ‘HEBBEN een koppelwerkwoord? A.M. Duinhoven’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
H.J.E. Endepols, ‘Groenstraat-Bargoens.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichts of La force d'intercourse et l'esprit de clocher’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichts of La force d'intercourse et l'esprit de clocher (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
H. J. Eymael, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Peter Fast en J. van Marle, ‘Nogmaals de inwoonstersnamen: verdere evidentie voor -se Peter Fast en Jaap Van Marle’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989)
Jane Fenoulhet, ‘Fraseologie en lexicografie J. Fenoulhet (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
Sybrandus Johannes Fockema Andreae, ‘Spreekwijzen en vormen aan het oude recht ontleend.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1898 (1898)
K. Fokkema, ‘De friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
J.L.M. Franken, ‘Taalkundige beskouing oor Teenstra se Afrikaanse samespraak.’ In: De vruchten mijner werkzaamheden (1943)
Robert Fruin, ‘Over cliven en clawen in onze oude rechtstaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Edward Gailliard, ‘Lezingen. Iets over het woord ‘Gadoot’.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1896 (1896)
Edward Gailliard, ‘Palmen, pallemen, Zijn poingiaert palmen, Zijn mes pallemen. door Edw. Gailliard.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1909 (1909)
Johan Hendrik Gallée, ‘Saksische namen van planten en delfstoffen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
Johan Hendrik Gallée, ‘Uit de taalstudie.’ In: De Gids. Jaargang 51 (1887)
Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Dirk Geeraerts, ‘Prototypes en stereotypes D. Geeraerts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1982 (1982)
Dirk Geeraerts, ‘D. Geeraerts Lexicografie en linguistiek: Reichling gerehabiliteerd’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983)
Dirk Geeraerts, ‘Dirk Geeraerts Over woordverlies in lexicaal-semantische overgangsgebieden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
Dirk Geeraerts, ‘[Nr. 69/70]’, ‘Lexicografische vernieuwing in de vroege achttiende eeuw’ In: Documentatieblad werkgroep Achttiende eeuw. Jaargang 1986 (1986)
Dirk Geeraerts, ‘Dirk Geeraerts Over woordverlies in lexicaal-semantische overgangsgebieden II’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 103 (1987)
G. Geerts, C. Kruyskamp, P.J. Meertens en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967)
G. Geerts, ‘Het collectivum als haar-syndroom’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
G. Geerts, ‘Sociolinguïstische variatie en lexicon’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
Lia van Gemert, Ingrid Glorie, Nelleke Moser, Ewoud Sanders, Gea Schelhaas, Irene Spijker en Robert Stein, ‘Signalementen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Jac. van Ginneken, ‘Het Geldersche woord vlaas = poel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: mist’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 6 en 7]’, ‘De voornaamwoordelijke aanwijzing en het geslacht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, ‘Willem Pée's groot boek Over de verkleinwoorden in de Nederlandsche dialecten.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 12]’, ‘De tweede aflevering van onzen Nederlandschen Taalatlas’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
Leo Goemans, ‘Opmerking.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Goossens, C. Kruyskamp, J.J. Mak, Cornelis Schmidt, C. Soeteman, Marie Veldhuyzen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966)
J. Goossens, ‘De tweede Nederlandse auslautverscherping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
J. Goossens, Dommellandse woorden (1978)
J. Goossens, ‘De ambtelijke teksten van het Corpus-Gysseling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
Casper de Groot en W. Pijnenburg, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
J.P. Gumbert, ‘Een Nederlands woordenboek uit de 13e eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
Jacob Israël de Haan, ‘Boekbeoordeelingen’ In: De Beweging. Jaargang 12 (1916)
Jacob Haantjes en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Een systematisch woordenboek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
Walter Haeseryn, ‘Nieuwe media’, ‘De elektronische ANS: mogelijkheden en beperkingen Walter Haeseryn’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
J.A. vor der Hake, ‘Behoeven en hoeven’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal (1858-1862)
P.J. Harrebomée, ‘Tiental nederlandsche spreekwoorden,’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
M. van Hattum, Luc Korpel, P.G.J. van Sterkenburg en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
K.H. Heeroma, ‘Mnl. geëeut’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
K.H. Heeroma, ‘Rapzak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
K.H. Heeroma, ‘De plaats van de ij in het Nederlandse alfabet’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
Hans Heestermans, ‘Verhandelingen’, ‘Definities in woordenboeken Jaarrede door de voorzitter Dr. H. Heestermans’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1990 (1990)
Hans Heestermans, ‘Definities in woordenboeken’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 8 (1990)
Jacobus Heinsius, ‘Een eigenaardig gebruik van het ww. komen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
G.L. van den Helm, De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
G.L. van den Helm, ‘Etymologische onderzoekingen’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Hvatan met zijne familie. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Brui, bruts, brodden en eenige aanverwante woorden.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Blindhokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de Nedl. scherpkorte en zachtkorte o.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
C. Henstra, ‘C. Henstra De Breeveertien in de woordenboeken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 111 (1995)
A. van Herk, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J.D. Herlein, ‘Karaïbaansch woorden-boek.’ In: Beschryvinge van de volk-plantinge Zuriname (1718)
Felisberto Hérnandez, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Armand Héroguel, Philippe Hiligsmann, W. Martin en M. Miceli, ‘Het project Leerwoordenboek zakelijk Nederlands Ph. Hiligsmann, M. Miceli, W. Martin, I. Maks en A. Héroguel’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
D.C. Hesseling, ‘De woorden op loos.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
anoniem Het Brugsche Livre des Mestiers, Het Brugsche Livre des Mestiers en zijn navolgingen (1931)
Teun Hoekstra en M.J. Moortgat-Keukelinck, ‘Passief en het lexicon Teun Hoekstra & Michael Moortgat’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979)
Teun Hoekstra, Harry van der Hulst en M.J. Moortgat-Keukelinck, ‘Het Lexicon en de klasse van mogelijke grammatica's Teun Hoekstra, Harry van der Hulst, Michael Moortgat’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1980 (1980)
Johan Hofman, Nederlandtsche woorden-schat (1650)
Cor Hoppenbrouwers, ‘Het verkleinwoord in het Westerhovens Cor Hoppenbrouwers’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, ‘Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
H.A. Höweler en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
D.J. Huizinga, ‘Over de conditioneele voegwoorden ‘in’ en ‘ende’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Harry van der Hulst, M.J. Moortgat-Keukelinck en W. Pijnenburg, ‘Geïnstitutionaliseerde lexicologie W.J.J. Pijnenburg H. van der Hulst M. Moortgat’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
Jozef Jacobs, ‘Over de Synoniemen.’ In: Het Belfort. Jaargang 13 (1898)
Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘In hand gaan.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Nalezing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Man en maag. - Eerlang. - Hagendeveld.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Moederziel alleen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Verweenthede.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Verklaring van een drietal zamengestelde woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Bedenking aangaande het werkwoord handen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Over het onderscheid tusschen ochtend en morgen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘De beteekenis van roekeloos.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Over de werkwoorden beenen en verbeenen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Arie de Jager, ‘Smeedde Bilderdijk ‘omwingerden’ of ‘omwingeren’? door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Frank Jansen, ‘Een boterzacht bewijs voor leksikale diffusie F. Jansen’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978)
Frank Jansen, ‘Omtrent de om-trend F. Jansen’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988)
Theo A.J.M. Janssen, ‘Het wel en niet omschreven indirekt objekt en de possessieve datief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
Amaat Honoraat Joos, ‘Aan 't werk!’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Amaat Honoraat Joos, ‘Boekbeoordeeling.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Amaat Honoraat Joos, ‘Kleine studie op de woorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 3 (1888)
C.G. Kaakebeen, ‘De term onecht in de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
Daniël van Kalken, ‘Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Daniël van Kalken, ‘Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Daniël van Kalken, ‘Nalezing op de bijdrage’, ‘Tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
G. Kazemier, C. Kruyskamp, F. de Tollenaere en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
C.E. Keijsper, ‘Het werkwoord ligt dwars C.E. Keijsper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
H. Kern en L.A. te Winkel, ‘Iets over noordenwind enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Moker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Loeme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Wak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Eekkatte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
H. Kern, ‘Enkele plaatsen en woorden uit Dat Kaetspel Ghemoralizeert.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
J.H. Kern, ‘Kleine mededeeling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Paul de Keyser, ‘Bargoensch uit het begin van de twintigste eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Maarten Klein, ‘De ANS en het voornaamwoordelijk bijwoord Maarten Klein’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.G. Kloeke en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
W.G. Klooster, ‘De bepaling van kwantiteit, een grammaticale vergissing W.G. Klooster’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
A. Kluijver, ‘Sjamberloek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
A. Kluijver, ‘Kokkerd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
A. Kluijver, ‘Eene onuitgegeven lijst van woorden, afkomstig van zigeuners uit het midden der 16de eeuw.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1900 (1900)
A. Kluijver, ‘Het etymologisch woordenboek van Dr. N. van Wijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘Woordgeslachtsmoeilikheden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
Agata Kowalska-Szubert, ‘Thematische woordenlijsten: hoe maak je die aan? Agata Kowalska (Wrocław)’ In: Colloquium Neerlandicum 14 (2000) (2001)
Agata Kowalska-Szubert, ‘Over potas, herbata en andere Nederlandse woorden in het Pools Agata Kowalska-Szubert (Wrocław)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007)
C. Kruyskamp, ‘Banjer, banjerheer, banjaard’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
C. Kruyskamp, P.J. Meertens en P. Minderaa, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
C. Kruyskamp, ‘Huydecoper als lexicograaf’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
C. Kruyskamp, ‘Studentenhaver’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen, J.M.J. Sicking en H. van de Waal, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
C. Kruyskamp, ‘De begrenzing van het handwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
J.G. Kruyt, ‘Nationale tekstcorpora in internationaal perspectief J.G. Kruyt’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995)
Willem Kuiper, ‘Een ‘groet scat’ in een ‘clein vat’’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 17 (1999)
K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Joos Lambrecht, Het naembouck van 1562 (1945)
P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P. Leendertz (jr.), ‘Een paar Middelnederlandsche bastaardwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.A. van Leuvensteijn, ‘Het Bredero-citaat onder Stommelen A, 2 in het WNT’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
G.I. Lieftinck, ‘Bouwstoffen van het Middelnederlandsch woordenboek Addenda en corrigenda’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
G.I. Lieftinck, ‘Bouwstoffen van het Middelnederlandsch Woordenboek Addenda en corrigenda’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen IV’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen V’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium (1959)
J. van Marle, ‘De taken van het lexicon J. van Marle’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
W. Martin en Elsemiek ten Pas, ‘Subtaal en lexicon W. Martin en E. Ten Pas’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991)
W.H.M. Mattens, ‘Tussenklanken in substantivische en adjectivische samenstellingen Wim Mattens’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Clara Meijer-Wichmann, ‘Corpustaalkunde Jan Aarts, Willem Meijs’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989)
H.J.J.M. van der Merwe, Patriot woordeboek: Afrikaans-Engels (1902)
H.J.J.M. van der Merwe, Vroeë Afrikaanse woordelyste (1971)
R. van der Meulen, ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. toelgen, toillien, thoillien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (IV’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica (IV)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (V)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
W.J. Meys, ‘De empirische dimensie Willem Meijs’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991)
L.C. Michels, ‘Das (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
L.C. Michels, ‘Stromp’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
L.C. Michels, ‘Orgaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
Fons Moerdijk, ‘A. Moerdijk Het belang van neologismen voor de lexicale semantiek, ‘kamerbreed’ geëtaleerd’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
A. Moerdijk, ‘A. Moerdijk Hoe consistent, modern en beknopt is het WNT?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Fons Moerdijk, ‘De wording van het Algemeen Nederlands Woordenboek Fons Moerdijk’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
C. Moeyaert, ‘De hedendaagse schrijftaal van de Westhoek in Frankrijk Lexicon C. Moeyaert’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1976 (1976)
C. Moeyaert, ‘De hedendaagse schrijftaal van de Westhoek in Frankrijk Lexicon · 2 C. Moeyaert’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1977 (1977)
C. Moeyaert, ‘De schrijftaal van de Westhoek in Frankrijk, eind van de 19e eeuw Lexicon - 4 Cyriel Moeyaert’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1979 (1979)
C. Moeyaert, ‘De hedendaagse schrijftaal van de Westhoek in Frankrijk A. Ryckelynck (1889-1951) Lexicon · 5 Cyriel Moeyaert’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1980 (1980)
Quirinus Ignatius Maria Mok, ‘Polysemie en homonymie in recente Franse woordenboeken Q.I.M. Mok’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
H. Molema, ‘Nederduitsche spreekwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.G.M. Moormann, ‘Bargoensch uit het midden der negentiende eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘Amper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Glimp - glimpen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Sek, sekgras.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.W. Muller, ‘Seck (sick)!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.W. Muller, ‘Nfri. Boesdoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller en W.L. de Vreese, ‘Gewezen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J.W. Muller, ‘Brandaris en Sint-Brandarius.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Eischen en bezwaren der wetenschap pelijke lexicographie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Borgen (Bredero, Moortje, 2937).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Bontsche maat (Naschrift op Dl. XX, 210).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘Sprokkelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
J. Naarding, ‘De Nederlandsche benamingen van de uier’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.A. Nauta, ‘Pottaart (Bredero, Moortje, 950).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
G.A. Nauta, ‘Raduys.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
G.A. Nauta, ‘Moedzalf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Paardenbreedte(n).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
G.A. Nauta, ‘Pedel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
Anneke Neijt, Jeroen Weber en Johan Zuidema, ‘Hiërarchieën op de knieën Johan Zuidema, Anneke Neijt en Jeroen Weber’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994)
O. de Neve, ‘De Nederlandsche glossen van de Brusselsche ‘Olla patella’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
O. de Neve, ‘Aantekeningen over 16de - eeuwse lexicografie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
O. de Neve, ‘Over de plantnamen konfilje en konfilie de grein’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
A.M. van 't Oever, ‘Het Engelsch in de laatste afleveringen van het Middelnederlandsch woordenboek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
Johannes Onnekes, ‘Bijdrage tot de kennis van het Hunsingo-Groningsch dialekt. door J. Onnekes.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
A.C. Oudemans, ‘Terechtwijzing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
A.C. Oudemans, ‘Werkwoorden van herhaling en during.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
G.S. Overdiep, ‘Bladvulling’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jan Pan, ‘Sprokkels, verzameld door mr. J. Pan.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Louis D. Petit, ‘5. Woordenboeken.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 1 (1888)
Louis D. Petit, ‘5. Woordenboeken.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 2. De literatuur bevattende verschenen van 1888-1910 (1910)
W. Pijnenburg, ‘Linkse schimmen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
W. Pijnenburg, ‘Mnl. G(h)oepssc(h)ene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
W. Pijnenburg en Tanneke Schoonheim, ‘W.J.J. Pijnenburg en T.H. Schoonheim Het Vroegmiddelnederlands Woordenboek (1200 - 1300) De geschiedenis van een project’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
Henri Pirenne, ‘Ham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.A. van Praag, ‘Iets over oude, Spaansche woordenboeken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Het Nederlands in woordenboeken voor de vreemde talen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904)
F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten (1906)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
anoniem Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
F.A.M. Riem Vis, ‘De werkelijkheid van maar Florentine Riem Vis ’ In: Voortgang. Jaargang 7 (1986)
Dolores Ross, ‘De polysemie in Italiaanse en Nederlandse structuren Dolores Ross’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
H. Ryckeboer, ‘De enquête Willems in Frans-Vlaanderen’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997)
J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Dominiek Sandra, ‘De geheugenrepresentatie van ondoorzichtige samenstellingen Dominiek Sandra’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988)
P.B. Sannargala, ‘[Deel 4]’, ‘Dutch loan words in Sinhala L. Peeters and B.P. Sannasgala’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976)
A. Sassen, ‘A. Sassen De oudste vindplaats van ‘u’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983)
A.M. Schaerlaekens, ‘4 De differentiatiefase (twee en een half - vijf jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977)
B. Scholten, ‘Tabak drinken.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
P.C. Schoonees, ‘Kleine mededeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
C. Schouten-van Parreren, ‘Verslag van de werkbijeenkomst woordenschatuitbreiding mw.dr. C. Schouten-Van Parreren’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
R. Schreuder, ‘Psychologische theorieën over het lexicon R. Schreuder W.J.M. Levelt’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Jos. Schrijnen, ‘Gutturaal-sigmatische wisselvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
Jos. Schrijnen, ‘Gutturaal-Sigmatische wisselvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
H. Schultink, ‘De bouw van nieuwvormingen met her-’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
H. Sermon, ‘Snippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
H. Sermon, ‘De Vlaamsche vertaal- en woordenboeken van het begin der boekdrukkunst tot den jare 1700, door den heer H. Sermon, briefwisselend lid.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1891 (1891)
C.P. Serrure, ‘Spreekwoorden.’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 1 (1855)
C.P. Serrure, ‘Spreekwoorden.’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 1 (1855)
Gerard van Seumeren, ‘Nalezing op de Vlaamsche Vertaal- en Woordenboeken door H. Sermon.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1891 (1891)
Nicoline van der Sijs, Het versierde woord (1999)
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek (2001)
Ph.J. Simons, ‘Langs en op de rand van de zelfstandigheid. (De woorden zo c.s. en 't).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Marketa Skrlantová, ‘Hoe (on)bruikbaar zijn taalgidsen? Marketa Škrlantová’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
B.H. Slicher van Bath, ‘Nederlandsche woorden in Latijnsche oorkonden en registers tot 1250 (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
B.H. Slicher van Bath, ‘Nederlandsche woorden in Latijnsche oorkonden en registers tot 1250 (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Gilbert A. R. de Smet, ‘Invloed van Junius' Batavia op Kiliaans woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
Emiel Spanoghe, ‘In den nap liggen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Jacob Samuel Speyer, ‘Een paar woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Chr. Stapelkamp, ‘Welle, wellen, wallen, walwort(el) waelwortel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Chr. Stapelkamp, ‘Lexicographische aantekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Chr. Stapelkamp, ‘Lexicologische aantekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
Chr. Stapelkamp, ‘Veenderijtermen en enige andere woorden uit het Utrechtse polderland’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
P.G.J. van Sterkenburg, ‘Nederlandse lexicologie in stellingen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
P.G.J. van Sterkenburg, ‘Afdeling 2 Lexicografie’, ‘7. De lexicografie in de middeleeuwen P.G.J. van Sterkenburg’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977)
P.G.J. van Sterkenburg, ‘Nederlandse lexicografie en taalwetenschap P.G.J. van Sterkenburg’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
P.G.J. van Sterkenburg, Op weg naar W(E)TEN (1997)
F.A. Stoett, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
Jan Stroop, ‘De terminologie van de handboogschutter’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Adriaan E.H. Swaen, ‘Gasterij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Adriaan E.H. Swaen, ‘Bolkvanger.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Pierre Swiggers, ‘Over ER P. Swiggers en K. van den Eynde’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
Paul Tallemant, ‘F. de Tollenaere Leng ‘Molva molva’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
Rob Tempelaars, ‘‘Mij zinkt de moed bij het zien van de hoeveelheid’ De collectie historische taalkunde’ In: Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1995)
[tijdschrift] Belfort, Het, ‘Woordenboek der Nederlandsche taal.’ In: Het Belfort. Jaargang 14 (1899)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Rondom het lexicon, een woord vooraf’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Over de betekenis van zgn. ‘doorzichtige’ samenstellingen F.J. Heyvaert’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De geheime rijkdommen van onzen woordenschat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 10]’, ‘De woordfrequentie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 9]’, ‘Noick, een zeventiende-eeuwsch woord uit Zuid-Limburg’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Het verschil tussen sukses en geldigheid Guus Meijer’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Vaste verbindingen (in woordenboeken) Martin Everaert’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Helsche koude.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Die eerst komt, eerst maalt of maant?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Bijdrage tot de kennis van den Frieschen, voornamelijk Bildtschen, tongval.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Eene opmerking omtrent het woord anders.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De verkleinwoorden in een Noordbrabantsch dialect (Oirschot en omstreken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Quadie, quadiën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Anglosaxonica I.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Middelnederlandse woordgeografie Tondalus' Visioen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Duynen (?)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Middelnederlands (op-)terven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De Friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Raket, Reket, Roket, Riket, Rinket’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Het Vroegmiddelnederlands Woordenboek op weg naar voltooiing Ten geleide’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
[tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Proeve van een verklarend Nederduitsch woordenboek.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1864 (1864)
Lambert Tinholt, ‘Taal-bijzonderheden van het eiland Marken, ’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
F. de Tollenaere, ‘Verandzaden Een woord uit de oude landbouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
F. de Tollenaere, ‘Nogmaals Verandzaden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
F. de Tollenaere, ‘Mnl. en Nndl. bâgen(i), bâgel(i), b(eh)âgen(i), verbâgen(i) en bāgen(ii), bāgel(ii), behāgen(ii), verbāgen(ii).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
F. de Tollenaere, ‘Handwoordenboek en dialect’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
F. de Tollenaere, ‘Problemen van het dialectwoordenboek Theorie en praktijk’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
F. de Tollenaere, ‘Problemen van het Nederlands etymologisch woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
F. de Tollenaere, ‘Nieuwe wegen in de lexikografie?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
F. de Tollenaere, ‘Lexikografie en linguïstiek Het probleem der woordbetekenis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Baert ‘Rijswerk aan en op de dijken en oevers’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Vlaams in ‘Vlaamse soldatenbrieven uit de Napoleontische tijd’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Nogmaals ‘Lexicografie en linguïstiek. Het probleem der woordbetekenis’ Reichling gerehabiliteerd?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: het ontstaan van ‘spuigat’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Lexicographica: mnl. ghehuust ende ghehooft (1450)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 115 (1999)
M.C. van den Toorn, ‘De verklaring in de historische taalkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
M.C. van den Toorn, ‘Leeswoordenboeken’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
C.C. Uhlenbeck, ‘Konijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Ansjovis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Vercoullie's woordenboek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
G.J. Uitman, ‘G.J. Uitman Nogmaals: aveluinig’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J. Verdam, ‘Swellen door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
J. Verdam, ‘Lijfcoop.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. Verdam, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘De versterkende beteekenis van on.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Uit Bergen-op-Zoomsche rechtsbronnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
H.J. Verkuyl, ‘Lexicon en werkelijkheid H.J. Verkuyl’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
H.J. Verkuyl, ‘Hoe goed en hoe fout is Van Dale’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
H.J. Verkuyl, ‘Hoe goed en hoe fout is Van Dale?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
Linda Verstraten en Pyter Wagenaar, ‘Vaste verbindingen in corpora’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
A.J. Vervoorn, Antilliaans Nederlands (1976)
Eelco Verwijs, ‘Mennen met valen’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Eelco Verwijs, ‘Gemelijk, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Eelco Verwijs, ‘Lauwen, louwen, looien. door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J. Beckering Vinckers, ‘Nog al iets over ochtend door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
S. Vissering, ‘Aan den heer profr. J. van Vloten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J. van Vloten, ‘Ceedse: chaise of siege?’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
J. van Vloten, ‘Taalbederf.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J. van Vloten, ‘Aan prof. S. Vissering.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J. van Vloten, ‘Aan de Redactie van 't Nederlandsche Woordenboek.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
J. van Vloten, ‘Een taalkundige misstap, door J. van Vloten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Vondel's Brabantse moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IX De ontwikkeling in Noordnederland sedert pl.m. 1885’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk III De zestiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VII De Gids-tijd. Opkomst van de taalwetenschap (pl.m. 1835 - pl.m. 1885)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk V De achttiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IV De zeventiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VIII Het Nederlands in België (1830-pl.m. 1890)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Iets over oude woordenboeken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
C.G.N. de Vooys, ‘West-Vlaamse woorden uit de zestiende eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941)
C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
C.G.N. de Vooys, ‘Een leemte in onze lexicografie.’ In: Jaarboek De Fonteine. Jaargang 1945 (1947)
C.G.N. de Vooys, ‘De officiele Nederlands-Belgische woordenlijst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
W.L. de Vreese, ‘Lezing. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal en de critiek in Zuid-Nederland.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1902 (1902)
W.L. de Vreese, ‘Nogmaals Het woordenboek der Nederlandsche Taal en de Critiek in Zuid-Nederland.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1902 (1902)
W.L. de Vreese, ‘Kleinigheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
W.L. de Vreese, ‘Een trits Vlaamsche woorden verklaard door Dr. Willem de Vreese.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1908 (1908)
Matthias de Vries, ‘Woordafleidingen,’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Matthias de Vries, ‘Quekenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu ‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998)
Paul Vriesema, ‘Kleine Mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
Philip E. Webber, ‘New Middle Netherlandic lexical data from ms. Archabbey Beuron No. 39’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
A.A. Weijnen, ‘De woorden voor melk en karnemelk’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: mispel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
A.A. Weijnen, ‘Raggen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
A.A. Weijnen, ‘De hoepel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
A.A. Weijnen, ‘De semantische en syntactische problematiek van het dialectwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
A.A. Weijnen, ‘Structuren van Nederlandse voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
Petrus Weiland, Kunstwoordenboek (3de druk) (1858)
M.C. van Wijhe, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
N. van Wijk, ‘Het vokalisme van het woord drek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
J.F. Willems, ‘Over de woorden: Antwoord, Antwoorden, Antwerden, tegenwoordig zyn, enz.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
J.F. Willems, ‘Hans, Hansa, Hanse.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
J.F. Willems, ‘Gielerstael, of haeltael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841)
Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
L.A. te Winkel, ‘Over de natuur der woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Over eenige woorden, die in onze taal onder twee vormen voorkomen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘De afleiding van het woord tegenwoordig.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘De afleiding van het woord verwaarloozen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Kuk, kukken, kukkelen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Bladvulling.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Scharminkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Opheldering van eenige uitdrukkingen in Vondel's treurspel Lucifer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Over de beheersching van het werkwoord herinneren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord ligchaam en de onderlinge verhouding der h en ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Beer, beren en beeren.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
L.A. te Winkel, ‘De dialecten en de vocaalspelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Dick Wortel, ‘Het woordenboekcitaat in de oudste WNT-delen Dick Wortel ’ In: Voortgang. Jaargang 17 (1997 en 1998) (1997)
C.A. Zaalberg, ‘Monster passeren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
C.A. Zaalberg, ‘Schoondochter ‘stiefdochter’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
Karel van der Zeijde, ‘Het Sliedrechtsch taaleigen door K. van der Zijde.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)

Etymologie

José van Aelst, Evert van den Berg, Lia van Gemert, Ingmar Koch, W. Pijnenburg, Karel Porteman, Toos Streng, Annemarie van Toorn en H.T.M. van Vliet, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Th.H. d' Angremond, ‘Mnl. eblie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
Th.H. d' Angremond, ‘Naschrift bij N.T. 30, 417/8.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Th.H. d' Angremond, ‘Lierelauwen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
Th.H. d' Angremond en J.H. van Lessen, ‘Nogmaals over de etymologie van getes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
Constantinus Bake, ‘Dubbeld'uw = baljuw?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Constantinus Bake, ‘Nog eens dubbelduw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Constantinus Bake, Adriaan Beets en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Constantinus Bake, G.G. Kloeke en J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
Constantinus Bake en Johanna Greidanus, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Jan van Bakel, G. Kazemier, P.G.J. van Sterkenburg, L. Strengholt en P.E.L. Verkuyl, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
Jan van Bakel, A.M. Duinhoven, Olf Praamstra en L. Strengholt, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Frida Balk-Smit Duyzentkunst Het woord ‘intellectueel’ en de intellectuelen’ In: De Gids. Jaargang 151 (1988)
Adriaan J. Barnouw en J. Verdam, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Adriaan Beets, ‘Verstek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Tult.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Adriaan Beets, ‘Beekum; bêken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Adriaan Beets, ‘Dubbeld'-u, dubbel'-u.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Adriaan Beets en A. Kluijver, ‘Kalis en caliban.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Adriaan Beets, ‘Stapelzot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Adriaan Beets, ‘Slabberaen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Het (Leidsche) drillen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
Adriaan Beets, ‘Splitruiter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
Adriaan Beets, ‘Overscharig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
Adriaan Beets, ‘Heimwee.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
Adriaan Beets, ‘Haringkaken. (Naschrift.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
Adriaan Beets, ‘Waarloos.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Adriaan Beets, ‘Bladvulling. (Bokje - sigaar)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
Adriaan Beets en P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Adriaan Beets en G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Adriaan Beets, ‘Ceen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
Adriaan Beets, ‘Een vaantje in 't gelag’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Adriaan Beets, ‘Koppen snellen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
Adriaan Beets, ‘Gellecone’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
Adriaan Beets, H.L. Bezoen, G. Karsten en G.A. Nauta, ‘Kleine Mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
Adriaan Beets, ‘Veldiep’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
Adriaan Beets, ‘Nog eens veldiep naschrift bij 't voorafgaande’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
Adriaan Beets en J.H. van Lessen, ‘Kweesten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
Jan Bethlehem, ‘Notities’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981)
H.L. Bezoen, ‘Naar aanleiding van Ndl. mok, mokken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
H.L. Bezoen, ‘Kleine Mededeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
H.L. Bezoen, ‘Over eenige dierennamen in het Nederlandsch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
H.L. Bezoen, ‘Oostndl. Beeën’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
H.L. Bezoen en Jacobus Heinsius, ‘Oostndl. beteun(e), betuun(e) ‘schaars’ [<*bi-twên(e)]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941)
Willem Bisschop, ‘Is oom kool een Geldersche bastaard? door W. Bisschop.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Marcus van Blankenstein, ‘Duwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Marcus van Blankenstein, ‘Kaf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
D.P. Blok, C. Kruyskamp en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
K. Blokhuis, ‘Anglicismen in het gasbedrijf.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
Marcus Boas, ‘Lamptaarn’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
G.J. Boekenoogen, ‘Van als.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
G.J. Boekenoogen, P. Leendertz (jr.) en C.H.Ph. Meijer, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
G.J. Boekenoogen, ‘De geslachtsnaam Formijne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
G.J. Boekenoogen, ‘[Kleine medeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
R.C. Boer, ‘Studie van de levende taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Adrianus Bogaers, ‘Nog iets over ‘herinneren’. door Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Adrianus Bogaers, ‘Herinneren, door Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Adrianus Bogaers, ‘Pillegift. Pil znw., Pillen ww. Door wijlen Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
A.P. de Bont, ‘Van Sem, Jesse en David’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
A.P. de Bont, ‘Over beduit(je) en wat dies meer zij’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
A.P. de Bont, ‘Voort, voortmeer, rechtevoort’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
A.P. de Bont, ‘De etymologie van stoffen = pochen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
A.P. de Bont, ‘Iemand met een kluitje in het riet sturen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
A.P. de Bont, ‘Stapelgek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
A.P. de Bont, ‘Nog eens: (van) heinde (en ver)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
R.J.G. de Bonth, Johan Koppenol, Olga van Marion en Olf Praamstra, ‘Signalementen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Andries Borgeld, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Andries Borgeld, ‘In zee dragen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
J.H. van den Bosch, ‘Sprokkel. Herinnering aan ridderroman en volksboek?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
J.H. van den Bosch, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
J.H. van den Bosch, ‘Woordverklaring. Het woord roman.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
J.H. van den Bosch, ‘Sprokkel. Eind goed, al goed.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
J.H. van den Bosch, ‘Beunhaas.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
J.H. van den Bosch, ‘Taal en spelling. (Lezing, gehouden te Gouda op Dinsdag 14 Maart.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
R.F.M. Boshouwers, ‘De Franse leenwoorden in de kluchten en blijspelen van G.A. Bredero’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
A.C. Bouman, ‘Ontlening en relikten in Afrikaans’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
A.C. Bouman, ‘Het probleem van de ‘inwendige taalvorm’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Hendrik Jan Broers, ‘Aamborstig.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
A.P.J. Brouwers, ‘Adelen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
C.C. de Bruin, ‘Steiloor = houten gaffel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
C.C. de Bruin, C. Kruyskamp, Maximilianus O.F.M. Cap. en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Daer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fréska’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kiekie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Foeke Buitenrust Hettema en Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘‘Als klokspijs.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Woord ‘fiets’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘De naam Bilderdijk.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
Fons van Buuren, C. de Deugd, Soetje Oppenhuis de Jong en Tanneke Schoonheim, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997)
Julien Claerhout, ‘Gabbere’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893)
Julien Claerhout, ‘[Philologische Bijdragen 1]’, ‘Water.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893)
Julien Claerhout, ‘Oost- en Westgermaansch gerundium.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893)
Julien Claerhout, ‘[Philologische bijdragen 2]’, ‘Daeckeren. Vetus Flandricum.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894)
Julien Claerhout, ‘Meenen.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894)
Frans Claes, ‘Levinus Lemnius, een Zeeuwse bron van Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
Frans Claes, ‘Nog enige oude bewijsplaatsen uit Kiliaans kanttekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975)
Frans Claes, ‘Vetus-woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
Frans Claes, ‘Driestoponiemen in de streek van Diest [door Frans Claes S.J.]’ In: Driestoponiemen in de streek van Diest (1984)
Frans Claes, ‘Frans Claes S.J. Iets over de datering van de oudste vindplaatsen in Etymologische woordenboeken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993)
Frans Van Coetsem, ‘De oorsprong van het ndl. praeteritum hief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
P.J. Cosijn, ‘Ochtend of ochend? door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
P.J. Cosijn, ‘Nog iets over kleinood door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
P.J. Cosijn, ‘Smijns door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
P.J. Cosijn, ‘Jongen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
P.J. Cosijn, ‘Gloeien door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘Het voornaamwoord -ghe.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
P.J. Cosijn, ‘Een instrumentalis.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘Allsverei.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘Niel, Wiel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
P.J. Cosijn, ‘Gard en gaarde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
P.J. Cosijn, ‘Geleerde volksetymologie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
H.K.J. Cowan, ‘Ned. elk en dagelijks.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
F.M. Cowan, C. Kruyskamp en J.L. Pauwels, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
H.K.J. Cowan, ‘Oudnederfrankische varia’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
N.A. Cramer, ‘Een oud woord in het Westvlaamsch teruggevonden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
E. Cramer-Peeters, ‘Sente Meye’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J.J.M. van Dam, ‘Spaansche mat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
B.C. Damsteegt, ‘Dam + steeg (+ t)’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 16 (1998)
G.J. Dibbets, ‘Geert Dibbets Lambert ten Kates Aenleiding (1723) tiende dialoog: over de woordsoorten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003)
P.J.J. Diermanse, ‘Knol als typeerende achternaam in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
P.J.J. Diermanse, ‘Nobis(kroeg)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940)
Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.B. Drewes, ‘Op me siel godts’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
F.C. Driessen, ‘Imperativus voor praeteritum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
H.J.E. Endepols, ‘Een kouter als breekijzer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
H.J.E. Endepols, ‘Rotzak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
D.Th. Enklaar en C.M. Geerars, ‘Venusjankerij.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
anoniem Esbatement van den appelboom, Het, De betekenis van de Nederlandse familienamen (1941)
H. J. Eymael, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Karel de Flou, ‘Het leenwoord Ledikant.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1907 (1907)
K. Fokkema, ‘De friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
K. Fokkema, ‘Over veiling en de etymologie van Fri. feil(j)e’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
Johannes Franck, ‘Mittelniederlaendische miscellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
Johannes Franck, ‘Fraai.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
Johannes Franck, ‘Over woordafleiding. Haar doel en hare taak.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
Johannes Franck, ‘Heden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Johannes Franck, ‘Mittelniederländisch allene.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Johannes Franck, ‘Vyuergat (Rein. I, 1640).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
G.D. Franquinet, ‘Proeve van woordafleidingen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10 (1846)
G.D. Franquinet, ‘Proeve van woordafleidingen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10 (1846)
J.J.A.A. Frantzen, ‘Wese, Gotisch wisi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
Robert Fruin, ‘Het woord Vorsche, in de Groote Keur van Zeeland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
Robert Fruin, ‘Nog iets over Custinge, naar aanleiding van het opstel van prof. Verdam, in de vorige aflevering geplaatst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
Robert Fruin, ‘Hool, heul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
Robert Fruin, ‘Over cliven en clawen in onze oude rechtstaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Robert Fruin, ‘Over het woord haagpreek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Edward Gailliard, ‘Het woord ‘Imparat’, uit oorkonden van Vlaamschen oorsprong, door Edw. Gailliard.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1907 (1907)
Edward Gailliard, ‘Het woord ‘stragiers’ door Edw. Gailliard.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1909 (1909)
Johan Hendrik Gallée, ‘Oudsaksisch men.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Johan Hendrik Gallée, ‘Drost, drossaert, drossatus.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Johan Hendrik Gallée, ‘Hekse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Lode Geenen, ‘Taalkaart: kaas’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
J.B.F. van Gils, ‘Peer de duyc - perduic’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
J.B.F. van Gils, ‘Taalkundige opstellen van Dr. J.B.F. van Gils†’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Jac. van Ginneken, ‘Namen en bijnamen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 9]’, ‘De telwoorden en hun ontstaan’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 10]’, ‘Vlaanderen en Vlamingen = zeeroovers der salische wet’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Twente en Drente’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Germanismen en tweetaligheid’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Het Geldersche woord vlaas = poel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
J. Goossens, ‘De tweede Nederlandse auslautverscherping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, ‘De Kempische toponomie, eenheid in verscheidenheid door Dr. J. Molemans’, ‘0.’, ‘1.’, ‘2.’, ‘3.’ In: De begrenzing van de Kempen (1983)
Jan Grauls, ‘Van vrijen en vrijers II Een kijkje in de Belgische taal der liefde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
A.C.J.A. Greebe, ‘Ezelsbrug. Pons asinorum. - Eselsbrücke. - Pont aux ânes. - Asses' bridge.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
A.C.J.A. Greebe, ‘Mnl. formine.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
Casper de Groot en W. Pijnenburg, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Maurits Gysseling, ‘Lag Nederland in Frankrijk? Dr. Maurits Gysseling’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1980 (1980)
Jacob Israël de Haan, ‘Rechtskundige significa Door Jacob Israel de Haan’ In: De Beweging. Jaargang 12 (1916)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
C.B. van Haeringen, ‘Relict of ontlening?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
C.B. van Haeringen, ‘Toponymie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
C.B. van Haeringen, ‘Mnl. Ghiemant’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
C.B. van Haeringen, ‘Armoedzaaier en soortgenoten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
C.B. van Haeringen, ‘Hamlark of lamhark?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
C.B. van Haeringen, ‘Urist’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter Eleven Onomastics’ In: Netherlandic language research (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Een kersvers Anglicisme?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
J.A. vor der Hake, ‘Hackemans ghesinneken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
E.J. Haslinghuis, ‘Hem verzien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
E.J. Haslinghuis, ‘Het woord verdieping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
K.H. Heeroma, ‘Gans en goes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
K.H. Heeroma en Daniël Heinsius, ‘Lierelauwen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
K.H. Heeroma, ‘Etymologische aantekeningen (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
K.H. Heeroma, ‘Etymologische aantekeningen I’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
K.H. Heeroma, ‘Wat is een boer?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
K.H. Heeroma, ‘Lukraak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
K.H. Heeroma, ‘Aanranden, aanransen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
K.H. Heeroma, ‘Bij kooi < koon.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
K.H. Heeroma, G.I. Lieftinck, Reinier van der Meulen Rz. en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
K.H. Heeroma, ‘Nogmaals lukraak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
K.H. Heeroma, ‘Naar aanleiding van grunjer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
K.H. Heeroma en G.G. Kloeke, ‘Boekbeoordeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
K.H. Heeroma, ‘Nog enkele schijnbare klanknabootsingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
K.H. Heeroma, ‘Andermaal varken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
K.H. Heeroma, ‘Daak, dook’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘Knoei’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘Naar aanleiding van grunjer (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘Andermaal ceen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘Laan en verwanten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘Laan en verwanten (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
K.H. Heeroma, ‘Mnl. geëeut’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
K.H. Heeroma, ‘Mnl. cornecote’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
K.H. Heeroma, ‘De Ingweoonse achtergrond van smeu’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
Jacobus Heinsius, ‘Lakmoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Daniël Heinsius, ‘Over de Nederlandse scheepsterm striets en Nederl. trijs, hd. trieze enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta, door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Brui, bruts, brodden en eenige aanverwante woorden.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het werkwoord reken en zijne voornaamste afstammelingen door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Hvatan met zijne familie. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta, door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta. XXIX-XXX. Muts, mutsen. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta, door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden, door Dr. W.L. van Helten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Oudfri. kestigia, kesta, kest enz., ndl. custen, custinge enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Her Danielken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Berooid, vieren (bot -, den schoot - enz.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van de Oudnederlandsche psalmvertaling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘De Westfriesche eigennamen Jouke en Sjouke.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het verband tusschen 't NL. kutte cunnus (kil.) en 't Got. qiþus uterus en over tusschen, zuster.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
A.G.J. Hermans, ‘Over het woord keiler en zijn oorsprong’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
Felisberto Hérnandez, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
D.C. Hesseling, ‘Bestekamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
D.C. Hesseling, ‘Bokje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
D.C. Hesseling, ‘Plak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
D.C. Hesseling, ‘Cubicula locanda.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
D.C. Hesseling, ‘Top.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
D.C. Hesseling, ‘Africana.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
D.C. Hesseling, ‘Papiaments en Negerhollands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
D.C. Hesseling, ‘Hip(p)okras’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
Christiaan van Heule, ‘Van de Ledekens.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)
H.A. Höweler en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
Arie de Jager, ‘Iets over de frequentatieven herinneren en uitmergelen, door Dr. A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Arie de Jager, ‘Olle en Oele. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
W.A.F. Janssen, ‘Peel, een Romeinsch leenwoord?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G. Kalff, ‘In de boonen zijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
G. Kalff, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Samuel Kalff, ‘Koloniale idiomen. (Vervolg van blz. 98.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
Gerrit Kamphuis, ‘Hughelijn en vrouwe Ogerne (Reinaert 796-800).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
Gerrit Kamphuis en Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
Gerrit Kamphuis, ‘Over ‘bietsen’ en equivalenten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
B.H. Kazemier, ‘Veldiep’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘Feodum door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
H. Kern, ‘Veemgericht, door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
H. Kern, ‘Kleinood, door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
H. Kern, ‘Moord als rechtsterm. Door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
H. Kern, ‘Nehalennia, door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
H. Kern, ‘Thunginus, door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
H. Kern, ‘De instrumentaal ie door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
H. Kern, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
H. Kern, ‘Oudnederlandsche woorden, door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
H. Kern, ‘Tessel, oesel, wesel.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
H. Kern, ‘Ekster, lobster.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
H. Kern, ‘Graaf.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
H. Kern, ‘Honderd en duizend door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
H. Kern, ‘Lijden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884)
H. Kern, ‘Boos.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
H. Kern, ‘Moker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Loeme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Wak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
H. Kern, ‘Germaansche verwanten van Slawisch žrêbŭ.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
H. Kern, ‘Limoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
H. Kern, ‘Hengst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
H. Kern, ‘Canis, çuni.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
H. Kern, ‘Boot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
H. Kern, ‘Jonk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
H. Kern, ‘Suursak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
H. Kern en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
H. Kern, ‘Waard.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
H. Kern, ‘Waard, waardig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
H. Kern, ‘Over een paar Zwitsersche en tevens Nederlandsche verkleiningsvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
J.H. Kern, ‘Mndl. hachte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
H. Kern, ‘Wese, Gotisch wisi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
H. Kern, ‘Enkele plaatsen en woorden uit Dat Kaetspel Ghemoralizeert.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
J.H. Kern, ‘Jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
J.H. Kern, ‘Naschrift over jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
J.H. Kern, ‘Badder.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
J.H. Kern, ‘Gheterjuint.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
J.H. Kern, ‘Ollen en oele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
J.H. Kern, ‘Mndl. geles.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
J.H. Kern, ‘Naschrift op Mnd. geles (blz. 16).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Paul de Keyser, ‘Bargoensch uit het begin van de twintigste eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J. Klatter, ‘Dònnermàierbesé’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.G. Kloeke, ‘Eigennamen op -tet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
G.G. Kloeke, ‘Ponstghen, en nog iets over Hollandsche en Groningsche mouilleering.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
G.G. Kloeke, ‘De zeventiende-eeuwse aanspreekvorm U in de nominatief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
G.G. Kloeke, ‘De culturele achtergrond van de termen spreekwoord, verzoeking en roem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
A. Kluijver, ‘Trawant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
A. Kluijver, ‘Hlaifs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
A. Kluijver, ‘Bairan en Gabairan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
A. Kluijver, ‘Sjamberloek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
A. Kluijver, ‘Kokkerd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
A. Kluijver en J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
A. Kluijver, ‘Malloot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
A. Kluijver, ‘Moeskoppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
A. Kluijver, ‘Antwoord op eene critiek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
A. Kluijver, ‘Sukade.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
A. Kluijver, ‘Anjer en anjelier.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
A. Kluijver, ‘Kaliber.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
A. Kluijver, ‘Mender.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
A. Kluijver, ‘Klabak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
A. Kluijver, ‘De analogie als taalscheppende macht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
A. Kluijver, ‘‘Wörter und Sachen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
A. Kluijver, ‘Het etymologisch woordenboek van Dr. N. van Wijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
A.J. Kluyver, ‘Juchtleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.A.N. Knuttel, ‘Fielesepee - fiets’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
R.A. Kollewijn, ‘Vreemde woorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
C. Kostelijk, ‘Lola.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
C. Kostelijk, ‘Nogmaals klaar-overtjes’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
P. Koster, ‘Oorlogswinst der Nederlandse taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
H.W.J. Kroes, ‘Ndl. den - Nhd. tenne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
M.E. Kronenberg, ‘Nog eens Mnl. tentenel - tinterneel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
Etsko Kruisinga, ‘I. Onze woorden: A. Eigen en Vreemd.’ In: Het Nederlands van nu (1938)
C. Kruyskamp, ‘Kampersteur’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
C. Kruyskamp, ‘Banjer, banjerheer, banjaard’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
C. Kruyskamp, ‘Quoniam’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
C. Kruyskamp, ‘Lichtmis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
C. Kruyskamp, ‘Studentenhaver’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
C. Kruyskamp, ‘Van de os op de ezel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
Jan Kuijper, ‘Jan Kuijper U’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972)
K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
K. ter Laan, Reinier van der Meulen Rz. en G.S. Overdiep, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
N. van der Laan en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
A.J.F. van Laer, Reinier van der Meulen Rz., F.P.H. Prick van Wely en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen (1977)
Frits Lapidoth, ‘Spreekwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
P. Leendertz (jr.), ‘Alva's bril.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P. Leendertz (jr.) en J.W. Muller, ‘Straatroepen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
P. Leendertz (jr.), ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
P. Leendertz (jr.), ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Hubert Lemeire, ‘Derde hoofdstuk. Het woordgebruik.’, ‘Inleiding. Herkomst van de door Streuvels gebruikte woorden.’ In: De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970)
Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van uitmergelen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van afkalven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
J.H. van Lessen, ‘Kasjoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.H. van Lessen, ‘Kakeichie, klakkooi, kak(k)adoris.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
J.H. van Lessen, ‘Het Fransche woord pleutre’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
J.H. van Lessen, ‘Naschrift bij kakeichie enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
J.H. van Lessen, ‘Gorlegooi’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
J.H. van Lessen, ‘Van lok en plok en hun verwanten, en over de etymologie van geluk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
J.H. van Lessen, ‘Etymologische beschouwingen naar aanleiding van eenige gewestelijke plantennamen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
J.H. van Lessen, ‘Warf en werf’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van getes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
J.H. van Lessen, ‘Nog eens lierelauwen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
J.H. van Lessen, ‘Over namen van munten, in het bijzonder over stuiver’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941)
J.H. van Lessen, ‘Over eenige werkwoorden die ‘kijken’ beteekenen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van puik’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
J.H. van Lessen, ‘Over mogelijke verwanten van Vlaams persem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
J.H. van Lessen, ‘De etymologie van wrevel, wreef en wressem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
R. Lievens, ‘Sente Mey(e)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
J.J. Mak, ‘De oorsprong van rooi (= ellende)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
J.J. Mak, ‘Beweugen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
J.J. Mak, ‘Da nobis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
J.J. Mak, ‘Butertier’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
J.J. Mak, ‘De oudste betekenis van Venusjanker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium (1959)
J.J. Mak, ‘Klikspil’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
J.J. Mak, ‘‘Si beghint mi den worm int hoot te roerene’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
F.K.M. Mars, ‘‘Polyglottische’ volksetymologie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
P.J. Meertens, ‘Mhl. duse’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
C.H.Ph. Meijer, ‘Labaar’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
K.O. Meinsma, ‘Een merkwaardig drietal. (Vervolg van blz. 185.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
K.O. Meinsma, ‘Een merkwaardig drietal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Judi I.H. Mendels, ‘Bomschuit - Bodemschuit.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
R. van der Meulen, ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. paerde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Slawaeien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. loesch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Lijzeil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. toelgen, toillien, thoillien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Rob, rop. ’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. tentenel - tinterneel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Robbedoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Over den Nederlandschen oorsprong der aardrijkskundige namen Skagerrak (Skagerak) en Kattegat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Reinier van der Meulen Rz., ‘De Russische scheepsterm Bryzgas.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Bont en blauw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Romeinsche vellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Romeinsche vellen. (Naschrift).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Reinier van der Meulen Rz., ‘De scheepsnaam Karbas’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Kalmerpeer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Naar aanleiding van 't Poolsche woord legart’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Reversche sparren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Pervansche sparren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (V)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Hubert J. Michaël, ‘Dichterling’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
L.C. Michels, ‘‘Mijn wespen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
L.C. Michels, ‘Stromp’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
L.C. Michels, ‘Behartenswaard, -ig’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
L.C. Michels, ‘Steiloor.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
L.C. Michels, ‘Zo met geëlideerde klinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
L.C. Michels, ‘Amerikaanse van-namen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
L.C. Michels, ‘Klaar-overtjes.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
Fons Moerdijk, ‘A. Moerdijk Het etymologiseren van ‘dubbel geïsoleerde’ dialectwoorden De etymologie van staaien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal (1979)
J. Molemans, ‘De nederzettingsnamen in het land van Vogelzang [door Jos Molemans]’, ‘0.’, ‘1. Gemeente, gehucht, heerdgang/heer(d)wagen’, ‘2.’, ‘3. Besluit’ In: Referaten gehouden op het zevende congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde (1982)
Henri Ernest Moltzer en J. Verdam, ‘Van ons Heren wonden.’, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Amper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
J.W. Muller, ‘Seck (sick)!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.W. Muller, ‘Nfri. Boesdoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller, ‘Gebraden peer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J.W. Muller, ‘Ort, orten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J.W. Muller, ‘Wanewaer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J.W. Muller en W.L. de Vreese, ‘Gewezen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J.W. Muller, ‘Ham en boterham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J.W. Muller, ‘Brandaris en Sint-Brandarius.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Brandewijnsteeg en Clarensteeg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Brandemoris en eene plaats uit Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Nog iets over anjer en anjelier.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Vaak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J.W. Muller, ‘Over enkele oude straatnamen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
J.W. Muller, ‘Over ware en schijnbare gallicismen in het Middelnederlandsch.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘Majombe (Tschr. XLV 52-9).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘Majombe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘Ze(e)rden, scheren, sarren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘De herkomst van je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘De taal en de herkomst der zoogenaamde ‘abele spelen’ en ‘sotterniën’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
J.W. Muller, ‘De naam Anslo.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
J.W. Muller, ‘Zweren op (of bij) de (of zijn) tanden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
J.W. Muller en D.J. Struik, ‘Het woord ‘millioen’ in oude Nederlandsche rekenboeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.W. Muller, ‘Je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.W. Muller, ‘Een paar kantteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
Dirk Gerhardus Muller, ‘Het Nederlandsch in Duitschland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
J.W. Muller, ‘Naschrift Over brooddronken en eenige namen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
J.W. Muller, ‘Sjouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
J.W. Muller, ‘Bo(o)i’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
J. Naarding, ‘De Nederlandsche benamingen van de uier’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
J. Naarding, ‘Afwijkende constructies.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
G.A. Nauta, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
G.A. Nauta, ‘Op syn Genevoys.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
G.A. Nauta, ‘Pots longeren; longeren.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
G.A. Nauta, ‘Mik.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
G.A. Nauta, ‘Moedzalf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Schoelje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
G.A. Nauta, ‘Ben je zestig? hij is gesjochte(n). (on)sjoeg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
G.A. Nauta, ‘Ravotten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
G.A. Nauta, ‘Bli(c)tri.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
G.A. Nauta, ‘Enkele betrekkingen tusschen het Nederlandsch en het Spaansch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
O. de Neve, ‘Borkel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
S.M. Noach, ‘Nieuwe bijdragen tot de kennis van het Joods in Nederland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
Henricus Oort, ‘Schorrimorrie en Fluiten!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen (1998)
P.C. Paardekooper, ‘P.C. Paardekooper Hollandse zeemanstaal(?) en Afrikaanse waltaal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 106 (1990)
A. De Paepe, ‘Graten - raten.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892)
A. De Paepe, ‘Onkootsch.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894)
Louis D. Petit, ‘4. Glossen, Woorden, Woordverklaring en Tekstcritiek.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 1 (1888)
Louis D. Petit, ‘4. Glossen, Woorden, Woordverklaring en Tekstcritiek.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 2. De literatuur bevattende verschenen van 1888-1910 (1910)
W. Pijnenburg, ‘Mnl. tsimadze’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
W. Pijnenburg, ‘Linkse schimmen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
W. Pijnenburg, ‘Mnl. G(h)oepssc(h)ene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
W. Pijnenburg, ‘W.J.J. Pijnenburg Windhond’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
W. Pijnenburg, ‘W.J.J. Pijnenburg De etymologie van ‘hufter’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
W. Pijnenburg, ‘W.J.J. Pijnenburg Een merkwaardige poging tot verklaring’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003)
W. Pijnenburg, ‘W.J.J. Pijnenburg Hd. Knirps ‘onderdeurtje’, Ndl. knurft ‘stommeling, sukkel e.d.; klein ventje’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 120 (2004)
Henri Pirenne, ‘Ham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Klaas Poll, ‘Sprokkel. Ga zoo voort mijn zoon en gij zult spinazie eten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Klaas Poll, ‘Kaauw-jy-ze, kaujyze.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Klaas Poll, ‘Kaauw jij ze.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Liplap.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Eenige oude en nieuwe oosterlingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
F.P.H. Prick van Wely, ‘‘Christoffel’ = ‘Kruiwagen.’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Pompelmoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Kloppen-castrare?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
anoniem Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
Annelies Roeleveld, ‘Annelies Roeleveld Creool: een woord met geschiedenis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002)
Gerlach Royen, ‘De nominale klassifikatie in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands (1941)
Gerlach Royen, ‘De waarnemend sekretaris.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
B.M. Salman, ‘Overtrekken en overtrekking.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
Luc Salu, ‘Over de diftongering van i en u.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
Reinier Salverda, ‘English = Dutch A Dossier of Compelling Evidence’ In: The Low Countries. Jaargang 11 (2003)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.J. Salverda de Grave, ‘Franse woorden uit de Achttiende en de Negentiende eeuw. I. De achttiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
J.J. Salverda de Grave, ‘Franse woorden uit de achttiende en de negentiende eeuw. (Vervolg) II. 1785-1813.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
A. Sassen, ‘De Oudfriese formule tiaende ende temende’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
A.A. van Schelven en A.A. Verdenius, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
M. Schönfeld, ‘Rubben, Rubens.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
M. Schönfeld, ‘Enige verwanten van ‘mark’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
M. Schönfeld, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
M. Schönfeld, ‘De Nederlandse plaatsnamen op -ik’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
M. Schönfeld, ‘De studie van de eigennamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
M. Schönfeld, ‘Wiltenburg Het ontstaan en de groei van een ‘geleerdensage’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
M. Schönfeld, ‘Sacrum nemus Batavorum’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
M. Schönfeld, ‘Hol, hel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
F.Th. Schonken, ‘Hoofdstuk VI. De niet-Hollandsche Europeanen.’ In: De oorsprong der Kaapsch-Hollandsche volksoverleveringen (1914)
Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Pieter A.M. Seuren, ‘Pieter A.M. Seuren Over etymologie als hulpbron by ethnologische studiën’ In: De Gids. Jaargang 147 (1984)
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek (2001)
Ph.J. Simons, ‘Kenniskritiese beschouwingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Ph.J. Simons en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek. Leeggelopen traditie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
Ph.J. Simons, ‘Oude en nieuwe namen in leven en wetenshap.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
Ph.J. Simons, ‘Oude en nieuwe namen in leven en Wetenschap. (Vervolg van blz. 140).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
Antal Sivirsky, ‘Huzaar’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
Ezechiël Slijper, ‘De morgenstond heeft goud in de mond.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Ezechiël Slijper, ‘Bekattering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Chr. Stapelkamp, ‘Imbeer-Dambeer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
Chr. Stapelkamp, ‘Welle, wellen, wallen, walwort(el) waelwortel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Chr. Stapelkamp, ‘Het adjectief abeluinig’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
Chr. Stapelkamp, ‘Ooshout’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
W.H. Staverman, ‘Over rauwkost en sneltreinen, groothandelaren en kleinkinderen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
W. Sterenborg, ‘Lawaai’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik (1990)
F.A. Stoett, ‘Ope (Oepe, Oppe).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
F.A. Stoett, ‘Men moet geen slapende honden wakker maken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
F.A. Stoett, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
F.A. Stoett, ‘G.A. Bredero's Moortje, vs. 2889.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
F.A. Stoett, ‘Om zeep gaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
F.A. Stoett, ‘Schrander.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
F.A. Stoett, ‘Verevenhouten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
F.A. Stoett, ‘Straks.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
F.A. Stoett, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
F.A. Stoett, ‘Nalezing op tijdschr. xxv, blz. 50 vlgg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
F.A. Stoett, ‘Fokken, foppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
F.A. Stoett, ‘Schoorsteenveger zonder leer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
F.A. Stoett, ‘Koopje geen glas? ik denk wel neen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
F.A. Stoett, ‘Op een anker te land raken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
Jul. Storme, ‘Een van de bronnen van Kiliaan's Etymologieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Garmt Stuiveling, ‘Losse notities.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
Garmt Stuiveling, ‘Losse notities. Nogmaals: Opoe.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Adriaan E.H. Swaen, ‘Uuf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Adriaan E.H. Swaen, ‘Blindhokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
B. Tiecke, ‘Waar komen ‘fraai’ en ‘mooi’ vandaan?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Belfort, Het, ‘Dietsche gouwspraken.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Taalkundige kroniek’ In: De Gids. Jaargang 108 (1944-1945)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Plantennamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Voorbeelden van zogenaamde volksetymologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Bladvulling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Koloniale idiomen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een moeilike plaats in Spiegel's Hertspieghel. (een-oogt, vers 151 van het vierde Boek).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nederlandse woorden in 't Maleis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een vijftiende-eeuwse straatroep.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘‘Ic warpe u eenen schoelap naer’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 1]’, ‘Onverwachte Oud-Nederlandsche aansluitingen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Ndl. hillebillen ‘stoeien’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 11]’, ‘De oudste rechtstaal.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
[tijdschrift] Taal- en letterbode, De, ‘Vuur boeten. door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
[tijdschrift] Taal- en letterbode, De, ‘Is aamborstig uit ademborstig geboren of uit angborstig? door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
[tijdschrift] Taal- en letterbode, De, ‘Eenige oude Veluwsche woorden, die taalkundige opheldering schijnen te verdienen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Het voorvoegsel oer (oor).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Van den Borchgrave van Couchi. Fragmenten, Medegedeeld door M. de Vries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De verkleinwoorden in een Noordbrabantsch dialect (Oirschot en omstreken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Quadie, quadiën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bladvulling. (Quets = 'k wed des).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Scherpkorte en Zachtkorte O in Nederlandse woorden van Franse afkomst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Geeps.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Das (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Over deek en veek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Middeleeuwsch uitschot’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Armoedzaaier’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zu mnl. dilde/dulde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De Friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Raket, Reket, Roket, Riket, Rinket’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Maurits Vandecasteele Een terminologische zoektocht langs behuusde en onbehuusde hofsteden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Johan Gerritsen De vogelnaam kalkoen en andere etymologica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Jeremy Bergerson An etymology of Afrikaans mos’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002)
[tijdschrift] Voortgang, ‘Becanus' etymological methods R.A. Naborn’ In: Voortgang. Jaargang 15 (1995)
D.C. Tinbergen, ‘Gode enen vlassen baert maken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
F. de Tollenaere, ‘Middelnederlandsch coc, hanecoc’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
F. de Tollenaere, ‘‘Beijen also ons koeijen dede’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
F. de Tollenaere, ‘Bij een plaats uit het esbatement van Tielebuijs’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940)
F. de Tollenaere, ‘Naschrift bij Middelnederlandsch coc, hanecoc’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940)
F. de Tollenaere, ‘Ndl. vierboet(e), vuurboet’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
F. de Tollenaere, ‘Aveluinig, abeluinig, haveluinig, schaveluinig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
F. de Tollenaere, ‘De etymologie van varken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
F. de Tollenaere, ‘Beduit(je), vaan(tje), paar(tje), peerd(eken) en up(p)erken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
F. de Tollenaere, ‘Nogmaals ‘de etymologie van varken’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
F. de Tollenaere, ‘Venzen en krenzen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
F. de Tollenaere, ‘Verandzaden Een woord uit de oude landbouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
F. de Tollenaere, ‘Mnl. en Nndl. bâgen(i), bâgel(i), b(eh)âgen(i), verbâgen(i) en bāgen(ii), bāgel(ii), behāgen(ii), verbāgen(ii).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
F. de Tollenaere, ‘Mossel en vis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
F. de Tollenaere, ‘Handwoordenboek en dialect’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
F. de Tollenaere, ‘Problemen van het Nederlands etymologisch woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
F. de Tollenaere, ‘(Ver)bluisteren, (ver)bleisteren, (ver)blaaisteren pluisteren (II), fluisteren (II), gluisteren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Mnl. vlint ‘keisteen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Semantiek en etymologie n.a.v. twee mystificaties in het WNT: Praam ‘priem’ en Pramen ‘doorboren, priemen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Hoe is ‘speculaas’ ontstaan?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere De etymologie van ‘pril’ in verband met ‘verprillen’ en ‘verpreulen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere De etymologie van ‘muishond’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Nogmaals ‘pril’ en ‘verprillen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 103 (1987)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Een nieuw gotisch etymologisch woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 105 (1989)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Van zee-, zeel- en zaalhonden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 106 (1990)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: ‘angelier’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: het ontstaan van ‘spuigat’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: bekaaid en bekaaien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 110 (1994)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: de geborduurde pantoffels van het MNW’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: Cynisch, Garnaal, Parlevinker’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 116 (2000)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: Paling, Koppig’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: Sjouwen, Burrelen, nogmaals Paling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003)
Herman A.O. de Tollenaere en F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere en Herman A.O. de Tollenaere Etymologica: Clauwaert, Liebaert, Leliaert’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: twee woorden met een ‘onbekende’ etymologie, Lawaai en laweit’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
M.C. van den Toorn, ‘De verklaring in de historische taalkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
C.C. Uhlenbeck, ‘Eene verbastering van Got. urruns.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
C.C. Uhlenbeck, ‘Gewinna.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
C.C. Uhlenbeck, ‘Mede, Ale.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Ansjovis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Konijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘De etymologie van Skr. vānara.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
C.C. Uhlenbeck, ‘Σμάραγδος.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
C.C. Uhlenbeck, ‘Over de etymologische wetenschap.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896)
C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Vercoullie's woordenboek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Gotische Etymologieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
Jacob van der Valk, ‘Fumative - Vomative.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Pieter Valkhoff, ‘Franse woorden in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 201).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
François van Veerdeghem, ‘Il diest voir.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Jozef Vercoullie, ‘Nog over stoepjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Jozef Vercoullie, ‘Bertouden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
Jozef Vercoullie, ‘Kleine meedelingen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
Jozef Vercoullie, ‘Sinterklaas.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Jozef Vercoullie, ‘Negerhollands molee, Afrikaans boetie, katjipiering, bibies, bottel, ou sanna, ewwa-trewwa, foolstruis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
J. Verdam, ‘Twee Middelnederlandsche genitivi, door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J. Verdam, ‘Dangier. door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia, door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia, door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
J. Verdam, ‘Een oude kennis uit het gotisch teruggevonden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden, door J. Verdam.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
J. Verdam en Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
J. Verdam, ‘Custinge.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
J. Verdam, ‘Lijfcoop.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J. Verdam, ‘Non fortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J. Verdam, ‘Over werkwoorden op -ken en -iken (-eken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J. Verdam, ‘Van noode hebben; van doen hebben.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Sweren op sinen tant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
J. Verdam, ‘Stellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
J. Verdam, ‘Het Tübingsche handschrift van Ons Heren Passie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
J. Verdam, ‘Op zijn Fransch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
J. Verdam, ‘Nog eens de eenhoorn. (Tijdschr. 29, 95 vlgg.)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
J. Verdam, ‘Verschiet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J. Verdam, ‘Uit Bergen-op-Zoomsche rechtsbronnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J. Verdam, ‘Zondvloed.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J. Verdam, ‘Gletemen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
A.A. Verdenius, ‘De ontwikkelingsgang der Hollandse voornaamwoorden je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
A.A. Verdenius, ‘Over de aanspreekvorm ie (i-j) in onze oostelike provincieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
A.A. Verdenius, ‘Iets uit de geschiedenis van de bilabiale W in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
A.A. Verdenius, ‘Meskant - Waan- (wan-)kant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A.A. Verdenius, ‘Naar aanleiding van veldiep en verwanten (Ts. 56)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
A.A. Verdenius, ‘Iemand aanhouden (door vriendelijke ontvangst aan zijn huis binden).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
A.A. Verdenius, ‘Het prefix in het verleden deelwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
A.A. Verdenius, ‘Met tuchten. met manieren.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Eelco Verwijs, ‘Gemelijk, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Eelco Verwijs, ‘Volksgeloof en volkstaal, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Eelco Verwijs, ‘Lauwen, louwen, looien. door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Eelco Verwijs, ‘De muts hebben, gemutst, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Eelco Verwijs, ‘Een vreemdsoortig germanisme door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
H.J. Vieu-Kuik, ‘Wildebras’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
J. Beckering Vinckers, ‘Wat was aambei in den beginne? Door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
J. Beckering Vinckers, ‘Nog al iets over ochtend door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J. Beckering Vinckers, ‘Niettemin, desniettemin etc.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J. Beckering Vinckers, ‘De oorsprong van ochtend. door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
J. Beckering Vinckers, ‘Een netelige kwestie. door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
J. Beckering Vinckers, ‘Een tedere kwestie, door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
J. Beckering Vinckers, ‘Bomer en roemer.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Beckering Vinckers, ‘Is moot = snee zalms, etc. verwant met 't Gothisch maitan?’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Beckering Vinckers, ‘Spook.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Middelnederlandse spreekwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
C.G.N. de Vooys, ‘De Franse woorden in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
C.G.N. de Vooys, ‘Iets over zogenaamde volksetymologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Lessen over spreekwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 181).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 131).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Toe!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
C.G.N. de Vooys, ‘Hyperkorrekte taalvormen in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
C.G.N. de Vooys, ‘Droes.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Genitten = gedaan krijgen?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Schots-schos-schors’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Scheldnamen, spotnamen en vleinamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
C.G.N. de Vooys, ‘Engelse invloed op het Nederlands. (Tweede nalezing).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
C.G.N. de Vooys, ‘Een zeldzaam woord in dichtertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
W.L. de Vreese, ‘Ledikant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
W.L. de Vreese, ‘Nonfortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
W.L. de Vreese, ‘De woorden ‘Flamingant’ en ‘Franskiljon’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
W.L. de Vreese, ‘Cadellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Matthias de Vries, ‘Woordverklaring, door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Matthias de Vries, ‘Woordverklaring, door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Matthias de Vries, ‘Aamborstig. Den heere J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Matthias de Vries, ‘Woordverklaring, door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Matthias de Vries, ‘Poot, Potig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
Matthias de Vries, ‘Edwijt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
Matthias de Vries, ‘Middelnederlandsche Mengelingen, door M. de Vries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
Wobbe de Vries, ‘Mnl. ruden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Wobbe de Vries, ‘Oliessel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
Wobbe de Vries, ‘Nuver (-ver < -wer).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
Wobbe de Vries, ‘Er (d'r) zonder duidelike betekenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Wobbe de Vries, ‘Ethymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
Wobbe de Vries, ‘Gotisch fitan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen in de Nederlanden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
Wobbe de Vries, ‘Invloed van neiging tot beknoptheid op vorming en betekenis van verba.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Wobbe de Vries, ‘Ponstghen; en nog iets over -tgijn enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Dinsdag’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Hunebedden en Hunen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
Wobbe de Vries, ‘Overneming uit verwante spraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Paul Vriesema, ‘Kleine Mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
S.J. Warren, ‘Kussen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
M.A. van Weel, ‘Meesmuilen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: boerenslobkous’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: sajet’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
A.A. Weijnen, ‘De û en iets over articulatiegewoonten in Noord-Brabant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart schommel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
A.A. Weijnen, ‘Nieuw-Vennep, Jisp en Ilpendam’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
A.A. Weijnen, ‘Raggen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
A.A. Weijnen, ‘Lantaren-lamptaren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940)
A.A. Weijnen, ‘De hoepel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
A.A. Weijnen, ‘Opoe.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
W. Wessels, ‘Begijn.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
W. Wessels, ‘BEGIJN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.P. Westgeest, ‘J.P. Westgeest Over een etymologie van de oude rechtsterm verlagen ‘ruilen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 110 (1994)
M.C. van Wijhe, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
N. van Wijk, ‘Naar aanleiding van het woord morgen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
N. van Wijk, ‘Over leenwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
N. van Wijk, ‘Een oud dialektwoord (wieme, wîme).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
N. van Wijk, ‘Mnl. drûghe ‘droog’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
N. van Wijk, ‘Kroos ‘eendekroos’ en kroost ‘kinderen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
N. van Wijk, ‘De etymologie van het woord geluk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
J.F. Willems, ‘Hans, Hansa, Hanse.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
J.F. Willems, ‘Etymologiën.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 6 (1842)
Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
L.A. te Winkel, ‘Vlijm.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘WEES, WEEZEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Over de achtervoegsels -aard, -erd, -aar, -er.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Wees, weezen.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘VLIJM.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘De afleiding van de woorden zwezerik, zuster en zwager.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘DE AFLEIDING VAN DE WOORDEN ZWEZERIK, ZUSTER EN ZWAGER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘CRITISCHE BESCHOUWING DER VERSCHILLENDE AFLEIDINGEN VAN HET WOORD GOD.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Critische beschouwing der verschillende afleidingen van het woord God.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘OVER DE ACHTERVOEGSELS -AARD, -ERD, -AAR, -ER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Levensgeschiedenis van het woord glimp, door J. te Winkel.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J. te Winkel, ‘Verstooren.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. te Winkel, ‘Het vijgeboomken te Amsterdam.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
G.W. Wolthuis, ‘Molwerk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)

Zinnen (syntaxis)

Flor Aarts, ‘An interview with professor James D. McCawley F.G.A.M. Aarts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977)
J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
J.A. Alberdingk Thijm, ‘Mengelingen, van letterkundigen, socialen, staatkundigen en wijsgeerigen aard.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks. Deel 2 (1879)
Jacques van Alphen, ‘De vraagzin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Lisette Appelo, ‘Rosetta: Synonymie en Vertaling Franciska De Jong, Lisette Appelo’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989)
Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan (1952)
Saskia van As, ‘Accentplaatsing als interpretatieve keuze Saskia van As’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991)
R.H. Baayen, ‘De CELEX lexicale databank Harald Baayen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991)
Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Jan van Bakel, A.M. Duinhoven, Olf Praamstra en L. Strengholt, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
D.M. Bakker, ‘Transformationele en functionele grammatica’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1969 (1969)
D.M. Bakker en G.R.W. Dibbets, ‘Afdeling 1 Grammatica’, ‘1. Voorgeschiedenis G.R.W. Dibbets’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977)
D.M. Bakker, ‘Nevenschikking D.M. Bakker’ In: Voortgang. Jaargang 3 (1982)
D.M. Bakker, ‘Major Constituents en Samentrekking D.M. Bakker’ In: Voortgang. Jaargang 5 (1984)
D.M. Bakker, De macht van het woord (1988)
Matthijs Bakker, ‘Ik ben de vrucht van tweetaligheid Matthijs Bakker’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie (1963)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘F. Balk-Smit Duyzentkunst Ambivalentie in taalkunde’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972)
Adriaan Beets, ‘Een als pronomen demonstrativum.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
Adriaan Beets, ‘Gaauwdiefs gramatica. Met een facsimilé.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Hans Bennis, ‘Appositie en de interne struktuur van de NP Hans Bennis’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979)
Hans Bennis en Teun Hoekstra, 'Gaps and Parasatic Gaps' (1984-1985)
Hans Bennis, ‘Herschrijfregels herschreven Hans Bennis’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989)
Hans Bennis, ‘Waar is het werkwoord? deel II: Antisymmetrie Hans Bennis’ In: Spektator. Jaargang 24 (1995)
Hans Bennis, ‘Waar is het werkwoord? deel III: het Nederlands Hans Bennis’ In: Spektator. Jaargang 24 (1995)
B. van den Berg, ‘Oratio pro domo.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
B. van den Berg, ‘Bijdragen tot de syntaxis van het Nederlands I’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
B. van den Berg, ‘Bijdragen tot de syntaxis van het Nederlands II’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Hans den Besten en H.C. van Riemsdijk, ‘Hans den Besten, Henk van Riemsdijk, Catherine Snow. Ambiguous sentences: perceptual strategies?’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
Hans den Besten en P.M. Nieuwenhuijsen, ‘Notities’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
Hans den Besten en Jerold A. Edmondson, 'The Verbal Complex in Continental West Germanic' (1983)
Hans den Besten en Hans Broekhuis, ‘Verb Projection Raising in het Nederlands Hans den Besten en Hans Broekhuis’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992)
D. De Bleecker, M.J.M. de Haan, C. Kruyskamp en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
Alied Blom, ‘Een verboden kamer in de taalkunde Alied Blom’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983)
Alied Blom, ‘Het woordje er in het tweede-taalonderwijs Alied Blom (Delft)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
H.B.A. Bockwinkel, ‘Over de faktor cliché-werking bij het gebruik van het voornaamwoord het.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
Minne G. de Boer, ‘Tussenwerpseltheorieën Minne G. de Boer’ In: Voortgang. Jaargang 26 (2008)
Adrianus Bogaers, ‘Losse aanmerkingen betrekkelijk woorden, bij Vondel voorkomende.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
Ronny Boogaart, ‘Temporele relaties en tekstcoherentie Ronny Boogaart’ In: Voortgang. Jaargang 12 (1991)
Geert Evert Booij, ‘G.E. Booij Lambert ten Kate als voorloper van de tggrammatica’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972)
Geert Evert Booij en Camiel Hamans, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
Geert Evert Booij, ‘G.E. Booij Zinsbepalingen in het nederlands’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
Geert Evert Booij, ‘Conjunctiereductie én nevenschikking in gelede woorden G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
Geert Evert Booij en Ton van Haaften, ‘De externe syntaxis van afgeleide woorden Geert Booij, Ton van Haaften’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987)
Geert Evert Booij, ‘Congruentie in Nederlandse NP's Geert Booij’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992)
J.H. van den Bosch, ‘Hulpwerkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
R.P. Botha, ‘A red card for Sies de Haan and Els Elffers R.P. Botha’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984)
A.C. Bouman, ‘Over ongemotiveerde inversie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
A.C. Bouman, ‘Syntaktiese groepen in Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
A.C. Bouman, ‘Over reduplicatie en de woordsoorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Pierre Brachin, ‘Of + inversie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Pierre Brachin, ‘Hoe meer... hoe meer... tòch een logische constructie?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Cor van Bree, ‘Ik heb de band lek Een oostnederlandse constructie C. van Bree’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1975 (1975)
Cor van Bree, ‘Onderzoek naar dialectsyntaxis Cor van Bree’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
Willem Gerard Brill, ‘Brief aan dr. L.A. te Winkel over de definitie van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Willem Gerard Brill, ‘Over het beginsel bij de onderscheiding der woordsoorten in acht te nemen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Willem Gerard Brill, ‘Over eenige onpersoonlijke uitdrukkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Willem Gerard Brill, ‘Over het wezen van den zin.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Frank Brisard, ‘Exotisme en spektakel in Construction Grammar Frank Brisard’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006)
Hans Broekhuis, ‘Verb Projection Raising Hans Broekhuis’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993)
W. Bronzwaer, ‘Hoofdstuk 6 Poëzie en grammatica’ In: Lessen in lyriek (1993)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Grammaire raisonnée.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
W.J.M. van Calcar, ‘Wim van Calcar Het voegwoord ‘of’’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
W.J.H. Caron, ‘Wat is een lijdend voorwerp?’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1967 (1967)
P.P.J. van Caspel en A.F. Florijn, ‘Notities’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
Norbert Corver, ‘Wat voor constructie is de ‘wat voor’-constructie? Norbert Corver’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991)
P.J. Cosijn, ‘Smijns door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
P.J. Cosijn, ‘De grammatische vormen der Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
P.J. Cosijn, ‘Een instrumentalis.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘Het relatief bij Stoke, door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
H.K.J. Cowan, ‘Opmerkingen over Oudnederfrankische structurele grammatica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
Jan Craeynest, ‘Daar.....af.’ In: Het Belfort. Jaargang 3 (1888)
Jan Craeynest, ‘Daar af - van wien.’ In: Het Belfort. Jaargang 3 (1888)
N.A. Cramer, ‘Een eigenaardige woordschikking.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Saskia Daalder, ‘Uniformering of differentiatie in de taalbeschrijving Saskia Daalder’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975)
Saskia Daalder, ‘Grammar as a product of text interpretation Saskia Daalder ’ In: Voortgang. Jaargang 8 (1987)
Saskia Daalder, ‘De taalkundige categorieënleer Saskia Daalder’ In: Voortgang. Jaargang 9 (1988)
B.C. Damsteegt, ‘Syntaktische verschijnselen in de taal van Antoni van Leeuwenhoek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
B.C. Damsteegt, J.B. Drewes, G. Kazemier, Jan Stroop, F. de Tollenaere en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
Jean Baptiste David, ‘Over een paer vraegstukken van taelkundigen aert.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Over het woord gansch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Onder anderen of onder andere?’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Iets over de verbuiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Iets over den tweeden persoon van het enkelvoud.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘Bericht aan den lezer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘Over de constructie van bijzinnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘De verbuiging van enkele telwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘Beantwoording van eenige vragen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
M.R. Dijkman, ‘Dat getob met onze termen!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
M.R. Dijkman, ‘Naamvalsbegrip bij een inspecteur en bij L.A. te Winkel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
S.C. Dik, ‘Oppervlaktestruktuur en dieptestruktuur’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1969 (1969)
S.C. Dik, ‘S.C. Dik Seuren over Coordination’ In: De Gids. Jaargang 132 (1969)
S.C. Dik, ‘S.C. Dik Beginnen: semantische en syntaktische eigenschappen’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
S.C. Dik, ‘Discussie en reactie’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979)
S.C. Dik, ‘Taalbeschouwing en taaltheorie S.C. Dik.’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1982 (1982)
S.C. Dik, ‘Nederlandse nominalisaties in een funktionele grammatika S.C. Dik’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1985 (1985)
Arthur Dirksen, ‘Syntactische, semantische en fonologische constituenten Arthur Dirksen’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
Arthur Dirksen, ‘Over Predicatie 2 Arthur Dirksen en Johan Kerstens’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Arthur Dirksen, ‘Over predicatie 1 Arthur Dirksen en Johan Kerstens’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Bruce Donaldson, ‘Tijdsaanduiding in het Afrikaans Bruce Donaldson’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
B.P.M. Dongelmans, L.F. van Driel, P.J.A. Franssen, Dirk van Ginkel, Ton Harmsen, Frans A. Janssen, J.G. Kooij, W. Pijnenburg, Herman Pleij, Annejoke Smids, Marijke Spies, Jan Stroop, Kees Thomassen en Dick Welsink, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987)
F.G. Droste, ‘De structuur van de woordgroep in de zgn. accusativus-cum-infinitivo-constructie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
F.G. Droste, ‘Het temporele stelsel in het moderne Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
F.G. Droste, ‘Homonymie en identiteit van woord en moneem.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
F.G. Droste, ‘Over hoofdzin, bijzin en de complementeerder dat’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
F.G. Droste, ‘De bijwoordelijke bijzin F.G. Droste’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
A.M. Duinhoven, ‘Appositie bij ‘Appositionele NP's in het Nederlands’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
A.M. Duinhoven, ‘Naamvallen A.M. Duinhoven’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
A.M. Duinhoven, ‘De deelwoorden vroeger en nu A.M. Duinhoven’ In: Voortgang. Jaargang 6 (1985)
A.M. Duinhoven, ‘Passief en zinsfasering A.M. Duinhoven’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1988 (1988)
A.M. Duinhoven en J.A.M. Komen, ‘Gesteld en toegegeven als markering van hypothese en concessie J.A.M. Komen en A.M. Duinhoven’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1993 (1993)
A.M. Duinhoven, ‘Doen en laten in beweging A.M. Duinhoven’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994)
A.M. Duinhoven, ‘Over modaliteit gesproken’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
A.M. Duinhoven, ‘Het hulpwerkwoord doen heeft afgedaan A.M. Duinhoven’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994)
A.M. Duinhoven, ‘A.M. Duinhoven Had gebeld! De irreële imperatief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 111 (1995)
A.M. Duinhoven, ‘A.M. Duinhoven Aard en plaats van de persoonsvorm’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Constant Duvillers, ‘Beklag en verontweerdiging wegens het verbannen, uit de tael, van het expletivum EN, by ontkenningen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
Els Elffers en W.G. Klooster, ‘E.H.C. Elffers-van Ketel, S. de Haan en W.G. Klooster Een [+ fantastische] macrostructuur I.’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
Els Elffers en W.G. Klooster, ‘Een [+ fantastische] macrostructuur II E.H.C. Elfters-van Ketel, S. de Haan en W.G. Klooster’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975)
Els Elffers en W.G. Klooster, ‘Discussie’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981)
Els Elffers, ‘De geschiedschrijving van grammaticale concepten Els Elffers’ In: Voortgang. Jaargang 11 (1990)
H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichts of La force d'intercourse et l'esprit de clocher’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichts of La force d'intercourse et l'esprit de clocher (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie V Intonatie en syntaxis 3’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie III Intonatie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie IV Intonatie en syntaxis 2’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.A. van Es, ‘De verplaatsing van den attributieven genitief in het Middelnederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
G.A. van Es, ‘Syntactische vormen van de concessieve modaliteit in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
G.A. van Es, ‘Principes en toepassing van de stilistische grammatica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
G.A. van Es, ‘Voegwoordelijke verbindingen ter uitdrukking van de conditionele (hypothetische) modaliteit in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
G.A. van Es, ‘Voegwoordelijke verbindingen voor de aspectische functies der simultaniteit in het Middelnederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
G.A. van Es, ‘Concurrenten van ‘doe’ en ‘als’ in de functie van aspectische voegwoorden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
G.A. van Es, ‘Concurrenten van ‘doe’ en ‘als’ in de functie van aspectische voegwoorden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
G.A. van Es, ‘Plaats en functie van de passieve constructie in het syntactisch systeem van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
G.A. van Es, ‘Plaats en functie van de passieve constructie in het syntactisch systeem van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
G.A. van Es, ‘Het aspect als syntactische functie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
G.A. van Es, ‘Het aspect als syntactische functie (vervolg)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
G.A. van Es, ‘Op weg naar een historische syntaxis van het Nederlands?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
G.A. van Es, ‘Woordgeschiedenis en historische syntaxis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975)
Arnold Evers, ‘Arn. Evers The syntactic motivation of predicate raising’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
Frank van Eynde, ‘Automatische vertaling Frank van Eynde (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
Peter Fast en J. van Marle, ‘Nogmaals de inwoonstersnamen: verdere evidentie voor -se Peter Fast en Jaap Van Marle’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989)
Jane Fenoulhet, ‘Fraseologie en lexicografie J. Fenoulhet (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
D.W. Fokkema, ‘Het hybride karakter van pragmatische conventies Douwe Fokkema’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995)
Johannes Franck, ‘Eine Bemerkung ueber nooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
G. Geerts, ‘Het collectivum als haar-syndroom’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
W.P. Gerritsen, ‘Het pronomen Jeij in het Liedboekje van Marigen Remen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Frank van Gestel, ‘NP-trace-Case Frank van Gestel’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Jac. van Ginneken, ‘Ellipsomanie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Jac. van Ginneken, ‘De kataloog van een taalmuseum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Jac. van Ginneken, ‘Feiten en dingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Jac. van Ginneken en G.S. Overdiep, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘De reeksen en cirkelgangen in het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 10]’, ‘De organieke wetten van het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘De grondwet van het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 8]’, ‘Het woord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘Een nieuwe ontdekking der taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 3]’, ‘De Nederlandsche periodenbouw’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
Jaap Goedegebuure, ‘Boekbesprekingen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
A.W. de Groot, ‘De structuur van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A.W. de Groot, ‘De Nederlandse zinsintonatie in het licht der structurele taalkunde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Casper de Groot, ‘De absentief in het Nederlands: Een grammaticale categorie Casper de Groot’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995)
Ton van Haaften en Annelies Pauw, 'Het begrepen subject, een fantoom in de taalbeschrijving' (1982)
Ton van Haaften, ‘Over gaten in zinnen Ton van Haaften’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983)
Ton van Haaften en Annelies Pauw, ‘Het begrepen subject, een fantoom in de taalbeschrijving Ton van Haaften Annelies Pauw’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1982 (1982)
D. Haagman, ‘Subjekt en objekt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
G.J. de Haan en H.J. Verkuyl, ‘Over dingen die voorbij gaan G.J. de Haan H.J. Verkuyl’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
G.J. de Haan, ‘Onafhankelijke PP-komplementen van nomina Ger J. de Haan’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979)
G.J. de Haan en Fred Weerman, ‘Ger J. de Haan - Fred Weerman Taaltypologie, taalverandering en mogelijke grammatica's: het Middelnederlandse ‘en’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984)
G.J. de Haan en T. Scholten, ‘Waarom om? Ger de Haan en Tineke Scholten’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research (1954)
Walter Haeseryn, ‘De ANS en haar naaste buitenlandse familie Walter Haeseryn’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
Reinhilde Haest, ‘Betekenis van de comparatief’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Paul van Hauwermeiren, ‘De weglaatbaarheid van het voorzetsel in situerende temporele bepalingen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Jacobus Heinsius, ‘Over verbindingen als tot barstens toe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche Grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
Willem Lodewijk van Helten, ‘In dit of dat doende.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.H. den Hertog, Nederlandsche spraakkunst (1892-1896)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
D.C. Hesseling, ‘De zin als eenheid opgevat.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Christiaan van Heule, ‘Het vierde Deel der Spraeckonst. ’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)
Christiaan van Heule, ‘Van de Ledekens.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)
Dirk Heylen en M.J. Moortgat-Keukelinck, ‘Categoriale Ontleding: Theorie en Praktijk Dirk Heylen, Michael Moortgat, Ton Van Der Wouden’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989)
Th. van den Hoek, ‘Th.van den Hoek Woordvolgorde en konstituentenstruktuur’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972)
Th. van den Hoek, 'Woordvolgorde en konstituentenstruktuur' (1971-72)
Th. van den Hoek, ‘Th. van den Hoek De aspekten: Aspekten van een analyse’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
Teun Hoekstra, 'Small Clause Results' (1988)
Wim Honselaar en Justine Pardoen, ‘De betekenis van zinnen met de volgorde Zich...Subject Justine Pardoen’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989)
Helen de Hoop, Guido J. Vanden Wyngaerd en Jan-Wouter Zwart, 'Syntaxis en semantiek van de van die-constructie' (1990)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, 'Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands' (1979)
J.M. van der Horst, ‘J.M. van der Horst Onderschikking en de plaats van de persoonsvorm in het Middelnederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, ‘J.M. van der Horst en M.J. van der Wal Een repliek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984)
J.M. van der Horst, ‘J.M. van der Horst verkenning van onpersoonlijke constructies’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
J.M. van der Horst, ‘J.M. van der Horst Verkenning van onpersoonlijke constructies’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
J.M. van der Horst, ‘Verlegen als hij is en Zo dik als ze is J.M. van der Horst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
J.M. van der Horst, ‘Taaltekens en moeilijke zn-groepen J.M. van der Horst ’ In: Voortgang. Jaargang 12 (1991)
J.M. van der Horst, ‘Voornaamwoordelijke bijwoorden in 16de-eeuws Nederlands J.M. van der Horst’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993)
J.M. van der Horst, ‘Rode en groene volgorde en analytische taalkunde J.M. van der Horst’ In: Voortgang. Jaargang 14 (1993 en 1994) (1994)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
H. Hulshof, ‘Enkele opmerkingen over nominalisering Hans Hulshof’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983)
Jan H. Hulstijn, Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Arie de Jager, ‘Over het onderscheid tusschen ochtend en morgen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Bedenking aangaande het werkwoord handen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
A. Jager, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Frank Jansen, ‘Deelwoordenjammer: een regel van of voor het Nederlands? F. Jansen’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987)
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect (1991)
Frank Jansen, ‘Fouten met naast’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
Theo A.J.M. Janssen, ‘Het wel en niet omschreven indirekt objekt en de possessieve datief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
Theo A.J.M. Janssen, ‘Theo A.J.M. Janssen Het indirect object’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 108 (1992)
Theo A.J.M. Janssen, ‘(Ad)mirativiteit in het Nederlands Theo A.J.M. Janssen’ In: Voortgang. Jaargang 23 (2005)
C.G. Kaakebeen, ‘Over vergelijkingen en beknopte zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Louise Kaiser, ‘Zinslengte’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
G. Karsten, ‘Hem en hun als onderwerp.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C.E. Keijsper, ‘Over het automatisch zetten van zinsaccenten C.E. Keijsper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1989 (1989)
C.E. Keijsper, ‘Stilistisch gebruik van woordvolgorde in het Russisch Nel Keijsper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995)
Ans van Kemenade, ‘R-Clitica Ans van Kemenade’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
H. Kern, ‘Bijdrage over de woorden veel en er.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
H. Kern, ‘Queckenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘De infinitieven op jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Nog iets over den genitief veels.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Bijdrage tot de Klankleer van 't Oostgeldersch taaleigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.H. Kern, ‘Een schijnbare ellips.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
Robert S. Kirsner, 'De "onechte lijdende vorm"' (1976-77)
J. Klatter, ‘Dialectstudie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
Maarten Klein, ‘Appositionele NP's in het Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Maarten Klein en M.C. van den Toorn, ‘Vooropplaatsing van PP's M. Klein en M.C. Van Den Toorn’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978)
Maarten Klein, ‘De interne structuur van partitieve constructies M. Klein’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981)
Maarten Klein, ‘De persoonsvorm in Focus M. Klein’ In: Voortgang. Jaargang 5 (1984)
Maarten Klein, ‘Coördinatieverschillen tussen het Nederlands en het Engels M. Klein’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Zofia Klimaszewska, ‘Verbale fraseologie van het Nederlands Zofia Klimaszewska’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
W.G. Klooster en A. Kraak, Syntaxis (1968)
W.G. Klooster en H.J. Verkuyl, ‘De transformationele relatie tussen duren + specificerend complement en bepalingen van duurmeting’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
A. Kluijver, ‘Historische studie der syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Rob Knopper, ‘Kleursel, loksel, glazuurse Rob Knopper’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
L. Koelmans, ‘Iets over de woordorde bij samengestelde predikaten in het Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Hans-Peter Kolb, ‘Op principes gebaseerde ontleding; enige algemene overwegingen Hans-Peter Kolb’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989)
R.A. Kollewijn, ‘Het tegenstellende zinsverband in nevengeschikte zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
R.A. Kollewijn, ‘Het systeem van de tijden der werkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘We, je en ze als onbepaalde voornaamwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
R.A. Kollewijn, ‘Lijst van verschenen boeken:’, ‘Voorwerpen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
R.A. Kollewijn, ‘De naamval van het naamwoordelik deel van 't gezegde.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
R.A. Kollewijn, ‘Een taaldespoot uit de pruiketijd.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
J.A.M. Komen, ‘De uitzonderlijkheid van uitgezonderd’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
J. Kooistra, ‘Twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
J. Kooistra, ‘Nog eens ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Aaldrik Koops, ‘De zogenaamde PP-over-V constructie over Aaldrik Koops’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
J. Koster, ‘Jan Koster Het werkwoord als spiegelcentrum’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
J. Koster, 'Dutch as an SOV Language' (1975)
Jan Koster, ‘Onverteerde restanten Jan Koster’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
W. Kramer, ‘Syntactische verschijnselen in het Lyrische vers.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
Etsko Kruisinga, Het Nederlands van nu (1938)
Etsko Kruisinga, ‘Onze persoonlike voornaamwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C. Kruyskamp, R. Lievens en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
Hendrik Martinus Labberté, ‘Werkwoorden, die voorheen eene andere vervoeging hadden dan tegenwoordig.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Hendrik Martinus Labberté, ‘Taalgeslacht.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Robert Leclercq, ‘Valentie - Stiefkind in de Nederlandse taalkunde Robert Leclercq’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
Robert Leclercq, ‘Functies van tempusvormen in het Nederlands en het Duits Robert Leclercq (Würzburg)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007)
Frederike van der Leek, ‘ZICH en ZICHZELF: Syntaxis en Semantiek II Frederike Van Der Leek’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988)
Frederike van der Leek, ‘Zich en zichzelf: Syntaxis en Semantiek I Frederike van der Leek’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988)
Frederike van der Leek, ‘Alternantie: grammatica of cognitie? Frederike van der Leek’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995)
P. Leendertz (jr.), ‘Over eenige genitiefbepalingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Ad Leerintveld, Marijke Meijer Drees, Olf Praamstra en Marijke J. van der Wal, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
Hubert Lemeire, ‘Vierde Hoofdstuk De woordverbinding.’ In: De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970)
W.W. van Lennep, ‘Eenige vragen betreffende de geslachten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Joh. A. Leopold, ‘Iets over aard en vorm van bijvoeglijke zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
J.A. van Leuvensteijn, ‘Woordvolgorde in Breughels kluchten J.A. van Leuvensteijn’ In: Voortgang. Jaargang 3 (1982)
anoniem Limburgse sermoenen, ‘VI. Vervoeging.’ In: Limburgsche sermoenen (1895)
H.F.A. van der Lubbe, ‘Over echte en schijnbare partitieve woordgroepen H.F.A. van der Lubbe’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982)
H.F.A. van der Lubbe, ‘Het blijft spoken in de linguïstiek H.F.A. van der Lubbe’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983)
J. van Marle, ‘De studie van de paradigmatiek: een poging tot reconstructie J. van Marle’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992)
Clara Meijer-Wichmann, ‘Corpustaalkunde Jan Aarts, Willem Meijs’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989)
Marleen Mertens, ‘Een contrastieve syntaxis Nederlands-Italiaans Marleen Mertens’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
Marleen Mertens, ‘Hoe zou Jan in Italië de kamer uit lopen / uitlopen? Marleen Mertens (Padua)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007)
L.C. Michels, ‘Verbindingen met deze’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
L.C. Michels, ‘Beny uw soon den hemel niet’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
J.W. Muller, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
J.W. Muller, ‘Dezelve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
G.A. Nauta, ‘Hij is het gelukkigst en hij is de gelukkigste.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Anneke Neijt, ‘Discussie Gapping bestaat Anneke Neijt’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982)
Anneke Neijt, ‘Automatisch vertalen in Nederland Anneke Neijt’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
P.M. Nieuwenhuijsen, ‘Peter Nieuwenhuijsen Oorzaak en gevolg’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
Margreet Onrust en Arie Verhagen, ‘Meer of minder gebruiksgrammatica? Een vergelijking van de ANS met ‘Quirk’ Margreet Onrust, Arie Verhagen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
M.A.F. Ostendorf, ‘De tangconstructie als syntactisch stramien’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
A.C. Oudemans, ‘Werkwoorden van herhaling en during.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
G.S. Overdiep, ‘Over den syntactischen en rhythmischen vorm der zinnen met aanloop in Ferguut, Moriaen en Walewein.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
G.S. Overdiep, ‘Over het Nederlandsche Participium Praesentis I.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
G.S. Overdiep, ‘De studie der Nederlandsche syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
G.S. Overdiep, ‘Over het Nederlandsche Participium Praesentis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
G.S. Overdiep, ‘Stilistische syntaxis en tekstverklaring’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘[Nummer 3]’, ‘Gesproken taal en radio’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Inversie in Couperus' Iskander’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Syntaxis en dialectstudie I’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Het systeem der zinnen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Gesproken taal en radio. II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Syntaxis en dialectstudie II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Scheuren’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Ieder meent zijn uil een valk te zijn’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Zinsvormen en woordvormen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Nog eens Leeuwenhoeck’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘Stilistiek en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘Over aspecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘[Nummer 6]’, ‘Inversie in den hoofdzin’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Debby Overeem, ‘Het perfectum in bijzinnen ingeleid door toen Debby Overeem’ In: Voortgang. Jaargang 19 (2000)
P.C. Paardekooper, 'Een schat van een kind' (1956)
P.C. Paardekooper, 'Persoonsvorm en voegwoord' (1961)
P.C. Paardekooper, ‘Die soep is me ál te zout’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Justine Pardoen, ‘Werkwoordclustering in de voltooide tijd Justine Pardoen’ In: Voortgang. Jaargang 7 (1986)
Justine Pardoen, ‘De interpretatie van zinnen met de rode en de groene volgorde Justine Pardoen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991)
Annelies Pauw, ‘Transitiviteit, intransitiviteit en constructies met zich* Annelies Pauw’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984)
J. Pekelder, ‘Contrastieve taalkunde, tussentaal en pedagogische grammatica Jan Pekelder’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
Klaas Poll, ‘Hij en zij als substantieven.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
Klaas Poll, ‘Vallen = Zijn.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Thijs Pollmann, Oorzaak en handelende persoon (1975)
Tessel Pollmann, ‘Een regel die subject en copula deleert? T. Pollmann’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976)
B. Premsela, ‘‘Tante Betje’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
Anton Reichling, ‘Bij het ‘Derde stuk’ van de ‘Zeventiende-eeuwsche Syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Tanya Reinhart en Eric Reuland, 'Reflexivity' (1993)
H.C. van Riemsdijk, 'De relatie tussen postposities en partikels' (1973-74)
H.C. van Riemsdijk, ‘Henk van Riemsdijk De relatie tussen postposities en partikels.’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
H.C. van Riemsdijk, ‘Extrapositie van vrije relatieve zinnen in het Duits Henk Van Riemsdijk’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979)
J.B.M. van Rijen, ‘Transformationeel generatieve grammatika's als verklarende theorieën’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk IV Woordgroepsleer’, ‘De woordgroep’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967)
H. Roose, ‘Nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
H. Roose, ‘Substantief plus substantief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
J de Rooy, ‘Lummel dat je bent’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967)
Gerlach Royen, ‘Verbale grilligheid.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
Gerlach Royen, ‘Ont-‘van’-de voorzetseluitdrukkingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Gerlach Royen, ‘Aanschouwelijkheidsdrang bij voorzetsels.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Gerlach Royen, ‘Gekondenseerde voorzetsels.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Gerlach Royen, ‘De ‘meervoudige’ pregenitief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Reinier Salverda, ‘On the problem of topicalization in Dutch Reinier Salverda’ In: Voortgang. Jaargang 3 (1982)
A. Sassen, ‘Over constructie-verbedding en stadium-predikaten A. Sassen’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983)
A. Sassen, ‘Over attributieve bepalingen die dat niet zijn (Samenvatting)’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 1 (1983)
A. Sassen, ‘A. Sassen Revolutie in de Nederlandse syntaxis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 106 (1990)
A.M. Schaerlaekens, ‘3 De vroeg-linguale periode (één jaar - twee en een half jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977)
Ina Schermer-Vermeer, ‘Gaten om - over - na te denken E.C. Schermer-Vermeer’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
Ina Schermer-Vermeer, ‘Laten als vormer van een nieuwe wijs E.C. Schermer-Vermeer’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Ina Schermer-Vermeer, ‘De onthullende status van er in de generatieve grammatica E.C. Schermer-Vermeer’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Ina Schermer-Vermeer, ‘ER in de ANS E.C. Schermer- Vermeer’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
M. Schönfeld, ‘Jespersen over syntaktiese onderscheiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
M. Schönfeld, ‘De objektsvorm van het pron. pers. 2de ps. als vokatief.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
Pieter A.M. Seuren, ‘Het probleem van de woorddefinitie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966)
Pieter A.M. Seuren, ‘Pieter A.M. Seuren Echte en onechte taalkunde’ In: De Gids. Jaargang 132 (1969)
Ph.J. Simons, ‘Lessen over 't lidwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Ph.J. Simons, ‘Lessen over 't lidwoord. (Vervolg van blz. 97.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Ph.J. Simons, ‘Bedrieglike elementen in ‘onze schoone moedertaal.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Ph.J. Simons, ‘Perspektief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Ph.J. Simons, ‘Bij de zwakke plek van een technikus.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
Ph.J. Simons, ‘Kenniskritiese beschouwingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Ph.J. Simons, ‘Zinsysteem en ellips.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
Ph.J. Simons, ‘Anatomie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
Ph.J. Simons, ‘De gevoelswaarde van de zin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Ph.J. Simons, ‘De gevoelswaarde van de zin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Norval S.H. Smith, ‘N.S.H. Smith The phenomenon of D-deletion in standard Dutch’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
F.A. Stoett, ‘Koopje geen glas? ik denk wel neen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
A. Sturm, ‘Herschrijven Arie Sturm’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990)
C.F.P. Stutterheim, ‘Een mislukt beroep op de taalgebruiker’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1967 (1967)
C.F.P. Stutterheim, ‘Dienstbare productiviteit C.F.P. Stutterheim’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Pierre Swiggers, ‘Bíjna en bijná P. Swiggers’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
Jan Gerrit Talen, ‘Over vorm en indeeling der werkwoorden. Wat toegepaste methodologie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleer van 't beschaafde Nederlands. I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
Tijs Terwey, ‘Over de regeering der werkwoorden. I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
Tijs Terwey, ‘Over de regeering der werkwoorden. (Slot).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
Tijs Terwey, ‘Onderwerps- of gezegdezinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Tijs Terwey, ‘Over de onderscheiding der partikels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Het begrip interpretatie in de generatieve grammatica Wiecher Zwanenburg’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Natafelen met een automatische gesprekspartner Een aanzet tot automatisering J.P. Kerkhof’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1980 (1980)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Passiefberegeling en transitiviteit Ron van Hogen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Het lidwoord nul bestaat niet Johan Kerstens’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1985 (1985)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Enkele gegevens betreffende de Noord-Hollandse volkstaal in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘De zgn. parenthetische bepaling’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Casus in het Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Wat zijn Θ-rollen en waarom? Deel 1.’, ‘3 Het systeem van grammaticale personen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Wat zijn Θ-rollen en waarom? Deel II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Overtollige voegwoorden en de volgorde of + interrogativum/relativum’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis. doen.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 8]’, ‘Dialectstudie en syntaxis Primitieve syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Syntaxis en tekstverklaring’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis: een overgangsklank’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Syntaxis van ridderroman tot volksboek’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een paar belangrijke syntactische verschuivingen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De genitief als taalinstrument’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘M.K. van Dort-Slijper Factief het of expletief het?’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘W. van Belle Modale en performatieve werkwoorden’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Inleiding Jan Koster’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Behalve als voorzetsel Fred Landman & Ieke Moerdijk’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Verbale verstrengeling ontstrengeld Jack Hoeksema’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘N.a.v. ‘Gapping bestaat’ Johan Kerstens’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Subjectsporen in het Nederlands Jan Koster’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Tegenvoorbeeld of uitzondering Over weerbarstigheid in de taalkundige theorievorming Sies de Haan’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Hoe weerbarstig is het Nederlands voor de regeer- en bindtheorie? Johan Kerstens’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Met jouw tanden in mijn bek, een onderzoek naar met-constructies R. Smits & J. Vat’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Conjunctiereductie of nevenschikking in gelede woorden Wim de Haas’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Boekbespreking’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De aangesproken persoon.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De praedicatieve bepaling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De diensten van het bijwoord.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Iets over de ontleding van samengestelde volzinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Woorden die niet in een naamval staan.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over categorische en verkorte concessieve bijzinnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Het betrekkelijk voorn.w. dat.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over eene bepaling van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Eene opmerking omtrent het woord anders.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Netty J.M. van Megen ‘kost ghij selver leesen, ick meen ick soude u wel meer schrijven’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 117 (2001)
[tijdschrift] Voortgang, ‘Inverse disjuncties Joop Malepaard’ In: Voortgang. Jaargang 25 (2007)
A.L. des Tombe, ‘De acquisitie van de syntaxis Onderzoek van de zestiger jaren A.L. Des Tombe’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1972 (1972)
M.C. van den Toorn, Nederlandse grammatica (1973)
M.C. van den Toorn, ‘Het probleem van een syntactische verandering (over enkele werkwoorden van aspect en te + infinitief)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975)
M.C. van den Toorn, ‘Een beetje neerlandicus...’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
E.M. Uhlenbeck, ‘Betekenis en syntaxis’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1964 (1964)
E.M. Uhlenbeck, ‘Enige beschouwingen over Amerikaanse en Nederlandse linguïstiek’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1966 (1966)
E.M. Uhlenbeck, ‘Nederlandse voorlichting over generatieve grammatica E.M. Uhlenbeck’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977)
Pieter Valkhoff, ‘De dienstbaarheid van de moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Willy Vandeweghe, ‘Minimaliseerders en negatief gebonden of-constructies Willy Vandeweghe’ In: Voortgang. Jaargang 23 (2005)
J. Veering, ‘De duidelijke zin’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959)
J. Verdam, ‘Twee Middelnederlandsche genitivi, door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J. Verdam, ‘Mi liever.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
A.A. Verdenius, ‘Over de volgorde van twee verbonden infinitieven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
A.A. Verdenius, ‘Over het onbepaalde voornaamwoord (de, het) een of ander’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
A.A. Verdenius, ‘Over onze vertrouwelijkheidspronomina en de daarbij behorende werkwoordsvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
A.A. Verdenius, ‘Imperfectum met praesens-betekenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A.A. Verdenius, ‘Imperatieven van het type niet lang te pruylen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A.A. Verdenius, ‘Een constructie met vooropgeplaatst praepositioneel object.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
A.A. Verdenius, ‘Bijzondere functies van inleidend en.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Arie Verhagen, ‘Koncepties in het grammatika-onderzoek Arie Verhagen’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981)
Arie Verhagen, ‘Strukturele ambivalentie in de generatieve taalkunde Arie Verhagen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983)
Arie Verhagen, ‘De interpretatiestructuur van passieve zinnen Arie Verhagen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990)
Arie Verhagen, ‘Doen of laten: woordbetekenis of (ook) structuur? Arie Verhagen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994)
Marjolijn Verspoor, ‘Subjectiviteit in Engelse complementszinnen: een cognitief perspectief Marjolijn Verspoor’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995)
Linda Verstraten, ‘Een cognitief-semantische benadering van vaste verbindingen Linda Verstraten’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992)
Linda Verstraten en Pyter Wagenaar, ‘Vaste verbindingen in corpora’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
A.J. Vervoorn, ‘IV. Syntaxis: de opbouw van de zin’ In: Kleine grammatica van de waanzin (1977)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwe wegen? (Vervolg van blz. 96).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Een eigenaardige zeventiende-eeuwse constructie: ‘misschien’, gevolgd door een afhankelike vraag.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
C.G.N. de Vooys, ‘Uit de praktijk van de voornaamwoordelijke aanduiding. Een statistische bijdrage.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.G.N. de Vooys, ‘De lotgevallen van het pronomen dezelve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
C.G.N. de Vooys, ‘V. De zin.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947)
C.G.N. de Vooys, ‘IV. De woordgroep’, ‘I. Het substantief als kern van een groep.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947)
C.G.N. de Vooys, ‘Losse aantekeningen over voornaamwoordelijke aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
Wobbe de Vries, ‘Opmerkingen over Nederlandsche syntaxis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Wobbe de Vries, ‘Iets over afwijkende ‘konstrukties’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
Wobbe de Vries, ‘Opmerkingen over ontleding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Wobbe de Vries, ‘Kan bij onze collectiva het praedicaat meervoudig zijn?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
Wobbe de Vries, ‘Analogiese praeteritum-vormen bij en naar verba met ou.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Fred Weerman, ‘Over enkele verschillen tussen Mnl en Ndl Fred Weerman’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
A.A. Weijnen, ‘De semantische en syntactische problematiek van het dialectwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
A.A. Weijnen, ‘Structuren van Nederlandse voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
A.A. Weijnen, ‘Fonetische en grammatische parallellen aan weerszijden van de taalgrens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
A.A. Weijnen, ‘De structuur van de temporele laag van de voorzetselbetekenissen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
A.A. Weijnen, ‘De niet-dimensionele betekenislaag van de voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
Erik Wellander, ‘Over den datief als subject van een passieve constructie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
N. van Wijk, ‘Over eenige grammatische categorieën van het Nederlandsch.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904)
N. van Wijk, ‘Zinsontleding en nieuwe spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
N. van Wijk, ‘Over woordafleiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
N. van Wijk, ‘Grammatika en woordvorming.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
N. van Wijk, ‘Parallelisme tussen ‘phonologie’ en ‘grammatika’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
N. van Wijk, ‘Klinker en medeklinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
J.E.K. van Wijnen, ‘De tijden der werkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
Frans Willems, ‘Voornaamwoorden en Zelfstandig-Gebruikte Bijvoeglijke Woorden.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1889 (1889)
Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord houden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Over: dit doet in dezen niets af.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord koopen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘De zoogenoemde stoffelijke bijvoegelijke naamwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Over de causatieve werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Over het aantal naamvallen in het Nederlandsch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Iets over de adjectieven, die met ge beginnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Nog iets over het begrip van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over de beheersching van het werkwoord herinneren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Opheldering van eenige uitdrukkingen in Vondel's treurspel Lucifer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Brief aan de redactie van het tijdschrift De Gids .’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Eenige grammatische hoofdstellingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Bladvulling.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
L.A. te Winkel, ‘Grammatische Hoofdstellingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Wim Zonneveld, ‘A reanalysis of D-Deletion in Dutch Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975)
Wim Zonneveld, ‘De moderne taalwetenschap, in het bizonder in Nederland Wim Zonneveld.’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1982 (1982)
F.L. Zwaan, ‘Hooftiana IV’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Jan-Wouter Zwart, ‘Mengelingen’, ‘Niveaus van abstractie in de beschrijving van het Nederlands Door Dr. Jan-Wouter Zwart’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1996 (1996)

Klanken (fonologie/fonetiek)

J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Jacques van Alphen, ‘De vraagzin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Jacques van Alphen, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
René Appel, Anneke C.G. Fleurkens, V.J.J.P. van Heuven, Gideon Lodders, Jan Noordegraaf en J.J M. Westenbroek, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Kees-Jan Backhuys, ‘Iets over beperkingen op fonologische deletieregels Kees-Jan Backhuys’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1985 (1985)
Jan van Bakel, ‘De meest gesloten vocaalfonemen in het dialect van Nuenen bij Eindhoven’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘De betekenis van de phonologie voor de linguistiek’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘F. Balk-Smit Duyzentkunst Ambivalentie in taalkunde’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Frida Balk-Smit Duyzentkunst Over het gebrek aan ephelkustiek in onze taalregels’ In: De Gids. Jaargang 147 (1984)
M.A. Bax Botha, C.B. van Haeringen, G.G. Kloeke en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
B. van den Berg, ‘Morfeem en foneem.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
B. van den Berg, ‘Naar aanleiding van de o's van P.C. Hooft’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
B. van den Berg en W.J.H. Caron, ‘Twintig lekkere flensjes’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
H.L. Bezoen, ‘[Nummer 9]’, ‘Het taalkundig geslacht te Enschede’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
H.L. Bezoen, ‘Varia Tubantica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
A.S. Bijl en Zadok Stokvis, ‘Opmerkingen over de klemtoon in Nederlandse plaats- en straatnamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
Edgard Blancquaert, ‘Een paar lengtemetingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
Edgard Blancquaert, ‘Voor een fonetiese beschrijving van het modern Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
Edgard Blancquaert en Willem Pée, ‘Intervocalische tenuis-verschuiving in Vlaanderen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
R.C. Boer, ‘Syncope en consonantengeminatie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Minne G. de Boer, ‘Tussenwerpseltheorieën Minne G. de Boer’ In: Voortgang. Jaargang 26 (2008)
Jan Bols, ‘Latijnsche uitspraak.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892)
Geert Evert Booij en Camiel Hamans, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
Geert Evert Booij, ‘G.E. Booij Nieuwe inleidingen in de generatieve fonologie.’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
Geert Evert Booij, ‘Fonotactische restricties in de generatieve fonologie G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979)
Geert Evert Booij, ‘De syllabe in de generatieve fonologie G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980)
Geert Evert Booij, ‘Fonologische en fonetische aspecten van klinkerreductie G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982)
Geert Evert Booij, ‘Lexicale Fonologie en de organisatie van de morfologische component G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983)
Geert Evert Booij, ‘Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984)
Geert Evert Booij, P.J.A. Franssen, Emmy Gransjean-Muda, W. Hendrikx, Paul de Herder, Maaike Hogenhout-Mulder, J. Kwant, Ad Leerintveld, A.G. Melle, Jan Noordegraaf, Nico Oudejans, Dick Jan Sanders, M.A. Schenkeveld-van der Dussen, P.J. Verkruijsse, Yves G. Vermeulen en Gerard de Vriend, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Jan-Hendrik Bormans, ‘Verslag van den heer professor Bormans, secretaris-rapporteur der commissie. Uittreksel wegens de tiende verhandeling, ingezonden door den heer P.V.D. Tweede hoofdstuk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
J.H. van den Bosch, ‘Over ‘de neiging tot differentiéring’ en noch iets. (Aan Prof. Te Winkel.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
J.H. van den Bosch, ‘Taal is klank. (Eerste lessen toegelicht). (Slot).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
J.H. van den Bosch, ‘Taal is klank. (Eerste lessen toegelicht).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
D.B. Bosman, ‘'n Ondersoek na die gevelariseerde -ing in Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
A.C. Bouman, ‘Over klanksymboliek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
Dirk Boutkan en Maarten Kossmann, ‘Dirk Boutkan en Maarten Kossmann Over sjwa-apocope in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
L. Boves, Henk Hillenaar, Harry van der Hulst, A.C.M. Rietveld, Pieter A.M. Seuren en J.W. de Vries, ‘Boekbesprekingen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977)
Hugo Brandt Corstius, ‘Hugo Brandt Corstius Formele invoering van klinkers’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
Willem Gerard Brill, ‘Het Gothische Vokaalstelsel.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
C.C. de Bruin, P.J. Meertens en J.J. Spa, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 89 (1973)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Sprokkel. Onecht’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema en J.J.A.A. Frantzen, ‘Kleine mee-delingen over boekwerken.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Welluidendheid, Hiaat, en Medeklinkers.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Abraham Benjamin Cohen Stuart, ‘F, s - v, z: eene bijdrage tot de Nederlandsche uitspraakleer, door A.B. Cohen Stuart.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘De sporadische uitstooting en klinkerwording der W door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen, door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
P.J. Cosijn, ‘De grammatische vormen der Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
P.J. Cosijn, ‘De uo der psalmen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
Jo Daan, ‘Stijl en klank’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
J.H. van Dale en Arie de Jager, ‘Antwoord op vraag 26.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
R.L.M. Derolez, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp, R. Lievens en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
J.A. van Dijk, ‘Het achtervoegsel aard .’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Zamen of samen?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Arthur Dirksen, ‘Syntactische, semantische en fonologische constituenten Arthur Dirksen’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
Drs. P, ‘Drs P Over de dubbele a en de Griekse eta’ In: De Gids. Jaargang 147 (1984)
Prudens van Duyse, ‘Tweede hoofdstuk. Taal en Prosodie.’ In: De rederijkkamers in Nederland. Deel 1 (1900)
Johannes van der Elst, ‘Het isochronisme in het Nederlandse vers.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
Johannes van der Elst, ‘Hoger rythme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichts of La force d'intercourse et l'esprit de clocher’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichts of La force d'intercourse et l'esprit de clocher (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland. (Vervolg van blz. 243).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland. (Vervolg van blz. 174).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
L.P.H. Eykman, ‘Assimilatie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
B. Faddegon, ‘Geleidelijke en springende klankverandering. Een empirisch-psychologische studie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
B. Faddegon, ‘Afstandsdissimilatie van consonanten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
B. Faddegon, ‘Het medeklinkerstelsel van het Noord-Bevelandsch. Een bijdrage tot de leer der klankwetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
B. Faddegon, ‘De regels der afstandsmetathesis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Pieter Fijn van Draat, ‘Klankleer van den tongval der stad Deventer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
Johannes Franck, ‘Das E in heeten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J.L.M. Franken, ‘Taalkundige beskouing oor Teenstra se Afrikaanse samespraak.’ In: De vruchten mijner werkzaamheden (1943)
E. de Frémery, ‘Het aesthetisch karakter van het vreemde woord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Johan Hendrik Gallée, ‘Studie van spraakklanken. II.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Lode Geenen, ‘Taalkaart: steen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Lode Geenen, ‘Taalkaart: de ij-diphtongeering’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Jac. van Ginneken, ‘Accent.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Jac. van Ginneken, ‘De rompstanden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Jac. van Ginneken, ‘De statistiek en de taalwetenschap.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
Jac. van Ginneken, ‘Muziek en taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter (1922)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 7]’, ‘De voorloopers der phonologie. II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Het verslagboek van het congres der phonetische wetenschappen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 6]’, ‘De voorloopers der phonologie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘De phonetische wetenschappen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘De nieuwe Nederlandsche klankleer van Blancquaert’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘De phonologische regels van het algemeen Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘De Oudnederlandsche Umlaut en de mouilleering’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘De correlatie van harde en weeke medeklinkers in het Oud- en Nieuwnederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘De consonant-mouilleering in een groep Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 5]’, ‘Ras en taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘De tweeklanken of diphtongen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Jac. van Ginneken, ‘Internationale vragenlijst over dialect-phonologie.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 3]’, ‘De smak- of zuigklanken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 2]’, ‘De Nederlandsche consonantgroepen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, ‘Een Nederlandsch handboek voor de phonologie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, ‘De phonologische beschrijving van het Westerschellingsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, ‘De grondslagen der phonologie.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
W.F. Gombault, ‘De cartografie der Noordnederlandse tongvallen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
J. Goossens, ‘De tweede Nederlandse auslautverscherping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
J. Goossens, J. van Marle en Wim Zonneveld, ‘Jaap van Marle en Wim Zonneveld De theoretische consequenties van stemhebbende finale obstruenten in Nederlandse dialecten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980)
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke (1992)
A.W. de Groot, ‘Phonologie en phonetiek. (Ter opheldering).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
A.W. de Groot, ‘De wetten der phonologie en hun betekenis voor de studie van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
A.W. de Groot, ‘De phonologie van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
A.W. de Groot, ‘De structuur van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus' (1984)
C. Gussenhoven, ‘Over de fonologie van Nederlandse clitica Carlos Gussenhoven’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
D. Haagman, ‘Het hinkende paard. (Een nationale accentkwestie).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.B. van Haeringen, ‘Zang- en spraakles.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
C.B. van Haeringen, ‘Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak .’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
C.B. van Haeringen, ‘Intervocaliese d in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
C.B. van Haeringen, ‘Een nieuwe Nederlandse phonetiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
C.B. van Haeringen, ‘Over z.g. ‘paragogische’ consonanten in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
C.B. van Haeringen, ‘V en w.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter Twelve Word Studies’ In: Netherlandic language research (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter Eight Modern Netherlandic (since 1880)’ In: Netherlandic language research (1954)
C.B. van Haeringen, ‘De beklemtoning van academie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
C.B. van Haeringen, ‘Fonetiek en taalkunde’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
A.G. van Hamel, ‘Ons conservatieve klankstelsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
K.H. Heeroma, ‘Het Zeefrankies’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
K.H. Heeroma en N. van Wijk, ‘Ter inleiding bij de phonologische vragenlijst voor de dialekten in Nederland’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
K.H. Heeroma, ‘De korte o-klanken in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
K.H. Heeroma, ‘Gevoelswoorden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
K.H. Heeroma, ‘De ou-diftongering in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
K.H. Heeroma, ‘Bij de ou-diftongering in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
K.H. Heeroma, ‘De Gm. eu in het Nederlands (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
K.H. Heeroma, ‘De herkomst van de Hollandse aa’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
K.H. Heeroma, ‘De ie als plus-foneem van de reductievocaal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
K.H. Heeroma, ‘Structuurgeografie en structuurhistorie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
G.L. van den Helm, De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bestaat er in onze taal eene oo, uit eene oorspronkelijke ai?’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Iets over de aspiratie in het Nederlandsch door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Versmelting van de beginletter w met eene volgende oe of o, in het Nederlandsch.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Iets over de ei, uit e of a, door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘De tweeklank ui door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over ft, cht en st door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de SS uit þþ in asem, vessemen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een Westfriesche en Nederlandsche a uit e voor een r der volgende syllabe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Aanteekeningen op Varia in Deel XXVII, 157 Vlgg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
D.C. Hesseling, ‘Spreken en horen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
D.C. Hesseling, ‘Iets over nadruk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Christiaan van Heule, ‘Van het derde Deel der Spraeckonst, ’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)
Christiaan van Heule, ‘.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)
V.J.J.P. van Heuven en Els van Houten, ‘De klinkers in het Nederlands van Turken Vincent J. van Heuven & Els van Houten’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1985 (1985)
V.J.J.P. van Heuven, Els van Houten en J.W. de Vries, ‘De perceptie van Nederlandse klinkers door Turken V.J. van Heuven, J.E. van Houten, J.W. de Vries’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Harry van der Hulst, ‘Overzichtsartikel: natuurlijke generatieve fonologie. Harry Van Der Hulst’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978)
Harry van der Hulst, 'Ambisyllabicity in Dutch' (1985)
M.A.C. Huybregts, 'De biologische kern van taal' (1978-79)
Elisabeth Jongejan, ‘Fonetiese sprokkel. De l in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Amaat Honoraat Joos, ‘Koninklijke Vlaamsche Academie. Handelingen van de Bestendige Commissie voor het Onderwijs in en door het Nederlandsch. Nr 11. Iets over den muzikalen zinstoon door Amaat Joos.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1909 (1909)
Amaat Honoraat Joos, ‘Koninklijke Vlaamsche academie. Handelingen van de Bestendige Commissie voor het Onderwijs in en door het Nederlandsch. Nr 10. Iets over den dynamischen klemtoon door Amaat Joos.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1909 (1909)
René Kager, ‘Cycliciteit, klemtoon en HGI René Kager’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
René Kager en Wim Zonneveld, 'Schwa, Syllables, and Extrametricality in Dutch' (1985-86)
C.E. Keijsper, ‘Vorm en betekenis in Nederlandse toonhoogtecontouren I C.E. Keijsper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984)
C.E. Keijsper, ‘Vorm en betekenis in Nederlandse toonhoogtecontouren II C.E. Keijsper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984)
H. Kern, ‘Nog iets over den genitief veels.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘De infinitieven op jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Queckenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘Bijdrage tot de Klankleer van 't Oostgeldersch taaleigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
H. Kern, ‘Middeleeuwsche oorkonden uit Oldenzaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
J.H. Kern, ‘Jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
A. Kessen, ‘Over de taal der oudste Limburgse, niet-literaire bronnen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
G.G. Kloeke, ‘De dialecten en de klankwetten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
G.G. Kloeke, ‘Klankoverdrijving en goedbedoelde (hypercorrecte) taalvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
G.G. Kloeke, ‘Op tie manier, is tat Algemeen-Hollands?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
A. Kluijver en J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J. Knol, ‘Het interpreteren en het begrijpen van een oude foneticus J. Knol’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983)
G. Knop, ‘De phonologische beschrijving van het Westerschellingsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Anthonie Marius Kollewijn, ‘Brill's Nederlandsche spraakleer en de onderwijzers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.G. Kooij, ‘Epenthetische schwa: processen, regels en domeinen. J.G. Kooij’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982)
J.G. Kooij, ‘Analogie, fonologie en morfologie J.G, Kooij’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
J.G. Kooij, ‘Klemtoon en de fonologische cyclus J.G. Kooij’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990)
K. Kooiman, ‘Enige phonemen in Holland en in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
F.K.H. Kossmann, ‘Versvoeten en versmaat’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
F.K.H. Kossmann, ‘De heftige herfst....’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
W. Kramer en A.A. van Rijnbach, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Etsko Kruisinga, ‘De verwaarlozing van de klankleer in de Nederlandse Spraakkunsten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
Etsko Kruisinga, ‘Vokaal en konsonant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Etsko Kruisinga, ‘De waarde van klankleer voor de onderwijzer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Etsko Kruisinga, ‘Klankleer in de klas.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Etsko Kruisinga, ‘Klankleer in de klas II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Etsko Kruisinga, ‘VIII. Onze klanken.’ In: Het Nederlands van nu (1938)
C. Kruyskamp, A.A. Weijnen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
Jan Kuijper, ‘Jan Kuijper Over prosodie’ In: De Gids. Jaargang 147 (1984)
S.J. Langeweg en A.M. Slootweg, ‘Klemtoonpatronen in complexe nominale samenstellingen S.J. Langeweg’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988)
L.F. Ledeboer van Westerhoven, ‘Iets over de melodie van ons spreken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Hubert Lemeire, ‘Inleidend hoofdstuk.’, ‘A. Spelling en klank.’ In: De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970)
J.H. van Lessen, ‘Klanknabootsing als taalvormend element’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
J.H. van Lessen, ‘Klanknabootsing als taalvormend element (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
anoniem Limburgse sermoenen, ‘IV. Klankleer.’ In: Limburgsche sermoenen (1895)
H. Logeman, ‘Over hoesten, kuchen, hikken en wat fonetiek. (De Keel-explosiva.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
H. Logeman, ‘Klanken en klanksymbolen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 12 (1902)
J.J. Mak, ‘Het vocalisme in beklemde syllaben van enige Oost-mnl.se geschriften uit de kring der Moderne Devotie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
J. Mansion, C.G.N. de Vooys en Jan L. Walch, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
J. van Marle, ‘Een niet-generaliserende analyse van schwadeletie J. van Marle’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982)
J. van Marle en Wim Zonneveld, ‘Bij een themanummer over de schwa’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982)
Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie (1994)
N. Meerum Terwogt, ‘De gemiddelde stemomvang bij het spreken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jan Messchert van Vollenhove, ‘Welluidendheid van taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
L.C. Michels, ‘H als wankel foneem.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
H. Mol, ‘De klinker-fonemen van het Nederlands’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1966 (1966)
J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘De herkomst van je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Anneke Neijt, Universele fonologie (1991)
Jillis Noozeman, ‘Bijlage Taalkundige beschrijving van de Beroyde Student en de Bedrooge Dronkkaart’ In: Beroyde student en Bedrooge dronkkaart, of Dronkke-mans hel (2004)
Anneke Nunn, ‘Een modulair model voor spelling en fonologie Anneke Nunn’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992)
Marc van Oostendorp, ‘Klinkerkwaliteit en rijmstructuur in het Nederlands Marc van Oostendorp’ In: Spektator. Jaargang 24 (1995)
G.S. Overdiep, ‘Over den syntactischen en rhythmischen vorm der zinnen met aanloop in Ferguut, Moriaen en Walewein.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
G.S. Overdiep, ‘Gesproken taal en radio. II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Zinsklankvorm enintonatie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘Stijgende tweeklanken in Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
P.C. Paardekooper, ‘Fonologie en diftongering’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
P.C. Paardekooper, ‘Tussen Hollands ae en Nederlands aa’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids (1978)
Louis D. Petit, ‘3. Versbouw.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 1 (1888)
Louis D. Petit, ‘2. Spraakleer.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 1 (1888)
Louis D. Petit, ‘2. Spraakleer.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 2. De literatuur bevattende verschenen van 1888-1910 (1910)
Louis D. Petit, ‘3. Versbouw.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 2. De literatuur bevattende verschenen van 1888-1910 (1910)
J. Pijnappel, ‘Beschouwingen over de letterklanken.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Anton Reichling, ‘Vijfde hoofdstuk De woord-Gestalt als aanschouwelikheid’ In: Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik (1967)
Rudolf P.G. de Rijk, 'Apropos of the Dutch Vowel System' (1967)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk II Foniek en accent’, ‘Foniek, fonetiek, fonologie’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967)
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving (1979)
Gerlach Royen, ‘Fonologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
Gerlach Royen, ‘Een fonologische dialektgrammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
Luc Salu, ‘Over de diftongering van i en u.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J.J. Salverda de Grave, ‘Over de Fransche tweeklanken ai, oi, ui in onze uit het Fransch overgenomen woorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
A.M. Schaerlaekens, ‘3 De vroeg-linguale periode (één jaar - twee en een half jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977)
A.M. Schaerlaekens, ‘2 De prelinguale periode’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977)
Ina Schermer-Vermeer, ‘De betekenis van het woord TOCH in samenhang met de rol van intonatie E.C. Schermer-Vermeer’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984)
M. Schönfeld, ‘Nieuwe opvattingen over klankwetten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
F.Th. Schonken, ‘Hoofdstuk V. Het Oosten.’ In: De oorsprong der Kaapsch-Hollandsche volksoverleveringen (1914)
Jos. Schrijnen, ‘De klemtoon in Nederlandsche plaats- en straatnamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
Jos. Schrijnen, ‘Klemtoonverschuiving in plaatsnamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Jos. Schrijnen, ‘De anlautende schr- in het algemeen beschaafd’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G. de Schutter, ‘De ‘Brabantse sandhi’-regel opnieuw bekeken G. de Schutter’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993)
J. Slikboer, ‘Fonosemantiek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
Norval S.H. Smith, '-Aar' (1976)
J.J. Spa, 'Generatieve fonologie' (1970)
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts' (1987)
Jan Stroop, ‘Metathesis van s en p Jan Stroop’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982)
Jan Stroop, ‘Polariserende regels Jan Stroop’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984)
C.F.P. Stutterheim, ‘Commentaar’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1961 (1961)
C.F.P. Stutterheim, ‘De fonetische wetenschappen en hun object’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1963 (1963)
C.F.P. Stutterheim, ‘Enkelvoudige en samengestelde prominentieverhoudingen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1964 (1964)
J. Taeldeman, ‘J. Taeldeman Nieuw licht op intervocalische < ng > vanuit de Vlaamse dialecten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
A. Teeuw, ‘Eeen nieuwe ontwikkeling in de fonologie: het werk van Roman Jakobson.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
[tijdschrift] Belfort, Het, ‘[Philologische Bijdragen]’, ‘Over den Germaanschen tweeklank au.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892)
[tijdschrift] Belfort, Het, ‘De Westvlaamsche W. Hare veranderingen.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892)
[tijdschrift] Belfort, Het, ‘De Westvlaamsche W. Haar invloed op de omgevende klanken’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892)
[tijdschrift] Belfort, Het, ‘Dietsche gouwspraken.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘De Franse ‘lettergreep’’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1965 (1965)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Taalkundige kroniek’ In: De Gids. Jaargang 108 (1944-1945)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Enkele gegevens betreffende de Noord-Hollandse volkstaal in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een nieuwe strooming in de taalwetenschap Vervolg’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een nieuwe strooming in de taalwetenschap Slot’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een nieuwe strooming in de taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 11]’, ‘De phonologie van het algemeen Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 12]’, ‘Het phonologisch systeem van het algemeen Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 7]’, ‘Een phonologisch probleem der Limburgsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Het Limburgs en het Litouws als metrisch gebonden toontalen Ben Hermans’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘De notie ‘Stress Minimalizatie’ en Klemtoonaantrekking Wim de Haas’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Het onderscheid tussen zware en lichte lettergrepen in het Nederlands Ben Hermans’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993)
[tijdschrift] Taal- en letterbode, De, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Phonetiek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Studie van spraakklanken. I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Nieuwe Klank-studieën.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘De Leeuwarder tongval en het Leeuwarder taaleigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAAL-EIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘De Leeuwarder tongval en het Leeuwarder taal-eigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De zachte en scherpe E en O bij Cats.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Scherpkorte en Zachtkorte O in Nederlandse woorden van Franse afkomst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Wim van Galen Sonoriteit van fonemen en de syllabestruktuur in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984)
F. de Tollenaere, ‘Fonologie of versleer?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
M.C. van den Toorn, ‘M.C. van den Toorn Het onderzoek van samenstellingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, 'Egg, Onion, Ouch! On the Representation of Dutch Diphthongs' (1980)
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, Klemtoon en metrische fonologie (1989)
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, ‘Klemtoonaantrekking bestaat niet Mieke Trommelen & Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990)
J.N. Twilhaar, ‘De ‘Brabantse sandhi-regel’ nogmaals bekeken Jan Nijen Twilhaar’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993)
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
J. Veering, ‘Spellen en spreken’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959)
A.A. Verdenius, ‘Adverbia van graad op -e.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A.A. Verdenius, ‘Het h-phoneem in het 17de-eeuwse Amsterdams.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
A.A. Verdenius, ‘Taalkundige kroniek’ In: De Gids. Jaargang 108 (1944-1945)
Arie Verhagen, ‘On contrastive stress Arie Verhagen’ In: Voortgang. Jaargang 1 (1980)
A.J. Vervoorn, ‘II. De klanken’ In: Kleine grammatica van de waanzin (1977)
Albert Verwey, ‘Rytmiek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
J. Beckering Vinckers, ‘Phonetische voorbarigheid, een middel ter verklaring van smiins. Door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
G.J. Vis, ‘Iconiciteit en ritme: klankexpressie bij Nijhoff G.J. Vis’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991)
J. van Vloten, ‘De infinitieven op yen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J. van Vloten, ‘Den Heere L.A. te Winkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
C.G.N. de Vooys, ‘De ‘gevoelswaarde’ van het woord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
C.G.N. de Vooys, ‘II. Klankleer. Fonetiek en fonologie. - Taal en teken.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947)
C.G.N. de Vooys, ‘Voornaamwoordelijke aanduiding met volle klemtoon.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Wobbe de Vries, ‘Eenige opmerkingen naar aanleiding van J. Te Winkel, De Noordnederlandsche Tongvallen, Afl. 2.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Wobbe de Vries, ‘Vocaalrekking vóór R + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Wobbe de Vries, ‘Iets over vocaalquantiteit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Wobbe de Vries, ‘Over ŭ in open lettergrepen in het Noordwestelijk Saksisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van bilabiale w.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
Jan P.M.L. de Vries, ‘De uitspraak der Gotische H.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Wobbe de Vries, ‘Tk > tj in het Noordfries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Wobbe de Vries, ‘Iets over grm. î en û te onzent.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Wobbe de Vries, ‘Oe-relicten in Holland en Zeeland?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
Wobbe de Vries, ‘Bij ‘oe-relicten...’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu ‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998)
A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
A.A. Weijnen, ‘Fonetische en grammatische parallellen aan weerszijden van de taalgrens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
N. van Wijk, ‘Vocaalrekking vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
N. van Wijk, ‘Niet-gerekte a, e voor r + konsonant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
N. van Wijk, ‘Een Oudwestnederfrankies -dialekt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
N. van Wijk, ‘Gerekte ŏ en ŭ in Oostnederlandse dialekten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
N. van Wijk, ‘Gerekte a, e vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
N. van Wijk, ‘Het vokalisme van het woord drek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
N. van Wijk, ‘Een opmerking over Nederlandse aksentverschuivingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
N. van Wijk, ‘Vondel's Lucifer klankanalytisch onderzocht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
N. van Wijk, ‘De moderne phonologie en de omlijning van taalkategorieën.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
N. van Wijk, ‘Analogie en phonologisch systeem.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
N. van Wijk, ‘Rekking en stoottoon in het limburgs’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
N. van Wijk, ‘Trubetskoj's linguistisch testament.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
N. van Wijk, ‘De plaats der tweeklanken ei, ou, ui in het Nederlandse phonologische systeem.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
N. van Wijk, ‘Parallelisme tussen ‘phonologie’ en ‘grammatika’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
N. van Wijk, ‘Klinker en medeklinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
N. van Wijk, ‘‘Silbenschnitt’ en quantiteit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
N. van Wijk, ‘Scherp en zwak gesneden klinkers.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
J.F. Willems, ‘Tweede hoofddeel. Over de Hollandsche en Vlaemsche Schryfwyzen van het Nederduitsch.’, ‘Inleiding.’ In: Verhandeling over de Nederduytsche tael- en letterkunde, opzigtelyk de Zuydelyke provintien der Nederlanden (1819-1824)
J.F. Willems, ‘Brief aen Professor Bormans, over de tweeklanken IJ en UU.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841)
J.H.J. Willems, ‘Sjouw en jouw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Jan Wils, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jan Wils, ‘Het accentsysteem van een tweetal Afrikaansche toontalen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het achtervoegsel aadje.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord vooroordeel.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Kuk, kukken, kukkelen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Bladvulling.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord ligchaam en de onderlinge verhouding der h en ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Iets over de spelling van het woord steigeren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘De verlenging der heldere a in gesloten lettergrepen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Eenige grammatische hoofdstellingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Over g, gh en de gewaande letter ng.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘De dialecten en de vocaalspelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
L.A. te Winkel, ‘Over de spelling met gt en cht.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
L.A. te Winkel, ‘Zeep’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
L.A. te Winkel, ‘Overeenstemming in de vormen geer, geeren, aalgeer en navegaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Wees, weezen.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘WEES, WEEZEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘OVEREENSTEMMING IN DE VORMEN GEER, GEEREN, AALGEER EN NAVEGAAR.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Een commentaar.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
J. te Winkel, ‘Hoofdstuk V. Klankstelsel der Nederlandsche taal.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche taal (1901)
L.E. Wirth-van Wijk, ‘L.E. Wirth-van Wijk Tweeklanken; oud en nieuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983)
Arie Zijderveld, ‘Opmerkingen over Vondels ‘vocaliseren’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
Wim Zonneveld, ‘The descriptive power of the Dutch theme-vowel Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982)
Wim Zonneveld, ‘Nederlandse schwa-invoeging op z'n Deens Egon Berendsen en Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
Wim Zonneveld, ‘700 jaar Nederlandse klemtoon (en weinig veranderd) Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993)
Wim Zonneveld, ‘Wim Zonneveld Fonologie van het Nederlands: een overzichtsartikel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 110 (1994)
Wim Zonneveld, ‘25 jaar generatieve fonologie in Nederland’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
H. Zwaardemaker, ‘Over spraakgeluiden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)

Betekenis (semantiek)

A. Aarsen, ‘Veluwsch (Uddelsch) taaleigen, eene aanteekening van A. Aarsen.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Flor Aarts, ‘An interview with professor James D. McCawley F.G.A.M. Aarts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977)
J. Mathijs Acket, ‘Enige Fragmenten uit een nieuw schoolboek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Lisette Appelo, ‘Rosetta: Synonymie en Vertaling Franciska De Jong, Lisette Appelo’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989)
Constantinus Bake, ‘Dubbeld'uw = baljuw?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Constantinus Bake, G. Kalff, H.W.J. Kroes, J. Prinsen J.Lzn, G.W. Spitzen en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Constantinus Bake, Adriaan Beets en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Constantinus Bake, G.G. Kloeke en J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
Constantinus Bake en Johanna Greidanus, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Constantinus Bake en Wobbe de Vries, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Constantinus Bake en Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Jan van Bakel, A.C. Bouman, A.C. Crena de Iongh, C. Kruyskamp, H.T.J. Miedema en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
Jan van Bakel, G. Kazemier, P.G.J. van Sterkenburg, L. Strengholt en P.E.L. Verkuyl, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
Peter Bakema en Dirk Geeraerts, ‘De semantische structuur van het diminutief Peter Bakema, Patricia Defour, Dirk Geeraerts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1993 (1993)
Matthijs Bakker, ‘Ik ben de vrucht van tweetaligheid Matthijs Bakker’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Hedendaags Fetisjisme Een nieuwe weg voor de taalwetenschap Frida Balk-Smit Duyzentkunst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Vorm en betekenis in de taalkundige grondslagendiscussie Frida Balk-Smit Duyzentkunst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Frida Balk-Smit Duyzentkunst Naam en schuilnaam. Ondergedoken in de grammatica’ In: De Gids. Jaargang 155 (1992)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Verhandelingen’, ‘Figuurlijk en letterlijk Jaarrede door de voorzitter, Mw. Dr. F. Balk-Smit Duyzentkunst’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1996 (1996)
Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Toerewever-tortwevel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘Beekum; bêken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Adriaan Beets, ‘Dubbeld'-u, dubbel'-u.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Adriaan Beets, ‘Daar loopt wat van St. Anna onder.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Adriaan Beets en A. Kluijver, ‘Kalis en caliban.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Adriaan Beets, ‘'t Alleluia is geleid.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Adriaan Beets, ‘Slabberaen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Adriaan Beets, ‘De mijl op zeven gaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Adriaan Beets, ‘Toertrapper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Het (Leidsche) drillen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
Adriaan Beets, ‘Iets (aan) zijn oogen klagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
Adriaan Beets, ‘Kaneel water.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Adriaan Beets, ‘Tuckele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Adriaan Beets en G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Adriaan Beets, ‘Ceen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
Adriaan Beets, ‘Koppen snellen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
Adriaan Beets, H.L. Bezoen, G. Karsten en G.A. Nauta, ‘Kleine Mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
L. Beheydt, ‘Het semantiseren van woordbetekenis dr. L. Beheydt’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Maaike Beliën, ‘Uit: meer plaats dan pad Maaike Beliën’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006)
Johan van Benthem, ‘Taal en informatie: op zoek naar nieuwe toepassingen Johan van Benthem’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986)
Jan Bethlehem, ‘Notities’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981)
H.L. Bezoen, ‘Over eenige dierennamen in het Nederlandsch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
H.L. Bezoen, ‘Zoo dronken als een kraai’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
H.L. Bezoen, ‘Bij de ‘mist’-kaart’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
H.L. Bezoen, ‘Maastrichtsch kreye’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
G.J. Boekenoogen, P. Leendertz (jr.) en C.H.Ph. Meijer, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
G.J. Boekenoogen, ‘[Kleine medeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Minne G. de Boer, ‘Tussenwerpseltheorieën Minne G. de Boer’ In: Voortgang. Jaargang 26 (2008)
Adrianus Bogaers, ‘Germanismen en woordverklaring bij Vondel.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, ‘Veil en veilig.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, ‘VEIL EN VEILIG.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
A.P. de Bont, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
A.P. de Bont, ‘Voort, voortmeer, rechtevoort’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
A.P. de Bont, ‘Nest - streen - strank - strop. Semantische proeve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
A.P. de Bont, ‘Stapelgek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
Geert Evert Booij en Camiel Hamans, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Andries Borgeld, ‘De witten uitdoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
J.H. van den Bosch en R.A. Kollewijn, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
J.H. van den Bosch, ‘Woordverklaring. Het woord roman.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
J.H. van den Bosch, R.A. Kollewijn en C.C. Uhlenbeck, ‘Woordverklaringen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
J.H. van den Bosch, ‘Stoof en schijt.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
A.C. Bouman, ‘De betekenis van het woord arch als adjektief bij personen in het Middelnederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
A.C. Bouman, ‘Over reduplicatie en de woordsoorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A.C. Bouman, ‘Over klanksymboliek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
Cor van Bree, ‘Ik heb de band lek Een oostnederlandse constructie C. van Bree’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1975 (1975)
Willem Gerard Brill, ‘Brief aan dr. L.A. te Winkel over de definitie van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Willem Gerard Brill, ‘Over het beginsel bij de onderscheiding der woordsoorten in acht te nemen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Willem Gerard Brill, ‘Over faktitieve werkwoorden en uitdrukkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Willem Gerard Brill, ‘Veil en veilig.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Willem Gerard Brill, ‘Veil en veilig.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Willem Gerard Brill, ‘VEIL EN VEILIG.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Willem Gerard Brill, ‘VEIL EN VEILIG.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Frank Brisard, ‘Exotisme en spektakel in Construction Grammar Frank Brisard’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006)
Har Brok, ‘Har Brok Mnl. wayen: ‘knieholte’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
W. Bronzwaer, ‘Hoofdstuk 5 Het beeld’ In: Lessen in lyriek (1993)
Foeke Buitenrust Hettema, Jacobus Heinsius en R.A. Kollewijn, ‘Woordverklaringen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fresiska.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘De kan over 't hoofd smijten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de ‘beteekenisleer’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
Foeke Buitenrust Hettema en Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Woordverklaring.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
Foeke Buitenrust Hettema en Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘‘Als klokspijs.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Nederlands en z'n Studie. B.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Nederlands en z'n Studie. A. Over Taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
L.A.J. Burgersdijk jr. en J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
W.J.M. van Calcar, ‘Wim van Calcar Het voegwoord ‘of’’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
Johan de Caluwe, ‘Deverbaal -er als polyseem suffix Johan de Caluwe’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992)
Johan de Caluwe, ‘Open versus gesloten semantiek van woordvormingsregels Johan De Caluwe’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994)
P.P.J. van Caspel en A.F. Florijn, ‘Notities’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
Frans Claes, ‘Nederlandse benamingen van woordenlijsten en woordenboeken tot 1600’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
Frans Van Coetsem, K. Fokkema, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
Abraham Benjamin Cohen Stuart, ‘Ware en schijnbare frequentatieven, door A.B. Cohen Stuart.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
P.J. Cosijn, ‘Wêttu Irmingot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
E. Cramer-Peeters, ‘Sente Meye’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
Saskia Daalder, ‘Uniformering of differentiatie in de taalbeschrijving Saskia Daalder’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975)
Saskia Daalder, ‘De taalkundige categorieënleer Saskia Daalder’ In: Voortgang. Jaargang 9 (1988)
J.H. van Dale, ‘NEDERDUITSCHE SPREEKWOORDEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘Rigghe.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘Nederduitsche spreekwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘RIGGHE.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘RENTJES.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘Rentjes.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Karina van Dalen-Oskam en Katrien Depuydt, ‘K.H. van Dalen-Oskam en K.A.C. Depuydt Het Vroegmiddelnederlands Woordenboek (1200-1300) Over betekenissen en meer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
Oscar Dambre, ‘Nog ‘Venusjankerij’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
B.C. Damsteegt, M.H. Schenkeveld, Bert van Selm, P.G.J. van Sterkenburg, Jan Stroop, M.C. van den Toorn en W. Waterschoot, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983)
J. Daniels S.J., ‘Moortmisse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
August Defresne, ‘Iets over zelfstandige naamwoorden en werkwoorden Door A. Defresne’ In: De Beweging. Jaargang 12 (1916)
Lodewijk Hendrik Delgeur, ‘Over de geographische benamingen, door den heer Dr Lodewijk Delgeur, briefwisselend lid.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1888 (1888)
J.A. van Dijk, ‘De uitdrukking als het ware.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Het zelfstandig naamwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
S.C. Dik, ‘S.C. Dik Beginnen: semantische en syntaktische eigenschappen’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
Arthur Dirksen, ‘Syntactische, semantische en fonologische constituenten Arthur Dirksen’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
Bruce Donaldson, ‘Tijdsaanduiding in het Afrikaans Bruce Donaldson’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.B. Drewes, ‘Zijn biechtvader bepissen onder de galge’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
J.B. Drewes, ‘Op me siel godts’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
F.G. Droste, ‘Structuurverhoudingen in de categorie van het pronomen personale’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
F.G. Droste, ‘Homonymie en identiteit van woord en moneem.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
A.M. Duinhoven, ‘Doen en laten in beweging A.M. Duinhoven’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994)
D.Th. Enklaar, C.M. Geerars en Karel Meeuwesse, ‘Nogmaals Venusjankerij.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
B.H. Erné, ‘Huijsmorsen en Verhuijsmorsen Huijsmossen schieten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
anoniem Esbatement van den appelboom, Het, De betekenis van de Nederlandse familienamen (1941)
H. J. Eymael, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
H. J. Eymael en Joh. A. Leopold, ‘Vroom.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
H. J. Eymael en R.A. Kollewijn, ‘Woordverklaring.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
H. J. Eymael en R.A. Kollewijn, ‘Huygens Voorhout 8.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
H. J. Eymael, ‘Van den os op den ezel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
H. J. Eymael en K.O. Meinsma, ‘Ook wat ‘verscheidenheden.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
H. J. Eymael, ‘Op zijn plat vallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
H. J. Eymael, ‘Op zijn eigen houtje.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
Frank van Eynde, ‘Automatische vertaling Frank van Eynde (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
Peter Fast en J. van Marle, ‘Nogmaals de inwoonstersnamen: verdere evidentie voor -se Peter Fast en Jaap Van Marle’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989)
Jane Fenoulhet, ‘Fraseologie en lexicografie J. Fenoulhet (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
A.F. Florijn, ‘Arjen Florijn Primitieve semantische kategorieen.’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
D.W. Fokkema, ‘Semiotiek en structuralisme in de Sovjetunie D.W. Fokkema’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1974 (1974)
R.L.K. Fokkema, ‘Verzamelde gedichten: een loze term’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
D.W. Fokkema, ‘Het hybride karakter van pragmatische conventies Douwe Fokkema’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995)
Ad Foolen en Frederike van der Leek, ‘De conceptuele basis van doordat, omdat en want Frederike van der Leek en Ad Foolen’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006)
Leonard Forster, ‘Jan van der Noot en ‘Tempera te tempori’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Johannes Franck, ‘Eine Bemerkung ueber nooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
Robert Fruin, ‘Over cliven en clawen in onze oude rechtstaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Robert Fruin, ‘Over het woord haagpreek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Edward Gailliard, ‘Palmen, pallemen, Zijn poingiaert palmen, Zijn mes pallemen. door Edw. Gailliard.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1909 (1909)
Johan Hendrik Gallée, ‘Litus Saxonicum.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Dirk Geeraerts, ‘Een semiotische klassifikatie van semantische theorieën D. Geeraerts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1980 (1980)
Dirk Geeraerts, ‘D. Geeraerts Lexicografie en linguistiek: Reichling gerehabiliteerd’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983)
Dirk Geeraerts, ‘Dirk Geeraerts Over woordverlies in lexicaal-semantische overgangsgebieden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
Dirk Geeraerts, ‘Dirk Geeraerts Over woordverlies in lexicaal-semantische overgangsgebieden II’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 103 (1987)
J.B.F. van Gils, ‘Taalkundige opstellen van Dr. J.B.F. van Gils†’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Jac. van Ginneken, ‘De twee beteekenissen van kuieren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
Jac. van Ginneken, ‘Moeten Een semantische proeve over taal en levensbeschouwing’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 4]’, ‘Een teekenend spreekwoord van West-Europa’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
August Gittée, ‘Schertsenderwijs aangewende eigennamen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
August Gittée, ‘Woordverklaring. De uitroep o Jee! of Jeminie!’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
Michiel Johannes de Goeje, ‘Hij weet waar Abraham den mosterd haalt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
J. Goossens, ‘Taalgeografie en moderne naamgeving’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
A.C.J.A. Greebe, ‘Mnl. formine.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
A.W. de Groot, ‘De Nederlandse zinsintonatie in het licht der structurele taalkunde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Casper de Groot, ‘De absentief in het Nederlands: Een grammaticale categorie Casper de Groot’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995)
C. Groustra, ‘‘Zitten’ in slang-uitdrukkingen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus' (1984)
Jacob Israël de Haan, ‘Rechtskundige significa Door Jacob Israel de Haan’ In: De Beweging. Jaargang 12 (1916)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.A. vor der Hake, ‘Hackemans ghesinneken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Anne Hallema, ‘Een leelijke vergissing of van Pontius naar Pilatus’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
Anne Hallema, ‘Een bijzondere beteekenis van hellewagen of luiwagen uit het jaar 1604’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal (1858-1862)
E.J. Haslinghuis, ‘Hem verzien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
M. van Hattum, Luc Korpel, P.G.J. van Sterkenburg en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
K.H. Heeroma, ‘Nogmaals lukraak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
K.H. Heeroma, ‘Rapzak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
K.H. Heeroma, ‘Mnl. cornecote’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
Hans Heestermans, ‘Prototypische betekeniselementen (Samenvatting)’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 1 (1983)
Jacobus Heinsius, ‘Een eigenaardig gebruik van het ww. komen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
Jacobus Heinsius, ‘Over verbindingen als tot barstens toe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta, door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over stok, steen en steke, als eerste lid van een samengesteld adjectief. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta. XXIX-XXX. Muts, mutsen. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Oudfri. kestigia, kesta, kest enz., ndl. custen, custinge enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘De Westfriesche eigennamen Jouke en Sjouke.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Blindhokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over begripswijziging van de woorden (semasiologie).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Anthonie Hendriks, ‘Hier elf oogen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Anthonie Hendriks, ‘Vertrekken of weggaan met Farao's bokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Anthonie Hendriks, ‘Weggaan met Farao's bokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Petra Hendriks, Mark Kas en Liesbeth Laport, ‘De semantiek van afleidingen met ont-’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
A. van Herk, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
Felisberto Hérnandez, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
D.C. Hesseling, ‘Bokje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
D.C. Hesseling, ‘Iemand de oren wassen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
D.C. Hesseling en P. Leendertz (jr.), ‘Moortmisse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
Wim Honselaar en Justine Pardoen, ‘De betekenis van zinnen met de volgorde Zich...Subject Justine Pardoen’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989)
J.M. Hoogvliet, ‘Beter.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, ‘Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
J.M. van der Horst, ‘De Saussure en de waarneembaarheid van betekenis J.M. van der Horst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992)
H.A. Höweler en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
Jozef Jacobs, ‘Over de Synoniemen.’ In: Het Belfort. Jaargang 13 (1898)
Arie de Jager, ‘In hand gaan.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Man en maag. - Eerlang. - Hagendeveld.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Nalezing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Over het onderscheid tusschen ochtend en morgen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘De beteekenis van roekeloos.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Verklaring van een drietal zamengestelde woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
Theo A.J.M. Janssen, ‘Het wel en niet omschreven indirekt objekt en de possessieve datief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
Amaat Honoraat Joos, ‘Twee punten aangaande de woorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 3 (1888)
C.G. Kaakebeen, ‘Over vergelijkingen en beknopte zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
H. Kern en L.A. te Winkel, ‘Iets over noordenwind enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘Moord als rechtsterm. Door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
H. Kern, ‘Germaansche verwanten van Slawisch žrêbŭ.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Eekkatte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
H. Kern, ‘Enkele plaatsen en woorden uit Dat Kaetspel Ghemoralizeert.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
J.H. Kern, ‘Jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
J.H. Kern, ‘Naschrift over jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
J.H. Kern, ‘Kleine mededeeling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
J.H. Kern, ‘Gheterjuint.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
J.H. Kern, ‘Ollen en oele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
G.J. van der Keuken, ‘Bij dit licht’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
Paul de Keyser en Jan P.M.L. de Vries, ‘Den zouter omme te doen gane.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
Robert S. Kirsner, ‘Over uitdrukkingen met finaal maar Robert S. Kirsner’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006)
F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Zofia Klimaszewska, ‘Verbale fraseologie van het Nederlands Zofia Klimaszewska’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
G.G. Kloeke, ‘Pieper = ‘aardappel’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
G.G. Kloeke, ‘De culturele achtergrond van de termen spreekwoord, verzoeking en roem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957)
Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
W.G. Klooster en H.J. Verkuyl, ‘De transformationele relatie tussen duren + specificerend complement en bepalingen van duurmeting’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
A. Kluijver, ‘Sjamberloek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
A. Kluijver, ‘Malloot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
A. Kluijver, ‘Moeskoppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
A. Kluijver, ‘Kaliber.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.A.N. Knuttel, ‘Dirken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
J.A.N. Knuttel, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
J.A.N. Knuttel en F. de Tollenaere, ‘Tintelteelken, tinteletene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
J.A.N. Knuttel, ‘Spel van sinne(n)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Anthonie Marius Kollewijn, ‘Brill's Nederlandsche spraakleer en de onderwijzers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Anthonie Marius Kollewijn, ‘BRILLS NEDERLANDSCHE SPRAAKLEER EN DE ONDERWIJZERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Anthonie Marius Kollewijn, ‘Brills Nederlandsche spraakleer en de onderwijzers.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel. Een wassen neus.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘Woordverklaring. Niets minder dan en niet het minst.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘Woordverklaring. Horendrager en koekoek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
R.A. Kollewijn, ‘Het te Keulen hooren donderen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
J.G. Kooij, ‘De semantische struktuur van Ned. blind: een terreinverkenning J.G. Kooij’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1974 (1974)
W. Kramer, ‘De vergelijking.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
H.W.J. Kroes, ‘Zijn schaapjes op het droge hebben.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
J. de Kruys, ‘Venusjanker en Venusboef.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
C. Kruyskamp, ‘Quoniam’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen, J.M.J. Sicking en H. van de Waal, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
C. Kruyskamp, ‘Van de os op de ezel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
D. Kuijper Fzn., ‘Een graft onderdaen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
D. Kuijper Fzn., ‘Humiliamini’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
D. Kuijper Fzn., ‘De Samiaaner’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
D. Kuijper Fzn., ‘Frobentomie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 89 (1973)
K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Hendrik Martinus Labberté, ‘Taalgeslacht.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
A.J.F. van Laer, Reinier van der Meulen Rz., F.P.H. Prick van Wely en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Luuk Lagerwerf, ‘Thema Metaforen Het complex van metaforen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
Ronald Landheer, ‘‘Retorische’ anomalieën en ambiguïteit Ronald Landheer’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984)
Robert Leclercq, ‘Valentie - Stiefkind in de Nederlandse taalkunde Robert Leclercq’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
Frederike van der Leek, ‘ZICH en ZICHZELF: Syntaxis en Semantiek II Frederike Van Der Leek’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988)
Frederike van der Leek, ‘Zich en zichzelf: Syntaxis en Semantiek I Frederike van der Leek’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988)
Frederike van der Leek, ‘Alternantie: grammatica of cognitie? Frederike van der Leek’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995)
P. Leendertz (jr.), ‘Alva's bril.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
P. Leendertz (jr.), ‘Geerde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P. Leendertz (jr.), ‘Den haring om de kuit braden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
L. Leopold, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L. Leopold, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.H. van Lessen, ‘Over namen van munten, in het bijzonder over stuiver’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941)
J.H. van Lessen, ‘Over eenige werkwoorden die ‘kijken’ beteekenen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
J.H. van Lessen, ‘Klanknabootsing als taalvormend element (V) Over enige semantische parallellen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
J.A. van Leuvensteijn, ‘Tuijghen bij Huygens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
R. Lievens, ‘Sente Mey(e)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
R. Lievens, ‘R. Lievens De herkomst van de lichtmissen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
J. Lachlan Mackenzie, ‘Wegens omstandigheden J. Lachlan Mackenzie’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006)
J.J. Mak, ‘Adelen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
J.J. Mak, ‘De oudste betekenis van Venusjanker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
J. Mansion, C.G.N. de Vooys en Jan L. Walch, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
J. van Marle, ‘De studie van de paradigmatiek: een poging tot reconstructie J. van Marle’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992)
C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
K.O. Meinsma, ‘Verscheidenheden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Judi I.H. Mendels, ‘Over ‘nevels’ en ‘dampen’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Over den Nederlandschen oorsprong der aardrijkskundige namen Skagerrak (Skagerak) en Kattegat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Bont en blauw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Em staan hebben en em om hebben.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Romeinsche vellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Liever Turksch dan Paapsch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Peter van Meurs, ‘Sta bij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
W.J. Meys, ‘Synthetische composita: voer voor morfologen Willem J. Meijs’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981)
L.C. Michels, ‘Mnl. hersten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
L.C. Michels, ‘Stromp’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
L.C. Michels, ‘Orgaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
L.C. Michels, ‘Ordinaris.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
L.C. Michels, ‘Martelaar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
Fons Moerdijk, ‘A. Moerdijk Het belang van neologismen voor de lexicale semantiek, ‘kamerbreed’ geëtaleerd’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
A. Moerdijk, ‘Lexicale semantiek en compositavorming A. Moerdijk’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Woordverklaring.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Woordverklaring.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
J.J. Moerman, ‘Benaderingen van metonymie A. Moerdijk’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1989 (1989)
J. Molemans, Mensen, namen en nummers (1976)
H.W.E. Moller, ‘Is een ‘levende’ taal een organisme?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
J.W. Muller, ‘Sek, sekgras.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J.W. Muller, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J.W. Muller, ‘Wanewaer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J.W. Muller, ‘Ham en boterham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J.W. Muller, ‘Brandaris en Sint-Brandarius.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Met Farao's bokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Borgen (Bredero, Moortje, 2937).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Bontsche maat (Naschrift op Dl. XX, 210).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘Majombe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘Majombe (Tschr. XLV 52-9).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘Vaderland en moedertaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
J.W. Muller, ‘Nennen, ninnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
J.W. Muller, ‘Nogmaals over eenige oude benamingen van hel en duivel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
J.W. Muller, ‘Een paar kantteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.W. Muller, ‘Heel en heil’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
G.A. Nauta, ‘Te lande komen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
G.A. Nauta, ‘Een zak zout met iemand eten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
G.A. Nauta, ‘Krokodillentranen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
G.A. Nauta, ‘Onder den hamer brengen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
G.A. Nauta, ‘Woordverklaringen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
G.A. Nauta, ‘Den rooden haan laten kraaien.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
G.A. Nauta, ‘Pottaart (Bredero, Moortje, 950).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
G.A. Nauta, ‘Raduys.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
G.A. Nauta, ‘Moedzalf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Ben je zestig? hij is gesjochte(n). (on)sjoeg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
G.A. Nauta, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
G.A. Nauta, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
G.A. Nauta en Adriaan E.H. Swaen, ‘Kleine Mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
Anneke Neijt, ‘Automatisch vertalen in Nederland Anneke Neijt’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
O. de Neve, ‘Over de plantnamen konfilje en konfilie de grein’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
O. de Neve, ‘Boteram van vrouwen cleren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
A.C. Oudemans, ‘Terechtwijzing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
G.S. Overdiep, ‘Vorm, beteekenis en functie van woorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
G.S. Overdiep, ‘Onterjuin’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
L. Peeters, ‘Hij heeft luie Evert (Bernt) op de rug.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
L. Peeters, ‘Elckerlijc's roeyken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
J. Pekelder, ‘Contrastieve taalkunde, tussentaal en pedagogische grammatica Jan Pekelder’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
W. Pijnenburg, ‘Linkse schimmen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
G. Pilger, ‘Woorden uit de Waterlandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Henri Pirenne, ‘Ham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Klaas Poll, ‘Orientaaltje.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
Klaas Poll, ‘Blauw, blauwe bloemen, blaauwbesse brief, blauwe besse kraamer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
Klaas Poll, ‘Kaauw-jy-ze, kaujyze.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Klaas Poll, ‘Poppe-reusen, Poppen-Goliats.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Klaas Poll, ‘Kosten synoniem met gelden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Klaas Poll, ‘Vidimus.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Klaas Poll, ‘Warenar, vs. 474 vlgg.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Tessel Pollmann, ‘Over polysemie en metonymie: de dynamiek van de semantische specialisatie T. Pollmann’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Verklaring van spreekwoorden en spreekwijzen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Marie Ramondt, ‘Sint Joris Braes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk V Semantica’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967)
J.J. le Roux, ‘Het onderspit delven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Gerlach Royen, ‘Vorm en funktie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
Reinier Salverda, ‘Reinier Salverda Culturele linguistiek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.J. Salverda de Grave, ‘‘Op de eerste plaats’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
Ariane van Santen, ‘Monistische en dualistische metafoortheorieën? Ariane van Santen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977)
Ina Schermer-Vermeer, ‘De betekenis van het woord TOCH in samenhang met de rol van intonatie E.C. Schermer-Vermeer’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984)
Ina Schermer-Vermeer, ‘Wat doet dat woord daar, zeg? Over het tussenwerpsel zeg Ina Schermer’ In: Voortgang. Jaargang 25 (2007)
André Schillings, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
M. Schönfeld, ‘De Nederlandse plaatsnamen op -ik’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
Aert Schouman, ‘Geijkte beeldspraak in het Oud-Noors.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Pieter A.M. Seuren, 'Echo: een studie in negatie' (1976)
Ph.J. Simons, ‘Het beeld.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Ph.J. Simons, ‘De term ‘betekenen’ in en buiten de kleuterroman.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
Ph.J. Simons, ‘De term ‘betekenen’ in en buiten de kleuterroman. (Vervolg van blz. 52).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
Ezechiël Slijper, ‘Opmerkingen bij enige Nederlandse spreekwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Ezechiël Slijper, ‘Oorlogswinst der Nederlandse taal. (Nalezing.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
J. Slikboer, ‘Fonosemantiek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
Emiel Spanoghe, ‘In den nap liggen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Jacob Samuel Speyer, ‘Een paar woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Karel-Frans Stallaert, ‘Lezingen. Vervalsching der geschiedenis van ons volksleven door niet genoegzame kennis der taal, door Karel Stallaert, werkend lid.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1889 (1889)
Chr. Stapelkamp, ‘Het adjectief abeluinig’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
W.H. Staverman, ‘Humor en humoristen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
F.A. Stoett, ‘Stoof en schijt.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
F.A. Stoett, ‘Ledigheid is des duivels oorkussen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
F.A. Stoett, ‘Van den os op den ezel.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
F.A. Stoett, ‘Hielbeslag.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
F.A. Stoett, ‘Ontraden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
F.A. Stoett, ‘Schrander.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
F.A. Stoett, ‘Om zeep gaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
F.A. Stoett, ‘Verevenhouten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
F.A. Stoett, ‘Potjebeuling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
F.A. Stoett, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
F.A. Stoett, ‘W.A. Winschooten's ‘Seeman’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
F.A. Stoett, ‘Doorslagen en doorweterd.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
F.A. Stoett, ‘Zeestraet, vs. 758 (en 798).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
F.A. Stoett, ‘Schamper.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
F.A. Stoett, ‘Naar, zijn hielen omzien (op de vlucht bedacht zijn).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
F.A. Stoett, ‘Het altemaal zijn.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
L. Strengholt, ‘Oorloghsoogh’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
Jan Stroop, ‘De terminologie van de handboogschutter’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
C.F.P. Stutterheim, ‘Interpretaties van metafoor en werkelijkheid C.F.P. Stutterheim’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979)
C.F.P. Stutterheim, ‘Dienstbare productiviteit C.F.P. Stutterheim’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Adriaan E.H. Swaen, ‘Uuf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Pierre Swiggers, ‘Anton Reichling: van semanticus naar algemeen taalkundige P. Swiggers’ In: Voortgang. Jaargang 14 (1993 en 1994) (1994)
W.F. Tiemeijer, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
[tijdschrift] Belfort, Het, ‘Valut.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Het begrip interpretatie in de generatieve grammatica Wiecher Zwanenburg’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Over de Nederlandse imperativus H. Proeme’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Is WEES imperativus van ZIJN? (Over de semantiek van WEZEN en ZIJN) H. Proeme’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Over de betekenis van zgn. ‘doorzichtige’ samenstellingen F.J. Heyvaert’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Anders en hetzelfde Mireille Smeets’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, ‘Bouwstenen van het Nederlands. Een pleidooi voor (nog) meer aandacht voor de idiomaticiteit van het Nederlands Ton van der Wouden (Leiden)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een Amsterdamse scheldroep uit de 15de eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘‘Ic warpe u eenen schoelap naer’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Stervende Nachtegaal n.a.v. NTg. 57, 335’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘De syntactische valentie van het’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Metafoor: wiens begrip is het eigenlijk?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Thema Metaforen Introductie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Werkwoorden op -tsen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De geheime rijkdommen van onzen woordenschat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 5]’, ‘Een teekenend spreekwoord van West-Europa’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘C-commanderen in Model-Theoretische Semantiek Eric Hoekstra’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Vaste verbindingen (in woordenboeken) Martin Everaert’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Stoof en schijt.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Woordverklaring.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Beter.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Dwepen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘‘Als God in Frankrijk.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘God zegen de greep.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Als de bok op de haverkist.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Vergelijkingen in de gesproken taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Slang-uitdrukkingen met ‘Zitten’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Klaauwen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over eene bepaling van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Brievenbus. over het w.w. verrigten.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Inleiding tot de beoefening der Nederlandsche letterkunde.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAAL-EIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘BRIEVENBUS. OVER HET W.W. VERRIGTEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘De Leeuwarder tongval en het Leeuwarder taaleigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Inleiding tot de beoefening der Nederlandsche letterkunde.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘De Leeuwarder tongval en het Leeuwarder taal-eigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Quadie, quadiën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bijnamen in Oud-Mechelen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Das (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Middelnederlands (op-)terven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Polysemievrees’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Armoedzaaier’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Raket, Reket, Roket, Riket, Rinket’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
J.F.J. van Tol, ‘‘Deus aes’ en ‘Sisink (six-cinq)’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
F. de Tollenaere, ‘Nog ‘op sijn hooft soeken’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
F. de Tollenaere, ‘‘Beijen also ons koeijen dede’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
F. de Tollenaere, ‘Beduit(je), vaan(tje), paar(tje), peerd(eken) en up(p)erken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
F. de Tollenaere, ‘Aveluinig, abeluinig, haveluinig, schaveluinig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
F. de Tollenaere, ‘Droochscote - veije scote’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956)
F. de Tollenaere, ‘Verandzaden Een woord uit de oude landbouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
F. de Tollenaere, ‘Nogmaals Verandzaden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
F. de Tollenaere, ‘Lexikografie en linguïstiek Het probleem der woordbetekenis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Van hantreiken en verhandigen tot overhandigen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Semantiek en etymologie n.a.v. twee mystificaties in het WNT: Praam ‘priem’ en Pramen ‘doorboren, priemen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Nogmaals ‘Lexicografie en linguïstiek. Het probleem der woordbetekenis’ Reichling gerehabiliteerd?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere ‘Muishond’, naam voor de wezel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983)
M.C. van den Toorn, ‘9. Semantiek’ In: Nederlandse grammatica (1973)
M.C. van den Toorn, ‘De semantiek van geest en zinnen bij Rhijnvis Feith Een terreinverkenning’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
M.C. van den Toorn, ‘De verklaring in de historische taalkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
M.C. van den Toorn, ‘M.C. van den Toorn Het onderzoek van samenstellingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
M.C. van den Toorn, ‘Van godevolen tot computergestuurd M.C. van den Toorn’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984)
U. Tuinstra, ‘Enige opmerkingen over composita van het type Jan-oom.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
C.C. Uhlenbeck, ‘Ansjovis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Eene beteekenis van Skr. ṛkṣa-.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
G.J. Uitman, ‘De term ‘Burgerlijke Stand’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
Jan van der Veen, ‘Interpretatie, een kernprobleem van de muziekwetenschap J. van der Veen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979)
François van Veerdeghem, ‘Il diest voir.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
J. Verdam, ‘Lijfcoop.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J. Verdam, ‘Non fortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Van noode hebben; van doen hebben.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘De versterkende beteekenis van on.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Sweren op sinen tant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
J. Verdam, ‘Stellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
J. Verdam, ‘Eene beteekenis van Mnl. dac.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
J. Verdam, ‘Op zijn Fransch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
J. Verdam, ‘Uit Bergen-op-Zoomsche rechtsbronnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
J. Verdam, ‘Verschiet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
A.A. Verdenius, ‘De vorm kyn(t)s bij Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
A.A. Verdenius, ‘Met iemand toeslaan, opslaan, omslaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
A.A. Verdenius, ‘Het 17de-eeuwse versterkingswoord ong(e)naartich.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
A.A. Verdenius, ‘Als ik opspring, so waecht het al.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
A.A. Verdenius, ‘Een merkwaardig werkwoord tuigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
A.A. Verdenius, ‘Over het 17de-eeuwse werkwoord en substantief verlangen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
A.A. Verdenius, ‘Moortje, vs. 1190: De garde. Het komt u toe!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
A.A. Verdenius, ‘Meskant - Waan- (wan-)kant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A.A. Verdenius, ‘Composita bestaande uit eigennaam + waarderingselement.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
A.A. Verdenius, ‘Koop je geen glas? ik denk wel neen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
Arie Verhagen, ‘Koncepties in het grammatika-onderzoek Arie Verhagen’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981)
Arie Verhagen, ‘De interpretatiestructuur van passieve zinnen Arie Verhagen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990)
Arie Verhagen, ‘Doen of laten: woordbetekenis of (ook) structuur? Arie Verhagen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994)
Arie Verhagen, ‘Taalverandering en cultuurverandering: doen en laten sinds de 18e eeuw Arie Verhagen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994)
Arie Verhagen, ‘Taal- en toch letterkunde Arie Verhagen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995)
H.J. Verkuyl, ‘Reactie: Wat schijnheiligen tot roomsen maakt; een semantische exercitie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
Marjolijn Verspoor, ‘Subjectiviteit in Engelse complementszinnen: een cognitief perspectief Marjolijn Verspoor’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995)
Linda Verstraten, ‘Een cognitief-semantische benadering van vaste verbindingen Linda Verstraten’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992)
Albert Verwey, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Eelco Verwijs, ‘De muts hebben, gemutst, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
G.J. Vis, ‘George Vis Bleke zorgen in een luie stoel’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972)
J. van Vloten, ‘Ceedse: chaise of siege?’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
J. van Vloten, ‘Germanismen en woordverklaring bij Vondel;’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J. van Vloten, ‘Den Heere Mr. A. Bogaers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J. van Vloten, ‘Woordverklaring in Vondel.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J. van Vloten, ‘WOORDVERKLARING BIJ VONDEL, AFKAPPING VAN IG, GERMANISMEN, ENZ.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J. van Vloten, ‘Woordverklaring bij Vondel, afkapping van ig, germanismen, enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. van Vloten, ‘Een taalkundige misstap, door J. van Vloten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Alexander J. de Voogt, ‘Alexander J. de Voogt Helicopter en zijn synoniemen: een vluchtige verkenning’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003)
C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Middelnederlandse spreekwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
C.G.N. de Vooys, ‘De psychologiese beschouwing van de betekenisverandering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
C.G.N. de Vooys, ‘Iets over de metafoor. (Vervolg van blz. 49).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
C.G.N. de Vooys, ‘Iets over de metafoor.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
C.G.N. de Vooys, ‘Strijk en zet.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
C.G.N. de Vooys, ‘Iets over woordvorming en woordbetekenis in kindertaal. (Vervolg van blz. 100).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
C.G.N. de Vooys, ‘Iets over woordvorming en woordbetekenis in kindertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
C.G.N. de Vooys, ‘Willem van Hildegaersberch's gedicht ‘Van mer’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
C.G.N. de Vooys, ‘Eufemisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
C.G.N. de Vooys, ‘Contaminatie bij synonieme verba.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk III C. Woordbetekenis.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947)
C.G.N. de Vooys, ‘Een zeldzaam woord in dichtertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
W.L. de Vreese, ‘Nonfortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
W.L. de Vreese, ‘Op zijn Genevois.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
W.L. de Vreese, ‘Mnl. solre.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
W.L. de Vreese, ‘Naschrift bij de correctie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
W.L. de Vreese, ‘Kleine Mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Matthias de Vries, ‘Woordafleidingen,’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Matthias de Vries, ‘Nog een proefje van middelnederlandsche taalzuivering.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Matthias de Vries, ‘NOG EEN PROEFJE VAN MIDDELNEDERLANDSCHE TAALZUIVERING.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Matthias de Vries, ‘Vélocipède.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
Wobbe de Vries, ‘Er (d'r) zonder duidelike betekenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Wobbe de Vries, ‘Invloed van neiging tot beknoptheid op vorming en betekenis van verba.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Hunebedden en Hunen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Oebele Vries, ‘Oebele Vries Het raadselachtige rechtswoord ‘heiden-moord’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
A.A. Weijnen, ‘De semantische en syntactische problematiek van het dialectwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
A.A. Weijnen, ‘De structuur van de temporele laag van de voorzetselbetekenissen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
A.A. Weijnen, ‘Structuren van Nederlandse voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
A.A. Weijnen, ‘De niet-dimensionele betekenislaag van de voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
W. Wessels, ‘Aflaat, misbedienen, ouwel, abt.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
W. Wessels, ‘AFLAAT, MISBEDIENEN, OUWEL, ABT.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
W. Wessels, ‘Doodzonde.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
W. Wessels, ‘DOODZONDE.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
M.C. van Wijhe, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
N. van Wijk, ‘Weeuwenaarspijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
N. van Wijk, ‘Kroos ‘eendekroos’ en kroost ‘kinderen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
N. van Wijk, '"Aspect" en "Aktionsart"' (1928)
N. van Wijk, ‘‘Aspect’ en ‘Aktionsart’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
J. Wils, ‘Zitten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
J. Wils, ‘Structuurtypen in de beteekenis van Nedl. bewegingswerkwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
L.A. te Winkel, ‘De zoogenoemde stoffelijke bijvoegelijke naamwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Over de uitdrukkingen: mijns gelijke, uws gelijke, enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Nog iets over het begrip van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Bladvulling.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
L.A. te Winkel, ‘De dialecten en de vocaalspelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
L.A. te Winkel, ‘De afleiding en spelling van omtrent.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
L.A. te Winkel, ‘Over het bijna vergeten voorvoegsel a-.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
L.A. te Winkel, ‘Zeep’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
L.A. te Winkel, ‘Critische beschouwing der verschillende afleidingen van het woord God.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Overeenstemming in de vormen geer, geeren, aalgeer en navegaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Vlijm.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘CRITISCHE BESCHOUWING DER VERSCHILLENDE AFLEIDINGEN VAN HET WOORD GOD.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Over de achtervoegsels -aard, -erd, -aar, -er.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘VLIJM.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘OVER DE ACHTERVOEGSELS -AARD, -ERD, -AAR, -ER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘OVEREENSTEMMING IN DE VORMEN GEER, GEEREN, AALGEER EN NAVEGAAR.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
G.W. Wolthuis, ‘Molwerk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
C.A. Zaalberg, ‘Monster passeren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
C.A. Zaalberg, ‘Schoondochter ‘stiefdochter’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
A.C. Zijderveld, ‘Gemoed. (Wdb. der Ned. T. Dl. IV, kol. 1429 vlgg.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
F.L. Zwaan, ‘‘Gespan’ bij Huygens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
F.L. Zwaan, ‘Wnt verbeuren (kol. 489)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 89 (1973)

Vormen (morfologie)

Geert Adriaens, ‘Vrouwelijke beroepsnamen in evolutie Geert Adriaens’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1982 (1982)
J.C. Anceaux, ‘Regelmaat en produktiviteit in een Austronesische taal J.C. Anceaux’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
Th.H. d' Angremond, ‘Naschrift bij N.T. 30, 417/8.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
R.H. Baayen, ‘De graad van produktiviteit van het suffix -ing Harald Baayen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990)
R.H. Baayen, ‘De CELEX lexicale databank Harald Baayen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991)
Kees-Jan Backhuys, Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, ‘Vlamers en Belgiërs De status van de adjectivische suffixen -en, -s, en -isch Kees-Jan Backhuys, Mieke Trommelen en Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988)
Mark Baeyens, C.F.P. Stutterheim en Ad Zuiderent, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
Constantinus Bake en Wobbe de Vries, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Peter Bakema, ‘Peter Bakema Het onvoltooid verleden verkleinwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Hedendaags Fetisjisme Een nieuwe weg voor de taalwetenschap Frida Balk-Smit Duyzentkunst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Vorm en betekenis in de taalkundige grondslagendiscussie Frida Balk-Smit Duyzentkunst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984)
Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
B. van den Berg, ‘Bijdrage tot de geschiedenis der spelling in Holland’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
H.L. Bezoen, ‘[Nummer 9]’, ‘Het taalkundig geslacht te Enschede’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
H.L. Bezoen, ‘Varia Tubantica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Willem Bisschop, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Alied Blom, ‘Om voor de infinitief in Eline Vere: een weloverwogen keuze Alied Blom’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990)
Alied Blom, ‘Het ondoorgrondelijk bijvoeglijk naamwoord Alied Blom’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994)
G.J. Boekenoogen en M. Schönfeld, ‘Walewijn en Walewein.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Adrianus Bogaers, ‘De uitgang ig afgekapt’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Adrianus Bogaers, ‘Kindsheid of kindschheid?’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, ‘KINDSHEID OF KINDSCHHEID?’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
A.P. de Bont, ‘Over beduit(je) en wat dies meer zij’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
Geert Evert Booij, ‘Generatieve morfologie en grenssymbolen G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976)
Geert Evert Booij, ‘Discussie en reactie’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
Geert Evert Booij, ‘Lexicale Fonologie en de organisatie van de morfologische component G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983)
Geert Evert Booij, ‘Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984)
Geert Evert Booij, ‘Conjunctiereductie én nevenschikking in gelede woorden G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
Geert Evert Booij, ‘Extrasyllabische consonanten in de morfologie van het Nederlands G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
Geert Evert Booij, P.J.A. Franssen, Emmy Gransjean-Muda, W. Hendrikx, Paul de Herder, Maaike Hogenhout-Mulder, J. Kwant, Ad Leerintveld, A.G. Melle, Jan Noordegraaf, Nico Oudejans, Dick Jan Sanders, M.A. Schenkeveld-van der Dussen, P.J. Verkruijsse, Yves G. Vermeulen en Gerard de Vriend, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Geert Evert Booij, ‘Polysemie en polyfunctionaliteit bij denominale woordvorming Geert Booij’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988)
Geert Evert Booij, ‘Complexe werkwoorden en de niveauordeningshypothese Geert Booij’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990)
Geert Evert Booij, ‘Congruentie in Nederlandse NP's Geert Booij’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992)
Andries Borgeld, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
J.H. van den Bosch, ‘Samenstellingen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
J.H. van den Bosch, ‘Sprokkel. Nêmhart = Jan Grijp.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
J.H. van den Bosch en R.A. Kollewijn, ‘Spkokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
J.H. van den Bosch, ‘Over samenstelling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
A.C. Bouman, ‘Het probleem van de ‘inwendige taalvorm’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
A.C. Bouman, ‘Over reduplicatie en de woordsoorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A.C. Bouman, ‘Het Nederlandse voorvoegsel ka-’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
Dirk Boutkan en Maarten Kossmann, ‘Dirk Boutkan en Maarten Kossmann Over sjwa-apocope in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Hugo Brandt Corstius, ‘Beer gaat door zuur naar zoet. Eenlettergrepige woorden in het Nederlands’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 46 (2003)
Cor van Bree, ‘Cor van Bree De morfologie van het Stadsfries (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 117 (2001)
Cor van Bree, ‘Cor van Bree De morfologie van het Stadsfries (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 117 (2001)
Willem Gerard Brill, ‘De uitgang ig afgekapt.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Willem Gerard Brill, ‘De ware aard van het bijvoegelijk naamwoord behept (behebt).’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Willem Gerard Brill, ‘Over faktitieve werkwoorden en uitdrukkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.H. Brouwer, ‘Overgang fs>chs?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer. B. Over naamvallen. (Vervolg van blz. 71.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer. B. Over naamvallen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer. I. Pronominaal-vormen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Woord ‘fiets’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Johan de Caluwe, ‘Deverbaal -er als polyseem suffix Johan de Caluwe’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992)
Johan de Caluwe, ‘Open versus gesloten semantiek van woordvormingsregels Johan De Caluwe’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994)
Julien Claerhout, ‘Eene Sandhiverandering.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893)
Antonie Cohen, ‘Morfologie op heterdaad betrapt A. Cohen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
C.J. Conradie, ‘Nederlandse partikels en Afrikaanse beleefdheid Jac Conradie (Johannesburg)’ In: Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995)
P.J. Cosijn, ‘Over den meervoudsuitgang -iën, door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘Pluksel door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen, door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
P.J. Cosijn, ‘Iets over de verbuiging van het Dietsche adjectief.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘De instrumentalis singularis op mi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
N.A. Cramer, ‘Een oud woord in het Westvlaamsch teruggevonden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
J.A. van Dijk, ‘Het achtervoegsel aard .’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Onder anderen of onder andere?’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Te allen tijde.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Iets over den tweeden persoon van het enkelvoud.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘Bericht aan den lezer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
S.C. Dik, ‘Over de behandeling van niet-produktieve regelmatigheden Simon C. Dik’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
A.M. Duinhoven, ‘Naamvallen A.M. Duinhoven’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
A.M. Duinhoven, ‘A.M. Duinhoven Samentrekking zonder deletie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 116 (2000)
Prudens van Duyse, ‘Tweede hoofdstuk. Taal en Prosodie.’ In: De rederijkkamers in Nederland. Deel 1 (1900)
F. den Eerzamen, ‘Over de voornaamwoorden in het Goerees’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
F. den Eerzamen, ‘Over de voornaamwoorden in het Goerees’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
J.H. Eichman, ‘Over den uitgang ing.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Frank van Eynde, ‘Automatische vertaling Frank van Eynde (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
William H. Fletcher, ‘Didaktische richtlijnen voor het gebruik van de achterzetsels prof.dr. W.H. Fletcher’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Johannes Franck, ‘Zur Mnl. conjugation.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
J.L.M. Franken, ‘Taalkundige beskouing oor Teenstra se Afrikaanse samespraak.’ In: De vruchten mijner werkzaamheden (1943)
J.J.A.A. Frantzen, ‘Wese, Gotisch wisi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eenige ten opzichte van Genus of Flectie onzekere Gotische woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Dirk Geeraerts en Fons Moerdijk, ‘Toetsing van een modeltheoretisch geïnterpreteerde morfologie D. Geeraerts en A. Moerdijk’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984)
Lia van Gemert, Tom Hage, Annelies de Jeu, Rob de Jong, Thom Mertens en Dieuwke E. van der Poel, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996)
Pieter Marius Nicolaas Jan Génard, ‘Iets over de oude Naamvalsbuigingen der Nederlandsche eigennamen, door den heer P. Génard, werkend lid der Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1890 (1890)
Pieter Marius Nicolaas Jan Génard, ‘Over de vorming van eenige Vlaamsche eigennamen.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1896 (1896)
H. Gilijamse, ‘Affixen zijn alle + Hans Gilijamse’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981)
Jac. van Ginneken en G.S. Overdiep, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 2]’, ‘De geschiedenis der drie geslachten in Nederland’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘De grondwet van het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 7]’, ‘Kleine woorden wortelen diep’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘De reeksen en cirkelgangen in het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 10]’, ‘De organieke wetten van het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 12]’, ‘Het onbepaald lidwoord en het geslacht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘Een nieuwe ontdekking der taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
J. Goossens, ‘De tweede Nederlandse auslautverscherping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke (1992)
A.W. de Groot, ‘De structuur van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
D. Haagman, ‘Subjekt en objekt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
C.B. van Haeringen, ‘Opmerkingen bij de apocope van -e.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.B. van Haeringen, ‘Opmerkingen bij de apocope van -e. (Vervolg van blz. 250).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.B. van Haeringen, 'Congruerende voegwoorden' (1939)
C.B. van Haeringen, ‘Afleidingen en samenstellingen van doen, gaan, slaan, staan en zien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
C.B. van Haeringen, 'De meervoudsvorming in het Nederlands' (1947)
C.B. van Haeringen, ‘Ingekorte samenstellingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter Twelve Word Studies’ In: Netherlandic language research (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Franciscaner, Benedictijner, Karmelieter.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter Eight Modern Netherlandic (since 1880)’ In: Netherlandic language research (1954)
C.B. van Haeringen, 'Vervoegde voegwoorden in het Oosten' (1958)
C.B. van Haeringen, ‘Geontmythologiseerd’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
K.H. Heeroma, ‘Aantekeningen bij ‘Het prefix in het verleden deelwoord’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het werkwoord reken en zijne voornaamste afstammelingen door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over stok, steen en steke, als eerste lid van een samengesteld adjectief. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche Grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Hilic, huwelijk enz., vechtelic, feestelic.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Nog een en ander over de Oudoostnederfrankische en de Middelfrankische Psalmen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
C.H. den Hertog, ‘[De leer der woordsoorten]’, ‘Het woord in het algemeen.’ In: Nederlandsche spraakkunst (1892-1896)
D.C. Hesseling, ‘Spreken en horen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
Christiaan van Heule, ‘Het vierde Deel der Spraeckonst. ’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)
Christiaan van Heule, ‘Van de Ledekens.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)
B.J. Hoff, ‘De Caraïbische causatief als produktief en iteratief procédé B.J. Hoff’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
Wim Honselaar, ‘Gesplitste en niet-gesplitste voornaamwoordelijke bijwoorden Wim Honselaar’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994)
Cor Hoppenbrouwers, ‘Het verkleinwoord in het Westerhovens Cor Hoppenbrouwers’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978)
Cor Hoppenbrouwers, 'Het genus in een Brabants regiolect' (1983)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, ‘Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
J.M. van der Horst, ‘Splitsen of niet-splitsen van voornaamwoordelijke bijwoorden J.M. van der Horst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Harry van der Hulst, ‘Ambisyllabiciteit en de structuur van Nederlandse lettergrepen Harry van der Hulst’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
Jan H. Hulstijn, Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Arie de Jager, ‘Iets over den uitgang ig.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Bijzonderheden aangaande het woord ligchaam, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect (1991)
W.A.F. Janssen, ‘De naamvals-n in het zuiden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Theo A.J.M. Janssen, ‘Het wel en niet omschreven indirekt objekt en de possessieve datief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
Theo A.J.M. Janssen, ‘Acht, zes of twee tempora? Theo A.J.M. Janssen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
J.P.B. Josselin de Jong, ‘De oorsprong van het grammatisch geslacht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
H. Kern, ‘Nog iets over den genitief veels.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Over den oorsprong van het achtervoegsel aard.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘De partikel ar in 't Oudhoogduitsch door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
H. Kern, ‘Over eenige vormen van 't werkwoord zijn in 't Germaansch. Door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
H. Kern, ‘De verbuiging van man in 't Gotisch door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
H. Kern, ‘Verkleinwoorden op sa, sia.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
H. Kern, ‘Ast, eest, ozd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Over een paar Zwitsersche en tevens Nederlandsche verkleiningsvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
J.H. Kern, ‘Verwanten van Mndl. verweent.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
J.H. Kern, ‘Naschrift over jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
G.G. Kloeke, ‘Eigennamen op -tet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
G.G. Kloeke, ‘Deutscher, sprachatlas.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
A. Kluijver, ‘Over modaliteit.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Geert Koefoed, ‘Morfologie en pragmatiek: Produktiviteit en de act van benoeming Geert Koefoed’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991)
K. Koffeman, ‘De vervoeging in het Urksch door K. Koffeman.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel. Zwakke genitief van eigennamen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel. Gij als zelfst. nw.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘De geslachten der zelfstandige naamwoorden in het Nederlandsch.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel. Naar zijn(e) pijpen dansen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘Zijn de scheepsnamen vrouwelijk?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893)
R.A. Kollewijn, ‘Woordorde en buigingsuitgangen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
R.A. Kollewijn, ‘Het geslacht der zelfstandige naamwoorden in het Nederlands.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
J.G. Kooij, ‘Analogie, fonologie en morfologie J.G, Kooij’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
J.G. Kooij, ‘Klemtoon en de fonologische cyclus J.G. Kooij’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990)
Aaldrik Koops, ‘Gebruiksgevallen van de ‘onvoltooid tegenwoordige tijd’ Aaldrik Koops’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986)
A. de Korne en T. Rinkel, ‘5. Vormleer’ In: Cursus zestiende- en zeventiende- eeuws Nederlands (1987)
C. Kostelijk, ‘Het suffix -heid in het Noordhollands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
Etsko Kruisinga, 'De vorm van de verkleinwoorden' (1915)
Etsko Kruisinga, ‘De vorm van de verkleinwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
Etsko Kruisinga, ‘II. Onze woorden: B. Samenstelling.’ In: Het Nederlands van nu (1938)
Etsko Kruisinga, ‘III. Onze woorden: C. Afleiding.’ In: Het Nederlands van nu (1938)
C. Kruyskamp, ‘Mijns hertsen gront’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
P. Leendertz (jr.), ‘Over eenige genitiefbepalingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
S.J. Lenselink en J.W. de Vries, ‘Boekbesprekingen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977)
J.H. van Lessen, ‘Over possessieve samenstellingen met af-, on-, ge-, en aan- en daarvan gèvormde substantiva.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940)
J.H. van Lessen, ‘Klanknabootsing als taalvormend element (IV)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
A. van Loey, ‘Over de verhouding van Mnl. or: ar of er vóór consonant’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
J. van Marle, ‘Over de dynamiek van morfologische categorieën J. van Marle’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
J. van Marle, ‘Woordvorming, louter een kwestie van optellen? J. van Marle’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
J. van Marle, ‘Nogmaals overkarakterisering J. van Marle’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987)
J. van Marle, ‘Een mythe over het -s meervoud J. van Marle’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
J. van Marle, ‘De eur/euse/trice-trits J. van Marle’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990)
Ann Marynissen, ‘Ann Marynissen Van -(t)ke naar -(t)je De oorsprong en verspreiding van het Nederlandse diminutiefsuffix -(t)je’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Pieter de Meijer, ‘Propp, paradigma en nationale receptie Pieter de Meijer’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979)
Clara Meijer-Wichmann, ‘Corpustaalkunde Jan Aarts, Willem Meijs’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Rob, rop. ’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. tentenel - tinterneel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
W.J. Meys, ‘Booij over Nederlandse morfologie Willem J. Meijs’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980)
W.J. Meys, ‘Synthetische composita: voer voor morfologen Willem J. Meijs’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981)
L.C. Michels, ‘Zo met geëlideerde klinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
L.C. Michels, 'Woordwording van affixen' (1957)
Jozef van Mierlo, ‘Tegen regel 8 en 5 van het voorstel-Marchant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Kleinigheden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Quirinus Ignatius Maria Mok, ‘Produktiviteit en analogie Q.I.M. Mok’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
J.W. Muller, ‘De Taalvormen van Reinaert I en II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller, ‘Ham en boterham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J.W. Muller, ‘Brandemoris en eene plaats uit Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Katerbrande (quaterbrande).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Brandenetje, brandemoris enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘Je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.W. Muller, ‘Een paar kantteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J. Naarding, ‘Woorden met sj- en tj-’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
G.A. Nauta, ‘Iets over eigennamen die appellatieven geworden zijn.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
G.A. Nauta, ‘Iets over eigennamen die appellatieven geworden zijn.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Anneke Neijt, ‘Automatisch vertalen in Nederland Anneke Neijt’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
Jillis Noozeman, ‘Bijlage Taalkundige beschrijving van de Beroyde Student en de Bedrooge Dronkkaart’ In: Beroyde student en Bedrooge dronkkaart, of Dronkke-mans hel (2004)
G.S. Overdiep, ‘Over het Nederlandsche Participium Praesentis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
G.S. Overdiep, ‘Vorm, beteekenis en functie van woorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
G.S. Overdiep, ‘De tweede-persoonsvorm’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Over den ‘tik’ om de ooren’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Zinsvormen en woordvormen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘De vorm van den imperatief’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘De middelnederlandsche imperatief’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Bijzondere partikels in het Katwijksch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Louis D. Petit, ‘4. Glossen, Woorden, Woordverklaring en Tekstcritiek.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 1 (1888)
Louis D. Petit, ‘4. Glossen, Woorden, Woordverklaring en Tekstcritiek.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 2. De literatuur bevattende verschenen van 1888-1910 (1910)
Marlies Philippa, ‘Marlies Philippa De meervoudsvorming op -s in het Nederlands vóór 1300’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
W. Pijnenburg, ‘W.J.J. Pijnenburg De Mnl. ghe-loze participia’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
Anton Reichling, ‘Het handelingskarakter van het woord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Johan Renders, ‘Opmerkingen omtrent Noord-Brabantsche verkleinwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk III Woordleer’, ‘Het woord’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967)
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving (1979)
Gerlach Royen, ‘Defleksie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
Gerlach Royen, ‘De kerfstok van de term ‘geslacht’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
Gerlach Royen, ‘Vorm en funktie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
Gerlach Royen, ‘Haar-kultuur.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
Gerlach Royen, ‘Emphasis zonder -n.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Gerlach Royen, ‘De ongelukkige trits.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Gerlach Royen, ‘Dergelijke en konsorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Gerlach Royen, ‘Verstening en verwering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands (1941)
H. Ryckeboer, ‘De enquête Willems in Frans-Vlaanderen’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997)
H. Ryckeboer, ‘Het preteritumsuffix bij zwakke werkwoorden in Frans-Vlaanderen door H. Ryckeboer’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.J. Salverda de Grave, ‘De meervoudsvorm op -s in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Ariane van Santen en J.W. de Vries, ‘Vrouwelijke persoonsnamen op -ster Ariane van Santen en J.W. de Vries’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
A. Sassen, ‘Transitiviteit als grammaticale eigenschap A. Sassen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
A.M. Schaerlaekens, ‘4 De differentiatiefase (twee en een half - vijf jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977)
J.B. Schepers, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
M. Schönfeld, ‘Het taalkundig geslacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
M. Schönfeld, ‘De Nederlandse plaatsnamen op -ik’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
M. Schönfeld, ‘Iets over het woordaksent.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Jos. Schrijnen, ‘Het gaat om de taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
H. Schultink, ‘Produktiviteit als morfologisch fenomeen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1961 (1961)
H. Schultink, ‘De bouw van nieuwvormingen met her-’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
H. Schultink, ‘Produktiviteit als morfologisch begrip in het werk van E.M. Uhlenbeck H. Schultink’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
H. Schultink, ‘Epiloog: Morfologie in millennia H. Schultink’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
H. Schultink, ‘H. Schultink De studie van de Nederlandse morfologie vanuit wetenschapshistorisch oogpunt’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993)
H. Schultink, ‘H. Schultink Lambert ten Kate en hedendaagse, Nederlandse morfologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 110 (1994)
H. Schultink, ‘Twee Nederlandse introducties in de morfologie H. Schultink’ In: Spektator. Jaargang 24 (1995)
Pieter A.M. Seuren, ‘Het probleem van de woorddefinitie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966)
B. Siertsema, ‘De produktiviteit van prefiksen in 't Yorùbá Berthe Siertsema’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
Ph.J. Simons, ‘Langs en op de rand van de zelfstandigheid. (De woorden zo c.s. en 't).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Ph.J. Simons, ‘Over de inhoud van het zogenaamde bezittelik voornaamwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Ph.J. Simons, ‘De voornaamwoordelike aanduiding van de abstrakta.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Ph.J. Simons, ‘De voornaamwoordelike aanduiding van de abstrakta. (Vervolg van blz. 211).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Ph.J. Simons, ‘Perspektief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Ph.J. Simons, ‘Rondom de kern van ons taalgeslacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
Ph.J. Simons, ‘Woordgeslacht als eenheidsgraad.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Ph.J. Simons, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Ph.J. Simons, ‘Woordgeslacht als eenheidsgraad. (Vervolg van blz. 129).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Ph.J. Simons, ‘Lege voornaamwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood. (Slot).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood. (Vervolg van blz. 154).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Norval S.H. Smith, '-Aar' (1976)
Norval S.H. Smith, ‘Over complexe werkwoorden Norval Smith’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1982 (1982)
Jacob Samuel Speyer, ‘Eenige opmerkingen omtrent de Nederlandsche substantiva gevormd met het suffix -ling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
W.H. Staverman, ‘Over rauwkost en sneltreinen, groothandelaren en kleinkinderen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Garmt Stuiveling, ‘Bloeibaarheid.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
C.F.P. Stutterheim, ‘Dienstbare productiviteit C.F.P. Stutterheim’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Jan Gerrit Talen, ‘Over vorm en indeeling der werkwoorden. Wat toegepaste methodologie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Jan Gerrit Talen, ‘Het bijvoeglik naamwoord. (Vervolg van blz. 116.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
Jan Gerrit Talen, ‘Het bijvoeglik naamwoord.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleer van 't beschaafde Nederlands. I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
Jan Gerrit Talen, ‘De comparatie. (Vervolg van blz. 42.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
Jan Gerrit Talen, ‘De comparatie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleer van 't beschaafde Nederlands. III’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
Jan Gerrit Talen, ‘Geslacht in taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Hulpwerkwoorden in modern Frans’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1968 (1968)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Weerzien met Propp Een poging tot herziening van zijn functiebegrip Marianne Roest-Young’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Morfologische productiviteit en woordontlening Wiecher Zwanenburg’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Over de Nederlandse imperativus H. Proeme’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘De syllabe en het morfeem tijdens taalverwerving M.P.R. van den Broecke en A.M. Westers-van Oord’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nog meer oude hyperkorrekte vormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een stukje morfologiegeschiedenis in een generatief kader’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De samenstelling als korte taalvorm in de krant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Werkwoorden op -tsen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De geslachtsvormen van het adjectief in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 7]’, ‘De vormen en de verbuiging der pronomina in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Primitieve vormen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De vormen en de verbuiging der pronomina in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Het zelfstandig gebruikte adjectief en het geslacht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De verbuiging van het vragend voornaamwoord en de persoonsnamen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Conjunctiereductie of nevenschikking in gelede woorden Wim de Haas’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘De notie ‘Stress Minimalizatie’ en Klemtoonaantrekking Wim de Haas’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Iets over den superlatief. (Naar aanleiding van eene examenvraag.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Taalvorming.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Een Deventersch hoogleeraar en een Deventer koek.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘EEN DEVENTERSCH HOOGLEERAAR EN EEN DEVENTER KOEK.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Het prefix in het verleden deelwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941)
F. de Tollenaere, ‘Verandzaden Een woord uit de oude landbouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
F. de Tollenaere, ‘Nogmaals Verandzaden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Van hantreiken en verhandigen tot overhandigen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980)
M.C. van den Toorn, ‘6. Theoretische achtergronden’ In: Nederlandse grammatica (1973)
M.C. van den Toorn, ‘5. Woordleer’ In: Nederlandse grammatica (1973)
M.C. van den Toorn, ‘M.C. van den Toorn Het onderzoek van samenstellingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
M.C. van den Toorn, ‘Van godevolen tot computergestuurd M.C. van den Toorn’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984)
M.C. van den Toorn, ‘Morfologisch niemandsland: commerciële naamgeving M.C. van den Toorn’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
Mieke Trommelen, ‘Er zijn minder vrouwen dan feministes Mieke Trommelen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, ‘Klemtoonaantrekking bestaat niet Mieke Trommelen & Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990)
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
E.M. Uhlenbeck, ‘Functioneel-Structurele Morfologie versus Generatieve Morfologie E.M. Uhlenbeck’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
J. Veering, ‘Het juiste woord’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959)
J. Veering, ‘De wijfjesolifant en de mannetjesmuis’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959)
J. Verdam, ‘Absolute naamvallen in 't MNL en NDL.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Over werkwoorden op -ken en -iken (-eken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘De versterkende beteekenis van on.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, 'Over het voorvoegsel ont' (1901)
A.A. Verdenius, ‘Over de inclinatie in het Middelnederlandsch. (Naar aanleiding van Oostmiddelnederlandsche vormen als gaedet, regendet enz.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
A.A. Verdenius, ‘De vorm kyn(t)s bij Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
A.A. Verdenius, ‘Het 17de-eeuwse versterkingswoord ong(e)naartich.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
A.A. Verdenius, ‘Iets uit de geschiedenis van de bilabiale W in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
A.A. Verdenius, ‘Over het onbepaalde voornaamwoord (de, het) een of ander’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
A.A. Verdenius, ‘Over een - ene, zijn - zijne (enz.).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
A.A. Verdenius, ‘Eensloefs - eensloechs. (Overgang fs > chs).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
A.A. Verdenius, ‘Adverbia van graad op -e.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
A.A. Verdenius, ‘Een relatief dij in het Fries’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
A.A. Verdenius, ‘‘Congruerende voegwoorden’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941)
A.A. Verdenius, ‘Het prefix in het verleden deelwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
Eelco Verwijs, ‘Het geslacht van Bode, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Eelco Verwijs, ‘Een paar Middelnederlandsche misgeboorten, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J. van Vloten, ‘Onvertaalbaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J. van Vloten, ‘Je of jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
C.G.N. de Vooys, ‘Een nieuwe regeling van het grammaties woordgeslacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
C.G.N. de Vooys, ‘Woordverkorting.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
C.G.N. de Vooys, ‘Een datief als onderwerp van het passivum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
C.G.N. de Vooys, ‘Een zeventiende-eeuwse bewijsplaats voor uwé's.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘III. Woordleer. A. De woordsoorten.’, ‘I. Interjekties.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947)
W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
W.L. de Vreese, ‘Ledikant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
S. de Vriendt, ‘De meervoudsuitgang [ǝs] S. de Vriendt’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
S. de Vriendt, ‘De meervoudsuitgang [ǝs] S. de Vriendt’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Wobbe de Vries, ‘Nuver (-ver < -wer).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen in de Nederlanden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Wobbe de Vries, ‘Nog iets over de noordoostlike verkleinuitgangen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
Wobbe de Vries, ‘Mnl. ei voor ij in ‘Gerrit’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
Wobbe de Vries, ‘Nogmaals de verkleinuitgangen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
Wobbe de Vries, ‘N in de gen. en dat. van Friese eigennamen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen. (Nalezing.)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Wobbe de Vries, ‘Tk > tj in het Noordfries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Wobbe de Vries, ‘Over deminutiva in en nabij Overijsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
S.J. Warren, ‘Kussen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Fred Weerman, ‘Over enkele verschillen tussen Mnl en Ndl Fred Weerman’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
A.A. Weijnen, ‘Morphologisch gekenmerkte phonemen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
Petrus Weiland, Nederduitsche spraakkunst (1805)
W. Wessels, ‘Doodzonde.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
W. Wessels, ‘DOODZONDE.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
N. van Wijk, ‘Het meervoud van de Nederlandsche verkleinwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
N. van Wijk, ‘Zoogenaamde d-epenthesis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
N. van Wijk, ‘De 1. persoon pluralis in het Oudhoogduitsch en andere Westgermaansche dialecten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
N. van Wijk, ‘Moderne studie der taalsystemen en ouderwetse linguistiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
N. van Wijk, ‘‘Morphonologie.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
N. van Wijk, ‘Grammatika en woordvorming.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
N. van Wijk, ‘Parallelisme tussen ‘phonologie’ en ‘grammatika’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
J.F. Willems, ‘Over de woorden: Antwoord, Antwoorden, Antwerden, tegenwoordig zyn, enz.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
J.H.J. Willems, ‘Sjouw en jouw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord koopen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord houden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Over de causatieve werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Kuk, kukken, kukkelen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Iets over de adjectieven, die met ge beginnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over de verkleinwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Scharminkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Over g, gh en de gewaande letter ng.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Iets over de spelling van het woord steigeren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord ligchaam en de onderlinge verhouding der h en ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Brief aan de redactie van het tijdschrift De Gids .’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Grammatische Hoofdstellingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
L.A. te Winkel, ‘Bakboord.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
L.A. te Winkel, ‘Je of jen?’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
L.A. te Winkel, ‘De dialecten en de vocaalspelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
L.A. te Winkel, ‘De afleiding en spelling van omtrent.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
L.A. te Winkel, ‘Over het bijna vergeten voorvoegsel a-.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
L.A. te Winkel, ‘Over de achtervoegsels -aard, -erd, -aar, -er.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘OVER DE ACHTERVOEGSELS -AARD, -ERD, -AAR, -ER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Bastaardwoorden met ver samengesteld door J. te Winkel.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. te Winkel, ‘Hoofdstuk X. De woordvorming in het Nederlandsch.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche taal (1901)
Wim Zonneveld, ‘The descriptive power of the Dutch theme-vowel Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982)
Wim Zonneveld, ‘De morfologie van de mens: het hoofd Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)

Normen

J. Mathijs Acket, ‘Proeve van een les in de beeldspraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
J. Mathijs Acket, ‘Spelling en stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
B.P.F. Al, ‘Norm, afwijking en interpretatie B.P.F. Al’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979)
Th.H. d' Angremond, ‘Partij als onbepaald telwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
René Appel, Anneke C.G. Fleurkens, V.J.J.P. van Heuven, Gideon Lodders, Jan Noordegraaf en J.J M. Westenbroek, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
J. van der Baan, ‘Vrij = zeer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
Constantinus Bake, ‘Bedrijvende en lijdende vorm.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
Jan van Bakel, R. Breugelmans, G. Kazemier, Henk A.C. Lambermont, F. Lulofs, A. Sassen, M.H. Schenkeveld, Bert van Selm, M.C. van den Toorn en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie (1963)
Hans Bennis, ‘Appositie en de interne struktuur van de NP Hans Bennis’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979)
Hans Bennis, ‘Hoe spel je wetenschap? Hans Bennis’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994)
B. van den Berg, D.C. Tinbergen en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
E.P. van den Berghe, ‘Een boek over onze Hedendaagsche schrijftaal.’ In: Het Belfort. Jaargang 14 (1899)
E.P. van den Berghe, ‘Een boek over onze hedendaagsche schrijftaal.’ In: Het Belfort. Jaargang 14 (1899)
Hans den Besten en H.C. van Riemsdijk, ‘Hans den Besten, Henk van Riemsdijk, Catherine Snow. Ambiguous sentences: perceptual strategies?’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
Renée van Bezooijen en Marinel Gerritsen, ‘De uitspraak van uitheemse woorden in het Standaard-Nederlands: een verkennende studie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
Edgard Blancquaert, ‘Voor een fonetiese beschrijving van het modern Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
Jan Blokker, ‘Vraaggesprek’ In: Ben ik eigenlijk wel links genoeg? (1974)
Jan Blokker, ‘Spellen’ In: Ben ik eigenlijk wel links genoeg? (1974)
Alied Blom, ‘Enkele opmerkingen over te en om Alied Blom’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
H.B.A. Bockwinkel, ‘Over de faktor cliché-werking bij het gebruik van het voornaamwoord het.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
Adrianus Bogaers, ‘Bestemmen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Adrianus Bogaers, ‘Bedenkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Adrianus Bogaers, ‘Kindsheid of kindschheid?’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, ‘KINDSHEID OF KINDSCHHEID?’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
A.P. de Bont, ‘Buiten, tegen, voorbij: drie gelijkbetekenende voorzetsels.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
A.P. de Bont, ‘Nog eens: (van) heinde (en ver)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y (1998)
Geert Evert Booij, P.J.A. Franssen, Emmy Gransjean-Muda, W. Hendrikx, Paul de Herder, Maaike Hogenhout-Mulder, J. Kwant, Ad Leerintveld, A.G. Melle, Jan Noordegraaf, Nico Oudejans, Dick Jan Sanders, M.A. Schenkeveld-van der Dussen, P.J. Verkruijsse, Yves G. Vermeulen en Gerard de Vriend, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Geert Evert Booij, P.J.A. Franssen, Atte Jongstra, Thomas Mattheij, Henk Pröpper, P.J. Verkruijsse en Anne de Vries, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987)
Jan-Hendrik Bormans, ‘Verslag van den heer professor Bormans, secretaris-rapporteur der commissie. Uittreksel wegens de tiende verhandeling, ingezonden door den heer P.V.D. Tweede hoofdstuk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
J.H. van den Bosch en R.A. Kollewijn, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
J.H. van den Bosch, ‘Taal en spelling. (Lezing, gehouden te Gouda op Dinsdag 25 April.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
J.H. van den Bosch, ‘Taal en spelling. (Lezing, gehouden te Gouda op Dinsdag 14 Maart.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
J.H. van den Bosch, ‘Over interpunksie; grondtrekken voor het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen. (Vervolg van blz. 75).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen. (Vervolg van blz. 38).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
J.H. van den Bosch, ‘‘Hij’ en ‘ie’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid en taaluniformisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Menno ter Braak, ‘Buigings-n en ‘cultuurbezit’’ In: Verzameld werk. Deel 4 (1951)
Hugo Brandt Corstius, ‘Hugo Brandt Corstius Formele invoering van klinkers’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
Hugo Brandt Corstius, Opperlandse taal- & letterkunde (1981)
Cor van Bree, ‘Nieuwe voorbeelden voor Stutterheim’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1971 (1971)
Willem Gerard Brill, ‘Over den tongval der Nieuw-Nederlandsche Klassische Schrijvers.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
Jan Broeckaert, ‘Rede gehouden door den Heer Jan Broeckaert, bestuurder der academie. De Spellingsoorlog.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1906 (1906)
Gerard Brom, ‘Aanspeeekvormen in het midden van de negentiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Gerard Brom, ‘Liggen en leggen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
M.N. Brouwer, Amaat Honoraat Joos, J.W. Muller, J.B. Schepers, Gustaaf Segers, R.D. Simons, H. Temmerman, Hugo Verriest, Gustaaf Verriest sr. en Fr. Versmissen, ‘De Voertaal van het Onderwijs door Gustaaf Segers.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1908 (1908)
C.C. de Bruin, G.A. van Es, C. Kruyskamp en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer. C. Over spelling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Over spreek- en schrijftaal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Onze spreektaal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Handboek van vreemde woorden, uitdrukkingen enz. Door L.M. Baale en Mr. Dr. C.H. Baale.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
August Victor Bultijnck, ‘Het Nederlandsch in de Gentsche dagbladpers.’ In: Het Belfort. Jaargang 14 (1899)
August Victor Bultijnck, ‘Het Nederlandsch in de Gentsche dagbladpers.’ In: Het Belfort. Jaargang 14 (1899)
Karel de Busschere, ‘Taal en spelling Guido Gezelle en de taal (I) door K. De Busschere’ In: Gezellekroniek. Jaargang 3 (1965)
Piet Calis, ‘[Toekomstige wijziging van onze spelling]’ In: De Gids. Jaargang 152 (1989)
Charivarius, Is dat goed Nederlands? (1940)
Isaäc da Costa, ‘Bilderdijk over ‘taal en klank’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Jan Craeynest, ‘Nog een woord over Zich.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
N.A. Cramer, ‘Een wijze van woordvorming.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
Fr. Daems, ‘Nog meer over stroom 1: Creativiteit’ In: VON-Informatie. Jaargang 6 (1976)
J.H. van Dale, ‘Taalsnippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, ‘Aardsch- of aardsgezind?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.H. van Dale, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
C.F.A. van Dam, C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
Jan Daman, ‘De naamvals-N bij een Zuidnederlands schrijver.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
Jean Baptiste David, ‘Over de regelmatigheyd in de spelling by de oude Nederduytsche schryvers.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
Jean Baptiste David, ‘Over de Bilderdyksche afwykingen van het gewoon schryfgebruyk in Holland.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
Jean Baptiste David, ‘Over de regelmatigheid in de spelling, by de oude Nederduitsche schryvers.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
August Defresne, ‘Iets over de zoogenaamde tusschenwerpsels Door A. Defresne’ In: De Beweging. Jaargang 12 (1916)
T.D. Detmers, ‘Waarom nog niet algemeen aangenomen?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
J.A. van Dijk, ‘Te allen tijde.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘De uitdrukking als het ware.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Het achtervoegsel aard .’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Onder anderen of onder andere?’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Over het woord gansch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Zamen of samen?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Iets over de verbuiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘De verbuiging van enkele telwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘Bericht aan den lezer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘De spelling van het Nederlandsch woordenboek.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘Over de constructie van bijzinnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, ‘Beantwoording van eenige vragen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
J.A. van Dijk, ‘Wijste of wijsste?’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.A. van Dijk, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.A. van Dijk, ‘De vier eerste.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.A. van Dijk, ‘De spelling en het lager onderwijs.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.A. van Dijk, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.A. van Dijk, ‘BOEKAANKONDIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Tieme van Dijk, G. Geerts, Ton Harmsen en L. Strengholt, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983)
B.P.M. Dongelmans, L.F. van Driel, P.J.A. Franssen, Dirk van Ginkel, Ton Harmsen, Frans A. Janssen, J.G. Kooij, W. Pijnenburg, Herman Pleij, Annejoke Smids, Marijke Spies, Jan Stroop, Kees Thomassen en Dick Welsink, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987)
F.C. Driessen, ‘Imperativus voor praeteritum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
Prudens van Duyse, ‘Tweede hoofdstuk. Taal en Prosodie.’ In: De rederijkkamers in Nederland. Deel 1 (1900)
Els Elffers, ‘Strukturalistische en generatieve taalkunde Els Elffers’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978)
G.G. Ellerbroek, ‘Modern purisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
H.J.E. Endepols, ‘Het pronomen Doe te Maastricht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
G. Engels, ‘De aanspreekvormen in het midden van de negentiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Geertruida Fortuyn-van de Spelt, ‘Geertruida Fortuyn - van de Spelt Goud is Goud en Gaut is Doeblee’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972)
Johannes Franck, ‘Beiträge zur Niederländischen Grammatik.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
G. Geerts, ‘Op z'n plaats’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
G. Geerts, ‘De verspreiding van het algemeen Nederlands in West-Vlaanderen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
W. de Geest, ‘Grammatica als erfdeel Prof. dr. Wim de Geest’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 27 (1984)
W.P. Gerritsen, ‘Het pronomen Jeij in het Liedboekje van Marigen Remen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Karel de Gheldere, ‘Dient Het Nederlandsch noodeloos met bastaardwoorden doorspekt te zijn om als wetenschappelijke taal te kunnen doorgaan? door Jhr. Dr. K. de Gheldere.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1908 (1908)
Jac. van Ginneken, ‘Het gesprek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Jac. van Ginneken, ‘Ellipsomanie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Jac. van Ginneken, ‘Een proeve van nederlandsche spraakkunst. De tijden van het werkwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Jac. van Ginneken, ‘De kataloog van een taalmuseum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Jac. van Ginneken, ‘De nieuwe Nederlandsche spraakkunst en het buitenland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Jac. van Ginneken, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken en G.S. Overdiep, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 6 en 7]’, ‘De voornaamwoordelijke aanwijzing en het geslacht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
J. Goossens, ‘Vlaamse purismen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975)
W. Govaart en M.H. van de Ven, ‘Nogmaals: ‘de’ vóór eigennamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Dirk de Groot, ‘De vier eerste.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.P. Guépin, De beschaving (1983)
D. Haagman, ‘Mignon.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
G.J. de Haan, ‘Ger J. de Haan Twee interpretaties van het cyclies principe’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
Jacob Haantjes en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
C.B. van Haeringen, ‘Friese elementen in het Hollands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
C.B. van Haeringen, ‘Zang- en spraakles.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
C.B. van Haeringen, ‘‘Spelling Pronunciations’ in het Nederlands. (Vervolg van blz. 108).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.B. van Haeringen, ‘‘Spelling pronunciations’ in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter Eight Modern Netherlandic (since 1880)’ In: Netherlandic language research (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Onze ‘uitspraak’ van het Middelnederlands. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Franciscaner, Benedictijner, Karmelieter.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Studeerkamer en laboratorium.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
C.B. van Haeringen, ‘Onbehouden’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
C.B. van Haeringen, ‘Houwen ‘gemeenzaam’, houden (hyper)correct’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Walter Haeseryn, ‘Nieuwe media’, ‘De elektronische ANS: mogelijkheden en beperkingen Walter Haeseryn’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
Reinhilde Haest, ‘Betekenis van de comparatief’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
J.A. vor der Hake, ‘Is de beleefdheidsvorm U 'n verbastering van UEd.?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
J.A. vor der Hake, ‘Kwasi-eenvoud in taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Anton Gerard van Hamel, ‘Fransche spraakkunst.’ In: De Gids. Jaargang 65 (1901)
Anton Gerard van Hamel, ‘Fransche spraakkunst.’ In: De Gids. Jaargang 65 (1901)
K.H. Heeroma, ‘De beleefdheidsvorm u omstreeks 1800.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
K.H. Heeroma, ‘Elkaar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
K.H. Heeroma, ‘De telwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
Jacobus Heinsius, ‘Zwemmen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de Nedl. scherpkorte en zachtkorte o.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
H.M. Hermkens, Verzorgd Nederlands (1966)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
D.C. Hesseling, ‘De woorden op loos.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
D.C. Hesseling, ‘Purisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
D.C. Hesseling, ‘Een eigenaardige vorm van liefkozing.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
D.C. Hesseling, ‘Nog eens die als lidwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
D.C. Hesseling, ‘Uit den treure.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
Pontus de Heuiter, Nederduitse orthographie (1581)
Christiaan van Heule, ‘.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)
V.J.J.P. van Heuven, Els van Houten en J.W. de Vries, ‘De perceptie van Nederlandse klinkers door Turken V.J. van Heuven, J.E. van Houten, J.W. de Vries’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Willy van Hoecke, ‘De wisselwerking tussen Romaans en Germaans in Noord-Frankrijk 2. De Franse standaardtaal Willy Van Hoecke’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1979 (1979)
Th. van den Hoek, ‘Th. van den Hoek Ge-afleidingen en Chomsky's lexicalistische hypothese.’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
Teun Hoekstra en Harry van der Hulst, ‘Struktuur-paradoxen bestaan niet Teun Hoekstra, Harry Van Der Hulst, Frans Van Der Putten’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988)
Maaike Hogenhout-Mulder, Cursus Middelnederlands (1983)
Wim Honselaar, ‘Gesplitste en niet-gesplitste voornaamwoordelijke bijwoorden Wim Honselaar’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994)
J.M. van der Horst, ‘Splitsen of niet-splitsen van voornaamwoordelijke bijwoorden J.M. van der Horst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
J.M. van der Horst, ‘De toekomst van ...’, ‘Over de toekomst van het lezen Joop van der Horst (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 14 (2000) (2001)
J.L. Horsten, ‘Aantekeningen bij Pluim's Nederlandse Spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels (1971)
Harry van der Hulst, ‘Overzichtsartikel: natuurlijke generatieve fonologie. Harry Van Der Hulst’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978)
W.M.H. Hummelen, C. Kruyskamp, P.J. Meertens, F. de Tollenaere, Marie Veldhuyzen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
A. Jacob-Bekaert, ‘Levende ‘zeispreuken’ in Nederland?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Jozef Jacobs, ‘Over de germanismen.’ In: Het Belfort. Jaargang 14 (1899)
Arie de Jager, ‘Man en maag. - Eerlang. - Hagendeveld.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Nalezing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Iets over den uitgang ig.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘De beteekenis van roekeloos.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Arie de Jager, ‘Uitweiden of uitwijden?’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Arie de Jager, ‘Dr. J.H. Halbertsma en de Nederlandsche spelling. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Arie de Jager, ‘Eenige der nieuwste spelveranderingen getoetst door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
Th. de Jager, ‘Het ‘Brabantse’ de in Zuid-Holland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Frank Jansen, ‘Omtrent de om-trend F. Jansen’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988)
Frank Jansen, ‘Methoden voor normatief stilistisch onderzoek van de standaardtaal F. Jansen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1988 (1988)
Elisabeth Jongejan, ‘Van Leeuwenhoek's brieven en de Nederlandse schrijftaal in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
G. Kalff, ‘Over spelling.’ In: De Gids. Jaargang 56 (1892)
H. Kern, ‘De infinitieven op jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, ‘Over den oorsprong van het achtervoegsel aard.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern en L.A. te Winkel, ‘Iets over noordenwind enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.H. Kern, ‘Is de beleefdheidsvorm U een verbastering van U.E?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
J.H. Kern, ‘Nog iets over de beleefdheidsvorm U.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
Maarten Klein en M.C. van den Toorn, ‘Vooropplaatsing van PP's M. Klein en M.C. Van Den Toorn’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978)
G.G. Kloeke, ‘Klankoverdrijving en goedbedoelde (hypercorrecte) taalvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
G.G. Kloeke, ‘Oudhollandsche relicten met ‘U’-uitspraak voor Germ. Û.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
G.G. Kloeke, ‘Naschrift op ‘Haagse volkstaal uit de achttiende eeuw’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
G.G. Kloeke, ‘Over jullie en enige andere pronomina.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
G.G. Kloeke, ‘Doubletten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
G.G. Kloeke, ‘Beschaafdentaal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
W.G. Klooster, ‘De taalkundige als neerlandicus W.G. Klooster’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975)
A. Kluijver, ‘Over modaliteit.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Geert Koefoed en J. van Marle, ‘Herinterpretatie: voorwaarden en effecten J. Van Marle, G.A.T. Koefoed’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988)
Anthonie Marius Kollewijn, ‘Brill's Nederlandsche spraakleer en de onderwijzers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Anthonie Marius Kollewijn, ‘Brill's Nederlandsche spraakleer en de onderwijzers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
R.A. Kollewijn, ‘Uit de spelling. Fragmenten van een lezing.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
R.A. Kollewijn, ‘Over taalfouten en noch wat.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
R.A. Kollewijn, ‘Vereenvoudigde spelling. (Naar aanleiding van het artiekel van Dr. Detmers).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
R.A. Kollewijn, ‘Invloed van de Latijnse spraakkunst.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
R.A. Kollewijn, ‘Een taaldespoot uit de pruiketijd.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
R.A. Kollewijn, ‘De Vereenvoudigde Verdedigd Door Dr. R.A. Kollewijn.’ In: De Beweging. Jaargang 3 (1907)
R.A. Kollewijn, ‘Woordgeslachtsmoeilikheden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
J.G. Kooij, ‘J.G. Kooij Presuppositie, Topic, en de plaats van het indirekt objekt’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
J.G. Kooij, ‘Deelwoordenjammer en grammatikaspijt J.G. Kooij’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988)
K. Kooiman, ‘Ik heb geweest, ik ben geweest.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
K. Kooiman, ‘Zuidhollands ‘hoordiede’, ‘lachtiede’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
Jan Koopmans, ‘‘Zuiver’ schrijven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Jan Koopmans, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
W. Kramer, ‘Stilistiek III. Herbert Seidler, Allgememe Stilistik Göttingen 1953.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
Enoch Krook, Etsko Kruisinga en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Etsko Kruisinga, ‘De verwaarlozing van de klankleer in de Nederlandse Spraakkunsten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
Etsko Kruisinga, ‘Beschaafdentaal iets onnatuurliks?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Etsko Kruisinga, ‘Vokaal en konsonant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Etsko Kruisinga, ‘Tamboers der voorhoede?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Etsko Kruisinga, ‘Heeft het Nederlands een genitief meervoud?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Etsko Kruisinga, ‘X. Spreken en schrijven.’ In: Het Nederlands van nu (1938)
C. Kruyskamp, ‘Een onuitgegeven spraakkunst uit de 18de eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
Reind Kuitert, ‘Zesendertig jaar spraakkunstonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Reind Kuitert, ‘Verliest de Nederlandse cultuurtaal streektaalschakering?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
J.E. van der Laan, ‘Abstrakt en konkreet.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
Hendrik Martinus Labberté, ‘Eenige woorden over het gebruik van d'.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Jan Jacob Lambin, ‘Gebruik van vlaemsche woorden in oude fransche bescheeden.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
M.J. Langeveld, ‘De zogenaamde ‘tussenwerpsels’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
M.J. Langeveld, ‘Abstrakt en konkreet. (Enkele opmerrkingen).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
S.J. Langeweg en A.M. Slootweg, ‘Klemtoonpatronen in complexe nominale samenstellingen S.J. Langeweg’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988)
Karel Lodewijk Ledeganck, ‘Beslissing der Koninglyke Commissie wegens de geschilpunten in het schryven der Nederduitsche tael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
Frederike van der Leek, ‘Frederiek van der Leek Opmerkingen over ‘Cause’’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
Conradus Leemans, ‘Het algemeen alphabet.’ In: De Gids. Jaargang 19 (1855)
Conradus Leemans, ‘Het algemeen alphabet.’ In: De Gids. Jaargang 19 (1855)
Hubert Lemeire, ‘Inleidend hoofdstuk.’, ‘A. Spelling en klank.’ In: De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970)
W.W. van Lennep, ‘Eenige vragen betreffende de geslachten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Jacob van Lennep, De vermakelijke spraakkunst (1865)
anoniem Limburgse sermoenen, ‘V. Verbuiging.’ In: Limburgsche sermoenen (1895)
H. Logeman, ‘Over etiemologiese spelling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896)
H. Logeman, ‘De V en de W in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
J. Mansion, C.G.N. de Vooys en Jan L. Walch, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Hippoliet Meert, ‘Uit de pathologie der taal. Taalphantasmen.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894)
Hippoliet Meert, ‘Uit de pathologie der taal. Gallicismen.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894)
Hippoliet Meert, ‘Uit de pathologie der taal. Taalphantasmen.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894)
Jan Messchert van Vollenhove, ‘Iets over ‘zuiver’ Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
A.C. Meyer, ‘Nederlandsch- of Fransch-Vlaamsch.’ In: Het Belfort. Jaargang 12 (1897)
Hubert J. Michaël, ‘Over de zogenaamde letterwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
L.C. Michels, ‘Is bemedelijd een Germanisme?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
H.W.E. Moller, ‘Vondel's spelling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Arnold Moonen, Nederduitsche spraekkunst (1706)
F. Mori-Leemhuis, Philippe Noble, Erich Püschel, B. Rajman, William Z. Shetter, Sulastin Sutrisno en Paul Vincent, ‘Ochtendzitting dinsdag, 31 augustus 1982’, ‘Forumgesprek met discussie over ‘inhoud en vorm van de Neerlandistiek buiten België en Nederland’.’ In: Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983)
A.J.M. Mulder, ‘Spelling en kultuur’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
J.W. Muller, ‘De Taalvormen van Reinaert I en II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
J.W. Muller, ‘Fragment eener zestiendeeuwsche Nederlandsche spraakkunst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919)
J.W. Muller, ‘Bijdragen tot de geschiedenis onzer Nieuwnederlandsche aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
J.W. Muller, ‘Bijdragen tot de geschiedenis onzer Nieuwnederlandsche aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
J.W. Muller, ‘Bijdragen tot de geschiedenis onzer Nieuwnederlandsche aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
J.W. Muller, ‘Nogmaals de beleefdheidsvorm U.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
Jaak Muyldermans, ‘Lezing. Taalverarming, taalverrijking, door J. Muyldermans.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1896 (1896)
Jaak Muyldermans, ‘Over spreektaal en schrijftaal.’ In: Het Belfort. Jaargang 13 (1898)
J. Naarding, ‘Afwijkende constructies.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
G.A. Nauta, ‘Nog iets over ‘een’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Anneke Neijt, Jeroen Weber en Johan Zuidema, ‘Hiërarchieën op de knieën Johan Zuidema, Anneke Neijt en Jeroen Weber’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994)
Anneke Neijt en Johan Zuidema, ‘Als kiviet naar de Woordenlijst Anneke Neijt en Johan Zuidema’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994)
P.M. Nieuwenhuijsen, ‘Taalgebruiksbeschouwing Peter Nieuwenhuijsen’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980)
D.B. van Nisius, ‘Uitvergroten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
Anneke Nunn, ‘Een modulair model voor spelling en fonologie Anneke Nunn’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992)
Julius Obrie, ‘Lezing. Zuiverheid van Taal, door J. Obrie, werkend lid.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1890 (1890)
Julius Obrie, ‘Verslag van den heer J. Obrie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1900 (1900)
G.S. Overdiep, ‘Een opmerking over het Nederlandsche perfectum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
G.S. Overdiep, ‘[Nummer 1]’, ‘Spelling en verbuiging in ‘Onze Taaltuin’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Volkstaal en algemeene tall’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘De taal van gansch het volk ....’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
P.C. Paardekooper, ‘U en ue.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids (1978)
P.C. Paardekooper, ‘Ken het soms hier legge? P.C. Paardekooper’ In: Voortgang. Jaargang 10 (1989)
J.L. Pauwels, ‘Taalkundige kroniek over spraakkunst door Dr J.L. Pauwels’ In: Dietsche Warande en Belfort. Jaargang 1945 (1945)
C.W. van der Pot, ‘Nogmaals: het gebruik van vreemde woorden.’ In: Neerlandia. Jaargang 8 (1904)
Frans de Potter, ‘Spelling der aardrijkskundige namen.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
A. Prayon-van Zuylen, ‘Over taalpolitie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1899 (1899)
A. Prayon-van Zuylen, ‘Lezing. Taalzuiveraar's borstwering Afgeweerd en weggeborsteld. Een laatste woord tot Dr. W. de Vreese.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1900 (1900)
A. Prayon-van Zuylen, ‘Kollewijn-spelling. Verslag van den heer Prayon-van Zuylen.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1900 (1900)
A. Prayon-van Zuylen en W.L. de Vreese, ‘[Overzicht van de meest voorkomende misslagen bij het gebruiken der Nederlandsche taal, aangeboden door den heer A.-M.M.]’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1902 (1902)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Over ‘Taal en Spelling’ bij Multatuli.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
anoniem Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
Gisela Redeker en José Sanders, ‘Perspectief in narratieve teksten José Sanders en Gisela Redeker’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1993 (1993)
Anton Reichling, ‘Enkele notities bij de syntakties-stylistiese methode. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
Anton Reichling, ‘Enkele notities bij de syntakties-stylistiese methode. I.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
W.N. de Rieu, ‘Eene vertaling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
W.N. de Rieu, ‘Eene vertaling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J.B.M. van Rijen, ‘Transformationeel generatieve grammatika's als verklarende theorieën’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk VI Voornaamwoordelijke aanduiding en spelling’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967)
Edward Rombauts, ‘Richard Verstegen over versmaat en taalzuivering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
J.J. de Rooij, Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
J.J. le Roux, ‘Het lidwoord ‘die’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Gerlach Royen, ‘Nogmaals de nominale klassifikatie in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Gerlach Royen, ‘Haar-kultuur.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
Gerlach Royen, ‘Vervanging en aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
Gerlach Royen, ‘Aanwas van hij C.S.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
Gerlach Royen, ‘Kongruentie en bijgedachte.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
Gerlach Royen, ‘Seksualizering en seksualitis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
Gerlach Royen, ‘Spraakkunstige sprongen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Gerlach Royen, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Gerlach Royen, ‘Verbale grilligheid.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
Gerlach Royen, ‘Taaie onregelmatigheid.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands (1941)
Gerlach Royen, ‘De waarnemend sekretaris.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
Gerlach Royen, ‘Het gestolte(n) vet.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
Gerlach Royen, ‘Eldorado: dorado.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
Gerlach Royen, ‘Aanschouwelijkheidsdrang bij voorzetsels.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Gerlach Royen, ‘De komma-bacil.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
Gerlach Royen, ‘Ter nader onderzoek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
Gerlach Royen, ‘Kruisinga als troef.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
Gerlach Royen, ‘Typistes en typisten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
Els Ruijsendaal, Letterkonst (1991)
Maurits Sabbe, ‘Een en ander uit den taalstrijd in Zuid-Nederland tusschen 1815 en 1830 door Dr. Maurits Sabbe’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1936 (1936)
J.J. Salverda de Grave, ‘Spreektaal en schrijftaal in Frankrijk. Vergelijking van hun Zinsbouw.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904)
J.J. Salverda de Grave, ‘Spellingkwesties in Frankrijk en Italië.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
J.J. Salverda de Grave, ‘Een ‘kleine zuiveraar’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
J.J. Salverda de Grave, ‘Het onderwijs der Franse spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
J.J. Salverda de Grave, ‘De Nederlandse meervoudsvorm op -S.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
J.J. Salverda de Grave, ‘Vereenvoudigingsargumenten van vóór honderdzestig jaar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
J.B. Schepers, ‘Een schrijftaal? [Met Naschrift.]’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
M. Schönfeld, ‘De grammatika op de middelbare school’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
M. Schönfeld, ‘Iets over het woordaksent.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
Jacob van der Schuere, Nederduytsche spellinge (1612)
H. Schultink, ‘Het Nederlands als objecttaal in de internationale linguïstiek H. Schultink’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
Gustaaf Segers, ‘Lezing. De vereenvoudiging van de schrijftaal door den heer G. Segers.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1902 (1902)
H. Sermon, ‘Snippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Pieter A.M. Seuren, ‘Pieter A.M. Seuren Sociolinguistische overpeinzingen bij een penguin’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
Ph.J. Simons, ‘Is 't zwaktonige die een aanwijzend of een persoonlik voornaamwoord?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Ph.J. Simons, ‘Twee opstellen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Ph.J. Simons, ‘Over enige faktoren bij de sexe-aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Ph.J. Simons, ‘Bedrieglike elementen in ‘onze schoone moedertaal.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Leo Simons en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Ph.J. Simons, ‘Graduering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
Ph.J. Simons, ‘Stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
Ph.J. Simons, ‘Taalevolutie en patriotisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Ph.J. Simons, ‘Grote stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
Ph.J. Simons, ‘Van Deysel en wij over schone plastiek in de woordvorming’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
Ph.J. Simons, ‘Gevoelswaarde en grammatica.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Ph.J. Simons, ‘Over onze leus. Proeve van existentiële taalkunde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
Ph.J. Simons, ‘Over onze leus. Proeve van existentiële taalkunde. (Vervolg van blz. 83).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
Ph.J. Simons, ‘Wat na de revolutie?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Gilbert A. R. de Smet, ‘De evolutie van de Limburgse ambtelijke schrijftaal na Woeringen door G. de Smet’, ‘Teksten - materiaal’ In: Woeringen en de oriëntatie van het Maasland (1988)
Norval S.H. Smith, ‘In Support of D-Deletion Norval S.H. Smith’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976)
W.H. Staverman, ‘De bevoegdheid der Nederlandse kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
G. van Stolk, ‘Barbarismen.’ In: Neerlandia. Jaargang 8 (1904)
H. van Strien, ‘Hasselbach's ‘Nederlandsche-spraakkunst’ principiëel beoordeeld.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
Garmt Stuiveling, ‘Losse notities.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
C.F.P. Stutterheim, ‘Het begrip ‘modaliteit’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
C.F.P. Stutterheim, ‘Commentaar’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1965 (1965)
Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleer van 't beschaafde Nederlands. I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
Rob Tempelaars, ‘‘Mij zinkt de moed bij het zien van de hoeveelheid’ De collectie historische taalkunde’ In: Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1995)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Taalhandelingen, voltrokken en benoemd Gabriël Nuchelmans’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
[tijdschrift] Gids, De, ‘De Nederlandsche spelling.’ In: De Gids. Jaargang 26 (1862)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Grammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Multatuli over spelling, taal en taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Staring over spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Grammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nog iets over tante Betje.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Taalverarming?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Aankondigingen en mededelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Is het algemeen beschaafd armoedig?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nog eens: de algemeen secretaris.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een praedicatieve bepaling bij een datief?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘De syntactische valentie van het’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Buigingsvormen van bijvoeglijke naamwoorden’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Over Antoni van Leeuwenhoeks taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Vragen en antwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Hoe loopt het met onze spelling af?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Jan Koster PP Over V en de theorie van J. Emonds.’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Een nieuwe inleiding in de transformationele taalkunde N.F. Streekstra’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Nederlandse transformationele taalkunde in artikelen Sies De Haan’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Effect-onderzoek taalvaardigheid B. Meuffels’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Over Wh-verplaatsing en Cl-verplaatsing in het Nederlands. Johan Kerstens’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Behalve als voorzetsel Fred Landman & Ieke Moerdijk’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Opvattingen over het A.B.N. J.W. De Vries’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Sprokkel. Zuiverheid van taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘F en T.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Beknopte spraakleer van 't beschaafde Nederlands. De spelling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Over algemene spreektaal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Beknopte spraakkunst van 't beschaafde Nederlands.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Een taalkundig zondenregister.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘EEN TAALKUNDIG ZONDENREGISTER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Deventersch en Deventer.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘EEN DEVENTERSCH HOOGLEERAAR EN EEN DEVENTER KOEK.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DEVENTERSCH EN DEVENTER.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Een Deventersch hoogleeraar en een Deventer koek.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Vonk, ‘Laatste voorstellen voor creatieve spellingsles.’ In: VON-Informatie. Jaargang 6 (1976)
D.C. Tinbergen, ‘Enkele opmerkingen over het gebruik van ie, die, enz..’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
D.C. Tinbergen, ‘De ‘Twe-spraack vande Nederduitsche Letterkunst’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
M.C. van den Toorn, ‘1. Traditionele zinsontleding’ In: Nederlandse grammatica (1973)
M.C. van den Toorn en J.A.M. Vermaas, ‘M.C. van den Toorn - Ja. A.M. Vermaas Veranderingen in de aansprekingen van de ouders’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 104 (1988)
E.J.J. Bachigaloupi Tourniaire, ‘Maarten C. van den Toorn Kloeke en het normendebat’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
G. Troch, ‘Nog een creatieve aanpak van een spellingsles’ In: VON-Informatie. Jaargang 6 (1976)
E.M. Uhlenbeck, ‘Moderne nederlandse taalbeschrijving’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1960 (1960)
E.M. Uhlenbeck, ‘Kraak's negatieve zinnen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1971 (1971)
K. Veenenbos, ‘Iets over vergelijkingen in de taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 201).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen (1956)
M.H. van de Ven, ‘Nog iets over het Brabantse de.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
M.H. van de Ven, ‘Een eigenaardig gebruik van het lidwoord ‘de’ in het Brabants.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
J. Verdam en Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
A.A. Verdenius, ‘Congruerende imperatieven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
A.A. Verdenius, ‘.... Doen te weten:’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
A.A. Verdenius, ‘Iemand aanhouden (door vriendelijke ontvangst aan zijn huis binden).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
A.A. Verdenius, ‘Een onveranderlijk relatief dat.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
A.A. Verdenius, ‘Interjecties op drift.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
A.A. Verdenius, ‘Een opmerkelijk gebruik van het bijvoegelijke ander.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
A.A. Verdenius, ‘De lidwoordsvorm den (d'n) in het hedendaags Fries.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
A.A. Verdenius, ‘Over het voornaamwoord jullie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
Arie Verhagen, ‘Fokusbepalingen en grammatikale theorie Arie Verhagen’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979)
Peter Verstegen, ‘Peter Verstegen De spelling van 1990’ In: De Revisor. Jaargang 1 (1974)
A.J. Vervoorn, ‘III. Hoofdletters, Leestekens, Aaneenschrijven’ In: Kleine grammatica van de waanzin (1977)
Albert Verwey, ‘Een Woord In Zake Spelling-Wijziging Door Albert Verwey.’ In: De Beweging. Jaargang 6 (1910)
Lucius Vindex, ‘Hoog-Hollandsch, plat-Vlaamsch of... knoeitaal.’ In: Het Belfort. Jaargang 12 (1897)
Roel Vismans, ‘Ervaringen met de ANS Roel Vismans’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
Peter Jozef Visschers, ‘Merkwaerdige toetreding tot het taelstelsel der Koninklyke Commissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
S. Vissering, ‘Aan den heer profr. J. van Vloten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J. van Vloten, ‘Taalbederf.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
J. van Vloten, ‘Taalbederf.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
J. van Vloten, ‘De infinitieven op yen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J. van Vloten, ‘Aan prof. S. Vissering.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J. van Vloten, ‘Je of jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J. van Vloten, ‘Den Heere L.A. te Winkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
J. van Vloten, ‘Aan de Redactie van 't Nederlandsche Woordenboek.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
C.G.N. de Vooys, ‘Kanttekeningen Bij Den Hertog's Nederlandse Spraakkunst. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
C.G.N. de Vooys, ‘Kanttekeningen bij Den Hertog's Nederlandse Spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
C.G.N. de Vooys, ‘‘Buigings-uitgangen mogen niet verwaarloosd worden.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwe wegen? (Vervolg van blz. 96).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Synoniemen-behandeling bij het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Kritiek van de gangbare synoniemenbehandeling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Het achtervoegsel -ziek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Kritiek van de gangbare synoniemen-behandeling. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘De behandeling van ‘figuurlike taal’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
C.G.N. de Vooys, ‘Misverstand.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
C.G.N. de Vooys, ‘Tekstverknoeiing in de ‘Sara Burgerhart’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
C.G.N. de Vooys, ‘Wanbegrippen omtrent taal en spelling bij letterkundigen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
C.G.N. de Vooys, ‘Het gezag van een ‘Algemeen Beschaafd’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Het gezag van een ‘Algemeen Beschaafd’. (Vervolg van blz. 14).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
C.G.N. de Vooys, ‘Aantekening’ In: De Beweging. Jaargang 12 (1916)
C.G.N. de Vooys, ‘Pontus de Heuiter, een taal- en spelling-hervormer uit de zestiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
C.G.N. de Vooys, ‘Uit de jeugd van onze spraakkunst (vervolg van blz. 221).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
C.G.N. de Vooys, ‘Uit de jeugd van onze spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
C.G.N. de Vooys, ‘Spellingvrede? Door C.G.N. de Vooys’ In: De Beweging. Jaargang 14 (1918)
C.G.N. de Vooys, ‘Iets over Nederlandse aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
C.G.N. de Vooys, ‘Uit en over oude spraakkunsten. (Vervolg van XIV blz. 147).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
C.G.N. de Vooys, ‘Achttiende-eeuwse spraakkunstbeschouwing.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
C.G.N. de Vooys, ‘Een nieuwe regeling van het grammaties woordgeslacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
C.G.N. de Vooys, ‘De taalbeschouwing van Lambert ten Kate.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
C.G.N. de Vooys, ‘Een regeling van het grammaties geslacht in verband met de sexe?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
C.G.N. de Vooys, ‘Duitse invloed op Nederlands purisme omstreeks 1800.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
C.G.N. de Vooys, ‘Nog een achttiende-eeuwse ‘Vlaemsche spraekkonst’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwe Nederlandse spraakkunsten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
C.G.N. de Vooys, ‘De zogenaamde ‘tussenwerpsels’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
C.G.N. de Vooys, ‘Van Ginneken's pleidooi voor een onveranderlike ‘schrijftaal’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk III De zestiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk II Het Middelnederlands sedert de overlevering uit schriftelijke bronnen’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VIII Het Nederlands in België (1830-pl.m. 1890)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IX De ontwikkeling in Noordnederland sedert pl.m. 1885’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘De buigings-n als een steun voor het taalinzicht en het spraakkunst-onderwijs?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘De taalbeschouwing van Siegenbeek-Weiland en van Bilderdijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IV De zeventiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk V De achttiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Drukken de lidwoorden ‘de’ en ‘het’ waardering uit?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
C.G.N. de Vooys, ‘Een dilettantiese taalzuiveraar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
C.G.N. de Vooys, ‘Vrij = zeer?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
C.G.N. de Vooys, ‘Stijlontaarding door afschaffing van de buigings-n?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
C.G.N. de Vooys, ‘Taalbederf door de school van Kollewijn?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
C.G.N. de Vooys, ‘Opmerkingen over theorie en praktijk van interpunctie. (Vervolg van blz. 258).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.G.N. de Vooys, ‘Een achttiende-eeuwse latinist over spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.G.N. de Vooys, ‘Opmerkingen over theorie en praktijk van interpunctie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
C.G.N. de Vooys, ‘Familiaar-beschaafd gesproken Hollands uit het midden van de achttiende eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
C.G.N. de Vooys, ‘De naamvals-n in taalkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Uit de geschiedenis van de Nederlandse spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
C.G.N. de Vooys, ‘Een ‘Vlaemsche Spraekkonst’ uit het einde van de achttiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
C.G.N. de Vooys, ‘Engelse invloed op het Nederlands. (Tweede nalezing).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
C.G.N. de Vooys, ‘Verschoppelingen in de Nederlandse woordvoorraad: substantieven op -name en -gave.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
C.G.N. de Vooys, ‘Engelse invloed op de Nederlandse woordvoorraad Tweede aanvulling’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
C.G.N. de Vooys, ‘Boekentaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
W.L. de Vreese, ‘Taalpolitie.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894)
W.L. de Vreese, ‘Hoe zou een ‘école payante’ in het Nederlandsch wel heeten?’ In: Het Belfort. Jaargang 14 (1899)
W.L. de Vreese, ‘Taalzuiveraar's borstwering Door Dr. Willem de Vreese. Vervolg.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1900 (1900)
W.L. de Vreese, ‘Taalzuiveraar's borstwering, door Dr. Willem de Vreese.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1900 (1900)
W.L. de Vreese, ‘[Taalzuiveraar's Borstwering, door Dr. W. de Vreese (vervolg)]’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1900 (1900)
W.L. de Vreese, ‘Een komma-kwestie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
S. de Vriendt, ‘Impliciete of expliciete grammatica prof.dr. S. de Vriendt’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Matthias de Vries, ‘Het ware liberalisme in de Nederlandsche spraakkunst.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
Matthias de Vries, ‘V. Leiden of Leyden? Mededeeling in de vergadering van 5 maart 1869, van M. de Vries.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1869 (1869)
Wobbe de Vries, ‘Abnormale spelling van goed in het Mnl., Mnd. en Ofri.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Taal- en spellingstrijd in Noorwegen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
Wobbe de Vries, ‘Kan bij onze collectiva het praedicaat meervoudig zijn?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
Wobbe de Vries, ‘‘Vol’ met accusatief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Wobbe de Vries, ‘Het meervoud op -S.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
Wobbe de Vries, ‘Eigenaardige gebruikswijzen van de praepositie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
Wobbe de Vries, ‘Iets over grm. î en û te onzent.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Wobbe de Vries, ‘Enkele betwistbare mouilleringen, vooral jij, je.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
J.W. de Vries, ‘Opvattingen over het A.B.N. door dr. J.W. de Vries (RU Leiden)’ In: Colloquium Neerlandicum 7 (1979) (1980)
J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu ‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998)
J.W. de Vries, ‘Taalverandering’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 46 (2003)
J.W. de Vries, ‘Taalverandering en taalverloedering’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 47 (2004)
Wazenaar, ‘Verslag van den Heer Dr. De Vos’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1900 (1900)
Petrus Weiland, Nederduitsche spraakkunst (1805)
Evelyn Wiers, ‘Kleins ‘Appositionele constructies’ Evelyn Wiers’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979)
M.C. van Wijhe, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
N. van Wijk, ‘Een ideale orthografie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
N. van Wijk, ‘Vocaalrekking vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
N. van Wijk, ‘Zoogenaamde d-epenthesis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
N. van Wijk, ‘Zinsontleding en nieuwe spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
J.F. Willems, ‘Tweede hoofddeel. Over de Hollandsche en Vlaemsche Schryfwyzen van het Nederduitsch.’, ‘Inleiding.’ In: Verhandeling over de Nederduytsche tael- en letterkunde, opzigtelyk de Zuydelyke provintien der Nederlanden (1819-1824)
J.F. Willems, ‘Over de nieuwere vlaemsche spraekkunsten.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
J.F. Willems, ‘Over het schryven van de of den als lidwoord in den eersten naemval van het mannelyk geslacht.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
J.F. Willems, ‘Over de geschilpunten ten aenzien van het schryven onzer tael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
J.F. Willems, ‘Voorrechten van het vlaemsch by de oude vlamingen en by de vlamingen der XIXe eeuw.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
J.F. Willems, ‘Een woord over de protestatien tegen de bovenstaende beslissing der Taelcommissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
J.F. Willems, ‘Over het beoefenen der moedertael, aenspraek gedaen door F.L. Michiels,’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
J.F. Willems, ‘Nog iets ter verdediging der Taelcommissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
Frans Willems, ‘Voornaamwoorden en Zelfstandig-Gebruikte Bijvoeglijke Woorden.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1889 (1889)
Frans Willems, ‘Lezing. Proeve van Algemeene Spraakleer, door den heer Frans Willems.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1893 (1893)
Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Roland Willemyns, Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983)
J. Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
J. Wils, ‘Nog een noodtoestand der Nederlandsche philologie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het achtervoegsel aadje.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord vooroordeel.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
L.A. te Winkel, ‘Over eenige woorden, die in onze taal onder twee vormen voorkomen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘Over het aantal naamvallen in het Nederlandsch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
L.A. te Winkel, ‘Gedachten over stijl en stijlleer.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over de spelling van eenige woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘De verlenging der heldere a in gesloten lettergrepen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Over de verkleinwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Iets over de spelling van het woord steigeren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
L.A. te Winkel, ‘Over de spelling met gt en cht.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
L.A. te Winkel, ‘De afleiding en spelling van omtrent.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
L.A. te Winkel, ‘Zeep’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Over de zoogenaamde verdubbeling der ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘OVER DE ZOOGENAAMDE VERDUBBELING DER CH.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Gerhard Worgt, ‘Het genus van deksel’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
C.A. Zaalberg, ‘Verhandelingen’, ‘Beraden taalijver door C.A. Zaalberg’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1964 (1964)

Taalbeheersing

J. Mathijs Acket, ‘Enige Fragmenten uit een nieuw schoolboek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
J. Mathijs Acket, ‘Spelling en stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
J. Mathijs Acket, ‘De sylleps.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Mark Baeyens, C.F.P. Stutterheim en Ad Zuiderent, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
Jan van Bakel, R. Breugelmans, G. Kazemier, Henk A.C. Lambermont, F. Lulofs, A. Sassen, M.H. Schenkeveld, Bert van Selm, M.C. van den Toorn en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
L. Beheydt, ‘Taalbeheersing in Vlaanderen Ludo Beheydt’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 27 (1984)
N. van der Blom, ‘Twee neo-latijnse auteurs minder’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Alied Blom, ‘Kloppen s.v.p. Onderdeel van een procedure A. Blom’ In: Voortgang. Jaargang 8 (1987)
Adrianus Bogaers, ‘Germanismen en woordverklaring bij Vondel.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.H. van den Bosch, ‘Over het schrijven. (Vervolg.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
J.H. van den Bosch, ‘Over het schrijven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen. (Vervolg van blz. 75).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen. (Vervolg van blz. 38).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Willem Gerard Brill, ‘Over den tongval der Nieuw-Nederlandsche Klassische Schrijvers.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Nederlands en z'n Studie. B.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Piet van Caldenborgh en Fritz Zondervan, ‘Fritz Zondervan & Piet van Caldenborgh Leesbaarheidsformules, constructie en betrouwbaarheid’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972)
Karel De Clerck, ‘Het spreekonderwijs in Vlaanderen.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969)
Saskia Daalder, ‘Grammar as a product of text interpretation Saskia Daalder ’ In: Voortgang. Jaargang 8 (1987)
Fr. Daems, ‘Taalbeschouwing in de basisschool’ In: VON-Informatie. Jaargang 10 (1980)
B.C. Damsteegt, J.B. Drewes, G. Kazemier, Jan Stroop, F. de Tollenaere en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
J.A. van Dijk, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.A. van Dijk, ‘De vier eerste.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.A. van Dijk, ‘BOEKAANKONDIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Tieme van Dijk, ‘Over gesprekken Tieme van Dijk’ In: Voortgang. Jaargang 3 (1982)
Tieme van Dijk, ‘Een paar waarheden over leugens Tieme van Dijk’ In: Voortgang. Jaargang 9 (1988)
W. Drop, ‘Ontvangen boeken’, ‘Tekstanalyse als basis voor samenvatting’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
A.M. Duinhoven, ‘Over modaliteit gesproken’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
B. van den Eerenbeemt, ‘Gesprekzinnen en hun omlijsting’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
G. Engels, ‘Over de uitspraak van de ij bij Huygens en Hooft.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
B.H. Erné, ‘‘Wat nieuws’ e.d. als aanduiding van personen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975)
Frank van Eynde, ‘Ter sprake Een cultuurhistorische kijk op de spraaktechnologie’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 45 (2002)
B. Faddegon, ‘Het medeklinkerstelsel van het Noord-Bevelandsch. Een bijdrage tot de leer der klankwetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
M.F. Fresco en Dolf Hartveldt, ‘Boekbesprekingen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979)
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter (1922)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘De structuur van het gesprek’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 4/5]’, ‘Het woord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Dirk de Groot, ‘De vier eerste.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J.P. Guépin, De beschaving (1983)
G. Gunneweg, Peter van Steen en Fritz Zondervan, ‘De leesbaarheid van basisschoolteksten. Objectieve ordeningscriteria voor instructieve teksten’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
C.B. van Haeringen, ‘Over verschrijvingen. (Vervolg van blz. 29).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
C.B. van Haeringen, ‘Over verschrijvingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
C.B. van Haeringen, ‘Ongewenste voorkeur.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
C.B. van Haeringen, ‘Zang- en spraakles.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter Eight Modern Netherlandic (since 1880)’ In: Netherlandic language research (1954)
Agnes Haft-Van Rees, ‘Agnes Haft-van Rees Register’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
A.M. Hagen, ‘De communicatieve trend prof. dr. A.M. Hagen’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Paul van Hauwermeiren, ‘Het leesbaarheidsonderzoek: doelstellingen en methoden’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1976 (1976)
D.C. Hesseling, ‘De invloed van de geschreven op de gesproken taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
Th.B.F. Hoyer, ‘Het dramatische in Geels verhandeling over de pligten van een toehoorder.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
Frank Jansen, ‘De taaladviezen van een ochtendblad’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
Frank Jansen, ‘Het communicatief onvermogen van de overheid’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 43 (2000)
F. Jansonius, ‘Impressionistische taal en stijlvormen, I. De beeldende omschrijving.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
A.J. de Jong, ‘Een les in het waarnemen van taalverschijnselen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
J. Kamerbeek jr., ‘Imponderabilia op de weegschaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
J.H. Kern, ‘Over de taal van de brieven van Huygens' Zusters en Dorothea van Dorp.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
G.G. Kloeke, ‘Klankoverdrijving en goedbedoelde (hypercorrecte) taalvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
A. Kluijver, ‘Over het ‘taalgevoel’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
W. Kramer, ‘De nieuwe stijlstudie en het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
W. Kramer, ‘Synaesthesie als stijlverschijnsel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
W. Kramer, ‘Stilistische spanningsverschijnselen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
W. Kramer, ‘Allegorie als litterair stijlprincipe.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
W. Kramer, ‘Het essay van R.N. Roland Holst. (Een stilistische karakterschets).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
W. Kramer, ‘Vondels Lucifer. (Een stilistische interpretatie). (Vervolg van blz. 156).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
W. Kramer, ‘Vondels Lucifer. (Een stilistische interpretatie).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
W. Kramer, ‘Allard Pierson als stilist.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
W. Kramer, ‘‘Stilistiek’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
Em. Kummer en P.F. Schmitz, ‘The rhetoric of fiction van Wayne C. Booth in de praktijk E. Kummer - P.F. Schmitz’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1976 (1976)
D.H. Lammers, ‘Een theoretisch kader voor het onderzoek naar en het onderwijs in luisteren’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Quirinus Ignatius Maria Mok, ‘Interpretatie en ‘Underspecification’ Q.I.M. Mok’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979)
J.W. Muller, ‘Spreektaal en schrijftaal in het Nederlandsch.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891)
G.S. Overdiep, ‘[Nummer 11]’, ‘Taalverkorting in de krant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Anton Reichling, ‘Enkele notities bij de syntakties-stylistiese methode. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
W.N. de Rieu, ‘Eene vertaling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
W.N. de Rieu, ‘Eene vertaling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Ann Rigney, ‘Fictie, vrije indirecte rede en de gedachten van Menocchio Ann Rigney’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995)
Herman Robbers, ‘Lezen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Taco Roorda, ‘Schrijftaal en spreektaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
Gerlach Royen, ‘De nominale klassifikatie in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Gerlach Royen, ‘Funktieverschillen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
Gerlach Royen, ‘Aanwas van hij C.S.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
Gerlach Royen, ‘Kongruentie en bijgedachte.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
J.J. Salverda de Grave, ‘Dichtertaal voor het oor bestemd.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
J.J. Salverda de Grave, ‘De verhouding van gesproken tot geschreven taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
J.J. Salverda de Grave, ‘Over de invloed der geschreven op de gesproken taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
P. Schellens, ‘De kwaliteit van argumentatie P.J. Schellens’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986)
Ph.J. Simons, ‘Zinsysteem en ellips.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
Ph.J. Simons, ‘Stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
Ph.J. Simons, ‘Stijl II. Centratie. (vervolg).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
Ph.J. Simons, ‘Wat is stijl?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
M.F. Steehouder, ‘De warrant in het model van Toulmin’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
A. Sturm, ‘Inleiden in de taalwetenschap’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Taaldaden’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1967 (1967)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Rhetorica en tekstwetenschap A. Kibédi Varga’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Natafelen met een automatische gesprekspartner Een aanzet tot automatisering J.P. Kerkhof’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1980 (1980)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Metakommunikatie in het groepstherapeutisch gesprek Wolfgang Frier’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1980 (1980)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Klassieke statusleer en moderne retorische argumentatietheorie Antoine Braet’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1985 (1985)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘De cabarettekst in retorisch perspectief Wilbert Voets’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1985 (1985)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Academisch debatteren en argumentatieleer A. Braet’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1989 (1989)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Een kwart eeuw Nederlandse taalbeheersing Antoine Braet’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Familiaar-beschaafd.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Jan te Winkel over ‘schrijftaal’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nog iets over tante Betje.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Buffon, Geel en De Stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘F.H. van Eemeren en R. Grootendorst Object en doelstelling van taalbeheersing.’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Over simulatie en dissimulatie: strategieën van de roddeltekst Pierre Van Den Heuvel’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Identificatie van argumentatie als vaardigheid F.H. van Eemeren, R. Grootendorst en B. Meuffels’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Gespreksanalyse en gesprekstraining: De complementaire relatie tussen taalgebruikstheorie en taalvaardigheidsonderwijs M.M.H. Bax’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘De taal een vraagstuk van natuurkundig onderzoek.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘M.M.H. Bax en W. Vuijk ‘Wy porren natuere tot hovaerdijen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 106 (1990)
Pieter Valkhoff, ‘Stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Hugo Verdaasdonk, ‘Hugo Verdaasdonk Analyciteit en rhetorika’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972)
A.A. Verdenius, ‘Wat het hy te doen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
J.A. Verschoor, ‘Deletie in het kader van ‘topic’ en ‘comment’: een taalkundige beschouwing’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
A.J. Vervoorn, ‘V. Stilistica’ In: Kleine grammatica van de waanzin (1977)
A.J. Vervoorn, Kleine grammatica van de waanzin (1977)
Albert Verwey, ‘De taal van de poëzie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
J. van Vloten, ‘Onvertaalbaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
C.G.N. de Vooys, ‘Nog meer ‘stijloefeningen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
C.G.N. de Vooys, ‘Het gezag van een ‘Algemeen Beschaafd’. (Vervolg van blz. 14).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Het gezag van een ‘Algemeen Beschaafd’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Uit en over oude spraakkunsten. (Vervolg van blz. 50).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
C.G.N. de Vooys, ‘Achttiende-eeuwse spraakkunstbeschouwing.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
C.G.N. de Vooys, ‘Stijlontaarding door afschaffing van de buigings-n?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
C.G.N. de Vooys, ‘De archaïserende stijl van Aernout Drost.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
C.G.N. de Vooys, ‘Pharmaceutische vaktaal uit het begin van de veertiende eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
C.G.N. de Vooys, ‘Bezwaren tegen de onderscheiding van ‘spreektaal’ en ‘schrijftaal’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
Wobbe de Vries, ‘Eigenaardige gebruikswijzen van de praepositie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
Jan Wils, ‘Suggestieve ja- en neen-vragen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
L.A. te Winkel, ‘Gedachten over stijl en stijlleer.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
P.J. van Winter, ‘Iets over taal en stijl van Dr. Abraham Kuyper.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
G.H.B. Wolf, ‘Het versierend adjectief in 18de eeuwsch proza’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)

Taalverwerving / Psycholinguïstiek

Jacques van Alphen, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Frank Martinus Arion, ‘Frank Martinus Arion De moedertaal als voorwaarde’ In: De Gids. Jaargang 153 (1990)
R.F. Beerling, ‘Taal en ideologie R.F. Beerling’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977)
L. Beheydt, ‘Woordenschatverwerving en het mentale lexicon Ludo Beheydt (Louvain-la-Neuve)’ In: Colloquium Neerlandicum 13 (1997) (1997)
Geert Evert Booij, ‘G.E. Booij Noam Chomsky: Taalkundige, rationalist en politiek filosoof’ In: De Revisor. Jaargang 1 (1974)
Alain Bossuyt, ‘Langue/parole en competence/performance Alain Bossuyt’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977)
A.C. Bouman, ‘Het probleem van de ‘inwendige taalvorm’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
A.C. Bouman, ‘Moedertaal en geestesvorming.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
Frank Brisard, ‘Exotisme en spektakel in Construction Grammar Frank Brisard’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006)
Carry van Bruggen, Hedendaagsch fetischisme (1925)
Foeke Buitenrust Hettema en Jan Koopmans, ‘Kleine mee-delingen over boekwerken.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Foeke Buitenrust Hettema, R.A. Kollewijn en Jan Gerrit Talen, ‘Enkele taalpsychologiese opmerkingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
Micky Cornelissen, Lia van Gemert, Gert-Jan Johannes, Mary G. Kemperink, Marita Mathijsen en G.F.H. Raat, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993)
August Defresne, ‘Iets over de zoogenaamde tusschenwerpsels Door A. Defresne’ In: De Beweging. Jaargang 12 (1916)
J.A. van Dijk, ‘Iets over den tweeden persoon van het enkelvoud.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Loekie Elders, ‘Een eerste nederlandse inleiding in de psycholinguistiek’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
Els Elffers, ‘Reichling en de psychologie Els Elffers’ In: Voortgang. Jaargang 14 (1993 en 1994) (1994)
Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden (1987)
B. Faddegon, ‘Geleidelijke en springende klankverandering. Een empirisch-psychologische studie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
B. Faddegon, ‘Grammatische en psychologische relaties.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
M.F. Fresco en Dolf Hartveldt, ‘Boekbesprekingen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979)
A.W. van Geer, ‘Over Onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Jac. van Ginneken, ‘Psychologische taalwetenschap.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
Jac. van Ginneken, ‘Esthetica en taalpsychologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Jac. van Ginneken, ‘Ellipsomanie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter (1922)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 5]’, ‘De taal der kinderlijke verbeelding’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 5]’, ‘Welke taalelementen zijn ons aangeboren?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 7]’, ‘Het woord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 8]’, ‘Het woord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 12]’, ‘Een nieuwe ontdekking der taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Jac. van Ginneken, ‘Een vergelijkend onderzoek naar den kinderlijken woordenschat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
C.B. van Haeringen, ‘Over verschrijvingen. (Vervolg van blz. 29).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter Eight Modern Netherlandic (since 1880)’ In: Netherlandic language research (1954)
D.C. Hesseling, ‘Kindertaal.’ In: De Gids. Jaargang 73 (1909)
H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels (1971)
Louise Kaiser, ‘[Nummer 11]’, ‘Spraak-taal-uitspraak’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
A. Kluijver, ‘Psychologische taalkunde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
W. Kramer, ‘‘De triomf van het stil-lezen’ en de gevaren van dien.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
C. Kruyskamp en A. van Loey, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
Reind Kuitert en Isaac van der Velde, ‘Een woordenschatonderzoek bij zesjarige kinderen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
L. Mes, ‘Een toepassing van de vergelijkende taalstudie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Sjaak de Mey, ‘Hoe empirisch is Chomsky's linguïstische theorie? Sjaak de Mey’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1974 (1974)
S.G. Nooteboom, ‘Hardop lezen als een vorm van continu taalgebruik’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1969 (1969)
Herman Poelman, ‘Nederlands als bronnentaal: leerpsychologische implicaties H. Poelman (Jakarta)’ In: Colloquium Neerlandicum 13 (1997) (1997)
Clasien Rooze-Stouthamer en Gunther De Vogelaer, ‘Gunther De Vogelaer & Clasien Rooze-Stouthamer Taalcontact of onvolledige verwerving: casusverlies bij de Zeeuwse pronomina’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 122 (2006)
Gerlach Royen, ‘Klachten over het moedertaalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
J.J. Salverda de Grave, ‘Taal en gedachte.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
A.M. Schaerlaekens, De taalontwikkeling van het kind (1977)
J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
M. Schönfeld, ‘Verspreken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Ph.J. Simons, ‘De term ‘betekenen’ in en buiten de kleuterroman. (Vervolg van blz. 52).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
Ph.J. Simons, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
Jan Stroop, Poldernederlands (1998)
C.F.P. Stutterheim, ‘Psychologische interpretatie van taal-verschijnselen. (Een immanente critiek).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Jan Gerrit Talen, ‘Nieuwe taalpsychologie. II.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Negatie in de kindertaal Enige observaties bij Nederlandse kinderen en volwassenen W. Kaper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1975 (1975)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Taalverwerving en probabilistische grammatika's Bob Visser’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Over de Nederlandsche taal in Oost-Indië.’ In: De Gids. Jaargang 39 (1875)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Levende moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Veeltalige vorming van 't kind - wenselik?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘De taal een vraagstuk van natuurkundig onderzoek.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
D.C. Tinbergen, ‘‘Kinderpraat’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
D.C. Tinbergen, ‘‘Kinderpraat’ (Vervolg van blz. 16).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Pieter Valkhoff, ‘De dienstbaarheid van de moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
C.G.N. de Vooys, ‘Iets over woordvorming en woordbetekenis in kindertaal. (Vervolg van blz. 100).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
C.G.N. de Vooys, ‘Iets over woordvorming en woordbetekenis in kindertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
Jan L. Walch, ‘Taalfouten en ‘denkfouten’!’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
W. Wessels, ‘Een nawoord over de theorie der taalwording.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
W. Wessels, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
N. van Wijk, ‘Taalpsychologie.’ In: De Gids. Jaargang 72 (1908)

Sociolinguïstiek

Mark Baeyens, ‘Taalseksismen in de VON-informatie.’ In: VON-Informatie. Jaargang 10 (1980)
Peter van Bart, ‘Over betekenis, waarheid, en natuurlijke taal Peter van Bart en Johan Kerstens’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986)
Adriaan Beets, ‘Waarloos.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Alied Blom, 'Het kwantitatieve er' (1975-76)
N. van der Blom, ‘‘Tsal hier haest zijn ghedaen’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Minne G. de Boer, ‘Tussenwerpseltheorieën Minne G. de Boer’ In: Voortgang. Jaargang 26 (2008)
Geert Evert Booij, ‘Vragen bij een Leids onderzoek G.E. Booij’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977)
D.B. Bosman, ‘'n Paar Afrikaanse eienaardighede.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
H. Bovenkerk, ‘De taal der amsterdamse veemarbeiders Proeve van taalsociografie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
L. Boves, Henk Hillenaar, Harry van der Hulst, A.C.M. Rietveld, Pieter A.M. Seuren en J.W. de Vries, ‘Boekbesprekingen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977)
Han Brouwer, Tieme van Dijk, Jan Konst, Robert Stein en Bernard Warnaar, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997)
Carry van Bruggen, Hedendaagsch fetischisme (1925)
C.C. de Bruin, C. Kruyskamp, Maximilianus O.F.M. Cap. en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
T.H. Buser, ‘Overijselsch taaleigen’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
Johan de Caluwe, ‘Het woord als wapen Het taalgebruik in de Golfoorlog Johan de Caluwe’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 35 (1992)
H.B.G. Casimir, ‘[In het Engels en in het Frans...]’ In: De Gids. Jaargang 149 (1986)
Hendrik Claeys en Hector Claeys, ‘De Vlaamsche taalwet.’ In: Het Belfort. Jaargang 13 (1898)
Frans Van Coetsem, K. Fokkema, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
Micky Cornelissen, Lia van Gemert, Gert-Jan Johannes, Mary G. Kemperink, Marita Mathijsen en G.F.H. Raat, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993)
Jo Daan, ‘Sociolecten en stijlen bij Bredero Jo Daan’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
J.A. van Dijk, ‘Beantwoording van eenige vragen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
Michiel Elias en Bartie Thijs, ‘Achtergronden bij het onderzoek naar taal en socialisatie Michaël Elias en Bartie Thijs’ In: Voortgang. Jaargang 1 (1980)
G. Geerts, ‘Sociolinguïstische variatie en lexicon’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
J.J. Gielen, ‘Het onderzoek van vaktalen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
Jac. van Ginneken, ‘De schoondochters in de taalgeschiedenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter (1922)
Jac. van Ginneken, ‘Mannen en vrouwentaal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘Een nieuwe ontdekking der taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 12]’, ‘Een nieuwe ontdekking der taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
C.B. van Haeringen, ‘Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak .’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
Agnes Haft-Van Rees, ‘Agnes Haft-van Rees Register’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal (1858-1862)
D.C. Hesseling, ‘Taal en maatschappij.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
D.C. Hesseling, ‘Vaktaal en geheime taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Roeland van Hout, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984)
Daniël van Kalken, ‘Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Daniël van Kalken, ‘Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
Daniël van Kalken, ‘Nalezing op de bijdrage’, ‘Tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. Kern, ‘Over de taal van de brieven van Huygens' Zusters en Dorothea van Dorp.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
G.G. Kloeke, 'Inleiding' (1927)
Anthonie Marius Kollewijn, ‘Max Mullers voorlezingen over de taalkunde.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Anthonie Marius Kollewijn, ‘MAX MULLERS VOORLEZINGEN OVER DE TAALKUNDE.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Etsko Kruisinga, ‘Poëzie en omgangstaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Etsko Kruisinga, ‘IX. De maatschappelike groepen en het Nederlands.’ In: Het Nederlands van nu (1938)
Jan Jacob Lambin, ‘Straettael van Ypre.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
P. Leendertz (jr.) en J.W. Muller, ‘Straatroepen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
A.C. Meyer, ‘Nederlandsch- of Fransch-Vlaamsch.’ In: Het Belfort. Jaargang 12 (1897)
H. Molema, ‘Nederduitsche spreekwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.G.M. Moormann, De geheimtalen (2002)
G. Offermans, ‘Jij en je als aanspreekvormen in de achttiende eeuw’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
H. Ryckeboer, ‘De behoefte aan een taalsociologisch onderzoek in Frans-Vlaanderen Drs. Hugo Ryckeboer’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1976 (1976)
J.J. Salverda de Grave, ‘Franse spreektaal buiten Frankrijk.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
Jos. Schrijnen, ‘[Nummer 8]’, ‘Synchronistische volkskunde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G. de Schutter, ‘1. Praktijk Een sociolinguïstisch experiment in het Middelbaar Onderwijs?’ In: VON-Informatie. Jaargang 6 (1976)
Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie (1980)
G. Seppen, ‘Diefstal van ‘Blinkertjes’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G. Seppen, ‘De spreektaal in het misdaad-onderzoek’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
L. Strengholt en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
Abram de Swaan, ‘Abram de Swaan Het Nederlands in het Europese talenstelsel’ In: De Gids. Jaargang 153 (1990)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Metakommunikatie in het groepstherapeutisch gesprek Wolfgang Frier’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1980 (1980)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Opvattingen over de rol van taal in socialisatie Erica Huls’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995)
[tijdschrift] Ons Erfdeel, ‘Een oude taaltwist te Steenwerk.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De vier denkvormen in de Nederlandsche literatuur’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De vier denkvormen in taal- en letterkunde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Iets over scheldwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bijnamen in Oud-Mechelen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
Lambert Tinholt, ‘Taal-bijzonderheden van het eiland Marken, ’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
Marius F. Valkhoff, ‘Over sociale taalbeschouwing.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
J. Veering, ‘Vaktaal, nieuwe woorden, vakjargon’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959)
M. van de Ven, ‘Verschil tussen taal van mannen en die van vrouwen M. van de Ven’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1975 (1975)
Lucius Vindex, ‘Hoog-Hollandsch, plat-Vlaamsch of... knoeitaal.’ In: Het Belfort. Jaargang 12 (1897)
J. van Vloten, ‘Ceedse: chaise of siege?’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
C.G.N. de Vooys, ‘Nederlands ‘slang’ van ± 1840.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VII De Gids-tijd. Opkomst van de taalwetenschap (pl.m. 1835 - pl.m. 1885)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk II Het Middelnederlands sedert de overlevering uit schriftelijke bronnen’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VIII Het Nederlands in België (1830-pl.m. 1890)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk V De achttiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
Matthias de Vries, ‘Het ware liberalisme in de Nederlandsche spraakkunst.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J.W. de Vries, ‘Opvattingen over het A.B.N. door dr. J.W. de Vries (RU Leiden)’ In: Colloquium Neerlandicum 7 (1979) (1980)
W. Wessels, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
W. Wessels, ‘Een nawoord over de theorie der taalwording.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)

Dialectologie

A. Aarsen, ‘Veluwsch (Uddelsch) taaleigen. Eene aanteekening van A. Aarsen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
A. Aarsen, ‘Veluwsch (Uddelsch) taaleigen. Nog eene aanteekening van A. Aarsen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
José van Aelst, Evert van den Berg, Lia van Gemert, Ingmar Koch, W. Pijnenburg, Karel Porteman, Toos Streng, Annemarie van Toorn en H.T.M. van Vliet, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Francis Allan, ‘Eenige opmerkingen over 't Markensche dialect. door F. Allan.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
J.C. Anceaux, ‘Regelmaat en produktiviteit in een Austronesische taal J.C. Anceaux’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
Dirk van Assche, ‘Het Nederlands in Noord-Frankrijk Het huis is nog niet af Dirk van Assche’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 2000 (2000)
Jan van Bakel, ‘De meest gesloten vocaalfonemen in het dialect van Nuenen bij Eindhoven’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
Jan van Bakel, A.C. Bouman, A.C. Crena de Iongh, C. Kruyskamp, H.T.J. Miedema en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
Jan van Bakel, R. Breugelmans, G. Kazemier, Henk A.C. Lambermont, F. Lulofs, A. Sassen, M.H. Schenkeveld, Bert van Selm, M.C. van den Toorn en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
Jan van Bakel, G. Kazemier, P.G.J. van Sterkenburg, L. Strengholt en P.E.L. Verkuyl, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
D.M. Bakker, E.G.A. Galama, R. Lievens, P.J. Meertens, M.A. Schenkeveld-van der Dussen en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
M.A. Bax Botha, C.B. van Haeringen, G.G. Kloeke en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
Adriaan Beets, ‘Toerewever-tortwevel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Adriaan Beets, ‘MNL. Aper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Adriaan Beets, ‘De Utrechtsche volkstaal. (stadstaal).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
Cornelis Bellens, ‘Limburgsche Dialecten.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1906 (1906)
Hans Bennis, ‘Hans Bennis Een Duitse expansie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
B. van den Berg, ‘De taal van een Dordtenaar in het begin van de 17de eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
B. van den Berg, ‘Naar aanleiding van de vocaalphonemen van het dialect van 's-Gravendeel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
B. van den Berg, ‘Boers en beschaafd in het begin der 17e eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
B. van den Berg, D.C. Tinbergen en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
B. van den Berg, ‘16de-eeuwse ei uit î in Weesp’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
B. van den Berg, ‘16de-eeuwse ei uit î in Rotterdam’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Berna ten Berge, ‘Belangrijke sandhi-afwijkingen in het Groningsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
Amand Berteloot, ‘A. Berteloot Overwegingen bij de ‘lieden/luden’-kaart’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984)
Hans den Besten, ‘Hans den Besten Kloeke en het Afrikaans’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
H.L. Bezoen, ‘Nogmaals Ndl. mok, mokken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
H.L. Bezoen, ‘Vinkenkerels en vogelaarstaal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
H.L. Bezoen, ‘Gallée en Ballot’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
H.L. Bezoen, ‘[Nummer 9]’, ‘Het taalkundig geslacht te Enschede’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
H.L. Bezoen, ‘Twe. lūn ‘hoornpit’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
H.L. Bezoen, J. Heitkamp, G. Heitkamp en B. Ribbert, ‘Proeven van Twentsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
H.L. Bezoen, ‘De akkernaam fekkenstuk en zijn verwanten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
H.L. Bezoen, ‘Zichte (sikkel), zichten (maaien, zeven)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
H.L. Bezoen, ‘Gronings: ool hinne’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
H.L. Bezoen, ‘Ndl. door, bnw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
H.L. Bezoen, ‘Oostndl. bijzinnig’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
H.L. Bezoen, ‘Varia Tubantica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
Edgard Blancquaert, ‘Romaansche dialectologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
Edgard Blancquaert, ‘Dialectgeografiese rondvraag.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
Edgard Blancquaert en Willem Pée, ‘Intervocalische tenuis-verschuiving in Vlaanderen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
D. De Bleecker, M.J.M. de Haan, C. Kruyskamp en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
W. Blok, G. Geerts, G. Kazemier, L. Strengholt en P.E.L. Verkuyl, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983)
G.J. Boekenoogen, ‘Van als.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
P.C. Boeren, ‘Oud- en Nieuw-Limburg’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
J. Bok, J. Faber en H. van Strien, ‘Het dialekt en het taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
A.P. de Bont, ‘Over beduit(je) en wat dies meer zij’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
A.P. de Bont, ‘Een kleine rectificatie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
A.P. de Bont, J.B. Drewes, G.G. Kloeke, C. Kruyskamp en D. Kuijper Fzn., ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
J.J. Borger, ‘Haags uit de tweede helft van de 17de eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.J. Bostoen, G. Geerts, M.H. Schenkeveld en P.E.L. Verkuyl, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985)
Jan Bouchery, ‘De Gentsche tongval, door Jan Boucherij.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1907 (1907)
Pierre Brachin, ‘Of + inversie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Cor van Bree, ‘Onderzoek naar dialectsyntaxis Cor van Bree’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
Cor van Bree, Het dialect in deze tijd (1983)
Cor van Bree, ‘Cor van Bree De morfologie van het Stadsfries (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 117 (2001)
Cor van Bree, ‘Cor van Bree De morfologie van het Stadsfries (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 117 (2001)
C.C. de Bruin, C. Kruyskamp, Maximilianus O.F.M. Cap. en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fresiska.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fresiska.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Nederlands en z'n Studie. A. Over Taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Onze spreektaal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
Eddy Charry, Geert Koefoed en Pieter Muysken, De talen van Suriname (1983)
Frans Claes, Desiré Claes als taalkundige (1986)
Frans Van Coetsem, K. Fokkema, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
Micky Cornelissen, Lia van Gemert, Gert-Jan Johannes, Mary G. Kemperink, Marita Mathijsen en G.F.H. Raat, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993)
Adriaan de Corswarem, ‘Eenige bijzonderheden van het Hasseltsch dialect.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1907 (1907)
P.J. Cosijn, ‘Eene vraag naar aanleiding van het Katwijksch taaleigen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederfrankische Psalmen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J.B. Courtmans, ‘Zonderlinge tael te Zele.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
Jo Daan, ‘Stijl en klank’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Jo Daan, ‘Taalkaarten buik en kuit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
C.F.A. van Dam, C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
B.C. Damsteegt, J.B. Drewes, G. Kazemier, Jan Stroop, F. de Tollenaere en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
B.C. Damsteegt, M.H. Schenkeveld, Bert van Selm, P.G.J. van Sterkenburg, Jan Stroop, M.C. van den Toorn en W. Waterschoot, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983)
R.L.M. Derolez, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp, R. Lievens en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
Dirc van Delf, ‘VI. - De taal der handschriften.’ In: Tafel van den kersten ghelove. Deel 1: Inleiding en registers (1939)
F. den Eerzamen, ‘Bijdragen tot de kennis van het Goereese dialekt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
F. den Eerzamen, ‘Bijdragen tot de kennis van het Goereese dialekt. (Vervolg van blz. 252.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
F. den Eerzamen, ‘Over de voornaamwoorden in het Goerees’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
F. den Eerzamen, ‘Over de voornaamwoorden in het Goerees’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
H.J.E. Endepols en Jac. van Ginneken, De regenboogkleuren van Nederlands taal (1917)
H.J.E. Endepols, ‘Het pronomen Doe te Maastricht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichts of La force d'intercourse et l'esprit de clocher (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichts of La force d'intercourse et l'esprit de clocher’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie III Intonatie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie V Intonatie en syntaxis 3’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie IV Intonatie en syntaxis 2’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
B. Faddegon, ‘Het medeklinkerstelsel van het Noord-Bevelandsch. Een bijdrage tot de leer der klankwetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Pieter Fijn van Draat, ‘Klankleer van den tongval der stad Deventer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
Karel de Flou, ‘Nederlandsche dialecten.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893)
K. Fokkema, ‘De friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
A.A. Fokker, ‘Het Papiamentoe of basterd-Spaans der West-Indiese eilanden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Ad Foolen, ‘Dialect in literatuur Ad Foolen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995)
Johannes Franck, ‘Schriften zur limburgischen Sprache und Litteratur. (Vervolg van blz. 475.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
Johannes Franck, ‘Schriften zur limburgischen Sprache und Litteratur. (Vervolg van blz. 341).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
Johannes Franck, ‘Schriften zur limburgischen Sprache und Litteratur. (Vervolg van blz. 421).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
Johannes Franck, ‘Schriften zur limburgischen Sprache und Litteratur. (Vervolg van blz. 138).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
Johannes Franck, ‘Schriften zur limburgischen Sprache und Litteratur. (Vervolg van blz. 392).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
Lode Geenen, ‘Taalkaart: steen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Lode Geenen, ‘Taalkaart: kaas’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Lode Geenen, ‘Taalkaart: de ij-diphtongeering’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
G. Geerts, C. Kruyskamp, P.J. Meertens en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967)
G. Geerts, ‘Pronominale varianten in west-Vlaanderen K. Deprez en G. Geerts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1976 (1976)
G. Geerts, ‘Brabant als centrum van de standaardtaalontwikkeling in Vlaanderen G. Geerts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983)
Marinel Gerritsen en Frank Jansen, ‘Veranderingen in de Noordhollandse ui: ontwikkeling of aanpassing? Marinel Gerritsen & Frank Jansen’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983)
A. van Gerwen, ‘Oost-Brabantsche boerderijtermen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
A. van Gerwen, ‘Oost-Brabantsche boerderijtermen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
J.J. Gielen, ‘De weerspiegeling der historie in de taal van Hulst en Hulsterambacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
Albert Egges van Giffen, ‘De Vlamingen en de Nederlandsche taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Jac. van Ginneken, ‘De schoondochters in de taalgeschiedenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart Asch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: H is phoneem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: schaap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart ‘put’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: deur’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: broeder’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: leunen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: pakken = grijpen, nemen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: groen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: zoon’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: knecht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: vuur’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Botanie en taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: drinken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘De consonant-mouilleering in een groep Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘Vragen en antwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 3]’, ‘Na de aanneming der motie-Tilanus. - Wat nu?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘De taalgeographie op het Groningsche philologencongres’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘De taal, die wij tot onze huisdieren spreken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: mist’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 3]’, ‘‘Barbarous in beauty’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Jac. van Ginneken, ‘Internationale vragenlijst over dialect-phonologie.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Jac. van Ginneken, ‘Het Friesch van hindeloopen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart rijk (adjectief)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, ‘Willem Pée's groot boek Over de verkleinwoorden in de Nederlandsche dialecten.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 8]’, ‘Willecome in Holland Gij Koning der Belgen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Jac. van Ginneken, ‘Been en voet een lexicologisch Slavisme.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 12]’, ‘De tweede aflevering van onzen Nederlandschen Taalatlas’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
Jac. van Ginneken, ‘Een mooi boek over de Drentsche boerentaal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
Ton Goeman, ‘Ton Goeman Methodologische vernieuwing in het dialectologisch onderzoek van Kloeke’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
Leo Goemans, ‘Opmerking.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
W.F. Gombault, ‘De cartografie der Noordnederlandse tongvallen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
J. Goossens, ‘Taalgeografie en moderne naamgeving’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
J. Goossens, C. Kruyskamp, J.J. Mak, Cornelis Schmidt, C. Soeteman, Marie Veldhuyzen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966)
J. Goossens, ‘De definitie van Nederlandse dialecten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
J. Goossens, Jozef Leenen (1976)
J. Goossens, ‘Afdeling 5 Dialectkunde’, ‘13. Geschiedenis van de Nederlandse dialectstudie J. Goossens’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977)
J. Goossens, ‘De tweede Nederlandse auslautverscherping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
J. Goossens, Dommellandse woorden (1978)
J. Goossens, Dialectologie en taalvariatie (1979)
J. Goossens, J. van Marle en Wim Zonneveld, ‘Jaap van Marle en Wim Zonneveld De theoretische consequenties van stemhebbende finale obstruenten in Nederlandse dialecten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980)
J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, De begrenzing van de Kempen (1983)
J. Goossens, ‘J. Goossens Ik en Trijntje Cornelis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 107 (1991)
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke (1992)
J. Goossens, In memoriam dr. Jos Molemans (1995)
J. Goossens en Jacques Van Keymeulen, 'Geschiedenis van de Nederlandse dialectstudie' (2006)
Jan Grauls, ‘Van vrijen en vrijers I Een kijkje in de Belgische taal der liefde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Jan Grauls, ‘Van vrijen en vrijers II Een kijkje in de Belgische taal der liefde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
Jan Grauls, ‘Klommel, lommel, rommel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
J.P. Guépin, De beschaving (1983)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
C.B. van Haeringen, ‘Friese elementen in het Hollands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
C.B. van Haeringen, ‘Intervocaliese d in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
C.B. van Haeringen, ‘Romaanse invloed door zuidnederlandse bemiddeling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
C.B. van Haeringen, ‘Congruerende voegwoorden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
C.B. van Haeringen, ‘De dubbele negatie in het Maastrichts.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter Ten Dialectology’ In: Netherlandic language research (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Chapter Four Middle Netherlandic’ In: Netherlandic language research (1954)
K.H. Heeroma, ‘De dialekten van Vlieland en Midsland (Terschelling).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
K.H. Heeroma, ‘Het Zeefrankies’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
K.H. Heeroma, ‘Het amsterdams als -dialekt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
K.H. Heeroma, ‘De herkomst van het Midslands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
K.H. Heeroma, ‘Aantekeningen bij dialektkaartjes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
K.H. Heeroma, ‘Goois uit het midden der 18e eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
K.H. Heeroma, ‘Nieuwe dialektstudies.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
K.H. Heeroma, ‘Gm. eu in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
K.H. Heeroma, ‘Ingwaeoons’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
K.H. Heeroma, ‘Opmerkingen over de methode der expansiologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
K.H. Heeroma en N. van Wijk, ‘Ter inleiding bij de phonologische vragenlijst voor de dialekten in Nederland’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
K.H. Heeroma, ‘De waardering van de volkstaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
K.H. Heeroma, ‘De waardering van de volkstaal. (Vervolg van blz. 127).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
K.H. Heeroma, ‘De Leidse taalatlas.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
K.H. Heeroma, ‘Aantekeningen bij ‘Het prefix in het verleden deelwoord’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
K.H. Heeroma en G. Knop, ‘Een merkwaardige functieverschuiving’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
K.H. Heeroma, ‘Iets over het Brabants’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
K.H. Heeroma, G.I. Lieftinck, Reinier van der Meulen Rz. en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
K.H. Heeroma, ‘Fries oes, uis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘De gm. eu in het Nederlands (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘Structuurgeografie en structuurhistorie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
K.H. Heeroma, ‘Wat is ingweoons?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
K.H. Heeroma, ‘De Ingweoonse achtergrond van smeu’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
K.H. Heeroma, ‘Stadshollands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
W.Gs Hellinga, ‘Het Stadsfries en de problemen van taalverhoudingen en taalinvloed’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Iets over de buiging van het werkwoord in het Brabantsch dialect.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een Westfriesche en Nederlandsche a uit e voor een r der volgende syllabe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Nog een en ander over de Oudoostnederfrankische en de Middelfrankische Psalmen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Blindhokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Aanteekeningen op Varia in Deel XXVII, 157 Vlgg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Cornelis Rudolphus Hermans, ‘XII. Dialect der meiery van s' Hertogenbosch.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
Willy van Hoecke, ‘De wisselwerking tussen Romaans en Germaans in Noord-Frankrijk 1. De streektalen Willy Van Hoecke’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1978 (1978)
Willy van Hoecke, ‘De wisselwerking tussen Romaans en Germaans in Noord-Frankrijk 2. De Franse standaardtaal Willy Van Hoecke’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1979 (1979)
Willy van Hoecke, ‘De wisselwerking tussen Romaans en Germaans in Noord-Frankrijk 3. De Nederlandse standaardtaal Willy Van Hoecke’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1980 (1980)
Teake Hoekema, ‘Nieuwe Friese dialectgeografie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
A.R. Hol, ‘De noordwest grens van het pronomen gεi.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
A.R. Hol, ‘De noordgrens van het pronomen Gij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, ‘4.3. Het taallandschap van het Laatmiddelnederlands’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Frank Jansen, ‘De Leidse -t aan het woordeinde: toevoeging of weglating F. Jansen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977)
Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect (1991)
W.A.F. Janssen, ‘De naamvals-n in het zuiden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Amaat Honoraat Joos, ‘Boekbeoordeeling.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
G. Kazemier, C. Kruyskamp, F. de Tollenaere en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
H. Kern, ‘Over open en gesloten E, inzonderheid in het Oostgeldersch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
H. Kern, ‘Bijdrage tot de Klankleer van 't Oostgeldersch taaleigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
H. Kern, ‘Middeleeuwsche oorkonden uit Oldenzaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
J.H. Kern, ‘Een nieuw boek over het Maastrichts.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
Paul de Keyser, ‘Bargoensch uit het begin van de twintigste eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
J. Klatter, ‘Dialectstudie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.G. Kloeke, ‘De dialecten en de klankwetten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
G.G. Kloeke, ‘Opmerkingen over dialectgeographie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
G.G. Kloeke, ‘Organisatie van het dialectonderzoek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
G.G. Kloeke, ‘Woordgeographisch onderzoek, een voorbeeld ter navolging.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographie in zakformaat.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
G.G. Kloeke, ‘Eigennamen op -tet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
G.G. Kloeke, ‘Zijn er reflexen van Hollandsche expansie in de huidige Nederlandsche dialecten waar te nemen?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
G.G. Kloeke, ‘De ondergang van het pronomen Du. (Met een kaartje).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
G.G. Kloeke, ‘Oudhollandsche relicten met ‘U’-uitspraak voor Germ. Û.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
G.G. Kloeke, ‘Ponstghen, en nog iets over Hollandsche en Groningsche mouilleering.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
G.G. Kloeke, ‘De Duitsche ‘Sprachatlas’ in verband met Nederlandsche dialectgeographie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
G.G. Kloeke, ‘Doe als vrouwelijk pronomen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
G.G. Kloeke, ‘Complicaties bij het Nederlandse taalgeographisch onderzoek (met vier kaartjes)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
G.G. Kloeke, ‘Ingvaeonismen ook in Gouda?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
G.G. Kloeke, ‘Woensdag (Met een kaart)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
G.G. Kloeke, J.A.N. Knuttel en Jan P.M.L. de Vries, ‘De Frankische landname’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
G.G. Kloeke, ‘Haagse volkstaal uit de achttiende eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
G.G. Kloeke, ‘De keldermot’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
G.G. Kloeke, ‘De voorzaten van het Friese jou’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
G.G. Kloeke en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
G.G. Kloeke, ‘Verbastering’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
G.G. Kloeke, ‘De overgang van Hollands naar Noordoostelijk Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
G.G. Kloeke, ‘De reliktvorm hef(t) voor ‘heeft’ als characteristicum voor de meest ouderwetse (West)Germaanse dialekten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
G. Knop, ‘Terschelling een Frankisch land met Friesche kolonies?? II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G. Knop, ‘Schylgerlaner Leisboek’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G. Knop, ‘Uit den Schellinger taaltuin’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G. Knop, ‘Uit den Schellinger taaltuin’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.P.M. Knuvelder, F.K.H. Kossmann, C. Kruyskamp en Gilbert A. R. de Smet, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
K. Koffeman, ‘De vervoeging in het Urksch door K. Koffeman.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
K. Koffeman, ‘Het Urker taaleigen door K. Koffeman.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
R.A. Kollewijn, ‘Kleine mee-delingen over boekwerken.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
R.A. Kollewijn, ‘Onze taal in Zuid-Nederland.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905)
K. Kooiman, ‘Enige phonemen in Holland en in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
K. Kooiman, ‘Sociale taalmuren.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
Jan Koopmans, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C. Kostelijk, ‘Het suffix -heid in het Noordhollands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen, J.M.J. Sicking en H. van de Waal, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
C. Kruyskamp, ‘De begrenzing van het handwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
C. Kruyskamp, ‘Hollands stadsdialect ca. 1800’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
C. Kruyskamp, A.A. Weijnen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
Reind Kuitert, ‘Verliest de Nederlandse cultuurtaal streektaalschakering?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
Jan Jacob Lambin, ‘Straettael van Ypre.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen (1977)
Karel Lantermans, ‘J.J. Cremer en het dialekt der Over-Betuwe.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
P. Leendertz (jr.), ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
anoniem Limburgse sermoenen, ‘III. Algemeene opmerkingen over het dialect der Sermoenen. Hulpmiddelen.’ In: Limburgsche sermoenen (1895)
A. van Loey, ‘Aanhangsel’ In: Middelnederlandse spraakkunst. Deel I. Vormleer (1948)
A. van Loey, ‘Dialecten’ In: Middelnederlandse spraakkunst. Deel II. Klankleer (1949)
Thomas van Loo, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. V. Dialect van Brugge.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
L.G. van Loon, ‘Ave atque vale, - Jersey lag duits verdwijnt 1.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jozef van Loon, ‘J. van Loon Een peiling naar het ontstaan van het Zuidnederlandse accusativisme’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 105 (1989)
C.J. Magielse, ‘De nieuwe spelling en de lagere school’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
J. Mansion, ‘Oude Vlaamsche namen uit Frankrijk’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie (1994)
Ann Marynissen, ‘Ann Marynissen Van -(t)ke naar -(t)je De oorsprong en verspreiding van het Nederlandse diminutiefsuffix -(t)je’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
P.J. Meertens, ‘Het Vlaams karakter der Zeeuwse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
P.J. Meertens, ‘Taalkaart slaap (van het hoofd)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
P.J. Meertens, ‘Taalkaart paars’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
P.J. Meertens, ‘Taalkaart moe (moede)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
P.J. Meertens, ‘Taalkaart aardbei’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
P.J. Meertens, ‘Taalkaart rug’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
P.J. Meertens, ‘Enkele opmerkingen over onze visserstaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
P.J. Meertens, ‘Boekbeoordeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
Jan Messchert van Vollenhove, ‘Welluidendheid van taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
H.T.J. Miedema, ‘Saxonische dialektstudie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
H.T.J. Miedema, ‘Aa, Aag en Oog naast Ooi en Gooi’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965)
Jozef van Mierlo, ‘Tegen regel 8 en 5 van het voorstel-Marchant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Fons Moerdijk, ‘A. Moerdijk Het etymologiseren van ‘dubbel geïsoleerde’ dialectwoorden De etymologie van staaien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
C. Moeyaert, ‘frans-vlaanderen’, ‘Frans-Vlaamse taaltuin 35.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 17 (1974)
C. Moeyaert, ‘De hedendaagse schrijftaal van de Westhoek in Frankrijk Lexicon C. Moeyaert’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1976 (1976)
J. Molemans, Mensen, namen en nummers (1976)
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal (1979)
Nicolaas van der Monde, ‘Proeven van Nederduitsche dialecten. Dialect van Utrecht.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 7 (1843)
J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893)
J.W. Muller, ‘Ort, orten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J.W. Muller, ‘Westvlaamsche dialectstudie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
J.W. Muller, ‘Een en ander over oudere Stichtsche taal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
J.W. Muller, ‘Een paar kantteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
J.W. Muller, ‘Vaak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937)
J. Naarding, ‘Drentsch dialect’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
J. Naarding, ‘De bij’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
J. Naarding, ‘De aanspreekvormen in het Drentsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
J. Naarding, ‘De Nederlandsche benamingen van de uier’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
J. Naarding, ‘Woorden met sj- en tj-’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Jef Notermans, ‘Een opmerking bij de dialektkaart van Dr. G.G. Kloeke.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
Johannes Onnekes, ‘Bijdrage tot de kennis van het Hunsingo-Groningsch dialekt. door J. Onnekes.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen (1998)
G.S. Overdiep, ‘Syntaxis en dialectstudie II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Syntaxis en dialectstudie I’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘[Nummer 7]’, ‘Het Katwijksch I’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Het Katwijksch. V’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Voortvarendheid?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Na het kamerdebat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Het Katwijksch. IV’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Het Katwijksch. II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Over den ‘tik’ om de ooren’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘Het Katwijksch. III’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘[Nummer 10]’, ‘Standaard-Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G.S. Overdiep, ‘De vorm van den imperatief’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Zinsvormen en woordvormen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Hollandsche dialectstudies’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Bijzondere partikels in het Katwijksch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Het eindexamen gymnasium’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘Poon en zijn trawanten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘Katwijksche varia’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘Katwijksche varia’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.S. Overdiep, ‘Aanvulling ‘jollie’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
Martin Permys, ‘Een homoeopathisch geneesmiddel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
W. Pijnenburg, ‘Mnl. G(h)oepssc(h)ene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
Johan Renders, ‘Boekbespreking’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Johan Renders, ‘Opmerkingen omtrent Noord-Brabantsche verkleinwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
Frans Rens, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. VII. Dialect van Beveren (Land van Waes).’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
Frans Rens, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. X. Dialect van Maestricht.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
Frans Rens, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. IX. Dialect van Geeraerdsbergen (Oost-Vlaenderen).’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
Frans Rens, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. XIII. Dialect van Ninove (Oost-Vlaenderen).’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving (1979)
J de Rooy, ‘Lummel dat je bent’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967)
Clasien Rooze-Stouthamer en Gunther De Vogelaer, ‘Gunther De Vogelaer & Clasien Rooze-Stouthamer Taalcontact of onvolledige verwerving: casusverlies bij de Zeeuwse pronomina’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 122 (2006)
Gerlach Royen, ‘De nominale klassifikatie in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Gerlach Royen, ‘Een fonologische dialektgrammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
H. Ryckeboer, ‘Het Vlaams van de Franse Westhoek in het geheel van het Nederlandse taalgebied Drs. Hugo Ryckeboer’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1979 (1979)
Luc Salu, ‘Over de diftongering van i en u.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
A. Sassen, ‘De Oudfriese formule tiaende ende temende’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
H.F. Schatz en George Will, ‘H.F. Schatz en G. Will Dialectresistentie in het land van Axel Een onderzoek in werkelijke tijd’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 108 (1992)
Arthur van Schendel, ‘Aanslag op de taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
H.G.J. Schillemans, ‘De nieuwe spelling en de schoolboeken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Harrie Scholtmeijer, ‘Harrie Scholtmeijer G.G. Kloeke en de F-zijde van de Nederlandse dialectologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
M. Schönfeld, ‘Vormen met gesyncopeerde n.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
M. Schönfeld, ‘Betekenisverandering bij waternamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954)
Jos. Schrijnen, ‘Het gaat om de taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jos. Schrijnen, ‘De anlautende schr- in het algemeen beschaafd’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
G. de Schutter, ‘De ‘Brabantse sandhi’-regel opnieuw bekeken G. de Schutter’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993)
Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie (1980)
Nicoline van der Sijs en Jos Swanenberg, ‘Een pleidooi voor de dialectstudie in Nederland en Vlaanderen’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 48 (2005)
Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood. (Slot).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood. (Vervolg van blz. 154).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
René van Sint-Jan, ‘De twee dialecten van Guido Gezelle.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
W. Slijpen, ‘De Limburgsche Sermoenen toch Limburgsch?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
F.A. Snellaert, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. VIII. Dialect van Kortryk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
F.A. Snellaert, ‘Bydragen tot de kennis van den tongval en het taeleigen van Kortryk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 8 (1844)
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts' (1987)
Chr. Stapelkamp, ‘Vressem-vreissem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
Chr. Stapelkamp, ‘Veenderijtermen en enige andere woorden uit het Utrechtse polderland’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
L. Starmans, ‘Limburgsche valtoon en diphtong’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik (1990)
F.A. Stoett, ‘W.A. Winschooten's ‘Seeman’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Jan Stroop, ‘De terminologie van de handboogschutter’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
Jan Stroop, ‘Jan Stroop Een herorientatie van de dialektstudie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980)
Jan Stroop, ‘Metathesis van s en p Jan Stroop’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982)
Jan Stroop, ‘Jan Stroop Twee soorten schwa in de zuidelijke dialecten en het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 104 (1988)
Jan Stroop, ‘Jan Stroop Twee soorten schwa in de zuidelijke dialecten en het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 104 (1988)
Jan Stroop, ‘J. Stroop Afgedwongen nasalering’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 110 (1994)
J. Taeldeman, ‘J. Taeldeman Nieuw licht op intervocalische < ng > vanuit de Vlaamse dialecten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986)
Rob Tempelaars, ‘‘Mij zinkt de moed bij het zien van de hoeveelheid’ De collectie historische taalkunde’ In: Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1995)
[tijdschrift] Belfort, Het, ‘Gewestspraak en algemeene taal.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
[tijdschrift] Belfort, Het, ‘De Bo's West-Vlaamsch Idioticon en de West-Vlaamsche Taalbeweging.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
[tijdschrift] Belfort, Het, ‘Eenige gevallen van j-omklank in de omstreken van Kortrijk’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893)
[tijdschrift] Dietsche Warande, ‘Bijlage. Le Flamand en France. Etude sur le dialecte de Bailleul.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks 2. Jaargang 5 (1892)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Archiefmateriaal als bron voor taal- en dialecthistorisch onderzoek D. Otten’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘De dialectologie van het Quechua W.F.H. Adelaar’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.’ In: De Gids. Jaargang 3 (1839)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Westfriesche woorden.’ In: De Gids. Jaargang 68 (1904)
[tijdschrift] Gids, De, ‘Kas Deprez Vlaams is (Belgisch-)Nederlands’ In: De Gids. Jaargang 150 (1987)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Voornaamwoordelike aanduiding in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Dialektonderzoek in Zuid-Nederland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Is het algemeen beschaafd armoedig?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een Amsterdamse scheldroep uit de 15de eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een vijftiende-eeuwse straatroep.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘De verbreiding van de uu-uitspraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
[tijdschrift] Ons Erfdeel, ‘Het Nederlands een Duits dialekt?’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: links’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis. doen.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Ja en neen in het dialect van Sittard’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: duizend’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 8]’, ‘Dialectstudie en syntaxis Primitieve syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: wang’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart neus’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: vinden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: zweep’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis: een overgangsklank’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: dorpel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Gaan’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een nieuwe Zuid-Limburgsche dialectmonographie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Nog een Hollandsche expansie: de ronding van lenen: leunen en soortgelijke’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De nieuwe spelling in de praktijk der lagere school’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Nog eens de Limburgsche stoottoon’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Geen cultureele contingenteering! Groningsch-Balkansch-Javaansche raakpunten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De geslachtsvormen van het adjectief in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 7]’, ‘De vormen en de verbuiging der pronomina in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De vormen en de verbuiging der pronomina in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De Limburgsche woordschikking in proza en poëzie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 3]’, ‘Rede van den voorzitter, der dialectcommissie,’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De vormen en de verbuiging der pronomina in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaarten strand, hond en honger’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Het zelfstandig gebruikte adjectief en het geslacht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 7]’, ‘Een phonologisch probleem der Limburgsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Tweetaligheid in het renovatiedeel van het Schinveldsche rolen genachtingboek’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 9]’, ‘Noick, een zeventiende-eeuwsch woord uit Zuid-Limburg’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
[tijdschrift] Taal- en letterbode, De, ‘Eenige oude Veluwsche woorden, die taalkundige opheldering schijnen te verdienen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
[tijdschrift] Taal- en letterbode, De, ‘Opmerkingen over het Zuidbevelandsche taaleigen door J. Kousemaker Pz.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘‘Vlaams’ en ‘Hollands’ in Duitse dialekten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De verkleinwoorden in een Noordbrabantsch dialect (Oirschot en omstreken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Scherpkorte en Zachtkorte O in Nederlandse woorden van Franse afkomst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Onbilleke kritiek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Het prefix in het verleden deelwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Polysemievrees’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De Friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Ian E. Robertson Berbice and Skepi Dutch A lexical comparison’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 105 (1989)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Pieter van Reenen Kloekes Hollandsche Expansie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
F. de Tollenaere, ‘Handwoordenboek en dialect’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
F. de Tollenaere, ‘Problemen van het dialectwoordenboek Theorie en praktijk’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
F. de Tollenaere, ‘Nederlandse dialekten Definities en realiteiten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Vlaams in ‘Vlaamse soldatenbrieven uit de Napoleontische tijd’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Het ‘(h)ankeren’ van jikkemiene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 108 (1992)
J.N. Twilhaar, ‘De ‘Brabantse sandhi-regel’ nogmaals bekeken Jan Nijen Twilhaar’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993)
V.F. Vanacker, ‘Syntaktische overeenkomsten tussen Frans-Vlaamse en Westvlaamse dialekten Prof. dr. V.F. Vanacker’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1977 (1977)
L. Veldhuis, ‘Hoe de boeren en voerlui een paard mennen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
L. Veldhuis, ‘De roepnamen van het varken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J. Verdam, ‘Over werkwoorden op -ken en -iken (-eken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
A.A. Verdenius, ‘Over de inclinatie in het Middelnederlandsch. (Naar aanleiding van Oostmiddelnederlandsche vormen als gaedet, regendet enz.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
A.A. Verdenius, ‘Over de aanspreekvorm ie (i-j) in onze oostelike provincieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
A.A. Verdenius, ‘De laatste sporen van du in Noord-Holland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
A.A. Verdenius, ‘Over het voornaamwoord jullie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
A.A. Verdenius, ‘De lidwoordsvorm den (d'n) in het hedendaags Fries.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
A.A. Verdenius, ‘Oetoe (oerdoe) rakkert een Fries relict’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
J. Beckering Vinckers, ‘Waard, woord, woerd; zwaard, zwoord, zwoerd.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Beckering Vinckers, ‘Wodan.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J.J. de Vlam, ‘Bijdrage tot het taaleigen der Meierij, medegedeeld door De Vlam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
C.G.N. de Vooys, ‘Westfriese woorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
C.G.N. de Vooys, ‘Limburgs-Brabantse dialektgeografie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
C.G.N. de Vooys, ‘Het onderzoek van de Nederlandse dialekten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
C.G.N. de Vooys, ‘Hyperkorrekte taalvormen in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk II Het Middelnederlands sedert de overlevering uit schriftelijke bronnen’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘De ‘epitheta’ van Anthoni Smijters.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
C.G.N. de Vooys, ‘Hedendaags woordgebruik in Zuid- en Noord-Nederland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
W.L. de Vreese, ‘Kleinigheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
W.L. de Vreese, ‘Een trits Vlaamsche woorden verklaard door Dr. Willem de Vreese.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1908 (1908)
Wobbe de Vries, ‘Vocaalrekking vóór R + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Wobbe de Vries, ‘Nuver (-ver < -wer).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Wobbe de Vries, ‘Over ŭ in open lettergrepen in het Noordwestelijk Saksisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen in de Nederlanden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Wobbe de Vries, ‘Zijn de verkleinuitgangen met j en met ie uit Holland naar elders gekomen?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925)
Wobbe de Vries, ‘Ponstghen; en nog iets over -tgijn enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
Wobbe de Vries, ‘Nog iets over de noordoostlike verkleinuitgangen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
Wobbe de Vries, ‘Zijn Bilts en Vriezenveens ontstaan doordat Friezen van taal veranderden?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Dinsdag’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Wobbe de Vries, ‘Analogiese praeteritum-vormen bij en naar verba met ou.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929)
Wobbe de Vries, ‘N in de gen. en dat. van Friese eigennamen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen. (Nalezing.)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930)
Wobbe de Vries, ‘Over deminutiva in en nabij Overijsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Wobbe de Vries, ‘Tk > tj in het Noordfries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Wobbe de Vries, ‘Oe-relicten in Holland en Zeeland?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van Pée's studie over de verkleinuitgangen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
Wobbe de Vries, ‘Overneming uit verwante spraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: poosje’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: wens: wuns’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: mispel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
A.A. Weijnen, ‘De woorden voor melk en karnemelk’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: boerenslobkous’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: sajet’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
A.A. Weijnen, ‘De û en iets over articulatiegewoonten in Noord-Brabant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
A.A. Weijnen, ‘Uit de vaktaal der peelarbeiders’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart schommel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
A.A. Weijnen, ‘Betrekkingen tussen de Zeeuwse en West-Noordbrabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart moe (vermoeid)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
A.A. Weijnen, ‘[Nummer 6]’, ‘De ouderdom en het isolement van het Schouwens dialect’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
A.A. Weijnen, ‘De hoepel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
A.A. Weijnen, ‘Hoeveel ea-phonemen kent het Noordbevelands?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
A.A. Weijnen, ‘De oe-phonemen in het Leuvens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
A.A. Weijnen, ‘De semantische en syntactische problematiek van het dialectwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961)
A.A. Weijnen, ‘Het verspreidingsgebied van de ontronding’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
A.A. Weijnen, ‘Fonetische en grammatische parallellen aan weerszijden van de taalgrens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964)
A.A. Weijnen, ‘Dialectologie en Marxisme’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
N. van Wijk, ‘Vocaalrekking vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
N. van Wijk, ‘De studie van Nederlandse dialekten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
N. van Wijk, ‘De 1. persoon pluralis in het Oudhoogduitsch en andere Westgermaansche dialecten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
N. van Wijk, ‘Een Oudwestnederfrankies -dialekt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
N. van Wijk, ‘Niet-gerekte a, e voor r + konsonant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
N. van Wijk, ‘Een oud dialektwoord (wieme, wîme).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
N. van Wijk, ‘De leemten in onze dialektkennis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
N. van Wijk, ‘Gerekte a, e vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
N. van Wijk, ‘Gerekte ŏ en ŭ in Oostnederlandse dialekten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
N. van Wijk, ‘Over dialektgrenzen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
N. van Wijk, ‘Het vokalisme van het woord drek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
N. van Wijk, ‘Taalvergelijking en moderne Dialektkunde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
N. van Wijk, ‘Rekking en stoottoon in het limburgs’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
N. van Wijk, ‘De Rijns-Limburgse polytonie, vergeleken met de Kasjoebse’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
N. van Wijk, ‘‘Silbenschnitt’ en quantiteit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
G. de Wilde, ‘Het enclitische pronomen personale van de tweede en derde persoon singularis in het Rotterdams’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
C. Wilkeshuis, ‘De ontwikkeling van u (uit oude ô) tot y in 't Stadsfries.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. III. Dialect van Antwerpen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. IV. Dialect van Leuven.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. II. Dialect van Gent.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. I.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
J.F. Willems, ‘Overeenkomst van het Zeeuwsch en het Vlaemsch.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. VI. Dialect van Kessel, by Venloo.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
J.F. Willems, ‘Het Bourgondsch in de Kempen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. XI. Dialect van Rousselaere.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. XIV. Dialect van Poperinghe.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. XVI. Dialect van Lier.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. XV. Dialect van Eecloo.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. Dialect van Mechelen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. Dialect van Turnhout, (medegedeeld door den eerw. heer Stroobant, te Hoogstraten).’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 6 (1842)
J.F. Willems, ‘Proeven van Nederduitsche dialecten. Dialect van Rotterdam.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 6 (1842)
J.F. Willems, ‘Proeven van Nederduitsche dialecten. Dialect van Diest. De verlore zoon, in diesters duts’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 8 (1844)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. Dialect van Sint-Truiden.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 8 (1844)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. Dialect van Yperen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 9 (1845)
J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. Dialect van Audenaerde.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10 (1846)
J.H.J. Willems, ‘Sjouw en jouw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Roland Willemyns, Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Karel van der Zeijde, ‘Het Sliedrechtsch taaleigen door K. van der Zijde.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)

Historische taalkunde

J.C. Anceaux, ‘Glottochronologie en lexicostatistiek’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1963 (1963)
Th.H. d' Angremond, ‘Naschrift bij N.T. 30, 417/8.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Th.H. d' Angremond, ‘Lierelauwen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan (1952)
Saskia van As, ‘Doubletten en het Humboldtiaans principe: het geval nu/nou Saskia van As’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992)
Constantinus Bake, G. Kalff, H.W.J. Kroes, J. Prinsen J.Lzn, G.W. Spitzen en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Jan van Bakel, A.C. Bouman, A.C. Crena de Iongh, C. Kruyskamp, H.T.J. Miedema en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
Jan van Bakel, ‘De grammatische wisseling in het Gotisch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 89 (1973)
Matthijs Bakker, Geert Evert Booij, Frank Jansen, P.J. Verkruijsse en Yves G. Vermeulen, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987)
Adriaan J. Barnouw en J. Verdam, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Adriaan Beets, ‘Een als pronomen demonstrativum.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
Adriaan Beets, ‘Beekum; bêken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Adriaan Beets, ‘Van den os op den ezel dalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Adriaan Beets en A. Kluijver, ‘Kalis en caliban.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Adriaan Beets, ‘MNL. Aper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Adriaan Beets, ‘Toertrapper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Het (Leidsche) drillen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903)
Adriaan Beets, ‘Overscharig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
Adriaan Beets, ‘Tuckele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Adriaan Beets, H.L. Bezoen, G. Karsten en G.A. Nauta, ‘Kleine Mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
B. van den Berg, ‘De taal van een Dordtenaar in het begin van de 17de eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
J.B. Berns en M.J.M. de Haan, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
Amand Berteloot, ‘Amand Berteloot Van du naar ghi’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003)
H.L. Bezoen, ‘Twe. lūn ‘hoornpit’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
Marcus van Blankenstein, ‘Kaf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Marcus van Blankenstein, ‘Duwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
G.J. Boekenoogen en M. Schönfeld, ‘Walewijn en Walewein.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
R.C. Boer, ‘Studie van de levende taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
R.C. Boer, ‘Syncope en consonantengeminatie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Adrianus Bogaers, ‘Losse aanmerkingen betrekkelijk woorden, bij Vondel voorkomende.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
A.P. de Bont, ‘De g in hij heget, hij düget en dergelijke werkwoordelijke vormen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955)
R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y (1998)
Geert Evert Booij, P.J.A. Franssen, Emmy Gransjean-Muda, W. Hendrikx, Paul de Herder, Maaike Hogenhout-Mulder, J. Kwant, Ad Leerintveld, A.G. Melle, Jan Noordegraaf, Nico Oudejans, Dick Jan Sanders, M.A. Schenkeveld-van der Dussen, P.J. Verkruijsse, Yves G. Vermeulen en Gerard de Vriend, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.J. Borger, ‘Haags uit de tweede helft van de 17de eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
D.B. Bosman, ‘Naschrift.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
A.C. Bouman, ‘De dubbele ontkenning in Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
A.C. Bouman, A.A. van Rijnbach, Walter Thys en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
Dirk Boutkan en Maarten Kossmann, ‘Dirk Boutkan en Maarten Kossmann Over sjwa-apocope in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
Cor van Bree, ‘Nieuwe voorbeelden voor Stutterheim’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1971 (1971)
Cor van Bree, Historische taalkunde (1990)
Cor van Bree, ‘Variatie en verandering in het Vlaardings C. van Bree’ In: Voortgang. Jaargang 11 (1990)
Willem Gerard Brill, ‘Het Gothische Vokaalstelsel.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)
Gerard Brom, ‘Aanspeeekvormen in het midden van de negentiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
C.C. de Bruin, ‘Bilderdijk en de studie van het Middelnederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Daer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fréska’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Dietsche kleinigheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Grammaire raisonnée.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Julien Claerhout, ‘De Franken, de Friezen en de Saksen. Onze voorouders.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)
Micky Cornelissen, Lia van Gemert, Gert-Jan Johannes, Mary G. Kemperink, Marita Mathijsen en G.F.H. Raat, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993)
P.J. Cosijn, ‘De sporadische uitstooting en klinkerwording der W door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
P.J. Cosijn, ‘Assimilatie in het Nederlandsch door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen, door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
P.J. Cosijn, ‘De uo der psalmen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
P.J. Cosijn, ‘Anglosaxonica door P.J. Cosijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
P.J. Cosijn, ‘Hêliand 2477.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
P.J. Cosijn, ‘Niel, Wiel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
P.J. Cosijn, ‘De Oudsaksische Genesis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
P.J. Cosijn, ‘De Oudnederfrankische Psalmen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
P.J. Cosijn, ‘Rectificatie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
H.K.J. Cowan, ‘Oudoostnederfrankisch of oostelijk Oudnederlands?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
H.K.J. Cowan, ‘Oudnederfrankische varia’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
Jo Daan, ‘Taalkaarten buik en kuit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
Jan Daman, ‘De naamvals-N bij een Zuidnederlands schrijver.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
Jean Baptiste David, ‘Over de regelmatigheid in de spelling, by de oude Nederduitsche schryvers.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
R.L.M. Derolez, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp, R. Lievens en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969)
Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.B. Drewes, ‘Hola, ic hebber ghinder twee bespiet . . .’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
Frans Drijvers, ‘Middelnederlandsche dichtkunst.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892)
A.M. Duinhoven, ‘A.M. Duinhoven Negaties met ne, nee, niet en of’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002)
Els Elffers, ‘Els Elffers De taalkunde en haar geschiedschrijving’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993)
G. Engels, ‘Over de uitspraak van de ij bij Huygens en Hooft.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
G.A. van Es, ‘Op weg naar een historische syntaxis van het Nederlands?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
G.A. van Es, ‘Woordgeschiedenis en historische syntaxis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975)
H. J. Eymael, ‘Van den os op den ezel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
B. Faddegon, ‘Geleidelijke en springende klankverandering. Een empirisch-psychologische studie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
B. Faddegon, ‘Afstandsdissimilatie van consonanten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
B. Faddegon, ‘De regels der afstandsmetathesis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Pieter Fijn van Draat, ‘Klankleer van den tongval der stad Deventer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
Simon Fokke, ‘De nominatief jo een interne Friese ontwikkeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
A.A. Fokker, ‘Het Papiamentoe of basterd-Spaans der West-Indiese eilanden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Johannes Franck, ‘Heden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Johannes Franck, ‘Beiträge zur Niederländischen Grammatik.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Johannes Franck, ‘Zur lautgeschichte des adjectivums gut.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
Willem Frijhoff, ‘‘Bastertspraek en dartele manieren’ De Franse taal in Nederlandse mond Door Willem Frijhoff’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1990 (1990)
Robert Fruin, ‘Nog iets over Custinge, naar aanleiding van het opstel van prof. Verdam, in de vorige aflevering geplaatst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
Johan Hendrik Gallée, ‘Hêleand 984.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eenige ten opzichte van Genus of Flectie onzekere Gotische woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
Johan Hendrik Gallée, ‘Mnl. Boogen en Bogen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
Johan Hendrik Gallée, ‘Oudsaksische genesis vs. 288 (huoam).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Johan Hendrik Gallée, ‘Oudsaksisch men.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Johan Hendrik Gallée, ‘Oud-Noordhollandsch taaleigen in het Cartularium Egmundense.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
Lode Geenen, ‘Taalkaart: de ij-diphtongeering’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Lode Geenen, ‘Taalkaart: steen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
G.J. Geers, F.K.H. Kossmann, C. Kruyskamp en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
G. Geerts, ‘De verspreiding van het algemeen Nederlands in West-Vlaanderen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
G. Geerts, ‘Het collectivum als haar-syndroom’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
G. Geerts, ‘Brabant als centrum van de standaardtaalontwikkeling in Vlaanderen G. Geerts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983)
Marinel Gerritsen en Frank Jansen, ‘Veranderingen in de Noordhollandse ui: ontwikkeling of aanpassing? Marinel Gerritsen & Frank Jansen’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983)
Guido Gezelle, ‘Dichtkunst, letteren. Uit eene Leyse ter eere der H. Maagd Maria.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks 2. Jaargang 6 (1893)
J.J. Gielen, ‘De weerspiegeling der historie in de taal van Hulst en Hulsterambacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Jac. van Ginneken, ‘Het gesprek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
Jac. van Ginneken, ‘De schoondochters in de taalgeschiedenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 6]’, ‘De voorloopers der phonologie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 10]’, ‘Vlaanderen en Vlamingen = zeeroovers der salische wet’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 9]’, ‘De telwoorden en hun ontstaan’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 7]’, ‘De voorloopers der phonologie. II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Het jonge geslacht, als keerpunt in de geschiedenis der letterkunde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
Jac. van Ginneken, ‘Staande uitdrukkingen, die van verre komen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 2]’, ‘De geschiedenis der drie geslachten in Nederland’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘De nieuwste ontwikkelingsperiode onzer dierbare moedertaal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘De taal, die wij tot onze huisdieren spreken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 7]’, ‘Kleine woorden wortelen diep’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 5]’, ‘Ras en taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: mist’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘Eenige merkwaardige stellingen over de genealogie en de typologie der talen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, G.S. Overdiep en J. Wils, ‘Boekbespreking’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘Een nieuwe ontdekking der taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 12]’, ‘De tweede aflevering van onzen Nederlandschen Taalatlas’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
W.F. Gombault, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
W.F. Gombault, ‘Naar aanleiding van Dr. Stoett's ‘Nederlandsche spreekwoorden.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
J. Goossens, 'Polysemievrees' (1962)
J. Goossens, C. Kruyskamp, J.J. Mak, Cornelis Schmidt, C. Soeteman, Marie Veldhuyzen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966)
J. Goossens, ‘De tweede Nederlandse auslautverscherping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
Kees Groeneboer, Weg tot het Westen (1993)
Maurits Gysseling, ‘Ontstaan en verschuiving van de taalgrens in Noord-Frankrijk Dr. Maurits Gysseling’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1976 (1976)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
C.B. van Haeringen, ‘Invloed van R op klinkers in Germaanse talen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
C.B. van Haeringen, ‘Romaanse invloed door zuidnederlandse bemiddeling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
C.B. van Haeringen en A.A. Weijnen, ‘Congruerende verbindingswoorden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940)
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research (1954)
J.A. vor der Hake, ‘Is de beleefdheidsvorm U 'n verbastering van UEd.?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
J.A. vor der Hake, ‘Een zestiend' eeuwse taal voor literair verkeer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
J.A. vor der Hake, ‘De ondergang van het voornaamwoord du. (Naschrift).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
J.A. vor der Hake, ‘De voorgeschiedenis van ons alfabet.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
J.A. vor der Hake, ‘De ondergang van het voornaamwoord du.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
A.G. van Hamel, ‘Ons conservatieve klankstelsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928)
K.H. Heeroma, ‘De beleefdheidsvorm u omstreeks 1800.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
K.H. Heeroma, ‘Goois uit het midden der 18e eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
K.H. Heeroma, ‘Jullie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
K.H. Heeroma, ‘De herkomst van de Hollandse diftongering’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
K.H. Heeroma, ‘De waardering van de volkstaal. (Vervolg van blz. 127).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
K.H. Heeroma, ‘De waardering van de volkstaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
K.H. Heeroma, ‘[Jaargang 37]’, ‘Iets over de vroegste Nederlandse taalgeschiedenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
K.H. Heeroma en G. Knop, ‘Een merkwaardige functieverschuiving’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
K.H. Heeroma, ‘De ou-diftongering in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946)
K.H. Heeroma, ‘De Gm. eu in het Nederlands (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
K.H. Heeroma, ‘Chaukisch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
K.H. Heeroma, ‘Bij de ou-diftongering in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
K.H. Heeroma, ‘De herkomst van de Hollandse aa’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
K.H. Heeroma, 'Ontspoorde frankiseringen' (1951)
K.H. Heeroma, ‘Ontspoorde frankiseringen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951)
K.H. Heeroma, ‘Fries oes, uis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘Oudengelse invloeden in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘De gm. eu in het Nederlands (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
K.H. Heeroma, ‘Naar aanleiding van grunjer (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
K.H. Heeroma, ‘De ie als plus-foneem van de reductievocaal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960)
K.H. Heeroma, ‘Structuurgeografie en structuurhistorie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
K.H. Heeroma, ‘Wat is ingweoons?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965)
K.H. Heeroma, 'Wat is Ingweoons?' (1965)
K.H. Heeroma, ‘De Ingweoonse achtergrond van smeu’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
Jacobus Heinsius, ‘Getes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Besproeien, plavant, en de epenthesis der R en L.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Hvatan met zijne familie. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bestaat er in onze taal eene oo, uit eene oorspronkelijke ai?’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Versmelting van de beginletter w met eene volgende oe of o, in het Nederlandsch.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Iets over de ei, uit e of a, door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over ft, cht en st door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche Grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche Grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Hilic, huwelijk enz., vechtelic, feestelic.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Oudfri. kestigia, kesta, kest enz., ndl. custen, custinge enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Her Danielken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een Westfriesche en Nederlandsche a uit e voor een r der volgende syllabe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de SS uit þþ in asem, vessemen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Berooid, vieren (bot -, den schoot - enz.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van de Oudnederlandsche psalmvertaling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Nog een en ander over de Oudoostnederfrankische en de Middelfrankische Psalmen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
Willem Lodewijk van Helten, ‘De Westfriesche eigennamen Jouke en Sjouke.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Willem Lodewijk van Helten, ‘De Wachtendonckse Psalmen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Willem Lodewijk van Helten, ‘De Wachtendonckse Psalmen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het verband tusschen 't NL. kutte cunnus (kil.) en 't Got. qiþus uterus en over tusschen, zuster.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de Nedl. scherpkorte en zachtkorte o.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Felisberto Hérnandez, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
D.C. Hesseling, Het Afrikaansch (1899)
D.C. Hesseling, ‘Plak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
D.C. Hesseling, ‘Is het Afrikaans de zuivere ontwikkeling van een Nederlands dialekt?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
D.C. Hesseling, ‘Taal en maatschappij.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
D.C. Hesseling, ‘Taal en nationaliteit.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
D.C. Hesseling, ‘De jongste wereldtaal (het Ido).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
D.C. Hesseling, ‘Overblijfsels van de Nederlandse taal op Ceylon.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
D.C. Hesseling, ‘Een nieuwe theorie over 't ontstaan van het Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
D.C. Hesseling, ‘Africana.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
D.C. Hesseling, ‘Africana.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922)
D.C. Hesseling, ‘Papiaments en Negerhollands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
D.C. Hesseling, ‘Een Spaans boek over het Papiaments’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
D.C. Hesseling, ‘Africana.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
Willy van Hoecke, ‘De wisselwerking tussen Romaans en Germaans in Noord-Frankrijk 1. De streektalen Willy Van Hoecke’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1978 (1978)
Willy van Hoecke, ‘De wisselwerking tussen Romaans en Germaans in Noord-Frankrijk 2. De Franse standaardtaal Willy Van Hoecke’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1979 (1979)
Willy van Hoecke, ‘De wisselwerking tussen Romaans en Germaans in Noord-Frankrijk 3. De Nederlandse standaardtaal Willy Van Hoecke’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1980 (1980)
J. Hoftijzer, ‘Schaatsen op dun ijs Linguïstisch onderzoek van beperkt materiaal J. Hoftijzer’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981)
Maaike Hogenhout-Mulder, ‘Een Diemense oorkonde uit de 14e eeuw Maaike Hogenhout’ In: Voortgang. Jaargang 5 (1984)
Maaike Hogenhout-Mulder en W. Pijnenburg, ‘Drie verkenningen n.a.v. drieënzestig in het middelnederlands Maaike Hogenhout-Mulder en Willy Pijnenburg’ In: Voortgang. Jaargang 8 (1987)
A.R. Hol, ‘De noordwest grens van het pronomen gεi.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
A.R. Hol, ‘De noordgrens van het pronomen Gij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
H. Hoogenkamp, ‘De volkstaal te Hoogezand.’ In: Onze volkstaal (1882-1890)
J.M. Hoogvliet en Jan Gerrit Talen, ‘Iets over de beschrijving van het Nederlandsche verbum Door den heer Talen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, ‘Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
J.M. van der Horst, ‘J.M. van der Horst en R. Storm Over de geschiedenis van het betrekkelijke voornaamwoordelijk bijwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 107 (1991)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
W.M.H. Hummelen, C. Kruyskamp, P.J. Meertens, F. de Tollenaere, Marie Veldhuyzen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968)
Matthias Hüning, ‘Visies op taalverandering Matthias Hüning’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1993 (1993)
Antoon Jacob, ‘Vreemde invloed in ‘De Vlaamse Leeuw’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
Jozef Jacobs, ‘De Oudgermaansche Runen.’ In: Het Belfort. Jaargang 12 (1897)
Jozef Jacobs, ‘De jongste richting in de taalkunde.’ In: Het Belfort. Jaargang 13 (1898)
T.S. Jansma, ‘Verloren middelnederlandse spelen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
Theo A.J.M. Janssen, ‘Het wel en niet omschreven indirekt objekt en de possessieve datief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
Amaat Honoraat Joos, ‘Kleine studie op de woorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 3 (1888)
J.P.B. Josselin de Jong, ‘De oorsprong van het grammatisch geslacht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
K.H.R. de Josselin de Jong, ‘Afhankelijkheid, onafhankelijkheid, vrijheid: de taalkundige situatie P.E. de Josselin de Jong’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1976 (1976)
Gerrit Kamphuis, ‘Hughelijn en vrouwe Ogerne (Reinaert 796-800).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
G. Kazemier, C. Kruyskamp, F. de Tollenaere en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
Josef Kempen, ‘Het Nederlands verleden van de Duitse Beneden-Rijn.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969)
J.H. Kern, ‘IV. Over de taal der Batavieren en Franken. Door Prof. H. Kern.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1866 (1866)
H. Kern, ‘De geschiedenis eener letter. door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
H. Kern, ‘Een Bataafsche naam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
H. Kern, ‘Eigennamen en verkleinwoordjes. door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
H. Kern, ‘De partikel ar in 't Oudhoogduitsch door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
H. Kern, ‘Een rechtsterm der Salische wet door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872)
H. Kern, ‘De verbuiging van man in 't Gotisch door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
H. Kern, ‘Over eenige vormen van 't werkwoord zijn in 't Germaansch. Door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
H. Kern, ‘Graaf.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
H. Kern, ‘Verkleinwoorden op sa, sia.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
H. Kern, ‘Eene oude Nederduitsche geloofsbelijdenis door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
H. Kern, ‘Uit de Salische wet door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
H. Kern, ‘Honderd en duizend door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875)
H. Kern, ‘Genezen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
H. Kern, ‘Bidden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
H. Kern, ‘Lijden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884)
H. Kern, ‘Beer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
H. Kern, ‘Boos.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
H. Kern, ‘Ast, eest, ozd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
H. Kern, ‘Germaansche verwanten van Slawisch žrêbŭ.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
H. Kern, ‘Canis, çuni.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
H. Kern, ‘Kantoor, quatuor.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
H. Kern, ‘Boot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Eekkatte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
H. Kern, ‘[Over Jacob Grimm en zijn invloed op de ontwikkeling der Nederlandsche taalwetenschap, door den heer H. Kern]’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1902 (1902)
H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
H. Kern, ‘Middeleeuwsche oorkonden uit Oldenzaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
H. Kern, ‘Germaans *marʒanaz?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
H. Kern, ‘De Gotische vorm van den eigennaam Alphonsus.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
H. Kern, ‘Een Hollandsch woord in het Tamil en het Kanareesch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
J.H. Kern, ‘Is de beleefdheidsvorm U een verbastering van U.E?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
H. Kern, ‘Over een paar Zwitsersche en tevens Nederlandsche verkleiningsvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
J.H. Kern, ‘Verwanten van Mndl. verweent.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
J.H. Kern, ‘Mndl. geles.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
A. Kessen, ‘Over de taal der oudste Limburgse, niet-literaire bronnen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
G.G. Kloeke, ‘Klankoverdrijving en goedbedoelde (hypercorrecte) taalvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
G.G. Kloeke, ‘Eigennamen op -tet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
G.G. Kloeke, ‘Oudhollandsche relicten met ‘U’-uitspraak voor Germ. Û.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
G.G. Kloeke, ‘Complicaties bij het Nederlandse taalgeographisch onderzoek (met vier kaartjes)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
G.G. Kloeke, ‘Woensdag (Met een kaart)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
G.G. Kloeke, ‘Haagse volkstaal uit de achttiende eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
G.G. Kloeke, ‘De voorzaten van het Friese jou’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
G.G. Kloeke en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
G.G. Kloeke, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953)
G.G. Kloeke, ‘De taalgeografie schrijdt voort’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954)
G.G. Kloeke, ‘De reliktvorm hef(t) voor ‘heeft’ als characteristicum voor de meest ouderwetse (West)Germaanse dialekten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959)
Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
W.G. Klooster, ‘W.G. Klooster Historische en systematische verklaringen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 104 (1988)
A. Kluijver, ‘Rampzalig, Armzalig, Lamzalig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
A. Kluijver, ‘Hlaifs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
A. Kluijver, ‘Trawant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
A. Kluijver, ‘Bairan en Gabairan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
A. Kluijver en J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
A. Kluijver, ‘Kaliber.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
A. Kluijver, ‘Mender.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
A. Kluijver, ‘De analogie als taalscheppende macht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
A. Kluijver, ‘‘Wörter und Sachen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
A. Kluijver, ‘Historische studie der syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
A. Kluijver, ‘Perfectieve vormen in het Middelnederlandsch.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
A. Kluijver, ‘Een nieuwe historische grammatica van onze taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
A. Kluijver, ‘Taal en volksaard.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
A. Kluijver, ‘Over ‘Progress in language’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
H.H. Knippenberg, ‘Een mysterieus getal in een oud lied.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
Abraham Seyne Kok, P.H. van Moerkerken, J. Verdam en J.A. Worp, ‘Plautus op ons tooneel.’, ‘Huig de Groot's Sonnet.’, ‘Prognostica.’, ‘Granje. (Warenar 1029).’, ‘Het Brusselsche Handschrift van Hein van Aken's Limborch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
J. Kooistra, ‘Twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
J. Kooistra, ‘Nog eens ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
F.K.H. Kossmann, ‘Coornhert's beschouwingen over den versbouw (de termen snede, vers en cadentie).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
E.H. Kossmann, ‘Het Engels Door Dr. E.H. Kossmann’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1990 (1990)
Etsko Kruisinga, ‘De oorsprong van het Afrikaans.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
C. Kruyskamp en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970)
C. Kruyskamp, A.A. Weijnen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
M.J. Langeveld, ‘Jespersen's theorie der ‘Ranks’. Kritiek en uitbreiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P. Leendertz (jr.), ‘Een paar Middelnederlandsche bastaardwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920)
Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.H. van Lessen, ‘Kakeichie, klakkooi, kak(k)adoris.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
J.H. van Lessen, ‘Klanknabootsing als taalvormend element’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
J.H. van Lessen, ‘Nog eens lierelauwen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
J.H. van Lessen, ‘Over mogelijke verwanten van Vlaams persem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948)
A. van Loey, ‘Aanhangsel’ In: Middelnederlandse spraakkunst. Deel I. Vormleer (1948)
A. van Loey, ‘Over de verhouding van Mnl. or: ar of er vóór consonant’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
H. Logeman, ‘Taalverval of taalontwikkeling? (Vervolg van blz. 281.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
H. Logeman, ‘Taalverval of taalontwikkeling?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
L.G. van Loon, ‘Ave atque vale, - Jersey lag duits verdwijnt II.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
J.J. Mak, ‘Het vocalisme in beklemde syllaben van enige Oost-mnl.se geschriften uit de kring der Moderne Devotie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
Lodewijk Makeblijde, ‘De moeielikheden van een onderzoek naar de levende taal in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
zuster Maria Jozefa, ‘Historische taalkunde als de studie van taalverandering J. Van Marle’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976)
J. van Marle, ‘Discussie en reactie’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979)
Ann Marynissen, ‘Ann Marynissen Van -(t)ke naar -(t)je De oorsprong en verspreiding van het Nederlandse diminutiefsuffix -(t)je’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998)
P.J. Meertens, ‘Taalkaart moe (moede)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
P.J. Meertens, ‘Taalkaart paars’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
P.J. Meertens, ‘Taalkaart rug’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
P.J. Meertens, ‘Taalkaart aardbei’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. paerde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. loesch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Liever Turksch dan Paapsch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
L.C. Michels, ‘Een sprongconstructie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
C. Moeyaert, ‘De schrijftaal van de Westhoek in Frankrijk, eind van de 19e eeuw Lexicon - 4 Cyriel Moeyaert’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1979 (1979)
Henri Ernest Moltzer en J. Verdam, ‘Van ons Heren wonden.’, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
Marijke Mooijaart, ‘M.A. Mooijaart Vroegmiddelnederlandse taalvariatie materiaalverzameling en karteermethode’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 106 (1990)
Marijke Mooijaart, ‘Spelling- en taalvariatie bij zeven 13e-eeuwse klerken M.A. Mooijaart’ In: Voortgang. Jaargang 11 (1990)
J.W. Muller, ‘De Taalvormen van Reinaert I en II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
J.W. Muller, ‘Ort, orten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J.W. Muller, ‘Ham en boterham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J.W. Muller, ‘Nog iets over anjer en anjelier.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Borgen (Bredero, Moortje, 2937).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Bontsche maat (Naschrift op Dl. XX, 210).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.W. Muller, ‘Franck's Mittelniederländische Grammatik herdrukt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
J.W. Muller, ‘Over ware en schijnbare gallicismen in het Middelnederlandsch.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘De uitbreiding van ons taalgebied in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
J.W. Muller, ‘Bijdragen tot de geschiedenis onzer Nieuwnederlandsche aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
J.W. Muller, ‘De herkomst van je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926)
J.W. Muller, ‘Bijdragen tot de geschiedenis onzer Nieuwnederlandsche aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
J.W. Muller, ‘Bijdragen tot de geschiedenis onzer Nieuwnederlandsche aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
J. Naarding, ‘De Nederlandsche benamingen van de uier’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
G.A. Nauta en Adriaan E.H. Swaen, ‘Kleine Mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936)
G.A. Nauta, ‘Het expletief ‘als’ vóór een praedicatief-attribuut’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938)
G.S. Nienaber, ‘Afrikaans in ‘de tijd’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
Jacomine Nortier en H.F. Schatz, ‘Van éénwoordwisseling naar ontlening, een vergelijkend onderzoek J.M. Nortier en H.F. Schatz’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1988 (1988)
Henricus Oort, ‘Schorrimorrie en Fluiten!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
G.S. Overdiep, ‘De middelnederlandsche imperatief’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘[Nummer 6]’, ‘De studie der Middelnederlandsche grammatica’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
P.C. Paardekooper, ‘Tussen Hollands ae en Nederlands aa’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949)
Marlies Philippa, ‘Marlies Philippa De meervoudsvorming op -s in het Nederlands vóór 1300’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981)
W. Pijnenburg, ‘Mnl. tsimadze’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
W. Pijnenburg, ‘Linkse schimmen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977)
W. Pijnenburg, ‘Mnl. G(h)oepssc(h)ene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979)
Fritz A. Ponelis, ‘Nederlands in de geschiedenis van het Afrikaans F.A. Ponelis’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991)
F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten (1906)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Eenige oude en nieuwe oosterlingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
A.A. Prins, ‘Frontal tendency en phonologisch ‘herstel’.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Anton Reichling, ‘Het handelingskarakter van het woord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Anton Reichling, ‘Bij het ‘Derde stuk’ van de ‘Zeventiende-eeuwsche Syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Cefas van Rossem en Hein van der Voort, Die Creol taal (1996)
Gerlach Royen, ‘Nogmaals de nominale klassifikatie in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Gerlach Royen, ‘De ongelukkige trits.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
Gerlach Royen, ‘Taaie onregelmatigheid.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941)
Els Ruijsendaal, Letterkonst (1991)
Maurits Sabbe, ‘Een en ander uit den taalstrijd in Zuid-Nederland tusschen 1815 en 1830 door Dr. Maurits Sabbe’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1936 (1936)
Reinier Salverda, ‘Taal & cultuur’, ‘Engels is Nederlands (met velerlei bewijzen gestaafd)’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 46 (2003)
Reinier Salverda, ‘Het Nederlands vroeger en nu’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 48 (2005)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J.J. Salverda de Grave, ‘De meervoudsvorm op -s in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
J.J. Salverda de Grave, ‘Vereenvoudigingsargumenten van vóór honderdzestig jaar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
J.J. Salverda de Grave, ‘‘Op de eerste plaats’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
Willy Sanders, ‘Oudnederlands Drie hoofdstukjes uit de vroegste Nederlandse taal- en letterkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
M. Schönfeld, ‘Rubben, Rubens.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
M. Schönfeld, ‘Enige verwanten van ‘mark’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
M. Schönfeld, ‘Iets over het woordaksent.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
M. Schönfeld, ‘Nieuwe opvattingen over klankwetten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
M. Schönfeld, ‘Gans.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
M. Schönfeld, ‘Germania Romana en Romania Germanica.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
M. Schönfeld, ‘Vormen met gesyncopeerde n.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
C.W. Schoonhoven, ‘Het Nederlands in Suriname. (Vervolg van blz. 91).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
C.W. Schoonhoven, ‘Het Nederlands in Suriname.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Jos. Schrijnen, ‘Taalgrenzen in Zuidnederland. - het Mich-kwartier.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
Jos. Schrijnen, ‘[Nummer 3]’, ‘Contemporaine taalkunde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
Christa Schuenke, ‘Christa Schuenke Gewijzigd idioom in de Oostduitse lyriek’ In: De Gids. Jaargang 153 (1990)
C.P. Serrure, ‘Over het gebruik onzer moedertael te Brussel, in vroegere dagen.’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 3 (1859-1860)
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek (2001)
Ph.J. Simons, ‘Graduering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920)
Ph.J. Simons, ‘Plastiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
Ph.J. Simons, ‘Wat na de revolutie?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
W. Slijpen, ‘De Limburgsche Sermoenen toch Limburgsch?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Ezechiël Slijper, ‘Oorlogswinst der Nederlandse taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Joh. Jac. Smith, ‘Afrikaans en Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Norval S.H. Smith, ‘N.S.H. Smith The phenomenon of D-deletion in standard Dutch’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973)
F.A. Snellaert, ‘Iets over den toestand onzer tael en letterkunde.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)
Jacob Samuel Speyer, ‘Een paar woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
Jacob Samuel Speyer, ‘Eenige opmerkingen omtrent de Nederlandsche substantiva gevormd met het suffix -ling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Marijke Spies, ‘Marijke Spies De krisis in de historische Neerlandistiek.’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
F.A. Stoett, ‘Ope (Oepe, Oppe).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
F.A. Stoett, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
F.A. Stoett, ‘Fokken, foppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917)
F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
Jan Stroop, ‘Jan Stroop Een herorientatie van de dialektstudie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980)
Jan Stroop, ‘Metathesis van s en p Jan Stroop’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982)
Jan Stroop, ‘J. Stroop Afgedwongen nasalering’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 110 (1994)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Henri Isaak Swaving, ‘Een oude kennis uit het Gothisch in het Nederlandsch teruggevonden, door H.J. Swaving.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870)
Rob Tempelaars, ‘‘Mij zinkt de moed bij het zien van de hoeveelheid’ De collectie historische taalkunde’ In: Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1995)
Eduard Thorn Prikker, ‘Kleine mee-delingen over boekwerken.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
[tijdschrift] Belfort, Het, ‘Dietsche gouwspraken.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892)
[tijdschrift] Belfort, Het, ‘[Philologische Bijdragen]’, ‘Over den Germaanschen tweeklank au.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Archiefmateriaal als bron voor taal- en dialecthistorisch onderzoek D. Otten’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Formalisme in de moderne taalkunde, over de grondslagen van de TGG Sies de Haan’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1989 (1989)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Voornaamwoordelike aanduiding in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nog meer oude hyperkorrekte vormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Enkele gegevens betreffende de Noord-Hollandse volkstaal in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een Amsterdamse scheldroep uit de 15de eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een vijftiende-eeuwse straatroep.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een stukje morfologiegeschiedenis in een generatief kader’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een nieuwe strooming in de taalwetenschap Slot’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 1]’, ‘Onverwachte Oud-Nederlandsche aansluitingen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 11]’, ‘De oudste rechtstaal.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De genitief als taalinstrument’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Tweetaligheid in het renovatiedeel van het Schinveldsche rolen genachtingboek’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 9]’, ‘Noick, een zeventiende-eeuwsch woord uit Zuid-Limburg’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De Wachtendonckse Psalmen. Antwoord aan Prof. W.L. van Helten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘‘Dood’ en ‘levend’ in Taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De taal van Grauwbunderland.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Van den Borchgrave van Couchi. Fragmenten, Medegedeeld door M. de Vries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Über die urnordische Sprache.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Scherpkorte en Zachtkorte O in Nederlandse woorden van Franse afkomst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Een Oudnederlandse zin uit de elfde eeuw (met reproduktie)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zu mnl. dilde/dulde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Raket, Reket, Roket, Riket, Rinket’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Wim Zonneveld Historische taalkunde en de eerste en tweede conceptuele verschuiving’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 104 (1988)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Pieter van Reenen Kloekes Hollandsche Expansie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005)
D.C. Tinbergen, ‘De ‘Twe-spraack vande Nederduitsche Letterkunst’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
S.J. du Toit, ‘S.J. du Toit en die kultivering van Afrikaans deur Fritz Ponelis’ In: Di koningin fan Skeba of Salomo syn oue goudfelde in Sambesia (1898)
F. de Tollenaere, ‘‘Beijen also ons koeijen dede’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
F. de Tollenaere, ‘Een klankontwikkeling nd>nj in het Nederlands?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952)
F. de Tollenaere, ‘Razdom rodjand niujaim’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Van hantreiken en verhandigen tot overhandigen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980)
M.C. van den Toorn, ‘Het Nederlands na de Tweede Wereldoorlog’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974)
M.C. van den Toorn, ‘De verklaring in de historische taalkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978)
M.C. van den Toorn, ‘M.C. van den Toorn De verklaring in de moderne taalkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980)
C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘Konijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892)
C.C. Uhlenbeck, ‘De etymologie van Skr. vānara.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
C.C. Uhlenbeck, ‘Eene beteekenis van Skr. ṛkṣa-.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
C.C. Uhlenbeck, ‘Waar werd de Indogermaansche stamtaal gesproken?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
C.C. Uhlenbeck, ‘Σμάραγδος.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895)
C.C. Uhlenbeck, ‘Boekbespreking.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Gotische Etymologieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Te Winkel's jongste werk.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906)
G.J. Uitman, ‘Een ‘schriftuurlijke’ taalbeschouwing?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958)
Jacob van der Valk, ‘Fumative - Vomative.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910)
Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen (1956)
Johannes Verbrugghe, ‘Nederlandse invloed in zwarte Zuid-Afrikaanse talen’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 47 (2004)
Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden, door J. Verdam.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885)
J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
J. Verdam, ‘Over de bnw. gematigd, gemoedigd, gemachtigd gerechtigd, gezaligd en geheiligd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886)
J. Verdam, ‘Custinge.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘De versterkende beteekenis van on.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
J. Verdam, ‘Het Tübingsche handschrift van Ons Heren Passie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906)
J. Verdam, ‘Eene beteekenis van Mnl. dac.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
J. Verdam, ‘Op zijn Fransch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
J. Verdam, ‘Nog eens de eenhoorn. (Tijdschr. 29, 95 vlgg.)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
J. Verdam, ‘Middelnederlandsche Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
J. Verdam, ‘Gletemen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
A.A. Verdenius, ‘Over de inclinatie in het Middelnederlandsch. (Naar aanleiding van Oostmiddelnederlandsche vormen als gaedet, regendet enz.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
A.A. Verdenius, ‘Vreemde taalelementen in onze kluchten en blijspelen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
A.A. Verdenius, ‘Slaan en zalven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
A.A. Verdenius, ‘Als ik opspring, so waecht het al.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
A.A. Verdenius, ‘Het 17de-eeuwse versterkingswoord ong(e)naartich.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
A.A. Verdenius, ‘Wat het hy te doen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
A.A. Verdenius, ‘Iets uit de geschiedenis van de bilabiale W in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
A.A. Verdenius, ‘Over het 17de-eeuwse werkwoord en substantief verlangen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
A.A. Verdenius, ‘Moortje, vs. 1190: De garde. Het komt u toe!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
A.A. Verdenius, ‘Eensloefs - eensloechs. (Overgang fs > chs).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
A.A. Verdenius, ‘Minnelijck als bijwoord van graad in 17de- eeuwse Hollandse taal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940)
A.A. Verdenius, ‘De laatste sporen van du in Noord-Holland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942)
A.A. Verdenius, ‘Opmerkingen over 17de-eeuwse relicten met eu < o’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943)
J. Beckering Vinckers, ‘Een tedere kwestie, door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
J. Beckering Vinckers, ‘Een netelige kwestie. door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
J. Beckering Vinckers, ‘Wodan.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Beckering Vinckers, ‘Bomer en roemer.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Beckering Vinckers, ‘Spook.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874)
J. Beckering Vinckers, ‘Hêleand 984.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
J. van Vloten, ‘Germanismen en woordverklaring bij Vondel;’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
J. van Vloten, ‘Woordverklaring in Vondel.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)
Jan Voorhoeve, ‘De oorsprong van het Sranan Tongo Jan Voorhoeve’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977)
C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
C.G.N. de Vooys, ‘De Franse woorden in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
C.G.N. de Vooys, ‘Zestiende-eeuwse grammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
C.G.N. de Vooys, ‘Wensen en wenken voor een ‘Geschiedenis van de Nederlandse taal.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 181).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 131).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwelingen in oudere taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
C.G.N. de Vooys, ‘De invloed van de Renaissance-spraakkunst in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
C.G.N. de Vooys, ‘Het onderzoek naar de Middel-Nederlandse woordgeografie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
C.G.N. de Vooys, ‘Een zeventiende-eeuwse ‘Letterklank’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
C.G.N. de Vooys, ‘De taalbeschouwing van Lambert ten Kate.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
C.G.N. de Vooys, ‘Taalstudie voor de hoofdakte.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
C.G.N. de Vooys, ‘Hyperkorrekte taalvormen in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
C.G.N. de Vooys, ‘Bargoens in een laat-middeleeuwse klucht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
C.G.N. de Vooys, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Is ij bij Huygens altijd een diftong?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
C.G.N. de Vooys, ‘Een achttiende-eeuwse latinist over spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Uit de geschiedenis van de Nederlandse spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
C.G.N. de Vooys, ‘Een zeldzaam woord in dichtertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955)
F. Vos, ‘F. Vos De Japanse taal’ In: De Gids. Jaargang 141 (1978)
W.L. de Vreese, ‘Over Middelnederlandsche handschriftkunde in verband met Taal- en letterkunde.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
W.L. de Vreese, ‘Over de benamingen onzer taal inzonderheid over ‘Nederlandsch’ door Willem de Vreese’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1909 (1909)
W.L. de Vreese, ‘Mnl. solre.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
W.L. de Vreese, ‘Naschrift bij de correctie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Matthias de Vries, ‘NOG EEN PROEFJE VAN MIDDELNEDERLANDSCHE TAALZUIVERING.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Matthias de Vries, ‘Nog een proefje van middelnederlandsche taalzuivering.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Matthias de Vries, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
Matthias de Vries, ‘Middelnederlandsche Mengelingen, door M. de Vries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
Wobbe de Vries, ‘Eenige opmerkingen naar aanleiding van J. Te Winkel, De Noordnederlandsche Tongvallen, Afl. 2.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902)
Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
Wobbe de Vries, ‘Abnormale spelling van goed in het Mnl., Mnd. en Ofri.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
Wobbe de Vries, ‘Mnl. mnd. ofri. guet enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
Wobbe de Vries, ‘Over ŭ in open lettergrepen in het Noordwestelijk Saksisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921)
Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen in de Nederlanden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924)
Wobbe de Vries, ‘‘Vol’ met accusatief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Wobbe de Vries, ‘Zijn Bilts en Vriezenveens ontstaan doordat Friezen van taal veranderden?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927)
Wobbe de Vries, ‘Mnl. ei voor ij in ‘Gerrit’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928)
Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van bilabiale w.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
Jan P.M.L. de Vries, ‘De hypothese van het Keltische substraat’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Wobbe de Vries, ‘Iets over grm. î en û te onzent.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
Wobbe de Vries, ‘Bij ‘oe-relicten...’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
Wobbe de Vries, ‘Oe-relicten in Holland en Zeeland?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
Wobbe de Vries, ‘Enkele betwistbare mouilleringen, vooral jij, je.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935)
Wobbe de Vries, ‘‘Congruerende voegwoorden’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940)
Wobbe de Vries, ‘Dj < dg’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
Wobbe de Vries, ‘Tj < tk’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942)
J.W. de Vries, ‘Het Indonesisch als nationale taal J.W. de Vries’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1980 (1980)
J.W. de Vries, ‘Taalverandering’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 46 (2003)
J.W. de Vries, ‘Taalverandering en taalverloedering’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 47 (2004)
Marijke J. van der Wal, De taaltheorie van Johannes Kinker (1977)
S.J. Warren, ‘Kussen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: sajet’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
A.A. Weijnen, ‘De û en iets over articulatiegewoonten in Noord-Brabant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
A.A. Weijnen, ‘Taalkaart schommel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
A.A. Weijnen, ‘De hoepel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
A.A. Weijnen, ‘[Nummer 6]’, ‘De ouderdom en het isolement van het Schouwens dialect’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
A.A. Weijnen, ‘Contactdissimilatie of analogie?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944)
A.A. Weijnen, ‘Het verspreidingsgebied van de ontronding’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
W. Wessels, ‘Een nawoord over de theorie der taalwording.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
M.C. van Wijhe, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904)
N. van Wijk, ‘Naar aanleiding van het woord morgen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905)
N. van Wijk, ‘De 1. persoon pluralis in het Oudhoogduitsch en andere Westgermaansche dialecten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907)
N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
N. van Wijk, ‘Een Oudwestnederfrankies -dialekt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
N. van Wijk, ‘Gerekte a, e vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
N. van Wijk, ‘Mnl. drûghe ‘droog’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914)
N. van Wijk, ‘Kroos ‘eendekroos’ en kroost ‘kinderen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916)
N. van Wijk, ‘Opmerkingen over taalkundig nationalisme en internationalisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
N. van Wijk, ‘A. Meillet als taalgeleerde en taalhistorikus.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
N. van Wijk, ‘Nieuwe wegen der vergelijkende linguistiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
N. van Wijk, ‘‘Silbenschnitt’ en quantiteit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
C. Wilkeshuis, ‘De ontwikkeling van u (uit oude ô) tot y in 't Stadsfries.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
J.F. Willems, ‘Over den oorsprong, den aert, en de natuerlyke vorming der Nederduitsche tael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
J.F. Willems, ‘Over den oorsprong, den aert, en de natuerlyke vorming der Nederduitsche tael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908)
J.H.J. Willems, ‘Sjouw en jouw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Opheldering van eenige uitdrukkingen in Vondel's treurspel Lucifer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901)
L.E. Wirth-van Wijk, ‘De ontwikkeling van Oudg. û in het Nederlands en Zweeds’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950)
Wim Zonneveld, ‘A reanalysis of D-Deletion in Dutch Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975)
Wim Zonneveld, ‘25 jaar generatieve fonologie in Nederland’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994)
F.L. Zwaan, ‘Hooftiana IV’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)

Nederlands als tweede taal

René Appel, Anneke C.G. Fleurkens, V.J.J.P. van Heuven, Gideon Lodders, Jan Noordegraaf en J.J M. Westenbroek, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Kris Van den Branden, ‘Nederlands op maat? Reflecties bij cursussen Nederlands als tweede taal’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 49 (2006)
Jan Deloof, ‘Duitse parlementsleden wensen meer Nederlands op school.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969)
Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden (1987)
Gijs Garré, ‘Het Nederlands in Brussel Investeren in status Gijs Garré’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 2000 (2000)
G.J. Geers, F.K.H. Kossmann, C. Kruyskamp en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963)
Etsko Kruisinga, ‘Onze taal in den vreemde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Jan Messchert van Vollenhove, ‘Gemakkelike en moeilike talen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
J.H. Meter, ‘Nederlands te Napels.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969)
H. Ryckeboer, ‘Sociolinguïstische aspecten van het onderwijs Nederlands in Noord-Frankrijk’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997)
Reinier Salverda, ‘De ANS voor anderstaligen Reinier Salverda’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
Makoto Shimizu, ‘Het Nederlands in Japan’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 49 (2006)
Jelle Stegeman, ‘Een taalcursus Nederlands voor buitenlanders.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 27 (1984)
P.G.J. van Sterkenburg, ‘Naar een basis-fraseologie voor niet-moedertaalsprekers P.G.J. van Sterkenburg’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991)
Bart van der Straeten, ‘A Great Language Why Do Foreigners Learn Dutch? [Bart van der Straeten]’ In: The Low Countries. Jaargang 13 (2005)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 1 (1961) (1961)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 2 (1964) (1966)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 3 (1967) (1969)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 4 (1970) (1973)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 5 (1973) (1976)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 6 (1976) (1978)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 7 (1979) (1980)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 13 (1997) (1997)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 14 (2000) (2001)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Het leren van vreemde talen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
[tijdschrift] Ons Erfdeel, ‘Nederlands te Münster.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969)
[tijdschrift] Ons Erfdeel, ‘Het Nederlands als vreemde taal.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969)
Hugo J.J. Uyttenhove, ‘het nederlands en de komputer op een amerikaanse universiteit’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 17 (1974)

Taaldidactiek

J. Mathijs Acket, ‘Proeven van literatuurlessen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
J. Mathijs Acket, ‘De leraar in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
J. Mathijs Acket, ‘Twee typen uit het oude taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
J. Mathijs Acket, ‘Een verdediging.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916)
J. Mathijs Acket, ‘Enige Fragmenten uit een nieuw schoolboek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
J. Mathijs Acket, ‘‘Het verheven deel’ der letterkundige lektuur.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Jacques van Alphen, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
René Appel en Anneli Schaufeli, ‘Meer Nederlands of meer Turks? De woordenschat van Turkse kinderen in Nederland René Appel en Anneli Schaufeli’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990)
Sjef Barbiers, ‘Taalkunde en taalonderwijs volgens Hoogvliet Sjef Barbiers’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994)
Marijke Barend-van Haeften, Klaus Beekman, G.J. Hartman, Gideon Lodders, P.M. Nieuwenhuijsen en R.J. Resoort, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Hans Bennis, ‘Taal, taalkunde en moedertaalonderwijs’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 37 (1994)
J.B. Berns en M.J.M. de Haan, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976)
J. Bok, J. Faber en H. van Strien, ‘Het dialekt en het taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
H. Bonset, ‘Neerlandistiek en moedertaaldidactiek: blijvende relatie-ellende?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
Geert Evert Booij, ‘G.E. Booij Taalkunde in het secundair onderwijs’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
Geert Evert Booij, P.J.A. Franssen, Emmy Gransjean-Muda, W. Hendrikx, Paul de Herder, Maaike Hogenhout-Mulder, J. Kwant, Ad Leerintveld, A.G. Melle, Jan Noordegraaf, Nico Oudejans, Dick Jan Sanders, M.A. Schenkeveld-van der Dussen, P.J. Verkruijsse, Yves G. Vermeulen en Gerard de Vriend, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986)
Andries Borgeld, ‘Over schooluitgaven en nog iets.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
J.H. van den Bosch, ‘Over het oude en het nieuwe taalonderwijs. (Lezing.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895)
J.H. van den Bosch, ‘Over interpunksie; grondtrekken voor het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
J.H. van den Bosch, ‘Over het oude leesonderwijs. (Fragmenten uit een lezing).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
J.H. van den Bosch, ‘Admissie-examen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
J.H. van den Bosch, ‘Taal is klank. (Eerste lessen toegelicht). (Slot).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
J.H. van den Bosch, ‘Taal is klank. (Eerste lessen toegelicht).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
J. van Boskoop en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
J.S. ten Brinke, S.C. Dik en E.M. Uhlenbeck, ‘Taalwetenschap en taalonderwijs’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1970 (1970)
M.N. Brouwer, Amaat Honoraat Joos, J.W. Muller, J.B. Schepers, Gustaaf Segers, R.D. Simons, H. Temmerman, Hugo Verriest, Gustaaf Verriest sr. en Fr. Versmissen, ‘De Voertaal van het Onderwijs door Gustaaf Segers.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1908 (1908)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Ons onderwijs in het Nederlandsch. I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
Fons van Buuren, L. Strengholt, M.C. van den Toorn en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984)
Wilma Cornelisse, ‘Moedertaalonderwijs in Nederland Wilma Cornelisse’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 30 (1987)
M.R. Dijkman, ‘Kritiese beschouwingen over hedendaagse examenpraktijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Arthur Dirksen, P. Schellens en U. Schuurs, ‘Vragen fouten in de zinsbouw om grammatica-onderwijs? A. Dirksen, P.J. Schellens & U. Schuurs’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987)
Liesbeth Echteld, Wim Rutgers en Ronald Severing, ‘Gezamenlijk literatuuronderwijs op de Antillen Liesbeth Echteld (Curaçao), Ronnie Severing (Curaçao) en Wim Rutgers (Aruba)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007)
Michiel Elias en Bartie Thijs, ‘Achtergronden bij het onderzoek naar taal en socialisatie Michaël Elias en Bartie Thijs’ In: Voortgang. Jaargang 1 (1980)
G.A. van Es, ‘Het voortgezet moedertaalonderwijs’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941)
Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden (1987)
Annerieke Freeman-Smulders, ‘Een parabel in het leesonderwijs Het Mattheus-effect nader bekeken Annerieke Freeman-Smulders’ In: Literatuur zonder leeftijd. Jaargang 7 (1993)
E. de Frémery, ‘Het Nederlandsch op het eindexamen gymnasium’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939)
Gijs Garré, ‘Het Nederlands in Brussel Investeren in status Gijs Garré’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 2000 (2000)
Joris Gerits, ‘Het stiefmoedertaalonderricht in vlaanderen Joris Gerits’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 30 (1987)
Jac. van Ginneken, ‘Grammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Jac. van Ginneken, ‘De heele Nederlandsche moedertaal omvat alle Nederlandsche taalgroepen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter (1922)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 1]’, ‘Minister Marchant en de motie-Moller’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
C. Groustra, ‘Beperking.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
G. Gunneweg, Peter van Steen en Fritz Zondervan, ‘De leesbaarheid van basisschoolteksten. Objectieve ordeningscriteria voor instructieve teksten’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Camiel Hamans, ‘Camiel Hamans De staart van de duivel is een fiets’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
Koos Hawinkels, ‘Literatuurdidaktiek in Nederland Een overzicht door Koos Hawinkels (Hilversum)’ In: Colloquium Neerlandicum 7 (1979) (1980)
Ida Heijermans, ‘Onze taal op de lagere school.’ In: De Gids. Jaargang 61 (1897)
Ida Heijermans, ‘Uit de practijk van het taalonderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
D.C. Hesseling, ‘De spellingbeweging.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
anoniem Het Brugsche Livre des Mestiers, Het Brugsche Livre des Mestiers en zijn navolgingen (1931)
J.M. Hoogvliet en Jan Gerrit Talen, ‘Iets over de beschrijving van het Nederlandsche verbum Door den heer Talen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels (1971)
Rudi Janssens, ‘Meertalig onderwijs in Brussel?’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 46 (2003)
G. Karsten, ‘Onderwijs in het Fries op de lagere school’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
W.G. Klooster, ‘Een proefles voor het moedertaalonderwijs’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974)
A. Kluijver, ‘Het examen in het Nederlandsch voor middelbaar onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
Jan Konst, J.A. van Leuvensteijn en R.D.H. Stufkens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 111 (1995)
Jan Koopmans, ‘Wat pedagogiek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
Jan Koopmans, ‘De spellingbeweging en de school.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
Jan Koopmans, ‘Schoolopstellen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
Jan Koopmans, ‘Schoolopstellen. (Vervolg van blz. 197).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
Jan Koopmans, ‘De eisen van een schoolleesboek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
Jan Koopmans, ‘De ‘Nederlandsche taal’ in het gemeenteverslag van Rotterdam.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Jan Koopmans, ‘Geestdrift en praktijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Jan Koopmans, ‘Geestdrift en praktijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Jan Koopmans, ‘Nieuwe schoolleesboeken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
Jan Koopmans, ‘Nieuwe schoolleesboeken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915)
W. Kraak, ‘Taalonderwijs in de lagere school.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
W. Kraak, ‘Taalonderwijs in de lagere school. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
A. Kraak, ‘Taalonderwijs in de lagere school. III.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932)
W. Kramer, ‘De nieuwe stijlstudie en het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
W. Kramer, ‘Moedertaalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
W. Kramer, ‘Een methode voor taalonderwijs, die breder belangstelling verdient.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938)
Etsko Kruisinga, ‘Een zeventigste verjaardag.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Etsko Kruisinga, ‘De waarde van klankleer voor de onderwijzer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Etsko Kruisinga, ‘Tamboers der voorhoede?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
Etsko Kruisinga, ‘Klankleer in de klas.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Etsko Kruisinga, ‘Klankleer in de klas II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)
Etsko Kruisinga, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
Reind Kuitert, ‘De Nederlandse taal bij de onderwijzers-eksamens en onderwijzersopleiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
Reind Kuitert, ‘Het moedertaalonderwijs op de opleidingsschool van koers veranderd.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
Reind Kuitert, ‘Zesendertig jaar spraakkunstonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
J.E. van der Laan, ‘Lesen ohne Geheimnis’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939)
D.H. Lammers, ‘Een theoretisch kader voor het onderzoek naar en het onderwijs in luisteren’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976)
Karel Lantermans, ‘Taal en verwante vakken op de hulpakte.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
W.L.M.E. van Leeuwen, ‘Over litteratuuronderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
Elisabeth van der Linden, ‘roemenië en het onderwijs van de nederlandse taal’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 17 (1974)
H. Logeman, ‘Taal-individualisme.’ In: De Gids. Jaargang 58 (1894)
J. Lachlan Mackenzie, ‘Homo scribens J. Lachlan Mackenzie’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1989 (1989)
C.J. Magielse, ‘De nieuwe spelling en de lagere school’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Samuel Adrianus Naber, ‘Gymnasiaal onderwijs en paedagogiek.’ In: De Gids. Jaargang 28 (1864)
S.M. Noach, ‘De ‘Cursus-Holthuizen’ veroordeeld.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
S.M. Noach en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
G.S. Overdiep, ‘Over methodiek van het onderwijs in het Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Over methodiek van het onderwijs in het Nederlandsch, II.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933)
G.S. Overdiep, ‘Uit de pers Het examen Nederlandsch M.O.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Taalboeken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Taalboeken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Taalboeken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Uit de pers De onderwijzersexamens en het Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Taalboeken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Taalboeken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936)
G.S. Overdiep, ‘Eindexamenwerk’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937)
L.J. Rogier, ‘Een erfenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
Gerlach Royen, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934)
Gerlach Royen, ‘Moedertaalonderwijs in de Nederlanden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
J.J. Salverda de Grave, ‘Taalstudie en taalonderwijs volgens de methode van Bally.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
J.B. Schepers, ‘Het Nederlands aan gymnasia.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897)
J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901)
J.B. Schepers, ‘Taal en taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
H.G.J. Schillemans, ‘De nieuwe spelling en de schoolboeken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
A.J. Schneiders, ‘Richtingen en verhoudingen in het literatuuronderwijs op de middelbare school.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930)
A.J. Schneiders, ‘Literatuur en middelbaar onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
A.J. Schneiders, ‘Een koersverandering in didacticis?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
M. Schönfeld, ‘De kleuterroman in de praktijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
M. Schönfeld, ‘De grammatika op de middelbare school’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922)
M. Schönfeld, ‘Het voortgezet onderwijs in de moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933)
U. Schuurs, ‘Getalscongruentie en taalonderwijs U.R.I. Schuurs’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
Gustaaf Segers, ‘Lezing. De ontwikkeling onzer taal. door Gustaaf Segers.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1898 (1898)
Ph.J. Simons, ‘Lessen over 't lidwoord. (Vervolg van blz. 97.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Ph.J. Simons, ‘Lessen over 't lidwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
Ph.J. Simons, ‘Bij een gepleisterd graf.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
Ph.J. Simons, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
Jacob Smit, ‘Het middelbaar moedertaalonderwijs in de steigers.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943)
Tj. Sterringa, ‘Spreken, lezen en schrijven op de lagere school. (Fragment van een lezing).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
Maartje Süter, ‘Hoe waarderen gebruikers in Nederland en België de ANS? Maartje Süter’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987)
J.H. Swildens, ‘Leesonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
Jan Gerrit Talen, ‘Over vorm en indeeling der werkwoorden. Wat toegepaste methodologie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894)
Theo Thijssen, ‘Verklaring van vreemde woorden op onderwijzers-examens.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
[tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Traditionele grammatica op de basisschool M.K. van Dort-Slijper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Moet er een afzonderlike ‘leestaal’ bestaan?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Multatuli over spelling, taal en taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Schoolopstellen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Gekommitteerden over schrijven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Reactie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Het gymnasiale eindexamenopstel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De nieuwe spelling in de praktijk der lagere school’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Uit de praktijk. Spreekoefeningen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Uit de praktijk.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Litteratuur-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Taal op school.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899)
[tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Veeltalige vorming van 't kind - wenselik?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
[tijdschrift] Vonk, VON-Informatie. Jaargang 6 (1976)
[tijdschrift] Vonk, VON-Informatie. Jaargang 10 (1980)
[tijdschrift] Voortgang, ‘Met het oog op onderwijs Eva M. Tol-Verkuyl’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006)
D.C. Tinbergen, ‘Spraakkunstonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
D.C. Tinbergen, ‘Taal- en literatuuronderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919)
E.M. Uhlenbeck, ‘Taalonderwijs en taalonderzoek’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1968 (1968)
E.M. Uhlenbeck, ‘Commentaar Een zwarte dag voor de didactiek in Leiden’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1975 (1975)
Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen (1956)
A.A. Verdenius, ‘Valcooch's regel der Duytsche schoolmeesters.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927)
Gustaaf Verriest sr., ‘Over Moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
Albert Verwey, ‘De volksschool en de literatuur. Mogelijkheden en Uitzichten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926)
C.G.N. de Vooys, ‘Het taalonderwijs op de lagere school.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)
C.G.N. de Vooys, ‘Synoniemen-behandeling bij het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwe wegen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)
C.G.N. de Vooys, ‘Misverstand.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
C.G.N. de Vooys, ‘Nog meer ‘stijloefeningen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)
C.G.N. de Vooys, ‘Konservatieve beschouwingen omtrent leesonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)
C.G.N. de Vooys, ‘Letterkunde-studie voor de hoofdakte.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
C.G.N. de Vooys, ‘Lichtkans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911)
C.G.N. de Vooys, ‘De taalstudie van de onderwijzer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
C.G.N. de Vooys, ‘De zuurdesem van een oud taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)
C.G.N. de Vooys, ‘Het gezag van een ‘Algemeen Beschaafd’. (Vervolg van blz. 14).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
C.G.N. de Vooys, ‘Naschrift.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923)
C.G.N. de Vooys, ‘Taalstudie voor de hoofdakte.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924)
C.G.N. de Vooys, ‘De buigings-n als een steun voor het taalinzicht en het spraakkunst-onderwijs?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Taalbederf door de school van Kollewijn?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940)
Jan P.M.L. de Vries, ‘Boeken bij het literatuur-onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921)
J. Wils, ‘De je-stijl in jongens- en meisjesopstellen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938)
Jan Wils, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)