beschikbare titelsNederlandse taalFrens Bakker, Het Venloos en het Blericks, een stads- en een dorpsdialect in één gemeente, 1998 Taco H. de Beer, Onze volkstaal, 1882-1890 Rob Belemans, Dialectverlies bij Genker jongeren, 1997 Rob Belemans, Stokkems dialect of Stokkemse dialecten?, 1995 M. Boonen, Huisnamen ontstaan en morfologie, 1986 José Cajot, Hoe maak ik een dialectwoordenboek?, 1995 José Cajot, Het Limburgs dialect van de Voerenaren, 1985 José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten, 1996 José Cajot, De rijksgrens tussen beide Limburgen als taalgrens, 1977 Hartmut Beckers en José Cajot, Zur Diatopie der deutschen Dialekte in Belgien, 1979 Frans Claes, Driestoponiemen in de streek van Diest, 1984 Georg Cornelissen, De dialecten in de Duits-Nederlandse Roerstreek - grensdialectologisch bekeken, 1995 Georg Cornelissen, Taal en onderwijs in Noord-Limburg in de Franse tijd (1794-1814), 1998 H. Crompvoets, Dialect en standaardtaal in Nederlands Limburg, 1987 H. Crompvoets, Huisslachtbenamingen in Nederlands Limburg, 1988 H. Crompvoets, Klank- en woordgeografie rond Venlo, 1998 H. Crompvoets, Het lemma in het woordenboek van de Limburgse dialecten, 1993 H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat, 1991 H. Crompvoets, Het Stokkems in zijn dialectgeografisch verband, 1995 J. Goossens, Bèèëne en borre voor 'branden'. Over r-metathesis in Limburg, 1999 J. Goossens, Dialectologie en taalvariatie, 1979 J. Goossens, Dialecten in het centrale Zuidnederlandse stedennetwerk, 1993 J. Goossens, Die Herausbildung der deutsch-niederländischen Sprachgrenze, 1984 J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978 J. Goossens, Het gebruik van dialect en Algemeen Nederlands en de evolutie ervan, 1987 J. Goossens, Een geïsoleerd voornaamwoord: Limburgs doe, dich, dijn, 1996 J. Goossens, Genker dialect tussen oost en west, 1997 J. Goossens, De geografie van de Limburgse successieoorlog bij Jan van Heelu, 1989 J. Goossens, Hulde aan André Stevens. Chronologische biografie van André Stevens, 1993 J. Goossens, In memoriam dr. Jos Molemans, 1995 J. Goossens, Jozef Leenen, 1976 J. Goossens, Middelnederlandse vocaalsystemen, 1981 J. Goossens, De molenaar in het Limburgse dialect, 1992 J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie, 1979 J. Goossens, De Nederlandse verwanten van Oostnederduits Pede 'Elytrigia repens', 1985 J. Goossens, De nieuwe fragmenten van Hendrik van Veldekes Sente Servas, 1991 J. Goossens, Schets van de meervoudsvorming der substantieven in de Nederlandse dialecten, 1988 J. Goossens, De tweede Nederlandse auslautverscherping, 1978 J. Goossens, Woordgeografie van nominale ellipsen bij taalcontacten, 1989 J. Goossens, De woordenschat van een Belgisch-Limburgse varkenskermis, 1988 Walter Hoffmann, Von Himmerod und Rottbitze bis Roda Kerkrade, 1996 Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991 Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning, 1990 Joep Kruijsen, Romaanse leenwoorden in Haspengouw, 1992 W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977 W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel I De synchronische en diachronische komponenten, 1978 W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel II De sociolinguïstische komponent, 1979 J. Leenen, Dialecten in Belgisch Limburg, 1991 Jan Lijnen, Enkele uitdrukkingen en woorden uit het dialekt van Romershoven, 1977 Jozef van Loon, Morfeemgeografie van de Nederlandse herkomstnamen, 1981 Jan Lucassen, Geschiedenis en dialectologie: het geval Meijel, 1991 Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994 Ann Marynissen, Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen, 1998 V. Mennen, Fusie of gemeentelijke herindeling in de beide Limburgen, 1990 V. Mennen, Genker straatnaamgeving in de twintigste eeuw, 1997 V. Mennen, Interpretatie van toponiemen, 1993 V. Mennen, Naamgevingsfactoren en naamgevingstypen, 1990 V. Mennen, De persoonsnaamgeving in het Lommels dialect, 1994 V. Mennen, Stokkem en aanverwante plaatsnamen, 1995 V. Mennen, Straatnaamgeving in Vlaanderen en Nederland, 1990 Stefan Minten, De evolutie van de woordenschat in het Hasselts dialect, 1987 J. Molemans, Erfnamen functioneler dan familienamen in oostelijk Belgisch-Limburg, 1984 J. Molemans, Loon tussen Brabant en Luik. Teloorgang en toch behoud van eigen identiteit, 1992 J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976 J. Molemans, Meting van de heerlijkheid Gruitrode-Solt (1792-1794), 1992 J. Molemans, Naamgevingsfactoren in de Kempische toponymie, geïllustreerd aan Opglabbeek, 1986 J. Molemans, Profiel van de Kempische toponymie, 1977 J. Molemans, Referaten rond het thema 'dialectwoordenboeken', 1981 J. Molemans, Referaten gehouden op het zevende congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde, 1982 J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979 Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998 J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, De begrenzing van de Kempen, 1983 Jef Remans, Genker spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen, 1979 Jef Remans, Genker spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen deel 2, 1982 K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979 M.J.H.A. Schrijnemakers, Problemen rond de plaatsnaam Venray (Ned. Limburg) Margraten (Ned. Limburg), 1977 Jan Segers, Cuvelier en Huysmans 100 jaar later: moet de toponymische studie van Bilzen nog geschreven worden?, 1998 Jan Segers, Dialecten en naamgeving in Haspengouw, 1984 Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. I, 1993 Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. II, 1994 Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie, 1980 Jan Segers, Taalgrensvorming in Zuid-Limburg, 1983 Jan Segers, Waternamen in de Oetervallei, met name te Neeroeteren, 1986 Patrick Slechten, Sjampe en verweite. Een verzameling Bilzerse scheldwoorden. Deel 1: A - M, 1996 Patrick Slechten, Sjampe en verweite. Een verzameling Bilzerse scheldwoorden. Deel 2: N - Z, 1999 Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987 A. Stevens, Leidraad bij straatnaamgeving en -wijziging, 1982 A. Stevens, Pronominale isomorfen in Belgisch-Limburg. I, 1985 A. Stevens, Struktuur en historische ondergrond van het Haspengouws taallandschap, 1978 A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990 J.M. Verhoeff, Iets over Limburgse familienamen afgeleid van beroepsaanduidingen, met speciale aandacht voor het slagersberoep, 1988 Gerrit de Vos, Voornaamgeving in de beide Limburgen sinds 1839, 1989 H. Crompvoets en H.H.A. van de Wijngaard, Mijnwerkersterminologie in de beide Limburgen: meer verscheidenheid dan eenheid, 1989 Jos van de Wouw, Tendenzen in de klankontwikkeling van het Weertlands, 1986 Archief voor Nederlandsche taalkunde. Eerste deel (alleen scans beschikbaar) , 1847-1848 Archief voor Nederlandsche taalkunde. Tweede deel (alleen scans beschikbaar) , 1849-1850 Archief voor Nederlandsche taalkunde. Derde deel (alleen scans beschikbaar) , 1851-1852 Archief voor Nederlandsche taalkunde. Vierde deel (alleen scans beschikbaar) , 1853-1854 Archief voor Nederlandsche taalkunde. Vijfde deel (alleen scans beschikbaar) , 1855-1856 Archief voor Nederlandsche taalkunde, 1847-1854 Corpusgebaseerde woordanalyse, 1985-1993 De drie talen. Jaargang 1 (alleen scans beschikbaar) , 1885 De drie talen. Jaargang 2 (alleen scans beschikbaar) , 1886 De drie talen. Jaargang 3 (alleen scans beschikbaar) , 1887 De drie talen. Jaargang 4 (alleen scans beschikbaar) , 1888 De drie talen. Jaargang 15 (alleen scans beschikbaar) , 1899 De drie talen, 1885-1971 Driemaandelijkse bladen, 1902-2002 Gentse Bijdragen, 1934-1984 Gramma, 1977-1991 Gramma/TTT, 1992-2003 Handelingen van het tweede Vlaamsch philologencongres (alleen scans beschikbaar) , 1913 Handelingen van het vierde Vlaamsch philologencongres (alleen scans beschikbaar) , 1921 Handelingen van het vijfde Vlaamsch philologencongres (alleen scans beschikbaar) , 1922 Handelingen van het zesde Vlaamsch philologencongres (alleen scans beschikbaar) , 1923 Handelingen van het tiende Vlaams filologencongres (alleen scans beschikbaar) , 1930 Handelingen van het elfde Vlaams philologencongres (alleen scans beschikbaar) , 1932 Handelingen van het twaalfde Vlaamsch philologencongres (alleen scans beschikbaar) , 1934 Handelingen van het dertiende Vlaams philologencongres (alleen scans beschikbaar) , 1936 Handelingen van het veertiende Vlaams philologencongres (alleen scans beschikbaar) , 1938 Handelingen van het vijftiende Vlaams philologencongres (alleen scans beschikbaar) , 1940 Handelingen van het Vlaams filologencongres, 1913-1982 Informatie Nederlandse lexikologie: INL, 1970-1977 Linguistica Antverpiensia, 1967- Mededeelingen uitgegeven door de Vlaamsche Toponymische Vereeniging te Leuven. Jaargang 1 (alleen scans beschikbaar) , 1925 Mededeelingen uitgegeven door de Vlaamsche Toponymische Vereeniging te Leuven. Jaargang 2 (alleen scans beschikbaar) , 1926 Mededeelingen uitgegeven door de Vlaamsche Toponymische Vereeniging te Leuven. Jaargang 3 (alleen scans beschikbaar) , 1927 Mededeelingen uitgegeven door de Vlaamsche Toponymische Vereeniging te Leuven. Jaargang 4 (alleen scans beschikbaar) , 1928 Mededeelingen uitgegeven door de Vlaamsche Toponymische Vereeniging te Leuven. Jaargang 5 (alleen scans beschikbaar) , 1929 Mededeelingen uitgegeven door de Vlaamsche Toponymische Vereeniging te Leuven. Jaargang 6 (alleen scans beschikbaar) , 1930 Mededeelingen uitgegeven door de Vlaamsche Toponymische Vereeniging te Leuven. Jaargang 7 (alleen scans beschikbaar) , 1931 Mededeelingen uitgegeven door de Vlaamsche Toponymische Vereeniging te Leuven. Jaargang 8 (alleen scans beschikbaar) , 1932 Mededeelingen uitgegeven door de Vlaamsche Toponymische Vereeniging te Leuven. Jaargang 9 (alleen scans beschikbaar) , 1933 Mededeelingen uitgegeven door de Vlaamsche Toponymische Vereeniging te Leuven. Jaargang 10 (alleen scans beschikbaar) , 1934 Mededeelingen uitgegeven door de Vlaamsche Toponymische Vereniging te Leuven. Jaargang 11 (alleen scans beschikbaar) , 1935 Mededeelingen uitgegeven door de Vlaamsche Toponymische Vereniging te Leuven. Jaargang 12 (alleen scans beschikbaar) , 1936 Mededeelingen uitgegeven door de Vlaamsche Toponymische Vereniging te Leuven. Jaargang 13 (alleen scans beschikbaar) , 1937 Mededeelingen uitgegeven door de Vlaamsche Toponymische Vereniging te Leuven. Jaargang 14 (alleen scans beschikbaar) , 1938 Mededeelingen uitgegeven door de Vlaamsche Toponymische Vereniging te Leuven. Jaargang 15 (alleen scans beschikbaar) , 1939 Mededeelingen uitgegeven door de Vlaamsche Toponymische Vereniging te Leuven. Jaargang 16 (alleen scans beschikbaar) , 1940 Mededelingen van de Vereniging voor Naamkunde te Leuven en de Commissie voor Naamkunde te Amsterdam., 1925-1968 Merlyn. Jaargang 3, 1965 Moer, 1969-2004 Naamkunde, 1969-2010 Nederlandse taalkunde, 1996- Nederlands van nu, 1979- Noord en Zuid. Jaargang 2 (alleen scans beschikbaar) , 1879 Noord en Zuid. Jaargang 3 (alleen scans beschikbaar) , 1880 Noord en Zuid. Jaargang 4 (alleen scans beschikbaar) , 1881 Noord en Zuid. Jaargang 5 (alleen scans beschikbaar) , 1882 Noord en Zuid. Jaargang 6 (alleen scans beschikbaar) , 1883 Noord en Zuid. Jaargang 7 (alleen scans beschikbaar) , 1884 Noord en Zuid. Jaargang 8 (alleen scans beschikbaar) , 1885 Noord en Zuid. Jaargang 9 (alleen scans beschikbaar) , 1886 Noord en Zuid. Jaargang 10 (alleen scans beschikbaar) , 1887 Noord en Zuid. Jaargang 11 (alleen scans beschikbaar) , 1888 Noord en Zuid. Jaargang 12 (alleen scans beschikbaar) , 1889 Noord en Zuid. Jaargang 13 (alleen scans beschikbaar) , 1890 Noord en Zuid. Jaargang 14 (alleen scans beschikbaar) , 1891 Noord en Zuid. Jaargang 15 (alleen scans beschikbaar) , 1892 Noord en Zuid. Jaargang 17 (alleen scans beschikbaar) , 1894 Noord en Zuid. Jaargang 18 (alleen scans beschikbaar) , 1895 Noord en Zuid. Jaargang 19 (alleen scans beschikbaar) , 1896 Noord en Zuid. Jaargang 20 (alleen scans beschikbaar) , 1897 Noord en Zuid. Jaargang 21 (alleen scans beschikbaar) , 1898 Noord en Zuid. Jaargang 22 (alleen scans beschikbaar) , 1899 Noord en Zuid. Jaargang 23 (alleen scans beschikbaar) , 1900 Noord en Zuid. Jaargang 24 (alleen scans beschikbaar) , 1901 Noord en Zuid. Jaargang 26 (alleen scans beschikbaar) , 1903 Noord en Zuid. Taalkundig tijdschrift, 1877-1907 Nu nog, 1951-1978 De Taalgids. Jaargang 1, 1859 De Taalgids. Jaargang 2, 1860 De Taalgids. Jaargang 3, 1861 De Taalgids. Jaargang 4, 1862 De Taalgids. Jaargang 5, 1863 De Taalgids. Jaargang 6, 1864 De Taalgids. Jaargang 7, 1865 De Taalgids. Jaargang 8, 1866 De Taalgids. Jaargang 9, 1867 De taal- en letterbode, 1870-1875 Taal en tongval, 1949 L. Koelmans, De Nieuwe Taalgids. Register op de jaargangen 50-60 (alleen scans beschikbaar) , 1968 Vijf-en-twintigjarig register op De nieuwe taalgids (alleen scans beschikbaar) , 1931 Onze Taaltuin. Jaargang 1, 1932-1933 Onze Taaltuin. Jaargang 2, 1933-1934 Onze Taaltuin. Jaargang 3, 1934-1935 Onze Taaltuin. Jaargang 4, 1935-1936 Onze Taaltuin. Jaargang 5, 1936-1937 Onze Taaltuin. Jaargang 6, 1937-1938 Onze Taaltuin. Jaargang 7, 1938-1939 Onze Taaltuin. Jaargang 8, 1939-1940 Onze Taaltuin. Jaargang 9, 1940-1941 Onze Taaltuin, 1932-1942 Taalkunde in de administratie. Band I (alleen scans beschikbaar) , 1984 Taalkunde in de administratie. Band II (alleen scans beschikbaar) , 1984 Taalkunde in de administratie. Band III (alleen scans beschikbaar) , 1984 Taalkunde in de administratie. Band IV (alleen scans beschikbaar) , 1984 Taalkunde in de administratie. Band V (alleen scans beschikbaar) , 1984 Taalbeheersing in de praktijk, 1985-1997 Tijdschrift voor taalbeheersing, 1979-1995 Tijdschrift voor levende talen. Jaargang 5 (alleen scans beschikbaar) , 1939 Tijdschrift voor levende talen, 1935-1979 Veldeke. Jaargang 6 (alleen scans beschikbaar) , 1931-1932 Veldeke. Jaargang 7 (alleen scans beschikbaar) , 1932-1933 Veldeke. Jaargang 8 (alleen scans beschikbaar) , 1933-1934 Veldeke. Jaargang 9 (alleen scans beschikbaar) , 1934-1935 Veldeke. Jaargang 10 (alleen scans beschikbaar) , 1935-1936 Veldeke. Jaargang 11 (alleen scans beschikbaar) , 1936-1937 Veldeke. Jaargang 12 (alleen scans beschikbaar) , 1937-1938 Veldeke. Jaargang 13 (alleen scans beschikbaar) , 1938-1939 Veldeke. Jaargang 14 (alleen scans beschikbaar) , 1939-1940 Voorzetten, 1985-1997 Max de Bruin en Dorothée Janssen, Honderdvijftig jaar Nederlands in West- en Oostlimburgse kranten, 1989 J. Goossens, Borgloon en de Middelnederlandse letterkunde, 1992 J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992 J. Goossens, Woeringen en de oriëntatie van het Maasland, 1988 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands, 1837-1846 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1, 1837 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2, 1838 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3, 1839 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4, 1840 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5, 1841 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 6, 1842 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 7, 1843 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 8, 1844 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 9, 1845 J.F. Willems, Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10, 1846 De Beiaard, 1916-1925 Dokumentaal, 1972-1997 Register op de jaargangen 1 (1972) t/m 10 (1981) (alleen scans beschikbaar) , 1982 Register op de jaargangen 11 (1982) t/m 20 (1991) (alleen scans beschikbaar) , 1992 Forum der Letteren, 1960-1995 Friesisches Jahrbuch, 1955-1976 Frysk Jierboek 1937 (alleen scans beschikbaar) , 1937 Frysk Jierboek 1938 (alleen scans beschikbaar) , 1938 Frysk Jierboek, 1937-1946 De Gids. Jaargang 1, 1837 De Gids. Jaargang 2, 1838 De Gids. Jaargang 3, 1839 De Gids. Jaargang 4, 1840 De Gids. Jaargang 5, 1841 De Gids. Jaargang 6, 1842 De Gids. Jaargang 7, 1843 De Gids. Jaargang 8, 1844 De Gids. Jaargang 9, 1845 De Gids. Jaargang 10, 1846 De Gids. Jaargang 11, 1847 De Gids. Jaargang 12, 1848 De Gids. Jaargang 13, 1849 De Gids. Jaargang 14, 1850 De Gids. Jaargang 15, 1851 De Gids. Jaargang 16, 1852 De Gids. Jaargang 17, 1853 De Gids. Jaargang 18, 1854 De Gids. Jaargang 19, 1855 De Gids. Jaargang 20, 1856 De Gids. Jaargang 21, 1857 De Gids. Jaargang 22, 1858 De Gids. Jaargang 23, 1859 De Gids. Jaargang 24, 1860 De Gids. Jaargang 25, 1861 De Gids. Jaargang 26, 1862 De Gids. Jaargang 27, 1863 De Gids. Jaargang 28, 1864 De Gids. Jaargang 29, 1865 De Gids. Jaargang 30, 1866 De Gids. Jaargang 31, 1867 De Gids. Jaargang 32, 1868 De Gids. Jaargang 33, 1869 De Gids. Jaargang 34, 1870 De Gids. Jaargang 35, 1871 De Gids. Jaargang 36, 1872 De Gids. Jaargang 37, 1873 De Gids. Jaargang 38, 1874 De Gids. Jaargang 39, 1875 De Gids. Jaargang 40, 1876 De Gids. Jaargang 41, 1877 De Gids. Jaargang 42, 1878 De Gids. Jaargang 43, 1879 De Gids. Jaargang 44, 1880 De Gids. Jaargang 45, 1881 De Gids. Jaargang 46, 1882 De Gids. Jaargang 47, 1883 De Gids. Jaargang 48, 1884 De Gids. Jaargang 49, 1885 De Gids. Jaargang 50, 1886 De Gids. Jaargang 51, 1887 De Gids. Jaargang 52, 1888 De Gids. Jaargang 53, 1889 De Gids. Jaargang 54, 1890 De Gids. Jaargang 55, 1891 De Gids. Jaargang 56, 1892 De Gids. Jaargang 57, 1893 De Gids. Jaargang 58, 1894 De Gids. Jaargang 59, 1895 De Gids. Jaargang 60, 1896 De Gids. Jaargang 61, 1897 De Gids. Jaargang 62, 1898 De Gids. Jaargang 63, 1899 De Gids. Jaargang 64, 1900 De Gids. Jaargang 65, 1901 De Gids. Jaargang 66, 1902 De Gids. Jaargang 67, 1903 De Gids. Jaargang 68, 1904 De Gids. Jaargang 69, 1905 De Gids. Jaargang 70, 1906 De Gids. Jaargang 71, 1907 De Gids. Jaargang 72, 1908 De Gids. Jaargang 73, 1909 De Gids. Jaargang 74, 1910 De Gids. Jaargang 75, 1911 De Gids. Jaargang 76, 1912 De Gids. Jaargang 77, 1913 De Gids. Jaargang 78, 1914 De Gids. Jaargang 79, 1915 De Gids. Jaargang 80, 1916 De Gids. Jaargang 81, 1917 De Gids. Jaargang 83, 1919 De Gids. Jaargang 84, 1920 De Gids. Jaargang 85, 1921 De Gids. Jaargang 86, 1922 De Gids. Jaargang 87, 1923 De Gids. Jaargang 88, 1924 De Gids. Jaargang 89, 1925 De Gids. Jaargang 90, 1926 De Gids. Jaargang 91, 1927 De Gids. Jaargang 92, 1928 De Gids. Jaargang 93, 1929 De Gids. Jaargang 94, 1930 De Gids. Jaargang 95, 1931 De Gids. Jaargang 96, 1932 De Gids. Jaargang 97, 1933 De Gids. Jaargang 98, 1934 De Gids. Jaargang 99, 1935 De Gids. Jaargang 100, 1936 De Gids. Jaargang 101, 1937 De Gids. Jaargang 102, 1938 De Gids. Jaargang 104, 1940 De Gids. Jaargang 105, 1941 De Gids. Jaargang 106, 1942 De Gids. Jaargang 108, 1944-1945 De Gids. Jaargang 109, 1946 De Gids. Jaargang 110, 1947 De Gids. Jaargang 111, 1948 De Gids. Jaargang 112, 1949 De Gids. Jaargang 113, 1950 De Gids. Jaargang 114, 1951 De Gids. Jaargang 115, 1952 De Gids. Jaargang 116, 1953 De Gids. Jaargang 117, 1954 De Gids. Jaargang 118, 1955 De Gids. Jaargang 118, 1955 De Gids. Jaargang 119, 1956 De Gids. Jaargang 120, 1957 De Gids. Jaargang 121, 1958 De Gids. Jaargang 122, 1959 De Gids. Jaargang 123, 1960 De Gids. Jaargang 125, 1962 De Gids. Jaargang 126, 1963 De Gids. Jaargang 127, 1964 De Gids. Jaargang 128, 1965 De Gids. Jaargang 129, 1966 De Gids. Jaargang 130, 1967 De Gids. Jaargang 131, 1968 De Gids. Jaargang 132, 1969 De Gids. Jaargang 133, 1970 De Gids. Jaargang 134, 1971 De Gids. Jaargang 135, 1972 De Gids. Jaargang 136, 1973 De Gids. Jaargang 137, 1974 De Gids. Jaargang 138, 1975 De Gids. Jaargang 139, 1976 De Gids. Jaargang 140, 1977 De Gids. Jaargang 141, 1978 De Gids. Jaargang 142, 1979 De Gids. Jaargang 143, 1980 De Gids. Jaargang 144, 1981 De Gids. Jaargang 145, 1982 De Gids. Jaargang 147, 1984 De Gids, 1837- Handelingen Colloquium Neerlandicum, 1961-2007 Handelingen van de Zuidnederlandse Maatschappij voor Taalkunde. Jaargang 1 (alleen scans beschikbaar) , 1906 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1887 (alleen scans beschikbaar) , 1887 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1888 (alleen scans beschikbaar) , 1888 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1889 (alleen scans beschikbaar) , 1889 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1890 (alleen scans beschikbaar) , 1890 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1891 (alleen scans beschikbaar) , 1891 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1892 (alleen scans beschikbaar) , 1892 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1893 (alleen scans beschikbaar) , 1893 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1894 (alleen scans beschikbaar) , 1894 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1895 (alleen scans beschikbaar) , 1895 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1896 (alleen scans beschikbaar) , 1896 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1897 (alleen scans beschikbaar) , 1897 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1898 (alleen scans beschikbaar) , 1898 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1899 (alleen scans beschikbaar) , 1899 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1900 (alleen scans beschikbaar) , 1900 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1901 (alleen scans beschikbaar) , 1901 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1902 (alleen scans beschikbaar) , 1902 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1903 (alleen scans beschikbaar) , 1903 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1904 (alleen scans beschikbaar) , 1904 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1905 (alleen scans beschikbaar) , 1905 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1906 (alleen scans beschikbaar) , 1906 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1907 (alleen scans beschikbaar) , 1907 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1908 (alleen scans beschikbaar) , 1908 Jaarboek der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1909 (alleen scans beschikbaar) , 1909 Leiding [1930-1931], 1930-1931 Leuvense bijdragen. Jaargang 1 (alleen scans beschikbaar) , 1896 Leuvense bijdragen. Jaargang 2 (alleen scans beschikbaar) , 1897 Leuvense bijdragen. Jaargang 3 (alleen scans beschikbaar) , 1899 Leuvense bijdragen. Jaargang 4 (alleen scans beschikbaar) , 1900-1902 Leuvense bijdragen. Jaargang 5 (alleen scans beschikbaar) , 1903-1904 Leuvense bijdragen. Jaargang 6 (alleen scans beschikbaar) , 1904-1905 Leuvense bijdragen. Jaargang 7 (alleen scans beschikbaar) , 1906 Leuvense bijdragen. Jaargang 8 (alleen scans beschikbaar) , 1907-1909 Leuvense bijdragen. Jaargang 9 (alleen scans beschikbaar) , 1910-1911 Leuvense bijdragen. Jaargang 10 (alleen scans beschikbaar) , 1912-1913 Leuvense bijdragen. Jaargang 11 (alleen scans beschikbaar) , 1913-1914 Leuvense bijdragen. Jaargang 12 (alleen scans beschikbaar) , 1914-1920 Leuvense bijdragen. Jaargang 13 (alleen scans beschikbaar) , 1921 Leuvense bijdragen. Jaargang 14 (alleen scans beschikbaar) , 1922 Leuvense bijdragen. Jaargang 15 (alleen scans beschikbaar) , 1923 Leuvense bijdragen. Jaargang 16 (alleen scans beschikbaar) , 1924 Leuvense bijdragen. Jaargang 17 (alleen scans beschikbaar) , 1925 Leuvense bijdragen. Jaargang 18 (alleen scans beschikbaar) , 1926 Leuvense bijdragen. Jaargang 19 (alleen scans beschikbaar) , 1927 Leuvense bijdragen. Jaargang 20 (alleen scans beschikbaar) , 1928 Leuvense bijdragen. Jaargang 21 (alleen scans beschikbaar) , 1929 Leuvense bijdragen. Jaargang 22 (alleen scans beschikbaar) , 1930 Leuvense bijdragen. Jaargang 23 (alleen scans beschikbaar) , 1931 Leuvense bijdragen. Jaargang 24 (alleen scans beschikbaar) , 1932 Leuvense bijdragen. Jaargang 25 (alleen scans beschikbaar) , 1933 Leuvense bijdragen. Jaargang 26 (alleen scans beschikbaar) , 1934 Leuvense bijdragen. Jaargang 27 (alleen scans beschikbaar) , 1935 Leuvense bijdragen. Jaargang 28 (alleen scans beschikbaar) , 1936 Leuvense bijdragen. Jaargang 29 (alleen scans beschikbaar) , 1937 Leuvense bijdragen. Jaargang 30 (alleen scans beschikbaar) , 1938 Leuvense bijdragen. Jaargang 31 (alleen scans beschikbaar) , 1939 Leuvense bijdragen. Jaargang 32 (alleen scans beschikbaar) , 1940 Leuvense bijdragen, 1896- Levende talen. Register van de hoofdartikelen uit nrs. 1-150 en zaakregister (alleen scans beschikbaar) , 1949 Neerlandica wratislaviensia, 1983- Ons Erfdeel. Jaargang 33, 1990 Ons Erfdeel. Jaargang 34, 1991 Rond den Heerd. Jaargang 1 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 2 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 3 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 4 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 5 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 6 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 7 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 8 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 9 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 10 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 11 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 12 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 13 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 14 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 15 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 16 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 17 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 18 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 19 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 20 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 21 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 22 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 23 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 24 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den Heerd. Jaargang 25 (alleen scans beschikbaar) , 1988-1989 Rond den heerd, 1865-1890 Spektator. Jaargang 1, 1971-1972 Spektator. Jaargang 2, 1972-1973 Spektator. Jaargang 3, 1973-1974 Spektator. Jaargang 4, 1974-1975 Spektator. Jaargang 5, 1975-1976 Spektator. Jaargang 7, 1977-1978 Spektator. Jaargang 8, 1978-1979 Spektator. Jaargang 9, 1979-1980 Spektator. Jaargang 10, 1980-1981 Spektator. Jaargang 11, 1981-1982 Spektator. Jaargang 12, 1982-1983 Spektator. Jaargang 13, 1983-1984 Spektator. Jaargang 14, 1984-1985 Spektator. Jaargang 15, 1985-1986 Spektator. Jaargang 16, 1986-1987 Spektator. Jaargang 17, 1987-1988 Spektator. Jaargang 18, 1988-1989 Spektator. Jaargang 19, 1990 Spektator. Jaargang 20, 1991 Spektator. Jaargang 21, 1992 Spektator. Jaargang 22, 1993 Spektator. Jaargang 23, 1994 Spektator. Jaargang 24, 1995 Spektator, 1971-1995 Studia Neerlandica, 1970-1971 Studia Germanica Gandensia, 1959- Tael- en dichtkundige Bijdragen, 1758-1762 Taal en Letteren, 1891-1906 De Nieuwe Taalgids, 1907-1995 Tijdschrift voor Nederlandsche taal- en letterkunde. Register op deel I-XXV (bew. door J. Kikkert) (alleen scans beschikbaar) , 1907 Dirk de Jong, Tijdschrift voor Nederlandsche taal- en letterkunde. Register op deel XXVI-L (bew. door D. de Jong) (alleen scans beschikbaar) , 1933 Dirk de Jong, Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde. Register op deel LI-LXXV (bew. door D. de Jong) (alleen scans beschikbaar) , 1960 Jenny Mateboer, Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde. Register op deel LXXVI-C (bew. door J. Mateboer en Th.P.F. Wortel) (alleen scans beschikbaar) , 1990 Bijblad voor taal en letteren. Jaargang 1 (alleen scans beschikbaar) , 1913 Bijblad voor taal en letteren. Jaargang 2 (alleen scans beschikbaar) , 1914 Bijblad voor taal en letteren. Jaargang 3 (alleen scans beschikbaar) , 1915 Bijblad voor taal en letteren. Jaargang 4 (alleen scans beschikbaar) , 1916 Bijblad voor taal en letteren. Jaargang 5 (alleen scans beschikbaar) , 1917 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 6 (alleen scans beschikbaar) , 1918 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 7 (alleen scans beschikbaar) , 1919 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 8 (alleen scans beschikbaar) , 1920 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 9 (alleen scans beschikbaar) , 1921 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 10 (alleen scans beschikbaar) , 1922 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 11 (alleen scans beschikbaar) , 1923 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 12 (alleen scans beschikbaar) , 1924 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 13 (alleen scans beschikbaar) , 1925 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 14 (alleen scans beschikbaar) , 1926 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 15 (alleen scans beschikbaar) , 1927 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 16 (alleen scans beschikbaar) , 1928 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 17 (alleen scans beschikbaar) , 1929 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 18 (alleen scans beschikbaar) , 1930 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 19 (alleen scans beschikbaar) , 1931 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 20 (alleen scans beschikbaar) , 1932 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 21 (alleen scans beschikbaar) , 1933 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 22 (alleen scans beschikbaar) , 1934 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 23 (alleen scans beschikbaar) , 1935 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 24 (alleen scans beschikbaar) , 1936 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 25 (alleen scans beschikbaar) , 1937 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 26 (alleen scans beschikbaar) , 1938 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 27 (alleen scans beschikbaar) , 1939 Tijdschrift voor taal en letteren. Jaargang 28 (alleen scans beschikbaar) , 1940 Tijdschrift voor taal en letteren., 1918-1941 C.P. Serrure, Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 1, 1855 C.P. Serrure, Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 2, 1858 C.P. Serrure, Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 3, 1859-1860 C.P. Serrure, Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 4, 1861 C.P. Serrure, Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 5, 1863 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1886-1887, 1886-1887 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1903 (alleen scans beschikbaar) , 1903 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1904 (alleen scans beschikbaar) , 1904 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1910 (alleen scans beschikbaar) , 1910 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1911 (alleen scans beschikbaar) , 1911 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1912 (alleen scans beschikbaar) , 1912 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1913 (alleen scans beschikbaar) , 1913 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1914 (alleen scans beschikbaar) , 1914 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1919 (alleen scans beschikbaar) , 1919 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1920 (alleen scans beschikbaar) , 1920 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1921 (alleen scans beschikbaar) , 1921 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1922 (alleen scans beschikbaar) , 1922 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1923 (alleen scans beschikbaar) , 1923 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1924 (alleen scans beschikbaar) , 1924 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1925 (alleen scans beschikbaar) , 1925 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1926 (alleen scans beschikbaar) , 1926 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1927 (alleen scans beschikbaar) , 1927 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1928 (alleen scans beschikbaar) , 1928 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1929 (alleen scans beschikbaar) , 1929 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1930 (alleen scans beschikbaar) , 1930 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1931 (alleen scans beschikbaar) , 1931 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1932 (alleen scans beschikbaar) , 1932 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1933 (alleen scans beschikbaar) , 1933 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1934 (alleen scans beschikbaar) , 1934 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1935 (alleen scans beschikbaar) , 1935 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1936 (alleen scans beschikbaar) , 1936 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1937 (alleen scans beschikbaar) , 1937 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1938 (alleen scans beschikbaar) , 1938 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1939 (alleen scans beschikbaar) , 1939 Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1940 (alleen scans beschikbaar) , 1940 Voortgang. Jaargang 1, 1980 Voortgang. Jaargang 3, 1982 Voortgang. Jaargang 4, 1983 Voortgang. Jaargang 5, 1984 Voortgang. Jaargang 6, 1985 Voortgang. Jaargang 7, 1986 Voortgang. Jaargang 8, 1987 Voortgang. Jaargang 9, 1988 Voortgang. Jaargang 10, 1989 Voortgang. Jaargang 11, 1990 Voortgang. Jaargang 12, 1991 Voortgang. Jaargang 13, 1992 Voortgang. Jaargang 15, 1995 Voortgang. Jaargang 16, 1996 Voortgang. Jaargang 18, 1999 Voortgang. Jaargang 19, 2000 Voortgang. Jaargang 20, 2001 Voortgang. Jaargang 21, 2002 Voortgang. Jaargang 22, 2004 Voortgang. Jaargang 23, 2005 Voortgang. Jaargang 24, 2006 Voortgang. Jaargang 25, 2007 Voortgang. Jaargang 26, 2008 Voortgang, 1980- monografieënWoorden (lexicografie)anoniem, Het Brugsche Livre des Mestiers en zijn navolgingen, 1931 anoniem, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, 1775 José Cajot, Hoe maak ik een dialectwoordenboek?, 1995 H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat, 1991 J.H. van Dale, Taalkundig handboekje, 1867 J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978 J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie, 1979 J. Goossens, Woordgeografie van nominale ellipsen bij taalcontacten, 1989 C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954 P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862 Johan Hofman, Nederlandtsche woorden-schat, 1650 Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning, 1990 Joos Lambrecht, Het naembouck van 1562, 1945 Hubert Lemeire, De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels, 1970 Hubert Lemeire, De taal van Stijn Streuvels. Deel 2. Verklarend woordenboek op de taal van Stijn Streuvels, 1970 E.C. Llewellyn, The Influence of Low Dutch on the English Vocabulary, 1936 J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium, 1959 H.J.J.M. van der Merwe, Vroeë Afrikaanse woordelyste, 1971 Stefan Minten, De evolutie van de woordenschat in het Hasselts dialect, 1987 F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten, 1906 F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland, 1910 Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001 Nicoline van der Sijs, Het versierde woord, 1999 P.G.J. van Sterkenburg, Op weg naar W(E)TEN, 1997 F.A. Stoett, Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden, 1923-1925 (4de druk) S.J. du Toit, Patriot woordeboek: Afrikaans-Engels, 1902 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 Carolus Tuinman, De oorsprong en uitlegging van dagelyks gebruikte Nederduitsche spreekwoorden, opgeheldert tot grondig verstand der vaderlandsche moedertaal. Deel I, 1726 Carolus Tuinman, De oorsprong en uytlegging van dagelyks gebruikte Nederduitsche spreekwoorden, tot opheldering der vaderlandsche moedertaal. Deel II, 1727 A.J. Vervoorn, Antilliaans Nederlands, 1976 Matthias de Vries, De visscherijen, geheeten het Vroon, ten jare 1433 aan de stad Leiden in erfpacht gegeven, 1858 Petrus Weiland, Kunstwoordenboek (3de druk), 1858 Etymologieanoniem, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, 1775 M. Boonen, Huisnamen ontstaan en morfologie, 1986 Walter Hoffmann, Von Himmerod und Rottbitze bis Roda Kerkrade, 1996 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel, 1723 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel, 1723 A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst, 1649 Joep Kruijsen, Romaanse leenwoorden in Haspengouw, 1992 W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977 E.C. Llewellyn, The Influence of Low Dutch on the English Vocabulary, 1936 Jozef van Loon, Morfeemgeografie van de Nederlandse herkomstnamen, 1981 J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium, 1959 Ann Marynissen, Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen, 1998 anoniem, De betekenis van de Nederlandse familienamen, 1941 V. Mennen, Fusie of gemeentelijke herindeling in de beide Limburgen, 1990 V. Mennen, Genker straatnaamgeving in de twintigste eeuw, 1997 V. Mennen, Interpretatie van toponiemen, 1993 V. Mennen, Naamgevingsfactoren en naamgevingstypen, 1990 V. Mennen, Stokkem en aanverwante plaatsnamen, 1995 J. Molemans, De jeneverstruik in de Kempen en de naam Wechelderzande, 1985 J. Molemans, Naamgevingsfactoren in de Kempische toponymie, geïllustreerd aan Opglabbeek, 1986 J. Molemans, Profiel van de Kempische toponymie, 1977 J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979 Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998 F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland, 1910 Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941 M.J.H.A. Schrijnemakers, Problemen rond de plaatsnaam Venray (Ned. Limburg) Margraten (Ned. Limburg), 1977 Jan Segers, Cuvelier en Huysmans 100 jaar later: moet de toponymische studie van Bilzen nog geschreven worden?, 1998 Jan Segers, Dialecten en naamgeving in Haspengouw, 1984 Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. I, 1993 Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. II, 1994 Jan Segers, Waternamen in de Oetervallei, met name te Neeroeteren, 1986 Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001 A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990 Carolus Tuinman, Oud en nieuw, of vergelyking der oude en nieuwe Nederduitsche taal, in vorming en spreekwijzen, 1722 J. Verdam, Uit de geschiedenis der Nederlandsche taal, 1923 (4de druk) J.M. Verhoeff, Iets over Limburgse familienamen afgeleid van beroepsaanduidingen, met speciale aandacht voor het slagersberoep, 1988 Zinnen (syntaxis)Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan, 1952 D.M. Bakker, De macht van het woord, 1988 Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie, 1963 Gunnar Bech, 'Über das niederländische Adverbialpronomen er', 1968 Hans Bennis en Teun Hoekstra, 'Gaps and Parasatic Gaps', 1984-1985 B. van den Berg, Enkele waarnemingen betreffende de zinsbouw in het Nederlands, 1962 Hans den Besten, 'On the Interaction of Root Transformations and Lexical Rules', 1989 Hans den Besten en Jerold A. Edmondson, 'The Verbal Complex in Continental West Germanic', 1983 Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel II. Leer van den volzin (syntaxis), 1852 Norbert Corver, 'The Internal Syntax of the Dutch Extended Adjectival Projection', 1997 Alied Blom en Saskia Daalder, 'De strukturele positie van reflexieve en reciproke pronomia', 1975-76 S.C. Dik, 'Isomorfisme als functioneel verklaringsprincipe', 1988 W. de Geest, 'Infinitiefconstructies bij Verba Sentiendi', 1975 L.A.H. Albering, Vergelijkend-syntactische studie van den Renout en het Volksboek der Heemskinderen, 1934 Ton van Haaften en Annelies Pauw, 'Het begrepen subject, een fantoom in de taalbeschrijving', 1982 G.J. de Haan, 'Onafhankelijke PP-komplementen van nomina', 1978-79 Liliane Haegeman en H.C. van Riemsdijk, 'Verb Projection Raising, Scope, and the Typology of Rules Affecting Verbs', 1986 C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954 C.H. den Hertog, Nederlandsche spraakkunst, 1892-1896 Th. van den Hoek, 'Woordvolgorde en konstituentenstruktuur', 1971-72 Teun Hoekstra, 'Small Clause Results', 1988 Helen de Hoop, Guido J. Vanden Wyngaerd en Jan-Wouter Zwart, 'Syntaxis en semantiek van de van die-constructie', 1990 J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, 'Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands', 1979 Frank Jansen, Syntaktische konstrukties in gesproken taal, 1981 Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel, 1723 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel, 1723 Robert S. Kirsner, 'De "onechte lijdende vorm"', 1976-77 Maarten Klein, 'Anaforische relaties in het Nederlands', 1980 W.G. Klooster, 'Reductie in zinnen met "maatconstituenten"', 1971 L. Koelmans, 'Iets over de woordorde bij samengestelde predikaten in het Nederlands', 1965 A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst, 1649 J.G. Kooij, Aspekten van woordvolgorde in het Nederlands, 1978 J. Koster, 'Dutch as an SOV Language', 1975 J. Koster, 'Het werkwoord als spiegelcentrum', 1973-74 W.G. Klooster en A. Kraak, Syntaxis, 1968 Etsko Kruisinga, Het Nederlands van nu, 1938 P.J. Merckens, 'Zijn dat kooplieden of zijn kooplieden dat?', 1961 P.C. Paardekooper, 'Persoonsvorm en voegwoord', 1961 P.C. Paardekooper, 'Een schat van een kind', 1956 Anita Pauwels, De plaats van het hulpwerkwoord, verleden deelwoord en infinitief in de Nederlandse bijzin, 1953 Thijs Pollmann, Oorzaak en handelende persoon, 1975 Tanya Reinhart en Eric Reuland, 'Reflexivity', 1993 H.C. van Riemsdijk, 'De relatie tussen postposities en partikels', 1973-74 M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands, 1921 F.A. Stoett, Middelnederlandsche spraakkunst. Syntaxis, 1889 Jan Stroop, 'Systeem in gesproken werkwoordsgroepen', 1983 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 M.C. van den Toorn, Nederlandse grammatica, 1973 E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959 Wobbe de Vries, 'Opmerkingen over Nederlandsche syntaxis, I. Usurpaties', 1910 Erik Wellander, 'Over den datief als subject van een passieve constructie', 1920 F. Zwarts, 'Extractie uit prepositionele woordgroepen in het Nederlands', 1978 Klanken (fonologie/fonetiek)Frens Bakker, Het Venloos en het Blericks, een stads- en een dorpsdialect in één gemeente, 1998 Rob Belemans, Stokkems dialect of Stokkemse dialecten?, 1995 Amand Berteloot, Bijdrage tot een klankatlas van het dertiende-eeuwse Middelnederlands, 1984 R.C. Boer, 'Syncope en consonantengeminatie', 1918 Geert Evert Booij, 'Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning', 1983-84 Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel I. Klankleer, woordvorming, aard en verbuiging der woorden, 1849 José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten, 1996 Antonie Cohen, 'Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve', 1958 Georg Cornelissen, De dialecten in de Duits-Nederlandse Roerstreek - grensdialectologisch bekeken, 1995 H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat, 1991 Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO) (2 delen), 1972-1977 Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 1, 1972 Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 2, 1977 B. Faddegon, 'Geleidelijke en springende klankverandering', 1907 Jac. van Ginneken, 'De phonologie van het Algemeen Nederlandsch', 1933-34 Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922 (2de druk) J. Goossens, Dialecten in het centrale Zuidnederlandse stedennetwerk, 1993 J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992 J. Goossens, Middelnederlandse vocaalsystemen, 1981 J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie, 1979 A.W. de Groot, 'De wetten der phonologie en hun betekenis voor de studie van het Nederlands', 1931 L. Grootaers, 'Het Nederlands substraat van het Brussel-Frans klanksysteem', 1953 C. Gussenhoven, 'The Dutch Foot and the Chanted Call', 1993 C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus', 1984 C.B. van Haeringen, 'Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak', 1924 K.H. Heeroma, 'De plaats van ie, oe en uu in het Nederlandse klinkersysteem', 1959 Harry van der Hulst, 'Ambisyllabicity in Dutch', 1985 M.A.C. Huybregts, 'De biologische kern van taal', 1978-79 René Kager en Wim Zonneveld, 'Schwa, Syllables, and Extrametricality in Dutch', 1985-86 A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst, 1649 Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning, 1990 J. Leenen, Dialecten in Belgisch Limburg, 1991 J.H. van Lessen, 'Klanknabootsing als taalvormend element', 1936 A. van Loey, Middelnederlandse spraakkunst. Deel II. Klankleer, 1949 (7de druk) Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994 V. Mennen, Interpretatie van toponiemen, 1993 Marijke Mooijaart, Atlas van Vroegmiddelnederlandse taalvarianten, 1992 W.G. Moulton, 'The Vowels of Dutch: Phonetic and Distributional Classes', 1962 Anneke Neijt, Universele fonologie, 1991 S.G. Nooteboom, 'Over de lengte van korte klinkers, lange klinkers en tweeklanken in het Nederlands', 1971 P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids, 1978 Rudolf P.G. de Rijk, 'Apropos of the Dutch Vowel System', 1967 K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979 H. Ryckeboer, Het Nederlands in Noord-Frankrijk, 1997 M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands, 1921 G. de Schutter en J. Taeldeman, 'Assimilatie van stem in de zuidelijke Nederlandse dialekten', 1986 Norval S.H. Smith, '-Aar', 1976 J.J. Spa, 'Generatieve fonologie', 1970 Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987 Xavier Staelens, Van taal naar toal en van toal naar taal, 1987 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, Klemtoon en metrische fonologie, 1989 E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959 Marinel Gerritsen, Roeland van Hout en H.F. van de Velde, 'De verstemlozing van de fricatieven in het Standaard-Nederlands. Een onderzoek naar taalverandering in de periode 1935-1993', 1995 A.A. Verdenius, 'Het h-phomeen in het 17de-eeuwse Amsterdams', 1943 J.W. de Vries, 'De slot-t in consonantclusters te Leiden: een sociolinguistisch onderzoek', 1974 N. van Wijk, 'De umlaut van a in ripuaries- en salies-frankiese dialekten van België en Nederland', 1914 Evelien Krikhaar, Els den Os en Frank Wijnen, 'The (Non)Realization in Children's Utterances: Evidence for a Rhythmic Constraint', 1994 Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, 'Egg, Onion, Ouch! On the Representation of Dutch Diphthongs', 1980 F. Zwarts, 'Negatief polaire uitdrukkingen I', 1981 Betekenis (semantiek)C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus', 1984 P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862 anoniem, De betekenis van de Nederlandse familienamen, 1941 V. Mennen, De persoonsnaamgeving in het Lommels dialect, 1994 J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976 Anton Reichling, Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik, 1967 (2de druk) Pieter A.M. Seuren, 'Echo: een studie in negatie', 1976 E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959 H.J. Verkuyl, 'Aspectual Classes and Aspectual Composition', 1989 C.G.N. de Vooys, 'Homoniemen, homoniemenvrees, homoniemenvermijding', 1939 N. van Wijk, '"Aspect" en "Aktionsart"', 1928 F. Zwarts, 'Negatief polaire uitdrukkingen I', 1981 Vormen (morfologie)R.H. Baayen, 'Corpusgebaseerd onderzoek naar morfologische produktiviteit', 1990 Geert Evert Booij, 'Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning', 1983-84 M. Boonen, Huisnamen ontstaan en morfologie, 1986 Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel I. Klankleer, woordvorming, aard en verbuiging der woorden, 1849 José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten, 1996 Antonie Cohen, 'Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve', 1958 J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992 J. Goossens, Een geïsoleerd voornaamwoord: Limburgs doe, dich, dijn, 1996 J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie, 1979 J. Goossens, Schets van de meervoudsvorming der substantieven in de Nederlandse dialecten, 1988 C.B. van Haeringen, 'Congruerende voegwoorden', 1939 C.B. van Haeringen, 'De meervoudsvorming in het Nederlands', 1947 C.B. van Haeringen, 'De taaie levenskracht van het sterke werkwoord', 1940 C.B. van Haeringen, 'Vervoegde voegwoorden in het Oosten', 1958 Frans Hinskens en Pieter Muysken, 'Formele en functionele benaderingen van dialectale variatie; de flexie van het adjectief in het dialect van Ubach over Worms', 1986 A.R. Hol, 'Het prefix in het verleden deelwoord', 1941 Cor Hoppenbrouwers, 'Het genus in een Brabants regiolect', 1983 Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991 A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst, 1649 Etsko Kruisinga, 'De vorm van de verkleinwoorden', 1915 W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel I De synchronische en diachronische komponenten, 1978 Hubert Lemeire, De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels, 1970 Hubert Lemeire, De taal van Stijn Streuvels. Deel 2. Verklarend woordenboek op de taal van Stijn Streuvels, 1970 A. van Loey, Middelnederlandse spraakkunst. Deel I. Vormleer, 1948 (9de druk) Geert Koefoed en J. van Marle, 'Over Humboldtiaanse taalveranderingen, morfologie en de creativiteit van taal', 1980-81 Ann Marynissen, Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen, 1998 V. Mennen, De persoonsnaamgeving in het Lommels dialect, 1994 L.C. Michels, 'Woordwording van affixen', 1957 Anton Reichling, Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik, 1967 (2de druk) K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979 Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941 M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands, 1921 M. Schönfeld, 'Een Oudnederlandsche zin uit de elfde eeuw (met reproduktie)', 1933 H. Schultink, 'Produktiviteit als morfologisch fenomeen', 1961 Norval S.H. Smith, '-Aar', 1976 Xavier Staelens, Van taal naar toal en van toal naar taal, 1987 A. Stevens, Pronominale isomorfen in Belgisch-Limburg. I, 1985 H.A.J. van Swaaij, 'De perfectiva simplicia in het Nederlandsch', 1909 J. Taeldeman, 'Inflectional Aspects of Adjectives in the Dialects of Dutch-speaking Belgium', 1980 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 M.C. van den Toorn, 'De herkomst van het enklitisch pronomen ie, resp. die/tie', 1959 E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959 J. Verdam, 'Over het voorvoegsel ont', 1901 A.A. Verdenius, 'Over de inclinatie in het Middelnederlandsch', 1924 Petrus Weiland, Nederduitsche spraakkunst, 1805 F. Zwarts, '-AAR, -ARIJ, -SEL en -TE +', 1975 Normenanoniem, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, 1775 Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie, 1963 Ph. Blommaert, 'Aenmerkingen over de verwaerloozing der Nederduitsche tael', 1832 R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y, 1998 K.J. Bostoen, Kaars en bril: de oudste Nederlandse grammatica, 1985 Hugo Brandt Corstius, Opperlandse taal- & letterkunde, 1981 Cor van Bree, Historische grammatica van het Nederlands, 1987 Charivarius, Is dat goed Nederlands?, 1940 G.R.W. Dibbets, Vondels zoon en Vondels taal. Joannes Vollenhove en het Nederlands, 1991 Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel II. De sociologische structuur onzer taal II, 1914 Johanna Greidanus, Beginselen en ontwikkeling van de interpunctie, in 't biezonder in de Nederlanden, 1926 J.P. Guépin, De beschaving, 1983 H.M. Hermkens, Verzorgd Nederlands, 1966 Pontus de Heuiter, Nederduitse orthographie, 1581 Maaike Hogenhout-Mulder, Cursus Middelnederlands, 1983 H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels, 1971 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel, 1723 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel, 1723 G.G. Kloeke, De Hollandsche expansie in de zestiende en zeventiende eeuw en haar weerspiegeling in de hedendaagsche Nederlandsche dialecten, 1927 L. Koelmans, Inleiding tot het lezen van zeventiende-eeuws Nederlands, 1978 Dolph Kohnstamm, Ik hoop dat de spelling veranderd-t wordt-t, 1972 A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst, 1649 A. de Korne en T. Rinkel, Cursus zestiende- en zeventiende- eeuws Nederlands, 1987 Jacob van Lennep, De vermakelijke spraakkunst, 1865 Arnold Moonen, Nederduitsche spraekkunst, 1706 P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids, 1978 Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941 Els Ruijsendaal, Letterkonst, 1991 Jacob van der Schuere, Nederduytsche spellinge, 1612 A. Stevens, Leidraad bij straatnaamgeving en -wijziging, 1982 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 J. Veering, Spelenderwijs (zuiver) Nederlands, 1959 Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen, 1956 P.A. Verburg, Stand en zin van de historie der taaltheorieën, 1975 Jan Baptist Chrysostomus Verlooy, Verhandeling op d'onacht der moederlyke tael in de Nederlanden, 1788 Petrus Weiland, Nederduitsche spraakkunst, 1805 J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche taal, 1901 F.L. Zwaan, Uit de geschiedenis der Nederlandsche spraakkunst, 1939 TaalbeheersingWillem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel III. Stijlleer (Rhetorica. Letterkundige encyclopedie en kritiek), 1866 Georg Cornelissen, Taal en onderwijs in Noord-Limburg in de Franse tijd (1794-1814), 1998 Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922 (2de druk) J.P. Guépin, De beschaving, 1983 Matthijs Siegenbeek, Redevoering over het openbaar onderwijs in de Nederduitsche welsprekendheid, 1797 A.J. Vervoorn, Kleine grammatica van de waanzin, 1977 Taalverwerving / PsycholinguïstiekCarry van Bruggen, Hedendaagsch fetischisme, 1925 Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden, 1987 Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922 (2de druk) H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels, 1971 Geert Koefoed, 'Taalverandering in het licht van taalverwerving en taalgebruik', 1978 Anton Reichling, Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik, 1967 (2de druk) A.M. Schaerlaekens, De taalontwikkeling van het kind, 1977 Jan Stroop, Poldernederlands, 1998 Tiemen de Vries, Holland's Influence on English Language and Literature, 1916 Evelien Krikhaar, Els den Os en Frank Wijnen, 'The (Non)Realization in Children's Utterances: Evidence for a Rhythmic Constraint', 1994 SociolinguïstiekNederlands, tenzij... Tweetaligheid in de geestes- en de gedrags- en maatschappijwetenschappen, 2003 Ad Backus, 'Turks-Nederlandse codewisseling. Universele en taalspecifieke aspecten van taalcontact', 1998 B. van den Berg, 'Boers en beschaafd in het begin der 17e eeuw', 1943 Renée van Bezooijen, 'Normen met betrekking tot het Standaardnederlands', 1997 Alied Blom, 'Het kwantitatieve er', 1975-76 Ph. Blommaert, 'Aenmerkingen over de verwaerloozing der Nederduitsche tael', 1832 Carry van Bruggen, Hedendaagsch fetischisme, 1925 Georg Cornelissen, Taal en onderwijs in Noord-Limburg in de Franse tijd (1794-1814), 1998 H. Crompvoets, Dialect en standaardtaal in Nederlands Limburg, 1987 Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel II. De sociologische structuur onzer taal II, 1914 Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922 (2de druk) J. Goossens, Dialecten in het centrale Zuidnederlandse stedennetwerk, 1993 J. Goossens, Het gebruik van dialect en Algemeen Nederlands en de evolutie ervan, 1987 J. Goossens, Woordgeografie van nominale ellipsen bij taalcontacten, 1989 C.B. van Haeringen, 'Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak', 1924 P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, 1858-1862 G.G. Kloeke, 'Inleiding', 1927 Thijmen Koopmans, De toekomst van het Nederlands als wetenschapstaal, 1995 W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel II De sociolinguïstische komponent, 1979 V. Mennen, Straatnaamgeving in Vlaanderen en Nederland, 1990 J.G.M. Moormann, De geheimtalen, 2002 E.C. Pienaar, Taal en poësie van die tweede Afrikaanse taalbeweging, 1919 Jef Remans, Genker spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen, 1979 Jef Remans, Genker spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen deel 2, 1982 H. Ryckeboer, Het Nederlands in Noord-Frankrijk, 1997 A. Sassen, 'Endogeen en exogeen taalgebruik', 1963 Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie, 1980 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap, 1959 Gerrit de Vos, Voornaamgeving in de beide Limburgen sinds 1839, 1989 J.W. de Vries, 'De slot-t in consonantclusters te Leiden: een sociolinguistisch onderzoek', 1974 H. Crompvoets en H.H.A. van de Wijngaard, Mijnwerkersterminologie in de beide Limburgen: meer verscheidenheid dan eenheid, 1989 DialectologieFrens Bakker, Het Venloos en het Blericks, een stads- en een dorpsdialect in één gemeente, 1998 Rob Belemans, Dialectverlies bij Genker jongeren, 1997 Rob Belemans, Stokkems dialect of Stokkemse dialecten?, 1995 M. Boonen, Huisnamen ontstaan en morfologie, 1986 Cor van Bree, Het dialect in deze tijd, 1983 Har Brok, 'Het Dialecticon van Johan Winkler', 1998 Max de Bruin en Dorothée Janssen, Honderdvijftig jaar Nederlands in West- en Oostlimburgse kranten, 1989 José Cajot, Hoe maak ik een dialectwoordenboek?, 1995 José Cajot, Het Limburgs dialect van de Voerenaren, 1985 José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten, 1996 José Cajot, De rijksgrens tussen beide Limburgen als taalgrens, 1977 Hartmut Beckers en José Cajot, Zur Diatopie der deutschen Dialekte in Belgien, 1979 Frans Claes, Desiré Claes als taalkundige, 1986 Frans Claes, Driestoponiemen in de streek van Diest, 1984 Georg Cornelissen, De dialecten in de Duits-Nederlandse Roerstreek - grensdialectologisch bekeken, 1995 Georg Cornelissen, Taal en onderwijs in Noord-Limburg in de Franse tijd (1794-1814), 1998 H. Crompvoets, Dialect en standaardtaal in Nederlands Limburg, 1987 H. Crompvoets, Huisslachtbenamingen in Nederlands Limburg, 1988 H. Crompvoets, Klank- en woordgeografie rond Venlo, 1998 H. Crompvoets, Het lemma in het woordenboek van de Limburgse dialecten, 1993 H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat, 1991 H. Crompvoets, Het Stokkems in zijn dialectgeografisch verband, 1995 Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO) (2 delen), 1972-1977 Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 1, 1972 Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 2, 1977 Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel I. De sociologische structuur der Nederlandsche taal I, 1913 Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel II. De sociologische structuur onzer taal II, 1914 H.J.E. Endepols en Jac. van Ginneken, De regenboogkleuren van Nederlands taal, 1917 J. Goossens, Bèèëne en borre voor 'branden'. Over r-metathesis in Limburg, 1999 J. Goossens, Borgloon en de Middelnederlandse letterkunde, 1992 J. Goossens, Dialectologie en taalvariatie, 1979 J. Goossens, Dialecten in het centrale Zuidnederlandse stedennetwerk, 1993 J. Goossens, Die Herausbildung der deutsch-niederländischen Sprachgrenze, 1984 J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke, 1992 J. Goossens, Dommellandse woorden, 1978 J. Goossens, Het gebruik van dialect en Algemeen Nederlands en de evolutie ervan, 1987 J. Goossens, Genker dialect tussen oost en west, 1997 J. Goossens en Jacques Van Keymeulen, 'Geschiedenis van de Nederlandse dialectstudie', 2006 J. Goossens, Hulde aan André Stevens. Chronologische biografie van André Stevens, 1993 J. Goossens, In memoriam dr. Jos Molemans, 1995 J. Goossens, Jozef Leenen, 1976 J. Goossens, Middelnederlandse vocaalsystemen, 1981 J. Goossens, De molenaar in het Limburgse dialect, 1992 J. Goossens, De Nederlandse verwanten van Oostnederduits Pede 'Elytrigia repens', 1985 J. Goossens, De nieuwe fragmenten van Hendrik van Veldekes Sente Servas, 1991 J. Goossens, Schets van de meervoudsvorming der substantieven in de Nederlandse dialecten, 1988 J. Goossens, De tweede Nederlandse auslautverscherping, 1978 J. Goossens, Woeringen en de oriëntatie van het Maasland, 1988 J. Goossens, Woordgeografie van nominale ellipsen bij taalcontacten, 1989 J. Goossens, De woordenschat van een Belgisch-Limburgse varkenskermis, 1988 J.P. Guépin, De beschaving, 1983 Walter Hoffmann, Von Himmerod und Rottbitze bis Roda Kerkrade, 1996 Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect, 1991 G.G. Kloeke, Herkomst en groei van het Afrikaans, 1950 G.G. Kloeke, De Hollandsche expansie in de zestiende en zeventiende eeuw en haar weerspiegeling in de hedendaagsche Nederlandsche dialecten, 1927 Eddy Charry, Geert Koefoed en Pieter Muysken, De talen van Suriname, 1983 Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning, 1990 Joep Kruijsen, Romaanse leenwoorden in Haspengouw, 1992 W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977 W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel I De synchronische en diachronische komponenten, 1978 W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel II De sociolinguïstische komponent, 1979 J. Leenen, Dialecten in Belgisch Limburg, 1991 Jan Lijnen, Enkele uitdrukkingen en woorden uit het dialekt van Romershoven, 1977 Jozef van Loon, Morfeemgeografie van de Nederlandse herkomstnamen, 1981 Jan Lucassen, Geschiedenis en dialectologie: het geval Meijel, 1991 Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie, 1994 Ann Marynissen, Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen, 1998 V. Mennen, Fusie of gemeentelijke herindeling in de beide Limburgen, 1990 V. Mennen, Genker straatnaamgeving in de twintigste eeuw, 1997 V. Mennen, Interpretatie van toponiemen, 1993 V. Mennen, Naamgevingsfactoren en naamgevingstypen, 1990 V. Mennen, De persoonsnaamgeving in het Lommels dialect, 1994 V. Mennen, Stokkem en aanverwante plaatsnamen, 1995 V. Mennen, Straatnaamgeving in Vlaanderen en Nederland, 1990 Stefan Minten, De evolutie van de woordenschat in het Hasselts dialect, 1987 J. Molemans, De jeneverstruik in de Kempen en de naam Wechelderzande, 1985 J. Molemans, Loon tussen Brabant en Luik. Teloorgang en toch behoud van eigen identiteit, 1992 J. Molemans, Mensen, namen en nummers, 1976 J. Molemans, Meting van de heerlijkheid Gruitrode-Solt (1792-1794), 1992 J. Molemans, Naamgevingsfactoren in de Kempische toponymie, geïllustreerd aan Opglabbeek, 1986 J. Molemans, Profiel van de Kempische toponymie, 1977 J. Molemans, Referaten rond het thema 'dialectwoordenboeken', 1981 J. Molemans, Referaten gehouden op het zevende congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde, 1982 J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979 Marijke Mooijaart, Atlas van Vroegmiddelnederlandse taalvarianten, 1992 Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998 J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, De begrenzing van de Kempen, 1983 Jef Remans, Genker spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen, 1979 Jef Remans, Genker spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen deel 2, 1982 K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving, 1979 H. Ryckeboer, Het Nederlands in Noord-Frankrijk, 1997 M.J.H.A. Schrijnemakers, Problemen rond de plaatsnaam Venray (Ned. Limburg) Margraten (Ned. Limburg), 1977 Jan Segers, Cuvelier en Huysmans 100 jaar later: moet de toponymische studie van Bilzen nog geschreven worden?, 1998 Jan Segers, Dialecten en naamgeving in Haspengouw, 1984 Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. I, 1993 Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. II, 1994 Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie, 1980 Jan Segers, Taalgrensvorming in Zuid-Limburg, 1983 Jan Segers, Waternamen in de Oetervallei, met name te Neeroeteren, 1986 Patrick Slechten, Sjampe en verweite. Een verzameling Bilzerse scheldwoorden. Deel 1: A - M, 1996 Patrick Slechten, Sjampe en verweite. Een verzameling Bilzerse scheldwoorden. Deel 2: N - Z, 1999 Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts', 1987 Xavier Staelens, Van taal naar toal en van toal naar taal, 1987 A. Stevens, Leidraad bij straatnaamgeving en -wijziging, 1982 A. Stevens, Pronominale isomorfen in Belgisch-Limburg. I, 1985 A. Stevens, Struktuur en historische ondergrond van het Haspengouws taallandschap, 1978 A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990 J. Verdam, Uit de geschiedenis der Nederlandsche taal, 1923 (4de druk) J.M. Verhoeff, Iets over Limburgse familienamen afgeleid van beroepsaanduidingen, met speciale aandacht voor het slagersberoep, 1988 Gerrit de Vos, Voornaamgeving in de beide Limburgen sinds 1839, 1989 H. Crompvoets en H.H.A. van de Wijngaard, Mijnwerkersterminologie in de beide Limburgen: meer verscheidenheid dan eenheid, 1989 Johan Winkler, Algemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticon. Deel 1, 1874 Johan Winkler, Algemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticon. Deel 2, 1874 Jos van de Wouw, Tendenzen in de klankontwikkeling van het Weertlands, 1986 Historische taalkundeJacques Arends, Syntactic Developments in Sranan, 1952 B. van den Berg, 'Boers en beschaafd in het begin der 17e eeuw', 1943 R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y, 1998 K.J. Bostoen, Kaars en bril: de oudste Nederlandse grammatica, 1985 Cor van Bree, Historische taalkunde, 1990 Cor van Bree, Historische grammatica van het Nederlands, 1987 José Cajot, De rijksgrens tussen beide Limburgen als taalgrens, 1977 W.J.H. Caron, 'Het taalspel van de probatio pennae', 1963 G.R.W. Dibbets, Vondels zoon en Vondels taal. Joannes Vollenhove en het Nederlands, 1991 Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel I. De sociologische structuur der Nederlandsche taal I, 1913 Jac. van Ginneken, 'De huidige stand der genealogische taalwetenschap', 1909 J. Goossens, Middelnederlandse vocaalsystemen, 1981 J. Goossens, 'Polysemievrees', 1962 J. Goossens, 'De taal der liederen van Jan I', 2005 J. Goossens, De tweede Nederlandse auslautverscherping, 1978 Kees Groeneboer, Weg tot het Westen, 1993 L. Grootaers, 'Het Nederlands substraat van het Brussel-Frans klanksysteem', 1953 C.B. van Haeringen, Netherlandic language research, 1954 K.H. Heeroma, 'Ontspoorde frankiseringen', 1951 K.H. Heeroma, 'Wat is Ingweoons?', 1965 D.C. Hesseling, Het Afrikaansch, 1899 D.C. Hesseling, Het Negerhollands der Deense Antillen, 1905 D.C. Hesseling, 'Overblijfsels van de Nederlandse taal op Ceylon', 1910 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel, 1723 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel, 1723 G.G. Kloeke, Herkomst en groei van het Afrikaans, 1950 Geert Koefoed, 'Taalverandering in het licht van taalverwerving en taalgebruik', 1978 L. Koelmans, Inleiding tot het lezen van zeventiende-eeuws Nederlands, 1978 A. de Korne en T. Rinkel, Cursus zestiende- en zeventiende- eeuws Nederlands, 1987 W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel I De synchronische en diachronische komponenten, 1978 J.H. van Lessen, 'Klanknabootsing als taalvormend element', 1936 Geert Koefoed en J. van Marle, 'Over Humboldtiaanse taalveranderingen, morfologie en de creativiteit van taal', 1980-81 Marijke Mooijaart, Atlas van Vroegmiddelnederlandse taalvarianten, 1992 G.S. Overdiep, 'Over woordschikking en vers-rhythme in den Middelnederlandschen Ferguut', 1915-1916 F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten, 1906 Cefas van Rossem en Hein van der Voort, Die Creol taal, 1996 Els Ruijsendaal, Letterkonst, 1991 M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands, 1921 M. Schönfeld, 'Een Oudnederlandsche zin uit de elfde eeuw (met reproduktie)', 1933 Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. I, 1993 Jan Segers, Taalgrensvorming in Zuid-Limburg, 1983 Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001 A. Stevens, Struktuur en historische ondergrond van het Haspengouws taallandschap, 1978 F.A. Stoett, Middelnederlandsche spraakkunst. Syntaxis, 1889 J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1997 Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen, 1956 J. Verdam, Uit de geschiedenis der Nederlandsche taal, 1923 (4de druk) A.A. Verdenius, 'Het h-phomeen in het 17de-eeuwse Amsterdams', 1943 A.A. Verdenius, 'Over de inclinatie in het Middelnederlandsch', 1924 C.G.N. de Vooys, Geschiedenis van de Nederlandse taal, 1931 C.G.N. de Vooys, 'De taalbeschouwing van Siegenbeek-Weiland en van Bilderdijk', 1931 Tiemen de Vries, Holland's Influence on English Language and Literature, 1916 Matthias de Vries, De visscherijen, geheeten het Vroon, ten jare 1433 aan de stad Leiden in erfpacht gegeven, 1858 Marijke J. van der Wal, De taaltheorie van Johannes Kinker, 1977 N. van Wijk, 'Over de betekenis van Middelnederlandsche handschriften voor de studie van dialecten', 1913 N. van Wijk, 'De umlaut van a in ripuaries- en salies-frankiese dialekten van België en Nederland', 1914 J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche taal, 1901 F.L. Zwaan, Uit de geschiedenis der Nederlandsche spraakkunst, 1939 Nederlands als tweede taalGuus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden, 1987 Taaldidactiekanoniem, Het Brugsche Livre des Mestiers en zijn navolgingen, 1931 Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden, 1987 Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter, 1922 (2de druk) H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels, 1971 Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen, 1956 artikelenWoorden (lexicografie)José van Aelst, Evert van den Berg, Lia van Gemert, Ingmar Koch, W. Pijnenburg, Karel Porteman, Toos Streng, Annemarie van Toorn en H.T.M. van Vliet, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) B.P.F. Al, ‘Thesaurus en taalkundig onderzoek B.P.F. Al’, ‘3. Binaire groepen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) B.P.F. Al, ‘Kanttekeningen bij het onderwerp ‘basiswoordenschat’ A. Daams-Moussault & B.P.F. Al’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) B.P.F. Al, ‘Gebruik en hergebruik van woordenboekinformatie B.P.F. Al’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991) Herm. P.J. van Alfen, ‘Kloppen in de bijzondere beteekenis van Castrare.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) J.C. Anceaux, ‘Glottochronologie en lexicostatistiek’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1963 (1963) J.C. Arens, ‘J.C. Arens Uit oude woordenboeken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) J.C. Arens, ‘J.C. Arens Uit oude woordenboeken III’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984) J.C. Arens, ‘J.C. Arens Uit oude woordenboeken II’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984) J.C. Arens, ‘J.C. Arens Uit oude woordenboeken IV’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) R.H. Baayen, ‘De CELEX lexicale databank Harald Baayen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991) Mark Baeyens, C.F.P. Stutterheim en Ad Zuiderent, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Jan van Bakel, R. Breugelmans, G. Kazemier, Henk A.C. Lambermont, F. Lulofs, A. Sassen, M.H. Schenkeveld, Bert van Selm, M.C. van den Toorn en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) Jan van Bakel, A.M. Duinhoven, Olf Praamstra en L. Strengholt, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) Peter Bakema, ‘Connotatieve labels in Nederlandse woordenboeken’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) D.M. Bakker, E.G.A. Galama, R. Lievens, P.J. Meertens, M.A. Schenkeveld-van der Dussen en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) Nienke Bakker, ‘Archivalia’, ‘Nienke Bakker Gezelles Woordentas’ In: Gezellekroniek. Jaargang 11 (1976) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘F. Balk-Smit Duyzentkunst Ambivalentie in taalkunde’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Frida Balk-Smit Duyzentkunst Het woord ‘jood’ en het antisemitisme’ In: De Gids. Jaargang 152 (1989) Adriaan Beets, ‘Toerewever-tortwevel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Verstek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Fragment van een vocabularius medegedeeld door A. Beets.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Adriaan Beets, ‘Toertrapper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) Adriaan Beets, ‘Tuckele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Adriaan Beets en P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) L. Beheydt, ‘Aspecten van Woordenschat en Grammatica in T-1 en T-2 verwerving dr. L. Beheydt’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) I.J.M. van den Berg, ‘Scholastiek lexicon’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) Hans den Besten, ‘Het kiezen van lexicale delenda Hans Den Besten’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976) Jan Bethlehem, ‘Een aanvulling op het Middelnederlandsch woordenboek J. Bethlehem’ In: Voortgang. Jaargang 9 (1988) H.L. Bezoen, ‘Naar aanleiding van Ndl. mok, mokken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Igor van de Bilt, ‘Adriaan Kluit (1735-1807) als lexicograaf Igor van de Bilt’ In: Voortgang. Jaargang 22 (2004) Willem Bisschop, ‘Het Dordsche taaleigen. bijdrage tot de kennis der Hollandsche dialekten,’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) D.P. Blok, C. Kruyskamp en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) W. Blok, G. Geerts, G. Kazemier, L. Strengholt en P.E.L. Verkuyl, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983) N. van der Blom, ‘Looc en derivaten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) G.J. Boekenoogen, ‘Van als.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adrianus Bogaers, ‘Bestemmen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) Adrianus Bogaers, ‘Bedenkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) Adrianus Bogaers, ‘Losse aanmerkingen betrekkelijk woorden, bij Vondel voorkomende.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) A.P. de Bont, J.B. Drewes, G.G. Kloeke, C. Kruyskamp en D. Kuijper Fzn., ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) R.J.G. de Bonth, Ronny Boogaart, Eep Francken, Lia van Gemert, Ton Harmsen, Jan Noordegraaf en Olf Praamstra, ‘Signalementen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996) R.J.G. de Bonth, Johan Koppenol, Olga van Marion en Olf Praamstra, ‘Signalementen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) Geert Evert Booij, ‘Lexicale Fonologie en de organisatie van de morfologische component G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983) Geert Evert Booij, Cor van Bree, Bernt Luger, Herman Pleij en Yves G. Vermeulen, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Geert Evert Booij, P.J.A. Franssen, Emmy Gransjean-Muda, W. Hendrikx, Paul de Herder, Maaike Hogenhout-Mulder, J. Kwant, Ad Leerintveld, A.G. Melle, Jan Noordegraaf, Nico Oudejans, Dick Jan Sanders, M.A. Schenkeveld-van der Dussen, P.J. Verkruijsse, Yves G. Vermeulen en Gerard de Vriend, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Geert Evert Booij, ‘Polysemie en polyfunctionaliteit bij denominale woordvorming Geert Booij’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.H. van den Bosch, R.A. Kollewijn en Tijs Terwey, ‘Woordverklaring. Over ‘laten’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) Hugo Brandt Corstius, ‘Beer gaat door zuur naar zoet. Eenlettergrepige woorden in het Nederlands’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 46 (2003) Hugo Brandt Corstius, ‘Toe, aai eens een spreeuw! Klinkerdominante eenlettergrepige woorden’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 47 (2004) R. Breugelmans, G.R.W. Dibbets, L.F. van Driel en Clazien Verheul, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) Willem Gerard Brill, ‘Over den grond van de verscheidenheid van klank in de verschillende vormen der ongelijkvloeijende werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Har Brok, ‘*Snade en swade in het Middelnederlandsch Woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) C.C. de Bruin, G.A. van Es, C. Kruyskamp en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) C.C. de Bruin, C. Kruyskamp, Maximilianus O.F.M. Cap. en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) P.J. Buijnsters, Jacoba M.C. Kroesen, C. Kruyskamp, P.J. Meertens en W.P. Pos, ‘Boekbeoordeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fresiska.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) T.H. Buser, ‘Proeven van woordverklaring.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Fons van Buuren, C. de Deugd, Soetje Oppenhuis de Jong en Tanneke Schoonheim, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997) José Cajot, Hoe maak ik een dialectwoordenboek? (1995)
W.J.M. van Calcar, ‘Over waarden en normen in een woordenboek’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) Johan de Caluwe, ‘Konkurrentie tussen werkwoordstam en nomen actionis op -ing in determinanspositie in samenstellingen Johan De Caluwe’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Desideer Claes, ‘Lezingen. Eenige volksuitdrukkingen verdedigd en aanbevolen. Door den heer D. Claes, briefwisselend lid der Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1890 (1890) Desideer Claes, ‘Lezing. Eenige Wenken over het woordenboek der Nederlandsche taal door D. Claes.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1901 (1901) Desideer Claes, ‘Lezing. Antwoord op de lezing van den heer Dr W. de Vreese, betreffende het Woordenboek der Nederlandsche Taal, door den heer D. Claes.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1902 (1902) Frans Claes, ‘Ontwikkeling van de Nederlandse lexicografie tot 1600’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) Frans Claes, ‘Nederlandse benamingen van woordenlijsten en woordenboeken tot 1600’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972) Frans Claes, ‘Het woordenboek van Martin Binnart’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972) Frans Claes, ‘Levinus Lemnius, een Zeeuwse bron van Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) Frans Claes, ‘Nieuwe woorden of oude bewijsplaatsen bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) Frans Claes, ‘Nog enige oude bewijsplaatsen uit Kiliaans kanttekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975) Frans Claes, ‘Vetus-woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) Frans Claes, ‘F. Claes S.J. Een nog onuitgegeven woordenboek van Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) Frans Claes, ‘Frans Claes S.J. Iets over de datering van de oudste vindplaatsen in Etymologische woordenboeken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993) Frans Claes, ‘Frans Claes S.J. Simon Stevin als bron voor Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 111 (1995) Anton Claessens, ‘The Dictionary of the Dutch Language A Monument to the Culture of the Netherlands and Flanders’ In: The Low Countries. Jaargang 2 (1994-1995) Frans Van Coetsem, K. Fokkema, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) Th. Coopman, ‘[Redevoering van den heer Coopman over het woordenboek der Nederlandse taal]’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1901 (1901) Louis Cornelis, G.R.W. Dibbets, B.P.M. Dongelmans, J.A. van Leuvensteijn en Geert Warnar, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) Micky Cornelissen, Lia van Gemert, Gert-Jan Johannes, Mary G. Kemperink, Marita Mathijsen en G.F.H. Raat, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993) P.J. Cosijn, ‘Pluksel door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De glossae Lipsianae.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) P.J. Cosijn, ‘Glossarium op de Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) P.J. Cosijn, ‘Wêttu Irmingot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) F.M. Cowan, C. Kruyskamp en J.L. Pauwels, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) Jan Craeynest, ‘Daar af - van wien.’ In: Het Belfort. Jaargang 3 (1888) H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat (1991)
Jo Daan, ‘Taalkaarten buik en kuit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) J.H. van Dale, ‘Iets over de afleiding van het woord vierschaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) J.H. van Dale, ‘Een biervlietenaar mag tweemaal zijn mes trekken.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) J.H. van Dale, ‘Taalsnippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.H. van Dale en Arie de Jager, ‘Antwoord op vraag 26.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.H. van Dale, ‘Willox. - ric.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.H. van Dale, ‘Aardsch- of aardsgezind?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, Taalkundig handboekje (1867)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Karina van Dalen-Oskam en Tanneke Schoonheim, ‘K.H. van Dalen-Oskam en T.H. Schoonheim Het Vroegmiddelnederlands Woordenboek (1200 - 1300) Namen en hun plaats in de woordenschat’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996) Karina van Dalen-Oskam en Katrien Depuydt, ‘K.H. van Dalen-Oskam en K.A.C. Depuydt Het Vroegmiddelnederlands Woordenboek (1200-1300) Over betekenissen en meer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996) J.J.M. van Dam, ‘Spaansche mat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) J.J.M. van Dam, Jantje Kaas en zijn jongens. Bijdrage tot de kennis van de Ned.-Indische soldatentaal in de 19e eeuw (1942)
C.F.A. van Dam, C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) B.C. Damsteegt, J.B. Drewes, G. Kazemier, Jan Stroop, F. de Tollenaere en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) G.R.W. Dibbets, ‘De woorden-schat uit Montanus' Spreeckonst G.R.W. Dibbets’ In: Voortgang. Jaargang 5 (1984) J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.A. van Dijk, ‘Beantwoording van eenige vragen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) J.A. van Dijk, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Tieme van Dijk, G. Geerts, Ton Harmsen en L. Strengholt, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983) M.R. Dijkman, ‘Kritiese beschouwingen over hedendaagse examenpraktijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.B. Drewes, ‘Bijdrage tot een woordenboek van de rederijkerstaal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) J.B. Drewes en C. Kruyskamp, ‘Boekbesprekingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966) A.M. Duinhoven, ‘Voetzoekers’, ‘HEBBEN een koppelwerkwoord? A.M. Duinhoven’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) H.J.E. Endepols, ‘Groenstraat-Bargoens.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichts of La force d'intercourse et l'esprit de clocher’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichts of La force d'intercourse et l'esprit de clocher (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) H. J. Eymael, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Peter Fast en J. van Marle, ‘Nogmaals de inwoonstersnamen: verdere evidentie voor -se Peter Fast en Jaap Van Marle’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) Jane Fenoulhet, ‘Fraseologie en lexicografie J. Fenoulhet (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) Sybrandus Johannes Fockema Andreae, ‘Spreekwijzen en vormen aan het oude recht ontleend.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1898 (1898) K. Fokkema, ‘De friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) J.L.M. Franken, ‘Taalkundige beskouing oor Teenstra se Afrikaanse samespraak.’ In: De vruchten mijner werkzaamheden (1943) Robert Fruin, ‘Over cliven en clawen in onze oude rechtstaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Edward Gailliard, ‘Lezingen. Iets over het woord ‘Gadoot’.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1896 (1896) Edward Gailliard, ‘Palmen, pallemen, Zijn poingiaert palmen, Zijn mes pallemen. door Edw. Gailliard.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1909 (1909) Johan Hendrik Gallée, ‘Saksische namen van planten en delfstoffen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) Johan Hendrik Gallée, ‘Uit de taalstudie.’ In: De Gids. Jaargang 51 (1887) Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Dirk Geeraerts, ‘Prototypes en stereotypes D. Geeraerts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1982 (1982) Dirk Geeraerts, ‘D. Geeraerts Lexicografie en linguistiek: Reichling gerehabiliteerd’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983) Dirk Geeraerts, ‘Dirk Geeraerts Over woordverlies in lexicaal-semantische overgangsgebieden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) Dirk Geeraerts, ‘[Nr. 69/70]’, ‘Lexicografische vernieuwing in de vroege achttiende eeuw’ In: Documentatieblad werkgroep Achttiende eeuw. Jaargang 1986 (1986) Dirk Geeraerts, ‘Dirk Geeraerts Over woordverlies in lexicaal-semantische overgangsgebieden II’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 103 (1987) G. Geerts, C. Kruyskamp, P.J. Meertens en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967) G. Geerts, ‘Het collectivum als haar-syndroom’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) G. Geerts, ‘Sociolinguïstische variatie en lexicon’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) Lia van Gemert, Ingrid Glorie, Nelleke Moser, Ewoud Sanders, Gea Schelhaas, Irene Spijker en Robert Stein, ‘Signalementen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996) Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Jac. van Ginneken, ‘Het Geldersche woord vlaas = poel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: mist’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 8]’, ‘Over de betrekkelijk weinige woorden die wij gebruiken, en de ontzaglijk vele die wij verstaan’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 6 en 7]’, ‘De voornaamwoordelijke aanwijzing en het geslacht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) Jac. van Ginneken, ‘Willem Pée's groot boek Over de verkleinwoorden in de Nederlandsche dialecten.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 10]’, ‘Kloeke's eerste aflevering van den Taalatlas van Noord- en Zuid-Nederland’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 12]’, ‘De tweede aflevering van onzen Nederlandschen Taalatlas’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) Leo Goemans, ‘Opmerking.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Goossens, C. Kruyskamp, J.J. Mak, Cornelis Schmidt, C. Soeteman, Marie Veldhuyzen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966) J. Goossens, ‘De tweede Nederlandse auslautverscherping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) J. Goossens, Dommellandse woorden (1978)
J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie (1979)
J. Goossens, ‘De ambtelijke teksten van het Corpus-Gysseling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979) J. Goossens, Daas 'paardevlieg' en zijn varianten in de Nederlandse en Nederduitse dialecten (1985)
J. Goossens, Woordgeografie van nominale ellipsen bij taalcontacten (1989)
Casper de Groot en W. Pijnenburg, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) J.P. Gumbert, ‘Een Nederlands woordenboek uit de 13e eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978) Jacob Israël de Haan, ‘Boekbeoordeelingen’ In: De Beweging. Jaargang 12 (1916) Jacob Haantjes en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) C.B. van Haeringen, Netherlandic language research (1954)
C.B. van Haeringen, ‘Een systematisch woordenboek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) Walter Haeseryn, ‘Nieuwe media’, ‘De elektronische ANS: mogelijkheden en beperkingen Walter Haeseryn’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) J.A. vor der Hake, ‘Behoeven en hoeven’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal (1858-1862)
P.J. Harrebomée, ‘Tiental nederlandsche spreekwoorden,’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) M. van Hattum, Luc Korpel, P.G.J. van Sterkenburg en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) K.H. Heeroma, ‘Mnl. geëeut’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) K.H. Heeroma, ‘Rapzak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) K.H. Heeroma, ‘De plaats van de ij in het Nederlandse alfabet’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) Hans Heestermans, ‘Verhandelingen’, ‘Definities in woordenboeken Jaarrede door de voorzitter Dr. H. Heestermans’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1990 (1990) Hans Heestermans, ‘Definities in woordenboeken’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 8 (1990) Jacobus Heinsius, ‘Een eigenaardig gebruik van het ww. komen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) Peter Hellwig en Helmut Schnelle, ‘Semantiek in het woordenboek - Heranalyse van woordenboekdefinities Helmut Schnelle en Peter Hellwig’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991) G.L. van den Helm, De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
G.L. van den Helm, ‘Etymologische onderzoekingen’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Willem Lodewijk van Helten, ‘Hvatan met zijne familie. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Brui, bruts, brodden en eenige aanverwante woorden.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Blindhokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de Nedl. scherpkorte en zachtkorte o.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) C. Henstra, ‘C. Henstra De Breeveertien in de woordenboeken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 111 (1995) A. van Herk, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J.D. Herlein, ‘Karaïbaansch woorden-boek.’ In: Beschryvinge van de volk-plantinge Zuriname (1718) Felisberto Hérnandez, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Armand Héroguel, Philippe Hiligsmann, W. Martin en M. Miceli, ‘Het project Leerwoordenboek zakelijk Nederlands Ph. Hiligsmann, M. Miceli, W. Martin, I. Maks en A. Héroguel’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) D.C. Hesseling, ‘De woorden op loos.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) anoniem Het Brugsche Livre des Mestiers, Het Brugsche Livre des Mestiers en zijn navolgingen (1931)
Teun Hoekstra en M.J. Moortgat-Keukelinck, ‘Passief en het lexicon Teun Hoekstra & Michael Moortgat’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) Teun Hoekstra, Harry van der Hulst en M.J. Moortgat-Keukelinck, ‘Het Lexicon en de klasse van mogelijke grammatica's Teun Hoekstra, Harry van der Hulst, Michael Moortgat’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1980 (1980) Johan Hofman, Nederlandtsche woorden-schat (1650)
Wim Honselaar, ‘Een grammaticaal woordenboek van het Nederlands Analyse en classificatie van het meervoud van Nederlandse substantiva Wim Honselaar’ In: Voortgang. Jaargang 23 (2005) Cor Hoppenbrouwers, ‘Het verkleinwoord in het Westerhovens Cor Hoppenbrouwers’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978) J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, ‘Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979) J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
H.A. Höweler en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) D.J. Huizinga, ‘Over de conditioneele voegwoorden ‘in’ en ‘ende’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) H. Hulshof, ‘Geef de boeken dan nu toch maar 'es even hier Partikelclustering in imperatieve zinnen Hans Hulshof’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Harry van der Hulst, M.J. Moortgat-Keukelinck en W. Pijnenburg, ‘Geïnstitutionaliseerde lexicologie W.J.J. Pijnenburg H. van der Hulst M. Moortgat’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) Jozef Jacobs, ‘Over de Synoniemen.’ In: Het Belfort. Jaargang 13 (1898) Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘In hand gaan.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Nalezing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Man en maag. - Eerlang. - Hagendeveld.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Moederziel alleen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Verweenthede.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Verklaring van een drietal zamengestelde woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Bedenking aangaande het werkwoord handen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Over het onderscheid tusschen ochtend en morgen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘De beteekenis van roekeloos.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Over de werkwoorden beenen en verbeenen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Arie de Jager, ‘Smeedde Bilderdijk ‘omwingerden’ of ‘omwingeren’? door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Frank Jansen, ‘Een taalstatistisch onderzoek Willy Martin, Analyse van een vocabularium met behulp van een computer. AIMAV, Brussel, 1970 (ƒ 27,50).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972) Frank Jansen, ‘Een boterzacht bewijs voor leksikale diffusie F. Jansen’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978) Frank Jansen, ‘Omtrent de om-trend F. Jansen’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Theo A.J.M. Janssen, ‘Het wel en niet omschreven indirekt objekt en de possessieve datief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) Guy Janssens, ‘Tweetalige woordenboeken van en naar het Nederlands De (verschillen in de) grammaticale achtergrond van de (onderscheiden) gebruikers G. Janssens’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991) Amaat Honoraat Joos, ‘Aan 't werk!’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886) Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886) Amaat Honoraat Joos, ‘Boekbeoordeeling.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886) Amaat Honoraat Joos, ‘Kleine studie op de woorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 3 (1888) C.G. Kaakebeen, ‘De term onecht in de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) Daniël van Kalken, ‘Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Daniël van Kalken, ‘Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Daniël van Kalken, ‘Nalezing op de bijdrage’, ‘Tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Daniël van Kalken, ‘Voorbeelden van een verouderde vervoeging der thans in gebruik zijnde werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) G. Kazemier, C. Kruyskamp, F. de Tollenaere en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) C.E. Keijsper, ‘Het werkwoord ligt dwars C.E. Keijsper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) H. Kern en L.A. te Winkel, ‘Iets over noordenwind enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Moker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) H. Kern, ‘Loeme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) H. Kern, ‘Wak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Eekkatte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) H. Kern, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland (1910)
H. Kern, ‘Enkele plaatsen en woorden uit Dat Kaetspel Ghemoralizeert.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) J.H. Kern, ‘Kleine mededeeling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Paul de Keyser, ‘Bargoensch uit het begin van de twintigste eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Maarten Klein, ‘De ANS en het voornaamwoordelijk bijwoord Maarten Klein’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Zofia Klimaszewska, ‘Fraseologie’, ‘Fraseologie en het onderwijs Nederlands als Vreemde Taal Zofia Klimaszewska (Warschau)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) G.G. Kloeke en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) J.J. van der Kloes, ‘Ter verklaring van een paar plaatsen uit Nederlandsche dichters van de zeventiende eeuw.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) W.G. Klooster, ‘De bepaling van kwantiteit, een grammaticale vergissing W.G. Klooster’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) A. Kluijver, ‘Sjamberloek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) A. Kluijver, ‘Kokkerd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) A. Kluijver, ‘Eene onuitgegeven lijst van woorden, afkomstig van zigeuners uit het midden der 16de eeuw.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1900 (1900) A. Kluijver, ‘Het etymologisch woordenboek van Dr. N. van Wijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Elisabeth Koenraads, ‘Idiomatische uitdrukkingen in tweetalige woordenboeken. Een vergelijkend onderzoek Nederlands-Italiaans Elisabeth Koenraads’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Woordgeslachtsmoeilikheden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) Agata Kowalska-Szubert, ‘Thematische woordenlijsten: hoe maak je die aan? Agata Kowalska (Wrocław)’ In: Colloquium Neerlandicum 14 (2000) (2001) Agata Kowalska-Szubert, ‘Over potas, herbata en andere Nederlandse woorden in het Pools Agata Kowalska-Szubert (Wrocław)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning (1990)
C. Kruyskamp, ‘Banjer, banjerheer, banjaard’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) C. Kruyskamp, P.J. Meertens en P. Minderaa, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) C. Kruyskamp, ‘Huydecoper als lexicograaf’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) C. Kruyskamp, ‘Studentenhaver’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen, J.M.J. Sicking en H. van de Waal, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) C. Kruyskamp, ‘De begrenzing van het handwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) J.G. Kruyt, ‘Nationale tekstcorpora in internationaal perspectief J.G. Kruyt’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) Willem Kuiper, ‘Een ‘groet scat’ in een ‘clein vat’’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 17 (1999) K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Joos Lambrecht, Het naembouck van 1562 (1945)
P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) P. Leendertz (jr.), ‘Een paar Middelnederlandsche bastaardwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Joep Leerssen, ‘Landsnamen, taalnamen. De lexicale aanloop tot de Groot-Nederlandse gedachte Joep Leerssen (Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Hubert Lemeire, De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970)
Hubert Lemeire, De taal van Stijn Streuvels. Deel 2. Verklarend woordenboek op de taal van Stijn Streuvels (1970)
Jacob van Lennep, ‘Opmerkingen by de lezing van de bydrage, door dr. W. Bisschop geleverd, onder den tytel van het Dordsche taaleigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.A. van Leuvensteijn, ‘Het Bredero-citaat onder Stommelen A, 2 in het WNT’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) J.A. van Leuvensteijn, ‘Moeten met de betekenis ‘mogen’ en ‘willen’ in het WNT Een beschouwing van Hollandse citaten uit de zeventiende eeuw Arjan van Leuvensteijn’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006) G.I. Lieftinck, ‘Bouwstoffen van het Middelnederlandsch woordenboek Addenda en corrigenda’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954) G.I. Lieftinck, ‘Bouwstoffen van het Middelnederlandsch Woordenboek Addenda en corrigenda’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) E.C. Llewellyn, The Influence of Low Dutch on the English Vocabulary (1936)
J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954) J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen IV’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen V’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium (1959)
J. van Marle, ‘De taken van het lexicon J. van Marle’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) W. Martin en Elsemiek ten Pas, ‘Subtaal en lexicon W. Martin en E. Ten Pas’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991) W. Martin, ‘Inleiding: over woordenboeken, lexica en computers Willy Martin’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991) W.H.M. Mattens, ‘Tussenklanken in substantivische en adjectivische samenstellingen Wim Mattens’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) Clara Meijer-Wichmann, ‘Corpustaalkunde Jan Aarts, Willem Meijs’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) H.J.J.M. van der Merwe, Patriot woordeboek: Afrikaans-Engels (1902)
H.J.J.M. van der Merwe, Vroeë Afrikaanse woordelyste (1971)
R. van der Meulen, ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Reinier van der Meulen Rz., ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. toelgen, toillien, thoillien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (IV’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954) Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica (IV)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (V)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) W.J. Meys, ‘De empirische dimensie Willem Meijs’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991) L.C. Michels, ‘Das (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) L.C. Michels, ‘Stromp’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) L.C. Michels, ‘Orgaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) Stefan Minten, De evolutie van de woordenschat in het Hasselts dialect (1987)
Fons Moerdijk, ‘A. Moerdijk Het belang van neologismen voor de lexicale semantiek, ‘kamerbreed’ geëtaleerd’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) A. Moerdijk, ‘A. Moerdijk Hoe consistent, modern en beknopt is het WNT?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) Fons Moerdijk, ‘De wording van het Algemeen Nederlands Woordenboek Fons Moerdijk’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) C. Moeyaert, ‘De hedendaagse schrijftaal van de Westhoek in Frankrijk Lexicon C. Moeyaert’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1976 (1976) C. Moeyaert, ‘De hedendaagse schrijftaal van de Westhoek in Frankrijk Lexicon · 2 C. Moeyaert’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1977 (1977) C. Moeyaert, ‘De schrijftaal van de Westhoek in Frankrijk, eind van de 19e eeuw Lexicon - 4 Cyriel Moeyaert’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1979 (1979) C. Moeyaert, ‘De hedendaagse schrijftaal van de Westhoek in Frankrijk A. Ryckelynck (1889-1951) Lexicon · 5 Cyriel Moeyaert’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1980 (1980) C. Moeyaert, ‘De schrijftaal van de Westhoek in Frankrijk. Boedelbeschrijving en testament van F. de Mersseman, Ekelsbeke (1787) Lexicon ● 21 C. Moeyaert’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1996 (1996) C. Moeyaert, ‘De schrijftaal van de Westhoek in Frankrijk. Onuitgegeven gedichten uit het handschrift van Corneel de Vriendt uit Noordpene (1767-1847) Lexicon ● 22 C. Moeyaert’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1997 (1997) C. Moeyaert, ‘De schrijftaal van de Westhoek in Frankrijk. Een Frans-Vlaamse deserteur in een Engels regiment (1793-1802). Reisverhaal van Philippus Boone van Meteren (1774-1852) Lexicon ● 24 C. Moeyaert’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1999 (1999) C. Moeyaert, ‘De schrijftaal van de westhoek in Frankrijk Hulde- en rouwgedichten van rederijkers in Belle en Sint-Winoksbergen, eind 18de en begin 19de eeuw ● 25 Cyriel Moeyaert’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 2000 (2000) Quirinus Ignatius Maria Mok, ‘Polysemie en homonymie in recente Franse woordenboeken Q.I.M. Mok’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) H. Molema, ‘Nederduitsche spreekwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) Erzsébet Mollay, ‘De verhouding tussen fraseologismen en idiomatische composita: Een stiefkind in de taalkunde Erzsebet Mollay (Budapest)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) J.G.M. Moormann, ‘Bargoensch uit het midden der negentiende eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘Amper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) J.W. Muller, ‘Glimp - glimpen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) J.W. Muller, ‘Sek, sekgras.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J.W. Muller, ‘Seck (sick)!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J.W. Muller, ‘Nfri. Boesdoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J.W. Muller en W.L. de Vreese, ‘Gewezen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J.W. Muller, ‘Brandaris en Sint-Brandarius.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Eischen en bezwaren der wetenschap pelijke lexicographie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Borgen (Bredero, Moortje, 2937).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Bontsche maat (Naschrift op Dl. XX, 210).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘Sprokkelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) J. Naarding, ‘De Nederlandsche benamingen van de uier’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G.A. Nauta, ‘Pottaart (Bredero, Moortje, 950).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) G.A. Nauta, ‘Raduys.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) G.A. Nauta, ‘Moedzalf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) G.A. Nauta, ‘Paardenbreedte(n).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) G.A. Nauta, ‘Pedel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) Anneke Neijt, Jeroen Weber en Johan Zuidema, ‘Hiërarchieën op de knieën Johan Zuidema, Anneke Neijt en Jeroen Weber’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) O. de Neve, ‘De Nederlandsche glossen van de Brusselsche ‘Olla patella’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) O. de Neve, ‘Aantekeningen over 16de - eeuwse lexicografie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) O. de Neve, ‘Over de plantnamen konfilje en konfilie de grein’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) A.M. van 't Oever, ‘Het Engelsch in de laatste afleveringen van het Middelnederlandsch woordenboek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) Johannes Onnekes, ‘Bijdrage tot de kennis van het Hunsingo-Groningsch dialekt. door J. Onnekes.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) A.C. Oudemans, ‘Terechtwijzing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) A.C. Oudemans, ‘Werkwoorden van herhaling en during.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) G.S. Overdiep, ‘Bladvulling’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jan Pan, ‘Sprokkels, verzameld door mr. J. Pan.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Jan Pan, ‘Opmerkingen en aanteekeningen van den hoogleeraar J. H. van der Palm over de Nederlandsche taal,’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Louis D. Petit, ‘5. Woordenboeken.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 1 (1888) Louis D. Petit, ‘5. Woordenboeken.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 2. De literatuur bevattende verschenen van 1888-1910 (1910) W. Pijnenburg, ‘Linkse schimmen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) W. Pijnenburg, ‘Mnl. G(h)oepssc(h)ene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979) W. Pijnenburg en Tanneke Schoonheim, ‘W.J.J. Pijnenburg en T.H. Schoonheim Het Vroegmiddelnederlands Woordenboek (1200 - 1300) De geschiedenis van een project’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996) Henri Pirenne, ‘Ham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J. Posthumus, ‘De lexicografische activiteiten van de familie Calisch Jan Posthumus’ In: Voortgang. Jaargang 25 (2007) J.A. van Praag, ‘Iets over oude, Spaansche woordenboeken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) F.P.H. Prick van Wely, ‘Het Nederlands in woordenboeken voor de vreemde talen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904) F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten (1906)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) anoniem Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
S.J.E. Rau, ‘Eenige taal- en dichtkundige aanmerkingen, naar aanleiding van de twee eerste afleveringen van het Woordenboek der Nederlandsche Taal.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) S.J.E. Rau, ‘EENIGE TAAL- EN DICHTKUNDIGE AANMERKINGEN, NAAR AANLEIDING VAN DE TWEE EERSTE AFLEVERINGEN VAN HET WOORDENBOEK DER NEDERLANDSCHE TAAL.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) S.C. van der Ree, ‘Lexicon- en contextstructuuroefeningen als bruikbaar middel om taal- en cultuuronderwijs te herenigen drs. S.C. van der Ree’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) Jan Renkema, ‘Tangconstructies Experimenteel onderzoek naar leesbaarheid en attentiewaarde Jan Renkema’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) F.A.M. Riem Vis, ‘De werkelijkheid van maar Florentine Riem Vis ’ In: Voortgang. Jaargang 7 (1986) Dolores Ross, ‘De polysemie in Italiaanse en Nederlandse structuren Dolores Ross’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) H. Ryckeboer, ‘Contactlinguïstische aspecten’, ‘Nederlandse namen voor Noordfranse toponiemen in het Frans-Vlaamse dialekt’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997) H. Ryckeboer, ‘Nederlandse lexicale elementen in de Noord-Franse dialecten Een dialectlexicografische en dialectgeografische benadering van het taalcontact in Noord-Frankrijk’, ‘1. Historische achtergronden van het taalcontact in Noord-Frankrijk’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997) H. Ryckeboer, ‘De enquête Willems in Frans-Vlaanderen’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997) J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Dominiek Sandra, ‘De geheugenrepresentatie van ondoorzichtige samenstellingen Dominiek Sandra’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) P.B. Sannargala, ‘[Deel 4]’, ‘Dutch loan words in Sinhala L. Peeters and B.P. Sannasgala’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976) A. Sassen, ‘A. Sassen De oudste vindplaats van ‘u’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983) A.M. Schaerlaekens, ‘4 De differentiatiefase (twee en een half - vijf jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977) B. Scholten, ‘Tabak drinken.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) P.C. Schoonees, ‘Kleine mededeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) C. Schouten-van Parreren, ‘Verslag van de werkbijeenkomst woordenschatuitbreiding mw.dr. C. Schouten-Van Parreren’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) R. Schreuder, ‘Psychologische theorieën over het lexicon R. Schreuder W.J.M. Levelt’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Jos. Schrijnen, ‘Gutturaal-sigmatische wisselvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) Jos. Schrijnen, ‘Gutturaal-Sigmatische wisselvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) H. Schultink, ‘De bouw van nieuwvormingen met her-’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) H. Sermon, ‘Snippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) H. Sermon, ‘De Vlaamsche vertaal- en woordenboeken van het begin der boekdrukkunst tot den jare 1700, door den heer H. Sermon, briefwisselend lid.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1891 (1891) C.P. Serrure, ‘Spreekwoorden.’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 1 (1855) C.P. Serrure, ‘Spreekwoorden.’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 1 (1855) Gerard van Seumeren, ‘Nalezing op de Vlaamsche Vertaal- en Woordenboeken door H. Sermon.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1891 (1891) Nicoline van der Sijs, Het versierde woord (1999)
Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek (2001)
Ph.J. Simons, ‘Langs en op de rand van de zelfstandigheid. (De woorden zo c.s. en 't).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Marketa Skrlantová, ‘Hoe (on)bruikbaar zijn taalgidsen? Marketa Škrlantová’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) B.H. Slicher van Bath, ‘Nederlandsche woorden in Latijnsche oorkonden en registers tot 1250 (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) B.H. Slicher van Bath, ‘Nederlandsche woorden in Latijnsche oorkonden en registers tot 1250 (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) Gilbert A. R. de Smet, ‘Invloed van Junius' Batavia op Kiliaans woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) Emiel Spanoghe, ‘In den nap liggen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Jacob Samuel Speyer, ‘Een paar woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Chr. Stapelkamp, ‘Welle, wellen, wallen, walwort(el) waelwortel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) Chr. Stapelkamp, ‘Lexicographische aantekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) Chr. Stapelkamp, ‘Lexicologische aantekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) Chr. Stapelkamp, ‘Veenderijtermen en enige andere woorden uit het Utrechtse polderland’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) Jelle Stegeman, ‘Vreemd gaan met de moedertaal: woordenschatuitbreiding in de praktijk dr. J. Stegeman’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) P.G.J. van Sterkenburg, ‘Nederlandse lexicologie in stellingen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) P.G.J. van Sterkenburg, ‘Woordarchief en bronnen voor een computergestuurd woordarchief van het hedendaags Nederlands P.G.J. van Sterkenburg’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1976 (1976) P.G.J. van Sterkenburg, ‘Afdeling 2 Lexicografie’, ‘7. De lexicografie in de middeleeuwen P.G.J. van Sterkenburg’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977) P.G.J. van Sterkenburg, ‘Nederlandse lexicografie en taalwetenschap P.G.J. van Sterkenburg’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) P.G.J. van Sterkenburg, ‘Groot woordenboek van hedendaags Nederlands en Grote Van Dale: een eerste vergelijking P. van Sterkenburg’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) P.G.J. van Sterkenburg, Op weg naar W(E)TEN (1997)
F.A. Stoett, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) F.A. Stoett, Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (1923-1925)
Jan Stroop, ‘De terminologie van de handboogschutter’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Adriaan E.H. Swaen, ‘Gasterij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Adriaan E.H. Swaen, ‘Bolkvanger.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Pierre Swiggers, ‘Over ER P. Swiggers en K. van den Eynde’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) J. Taeldeman, ‘Nederlandse deverbatieven op -(e)ling: een geval van tematische motivering Johan Taeldeman’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Paul Tallemant, ‘F. de Tollenaere Leng ‘Molva molva’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) Rob Tempelaars, ‘‘Mij zinkt de moed bij het zien van de hoeveelheid’ De collectie historische taalkunde’ In: Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1995) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘Woordenboek der Nederlandsche taal.’ In: Het Belfort. Jaargang 14 (1899) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Rondom het lexicon, een woord vooraf’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Over de betekenis van zgn. ‘doorzichtige’ samenstellingen F.J. Heyvaert’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
[tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De geheime rijkdommen van onzen woordenschat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 10]’, ‘De woordfrequentie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 9]’, ‘Noick, een zeventiende-eeuwsch woord uit Zuid-Limburg’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Het verschil tussen sukses en geldigheid Guus Meijer’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Vaste verbindingen (in woordenboeken) Martin Everaert’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Helsche koude.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Die eerst komt, eerst maalt of maant?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Bijdrage tot de kennis van den Frieschen, voornamelijk Bildtschen, tongval.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Eene opmerking omtrent het woord anders.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De verkleinwoorden in een Noordbrabantsch dialect (Oirschot en omstreken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Quadie, quadiën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Anglosaxonica I.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Middelnederlandse woordgeografie Tondalus' Visioen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Duynen (?)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Middelnederlands (op-)terven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De Friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Raket, Reket, Roket, Riket, Rinket’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Het Vroegmiddelnederlands Woordenboek op weg naar voltooiing Ten geleide’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996) [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Vaderlandsch Woordenboek, oorspronglyk verzameld door J. Kok. Drie-en-dertigste Deel. W - Y. Met Kaarten, Plaaten en Pourtraiten. Te Amsterdam, by J. Allart. In gr. 8vo. 297 bl.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1798 (1798) [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘A Grammar of the English Language, &c. - Engelsche Spraakkunst, waar by gevoegd is een klein Woordenboek van zelfstandige Naamwoorden, byvoeglyke Naamwoorden en Werkwoorden: als mede een klein Woordenboek, waar in de Klank van de Letter I word aangetoond. 't Welk alles in 't Nederduitsch word verklaard, en samengesteld is op eene gantsch nieuwe wyze, en verrykt met oordeelkundige Aanmerkingen. Door G. Ensell. Te Rotterdam, gedrukt voor den Autheur, en te bekoomen by J. Hendriksen, op de Hoogstraat, 1797. In gr. 8vo. 605 bl., behalven de Voorreden.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1798 (1798) [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Proeve van een verklarend Nederduitsch woordenboek.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1864 (1864) [tijdschrift] Voortgang, ‘The great Dutch-Japanese dictionaries in early nineteenth century Japan Henk de Groot’ In: Voortgang. Jaargang 22 (2004) Yolande Timman, ‘Idioom: Meer dan het zout in de pap De didactiek van idioom in het vreemde-talenonderwijs Y. Timman (Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) Lambert Tinholt, ‘Taal-bijzonderheden van het eiland Marken, ’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) F. de Tollenaere, ‘Verandzaden Een woord uit de oude landbouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) F. de Tollenaere, ‘Nogmaals Verandzaden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) F. de Tollenaere, ‘Mnl. en Nndl. bâgen(i), bâgel(i), b(eh)âgen(i), verbâgen(i) en bāgen(ii), bāgel(ii), behāgen(ii), verbāgen(ii).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) F. de Tollenaere, ‘Handwoordenboek en dialect’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) F. de Tollenaere, ‘Problemen van het dialectwoordenboek Theorie en praktijk’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) F. de Tollenaere, ‘De stand van de Nederlandse lexikografie door Dr. F. de Tollenaere Redacteur van het ‘Woordenboek der Nederlandsche Taal’.’ In: Colloquium Neerlandicum 3 (1967) (1969) F. de Tollenaere, ‘Problemen van het Nederlands etymologisch woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969) F. de Tollenaere, ‘Nieuwe wegen in de lexikografie?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) F. de Tollenaere, ‘Lexikografie en linguïstiek Het probleem der woordbetekenis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Baert ‘Rijswerk aan en op de dijken en oevers’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Vlaams in ‘Vlaamse soldatenbrieven uit de Napoleontische tijd’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Nogmaals ‘Lexicografie en linguïstiek. Het probleem der woordbetekenis’ Reichling gerehabiliteerd?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: het ontstaan van ‘spuigat’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Lexicographica: mnl. ghehuust ende ghehooft (1450)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 115 (1999) M.C. van den Toorn, ‘De verklaring in de historische taalkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978) M.C. van den Toorn, ‘Leeswoordenboeken’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) Carolus Tuinman, De oorsprong en uitlegging van dagelyks gebruikte Nederduitsche spreekwoorden, opgeheldert tot grondig verstand der vaderlandsche moedertaal. Deel I (1726)
Carolus Tuinman, De oorsprong en uytlegging van dagelyks gebruikte Nederduitsche spreekwoorden, tot opheldering der vaderlandsche moedertaal. Deel II (1727)
C.C. Uhlenbeck, ‘Konijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Ansjovis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Vercoullie's woordenboek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) G.J. Uitman, ‘G.J. Uitman Nogmaals: aveluinig’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J. Verdam, ‘Swellen door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) J. Verdam, ‘Lijfcoop.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J. Verdam, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Verdam, ‘De versterkende beteekenis van on.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Uit Bergen-op-Zoomsche rechtsbronnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) Gerard Verhoeven, ‘Onregelmatigheid van klankveranderingen, als gevolg van lexicale geleidelijkheid Gerard Verhoeven’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975) H.J. Verkuyl, ‘Lexicon en werkelijkheid H.J. Verkuyl’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) H.J. Verkuyl, ‘Hoe goed en hoe fout is Van Dale’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) H.J. Verkuyl, ‘Hoe goed en hoe fout is Van Dale?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) Linda Verstraten en Pyter Wagenaar, ‘Vaste verbindingen in corpora’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) A.J. Vervoorn, Antilliaans Nederlands (1976)
Eelco Verwijs, ‘Mennen met valen’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) Eelco Verwijs, ‘Gemelijk, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Eelco Verwijs en J. Beckering Vinckers, ‘Poging om een paar leden der Nederlandsche taalfamilie met hunne wettige maagschap te hereenigen. Door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Eelco Verwijs, ‘Lauwen, louwen, looien. door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J. Beckering Vinckers, ‘Nog al iets over ochtend door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) S. Vissering, ‘Aan den heer profr. J. van Vloten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J. van Vloten, ‘Ceedse: chaise of siege?’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) J. van Vloten, ‘Taalbederf.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J. van Vloten, ‘Aan prof. S. Vissering.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J. van Vloten, ‘Nog iets over 't woord lichaam en zijn spelling, over de Grieksche ph en de Nederlandsche f.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J. van Vloten, ‘Aan de Redactie van 't Nederlandsche Woordenboek.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) J. van Vloten, ‘Een taalkundige misstap, door J. van Vloten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.G.N. de Vooys, ‘Vondel's Brabantse moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IX De ontwikkeling in Noordnederland sedert pl.m. 1885’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk III De zestiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VI De Bataafse republiek. De inlijving. De eerste jaren van het koninkrijk (1795-pl.m. 1835)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VII De Gids-tijd. Opkomst van de taalwetenschap (pl.m. 1835 - pl.m. 1885)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk V De achttiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IV De zeventiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VIII Het Nederlands in België (1830-pl.m. 1890)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over oude woordenboeken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) C.G.N. de Vooys, ‘West-Vlaamse woorden uit de zestiende eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941) C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) C.G.N. de Vooys, ‘Een leemte in onze lexicografie.’ In: Jaarboek De Fonteine. Jaargang 1945 (1947) C.G.N. de Vooys, ‘De officiele Nederlands-Belgische woordenlijst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) W.L. de Vreese, ‘Lezing. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal en de critiek in Zuid-Nederland.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1902 (1902) W.L. de Vreese, ‘Nogmaals Het woordenboek der Nederlandsche Taal en de Critiek in Zuid-Nederland.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1902 (1902) W.L. de Vreese, ‘Kleinigheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) W.L. de Vreese, ‘Een trits Vlaamsche woorden verklaard door Dr. Willem de Vreese.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1908 (1908) Matthias de Vries, De visscherijen, geheeten het Vroon, ten jare 1433 aan de stad Leiden in erfpacht gegeven (1858)
Matthias de Vries, ‘Woordafleidingen,’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Matthias de Vries, ‘Quekenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu ‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998) Paul Vriesema, ‘Kleine Mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) Philip E. Webber, ‘New Middle Netherlandic lexical data from ms. Archabbey Beuron No. 39’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) A.A. Weijnen, ‘De woorden voor melk en karnemelk’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: mispel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) A.A. Weijnen, ‘Raggen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) A.A. Weijnen, ‘De hoepel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) A.A. Weijnen, ‘De semantische en syntactische problematiek van het dialectwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) A.A. Weijnen, ‘Structuren van Nederlandse voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) Petrus Weiland, Kunstwoordenboek (3de druk) (1858)
M.C. van Wijhe, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) N. van Wijk, ‘Het vokalisme van het woord drek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) J.F. Willems, ‘Over de woorden: Antwoord, Antwoorden, Antwerden, tegenwoordig zyn, enz.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) J.F. Willems, ‘Hans, Hansa, Hanse.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840) J.F. Willems, ‘Gielerstael, of haeltael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841) Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) L.A. te Winkel, ‘Over de natuur der woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over eenige woorden, die in onze taal onder twee vormen voorkomen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘De afleiding van het woord tegenwoordig.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘De afleiding van het woord verwaarloozen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Kuk, kukken, kukkelen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Bladvulling.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Scharminkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Opheldering van eenige uitdrukkingen in Vondel's treurspel Lucifer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Over de beheersching van het werkwoord herinneren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord ligchaam en de onderlinge verhouding der h en ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Beer, beren en beeren.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) L.A. te Winkel, ‘Over het begrip Letter, en de wijze, waarop de letters door de spraakwerktuigen gevormd worden.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) L.A. te Winkel, ‘De dialecten en de vocaalspelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Dick Wortel, ‘Het woordenboekcitaat in de oudste WNT-delen Dick Wortel ’ In: Voortgang. Jaargang 17 (1997 en 1998) (1997) C.A. Zaalberg, ‘Monster passeren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) C.A. Zaalberg, ‘Schoondochter ‘stiefdochter’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) Karel van der Zeijde, ‘Het Sliedrechtsch taaleigen door K. van der Zijde.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) EtymologieJosé van Aelst, Evert van den Berg, Lia van Gemert, Ingmar Koch, W. Pijnenburg, Karel Porteman, Toos Streng, Annemarie van Toorn en H.T.M. van Vliet, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) Th.H. d' Angremond, ‘Mnl. eblie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) Th.H. d' Angremond, ‘Naschrift bij N.T. 30, 417/8.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Th.H. d' Angremond, ‘Lierelauwen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) Th.H. d' Angremond en J.H. van Lessen, ‘Nogmaals over de etymologie van getes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) Constantinus Bake, ‘Dubbeld'uw = baljuw?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Constantinus Bake, ‘Nog eens dubbelduw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Constantinus Bake, Adriaan Beets en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Constantinus Bake, G.G. Kloeke en J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) Constantinus Bake en Johanna Greidanus, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Jan van Bakel, G. Kazemier, P.G.J. van Sterkenburg, L. Strengholt en P.E.L. Verkuyl, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) Jan van Bakel, A.M. Duinhoven, Olf Praamstra en L. Strengholt, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Frida Balk-Smit Duyzentkunst Het woord ‘intellectueel’ en de intellectuelen’ In: De Gids. Jaargang 151 (1988) Adriaan J. Barnouw en J. Verdam, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Adriaan Beets, ‘Verstek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Tult.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Adriaan Beets, ‘Beekum; bêken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Adriaan Beets, ‘Dubbeld'-u, dubbel'-u.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Adriaan Beets en A. Kluijver, ‘Kalis en caliban.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Adriaan Beets, ‘Stapelzot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Adriaan Beets, ‘Slabberaen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Het (Leidsche) drillen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) Adriaan Beets, ‘Splitruiter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) Adriaan Beets, ‘Overscharig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) Adriaan Beets, ‘Heimwee.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) Adriaan Beets, ‘Haringkaken. (Naschrift.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) Adriaan Beets, ‘Waarloos.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Adriaan Beets, ‘Bladvulling. (Bokje - sigaar)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) Adriaan Beets en P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adriaan Beets en G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Adriaan Beets, ‘Ceen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Adriaan Beets, ‘Een vaantje in 't gelag’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Adriaan Beets, ‘Koppen snellen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Adriaan Beets, ‘Gellecone’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) Adriaan Beets, H.L. Bezoen, G. Karsten en G.A. Nauta, ‘Kleine Mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) Adriaan Beets, ‘Veldiep’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) Adriaan Beets, ‘Nog eens veldiep naschrift bij 't voorafgaande’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) Adriaan Beets en J.H. van Lessen, ‘Kweesten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) Jan Bethlehem, ‘Notities’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) H.L. Bezoen, ‘Naar aanleiding van Ndl. mok, mokken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) H.L. Bezoen, ‘Kleine Mededeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) H.L. Bezoen, ‘Over eenige dierennamen in het Nederlandsch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) H.L. Bezoen, ‘Oostndl. Beeën’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) H.L. Bezoen en Jacobus Heinsius, ‘Oostndl. beteun(e), betuun(e) ‘schaars’ [<*bi-twên(e)]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941) Willem Bisschop, ‘Is oom kool een Geldersche bastaard? door W. Bisschop.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Marcus van Blankenstein, ‘Duwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Marcus van Blankenstein, ‘Kaf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) D.P. Blok, C. Kruyskamp en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) K. Blokhuis, ‘Anglicismen in het gasbedrijf.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) Marcus Boas, ‘Lamptaarn’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) G.J. Boekenoogen, ‘Van als.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) G.J. Boekenoogen, P. Leendertz (jr.) en C.H.Ph. Meijer, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) G.J. Boekenoogen, ‘De geslachtsnaam Formijne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) G.J. Boekenoogen, ‘[Kleine medeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) R.C. Boer, ‘Studie van de levende taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adrianus Bogaers, ‘Nog iets over ‘herinneren’. door Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Adrianus Bogaers, ‘Herinneren, door Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Adrianus Bogaers, ‘Pillegift. Pil znw., Pillen ww. Door wijlen Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) A.P. de Bont, ‘Van Sem, Jesse en David’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) A.P. de Bont, ‘Over beduit(je) en wat dies meer zij’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) A.P. de Bont, ‘Voort, voortmeer, rechtevoort’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) A.P. de Bont, ‘De etymologie van stoffen = pochen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) A.P. de Bont, ‘Iemand met een kluitje in het riet sturen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) A.P. de Bont, ‘Stapelgek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) A.P. de Bont, ‘Nog eens: (van) heinde (en ver)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) R.J.G. de Bonth, Johan Koppenol, Olga van Marion en Olf Praamstra, ‘Signalementen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) M. Boonen, Huisnamen ontstaan en morfologie (1986)
Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Andries Borgeld, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Andries Borgeld, ‘In zee dragen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) J.H. van den Bosch, ‘Sprokkel. Herinnering aan ridderroman en volksboek?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch, ‘Woordverklaring. Het woord roman.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch, ‘Sprokkel. Eind goed, al goed.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) J.H. van den Bosch, ‘Beunhaas.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) J.H. van den Bosch, ‘Taal en spelling. (Lezing, gehouden te Gouda op Dinsdag 14 Maart.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) R.F.M. Boshouwers, ‘De Franse leenwoorden in de kluchten en blijspelen van G.A. Bredero’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) A.C. Bouman, ‘Ontlening en relikten in Afrikaans’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) A.C. Bouman, ‘Het probleem van de ‘inwendige taalvorm’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) Cor van Bree, ‘Het verband tussen struik en stronk Een nieuw etymologisch woordenboek van het Nederlands’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 48 (2005) Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Hendrik Jan Broers, ‘Aamborstig.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) A.P.J. Brouwers, ‘Adelen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) C.C. de Bruin, ‘Steiloor = houten gaffel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) C.C. de Bruin, C. Kruyskamp, Maximilianus O.F.M. Cap. en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Daer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fréska’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kiekie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Foeke Buitenrust Hettema en Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘‘Als klokspijs.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Woord ‘fiets’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) Foeke Buitenrust Hettema, ‘De naam Bilderdijk.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) J. Burny, De jeneverstruik in de Kempen en de naam Wechelderzande (1985)
Fons van Buuren, C. de Deugd, Soetje Oppenhuis de Jong en Tanneke Schoonheim, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997) Julien Claerhout, ‘Gabbere’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893) Julien Claerhout, ‘[Philologische Bijdragen 1]’, ‘Water.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893) Julien Claerhout, ‘Oost- en Westgermaansch gerundium.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893) Julien Claerhout, ‘[Philologische bijdragen 2]’, ‘Daeckeren. Vetus Flandricum.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894) Julien Claerhout, ‘Meenen.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894) Frans Claes, ‘Levinus Lemnius, een Zeeuwse bron van Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) Frans Claes, ‘Nog enige oude bewijsplaatsen uit Kiliaans kanttekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975) Frans Claes, ‘Vetus-woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) Frans Claes, ‘Driestoponiemen in de streek van Diest [door Frans Claes S.J.]’ In: Driestoponiemen in de streek van Diest (1984) Frans Claes, ‘Frans Claes S.J. Iets over de datering van de oudste vindplaatsen in Etymologische woordenboeken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993) Frans Van Coetsem, ‘De oorsprong van het ndl. praeteritum hief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) P.J. Cosijn, ‘Ochtend of ochend? door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) P.J. Cosijn, ‘Nog iets over kleinood door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) P.J. Cosijn, ‘Smijns door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) P.J. Cosijn, ‘Jongen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) P.J. Cosijn, ‘Gloeien door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘Het voornaamwoord -ghe.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) P.J. Cosijn, ‘Een instrumentalis.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) P.J. Cosijn, ‘Allsverei.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) P.J. Cosijn, ‘Niel, Wiel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) P.J. Cosijn, ‘Gard en gaarde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) P.J. Cosijn, ‘Geleerde volksetymologie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) H.K.J. Cowan, ‘Ned. elk en dagelijks.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) F.M. Cowan, C. Kruyskamp en J.L. Pauwels, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) H.K.J. Cowan, ‘Oudnederfrankische varia’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) N.A. Cramer, ‘Een oud woord in het Westvlaamsch teruggevonden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) E. Cramer-Peeters, ‘Sente Meye’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J.H. van Dale, ‘Berijden - berijd - berijddag - berijdrol - berijder - berijderschap, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J.J.M. van Dam, ‘Spaansche mat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) B.C. Damsteegt, ‘Dam + steeg (+ t)’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 16 (1998) G.J. Dibbets, ‘Geert Dibbets Lambert ten Kates Aenleiding (1723) tiende dialoog: over de woordsoorten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003) P.J.J. Diermanse, ‘Knol als typeerende achternaam in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) P.J.J. Diermanse, ‘Nobis(kroeg)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940) Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.B. Drewes, ‘Op me siel godts’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) F.C. Driessen, ‘Imperativus voor praeteritum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) H.J.E. Endepols, ‘Een kouter als breekijzer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) H.J.E. Endepols, ‘Rotzak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) D.Th. Enklaar en C.M. Geerars, ‘Venusjankerij.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) anoniem Esbatement van den appelboom, Het, De betekenis van de Nederlandse familienamen (1941)
H. J. Eymael, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Karel de Flou, ‘Het leenwoord Ledikant.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1907 (1907) K. Fokkema, ‘De friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) K. Fokkema, ‘Over veiling en de etymologie van Fri. feil(j)e’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) Johannes Franck, ‘Mittelniederlaendische miscellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Johannes Franck, ‘Fraai.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Johannes Franck, ‘Over woordafleiding. Haar doel en hare taak.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) Johannes Franck, ‘Heden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Johannes Franck, ‘Mittelniederländisch allene.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Johannes Franck, ‘Vyuergat (Rein. I, 1640).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) G.D. Franquinet, ‘Proeve van woordafleidingen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10 (1846) G.D. Franquinet, ‘Proeve van woordafleidingen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10 (1846) J.J.A.A. Frantzen, ‘Wese, Gotisch wisi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) Robert Fruin, ‘Het woord Vorsche, in de Groote Keur van Zeeland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) Robert Fruin, ‘Nog iets over Custinge, naar aanleiding van het opstel van prof. Verdam, in de vorige aflevering geplaatst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) Robert Fruin, ‘Hool, heul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) Robert Fruin, ‘Over cliven en clawen in onze oude rechtstaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Robert Fruin, ‘Over het woord haagpreek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Edward Gailliard, ‘Het woord ‘Imparat’, uit oorkonden van Vlaamschen oorsprong, door Edw. Gailliard.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1907 (1907) Edward Gailliard, ‘Het woord ‘stragiers’ door Edw. Gailliard.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1909 (1909) Johan Hendrik Gallée, ‘Oudsaksisch men.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Johan Hendrik Gallée, ‘Drost, drossaert, drossatus.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Johan Hendrik Gallée, ‘Hekse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Lode Geenen, ‘Taalkaart: kaas’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) J.B.F. van Gils, ‘Peer de duyc - perduic’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) J.B.F. van Gils, ‘Taalkundige opstellen van Dr. J.B.F. van Gils†’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Jac. van Ginneken, ‘Namen en bijnamen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 9]’, ‘De telwoorden en hun ontstaan’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 10]’, ‘Vlaanderen en Vlamingen = zeeroovers der salische wet’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Twente en Drente’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Germanismen en tweetaligheid’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Het Geldersche woord vlaas = poel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 4]’, ‘De namen Brabant en België, een keerpunt in de Europeesche kleederontwikkeling’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
P. Gisseleire, ‘De oorsprong der Vlaamsche taal haar invloed op het schoonheids-, zedelijk en godsdienstig gevoel van den stam door P. Gisseleire.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) J. Goossens, ‘De tweede Nederlandse auslautverscherping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, ‘De Kempische toponomie, eenheid in verscheidenheid door Dr. J. Molemans’, ‘0.’, ‘1.’, ‘2.’, ‘3.’ In: De begrenzing van de Kempen (1983) Jan Grauls, ‘Van vrijen en vrijers II Een kijkje in de Belgische taal der liefde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) A.C.J.A. Greebe, ‘Ezelsbrug. Pons asinorum. - Eselsbrücke. - Pont aux ânes. - Asses' bridge.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) A.C.J.A. Greebe, ‘Mnl. formine.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) Casper de Groot en W. Pijnenburg, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Maurits Gysseling, ‘Lag Nederland in Frankrijk? Dr. Maurits Gysseling’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1980 (1980) Jacob Israël de Haan, ‘Rechtskundige significa Door Jacob Israel de Haan’ In: De Beweging. Jaargang 12 (1916) C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) C.B. van Haeringen, ‘Relict of ontlening?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) C.B. van Haeringen, ‘Toponymie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) C.B. van Haeringen, ‘Mnl. Ghiemant’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) C.B. van Haeringen, ‘Armoedzaaier en soortgenoten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) C.B. van Haeringen, ‘Hamlark of lamhark?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) C.B. van Haeringen, ‘Urist’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) C.B. van Haeringen, ‘Chapter Eleven Onomastics’ In: Netherlandic language research (1954) C.B. van Haeringen, ‘Een kersvers Anglicisme?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) J.A. vor der Hake, ‘Hackemans ghesinneken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) E.J. Haslinghuis, ‘Hem verzien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) E.J. Haslinghuis, ‘Het woord verdieping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) K.H. Heeroma, ‘Gans en goes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) K.H. Heeroma en Daniël Heinsius, ‘Lierelauwen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) K.H. Heeroma, ‘Etymologische aantekeningen (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) K.H. Heeroma, ‘Etymologische aantekeningen I’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) K.H. Heeroma, ‘Wat is een boer?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) K.H. Heeroma, ‘Lukraak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) K.H. Heeroma, ‘Aanranden, aanransen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) K.H. Heeroma, ‘Bij kooi < koon.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) K.H. Heeroma, G.I. Lieftinck, Reinier van der Meulen Rz. en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) K.H. Heeroma, ‘Nogmaals lukraak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) K.H. Heeroma, ‘Naar aanleiding van grunjer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) K.H. Heeroma en G.G. Kloeke, ‘Boekbeoordeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) K.H. Heeroma, ‘Nog enkele schijnbare klanknabootsingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) K.H. Heeroma, ‘Andermaal varken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) K.H. Heeroma, ‘Daak, dook’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) K.H. Heeroma, ‘Knoei’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) K.H. Heeroma, ‘Naar aanleiding van grunjer (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) K.H. Heeroma, ‘Andermaal ceen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) K.H. Heeroma, ‘Laan en verwanten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) K.H. Heeroma, ‘Laan en verwanten (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) K.H. Heeroma, ‘Mnl. geëeut’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) K.H. Heeroma, ‘Mnl. cornecote’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) K.H. Heeroma, ‘De Ingweoonse achtergrond van smeu’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) Jacobus Heinsius, ‘Lakmoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Daniël Heinsius, ‘Over de Nederlandse scheepsterm striets en Nederl. trijs, hd. trieze enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta, door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Brui, bruts, brodden en eenige aanverwante woorden.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het werkwoord reken en zijne voornaamste afstammelingen door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Hvatan met zijne familie. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta, door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Rooien, (uit) roeien, ruiden, (op) ruien, en eenige waarlijk of schijnbaar aanverwante woorden. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta. XXIX-XXX. Muts, mutsen. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta, door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden, door Dr. W.L. van Helten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883) Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Oudfri. kestigia, kesta, kest enz., ndl. custen, custinge enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Her Danielken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Berooid, vieren (bot -, den schoot - enz.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van de Oudnederlandsche psalmvertaling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘De Westfriesche eigennamen Jouke en Sjouke.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het verband tusschen 't NL. kutte cunnus (kil.) en 't Got. qiþus uterus en over tusschen, zuster.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) A.G.J. Hermans, ‘Over het woord keiler en zijn oorsprong’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) Felisberto Hérnandez, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) D.C. Hesseling, ‘Bestekamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) D.C. Hesseling, ‘Bokje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) D.C. Hesseling, ‘Plak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) D.C. Hesseling, ‘Cubicula locanda.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) D.C. Hesseling, ‘Top.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) D.C. Hesseling, ‘Africana.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) D.C. Hesseling, ‘Papiaments en Negerhollands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) D.C. Hesseling, ‘Hip(p)okras’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) Christiaan van Heule, De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)
Christiaan van Heule, ‘Van de Ledekens.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633) V.J.J.P. van Heuven, Maarten Hijzelendoorn en Anneke Neijt, ‘Automatische indeling van Nederlandse woorden op basis van etymologische filters Vincent J. van Heuven, Anneke H. Neijt en Maarten Hijzelendoorn’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) Walter Hoffmann, Von Himmerod und Rottbitze bis Roda Kerkrade (1996)
H.A. Höweler en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Arie de Jager, ‘Iets over de frequentatieven herinneren en uitmergelen, door Dr. A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Arie de Jager, ‘Olle en Oele. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) W.A.F. Janssen, ‘Peel, een Romeinsch leenwoord?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G. Kalff, ‘In de boonen zijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) G. Kalff, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Samuel Kalff, ‘Koloniale idiomen. (Vervolg van blz. 98.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Gerrit Kamphuis, ‘Hughelijn en vrouwe Ogerne (Reinaert 796-800).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) Gerrit Kamphuis en Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) Gerrit Kamphuis, ‘Over ‘bietsen’ en equivalenten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel (1723)
Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (1723)
B.H. Kazemier, ‘Veldiep’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘Feodum door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) H. Kern, ‘Veemgericht, door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) H. Kern, ‘Kleinood, door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) H. Kern, ‘Moord als rechtsterm. Door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) H. Kern, ‘Nehalennia, door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) H. Kern, ‘Thunginus, door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘De instrumentaal ie door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘Oudnederlandsche woorden, door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) H. Kern, ‘Tessel, oesel, wesel.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Ekster, lobster.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Graaf.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Honderd en duizend door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) H. Kern, ‘Lijden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884) H. Kern, ‘Boos.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) H. Kern, ‘Moker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) H. Kern, ‘Loeme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) H. Kern, ‘Wak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) H. Kern, ‘Germaansche verwanten van Slawisch žrêbŭ.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) H. Kern, ‘Limoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) H. Kern, ‘Hengst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) H. Kern, ‘Canis, çuni.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) H. Kern, ‘Boot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) H. Kern, ‘Jonk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) H. Kern, ‘Suursak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) H. Kern, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland (1910)
H. Kern en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) H. Kern, ‘Waard.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) H. Kern, ‘Waard, waardig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) H. Kern, ‘Over een paar Zwitsersche en tevens Nederlandsche verkleiningsvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) J.H. Kern, ‘Mndl. hachte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) H. Kern, ‘Wese, Gotisch wisi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) H. Kern, ‘Enkele plaatsen en woorden uit Dat Kaetspel Ghemoralizeert.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) J.H. Kern, ‘Jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.H. Kern, ‘Naschrift over jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.H. Kern, ‘Badder.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) J.H. Kern, ‘Gheterjuint.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) J.H. Kern, ‘Ollen en oele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) J.H. Kern, ‘Mndl. geles.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) J.H. Kern, ‘Naschrift op Mnd. geles (blz. 16).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Paul de Keyser, ‘Bargoensch uit het begin van de twintigste eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J. Klatter, ‘Dònnermàierbesé’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) G.G. Kloeke, ‘Eigennamen op -tet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) G.G. Kloeke, ‘Ponstghen, en nog iets over Hollandsche en Groningsche mouilleering.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) G.G. Kloeke, ‘De zeventiende-eeuwse aanspreekvorm U in de nominatief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) G.G. Kloeke, ‘De culturele achtergrond van de termen spreekwoord, verzoeking en roem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) A. Kluijver, ‘Trawant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) A. Kluijver, ‘Hlaifs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) A. Kluijver, ‘Bairan en Gabairan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) A. Kluijver, ‘Sjamberloek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) A. Kluijver, ‘Kokkerd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) A. Kluijver en J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) A. Kluijver, ‘Malloot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) A. Kluijver, ‘Moeskoppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) A. Kluijver, ‘Antwoord op eene critiek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) A. Kluijver, ‘Sukade.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) A. Kluijver, ‘Anjer en anjelier.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) A. Kluijver, ‘Kaliber.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) A. Kluijver, ‘Mender.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) A. Kluijver, ‘Klabak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) A. Kluijver, ‘De analogie als taalscheppende macht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) A. Kluijver, ‘‘Wörter und Sachen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) A. Kluijver, ‘Het etymologisch woordenboek van Dr. N. van Wijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) A.J. Kluyver, ‘Juchtleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) J.A.N. Knuttel, ‘Fielesepee - fiets’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst (1649)
Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
R.A. Kollewijn, ‘Vreemde woorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) C. Kostelijk, ‘Lola.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) C. Kostelijk, ‘Nogmaals klaar-overtjes’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) P. Koster, ‘Oorlogswinst der Nederlandse taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) H.W.J. Kroes, ‘Ndl. den - Nhd. tenne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) M.E. Kronenberg, ‘Nog eens Mnl. tentenel - tinterneel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) Joep Kruijsen, Romaanse leenwoorden in Haspengouw (1992)
Etsko Kruisinga, ‘I. Onze woorden: A. Eigen en Vreemd.’ In: Het Nederlands van nu (1938) C. Kruyskamp, ‘Kampersteur’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) C. Kruyskamp, ‘Banjer, banjerheer, banjaard’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) C. Kruyskamp, ‘Quoniam’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) C. Kruyskamp, ‘Lichtmis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954) C. Kruyskamp, ‘Studentenhaver’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) C. Kruyskamp, ‘Van de os op de ezel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) Jan Kuijper, ‘Jan Kuijper U’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972) K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) K. ter Laan, Reinier van der Meulen Rz. en G.S. Overdiep, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) N. van der Laan en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) A.J.F. van Laer, Reinier van der Meulen Rz., F.P.H. Prick van Wely en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen (1977)
Frits Lapidoth, ‘Spreekwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) P. Leendertz (jr.), ‘Alva's bril.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) P. Leendertz (jr.) en J.W. Muller, ‘Straatroepen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) P. Leendertz (jr.), ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) P. Leendertz (jr.), ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Hubert Lemeire, ‘Derde hoofdstuk. Het woordgebruik.’, ‘Inleiding. Herkomst van de door Streuvels gebruikte woorden.’ In: De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970) Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van uitmergelen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van afkalven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) J.H. van Lessen, ‘Kasjoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.H. van Lessen, ‘Kakeichie, klakkooi, kak(k)adoris.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) J.H. van Lessen, ‘Het Fransche woord pleutre’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) J.H. van Lessen, ‘Naschrift bij kakeichie enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) J.H. van Lessen, ‘Gorlegooi’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) J.H. van Lessen, ‘Van lok en plok en hun verwanten, en over de etymologie van geluk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) J.H. van Lessen, ‘Etymologische beschouwingen naar aanleiding van eenige gewestelijke plantennamen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) J.H. van Lessen, ‘Warf en werf’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van getes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) J.H. van Lessen, ‘Nog eens lierelauwen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) J.H. van Lessen, ‘Over namen van munten, in het bijzonder over stuiver’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941) J.H. van Lessen, ‘Over eenige werkwoorden die ‘kijken’ beteekenen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van puik’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) J.H. van Lessen, ‘Over mogelijke verwanten van Vlaams persem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) J.H. van Lessen, ‘De etymologie van wrevel, wreef en wressem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) R. Lievens, ‘Sente Mey(e)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) E.C. Llewellyn, The Influence of Low Dutch on the English Vocabulary (1936)
Jozef van Loon, Morfeemgeografie van de Nederlandse herkomstnamen (1981)
Jozef van Loon, ‘Historisch-geografische schets van de Belgisch-Limburgse familienamen [door Jozef van Loon]’, ‘1. Patroniemen’, ‘2. De tegenstelling Boons/Boonen, Cools/Coolen’, ‘3. Apposities’, ‘4. Lidwoordnamen’, ‘5. Toponymische Toenamen’ In: Referaten gehouden op het zevende congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde (1982) J.J. Mak, ‘De oorsprong van rooi (= ellende)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) J.J. Mak, ‘Beweugen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) J.J. Mak, ‘Da nobis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) J.J. Mak, ‘Butertier’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) J.J. Mak, ‘De oudste betekenis van Venusjanker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium (1959)
J.J. Mak, ‘Klikspil’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) J.J. Mak, ‘‘Si beghint mi den worm int hoot te roerene’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) F.K.M. Mars, ‘‘Polyglottische’ volksetymologie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) Ann Marynissen, Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen (1998)
P.J. Meertens, ‘Mhl. duse’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) C.H.Ph. Meijer, ‘Labaar’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) K.O. Meinsma, ‘Een merkwaardig drietal. (Vervolg van blz. 185.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) K.O. Meinsma, ‘Een merkwaardig drietal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Judi I.H. Mendels, ‘Bomschuit - Bodemschuit.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
V. Mennen, Naamgevingsfactoren en naamgevingstypen (1990)
V. Mennen, Fusie of gemeentelijke herindeling in de beide Limburgen (1990)
V. Mennen, Interpretatie van toponiemen (1993)
V. Mennen, Stokkem en aanverwante plaatsnamen (1995)
V. Mennen, Genker straatnaamgeving in de twintigste eeuw (1997)
R. van der Meulen, ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Reinier van der Meulen Rz., ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. paerde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Reinier van der Meulen Rz., ‘Slawaeien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. loesch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Reinier van der Meulen Rz., ‘Lijzeil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. toelgen, toillien, thoillien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Reinier van der Meulen Rz., ‘Rob, rop. ’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. tentenel - tinterneel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) Reinier van der Meulen Rz., ‘Robbedoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) Reinier van der Meulen Rz., ‘Over den Nederlandschen oorsprong der aardrijkskundige namen Skagerrak (Skagerak) en Kattegat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Reinier van der Meulen Rz., ‘De Russische scheepsterm Bryzgas.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Reinier van der Meulen Rz., ‘Bont en blauw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Reinier van der Meulen Rz., ‘Romeinsche vellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) Reinier van der Meulen Rz., ‘Romeinsche vellen. (Naschrift).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Reinier van der Meulen Rz., ‘De scheepsnaam Karbas’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) Reinier van der Meulen Rz., ‘Kalmerpeer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) Reinier van der Meulen Rz., ‘Naar aanleiding van 't Poolsche woord legart’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) Reinier van der Meulen Rz., ‘Reversche sparren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) Reinier van der Meulen Rz., ‘Pervansche sparren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (V)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Hubert J. Michaël, ‘Dichterling’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) L.C. Michels, ‘‘Mijn wespen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) L.C. Michels, ‘Stromp’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) L.C. Michels, ‘Behartenswaard, -ig’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) L.C. Michels, ‘Steiloor.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) L.C. Michels, ‘Zo met geëlideerde klinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) L.C. Michels, ‘Amerikaanse van-namen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) L.C. Michels, ‘Klaar-overtjes.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) Fons Moerdijk, ‘A. Moerdijk Het etymologiseren van ‘dubbel geïsoleerde’ dialectwoorden De etymologie van staaien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Molemans, Profiel van de Kempische toponymie (1977)
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal (1979)
J. Molemans, ‘De nederzettingsnamen in het land van Vogelzang [door Jos Molemans]’, ‘0.’, ‘1. Gemeente, gehucht, heerdgang/heer(d)wagen’, ‘2.’, ‘3. Besluit’ In: Referaten gehouden op het zevende congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde (1982) J. Molemans, Naamgevingsfactoren in de Kempische toponymie, geïllustreerd aan Opglabbeek (1986)
Henri Ernest Moltzer en J. Verdam, ‘Van ons Heren wonden.’, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) J.W. Muller, ‘Amper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) J.W. Muller, ‘Seck (sick)!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J.W. Muller, ‘Nfri. Boesdoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J.W. Muller, ‘Gebraden peer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J.W. Muller, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J.W. Muller, ‘Ort, orten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J.W. Muller, ‘Wanewaer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J.W. Muller en W.L. de Vreese, ‘Gewezen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J.W. Muller, ‘Ham en boterham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J.W. Muller, ‘Brandaris en Sint-Brandarius.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Brandewijnsteeg en Clarensteeg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Brandemoris en eene plaats uit Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Nog iets over anjer en anjelier.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Vaak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J.W. Muller, ‘Over enkele oude straatnamen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) J.W. Muller, ‘Over ware en schijnbare gallicismen in het Middelnederlandsch.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) J.W. Muller, ‘Over ware en schijnbare gallicismen in het Middelnederlandsch. (Vervolg van blz. 19.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘Majombe (Tschr. XLV 52-9).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘Majombe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘Ze(e)rden, scheren, sarren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘De herkomst van je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘De taal en de herkomst der zoogenaamde ‘abele spelen’ en ‘sotterniën’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.W. Muller, ‘De naam Anslo.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) J.W. Muller, ‘Zweren op (of bij) de (of zijn) tanden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) J.W. Muller en D.J. Struik, ‘Het woord ‘millioen’ in oude Nederlandsche rekenboeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.W. Muller, ‘Je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.W. Muller, ‘Een paar kantteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Dirk Gerhardus Muller, ‘Het Nederlandsch in Duitschland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) J.W. Muller, ‘Naschrift Over brooddronken en eenige namen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) J.W. Muller, ‘Sjouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) J.W. Muller, ‘Bo(o)i’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) J. Naarding, ‘De Nederlandsche benamingen van de uier’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) J. Naarding, ‘Afwijkende constructies.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) G.A. Nauta, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) G.A. Nauta, ‘Op syn Genevoys.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) G.A. Nauta, ‘Pots longeren; longeren.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) G.A. Nauta, ‘Mik.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) G.A. Nauta, ‘Moedzalf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) G.A. Nauta, ‘Schoelje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) G.A. Nauta, ‘Ben je zestig? hij is gesjochte(n). (on)sjoeg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) G.A. Nauta, ‘Ravotten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) G.A. Nauta, ‘Bli(c)tri.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) G.A. Nauta, ‘Enkele betrekkingen tusschen het Nederlandsch en het Spaansch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) O. de Neve, ‘Borkel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972) S.M. Noach, ‘Nieuwe bijdragen tot de kennis van het Joods in Nederland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) Henricus Oort, ‘Schorrimorrie en Fluiten!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen (1998)
P.C. Paardekooper, ‘P.C. Paardekooper Hollandse zeemanstaal(?) en Afrikaanse waltaal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 106 (1990) A. De Paepe, ‘Graten - raten.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) A. De Paepe, ‘Onkootsch.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894) Louis D. Petit, ‘4. Glossen, Woorden, Woordverklaring en Tekstcritiek.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 1 (1888) Louis D. Petit, ‘4. Glossen, Woorden, Woordverklaring en Tekstcritiek.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 2. De literatuur bevattende verschenen van 1888-1910 (1910) W. Pijnenburg, ‘Mnl. tsimadze’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) W. Pijnenburg, ‘Linkse schimmen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) W. Pijnenburg, ‘Mnl. G(h)oepssc(h)ene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979) W. Pijnenburg, ‘W.J.J. Pijnenburg Windhond’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) W. Pijnenburg, ‘W.J.J. Pijnenburg De etymologie van ‘hufter’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) W. Pijnenburg, ‘W.J.J. Pijnenburg Een merkwaardige poging tot verklaring’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003) W. Pijnenburg, ‘W.J.J. Pijnenburg Hd. Knirps ‘onderdeurtje’, Ndl. knurft ‘stommeling, sukkel e.d.; klein ventje’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 120 (2004) Henri Pirenne, ‘Ham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Klaas Poll, ‘Sprokkel. Ga zoo voort mijn zoon en gij zult spinazie eten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Klaas Poll, ‘Kaauw-jy-ze, kaujyze.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Klaas Poll, ‘Kaauw jij ze.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) F.P.H. Prick van Wely, ‘Liplap.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) F.P.H. Prick van Wely, ‘Eenige oude en nieuwe oosterlingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) F.P.H. Prick van Wely, ‘‘Christoffel’ = ‘Kruiwagen.’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) F.P.H. Prick van Wely, ‘Pompelmoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J. Prinsen J.Lzn, ‘Kloppen-castrare?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) anoniem Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
Annelies Roeleveld, ‘Annelies Roeleveld Creool: een woord met geschiedenis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002) Gerlach Royen, ‘De nominale klassifikatie in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands (1941)
Gerlach Royen, ‘De waarnemend sekretaris.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) B.M. Salman, ‘Overtrekken en overtrekking.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) Luc Salu, ‘Over de diftongering van i en u.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) Reinier Salverda, ‘English = Dutch A Dossier of Compelling Evidence’ In: The Low Countries. Jaargang 11 (2003) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.J. Salverda de Grave, ‘Geschiedenis van de Franse taal. F. Brunot, Histoire de la langue française, Tome VI, 2me partie, Ier fascicule. Paris, Colin, 1932.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) J.J. Salverda de Grave, ‘Franse woorden uit de Achttiende en de Negentiende eeuw. I. De achttiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) J.J. Salverda de Grave, ‘Franse woorden uit de achttiende en de negentiende eeuw. (Vervolg) II. 1785-1813.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) A. Sassen, ‘De Oudfriese formule tiaende ende temende’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954) A.A. van Schelven en A.A. Verdenius, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) M. Schönfeld, ‘Rubben, Rubens.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) M. Schönfeld, ‘Enige verwanten van ‘mark’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) M. Schönfeld, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) M. Schönfeld, ‘De Nederlandse plaatsnamen op -ik’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) M. Schönfeld, ‘De studie van de eigennamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) M. Schönfeld, ‘Wiltenburg Het ontstaan en de groei van een ‘geleerdensage’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) M. Schönfeld, ‘Sacrum nemus Batavorum’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) M. Schönfeld, ‘Hol, hel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) F.Th. Schonken, ‘Hoofdstuk VI. De niet-Hollandsche Europeanen.’ In: De oorsprong der Kaapsch-Hollandsche volksoverleveringen (1914) M.J.H.A. Schrijnemakers, Problemen rond de plaatsnaam Venray (Ned. Limburg) Margraten (Ned. Limburg) (1977)
Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Jan Segers, Dialecten en naamgeving in Haspengouw (1984)
Jan Segers, Waternamen in de Oetervallei, met name te Neeroeteren (1986)
Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. I (1993)
Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. II (1994)
Jan Segers, Cuvelier en Huysmans 100 jaar later: moet de toponymische studie van Bilzen nog geschreven worden? (1998)
Pieter A.M. Seuren, ‘Pieter A.M. Seuren Over etymologie als hulpbron by ethnologische studiën’ In: De Gids. Jaargang 147 (1984) Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek (2001)
Ph.J. Simons, ‘Kenniskritiese beschouwingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Ph.J. Simons en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek. Leeggelopen traditie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) Ph.J. Simons, ‘Oude en nieuwe namen in leven en wetenshap.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) Ph.J. Simons, ‘Oude en nieuwe namen in leven en Wetenschap. (Vervolg van blz. 140).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) Antal Sivirsky, ‘Huzaar’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) Ezechiël Slijper, ‘De morgenstond heeft goud in de mond.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Ezechiël Slijper, ‘Bekattering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Chr. Stapelkamp, ‘Imbeer-Dambeer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) Chr. Stapelkamp, ‘Welle, wellen, wallen, walwort(el) waelwortel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) Chr. Stapelkamp, ‘Het adjectief abeluinig’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) Chr. Stapelkamp, ‘Ooshout’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) W.H. Staverman, ‘Over rauwkost en sneltreinen, groothandelaren en kleinkinderen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) W. Sterenborg, ‘Lawaai’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik (1990)
F.A. Stoett, ‘Ope (Oepe, Oppe).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) F.A. Stoett, ‘Men moet geen slapende honden wakker maken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) F.A. Stoett, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) F.A. Stoett, ‘G.A. Bredero's Moortje, vs. 2889.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) F.A. Stoett, ‘Om zeep gaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) F.A. Stoett, ‘Schrander.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) F.A. Stoett, ‘Verevenhouten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) F.A. Stoett, ‘Straks.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) F.A. Stoett, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) F.A. Stoett, ‘Nalezing op tijdschr. xxv, blz. 50 vlgg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) F.A. Stoett, ‘Fokken, foppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) F.A. Stoett, ‘Schoorsteenveger zonder leer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) F.A. Stoett, ‘Koopje geen glas? ik denk wel neen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) F.A. Stoett, ‘Op een anker te land raken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) Jul. Storme, ‘Een van de bronnen van Kiliaan's Etymologieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) Garmt Stuiveling, ‘Losse notities.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) Garmt Stuiveling, ‘Losse notities. Nogmaals: Opoe.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Adriaan E.H. Swaen, ‘Uuf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Adriaan E.H. Swaen, ‘Blindhokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) B. Tiecke, ‘Waar komen ‘fraai’ en ‘mooi’ vandaan?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘Dietsche gouwspraken.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) [tijdschrift] Gids, De, ‘Taalkundige kroniek’ In: De Gids. Jaargang 108 (1944-1945) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Plantennamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Voorbeelden van zogenaamde volksetymologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Bladvulling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Koloniale idiomen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een moeilike plaats in Spiegel's Hertspieghel. (een-oogt, vers 151 van het vierde Boek).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nederlandse woorden in 't Maleis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een vijftiende-eeuwse straatroep.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘‘Ic warpe u eenen schoelap naer’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 1]’, ‘Onverwachte Oud-Nederlandsche aansluitingen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Ndl. hillebillen ‘stoeien’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 11]’, ‘De oudste rechtstaal.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) [tijdschrift] Taal- en letterbode, De, ‘Vuur boeten. door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) [tijdschrift] Taal- en letterbode, De, ‘Is aamborstig uit ademborstig geboren of uit angborstig? door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) [tijdschrift] Taal- en letterbode, De, ‘Eenige oude Veluwsche woorden, die taalkundige opheldering schijnen te verdienen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Het voorvoegsel oer (oor).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Van den Borchgrave van Couchi. Fragmenten, Medegedeeld door M. de Vries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De verkleinwoorden in een Noordbrabantsch dialect (Oirschot en omstreken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Quadie, quadiën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bladvulling. (Quets = 'k wed des).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Scherpkorte en Zachtkorte O in Nederlandse woorden van Franse afkomst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Geeps.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Das (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Over deek en veek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Middeleeuwsch uitschot’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Armoedzaaier’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zu mnl. dilde/dulde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De Friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Raket, Reket, Roket, Riket, Rinket’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Maurits Vandecasteele Een terminologische zoektocht langs behuusde en onbehuusde hofsteden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Johan Gerritsen De vogelnaam kalkoen en andere etymologica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Jeremy Bergerson An etymology of Afrikaans mos’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002) [tijdschrift] Voortgang, ‘Becanus' etymological methods R.A. Naborn’ In: Voortgang. Jaargang 15 (1995) D.C. Tinbergen, ‘Gode enen vlassen baert maken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) F. de Tollenaere, ‘Middelnederlandsch coc, hanecoc’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) F. de Tollenaere, ‘‘Beijen also ons koeijen dede’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) F. de Tollenaere, ‘Bij een plaats uit het esbatement van Tielebuijs’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940) F. de Tollenaere, ‘Naschrift bij Middelnederlandsch coc, hanecoc’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940) F. de Tollenaere, ‘Ndl. vierboet(e), vuurboet’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) F. de Tollenaere, ‘Aveluinig, abeluinig, haveluinig, schaveluinig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) F. de Tollenaere, ‘De etymologie van varken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) F. de Tollenaere, ‘Beduit(je), vaan(tje), paar(tje), peerd(eken) en up(p)erken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) F. de Tollenaere, ‘Nogmaals ‘de etymologie van varken’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) F. de Tollenaere, ‘Venzen en krenzen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) F. de Tollenaere, ‘Verandzaden Een woord uit de oude landbouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) F. de Tollenaere, ‘Mnl. en Nndl. bâgen(i), bâgel(i), b(eh)âgen(i), verbâgen(i) en bāgen(ii), bāgel(ii), behāgen(ii), verbāgen(ii).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) F. de Tollenaere, ‘Mossel en vis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) F. de Tollenaere, ‘Handwoordenboek en dialect’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) F. de Tollenaere, ‘Problemen van het Nederlands etymologisch woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969) F. de Tollenaere, ‘(Ver)bluisteren, (ver)bleisteren, (ver)blaaisteren pluisteren (II), fluisteren (II), gluisteren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Mnl. vlint ‘keisteen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Semantiek en etymologie n.a.v. twee mystificaties in het WNT: Praam ‘priem’ en Pramen ‘doorboren, priemen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Hoe is ‘speculaas’ ontstaan?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere De etymologie van ‘pril’ in verband met ‘verprillen’ en ‘verpreulen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere De etymologie van ‘muishond’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Nogmaals ‘pril’ en ‘verprillen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 103 (1987) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Een nieuw gotisch etymologisch woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 105 (1989) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Van zee-, zeel- en zaalhonden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 106 (1990) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: ‘angelier’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: het ontstaan van ‘spuigat’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: bekaaid en bekaaien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 110 (1994) F. de Tollenaere, Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: de geborduurde pantoffels van het MNW’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: Cynisch, Garnaal, Parlevinker’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 116 (2000) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: Paling, Koppig’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: Sjouwen, Burrelen, nogmaals Paling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003) Herman A.O. de Tollenaere en F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere en Herman A.O. de Tollenaere Etymologica: Clauwaert, Liebaert, Leliaert’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: twee woorden met een ‘onbekende’ etymologie, Lawaai en laweit’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005) M.C. van den Toorn, ‘De verklaring in de historische taalkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978) Carolus Tuinman, Oud en nieuw, of vergelyking der oude en nieuwe Nederduitsche taal, in vorming en spreekwijzen (1722)
C.C. Uhlenbeck, ‘Eene verbastering van Got. urruns.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) C.C. Uhlenbeck, ‘Gewinna.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) C.C. Uhlenbeck, ‘Mede, Ale.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Ansjovis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Konijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘De etymologie van Skr. vānara.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) C.C. Uhlenbeck, ‘Σμάραγδος.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) C.C. Uhlenbeck, ‘Over de etymologische wetenschap.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896) C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Vercoullie's woordenboek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Gotische Etymologieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) Jacob van der Valk, ‘Fumative - Vomative.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Pieter Valkhoff, ‘Franse woorden in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 201).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) François van Veerdeghem, ‘Il diest voir.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Jozef Vercoullie, ‘Nog over stoepjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Jozef Vercoullie, ‘Bertouden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) Jozef Vercoullie, ‘Kleine meedelingen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) Jozef Vercoullie, ‘Sinterklaas.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Jozef Vercoullie, ‘Negerhollands molee, Afrikaans boetie, katjipiering, bibies, bottel, ou sanna, ewwa-trewwa, foolstruis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) J. Verdam, ‘Twee Middelnederlandsche genitivi, door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J. Verdam, ‘Dangier. door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia, door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia, door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) J. Verdam, ‘Een oude kennis uit het gotisch teruggevonden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden, door J. Verdam.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) J. Verdam en Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) J. Verdam, ‘Custinge.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) J. Verdam, ‘Lijfcoop.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J. Verdam, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J. Verdam, ‘Non fortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J. Verdam, ‘Over werkwoorden op -ken en -iken (-eken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J. Verdam, ‘Van noode hebben; van doen hebben.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Sweren op sinen tant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) J. Verdam, ‘Stellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) J. Verdam, ‘Het Tübingsche handschrift van Ons Heren Passie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) J. Verdam, ‘Op zijn Fransch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) J. Verdam, ‘Nog eens de eenhoorn. (Tijdschr. 29, 95 vlgg.)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) J. Verdam, ‘Verschiet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J. Verdam, ‘Uit Bergen-op-Zoomsche rechtsbronnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J. Verdam, ‘Zondvloed.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J. Verdam, ‘Gletemen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J. Verdam, Uit de geschiedenis der Nederlandsche taal (1923)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) A.A. Verdenius, ‘De ontwikkelingsgang der Hollandse voornaamwoorden je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) A.A. Verdenius, ‘Over de aanspreekvorm ie (i-j) in onze oostelike provincieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) A.A. Verdenius, ‘Over mogelike spelvormen onzer j-pronomina in Middelnederlandse en 17de-eeuwse taal. (Een bijdrage tot de geschiedenis onzer aanspreekvormen).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) A.A. Verdenius, ‘Iets uit de geschiedenis van de bilabiale W in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) A.A. Verdenius, ‘Over de vormen van het adnominale adjectief en het lidwoord van bepaaldheid in de 17de-eeuwse Amsterdamse volkstaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, ‘Meskant - Waan- (wan-)kant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, ‘Naar aanleiding van veldiep en verwanten (Ts. 56)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) A.A. Verdenius, ‘Iemand aanhouden (door vriendelijke ontvangst aan zijn huis binden).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) A.A. Verdenius, ‘Het prefix in het verleden deelwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) A.A. Verdenius, ‘Met tuchten. met manieren.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) J.M. Verhoeff, Iets over Limburgse familienamen afgeleid van beroepsaanduidingen, met speciale aandacht voor het slagersberoep (1988)
Eelco Verwijs, ‘Gemelijk, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Eelco Verwijs, ‘Volksgeloof en volkstaal, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Eelco Verwijs en J. Beckering Vinckers, ‘Poging om een paar leden der Nederlandsche taalfamilie met hunne wettige maagschap te hereenigen. Door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Eelco Verwijs, ‘Lauwen, louwen, looien. door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Eelco Verwijs, ‘De muts hebben, gemutst, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Eelco Verwijs, ‘Een vreemdsoortig germanisme door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) H.J. Vieu-Kuik, ‘Wildebras’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) J. Beckering Vinckers, ‘'t Eerste gewin is kattegespin; 't eerste gewin is kattegespil; eerste winst is katjeswinst. door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) J. Beckering Vinckers, ‘Wat was aambei in den beginne? Door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) J. Beckering Vinckers, ‘Nog al iets over ochtend door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J. Beckering Vinckers, ‘Niettemin, desniettemin etc.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J. Beckering Vinckers, ‘De oorsprong van ochtend. door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J. Beckering Vinckers, ‘Een netelige kwestie. door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) J. Beckering Vinckers, ‘Een tedere kwestie, door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) J. Beckering Vinckers, ‘Bomer en roemer.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. Beckering Vinckers, ‘Is moot = snee zalms, etc. verwant met 't Gothisch maitan?’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. Beckering Vinckers, ‘Spook.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.G.N. de Vooys, ‘Middelnederlandse spreekwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) C.G.N. de Vooys, ‘De Franse woorden in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over zogenaamde volksetymologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) C.G.N. de Vooys, ‘Lessen over spreekwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 181).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 131).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Een principiële opmerking bij het etymologiseren van spreekwoordelike uitdrukkingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) C.G.N. de Vooys, ‘Toe!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) C.G.N. de Vooys, ‘Hyperkorrekte taalvormen in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) C.G.N. de Vooys, ‘Droes.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘Genitten = gedaan krijgen?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘Schots-schos-schors’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘Scheldnamen, spotnamen en vleinamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) C.G.N. de Vooys, ‘Engelse invloed op het Nederlands. (Tweede nalezing).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) C.G.N. de Vooys, ‘Een zeldzaam woord in dichtertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) W.L. de Vreese, ‘Ledikant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) W.L. de Vreese, ‘Nonfortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) W.L. de Vreese, ‘De woorden ‘Flamingant’ en ‘Franskiljon’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) W.L. de Vreese, ‘Cadellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Matthias de Vries, ‘Woordverklaring, door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Matthias de Vries, ‘Woordverklaring, door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Matthias de Vries, ‘Aamborstig. Den heere J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Matthias de Vries, ‘Woordverklaring, door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Matthias de Vries, ‘Poot, Potig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) Matthias de Vries, ‘Edwijt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) Matthias de Vries, ‘Middelnederlandsche Mengelingen, door M. de Vries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Wobbe de Vries, ‘Mnl. ruden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Wobbe de Vries, ‘Oliessel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) Wobbe de Vries, ‘Nuver (-ver < -wer).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) Wobbe de Vries, ‘Er (d'r) zonder duidelike betekenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Wobbe de Vries, ‘Ethymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) Wobbe de Vries, ‘Gotisch fitan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen in de Nederlanden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) Wobbe de Vries, ‘Invloed van neiging tot beknoptheid op vorming en betekenis van verba.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Wobbe de Vries, ‘Ponstghen; en nog iets over -tgijn enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Jan P.M.L. de Vries, ‘Dinsdag’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Jan P.M.L. de Vries, ‘Hunebedden en Hunen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Wobbe de Vries, ‘Overneming uit verwante spraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) Paul Vriesema, ‘Kleine Mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) S.J. Warren, ‘Kussen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) M.A. van Weel, ‘Meesmuilen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: boerenslobkous’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: sajet’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) A.A. Weijnen, ‘De û en iets over articulatiegewoonten in Noord-Brabant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) A.A. Weijnen, ‘Taalkaart schommel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) A.A. Weijnen, ‘Nieuw-Vennep, Jisp en Ilpendam’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) A.A. Weijnen, ‘Raggen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) A.A. Weijnen, ‘Lantaren-lamptaren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940) A.A. Weijnen, ‘De hoepel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) A.A. Weijnen, ‘Opoe.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) W. Wessels, ‘Begijn.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) W. Wessels, ‘BEGIJN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.P. Westgeest, ‘J.P. Westgeest Over een etymologie van de oude rechtsterm verlagen ‘ruilen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 110 (1994) M.C. van Wijhe, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) N. van Wijk, ‘Naar aanleiding van het woord morgen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) N. van Wijk, ‘Over leenwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) N. van Wijk, ‘Een oud dialektwoord (wieme, wîme).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) N. van Wijk, ‘Mnl. drûghe ‘droog’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) N. van Wijk, ‘Kroos ‘eendekroos’ en kroost ‘kinderen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) N. van Wijk, ‘De etymologie van het woord geluk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) J.F. Willems, ‘Hans, Hansa, Hanse.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840) J.F. Willems, ‘Etymologiën.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 6 (1842) Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) L.A. te Winkel, ‘Vlijm.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘WEES, WEEZEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘Over de achtervoegsels -aard, -erd, -aar, -er.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Wees, weezen.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘VLIJM.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘De afleiding van de woorden zwezerik, zuster en zwager.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘DE AFLEIDING VAN DE WOORDEN ZWEZERIK, ZUSTER EN ZWAGER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘CRITISCHE BESCHOUWING DER VERSCHILLENDE AFLEIDINGEN VAN HET WOORD GOD.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Critische beschouwing der verschillende afleidingen van het woord God.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘OVER DE ACHTERVOEGSELS -AARD, -ERD, -AAR, -ER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Levensgeschiedenis van het woord glimp, door J. te Winkel.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J. te Winkel, ‘Verstooren.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. te Winkel, ‘Het vijgeboomken te Amsterdam.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) G.W. Wolthuis, ‘Molwerk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) Zinnen (syntaxis)Flor Aarts, ‘An interview with professor James D. McCawley F.G.A.M. Aarts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977) J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) J.A. Alberdingk Thijm, ‘Mengelingen, van letterkundigen, socialen, staatkundigen en wijsgeerigen aard.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks. Deel 2 (1879) L.A.H. Albering, Vergelijkend-syntactische studie van den Renout en het Volksboek der Heemskinderen (1934)
Jacques van Alphen, ‘De vraagzin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Lisette Appelo, ‘Rosetta: Synonymie en Vertaling Franciska De Jong, Lisette Appelo’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan (1952)
Mona Arfs, ‘Rood of groen? De interne woordvolgorde in tweeledige werkwoordelijke eindgroepen in Nederlandse bijzinnen Mona Arfs (Göteborg)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Saskia van As, ‘Accentplaatsing als interpretatieve keuze Saskia van As’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991) E.M.H. Assink, ‘De rol van grammaticale operaties bij het nemen van orthografische beslissingen E.M.H. Assink’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) R.H. Baayen, ‘De CELEX lexicale databank Harald Baayen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991) Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Jan van Bakel, A.M. Duinhoven, Olf Praamstra en L. Strengholt, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) D.M. Bakker, ‘Transformationele en functionele grammatica’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1969 (1969) D.M. Bakker en G.R.W. Dibbets, ‘Afdeling 1 Grammatica’, ‘1. Voorgeschiedenis G.R.W. Dibbets’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977) D.M. Bakker, ‘Nevenschikking D.M. Bakker’ In: Voortgang. Jaargang 3 (1982) D.M. Bakker, ‘Major Constituents en Samentrekking D.M. Bakker’ In: Voortgang. Jaargang 5 (1984) D.M. Bakker, De macht van het woord (1988)
Matthijs Bakker, ‘Ik ben de vrucht van tweetaligheid Matthijs Bakker’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie (1963)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘F. Balk-Smit Duyzentkunst Ambivalentie in taalkunde’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972) Gunnar Bech, 'Über das niederländische Adverbialpronomen er' (1968)
Adriaan Beets, ‘Een als pronomen demonstrativum.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) Adriaan Beets, ‘Gaauwdiefs gramatica. Met een facsimilé.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Hans Bennis, ‘Appositie en de interne struktuur van de NP Hans Bennis’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979) Hans Bennis, ‘De PRO-drop-parameter en subjektloze zinnen in het Nederlands Hans Bennis’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983) Hans Bennis en Teun Hoekstra, 'Gaps and Parasatic Gaps' (1984-1985)
Hans Bennis, ‘Herschrijfregels herschreven Hans Bennis’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) Hans Bennis, ‘Waar is het werkwoord? deel I: het minimalistische kader Hans Bennis’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) Hans Bennis, ‘Waar is het werkwoord? deel II: Antisymmetrie Hans Bennis’ In: Spektator. Jaargang 24 (1995) Hans Bennis, ‘Waar is het werkwoord? deel III: het Nederlands Hans Bennis’ In: Spektator. Jaargang 24 (1995) B. van den Berg, ‘Oratio pro domo.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) B. van den Berg, Enkele waarnemingen betreffende de zinsbouw in het Nederlands (1962)
B. van den Berg, ‘Bijdragen tot de syntaxis van het Nederlands I’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) B. van den Berg, ‘Bijdragen tot de syntaxis van het Nederlands II’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) Hans den Besten en H.C. van Riemsdijk, ‘Hans den Besten, Henk van Riemsdijk, Catherine Snow. Ambiguous sentences: perceptual strategies?’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) Hans den Besten en P.M. Nieuwenhuijsen, ‘Notities’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) Hans den Besten en Jerold A. Edmondson, 'The Verbal Complex in Continental West Germanic' (1983)
Hans den Besten, 'On the Interaction of Root Transformations and Lexical Rules' (1989)
Hans den Besten en Hans Broekhuis, ‘Verb Projection Raising in het Nederlands Hans den Besten en Hans Broekhuis’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) D. De Bleecker, M.J.M. de Haan, C. Kruyskamp en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) Alied Blom en Saskia Daalder, 'De strukturele positie van reflexieve en reciproke pronomia' (1975-76)
Alied Blom, ‘Een verboden kamer in de taalkunde Alied Blom’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983) Alied Blom, ‘Het woordje er in het tweede-taalonderwijs Alied Blom (Delft)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) H.B.A. Bockwinkel, ‘Over de faktor cliché-werking bij het gebruik van het voornaamwoord het.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) Minne G. de Boer, ‘Tussenwerpseltheorieën Minne G. de Boer’ In: Voortgang. Jaargang 26 (2008) Adrianus Bogaers, ‘Losse aanmerkingen betrekkelijk woorden, bij Vondel voorkomende.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Ronny Boogaart, ‘Temporele relaties en tekstcoherentie Ronny Boogaart’ In: Voortgang. Jaargang 12 (1991) Geert Evert Booij, ‘G.E. Booij Lambert ten Kate als voorloper van de tggrammatica’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972) Geert Evert Booij en Camiel Hamans, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) Geert Evert Booij, ‘G.E. Booij Zinsbepalingen in het nederlands’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) Geert Evert Booij, ‘Conjunctiereductie én nevenschikking in gelede woorden G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Geert Evert Booij en Ton van Haaften, ‘De externe syntaxis van afgeleide woorden Geert Booij, Ton van Haaften’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) Geert Evert Booij, ‘Congruentie in Nederlandse NP's Geert Booij’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) J.H. van den Bosch, ‘Hulpwerkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) R.P. Botha, ‘A red card for Sies de Haan and Els Elffers R.P. Botha’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) A.C. Bouman, ‘Over ongemotiveerde inversie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) A.C. Bouman, ‘Syntaktiese groepen in Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) A.C. Bouman, ‘Over reduplicatie en de woordsoorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Pierre Brachin, ‘Of + inversie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Pierre Brachin, ‘Hoe meer... hoe meer... tòch een logische constructie?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Cor van Bree, ‘Ik heb de band lek Een oostnederlandse constructie C. van Bree’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1975 (1975) Cor van Bree, ‘Onderzoek naar dialectsyntaxis Cor van Bree’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel II. Leer van den volzin (syntaxis) (1852)
Willem Gerard Brill, ‘Brief aan dr. L.A. te Winkel over de definitie van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Willem Gerard Brill, ‘Over het beginsel bij de onderscheiding der woordsoorten in acht te nemen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Willem Gerard Brill, ‘Hoe in onze taal vergoed is, wat door het afslijten der naamvals-uitgangen was verloren.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Over de Naamvalsuitgangen: hun wezen en hunne beteekenis, hunne geschiedenis en de kritiek, aan welke zij onderworpen zijn geworden.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Over het onderscheid tusschen de woordorde van den oordeelenden en die van den wenschenden zin, alsmede over de kracht van zekere oratorische wendingen in de orde der woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Over den grond van de verscheidenheid van klank in de verschillende vormen der ongelijkvloeijende werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Over eenige onpersoonlijke uitdrukkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Willem Gerard Brill, ‘Over het wezen van den zin.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Frank Brisard, ‘Exotisme en spektakel in Construction Grammar Frank Brisard’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006) C. Broeder, ‘2. Lezingen’, ‘Expletief er en de interpretatie van onbepaalde subjecten mw. drs. C. Broeder’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) Hans Broekhuis, ‘Verb Projection Raising Hans Broekhuis’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993) W. Bronzwaer, ‘Hoofdstuk 6 Poëzie en grammatica’ In: Lessen in lyriek (1993) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Grammaire raisonnée.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) W.J.M. van Calcar, ‘Wim van Calcar Het voegwoord ‘of’’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) A. Cambier, Pierre Godin, Maurits van Overbeke en Marc Piwnik, ‘Leermiddelen’, ‘Een ‘e-syntaxis’ van het Nederlands: http://www.ilv.ucl.ac.be/gramlink-nl/syntaxis/index.htm P. Godin, A. Cambler, M. Piwnik en M. Van Overbeke’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) W.J.H. Caron, ‘Wat is een lijdend voorwerp?’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1967 (1967) P.P.J. van Caspel en A.F. Florijn, ‘Notities’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) Timothy Colleman, ‘Contrasten in taal’, ‘Argumentstructuur-constructies in het Nederlands, het Frans en het Engels: een contrastieve case study Timothy Colleman en Magda Devos (Gent)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) C.J. Conradie, ‘Werkwoordsclusters in contrast: het Nederlands en het Afrikaans C. Jac Conradie (Johannesburg)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Leonie Cornips, ‘De hardnekkige vooroordelen over de regionale doen+infinitief-constructie Leonie Cornips’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) Norbert Corver, ‘Wat voor constructie is de ‘wat voor’-constructie? Norbert Corver’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991) Norbert Corver, 'The Internal Syntax of the Dutch Extended Adjectival Projection' (1997)
P.J. Cosijn, ‘Smijns door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) P.J. Cosijn, ‘De grammatische vormen der Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) P.J. Cosijn, ‘Een instrumentalis.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) P.J. Cosijn, ‘Het relatief bij Stoke, door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) H.K.J. Cowan, ‘Opmerkingen over Oudnederfrankische structurele grammatica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) Jan Craeynest, ‘Daar.....af.’ In: Het Belfort. Jaargang 3 (1888) Jan Craeynest, ‘Daar af - van wien.’ In: Het Belfort. Jaargang 3 (1888) N.A. Cramer, ‘Een eigenaardige woordschikking.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Saskia Daalder, ‘Uniformering of differentiatie in de taalbeschrijving Saskia Daalder’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975) Saskia Daalder, ‘Grammar as a product of text interpretation Saskia Daalder ’ In: Voortgang. Jaargang 8 (1987) Saskia Daalder, ‘De taalkundige categorieënleer Saskia Daalder’ In: Voortgang. Jaargang 9 (1988) Saskia Daalder, ‘Grammatica en het spel van eigen en vreemd In hoeverre is het taalkundig werk van H.J. Pos structuralistisch? Saskia Daalder’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) Saskia Daalder, ‘Regelmaat en interpretatie bij mits-constructies in het moderne Nederlands Saskia Daalder’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006) Saskia Daalder, ‘Een blik in het verleden van een voegwoord: mits in zijn functie van voorzetsel in ouder en nieuwer Nederlands Saskia Daalder’ In: Voortgang. Jaargang 25 (2007) B.C. Damsteegt, ‘Syntaktische verschijnselen in de taal van Antoni van Leeuwenhoek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) B.C. Damsteegt, J.B. Drewes, G. Kazemier, Jan Stroop, F. de Tollenaere en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) Jean Baptiste David, ‘Over een paer vraegstukken van taelkundigen aert.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Over het woord gansch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Onder anderen of onder andere?’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.A. van Dijk, ‘Iets over de verbuiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.A. van Dijk, ‘Iets over den tweeden persoon van het enkelvoud.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, ‘Bericht aan den lezer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, ‘Over de constructie van bijzinnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, ‘De verbuiging van enkele telwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, ‘Beantwoording van eenige vragen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) M.R. Dijkman, ‘Dat getob met onze termen!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) M.R. Dijkman, ‘Naamvalsbegrip bij een inspecteur en bij L.A. te Winkel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) S.C. Dik, ‘Oppervlaktestruktuur en dieptestruktuur’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1969 (1969) S.C. Dik, ‘S.C. Dik Seuren over Coordination’ In: De Gids. Jaargang 132 (1969) S.C. Dik, ‘S.C. Dik Beginnen: semantische en syntaktische eigenschappen’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) S.C. Dik, ‘Discussie en reactie’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) S.C. Dik, ‘Taalbeschouwing en taaltheorie S.C. Dik.’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1982 (1982) S.C. Dik, ‘Nederlandse nominalisaties in een funktionele grammatika S.C. Dik’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1985 (1985) S.C. Dik, 'Isomorfisme als functioneel verklaringsprincipe' (1988)
Arthur Dirksen, ‘Syntactische, semantische en fonologische constituenten Arthur Dirksen’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Arthur Dirksen, ‘Over Predicatie 2 Arthur Dirksen en Johan Kerstens’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Arthur Dirksen, ‘Over predicatie 1 Arthur Dirksen en Johan Kerstens’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Bruce Donaldson, ‘Tijdsaanduiding in het Afrikaans Bruce Donaldson’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) B.P.M. Dongelmans, L.F. van Driel, P.J.A. Franssen, Dirk van Ginkel, Ton Harmsen, Frans A. Janssen, J.G. Kooij, W. Pijnenburg, Herman Pleij, Annejoke Smids, Marijke Spies, Jan Stroop, Kees Thomassen en Dick Welsink, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) F.G. Droste, ‘De structuur van de woordgroep in de zgn. accusativus-cum-infinitivo-constructie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) F.G. Droste, ‘Het temporele stelsel in het moderne Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) F.G. Droste, ‘Homonymie en identiteit van woord en moneem.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) F.G. Droste, ‘Over hoofdzin, bijzin en de complementeerder dat’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) F.G. Droste, ‘De bijwoordelijke bijzin F.G. Droste’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) A.M. Duinhoven en J. van Marle, ‘A.M. Duinhoven & J. van Marle ‘Wat holp vrienden verholen?’ Een verdwenen infinitief-constructie’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) A.M. Duinhoven, ‘Appositie bij ‘Appositionele NP's in het Nederlands’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) A.M. Duinhoven, ‘Naamvallen A.M. Duinhoven’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) A.M. Duinhoven, ‘De deelwoorden vroeger en nu A.M. Duinhoven’ In: Voortgang. Jaargang 6 (1985) A.M. Duinhoven, ‘Passief en zinsfasering A.M. Duinhoven’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1988 (1988) A.M. Duinhoven, ‘Fasering in de Zinsstructuur De verhouding van subject en persoonsvorm in reflexieve verbindingen A.M. Duinhoven’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1988 (1988) A.M. Duinhoven en J.A.M. Komen, ‘Gesteld en toegegeven als markering van hypothese en concessie J.A.M. Komen en A.M. Duinhoven’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1993 (1993) A.M. Duinhoven, ‘Doen en laten in beweging A.M. Duinhoven’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) A.M. Duinhoven, ‘Over modaliteit gesproken’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) A.M. Duinhoven, ‘Het hulpwerkwoord doen heeft afgedaan A.M. Duinhoven’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) A.M. Duinhoven, ‘A.M. Duinhoven Had gebeld! De irreële imperatief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 111 (1995) A.M. Duinhoven, ‘A.M. Duinhoven Aard en plaats van de persoonsvorm’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) Constant Duvillers, ‘Beklag en verontweerdiging wegens het verbannen, uit de tael, van het expletivum EN, by ontkenningen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840) Heinz Eickmans, ‘Didactische problemen bij het werken met Nederlandse leerboeken in het onderwijs Nederlandse taalkunde extra muros H. Eickmans’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Els Elffers en W.G. Klooster, ‘E.H.C. Elffers-van Ketel, S. de Haan en W.G. Klooster Een [+ fantastische] macrostructuur I.’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) Els Elffers en W.G. Klooster, ‘Een [+ fantastische] macrostructuur II E.H.C. Elfters-van Ketel, S. de Haan en W.G. Klooster’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975) Els Elffers en W.G. Klooster, ‘Discussie’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) Els Elffers, ‘De taalkundige als methodoloog Een reactie op R.P. Botha, A red card for Sies de Haan and Els Elffers Els Elffers en Sies de Haan’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) Els Elffers, ‘De geschiedschrijving van grammaticale concepten Els Elffers’ In: Voortgang. Jaargang 11 (1990) Els Elffers, ‘Eenheid van vorm en betekenis: een constante in het grammatisch denken? Els Elffers’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990) H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichts of La force d'intercourse et l'esprit de clocher’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichts of La force d'intercourse et l'esprit de clocher (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie V Intonatie en syntaxis 3’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie III Intonatie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie IV Intonatie en syntaxis 2’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.A. van Es, ‘De verplaatsing van den attributieven genitief in het Middelnederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) G.A. van Es, ‘Syntactische vormen van de concessieve modaliteit in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) G.A. van Es, ‘Principes en toepassing van de stilistische grammatica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) G.A. van Es, ‘Voegwoordelijke verbindingen ter uitdrukking van de conditionele (hypothetische) modaliteit in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) G.A. van Es, ‘Voegwoordelijke verbindingen voor de aspectische functies der simultaniteit in het Middelnederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954) G.A. van Es, ‘Voegwoordelijke verbindingen met doe en als ter uitdrukking van de aspectische functie der progressiviteit in het Middelnederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) G.A. van Es, ‘Concurrenten van ‘doe’ en ‘als’ in de functie van aspectische voegwoorden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) G.A. van Es, ‘Concurrenten van ‘doe’ en ‘als’ in de functie van aspectische voegwoorden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) G.A. van Es, ‘Plaats en functie van de passieve constructie in het syntactisch systeem van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) G.A. van Es, ‘Plaats en functie van de passieve constructie in het syntactisch systeem van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) G.A. van Es, ‘Het aspect als syntactische functie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) G.A. van Es, ‘Het aspect als syntactische functie (vervolg)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) G.A. van Es, ‘Op weg naar een historische syntaxis van het Nederlands?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) G.A. van Es, ‘Woordgeschiedenis en historische syntaxis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975) Arnold Evers, ‘Arn. Evers The syntactic motivation of predicate raising’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) Frank van Eynde, ‘Automatische vertaling Frank van Eynde (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) Peter Fast en J. van Marle, ‘Nogmaals de inwoonstersnamen: verdere evidentie voor -se Peter Fast en Jaap Van Marle’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) Jane Fenoulhet, ‘Fraseologie en lexicografie J. Fenoulhet (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) D.W. Fokkema, ‘Het hybride karakter van pragmatische conventies Douwe Fokkema’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) Ad Foolen, ‘‘Typical Dutch noises with no particular meaning’: Modale partikels als leerprobleem in het onderwijs Nederlands als vreemde taal drs. A.P. Foolen’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) Johannes Franck, ‘Eine Bemerkung ueber nooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) G. Geerts, ‘Het collectivum als haar-syndroom’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) W. de Geest, 'Infinitiefconstructies bij Verba Sentiendi' (1975)
W.P. Gerritsen, ‘Het pronomen Jeij in het Liedboekje van Marigen Remen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) Frank van Gestel, ‘NP-trace-Case Frank van Gestel’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Jac. van Ginneken, ‘Ellipsomanie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Jac. van Ginneken, ‘De kataloog van een taalmuseum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) Jac. van Ginneken, ‘Feiten en dingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Jac. van Ginneken en G.S. Overdiep, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘De reeksen en cirkelgangen in het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 10]’, ‘De organieke wetten van het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘De grondwet van het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 8]’, ‘Het woord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘Een nieuwe ontdekking der taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 3]’, ‘De Nederlandsche periodenbouw’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) Jaap Goedegebuure, ‘Boekbesprekingen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) A.W. de Groot, ‘De structuur van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.W. de Groot, ‘De Nederlandse zinsintonatie in het licht der structurele taalkunde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Casper de Groot, ‘De absentief in het Nederlands: Een grammaticale categorie Casper de Groot’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) Ton van Haaften en Annelies Pauw, 'Het begrepen subject, een fantoom in de taalbeschrijving' (1982)
Ton van Haaften, ‘Over gaten in zinnen Ton van Haaften’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983) Ton van Haaften en Annelies Pauw, ‘Het begrepen subject, een fantoom in de taalbeschrijving Ton van Haaften Annelies Pauw’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1982 (1982) Ton van Haaften en Annelies Pauw, ‘Vragen en antwoorden in de transformationeel-generatieve taaltheorie Bespreking van: T. Scholten, Arn. Evers, M. Klein, Inleiding in de transformationeel-generatieve taaltheorie. Wolters-Noordhoff: Groningen, 1982. ƒ30, -. Ton van Haaften en Annelies Pauw’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983) D. Haagman, ‘Subjekt en objekt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) G.J. de Haan, 'Onafhankelijke PP-komplementen van nomina' (1978-79)
G.J. de Haan en H.J. Verkuyl, ‘Over dingen die voorbij gaan G.J. de Haan H.J. Verkuyl’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) G.J. de Haan, ‘Onafhankelijke PP-komplementen van nomina Ger J. de Haan’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979) G.J. de Haan en Fred Weerman, ‘Ger J. de Haan - Fred Weerman Taaltypologie, taalverandering en mogelijke grammatica's: het Middelnederlandse ‘en’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984) G.J. de Haan en T. Scholten, ‘Waarom om? Ger de Haan en Tineke Scholten’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Liliane Haegeman en H.C. van Riemsdijk, 'Verb Projection Raising, Scope, and the Typology of Rules Affecting Verbs' (1986)
C.B. van Haeringen, Netherlandic language research (1954)
Walter Haeseryn, ‘De ANS en haar naaste buitenlandse familie Walter Haeseryn’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Reinhilde Haest, ‘Betekenis van de comparatief’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Paul van Hauwermeiren, ‘De weglaatbaarheid van het voorzetsel in situerende temporele bepalingen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Jacobus Heinsius, ‘Over verbindingen als tot barstens toe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche Grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Willem Lodewijk van Helten, ‘In dit of dat doende.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Herman Hendriks, ‘Flexibele categoriale syntaxis en semantiek: de proefschriften van Frans Zwarts en Michael Moortgat Herman Hendriks’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991) C.H. den Hertog, Nederlandsche spraakkunst (1892-1896)
D.C. Hesseling, Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905) D.C. Hesseling, ‘De zin als eenheid opgevat.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) Christiaan van Heule, ‘Het vierde Deel der Spraeckonst. ’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626) Christiaan van Heule, ‘Van de Ledekens.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633) V.J.J.P. van Heuven, J.G. Kruyt en J.W. de Vries, ‘Buitenlandsheid en begrijpelijkheid in het Nederlands van buitenlandse arbeiders; een verkennende studie V.J.J.P. van Heuven, J.G. Kruyt en J.W. de Vries’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) Dirk Heylen en M.J. Moortgat-Keukelinck, ‘Categoriale Ontleding: Theorie en Praktijk Dirk Heylen, Michael Moortgat, Ton Van Der Wouden’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) Priscilla Heynderickx, ‘Relationeel adjectief-substantief-combinaties en concurrerende constructietypes Priscilla Heynderickx’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) Th. van den Hoek, ‘Th.van den Hoek Woordvolgorde en konstituentenstruktuur’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972) Th. van den Hoek, 'Woordvolgorde en konstituentenstruktuur' (1971-72)
Th. van den Hoek, ‘Th. van den Hoek De aspekten: Aspekten van een analyse’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) Teun Hoekstra, ‘Een funktionele verklaring van verplaatsingstransformaties: negative raising Teun Hoekstra’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977) Teun Hoekstra, ‘Funktionele grammatika Naar aanleiding van S.C. Dik, Functional Grammar Teun Hoekstra’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) Teun Hoekstra, 'Small Clause Results' (1988)
Wim Honselaar en Justine Pardoen, ‘De betekenis van zinnen met de volgorde Zich...Subject Justine Pardoen’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) Helen de Hoop, Guido J. Vanden Wyngaerd en Jan-Wouter Zwart, 'Syntaxis en semantiek van de van die-constructie' (1990)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, 'Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands' (1979)
J.M. van der Horst, ‘J.M. van der Horst Onderschikking en de plaats van de persoonsvorm in het Middelnederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, ‘J.M. van der Horst en M.J. van der Wal Een repliek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984) J.M. van der Horst, ‘J.M. van der Horst verkenning van onpersoonlijke constructies’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) J.M. van der Horst, ‘J.M. van der Horst Verkenning van onpersoonlijke constructies’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) J.M. van der Horst, ‘Verlegen als hij is en Zo dik als ze is J.M. van der Horst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) J.M. van der Horst, ‘Taaltekens en moeilijke zn-groepen J.M. van der Horst ’ In: Voortgang. Jaargang 12 (1991) J.M. van der Horst, ‘Voornaamwoordelijke bijwoorden in 16de-eeuws Nederlands J.M. van der Horst’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993) J.M. van der Horst, ‘Rode en groene volgorde en analytische taalkunde J.M. van der Horst’ In: Voortgang. Jaargang 14 (1993 en 1994) (1994) J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
H. Hulshof, ‘Enkele opmerkingen over nominalisering Hans Hulshof’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983) Jan H. Hulstijn, Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Arie de Jager, ‘Over het onderscheid tusschen ochtend en morgen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Bedenking aangaande het werkwoord handen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) A. Jager, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) Frank Jansen, Syntaktische konstrukties in gesproken taal (1981)
Frank Jansen, ‘Deelwoordenjammer: een regel van of voor het Nederlands? F. Jansen’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect (1991)
Frank Jansen, ‘Fouten met naast’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) Theo A.J.M. Janssen, ‘Het wel en niet omschreven indirekt objekt en de possessieve datief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) Theo A.J.M. Janssen, ‘De constructie hebben/zijn + (‘)voltooid deelwoord(’) Theo A.J.M. Janssen’ In: Voortgang. Jaargang 6 (1985) Theo A.J.M. Janssen, ‘Grammaticale theorie: conventionaliteit en vorm-betekeniseenheid van taalelementen Theo A.J.M. Janssen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1988 (1988) Theo A.J.M. Janssen, ‘Theo A.J.M. Janssen Het indirect object’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 108 (1992) Theo A.J.M. Janssen, ‘Controle: Een onbeheersbaar onderwerp in de Regeer-en-Bindtheorie Theo A.J.M. Janssen’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) Theo A.J.M. Janssen, ‘Taalkunde en taalverwerving’, ‘Het begin van de zin, in functioneel perspectief Theo Janssen (Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 13 (1997) (1997) Theo A.J.M. Janssen, ‘(Ad)mirativiteit in het Nederlands Theo A.J.M. Janssen’ In: Voortgang. Jaargang 23 (2005) Peter Jordens, ‘Taaldidactiek’, ‘Talen kun je leren: Theorie en praktijk Peter Jordens (Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) C.G. Kaakebeen, ‘Over vergelijkingen en beknopte zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Louise Kaiser, ‘Zinslengte’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jelle Kaldewaij en Geert Koefoed, ‘Strukturalisme en T.G.G. in het licht van de tegenstelling paradigmatiek - syntagmatiek Een stukje recente geschiedenis van de taalwetenschap Jelle Kaldeway & Geert Koefoed’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) Daniël van Kalken, ‘Voorbeelden van een verouderde vervoeging der thans in gebruik zijnde werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) G. Karsten, ‘Hem en hun als onderwerp.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (1723)
Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel (1723)
C.E. Keijsper, ‘Over het automatisch zetten van zinsaccenten C.E. Keijsper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1989 (1989) C.E. Keijsper, ‘Stilistisch gebruik van woordvolgorde in het Russisch Nel Keijsper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) Ans van Kemenade, ‘R-Clitica Ans van Kemenade’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) H. Kern, ‘Bijdrage over de woorden veel en er.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) H. Kern, ‘Queckenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘De infinitieven op jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Nog iets over den genitief veels.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Bijdrage tot de Klankleer van 't Oostgeldersch taaleigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.H. Kern, ‘Een schijnbare ellips.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) Robert S. Kirsner, 'De "onechte lijdende vorm"' (1976-77)
Robert S. Kirsner, ‘De rol van de directe vergelijking van het Nederlandse en het Engelse tijdssysteem bij het onderwijs aan Engelstaligen door Prof. Dr. Robert S. Kirsner University of California at Los Angeles’ In: Colloquium Neerlandicum 5 (1973) (1976) Robert S. Kirsner en Arie Verhagen, ‘Over PP's, transitiviteit en het zgn. indirekt objekt Robert S. Kirsner, Arie Verhagen, Mariëtte Willemsen’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) J. Klatter, ‘Dialectstudie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) Maarten Klein, ‘Appositionele NP's in het Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Maarten Klein en M.C. van den Toorn, ‘Vooropplaatsing van PP's M. Klein en M.C. Van Den Toorn’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978) Maarten Klein, ‘De interne structuur van partitieve constructies M. Klein’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) Maarten Klein, 'Anaforische relaties in het Nederlands' (1980)
Maarten Klein, ‘De persoonsvorm in Focus M. Klein’ In: Voortgang. Jaargang 5 (1984) Maarten Klein, ‘Coördinatieverschillen tussen het Nederlands en het Engels M. Klein’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Zofia Klimaszewska, ‘Verbale fraseologie van het Nederlands Zofia Klimaszewska’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Zofia Klimaszewska, ‘Fraseologie’, ‘Fraseologie en het onderwijs Nederlands als Vreemde Taal Zofia Klimaszewska (Warschau)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) W.G. Klooster en A. Kraak, Syntaxis (1968)
W.G. Klooster, 'Reductie in zinnen met "maatconstituenten"' (1971)
W.G. Klooster en H.J. Verkuyl, ‘De transformationele relatie tussen duren + specificerend complement en bepalingen van duurmeting’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) A. Kluijver, ‘Historische studie der syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Rob Knopper, ‘Kleursel, loksel, glazuurse Rob Knopper’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) L. Koelmans, ‘Iets over de woordorde bij samengestelde predikaten in het Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) L. Koelmans, 'Iets over de woordorde bij samengestelde predikaten in het Nederlands' (1965)
A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst (1649)
Hans-Peter Kolb, ‘Op principes gebaseerde ontleding; enige algemene overwegingen Hans-Peter Kolb’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) R.A. Kollewijn, ‘Het tegenstellende zinsverband in nevengeschikte zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) R.A. Kollewijn, ‘Het systeem van de tijden der werkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘We, je en ze als onbepaalde voornaamwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) R.A. Kollewijn, ‘Lijst van verschenen boeken:’, ‘Voorwerpen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) R.A. Kollewijn, ‘De naamval van het naamwoordelik deel van 't gezegde.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905) R.A. Kollewijn, ‘Een taaldespoot uit de pruiketijd.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) J.A.M. Komen, ‘De uitzonderlijkheid van uitgezonderd’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) J.G. Kooij, ‘Vergadering III Dinsdag 28 augustus 1973 9.00 uur’, ‘Jan vraagt Piet als Jan Piet ziet, of: hoe leg ik woordvolgorde uit? door prof. dr. J.G. Kooij Rijksuniversiteit Leiden’ In: Colloquium Neerlandicum 5 (1973) (1976) J.G. Kooij, Aspekten van woordvolgorde in het Nederlands (1978)
J. Kooistra, ‘Twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) J. Kooistra, ‘Nog eens ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Aaldrik Koops, ‘De zogenaamde PP-over-V constructie over Aaldrik Koops’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) J. Koster, ‘Jan Koster Het werkwoord als spiegelcentrum’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) J. Koster, 'Het werkwoord als spiegelcentrum' (1973-74)
J. Koster, 'Dutch as an SOV Language' (1975)
Jan Koster, ‘Onverteerde restanten Jan Koster’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) W. Kramer, ‘Syntactische verschijnselen in het Lyrische vers.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) Etsko Kruisinga, Het Nederlands van nu (1938)
Etsko Kruisinga, ‘Onze persoonlike voornaamwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) C. Kruyskamp, R. Lievens en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972) N. van der Laan, ‘De teorie van het naamwoordelik gezegde. In dankbare herinnering aan prof. dr. F.A. Stoett, bij zijn aftreden als hoogleraar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) Hendrik Martinus Labberté, ‘Werkwoorden, die voorheen eene andere vervoeging hadden dan tegenwoordig.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Hendrik Martinus Labberté, ‘Taalgeslacht.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Robert Leclercq, ‘Valentie - Stiefkind in de Nederlandse taalkunde Robert Leclercq’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Robert Leclercq, ‘Functies van tempusvormen in het Nederlands en het Duits Robert Leclercq (Würzburg)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Frederike van der Leek, ‘ZICH en ZICHZELF: Syntaxis en Semantiek II Frederike Van Der Leek’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Frederike van der Leek, ‘Zich en zichzelf: Syntaxis en Semantiek I Frederike van der Leek’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Frederike van der Leek, ‘Alternantie: grammatica of cognitie? Frederike van der Leek’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) P. Leendertz (jr.), ‘Over eenige genitiefbepalingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Ad Leerintveld, Marijke Meijer Drees, Olf Praamstra en Marijke J. van der Wal, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996) Hubert Lemeire, ‘Vierde Hoofdstuk De woordverbinding.’ In: De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970) W.W. van Lennep, ‘Eenige vragen betreffende de geslachten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Joh. A. Leopold, ‘Iets over aard en vorm van bijvoeglijke zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) J.A. van Leuvensteijn, ‘Woordvolgorde in Breughels kluchten J.A. van Leuvensteijn’ In: Voortgang. Jaargang 3 (1982) anoniem Limburgse sermoenen, ‘VI. Vervoeging.’ In: Limburgsche sermoenen (1895) H.F.A. van der Lubbe, ‘Over echte en schijnbare partitieve woordgroepen H.F.A. van der Lubbe’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) H.F.A. van der Lubbe, ‘Het blijft spoken in de linguïstiek H.F.A. van der Lubbe’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983) J. van Marle, ‘De studie van de paradigmatiek: een poging tot reconstructie J. van Marle’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) Clara Meijer-Wichmann, ‘Corpustaalkunde Jan Aarts, Willem Meijs’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) P.J. Merckens, 'Zijn dat kooplieden of zijn kooplieden dat?' (1961)
Marleen Mertens, ‘Een contrastieve syntaxis Nederlands-Italiaans Marleen Mertens’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) Marleen Mertens, ‘Hoe zou Jan in Italië de kamer uit lopen / uitlopen? Marleen Mertens (Padua)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) L.C. Michels, ‘Verbindingen met deze’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) L.C. Michels, ‘Beny uw soon den hemel niet’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) Erzsébet Mollay, ‘De verhouding tussen fraseologismen en idiomatische composita: Een stiefkind in de taalkunde Erzsebet Mollay (Budapest)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) J.W. Muller, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) J.W. Muller, ‘Dezelve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) G.A. Nauta, ‘Hij is het gelukkigst en hij is de gelukkigste.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Anneke Neijt, ‘Discussie Gapping bestaat Anneke Neijt’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) Anneke Neijt, ‘Automatisch vertalen in Nederland Anneke Neijt’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) P.M. Nieuwenhuijsen, ‘Peter Nieuwenhuijsen Oorzaak en gevolg’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) Margreet Onrust en Arie Verhagen, ‘Meer of minder gebruiksgrammatica? Een vergelijking van de ANS met ‘Quirk’ Margreet Onrust, Arie Verhagen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) M.A.F. Ostendorf, ‘De tangconstructie als syntactisch stramien’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) A.C. Oudemans, ‘Werkwoorden van herhaling en during.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) G.S. Overdiep, ‘Over den syntactischen en rhythmischen vorm der zinnen met aanloop in Ferguut, Moriaen en Walewein.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) G.S. Overdiep, ‘Over het Nederlandsche Participium Praesentis I.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) G.S. Overdiep, ‘De studie der Nederlandsche syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) G.S. Overdiep, ‘Over het Nederlandsche Participium Praesentis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) G.S. Overdiep, ‘Stilistische syntaxis en tekstverklaring’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘[Nummer 3]’, ‘Gesproken taal en radio’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Inversie in Couperus' Iskander’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Syntaxis en dialectstudie I’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Het systeem der zinnen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Gesproken taal en radio. II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Syntaxis en dialectstudie II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Scheuren’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘Ieder meent zijn uil een valk te zijn’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘Zinsvormen en woordvormen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘Nog eens Leeuwenhoeck’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G.S. Overdiep, ‘Stilistiek en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G.S. Overdiep, ‘Over aspecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G.S. Overdiep, ‘[Nummer 6]’, ‘Inversie in den hoofdzin’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Debby Overeem, ‘Het perfectum in bijzinnen ingeleid door toen Debby Overeem’ In: Voortgang. Jaargang 19 (2000) P.C. Paardekooper, 'Een schat van een kind' (1956)
P.C. Paardekooper, 'Persoonsvorm en voegwoord' (1961)
P.C. Paardekooper, ‘Die soep is me ál te zout’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Justine Pardoen, ‘Werkwoordclustering in de voltooide tijd Justine Pardoen’ In: Voortgang. Jaargang 7 (1986) Justine Pardoen, ‘De interpretatie van zinnen met de rode en de groene volgorde Justine Pardoen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991) Annelies Pauw, ‘Transitiviteit, intransitiviteit en constructies met zich* Annelies Pauw’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) Anita Pauwels, De plaats van het hulpwerkwoord, verleden deelwoord en infinitief in de Nederlandse bijzin (1953)
J. Pekelder, ‘Contrastieve taalkunde, tussentaal en pedagogische grammatica Jan Pekelder’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) P.J. Peverelli, ‘Redetwisten over rededelen De westerse indeling van de woordsoorten toegepast op het chinees P.J. Peverelli’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1980 (1980) Klaas Poll, ‘Hij en zij als substantieven.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) Klaas Poll, ‘Vallen = Zijn.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Thijs Pollmann, Oorzaak en handelende persoon (1975)
Tessel Pollmann, ‘Een regel die subject en copula deleert? T. Pollmann’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976) B. Premsela, ‘‘Tante Betje’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) Laurent Rasier, ‘Functionele en contrastieve aspecten van de woordvolgorde. Focusmarkering in het Frans en in het Nederlands Laurent Rasier (Louvain-la-Neuve)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Anton Reichling, ‘Bij het ‘Derde stuk’ van de ‘Zeventiende-eeuwsche Syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Tanya Reinhart en Eric Reuland, 'Reflexivity' (1993)
Jan Renkema, ‘Tangconstructies Experimenteel onderzoek naar leesbaarheid en attentiewaarde Jan Renkema’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) H.C. van Riemsdijk, 'De relatie tussen postposities en partikels' (1973-74)
H.C. van Riemsdijk, ‘Henk van Riemsdijk De relatie tussen postposities en partikels.’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) H.C. van Riemsdijk, ‘Extrapositie van vrije relatieve zinnen in het Duits Henk Van Riemsdijk’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979) J.B.M. van Rijen, ‘Transformationeel generatieve grammatika's als verklarende theorieën’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975) E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk IV Woordgroepsleer’, ‘De woordgroep’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967) T. Rinkel, ‘Over zeventiende-eeuwse participiumconstructies; participiumconstructies bij Hooft, De Laet en De Vries Tineke Rinkel’ In: Voortgang. Jaargang 10 (1989) H. Roose, ‘Nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) H. Roose, ‘Substantief plus substantief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) J de Rooy, ‘Lummel dat je bent’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967) Gerlach Royen, ‘Verbale grilligheid.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) Gerlach Royen, ‘Ont-‘van’-de voorzetseluitdrukkingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Gerlach Royen, ‘Aanschouwelijkheidsdrang bij voorzetsels.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Gerlach Royen, ‘Gekondenseerde voorzetsels.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Gerlach Royen, ‘De ‘meervoudige’ pregenitief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Reinier Salverda, ‘On the problem of topicalization in Dutch Reinier Salverda’ In: Voortgang. Jaargang 3 (1982) Ariane van Santen, ‘Een nieuw voorstel voor een transformationele behandeling van composita en bepaalde adjectief-substantief kombinaties Ariane Van Santen’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980) A. Sassen, ‘Over constructie-verbedding en stadium-predikaten A. Sassen’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983) A. Sassen, ‘Over attributieve bepalingen die dat niet zijn (Samenvatting)’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 1 (1983) A. Sassen, ‘A. Sassen Revolutie in de Nederlandse syntaxis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 106 (1990) A.M. Schaerlaekens, ‘3 De vroeg-linguale periode (één jaar - twee en een half jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977) Ina Schermer-Vermeer, ‘De verantwoording van de relatie tussen pseudocleft-zinnen en hun niet-gekloofde pendanten, en de plaats daarvan in de taalbeschrijving E.C. Schermer-Vermeer.’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980) Ina Schermer-Vermeer, ‘Gaten om - over - na te denken E.C. Schermer-Vermeer’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Ina Schermer-Vermeer, ‘Laten als vormer van een nieuwe wijs E.C. Schermer-Vermeer’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Ina Schermer-Vermeer, ‘De onthullende status van er in de generatieve grammatica E.C. Schermer-Vermeer’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Ina Schermer-Vermeer, ‘Een opmerkelijke imperativus (Naar aanleiding van: H. Proeme, ‘Over de Nederlandse imperativus’, Forum der Letteren 25, 4, 1984). E.C. Schermer-Vermeer’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986) Ina Schermer-Vermeer, ‘ER in de ANS E.C. Schermer- Vermeer’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Ina Schermer-Vermeer, ‘Een gemeenschappelijk kunstwerk Syntactische creativiteit als meta-linguïstisch argument Ina C. Schermer-Vermeer’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands (1921)
M. Schönfeld, ‘Jespersen over syntaktiese onderscheiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) M. Schönfeld, ‘De objektsvorm van het pron. pers. 2de ps. als vokatief.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) H. Schultink, ‘Moderne Nederlandse grammatica en internationale taalwetenschap door Prof. Dr. H. Schultink Rijksuniversiteit Utrecht’ In: Colloquium Neerlandicum 4 (1970) (1973) Pieter A.M. Seuren, ‘Het probleem van de woorddefinitie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966) Pieter A.M. Seuren, ‘Pieter A.M. Seuren Echte en onechte taalkunde’ In: De Gids. Jaargang 132 (1969) Ph.J. Simons, ‘Lessen over 't lidwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Ph.J. Simons, ‘Lessen over 't lidwoord. (Vervolg van blz. 97.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding. (Vervolg van blz. 40.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Ph.J. Simons, ‘Bedrieglike elementen in ‘onze schoone moedertaal.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Ph.J. Simons, ‘Perspektief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Ph.J. Simons, ‘Bij de zwakke plek van een technikus.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Ph.J. Simons, ‘Kenniskritiese beschouwingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Ph.J. Simons, ‘Zinsysteem en ellips.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) Ph.J. Simons, ‘Anatomie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) Ph.J. Simons, ‘Waar het om gaat. (Voorzetsel, genitief en zin; schoonheid, duidelijkheid en kracht). Leidsche Bijdragen voor Opvoedkunde en Zielkunde onder redactie van R. Casimir en A.J. De Sopper. I De Moedertaal en het Gymnasium, door Dr. J.W. Muller.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) Ph.J. Simons, ‘De gevoelswaarde van de zin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) Ph.J. Simons, ‘De gevoelswaarde van de zin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) Norval S.H. Smith, ‘N.S.H. Smith The phenomenon of D-deletion in standard Dutch’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) F.A. Stoett, Middelnederlandsche spraakkunst. Syntaxis (1889)
F.A. Stoett, ‘Koopje geen glas? ik denk wel neen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) Jan Stroop, 'Systeem in gesproken werkwoordsgroepen' (1983)
A. Sturm, ‘Herschrijven Arie Sturm’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990) C.F.P. Stutterheim, ‘Een mislukt beroep op de taalgebruiker’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1967 (1967) C.F.P. Stutterheim, ‘Dienstbare productiviteit C.F.P. Stutterheim’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Pierre Swiggers, ‘Bíjna en bijná P. Swiggers’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Jan Gerrit Talen, ‘Over vorm en indeeling der werkwoorden. Wat toegepaste methodologie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleer van 't beschaafde Nederlands. I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Tijs Terwey, ‘Over de regeering der werkwoorden. I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) Tijs Terwey, ‘Over de regeering der werkwoorden. (Slot).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) Tijs Terwey, ‘Onderwerps- of gezegdezinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Tijs Terwey, ‘Over de zoogenaamde bijzinnen met of, die met een' ontkennenden hoofdzin in verband staan.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Tijs Terwey, ‘Over de onderscheiding der partikels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Het begrip interpretatie in de generatieve grammatica Wiecher Zwanenburg’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Natafelen met een automatische gesprekspartner Een aanzet tot automatisering J.P. Kerkhof’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1980 (1980) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Passiefberegeling en transitiviteit Ron van Hogen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Het lidwoord nul bestaat niet Johan Kerstens’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1985 (1985) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Enkele gegevens betreffende de Noord-Hollandse volkstaal in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘De zgn. parenthetische bepaling’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Casus in het Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Wat zijn Θ-rollen en waarom? Deel 1.’, ‘3 Het systeem van grammaticale personen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Wat zijn Θ-rollen en waarom? Deel II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Overtollige voegwoorden en de volgorde of + interrogativum/relativum’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis. doen.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 6]’, ‘Dialectstudie en syntaxis negatie en andere syntactische vormen in de Gentsche volkstaal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 8]’, ‘Dialectstudie en syntaxis Primitieve syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Syntaxis en tekstverklaring’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis: een overgangsklank’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Syntaxis van ridderroman tot volksboek’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een paar belangrijke syntactische verschuivingen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De genitief als taalinstrument’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘M.K. van Dort-Slijper Factief het of expletief het?’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘W. van Belle Modale en performatieve werkwoorden’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Inleiding Jan Koster’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Behalve als voorzetsel Fred Landman & Ieke Moerdijk’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Verbale verstrengeling ontstrengeld Jack Hoeksema’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Overeenkomst en verschil Een poging tot een model ter bepaling van mikro-strukturele verschuivingen in vertalingen uit het Spaans in het Nederlands. Kitty M. van Leuven-Zwart’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘N.a.v. ‘Gapping bestaat’ Johan Kerstens’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Bestaat Gapping eigenlijk wel? Besprekingsartikel van: A.H. Neijt-Kappen. Gapping. A contribution to sentence grammar. Dordrecht (foris) 1979. Johan Kerstens’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Subjectsporen in het Nederlands Jan Koster’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Tegenvoorbeeld of uitzondering Over weerbarstigheid in de taalkundige theorievorming Sies de Haan’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Hoe weerbarstig is het Nederlands voor de regeer- en bindtheorie? Johan Kerstens’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Met jouw tanden in mijn bek, een onderzoek naar met-constructies R. Smits & J. Vat’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Conjunctiereductie of nevenschikking in gelede woorden Wim de Haas’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Boekbespreking’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De aangesproken persoon.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De praedicatieve bepaling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De diensten van het bijwoord.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Iets over de ontleding van samengestelde volzinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Woorden die niet in een naamval staan.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over categorische en verkorte concessieve bijzinnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over de uitdrukkingen ter goeder trouw, ter goeder ure, ten mijnen huize, ter dezer plaatse.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Het betrekkelijk voorn.w. dat.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over eene bepaling van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Eene opmerking omtrent het woord anders.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Netty J.M. van Megen ‘kost ghij selver leesen, ick meen ick soude u wel meer schrijven’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 117 (2001) [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Syntaxis, of Woordvoeging der Nederduitsche taal, uitgegeven door de Maatschappij Tot Nut van 't Algemeen. Te Leyden, Deventer en Groningen, bij D. du Mottier en Zoon, J.H. de Lange en J. Oomkens. 1810. VIII en 95 bladz. In kl. 8vo.f :-5-8’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1812 (1812) [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Syntaxis der Grieksche taal, hoofdzakelijk voor het Attische taaleigen, voor scholen, door Dr. J.N. Madvig, vertaald door Dr. W.G. Pluygers. Te Amsterdam, bij J.C.A. Sulpke. 1849. In gr. 8vo. 334 bl. f 3-:’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1850 (1850) [tijdschrift] Voortgang, ‘Inverse disjuncties Joop Malepaard’ In: Voortgang. Jaargang 25 (2007) [tijdschrift] Voortgang, ‘Anticipatie en versnelde successie als referentie van inverse disjuncties met nog niet en nog niet eens Joop Malepaard’ In: Voortgang. Jaargang 26 (2008) A.L. des Tombe, ‘De acquisitie van de syntaxis Onderzoek van de zestiger jaren A.L. Des Tombe’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1972 (1972) M.C. van den Toorn, Nederlandse grammatica (1973)
M.C. van den Toorn, ‘Het probleem van een syntactische verandering (over enkele werkwoorden van aspect en te + infinitief)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975) M.C. van den Toorn, ‘Een beetje neerlandicus...’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
E.M. Uhlenbeck, ‘Betekenis en syntaxis’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1964 (1964) E.M. Uhlenbeck, ‘Enige beschouwingen over Amerikaanse en Nederlandse linguïstiek’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1966 (1966) E.M. Uhlenbeck, ‘Nederlandse voorlichting over generatieve grammatica E.M. Uhlenbeck’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977) Pieter Valkhoff, ‘De dienstbaarheid van de moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) Willy Vandeweghe, ‘Bijzinstypologie in de ANS: ingesloten-antecedentzin vs. afhankelijke vraagzin Willy Vandeweghe’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Willy Vandeweghe, ‘Minimaliseerders en negatief gebonden of-constructies Willy Vandeweghe’ In: Voortgang. Jaargang 23 (2005) J. Veering, ‘De duidelijke zin’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959) J. Verdam, ‘Twee Middelnederlandsche genitivi, door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J. Verdam, ‘Mi liever.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) A.A. Verdenius, ‘Over de volgorde van twee verbonden infinitieven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) A.A. Verdenius, ‘Over het onbepaalde voornaamwoord (de, het) een of ander’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) A.A. Verdenius, ‘Over onze vertrouwelijkheidspronomina en de daarbij behorende werkwoordsvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) A.A. Verdenius, ‘Imperfectum met praesens-betekenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, ‘Imperatieven van het type niet lang te pruylen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, ‘Een constructie met vooropgeplaatst praepositioneel object.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) A.A. Verdenius, ‘Bijzondere functies van inleidend en.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Arie Verhagen, ‘Koncepties in het grammatika-onderzoek Arie Verhagen’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) Arie Verhagen, ‘Strukturele ambivalentie in de generatieve taalkunde Arie Verhagen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983) Arie Verhagen, ‘De interpretatiestructuur van passieve zinnen Arie Verhagen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990) Arie Verhagen, ‘Doen of laten: woordbetekenis of (ook) structuur? Arie Verhagen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) H.J. Verkuyl, ‘Prominentie, functionele hiërarchie en de uniforme Drie-Niveauhypothese. H.J. Verkuyl’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979) Marjolijn Verspoor, ‘Subjectiviteit in Engelse complementszinnen: een cognitief perspectief Marjolijn Verspoor’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) Linda Verstraten, ‘Een cognitief-semantische benadering van vaste verbindingen Linda Verstraten’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) Linda Verstraten en Pyter Wagenaar, ‘Vaste verbindingen in corpora’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) A.J. Vervoorn, ‘IV. Syntaxis: de opbouw van de zin’ In: Kleine grammatica van de waanzin (1977) J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwe wegen? (Vervolg van blz. 96).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) C.G.N. de Vooys, ‘Een eigenaardige zeventiende-eeuwse constructie: ‘misschien’, gevolgd door een afhankelike vraag.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) C.G.N. de Vooys, ‘De voornaamwoordelijke aanduiding en vervanging. Dr. Gerlach Royen: Pronominale problemen in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) C.G.N. de Vooys, ‘Uit de praktijk van de voornaamwoordelijke aanduiding. Een statistische bijdrage.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.G.N. de Vooys, ‘De lotgevallen van het pronomen dezelve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) C.G.N. de Vooys, ‘V. De zin.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947) C.G.N. de Vooys, ‘IV. De woordgroep’, ‘I. Het substantief als kern van een groep.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947) C.G.N. de Vooys, ‘Losse aantekeningen over voornaamwoordelijke aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) Wobbe de Vries, 'Opmerkingen over Nederlandsche syntaxis, I. Usurpaties' (1910)
Wobbe de Vries, ‘Opmerkingen over Nederlandsche syntaxis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Wobbe de Vries, ‘Iets over afwijkende ‘konstrukties’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Wobbe de Vries, ‘Opmerkingen over ontleding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Wobbe de Vries, ‘Kan bij onze collectiva het praedicaat meervoudig zijn?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) Wobbe de Vries, ‘Analogiese praeteritum-vormen bij en naar verba met ou.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Fred Weerman, ‘Over enkele verschillen tussen Mnl en Ndl Fred Weerman’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) A.A. Weijnen, ‘De semantische en syntactische problematiek van het dialectwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) A.A. Weijnen, ‘Structuren van Nederlandse voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) A.A. Weijnen, ‘Fonetische en grammatische parallellen aan weerszijden van de taalgrens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) A.A. Weijnen, ‘De structuur van de temporele laag van de voorzetselbetekenissen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) A.A. Weijnen, ‘De niet-dimensionele betekenislaag van de voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) Petrus Weiland, ‘Tweede hoofdstuk Over de orde, waarin de woorden in eene rede op elkander volgen.’ In: Nederduitsche spraakkunst (1805) Erik Wellander, 'Over den datief als subject van een passieve constructie' (1920)
Erik Wellander, ‘Over den datief als subject van een passieve constructie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) N. van Wijk, ‘Over eenige grammatische categorieën van het Nederlandsch.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904) N. van Wijk, ‘Zinsontleding en nieuwe spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) N. van Wijk, ‘Over woordafleiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) N. van Wijk, ‘Grammatika en woordvorming.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) N. van Wijk, ‘Parallelisme tussen ‘phonologie’ en ‘grammatika’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) N. van Wijk, ‘Klinker en medeklinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) R. Wijkman, ‘Allerlei beschouwingen rondom eenzelfde stukje taal. (Persoonl. voornaamw. Psyche. Taalinzicht.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) J.E.K. van Wijnen, ‘De tijden der werkwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) Frans Willems, ‘Voornaamwoorden en Zelfstandig-Gebruikte Bijvoeglijke Woorden.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1889 (1889) Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord houden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over: dit doet in dezen niets af.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord koopen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘De zoogenoemde stoffelijke bijvoegelijke naamwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over de causatieve werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over het aantal naamvallen in het Nederlandsch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Over de noodzakelijkheid der toepassing van de stelling: een woord staat onmiddellijk alleen in betrekking tot eene voorstelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Iets over de adjectieven, die met ge beginnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Nog iets over het begrip van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Over de beheersching van het werkwoord herinneren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Opheldering van eenige uitdrukkingen in Vondel's treurspel Lucifer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Brief aan de redactie van het tijdschrift De Gids .’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Eenige grammatische hoofdstellingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Bladvulling.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) L.A. te Winkel, ‘Grammatische Hoofdstellingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) L.A. te Winkel, ‘Over de onderlinge verhouding der verbogene en der onverbogene vormen van dezelfde woorden in de woordvorming en de spelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Wim Zonneveld, ‘A reanalysis of D-Deletion in Dutch Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975) Wim Zonneveld, ‘De moderne taalwetenschap, in het bizonder in Nederland Wim Zonneveld.’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1982 (1982) F.L. Zwaan, ‘Hooftiana IV’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Jan-Wouter Zwart, ‘De Structuur van de CP Functionele Projecties voor Topics en Vraagwoorden in het Nederlands Eric Hoekstra & Jan-Wouter Zwart’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) Jan-Wouter Zwart, ‘Zinsstructuur en Woordvolgorde in de Syntaxis van het Nederlands Jan-Wouter Zwart’ In: Spektator. Jaargang 24 (1995) Jan-Wouter Zwart, ‘Mengelingen’, ‘Niveaus van abstractie in de beschrijving van het Nederlands Door Dr. Jan-Wouter Zwart’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1996 (1996) F. Zwarts, 'Extractie uit prepositionele woordgroepen in het Nederlands' (1978)
Klanken (fonologie/fonetiek)J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Jacques van Alphen, ‘De vraagzin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Jacques van Alphen, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) René Appel, Anneke C.G. Fleurkens, V.J.J.P. van Heuven, Gideon Lodders, Jan Noordegraaf en J.J M. Westenbroek, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Kees-Jan Backhuys, ‘Iets over beperkingen op fonologische deletieregels Kees-Jan Backhuys’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1985 (1985) Jan van Bakel, ‘De meest gesloten vocaalfonemen in het dialect van Nuenen bij Eindhoven’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) Frens Bakker, Het Venloos en het Blericks, een stads- en een dorpsdialect in één gemeente (1998)
Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘De betekenis van de phonologie voor de linguistiek’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘F. Balk-Smit Duyzentkunst Ambivalentie in taalkunde’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Frida Balk-Smit Duyzentkunst Over het gebrek aan ephelkustiek in onze taalregels’ In: De Gids. Jaargang 147 (1984) M.A. Bax Botha, C.B. van Haeringen, G.G. Kloeke en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) Rob Belemans, Stokkems dialect of Stokkemse dialecten? (1995)
B. van den Berg, ‘Morfeem en foneem.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) B. van den Berg, ‘Naar aanleiding van de o's van P.C. Hooft’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) B. van den Berg en W.J.H. Caron, ‘Twintig lekkere flensjes’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) Amand Berteloot, Bijdrage tot een klankatlas van het dertiende-eeuwse Middelnederlands (1984)
H.L. Bezoen, ‘[Nummer 9]’, ‘Het taalkundig geslacht te Enschede’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) H.L. Bezoen, ‘Varia Tubantica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) Renée van Bezooijen, ‘Een vergelijkende stemkwaliteitsbeschrijving van vier groepen Amsterdammers R. van Bezooijen’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) A.S. Bijl en Zadok Stokvis, ‘Opmerkingen over de klemtoon in Nederlandse plaats- en straatnamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) Edgard Blancquaert, ‘Een paar lengtemetingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) Edgard Blancquaert, ‘Voor een fonetiese beschrijving van het modern Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) Edgard Blancquaert en Willem Pée, ‘Intervocalische tenuis-verschuiving in Vlaanderen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) R.C. Boer, ‘Opmerkingen over de Nederlandsche klankleer in boeken, die voor het onderwijs bestemd zijn.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.C. Boer, 'Syncope en consonantengeminatie' (1918)
R.C. Boer, ‘Syncope en consonantengeminatie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Minne G. de Boer, ‘Tussenwerpseltheorieën Minne G. de Boer’ In: Voortgang. Jaargang 26 (2008) Gerard Bol en Everdien van der Flier, ‘De ontwikkeling van intonatie in het Nederlands: de interpretatie van ambigue wie-vragen Gerard Bol & Everdien van der Flier’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) Jan Bols, ‘Latijnsche uitspraak.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) Jan Bols, ‘Latijnsche uitspraak. (Vervolg van bl. 210-217 der vorige af.)’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) Geert Evert Booij en Camiel Hamans, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) Geert Evert Booij, ‘G.E. Booij Nieuwe inleidingen in de generatieve fonologie.’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) Geert Evert Booij, ‘Historische en methodologische achtergronden van de generatieve fonologie G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976) Geert Evert Booij, ‘Fonotactische restricties in de generatieve fonologie G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979) Geert Evert Booij, ‘De syllabe in de generatieve fonologie G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980) Geert Evert Booij, ‘Fonologische en fonetische aspecten van klinkerreductie G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) Geert Evert Booij, ‘Lexicale Fonologie en de organisatie van de morfologische component G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983) Geert Evert Booij, 'Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning' (1983-84)
Geert Evert Booij, ‘Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) Geert Evert Booij, P.J.A. Franssen, Emmy Gransjean-Muda, W. Hendrikx, Paul de Herder, Maaike Hogenhout-Mulder, J. Kwant, Ad Leerintveld, A.G. Melle, Jan Noordegraaf, Nico Oudejans, Dick Jan Sanders, M.A. Schenkeveld-van der Dussen, P.J. Verkruijsse, Yves G. Vermeulen en Gerard de Vriend, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Geert Evert Booij, ‘Clitisatie in het Nederlands Bespreking van Egon Berendsen, The Phonology of Cliticization. [Diss., R.U. Utrecht], 1986, vii + 158 p. G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) Jan-Hendrik Bormans, ‘Verslag van den heer professor Bormans, secretaris-rapporteur der commissie. Uittreksel wegens de tiende verhandeling, ingezonden door den heer P.V.D. Tweede hoofdstuk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) J.H. van den Bosch, ‘Over ‘de neiging tot differentiéring’ en noch iets. (Aan Prof. Te Winkel.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) J.H. van den Bosch, ‘Taal is klank. (Eerste lessen toegelicht). (Slot).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) J.H. van den Bosch, ‘Taal is klank. (Eerste lessen toegelicht).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) D.B. Bosman, ‘'n Ondersoek na die gevelariseerde -ing in Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937)
A.C. Bouman, ‘Over klanksymboliek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) Dirk Boutkan en Maarten Kossmann, ‘Dirk Boutkan en Maarten Kossmann Over sjwa-apocope in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) L. Boves, Henk Hillenaar, Harry van der Hulst, A.C.M. Rietveld, Pieter A.M. Seuren en J.W. de Vries, ‘Boekbesprekingen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977) Hugo Brandt Corstius, ‘Hugo Brandt Corstius Formele invoering van klinkers’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel I. Klankleer, woordvorming, aard en verbuiging der woorden (1849)
Willem Gerard Brill, ‘Het Gothische Vokaalstelsel.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Over de wijzigingen, welke de gothische vokalen hebben ondergaan. - Over klankwijziging en klankverschuiving in het algemeen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Over de Naamvalsuitgangen: hun wezen en hunne beteekenis, hunne geschiedenis en de kritiek, aan welke zij onderworpen zijn geworden.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Hoe in onze taal vergoed is, wat door het afslijten der naamvals-uitgangen was verloren.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) C.C. de Bruin, P.J. Meertens en J.J. Spa, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 89 (1973) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Sprokkel. Onecht’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema en J.J.A.A. Frantzen, ‘Kleine mee-delingen over boekwerken.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Welluidendheid, Hiaat, en Medeklinkers.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) José Cajot, ‘Een leesbare dialectspelling door J. Cajot’, ‘1. Een lesje fonetiek’, ‘2. Vocaalsysteem en spelling van het Nederlands’, ‘3. Een dialectspelling’, ‘Bibliografie’ In: Hoe maak ik een dialectwoordenboek? (1995) José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten (1996)
Antonie Cohen, 'Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve' (1958)
Abraham Benjamin Cohen Stuart, ‘F, s - v, z: eene bijdrage tot de Nederlandsche uitspraakleer, door A.B. Cohen Stuart.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Georg Cornelissen, De dialecten in de Duits-Nederlandse Roerstreek - grensdialectologisch bekeken (1995)
P.J. Cosijn, ‘De sporadische uitstooting en klinkerwording der W door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen, door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) P.J. Cosijn, ‘De grammatische vormen der Limburgsche Sermoenen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) P.J. Cosijn, ‘De uo der psalmen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) H. Crompvoets, ‘De beide Limburgen als dialectologisch slagveld door H. Crompvoets’, ‘Algemeen’, ‘Slag bij Woeringen in 1288 Een korte historische achtergrond.’, ‘Taalkundig-historische achtergronden’, ‘Benrather linie’, ‘De -lik/-lich-linie’, ‘Vocalisering van l’, ‘De velariseringslinie’, ‘De -s/-sj-linie’, ‘De Panninger linie’, ‘Panninger zijlinie’, ‘De betoningslinie en Getelinie’, ‘Uerdinger linie’, ‘De mich/mij-linie’, ‘De Brabantse en Nederlandse tegenbeweging’ In: Woeringen en de oriëntatie van het Maasland (1988) H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat (1991)
Jo Daan, ‘Stijl en klank’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 1 (1972)
Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO) (2 delen) (1972-1977)
Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 2 (1977)
J.H. van Dale en Arie de Jager, ‘Antwoord op vraag 26.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
R.L.M. Derolez, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp, R. Lievens en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969) J.A. van Dijk, ‘Het achtervoegsel aard .’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.A. van Dijk, ‘Zamen of samen?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Arthur Dirksen, ‘Syntactische, semantische en fonologische constituenten Arthur Dirksen’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Drs. P, ‘Drs P Over de dubbele a en de Griekse eta’ In: De Gids. Jaargang 147 (1984) Prudens van Duyse, ‘Tweede hoofdstuk. Taal en Prosodie.’ In: De rederijkkamers in Nederland. Deel 1 (1900) Johannes van der Elst, ‘Het isochronisme in het Nederlandse vers.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) Johannes van der Elst, ‘Hoger rythme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichts of La force d'intercourse et l'esprit de clocher’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichts of La force d'intercourse et l'esprit de clocher (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland. (Vervolg van blz. 243).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland. (Vervolg van blz. 174).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) L.P.H. Eykman, ‘Geschiedkundig overzicht van de Klankleer in Nederland. (Vervolg van jaarg. 1923, blz. 293).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) L.P.H. Eykman, ‘Assimilatie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) B. Faddegon, ‘Geleidelijke en springende klankverandering. Een empirisch-psychologische studie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) B. Faddegon, 'Geleidelijke en springende klankverandering' (1907)
B. Faddegon, ‘Afstandsdissimilatie van consonanten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) B. Faddegon, ‘Het medeklinkerstelsel van het Noord-Bevelandsch. Een bijdrage tot de leer der klankwetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) B. Faddegon, ‘De regels der afstandsmetathesis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Pieter Fijn van Draat, ‘Klankleer van den tongval der stad Deventer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) Johannes Franck, ‘Das E in heeten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J.L.M. Franken, ‘Taalkundige beskouing oor Teenstra se Afrikaanse samespraak.’ In: De vruchten mijner werkzaamheden (1943) E. de Frémery, ‘Het aesthetisch karakter van het vreemde woord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Johan Hendrik Gallée, ‘Studie van spraakklanken. II.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Lode Geenen, ‘Taalkaart: steen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Lode Geenen, ‘Taalkaart: de ij-diphtongeering’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Marinel Gerritsen, Roeland van Hout en H.F. van de Velde, 'De verstemlozing van de fricatieven in het Standaard-Nederlands. Een onderzoek naar taalverandering in de periode 1935-1993' (1995)
Jac. van Ginneken, ‘Accent.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Jac. van Ginneken, ‘De rompstanden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Jac. van Ginneken, ‘De statistiek en de taalwetenschap.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) Jac. van Ginneken, ‘Muziek en taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter (1922)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 7]’, ‘De voorloopers der phonologie. II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 4]’, ‘Openingsrede Voor het internationale congres van de phonetische wetenschappen te Amsterdam van 3-8 juli 1932’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Het verslagboek van het congres der phonetische wetenschappen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 6]’, ‘De voorloopers der phonologie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘De phonetische wetenschappen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, 'De phonologie van het Algemeen Nederlandsch' (1933-34)
Jac. van Ginneken, ‘De nieuwe Nederlandsche klankleer van Blancquaert’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘De phonologische regels van het algemeen Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘De Oudnederlandsche Umlaut en de mouilleering’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘De correlatie van harde en weeke medeklinkers in het Oud- en Nieuwnederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘De consonant-mouilleering in een groep Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 6]’, ‘Het fortislenis-karakter der oudnederlandsche neus- en vloeiklanken leeft nog voort in de vormen der verkleinwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 5]’, ‘Ras en taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘De tweeklanken of diphtongen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, ‘Internationale vragenlijst over dialect-phonologie.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, ‘Het wisselend muzikaal accent van het Oudnederlandsch heeft alleen het Limburgsch zuiver bewaard’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, ‘Leidraad bij de Nederlandsche beantwoording der internationale phonologische vragenlijst’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 3]’, ‘De smak- of zuigklanken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 2]’, ‘De Nederlandsche consonantgroepen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) Jac. van Ginneken, ‘Een Nederlandsch handboek voor de phonologie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) Jac. van Ginneken, ‘De phonologische beschrijving van het Westerschellingsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) Jac. van Ginneken, ‘De grondslagen der phonologie.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) Ton Goeman, ‘Harmonie tussen vocaal en consonant. Problemen voor een metrische theorie van de syllabe A. Goeman’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Leo Goemans, 'Voortleven van verdwenen klanken in den Sandhi (Dialecten van Aalst en Leuven)' (1903)
Leo Goemans, ‘Phonetische verscheidenheden in de volkstaal (Zuid-Brabant: Brussel, Leuven en Mechelen)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) W.F. Gombault, ‘De cartografie der Noordnederlandse tongvallen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) J. Goossens, ‘De tweede Nederlandse auslautverscherping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie (1979)
J. Goossens, J. van Marle en Wim Zonneveld, ‘Jaap van Marle en Wim Zonneveld De theoretische consequenties van stemhebbende finale obstruenten in Nederlandse dialecten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980) J. Goossens, Middelnederlandse vocaalsystemen (1981)
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke (1992)
J. Goossens, Dialecten in het centrale Zuidnederlandse stedennetwerk (1993)
A.W. de Groot, ‘Phonologie en phonetiek. (Ter opheldering).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) A.W. de Groot, 'De wetten der phonologie en hun betekenis voor de studie van het Nederlands' (1931)
A.W. de Groot, ‘De wetten der phonologie en hun betekenis voor de studie van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) A.W. de Groot, ‘De phonologie van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) A.W. de Groot, ‘De structuur van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) L. Grootaers, 'Het Nederlands substraat van het Brussel-Frans klanksysteem' (1953)
C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus' (1984)
C. Gussenhoven, ‘Over de fonologie van Nederlandse clitica Carlos Gussenhoven’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) C. Gussenhoven, 'The Dutch Foot and the Chanted Call' (1993)
D. Haagman, ‘Het hinkende paard. (Een nationale accentkwestie).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.B. van Haeringen, ‘Zang- en spraakles.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) C.B. van Haeringen, ‘Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak .’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) C.B. van Haeringen, 'Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak' (1924)
C.B. van Haeringen, ‘Intervocaliese d in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) C.B. van Haeringen, ‘Een nieuwe Nederlandse phonetiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) C.B. van Haeringen, ‘Over z.g. ‘paragogische’ consonanten in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) C.B. van Haeringen, ‘V en w.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) C.B. van Haeringen, ‘Chapter Twelve Word Studies’ In: Netherlandic language research (1954) C.B. van Haeringen, ‘Chapter Eight Modern Netherlandic (since 1880)’ In: Netherlandic language research (1954) C.B. van Haeringen, ‘De beklemtoning van academie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) C.B. van Haeringen, ‘Fonetiek en taalkunde’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) A.G. van Hamel, ‘Ons conservatieve klankstelsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) K.H. Heeroma, ‘Het Zeefrankies’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) K.H. Heeroma en N. van Wijk, ‘Ter inleiding bij de phonologische vragenlijst voor de dialekten in Nederland’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) K.H. Heeroma, ‘De korte o-klanken in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) K.H. Heeroma, ‘Gevoelswoorden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) K.H. Heeroma, ‘De ou-diftongering in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) K.H. Heeroma, ‘Bij de ou-diftongering in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) K.H. Heeroma, ‘De Gm. eu in het Nederlands (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) K.H. Heeroma, ‘De herkomst van de Hollandse aa’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) K.H. Heeroma, 'De plaats van ie, oe en uu in het Nederlandse klinkersysteem' (1959)
K.H. Heeroma, ‘De ie als plus-foneem van de reductievocaal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) K.H. Heeroma, ‘Structuurgeografie en structuurhistorie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) W.Gs Hellinga, ‘De geschiedenis van de bilabiale W. Van normale realisatie tot extraphonologische variant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) G.L. van den Helm, De Taalgids. Jaargang 2 (1860)
Willem Lodewijk van Helten, ‘Bestaat er in onze taal eene oo, uit eene oorspronkelijke ai?’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Iets over de aspiratie in het Nederlandsch door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Versmelting van de beginletter w met eene volgende oe of o, in het Nederlandsch.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Iets over de ei, uit e of a, door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘De tweeklank ui door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over ft, cht en st door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de verscherpte uitspraak van zachte en de verzachte uitspraak van scherpe stomme consonanten in het normale Nederlandsch.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de SS uit þþ in asem, vessemen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een Westfriesche en Nederlandsche a uit e voor een r der volgende syllabe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Aanteekeningen op Varia in Deel XXVII, 157 Vlgg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) D.C. Hesseling, ‘Spreken en horen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) D.C. Hesseling, Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905) D.C. Hesseling, ‘Iets over nadruk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Christiaan van Heule, ‘Van het derde Deel der Spraeckonst, ’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626) Christiaan van Heule, De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)
Christiaan van Heule, De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)
Christiaan van Heule, ‘.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633) V.J.J.P. van Heuven, J.G. Kruyt en J.W. de Vries, ‘Buitenlandsheid en begrijpelijkheid in het Nederlands van buitenlandse arbeiders; een verkennende studie V.J.J.P. van Heuven, J.G. Kruyt en J.W. de Vries’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) V.J.J.P. van Heuven en J.W. de Vries, ‘Begrijpelijkheid van buitenlanders: de rol van fonische versus niet-fonische factoren V.J.J.P. van Heuven en J.W. de Vries’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) V.J.J.P. van Heuven en Els van Houten, ‘De klinkers in het Nederlands van Turken Vincent J. van Heuven & Els van Houten’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1985 (1985) V.J.J.P. van Heuven, Els van Houten en J.W. de Vries, ‘De perceptie van Nederlandse klinkers door Turken V.J. van Heuven, J.E. van Houten, J.W. de Vries’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Harry van der Hulst, ‘Overzichtsartikel: natuurlijke generatieve fonologie. Harry Van Der Hulst’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978) Harry van der Hulst, 'Ambisyllabicity in Dutch' (1985)
M.A.C. Huybregts, 'De biologische kern van taal' (1978-79)
Frank Jansen, ‘Verandering van diftongen: een kwantitatieve benadering van de Zaanse [] en [ɔ]. F. Jansen’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978) Elisabeth Jongejan, ‘Fonetiese sprokkel. De l in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Amaat Honoraat Joos, ‘Koninklijke Vlaamsche Academie. Handelingen van de Bestendige Commissie voor het Onderwijs in en door het Nederlandsch. Nr 11. Iets over den muzikalen zinstoon door Amaat Joos.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1909 (1909) Amaat Honoraat Joos, ‘Koninklijke Vlaamsche academie. Handelingen van de Bestendige Commissie voor het Onderwijs in en door het Nederlandsch. Nr 10. Iets over den dynamischen klemtoon door Amaat Joos.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1909 (1909) René Kager, ‘Cycliciteit, klemtoon en HGI René Kager’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) René Kager en Wim Zonneveld, 'Schwa, Syllables, and Extrametricality in Dutch' (1985-86)
René Kager, Mieke Trommelen en Ellis Visch, ‘Over Nederlandse lettergreep- en klemtoonstruktuur Bespreking van H.G. van der Hulst, Syllable Structure and Stress in Dutch, Dordrecht: Foris Publications, 1982. 276 p. (Linguistic Models 8) ƒ48, -. René Kager, Mieke Trommelen & Ellis Visch’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) C.E. Keijsper, ‘Vorm en betekenis in Nederlandse toonhoogtecontouren I C.E. Keijsper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984) C.E. Keijsper, ‘Vorm en betekenis in Nederlandse toonhoogtecontouren II C.E. Keijsper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984) H. Kern, ‘Nog iets over den genitief veels.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘De infinitieven op jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Queckenoot.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘PROEVE EENER TAALKUNDIGE BEHANDELING VAN HET OOST-GELDERSCH TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) H. Kern, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
H. Kern, ‘Proeve eener taalkundige behandeling van het Oost-Geldersch taaleigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) H. Kern, ‘Proeve eener taalkundige behandeling van het Oost-Geldersch taaleigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) H. Kern, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
H. Kern, ‘PROEVE EENER TAALKUNDIGE BEHANDELING VAN HET OOST-GELDERSCH TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘Eigennamen uit oude Geldersche oorkonden. Bijdrage tot de kennis der Geldersche tongvallen door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘Bijdrage tot de Klankleer van 't Oostgeldersch taaleigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) H. Kern, ‘Middeleeuwsche oorkonden uit Oldenzaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) J.H. Kern, ‘Jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) A. Kessen, ‘Over de taal der oudste Limburgse, niet-literaire bronnen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) G.G. Kloeke, ‘De dialecten en de klankwetten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) G.G. Kloeke, ‘Klankoverdrijving en goedbedoelde (hypercorrecte) taalvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) G.G. Kloeke, ‘Op tie manier, is tat Algemeen-Hollands?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) A. Kluijver en J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J. Knol, ‘Het interpreteren en het begrijpen van een oude foneticus J. Knol’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983) G. Knop, ‘De phonologische beschrijving van het Westerschellingsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst (1649)
Anthonie Marius Kollewijn, ‘Brill's Nederlandsche spraakleer en de onderwijzers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J.G. Kooij, ‘Schwa-invoeging in het Nederlands: Fonologie of morfologie? J.G. Kooij’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978) J.G. Kooij, ‘Epenthetische schwa: processen, regels en domeinen. J.G. Kooij’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) J.G. Kooij, ‘Analogie, fonologie en morfologie J.G, Kooij’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) J.G. Kooij, ‘Klemtoon en de fonologische cyclus J.G. Kooij’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990) K. Kooiman, ‘Enige phonemen in Holland en in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) F.J. Koopmans-Van Beinum, ‘Akoestische en perceptieve aspecten van klinkercontrastreductie en de rol van de fonologie F.J. Koopmans-van Beinum’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) F.K.H. Kossmann, ‘Versvoeten en versmaat’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) F.K.H. Kossmann, ‘De heftige herfst....’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) W. Kramer en A.A. van Rijnbach, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Evelien Krikhaar, Els den Os en Frank Wijnen, 'The (Non)Realization in Children's Utterances: Evidence for a Rhythmic Constraint' (1994)
Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning (1990)
Etsko Kruisinga, ‘De verwaarlozing van de klankleer in de Nederlandse Spraakkunsten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) Etsko Kruisinga, ‘Vokaal en konsonant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Etsko Kruisinga, ‘De waarde van klankleer voor de onderwijzer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Etsko Kruisinga, ‘Klankleer in de klas.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Etsko Kruisinga, ‘Klankleer in de klas II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Etsko Kruisinga, ‘VIII. Onze klanken.’ In: Het Nederlands van nu (1938) C. Kruyskamp, A.A. Weijnen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) Jan Kuijper, ‘Jan Kuijper Over prosodie’ In: De Gids. Jaargang 147 (1984) S.J. Langeweg en A.M. Slootweg, ‘Klemtoonpatronen in complexe nominale samenstellingen S.J. Langeweg’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) C.P.F. Lecoutere, Julius Obrie en W.L. de Vreese, ‘Lezing van Dr. Jac. Muyldermans: Eenige beschouwingen over de uitspraak onzer taal. - Bespreking. Voordracht door de heeren Prof. Dr. Willem de Vreese, Prof. Mr. Julius Obrie en Prof. Dr. C. Lecoutere, in de Decembervergadering 1908.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1909 (1909) L.F. Ledeboer van Westerhoven, ‘Iets over de melodie van ons spreken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) J. Leenen, Dialecten in Belgisch Limburg (1991)
Hubert Lemeire, ‘Inleidend hoofdstuk.’, ‘A. Spelling en klank.’ In: De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970) J.H. van Lessen, 'Klanknabootsing als taalvormend element' (1936)
J.H. van Lessen, ‘Klanknabootsing als taalvormend element’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) J.H. van Lessen, ‘Klanknabootsing als taalvormend element (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) anoniem Limburgse sermoenen, ‘IV. Klankleer.’ In: Limburgsche sermoenen (1895) A. van Loey, Middelnederlandse spraakkunst. Deel II. Klankleer (1949)
H. Logeman, ‘Over hoesten, kuchen, hikken en wat fonetiek. (De Keel-explosiva.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) H. Logeman, ‘Klanken en klanksymbolen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 12 (1902) J.J. Mak, ‘Het vocalisme in beklemde syllaben van enige Oost-mnl.se geschriften uit de kring der Moderne Devotie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) J. Mansion, C.G.N. de Vooys en Jan L. Walch, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) J. van Marle, ‘[Deel 9]’, ‘Diachronische fonologie Enkele basisbegrippen J. Van Marle’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976) J. van Marle, ‘Een niet-generaliserende analyse van schwadeletie J. van Marle’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) J. van Marle en Wim Zonneveld, ‘Bij een themanummer over de schwa’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie (1994)
N. Meerum Terwogt, ‘De gemiddelde stemomvang bij het spreken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) V. Mennen, Interpretatie van toponiemen (1993)
Jan Messchert van Vollenhove, ‘Welluidendheid van taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) L.C. Michels, ‘H als wankel foneem.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) H. Mol, ‘De klinker-fonemen van het Nederlands’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1966 (1966) Marijke Mooijaart, Atlas van Vroegmiddelnederlandse taalvarianten (1992)
Norbert Morciniec, ‘Kontrastieve linguïstiek en vreemde-talenonderwijs door prof. dr. N. Morciniec (Wrocław)’ In: Colloquium Neerlandicum 6 (1976) (1978) W.G. Moulton, 'The Vowels of Dutch: Phonetic and Distributional Classes' (1962)
J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘De herkomst van je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Anneke Neijt, Universele fonologie (1991)
S.G. Nooteboom, 'Over de lengte van korte klinkers, lange klinkers en tweeklanken in het Nederlands' (1971)
Jillis Noozeman, ‘Bijlage Taalkundige beschrijving van de Beroyde Student en de Bedrooge Dronkkaart’ In: Beroyde student en Bedrooge dronkkaart, of Dronkke-mans hel (2004) Roland Noske, ‘Een aan het Frans ontleend principe van fonologische organisatie in het Zuid-Nederlands Roland Noske (Université Lille 3 / CNRS)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Anneke Nunn, ‘Een modulair model voor spelling en fonologie Anneke Nunn’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) Marc van Oostendorp, ‘Klinkerkwaliteit en rijmstructuur in het Nederlands Marc van Oostendorp’ In: Spektator. Jaargang 24 (1995) G.S. Overdiep, ‘Over den syntactischen en rhythmischen vorm der zinnen met aanloop in Ferguut, Moriaen en Walewein.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) G.S. Overdiep, ‘Gesproken taal en radio. II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Zinsklankvorm enintonatie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G.S. Overdiep, ‘Stijgende tweeklanken in Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) P.C. Paardekooper, ‘Fonologie en diftongering’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) P.C. Paardekooper, ‘Tussen Hollands ae en Nederlands aa’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids (1978)
Louis D. Petit, ‘3. Versbouw.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 1 (1888) Louis D. Petit, ‘2. Spraakleer.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 1 (1888) Louis D. Petit, ‘2. Spraakleer.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 2. De literatuur bevattende verschenen van 1888-1910 (1910) Louis D. Petit, ‘3. Versbouw.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 2. De literatuur bevattende verschenen van 1888-1910 (1910) J. Pijnappel, ‘Beschouwingen over de letterklanken.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Laurent Rasier, ‘De zinsaccentuering in het Nederlands: een verkenning over de grenzen tussen (toegepaste) taalkunde en didactiek heen Laurent Rasier’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) Anton Reichling, ‘Vijfde hoofdstuk De woord-Gestalt als aanschouwelikheid’ In: Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik (1967) Rudolf P.G. de Rijk, 'Apropos of the Dutch Vowel System' (1967)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk II Foniek en accent’, ‘Foniek, fonetiek, fonologie’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967) K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving (1979)
Gerlach Royen, ‘Fonologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) Gerlach Royen, ‘Een fonologische dialektgrammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) H. Ryckeboer, Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997)
Luc Salu, ‘Over de diftongering van i en u.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J.J. Salverda de Grave, ‘Over de Fransche tweeklanken ai, oi, ui in onze uit het Fransch overgenomen woorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) A.M. Schaerlaekens, ‘3 De vroeg-linguale periode (één jaar - twee en een half jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977) A.M. Schaerlaekens, ‘2 De prelinguale periode’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977) Ina Schermer-Vermeer, ‘De betekenis van het woord TOCH in samenhang met de rol van intonatie E.C. Schermer-Vermeer’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984) M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands (1921)
M. Schönfeld, ‘Nieuwe opvattingen over klankwetten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) F.Th. Schonken, ‘Hoofdstuk V. Het Oosten.’ In: De oorsprong der Kaapsch-Hollandsche volksoverleveringen (1914) Jos. Schrijnen, ‘De klemtoon in Nederlandsche plaats- en straatnamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) Jos. Schrijnen, ‘Klemtoonverschuiving in plaatsnamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) Jos. Schrijnen, ‘De anlautende schr- in het algemeen beschaafd’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) H. Schultink, ‘Reacties op ‘stress clash’: de accentuering van samenstellende afleidingen, afleidingen van composita, en composita in het Nederlands Een eerste terreinverkenning H. Schultink’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979) G. de Schutter en J. Taeldeman, 'Assimilatie van stem in de zuidelijke Nederlandse dialekten' (1986)
G. de Schutter, ‘De ‘Brabantse sandhi’-regel opnieuw bekeken G. de Schutter’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993) J. Slikboer, ‘Fonosemantiek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) Norval S.H. Smith, '-Aar' (1976)
J.J. Spa, 'Generatieve fonologie' (1970)
Xavier Staelens, Van taal naar toal en van toal naar taal (1987)
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts' (1987)
Theod. Stille, ‘Historische inleiding tot de Germaansche en Nederlandsche taalwetenschap. (Zie bladz. 369. - Eerste halfjaar.)’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) Jan Stroop, ‘Metathesis van s en p Jan Stroop’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) Jan Stroop, ‘Polariserende regels Jan Stroop’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) C.F.P. Stutterheim, ‘De taal en haar ‘klank-logica’. Aan Prof. Dr. F.A. Stoett bij zijn zeventigste verjaardag.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) C.F.P. Stutterheim, ‘Commentaar’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1961 (1961) C.F.P. Stutterheim, ‘Het vierde internationale congres voor fonetische wetenschappen Helsinki, 4-9 september 1961’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1961 (1961) C.F.P. Stutterheim, ‘De fonetische wetenschappen en hun object’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1963 (1963) C.F.P. Stutterheim, ‘Enkelvoudige en samengestelde prominentieverhoudingen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1964 (1964) J. Taeldeman, ‘J. Taeldeman Nieuw licht op intervocalische < ng > vanuit de Vlaamse dialecten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) A. Teeuw, ‘Eeen nieuwe ontwikkeling in de fonologie: het werk van Roman Jakobson.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘[Philologische Bijdragen]’, ‘Over den Germaanschen tweeklank au.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘De Westvlaamsche W. Hare veranderingen.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘De Westvlaamsche W. Haar invloed op de omgevende klanken’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘Dietsche gouwspraken.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘Navorschingen over de klankveranderingen voorkomende in de Westnederfrankische eigennamen der Chartes de Saint-Bertin. (Vervolg van blz. 9.)’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘[Philologische bijdragen 1]’, ‘Navorschingen over de klankveranderingen voorkomende in de Westnederfrankische eigennamen der Chartes de Saint-Bertin.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘De Franse ‘lettergreep’’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1965 (1965) [tijdschrift] Gids, De, ‘Taalkundige kroniek’ In: De Gids. Jaargang 108 (1944-1945) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Enkele gegevens betreffende de Noord-Hollandse volkstaal in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een nieuwe strooming in de taalwetenschap Vervolg’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een nieuwe strooming in de taalwetenschap Slot’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een nieuwe strooming in de taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 11]’, ‘De phonologie van het algemeen Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 12]’, ‘Het phonologisch systeem van het algemeen Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 7]’, ‘Een phonologisch probleem der Limburgsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Het Limburgs en het Litouws als metrisch gebonden toontalen Ben Hermans’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘De notie ‘Stress Minimalizatie’ en Klemtoonaantrekking Wim de Haas’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Het onderscheid tussen zware en lichte lettergrepen in het Nederlands Ben Hermans’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993) [tijdschrift] Taal- en letterbode, De, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Phonetiek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Studie van spraakklanken. I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Nieuwe Klank-studieën.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘De Leeuwarder tongval en het Leeuwarder taaleigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAAL-EIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘De Leeuwarder tongval en het Leeuwarder taal-eigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De zachte en scherpe E en O bij Cats.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Scherpkorte en Zachtkorte O in Nederlandse woorden van Franse afkomst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Wim van Galen Sonoriteit van fonemen en de syllabestruktuur in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984) [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Taalkundige Bijdragen tot den Frieschen Tongval; door Ev. Wassenbergh, Hoogleeraar in de Grieksche en Nederduitsche Taalkunde, enz. te Franeker. IIde Stuk. Te Francher, bij D. Romar. 1806. In gr. 8vo. 240 Bl.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1807 (1807) F. de Tollenaere, ‘Fonologie of versleer?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) M.C. van den Toorn, ‘M.C. van den Toorn Het onderzoek van samenstellingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) Jan Trioen, ‘Redeneringh over de talen in 'tgemeen soo als die gesproken en geschreven werden’ In: Fonetiek en verlichting (1994) Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, 'Egg, Onion, Ouch! On the Representation of Dutch Diphthongs' (1980)
Mieke Trommelen, ‘Nederlandse schwa: zijn vorm, zijn gedrag, en zijn rol in het rijm Mieke Trommelen’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, Klemtoon en metrische fonologie (1989)
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, ‘Klemtoonaantrekking bestaat niet Mieke Trommelen & Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990) J.N. Twilhaar, ‘De ‘Brabantse sandhi-regel’ nogmaals bekeken Jan Nijen Twilhaar’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993) E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
M. Uhlenbeck-Winkel, ‘De asymmetrie tussen het fonische en het semantische taalaspect en haar gevolgen voor de morfologische descriptie M. Uhlenbeck-Winkel’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) J. Veering, ‘Spellen en spreken’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959) A.A. Verdenius, ‘Adverbia van graad op -e.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, ‘Het h-phoneem in het 17de-eeuwse Amsterdams.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) A.A. Verdenius, 'Het h-phomeen in het 17de-eeuwse Amsterdams' (1943)
A.A. Verdenius, ‘Taalkundige kroniek’ In: De Gids. Jaargang 108 (1944-1945) Arie Verhagen, ‘On contrastive stress Arie Verhagen’ In: Voortgang. Jaargang 1 (1980) Gerard Verhoeven, ‘Onregelmatigheid van klankveranderingen, als gevolg van lexicale geleidelijkheid Gerard Verhoeven’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975) A.J. Vervoorn, ‘II. De klanken’ In: Kleine grammatica van de waanzin (1977) Albert Verwey, ‘Rytmiek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) J. Beckering Vinckers, ‘Phonetische voorbarigheid, een middel ter verklaring van smiins. Door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) G.J. Vis, ‘Iconiciteit en ritme: klankexpressie bij Nijhoff G.J. Vis’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991) J. van Vloten, ‘De infinitieven op yen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J. van Vloten, ‘Nog iets over 't woord lichaam en zijn spelling, over de Grieksche ph en de Nederlandsche f.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J. van Vloten, ‘Den Heere L.A. te Winkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) R. Volbeda, ‘Over de opvolging der spraakklanken in lettergrepen naar aanleiding van een wet van Dr. Lloyd’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) C.G.N. de Vooys, ‘De ‘gevoelswaarde’ van het woord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) C.G.N. de Vooys, ‘II. Klankleer. Fonetiek en fonologie. - Taal en teken.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947) C.G.N. de Vooys, ‘Voornaamwoordelijke aanduiding met volle klemtoon.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Wobbe de Vries, ‘Eenige opmerkingen naar aanleiding van J. Te Winkel, De Noordnederlandsche Tongvallen, Afl. 2.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Wobbe de Vries, ‘Vocaalrekking vóór R + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Wobbe de Vries, ‘Iets over vocaalquantiteit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Wobbe de Vries, ‘Over ŭ in open lettergrepen in het Noordwestelijk Saksisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van bilabiale w.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) Jan P.M.L. de Vries, ‘De uitspraak der Gotische H.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Wobbe de Vries, ‘Tk > tj in het Noordfries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Wobbe de Vries, ‘Iets over grm. î en û te onzent.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Wobbe de Vries, ‘Oe-relicten in Holland en Zeeland?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) Wobbe de Vries, ‘Bij ‘oe-relicten...’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) J.W. de Vries, 'De slot-t in consonantclusters te Leiden: een sociolinguistisch onderzoek' (1974)
J.W. de Vries, ‘Buitenlandse oordelen over Nederlandse spraak; een verkennend onderzoek J.W. de Vries’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1988 (1988) J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu ‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998) A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) A.A. Weijnen, ‘Fonetische en grammatische parallellen aan weerszijden van de taalgrens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) Jip Wester, 'Language Technology as Linguistics: a Phonological Case Study of Dutch Spelling' (1985)
N. van Wijk, ‘Vocaalrekking vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) N. van Wijk, ‘Niet-gerekte a, e voor r + konsonant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) N. van Wijk, ‘Een Oudwestnederfrankies -dialekt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) N. van Wijk, ‘Gerekte ŏ en ŭ in Oostnederlandse dialekten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) N. van Wijk, ‘Gerekte a, e vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) N. van Wijk, ‘Het vokalisme van het woord drek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) N. van Wijk, 'De umlaut van a in ripuaries- en salies-frankiese dialekten van België en Nederland' (1914)
N. van Wijk, ‘Een opmerking over Nederlandse aksentverschuivingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) N. van Wijk, ‘Vondel's Lucifer klankanalytisch onderzocht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) N. van Wijk, ‘De moderne phonologie en de omlijning van taalkategorieën.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) N. van Wijk, ‘Analogie en phonologisch systeem.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) N. van Wijk, ‘Rekking en stoottoon in het limburgs’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) N. van Wijk, ‘Trubetskoj's linguistisch testament.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) N. van Wijk, ‘De plaats der tweeklanken ei, ou, ui in het Nederlandse phonologische systeem.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) N. van Wijk, ‘Parallelisme tussen ‘phonologie’ en ‘grammatika’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) N. van Wijk, ‘Klinker en medeklinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) N. van Wijk, ‘‘Silbenschnitt’ en quantiteit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) N. van Wijk, ‘Scherp en zwak gesneden klinkers.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) J.F. Willems, ‘Tweede hoofddeel. Over de Hollandsche en Vlaemsche Schryfwyzen van het Nederduitsch.’, ‘Inleiding.’ In: Verhandeling over de Nederduytsche tael- en letterkunde, opzigtelyk de Zuydelyke provintien der Nederlanden (1819-1824) J.F. Willems, ‘Brief aen Professor Bormans, over de tweeklanken IJ en UU.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841) J.H.J. Willems, ‘Sjouw en jouw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Jan Wils, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jan Wils, ‘Het accentsysteem van een tweetal Afrikaansche toontalen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) L.A. te Winkel, ‘Iets over het achtervoegsel aadje.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord vooroordeel.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘De algemeene spelregels, en de spelling der woorden air, hair, heir, meir, doir en oir aan die regels getoetst.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Kuk, kukken, kukkelen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Bladvulling.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord ligchaam en de onderlinge verhouding der h en ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Iets over de spelling van het woord steigeren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘De verlenging der heldere a in gesloten lettergrepen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Eenige grammatische hoofdstellingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Over g, gh en de gewaande letter ng.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Over het begrip Letter, en de wijze, waarop de letters door de spraakwerktuigen gevormd worden.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) L.A. te Winkel, ‘Iets over het runenschrift, ter toelichting van den oorsprong der letterteekens.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘De dialecten en de vocaalspelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Over de spelling met gt en cht.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Zeep’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Over de zoogenoemde verlenging der woorden op een der tweeklanken aai, ei, ooi, ui en oei.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘OVER DE ZOOGENOEMDE VERLENGING DER WOORDEN OP EEN DER TWEEKLANKEN AAI, EI, OOI, UI EN OEI.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘Overeenstemming in de vormen geer, geeren, aalgeer en navegaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘Wees, weezen.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘WEES, WEEZEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘OVEREENSTEMMING IN DE VORMEN GEER, GEEREN, AALGEER EN NAVEGAAR.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Een commentaar.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) J. te Winkel, ‘Hoofdstuk V. Klankstelsel der Nederlandsche taal.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche taal (1901) L.E. Wirth-van Wijk, ‘L.E. Wirth-van Wijk Tweeklanken; oud en nieuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983) Arie Zijderveld, ‘Opmerkingen over Vondels ‘vocaliseren’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) Wim Zonneveld, ‘The descriptive power of the Dutch theme-vowel Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) R.M. van Zonneveld, ‘Een autosegmentele theorie van het Nederlandse woordaccent Jack Hoeksema & Ron van Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) Wim Zonneveld, ‘Nederlandse schwa-invoeging op z'n Deens Egon Berendsen en Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Wim Zonneveld, ‘700 jaar Nederlandse klemtoon (en weinig veranderd) Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993) Wim Zonneveld, ‘Wim Zonneveld Fonologie van het Nederlands: een overzichtsartikel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 110 (1994) Wim Zonneveld, ‘25 jaar generatieve fonologie in Nederland’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) H. Zwaardemaker, ‘Over spraakgeluiden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) F. Zwarts, 'Negatief polaire uitdrukkingen I' (1981)
Betekenis (semantiek)A. Aarsen, ‘Veluwsch (Uddelsch) taaleigen, eene aanteekening van A. Aarsen.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Flor Aarts, ‘An interview with professor James D. McCawley F.G.A.M. Aarts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977) J. Mathijs Acket, ‘Enige Fragmenten uit een nieuw schoolboek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) Lisette Appelo, ‘Rosetta: Synonymie en Vertaling Franciska De Jong, Lisette Appelo’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) Christine van Baalen, ‘Grenzen, confronterende tendensen’, ‘Neerlandistiek zonder grenzen. Over het nut van crossculturele taalanalyses Christine van Baalen’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) R.H. Baayen, ‘Taalsystematiek, taalgebruik, semantiek en produktiviteit Harald Baayen Naar aanleiding van A. van Santen: Produktiviteit in taal en taalgebruik. Een studie op het gebied van de Nederlandse voordvorming. Proefschrift Leiden, 1992. 253 p.’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) Constantinus Bake, ‘Dubbeld'uw = baljuw?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Constantinus Bake, G. Kalff, H.W.J. Kroes, J. Prinsen J.Lzn, G.W. Spitzen en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Constantinus Bake, Adriaan Beets en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Constantinus Bake, G.G. Kloeke en J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) Constantinus Bake en Johanna Greidanus, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Constantinus Bake en Wobbe de Vries, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Constantinus Bake en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Constantinus Bake en Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Jan van Bakel, A.C. Bouman, A.C. Crena de Iongh, C. Kruyskamp, H.T.J. Miedema en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) Jan van Bakel, G. Kazemier, P.G.J. van Sterkenburg, L. Strengholt en P.E.L. Verkuyl, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) Peter Bakema en Dirk Geeraerts, ‘De semantische structuur van het diminutief Peter Bakema, Patricia Defour, Dirk Geeraerts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1993 (1993) Matthijs Bakker, ‘Ik ben de vrucht van tweetaligheid Matthijs Bakker’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Hedendaags Fetisjisme Een nieuwe weg voor de taalwetenschap Frida Balk-Smit Duyzentkunst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Vorm en betekenis in de taalkundige grondslagendiscussie Frida Balk-Smit Duyzentkunst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Frida Balk-Smit Duyzentkunst Naam en schuilnaam. Ondergedoken in de grammatica’ In: De Gids. Jaargang 155 (1992) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Verhandelingen’, ‘Figuurlijk en letterlijk Jaarrede door de voorzitter, Mw. Dr. F. Balk-Smit Duyzentkunst’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1996 (1996) Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Toerewever-tortwevel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Beekum; bêken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Adriaan Beets, ‘Dubbeld'-u, dubbel'-u.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Adriaan Beets, ‘Daar loopt wat van St. Anna onder.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Adriaan Beets en A. Kluijver, ‘Kalis en caliban.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Adriaan Beets, ‘'t Alleluia is geleid.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Adriaan Beets, ‘Slabberaen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Adriaan Beets, ‘De mijl op zeven gaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Adriaan Beets, ‘Toertrapper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Het (Leidsche) drillen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) Adriaan Beets, ‘Iets (aan) zijn oogen klagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) Adriaan Beets, ‘Kaneel water.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Adriaan Beets, ‘Tuckele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adriaan Beets en G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Adriaan Beets, ‘Ceen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Adriaan Beets, ‘Koppen snellen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Adriaan Beets, H.L. Bezoen, G. Karsten en G.A. Nauta, ‘Kleine Mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) L. Beheydt, ‘Het semantiseren van woordbetekenis dr. L. Beheydt’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) Maaike Beliën, ‘Uit: meer plaats dan pad Maaike Beliën’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006) Johan van Benthem, ‘Taal en informatie: op zoek naar nieuwe toepassingen Johan van Benthem’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986) Jan Bethlehem, ‘Notities’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) H.L. Bezoen, ‘Over eenige dierennamen in het Nederlandsch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) H.L. Bezoen, ‘Zoo dronken als een kraai’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) H.L. Bezoen, ‘Bij de ‘mist’-kaart’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) H.L. Bezoen, ‘Maastrichtsch kreye’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) G.J. Boekenoogen, P. Leendertz (jr.) en C.H.Ph. Meijer, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) G.J. Boekenoogen, ‘[Kleine medeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Minne G. de Boer, ‘Tussenwerpseltheorieën Minne G. de Boer’ In: Voortgang. Jaargang 26 (2008) Adrianus Bogaers, ‘Germanismen en woordverklaring bij Vondel.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Adrianus Bogaers, ‘Losse aanmerkingen betrekkelijk woorden, bij Vondel voorkomende door Mr. A. Bogaers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Adrianus Bogaers, ‘Losse aanmerkingen betrekkelijk woorden, bij Vondel voorkomende, door Mr. A. Bogaers. (Zie Dl. V. bl. 225.)’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, ‘Veil en veilig.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Adrianus Bogaers, ‘VEIL EN VEILIG.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Gerard Bol en Everdien van der Flier, ‘De ontwikkeling van intonatie in het Nederlands: de interpretatie van ambigue wie-vragen Gerard Bol & Everdien van der Flier’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) A.P. de Bont, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) A.P. de Bont, ‘Voort, voortmeer, rechtevoort’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) A.P. de Bont, ‘Nest - streen - strank - strop. Semantische proeve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) A.P. de Bont, ‘Stapelgek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) Ronny Boogaart, ‘‘Het is te zien hoe dat je het ziet’ De modale infinitief in Nederland en België Ronny Boogaart’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006) Geert Evert Booij en Camiel Hamans, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Andries Borgeld, ‘De witten uitdoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) J.H. van den Bosch en R.A. Kollewijn, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch, ‘Woordverklaring. Het woord roman.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch, R.A. Kollewijn en C.C. Uhlenbeck, ‘Woordverklaringen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) J.H. van den Bosch, ‘Stoof en schijt.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) A.J. Botermans, ‘Een paar Aanteekeningen op Stoett's ‘Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen enz.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) A.C. Bouman, ‘De betekenis van het woord arch als adjektief bij personen in het Middelnederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) A.C. Bouman, ‘Over reduplicatie en de woordsoorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.C. Bouman, ‘Over klanksymboliek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) Cor van Bree, ‘Ik heb de band lek Een oostnederlandse constructie C. van Bree’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1975 (1975) Willem Gerard Brill, ‘Brief aan dr. L.A. te Winkel over de definitie van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Willem Gerard Brill, ‘Over het beginsel bij de onderscheiding der woordsoorten in acht te nemen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Willem Gerard Brill, ‘Over de oorspronkelijke beteekenis van het zoogenaamde koppelwoord (zijn), en de wijze, waarop de eerste menschheid zich het worden en bestaan gedacht heeft.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Over faktitieve werkwoorden en uitdrukkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Willem Gerard Brill, ‘Veil en veilig.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Willem Gerard Brill, ‘Veil en veilig.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Willem Gerard Brill, ‘VEIL EN VEILIG.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Willem Gerard Brill, ‘VEIL EN VEILIG.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Frank Brisard, ‘Exotisme en spektakel in Construction Grammar Frank Brisard’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006) Har Brok, ‘Har Brok Mnl. wayen: ‘knieholte’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) W. Bronzwaer, ‘Hoofdstuk 5 Het beeld’ In: Lessen in lyriek (1993) Foeke Buitenrust Hettema, Jacobus Heinsius en R.A. Kollewijn, ‘Woordverklaringen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fresiska.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Foeke Buitenrust Hettema, ‘De kan over 't hoofd smijten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de ‘beteekenisleer’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) Foeke Buitenrust Hettema en Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Woordverklaring.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) Foeke Buitenrust Hettema en Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘‘Als klokspijs.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Nederlands en z'n Studie. B.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Nederlands en z'n Studie. A. Over Taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) L.A.J. Burgersdijk jr. en J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) W.J.M. van Calcar, ‘Wim van Calcar Het voegwoord ‘of’’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) Johan de Caluwe, ‘Deverbaal -er als polyseem suffix Johan de Caluwe’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) Johan de Caluwe, ‘Open versus gesloten semantiek van woordvormingsregels Johan De Caluwe’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) P.P.J. van Caspel en A.F. Florijn, ‘Notities’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) Frans Claes, ‘Nederlandse benamingen van woordenlijsten en woordenboeken tot 1600’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972) Frans Van Coetsem, K. Fokkema, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) Abraham Benjamin Cohen Stuart, ‘Ware en schijnbare frequentatieven, door A.B. Cohen Stuart.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Leonie Cornips, ‘De hardnekkige vooroordelen over de regionale doen+infinitief-constructie Leonie Cornips’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) P.J. Cosijn, ‘Wêttu Irmingot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Jan Craeynest, Dietsche Warande en Belfort. Jaargang 1902 (1902)
E. Cramer-Peeters, ‘Sente Meye’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) Saskia Daalder, ‘Uniformering of differentiatie in de taalbeschrijving Saskia Daalder’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975) Saskia Daalder, ‘De taalkundige categorieënleer Saskia Daalder’ In: Voortgang. Jaargang 9 (1988) Saskia Daalder, ‘Regelmaat en interpretatie bij mits-constructies in het moderne Nederlands Saskia Daalder’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006) J.H. van Dale, ‘NEDERDUITSCHE SPREEKWOORDEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.H. van Dale, ‘Rigghe.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.H. van Dale, ‘Nederduitsche spreekwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.H. van Dale, ‘RIGGHE.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘RENTJES.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘Rentjes.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J.H. van Dale, ‘Berijden - berijd - berijddag - berijdrol - berijder - berijderschap, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Karina van Dalen-Oskam en Katrien Depuydt, ‘K.H. van Dalen-Oskam en K.A.C. Depuydt Het Vroegmiddelnederlands Woordenboek (1200-1300) Over betekenissen en meer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996) Oscar Dambre, ‘Nog ‘Venusjankerij’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) B.C. Damsteegt, M.H. Schenkeveld, Bert van Selm, P.G.J. van Sterkenburg, Jan Stroop, M.C. van den Toorn en W. Waterschoot, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983) J. Daniels S.J., ‘Moortmisse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) August Defresne, ‘Iets over zelfstandige naamwoorden en werkwoorden Door A. Defresne’ In: De Beweging. Jaargang 12 (1916) Lodewijk Hendrik Delgeur, ‘Over de geographische benamingen, door den heer Dr Lodewijk Delgeur, briefwisselend lid.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1888 (1888) J.A. van Dijk, ‘De uitdrukking als het ware.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Het zelfstandig naamwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
S.C. Dik, ‘S.C. Dik Beginnen: semantische en syntaktische eigenschappen’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) Arthur Dirksen, ‘Syntactische, semantische en fonologische constituenten Arthur Dirksen’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Bruce Donaldson, ‘Tijdsaanduiding in het Afrikaans Bruce Donaldson’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.B. Drewes, ‘Zijn biechtvader bepissen onder de galge’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) J.B. Drewes, ‘Op me siel godts’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) F.G. Droste, ‘Structuurverhoudingen in de categorie van het pronomen personale’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) F.G. Droste, ‘Homonymie en identiteit van woord en moneem.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) A.M. Duinhoven, ‘Doen en laten in beweging A.M. Duinhoven’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) F. den Eerzamen, ‘Spreekwoorden en spreekwoordelijke uitdrukkingen, voornamelijk uit Goeree en Overflakkee.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) F. den Eerzamen, ‘Spreekwoorden en spreekwoordelijke uitdrukkingen, voornamelijk uit Goeree en Overflakkee.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) F. den Eerzamen, ‘Spreekwoorden en spreekwoordelike uitdrukkingen, voornamelik van Goeree en Overflakkee. IV.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) J.H. Eichman, ‘De beteekenis van eenige woorden ontleend aan de volkstaal in Northumberland, ter verklaring van eenige Nederlandsche woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Hubertus Elffers, ‘De semantiek van de koppelwerkwoordzin en haar plaats in de taalbeschrijving Els Elffers’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980) D.Th. Enklaar, C.M. Geerars en Karel Meeuwesse, ‘Nogmaals Venusjankerij.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) B.H. Erné, ‘Huijsmorsen en Verhuijsmorsen Huijsmossen schieten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) anoniem Esbatement van den appelboom, Het, De betekenis van de Nederlandse familienamen (1941)
H. J. Eymael, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) H. J. Eymael en Joh. A. Leopold, ‘Vroom.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) H. J. Eymael en R.A. Kollewijn, ‘Woordverklaring.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) H. J. Eymael en R.A. Kollewijn, ‘Huygens Voorhout 8.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) H. J. Eymael, ‘Van den os op den ezel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) H. J. Eymael en K.O. Meinsma, ‘Ook wat ‘verscheidenheden.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) H. J. Eymael, ‘Op zijn plat vallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) H. J. Eymael, Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
H. J. Eymael, ‘Op zijn eigen houtje.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) Frank van Eynde, ‘Automatische vertaling Frank van Eynde (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) Peter Fast en J. van Marle, ‘Nogmaals de inwoonstersnamen: verdere evidentie voor -se Peter Fast en Jaap Van Marle’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) Jane Fenoulhet, ‘Fraseologie en lexicografie J. Fenoulhet (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) Iryna Feoktistova, ‘Antwoord op een vraag met negatie: het Nederlands en het Oekraïens in contrast Iryna Feoktistova (Kiev)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) A.F. Florijn, ‘Arjen Florijn Primitieve semantische kategorieen.’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) D.W. Fokkema, ‘Semiotiek en structuralisme in de Sovjetunie D.W. Fokkema’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1974 (1974) R.L.K. Fokkema, ‘Verzamelde gedichten: een loze term’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) D.W. Fokkema, ‘Het hybride karakter van pragmatische conventies Douwe Fokkema’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) Ad Foolen, ‘‘Typical Dutch noises with no particular meaning’: Modale partikels als leerprobleem in het onderwijs Nederlands als vreemde taal drs. A.P. Foolen’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) Ad Foolen en Frederike van der Leek, ‘De conceptuele basis van doordat, omdat en want Frederike van der Leek en Ad Foolen’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006) Leonard Forster, ‘Jan van der Noot en ‘Tempera te tempori’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Johannes Franck, ‘Eine Bemerkung ueber nooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Robert Fruin, ‘Over cliven en clawen in onze oude rechtstaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Robert Fruin, ‘Over het woord haagpreek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Edward Gailliard, ‘Palmen, pallemen, Zijn poingiaert palmen, Zijn mes pallemen. door Edw. Gailliard.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1909 (1909) Johan Hendrik Gallée, ‘Litus Saxonicum.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Dirk Geeraerts, ‘Een semiotische klassifikatie van semantische theorieën D. Geeraerts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1980 (1980) Dirk Geeraerts, ‘D. Geeraerts Lexicografie en linguistiek: Reichling gerehabiliteerd’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983) Dirk Geeraerts, ‘Semantische polygenese: een bijzondere vorm van historische betekenisvariatie D. Geeraerts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1985 (1985) Dirk Geeraerts, ‘Dirk Geeraerts Over woordverlies in lexicaal-semantische overgangsgebieden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) Dirk Geeraerts, ‘Dirk Geeraerts Over woordverlies in lexicaal-semantische overgangsgebieden II’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 103 (1987) J.B.F. van Gils, ‘Taalkundige opstellen van Dr. J.B.F. van Gils†’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Jac. van Ginneken, ‘De twee beteekenissen van kuieren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) Jac. van Ginneken, ‘Moeten Een semantische proeve over taal en levensbeschouwing’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 4]’, ‘Een teekenend spreekwoord van West-Europa’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) August Gittée, ‘Schertsenderwijs aangewende eigennamen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) August Gittée, ‘Woordverklaring. De uitroep o Jee! of Jeminie!’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) Michiel Johannes de Goeje, ‘Hij weet waar Abraham den mosterd haalt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) J. Goossens, ‘Taalgeografie en moderne naamgeving Een onderzoek naar de benamingen van enkele moderne landbouwbegrippen in het zuidoosten van het Nederlands taalgebied, voornamelijk Belgisch Limburg’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) J. Goossens, ‘Taalgeografie en moderne naamgeving’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) Jan Grauls, ‘Een nog niet verklaard Vlaamsch spreekwoord van Pieter Bruegel De bloksleeper en den blok sleepen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) A.C.J.A. Greebe, ‘Mnl. formine.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) A.W. de Groot, ‘De Nederlandse zinsintonatie in het licht der structurele taalkunde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Casper de Groot, ‘De absentief in het Nederlands: Een grammaticale categorie Casper de Groot’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) C. Groustra, ‘‘Zitten’ in slang-uitdrukkingen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus' (1984)
Jacob Israël de Haan, ‘Rechtskundige significa Door Jacob Israel de Haan’ In: De Beweging. Jaargang 12 (1916) C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.A. vor der Hake, ‘Hackemans ghesinneken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Anne Hallema, ‘Een leelijke vergissing of van Pontius naar Pilatus’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) Anne Hallema, ‘Een bijzondere beteekenis van hellewagen of luiwagen uit het jaar 1604’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal (1858-1862)
Martin 't Hart, ‘Piekeren over betekenisveranderingen bij Noesantarische leenwoorden Martin 't Hart (Kuala Lumpur)’ In: Colloquium Neerlandicum 13 (1997) (1997) E.J. Haslinghuis, ‘Hem verzien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) M. van Hattum, Luc Korpel, P.G.J. van Sterkenburg en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) K.H. Heeroma, ‘Nogmaals lukraak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) K.H. Heeroma, ‘Rapzak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) K.H. Heeroma, ‘Mnl. cornecote’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) Hans Heestermans, ‘Prototypische betekeniselementen (Samenvatting)’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 1 (1983) Jacobus Heinsius, ‘Een eigenaardig gebruik van het ww. komen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) Jacobus Heinsius, ‘Over verbindingen als tot barstens toe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Peter Hellwig en Helmut Schnelle, ‘Semantiek in het woordenboek - Heranalyse van woordenboekdefinities Helmut Schnelle en Peter Hellwig’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta, door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over stok, steen en steke, als eerste lid van een samengesteld adjectief. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta. XXIX-XXX. Muts, mutsen. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Willem Lodewijk van Helten, ‘Oudfri. kestigia, kesta, kest enz., ndl. custen, custinge enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘De Westfriesche eigennamen Jouke en Sjouke.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Blindhokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over begripswijziging van de woorden (semasiologie).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Anthonie Hendriks, ‘Hier elf oogen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Anthonie Hendriks, ‘Vertrekken of weggaan met Farao's bokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Anthonie Hendriks, ‘Weggaan met Farao's bokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Herman Hendriks, ‘Flexibele categoriale syntaxis en semantiek: de proefschriften van Frans Zwarts en Michael Moortgat Herman Hendriks’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991) Petra Hendriks, Mark Kas en Liesbeth Laport, ‘De semantiek van afleidingen met ont-’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) A. van Herk, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) Felisberto Hérnandez, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) D.C. Hesseling, ‘Bokje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) D.C. Hesseling, ‘Iemand de oren wassen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) D.C. Hesseling en P. Leendertz (jr.), ‘Moortmisse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) Priscilla Heynderickx, ‘Relationeel adjectief-substantief-combinaties en concurrerende constructietypes Priscilla Heynderickx’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) Odile Heynders, ‘Gadamer en Derrida over Celan Een hermeneutische en grammatologische benadering van hermetische lyriek Odile Heynders’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1989 (1989) Wim Honselaar en Justine Pardoen, ‘De betekenis van zinnen met de volgorde Zich...Subject Justine Pardoen’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) Wim Honselaar, ‘Complementen met en zonder met bij werkwoorden van ‘toenemen’ en ‘afnemen’ Wim Honselaar’ In: Voortgang. Jaargang 25 (2007) J.M. Hoogvliet, ‘Beter.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) J.M. Hoogvliet, ‘Regels (naar de beteekenis) voor het deel- of dingsoortig (zoogenaamd ‘onzijdig’) ‘geslacht’ in de Nederlandsche taal. (verkorte weergeving)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, ‘Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979) J.M. van der Horst, ‘De Saussure en de waarneembaarheid van betekenis J.M. van der Horst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) H.A. Höweler en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Jozef Jacobs, ‘Over de Synoniemen.’ In: Het Belfort. Jaargang 13 (1898) Arie de Jager, ‘In hand gaan.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Man en maag. - Eerlang. - Hagendeveld.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Nalezing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Over het onderscheid tusschen ochtend en morgen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘De beteekenis van roekeloos.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Verklaring van een drietal zamengestelde woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) Theo A.J.M. Janssen, ‘Het wel en niet omschreven indirekt objekt en de possessieve datief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) Theo A.J.M. Janssen, ‘De betekenis van het Nederlands Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar in de taalkunde en taalbeheersing van het Nederlands aan de faculteit der letteren van de Vrije Universiteit te Amsterdam op 11 december 1986. Th.A.J.M. Janssen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Theo A.J.M. Janssen, ‘Controle: Een onbeheersbaar onderwerp in de Regeer-en-Bindtheorie Theo A.J.M. Janssen’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) Amaat Honoraat Joos, ‘Twee punten aangaande de woorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 3 (1888) C.G. Kaakebeen, ‘Over vergelijkingen en beknopte zinnen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) H. Kern en L.A. te Winkel, ‘Iets over noordenwind enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘Moord als rechtsterm. Door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) H. Kern, ‘Germaansche verwanten van Slawisch žrêbŭ.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Eekkatte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) H. Kern, ‘Enkele plaatsen en woorden uit Dat Kaetspel Ghemoralizeert.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) J.H. Kern, ‘Jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.H. Kern, ‘Naschrift over jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.H. Kern, ‘Kleine mededeeling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) J.H. Kern, ‘Gheterjuint.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) J.H. Kern, ‘Ollen en oele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) G.J. van der Keuken, ‘Bij dit licht’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Paul de Keyser en Jan P.M.L. de Vries, ‘Den zouter omme te doen gane.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) Robert S. Kirsner, ‘De rol van de directe vergelijking van het Nederlandse en het Engelse tijdssysteem bij het onderwijs aan Engelstaligen door Prof. Dr. Robert S. Kirsner University of California at Los Angeles’ In: Colloquium Neerlandicum 5 (1973) (1976) Robert S. Kirsner, ‘Over uitdrukkingen met finaal maar Robert S. Kirsner’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006) F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Zofia Klimaszewska, ‘Verbale fraseologie van het Nederlands Zofia Klimaszewska’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Zofia Klimaszewska, ‘Fraseologie’, ‘Fraseologie en het onderwijs Nederlands als Vreemde Taal Zofia Klimaszewska (Warschau)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) G.G. Kloeke, ‘Pieper = ‘aardappel’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) G.G. Kloeke, ‘De culturele achtergrond van de termen spreekwoord, verzoeking en roem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) W.G. Klooster en H.J. Verkuyl, ‘De transformationele relatie tussen duren + specificerend complement en bepalingen van duurmeting’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) A. Kluijver, ‘Sjamberloek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) A. Kluijver, ‘Malloot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) A. Kluijver, ‘Moeskoppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) A. Kluijver, ‘Kaliber.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.A.N. Knuttel, ‘Dirken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.A.N. Knuttel, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) J.A.N. Knuttel en F. de Tollenaere, ‘Tintelteelken, tinteletene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) J.A.N. Knuttel, ‘Spel van sinne(n)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) Geert Koefoed en J. van Marle, ‘Over Humboldtiaanse taalveranderingen, morfologie en de creativiteit van taal J. van Marle en G.A.T. Koefoed’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) Anthonie Marius Kollewijn, ‘Brill's Nederlandsche spraakleer en de onderwijzers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Anthonie Marius Kollewijn, ‘BRILLS NEDERLANDSCHE SPRAAKLEER EN DE ONDERWIJZERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Anthonie Marius Kollewijn, ‘Brills Nederlandsche spraakleer en de onderwijzers.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel. Een wassen neus.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Woordverklaring. Niets minder dan en niet het minst.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Woordverklaring. Horendrager en koekoek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) R.A. Kollewijn, ‘Het te Keulen hooren donderen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) J.G. Kooij, ‘De semantische struktuur van Ned. blind: een terreinverkenning J.G. Kooij’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1974 (1974) W. Kramer, ‘De vergelijking.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) H.W.J. Kroes, ‘Zijn schaapjes op het droge hebben.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) J. de Kruys, ‘Venusjanker en Venusboef.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) C. Kruyskamp, ‘Quoniam’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen, J.M.J. Sicking en H. van de Waal, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) C. Kruyskamp, ‘Van de os op de ezel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) D. Kuijper Fzn., ‘Een graft onderdaen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) D. Kuijper Fzn., ‘Humiliamini’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) D. Kuijper Fzn., ‘De Samiaaner’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) D. Kuijper Fzn., ‘Frobentomie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 89 (1973) K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Hendrik Martinus Labberté, ‘Taalgeslacht.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) A.J.F. van Laer, Reinier van der Meulen Rz., F.P.H. Prick van Wely en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Luuk Lagerwerf, ‘Thema Metaforen Het complex van metaforen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) Ronald Landheer, ‘‘Retorische’ anomalieën en ambiguïteit Ronald Landheer’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984) Robert Leclercq, ‘Valentie - Stiefkind in de Nederlandse taalkunde Robert Leclercq’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Frederike van der Leek, ‘ZICH en ZICHZELF: Syntaxis en Semantiek II Frederike Van Der Leek’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Frederike van der Leek, ‘Zich en zichzelf: Syntaxis en Semantiek I Frederike van der Leek’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Frederike van der Leek, ‘Alternantie: grammatica of cognitie? Frederike van der Leek’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) P. Leendertz (jr.), ‘Alva's bril.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) P. Leendertz (jr.), ‘Geerde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) P. Leendertz (jr.), ‘Den haring om de kuit braden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) L. Leopold, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L. Leopold, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.H. van Lessen, ‘Over namen van munten, in het bijzonder over stuiver’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941) J.H. van Lessen, ‘Over eenige werkwoorden die ‘kijken’ beteekenen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) J.H. van Lessen, ‘Klanknabootsing als taalvormend element (V) Over enige semantische parallellen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) J.A. van Leuvensteijn, ‘Tuijghen bij Huygens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) R. Lievens, ‘Sente Mey(e)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) R. Lievens, ‘R. Lievens De herkomst van de lichtmissen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) J. Lachlan Mackenzie, ‘Wegens omstandigheden J. Lachlan Mackenzie’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006) J.J. Mak, ‘Adelen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) J.J. Mak, ‘De oudste betekenis van Venusjanker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) Katerina Malková-Krízová, ‘Het gebruik van tweelingformules in het Nederlands en het Tsjechisch Kateřina Malková-Křížová (Olomouc)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) J. Mansion, C.G.N. de Vooys en Jan L. Walch, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) J. van Marle, ‘De studie van de paradigmatiek: een poging tot reconstructie J. van Marle’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) K.O. Meinsma, ‘Verscheidenheden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Judi I.H. Mendels, ‘Over ‘nevels’ en ‘dampen’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) V. Mennen, De persoonsnaamgeving in het Lommels dialect (1994)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Over den Nederlandschen oorsprong der aardrijkskundige namen Skagerrak (Skagerak) en Kattegat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Reinier van der Meulen Rz., ‘Bont en blauw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Reinier van der Meulen Rz., ‘Em staan hebben en em om hebben.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Reinier van der Meulen Rz., ‘Romeinsche vellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) Reinier van der Meulen Rz., ‘Liever Turksch dan Paapsch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Peter van Meurs, ‘Sta bij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) W.J. Meys, ‘Synthetische composita: voer voor morfologen Willem J. Meijs’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) L.C. Michels, ‘Mnl. hersten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) L.C. Michels, ‘Stromp’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) L.C. Michels, ‘Orgaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) L.C. Michels, ‘Ordinaris.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) L.C. Michels, ‘Martelaar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) Fons Moerdijk, ‘A. Moerdijk Het belang van neologismen voor de lexicale semantiek, ‘kamerbreed’ geëtaleerd’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) A. Moerdijk, ‘Lexicale semantiek en compositavorming A. Moerdijk’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Woordverklaring.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Woordverklaring.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) J.J. Moerman, ‘Benaderingen van metonymie A. Moerdijk’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1989 (1989) J. Molemans, Mensen, namen en nummers (1976)
Erzsébet Mollay, ‘Overeenkomsten en verschillen tussen Nederlandse en Hongaarse vaste woordverbindingen Erzsébeth Mollay’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Erzsébet Mollay, ‘De verhouding tussen fraseologismen en idiomatische composita: Een stiefkind in de taalkunde Erzsebet Mollay (Budapest)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) H.W.E. Moller, ‘Is een ‘levende’ taal een organisme?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) J.W. Muller, ‘Sek, sekgras.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J.W. Muller, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J.W. Muller, ‘Wanewaer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J.W. Muller, ‘Ham en boterham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J.W. Muller, ‘Brandaris en Sint-Brandarius.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Met Farao's bokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Borgen (Bredero, Moortje, 2937).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Bontsche maat (Naschrift op Dl. XX, 210).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘Majombe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘Majombe (Tschr. XLV 52-9).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘Vaderland en moedertaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) J.W. Muller, ‘Nennen, ninnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) J.W. Muller, ‘Nogmaals over eenige oude benamingen van hel en duivel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) J.W. Muller, ‘Een paar kantteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.W. Muller, ‘Heel en heil’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) G.A. Nauta, ‘Te lande komen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) G.A. Nauta, ‘Een zak zout met iemand eten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) G.A. Nauta, ‘Krokodillentranen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) G.A. Nauta, ‘Onder den hamer brengen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) G.A. Nauta, ‘Woordverklaringen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) G.A. Nauta, ‘Den rooden haan laten kraaien.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) G.A. Nauta, ‘Pottaart (Bredero, Moortje, 950).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) G.A. Nauta, ‘Raduys.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) G.A. Nauta, ‘Moedzalf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) G.A. Nauta, ‘Ben je zestig? hij is gesjochte(n). (on)sjoeg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) G.A. Nauta, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) G.A. Nauta, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) G.A. Nauta en Adriaan E.H. Swaen, ‘Kleine Mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) Anneke Neijt, ‘Automatisch vertalen in Nederland Anneke Neijt’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) O. de Neve, ‘Over de plantnamen konfilje en konfilie de grein’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) O. de Neve, ‘Boteram van vrouwen cleren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972) Jan Noordegraaf, ‘Honderd jaar ‘exocentrisch’? Uit de geschiedenis van een term J. Noordegraaf’ In: Voortgang. Jaargang 8 (1987) A.C. Oudemans, ‘Terechtwijzing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) G.S. Overdiep, ‘Vorm, beteekenis en functie van woorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) G.S. Overdiep, ‘Onterjuin’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) L. Peeters, ‘Hij heeft luie Evert (Bernt) op de rug.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) L. Peeters, ‘Elckerlijc's roeyken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) J. Pekelder, ‘Contrastieve taalkunde, tussentaal en pedagogische grammatica Jan Pekelder’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) W. Pijnenburg, ‘Linkse schimmen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) G. Pilger, ‘Woorden uit de Waterlandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Henri Pirenne, ‘Ham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Klaas Poll, ‘Orientaaltje.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) Klaas Poll, ‘Blauw, blauwe bloemen, blaauwbesse brief, blauwe besse kraamer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) Klaas Poll, ‘Kaauw-jy-ze, kaujyze.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Klaas Poll, ‘Poppe-reusen, Poppen-Goliats.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Klaas Poll, ‘Kosten synoniem met gelden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Klaas Poll, ‘Vidimus.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Klaas Poll, ‘Warenar, vs. 474 vlgg.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Tessel Pollmann, ‘Over polysemie en metonymie: de dynamiek van de semantische specialisatie T. Pollmann’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984) F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) F.P.H. Prick van Wely, ‘Verklaring van spreekwoorden en spreekwijzen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Marie Ramondt, ‘Sint Joris Braes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941) Anton Reichling, Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik (1967)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk V Semantica’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967) J.J. le Roux, ‘Het onderspit delven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Gerlach Royen, ‘Vorm en funktie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) Reinier Salverda, ‘Reinier Salverda Culturele linguistiek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996) J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.J. Salverda de Grave, ‘‘Op de eerste plaats’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) Ariane van Santen, ‘Monistische en dualistische metafoortheorieën? Ariane van Santen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977) Ariane van Santen, ‘Semantische factoren bij de vorming van denominale persoonsnamen op -er Ariane van Santen’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) A. Sassen, ‘Ontkenning ontkend: over uitroepende zinnen en zinnen met wel A. Sassen’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Ina Schermer-Vermeer, ‘De betekenis van het woord TOCH in samenhang met de rol van intonatie E.C. Schermer-Vermeer’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984) Ina Schermer-Vermeer, ‘Wat doet dat woord daar, zeg? Over het tussenwerpsel zeg Ina Schermer’ In: Voortgang. Jaargang 25 (2007) André Schillings, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) M. Schönfeld, ‘De Nederlandse plaatsnamen op -ik’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) Aert Schouman, ‘Geijkte beeldspraak in het Oud-Noors.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Pieter A.M. Seuren, 'Echo: een studie in negatie' (1976)
Ph.J. Simons, ‘Het beeld.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Ph.J. Simons, ‘De term ‘betekenen’ in en buiten de kleuterroman.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) Ph.J. Simons, ‘De term ‘betekenen’ in en buiten de kleuterroman. (Vervolg van blz. 52).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) Ezechiël Slijper, ‘Opmerkingen bij enige Nederlandse spreekwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Ezechiël Slijper, ‘Oorlogswinst der Nederlandse taal. (Nalezing.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) J. Slikboer, ‘Fonosemantiek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) Emiel Spanoghe, ‘In den nap liggen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Jacob Samuel Speyer, ‘Een paar woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Karel-Frans Stallaert, ‘Lezingen. Vervalsching der geschiedenis van ons volksleven door niet genoegzame kennis der taal, door Karel Stallaert, werkend lid.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1889 (1889) Chr. Stapelkamp, ‘Het adjectief abeluinig’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) W.H. Staverman, ‘Humor en humoristen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) F.A. Stoett, ‘Stoof en schijt.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) F.A. Stoett, ‘Ledigheid is des duivels oorkussen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) F.A. Stoett, ‘Van den os op den ezel.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) F.A. Stoett, ‘Hielbeslag.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) F.A. Stoett, ‘Ontraden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) F.A. Stoett, ‘Schrander.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) F.A. Stoett, ‘Om zeep gaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) F.A. Stoett, ‘Verevenhouten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) F.A. Stoett, ‘Potjebeuling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) F.A. Stoett, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) F.A. Stoett, ‘W.A. Winschooten's ‘Seeman’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) F.A. Stoett, ‘Doorslagen en doorweterd.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) F.A. Stoett, ‘Zeestraet, vs. 758 (en 798).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) F.A. Stoett, ‘Schamper.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) F.A. Stoett, ‘Naar, zijn hielen omzien (op de vlucht bedacht zijn).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) F.A. Stoett, ‘Het altemaal zijn.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) L. Strengholt, ‘Oorloghsoogh’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969) Jan Stroop, ‘De terminologie van de handboogschutter’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) C.F.P. Stutterheim, ‘Interpretaties van metafoor en werkelijkheid C.F.P. Stutterheim’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) C.F.P. Stutterheim, ‘Dienstbare productiviteit C.F.P. Stutterheim’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Adriaan E.H. Swaen, ‘Uuf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Pierre Swiggers, ‘Anton Reichling: van semanticus naar algemeen taalkundige P. Swiggers’ In: Voortgang. Jaargang 14 (1993 en 1994) (1994) J. Taeldeman, ‘Nederlandse deverbatieven op -(e)ling: een geval van tematische motivering Johan Taeldeman’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) W.F. Tiemeijer, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘Valut.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Het begrip interpretatie in de generatieve grammatica Wiecher Zwanenburg’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Over de Nederlandse imperativus H. Proeme’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Is WEES imperativus van ZIJN? (Over de semantiek van WEZEN en ZIJN) H. Proeme’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Over de betekenis van zgn. ‘doorzichtige’ samenstellingen F.J. Heyvaert’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Anders en hetzelfde Mireille Smeets’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Wat is een drieduimer? De relatie tussen samenstellende afleidingen op -er of -s en hun corresponderende drieledige samenstellingen. Marjolein van Dort-Slijper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) [tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, ‘Bouwstenen van het Nederlands. Een pleidooi voor (nog) meer aandacht voor de idiomaticiteit van het Nederlands Ton van der Wouden (Leiden)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een Amsterdamse scheldroep uit de 15de eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘‘Ic warpe u eenen schoelap naer’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Stervende Nachtegaal n.a.v. NTg. 57, 335’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘De syntactische valentie van het’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Metafoor: wiens begrip is het eigenlijk?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Thema Metaforen Introductie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Werkwoorden op -tsen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De geheime rijkdommen van onzen woordenschat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 5]’, ‘Een teekenend spreekwoord van West-Europa’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘C-commanderen in Model-Theoretische Semantiek Eric Hoekstra’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Vaste verbindingen (in woordenboeken) Martin Everaert’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Stoof en schijt.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Woordverklaring.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Beter.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Dwepen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘‘Als God in Frankrijk.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘God zegen de greep.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Als de bok op de haverkist.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Vergelijkingen in de gesproken taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Slang-uitdrukkingen met ‘Zitten’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Klaauwen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over eene bepaling van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Brievenbus. over het w.w. verrigten.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Inleiding tot de beoefening der Nederlandsche letterkunde.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAAL-EIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘BRIEVENBUS. OVER HET W.W. VERRIGTEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘De Leeuwarder tongval en het Leeuwarder taaleigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Inleiding tot de beoefening der Nederlandsche letterkunde.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘De Leeuwarder tongval en het Leeuwarder taal-eigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Quadie, quadiën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bijnamen in Oud-Mechelen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Das (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Middelnederlands (op-)terven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Polysemievrees’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Armoedzaaier’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Raket, Reket, Roket, Riket, Rinket’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978) Yolande Timman, ‘Idioom: Meer dan het zout in de pap De didactiek van idioom in het vreemde-talenonderwijs Y. Timman (Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) J.F.J. van Tol, ‘‘Deus aes’ en ‘Sisink (six-cinq)’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) F. de Tollenaere, ‘Nog ‘op sijn hooft soeken’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) F. de Tollenaere, ‘‘Beijen also ons koeijen dede’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) F. de Tollenaere, ‘Beduit(je), vaan(tje), paar(tje), peerd(eken) en up(p)erken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) F. de Tollenaere, ‘Aveluinig, abeluinig, haveluinig, schaveluinig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) F. de Tollenaere, ‘Droochscote - veije scote’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) F. de Tollenaere, ‘Verandzaden Een woord uit de oude landbouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) F. de Tollenaere, ‘Nogmaals Verandzaden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) F. de Tollenaere, ‘Lexikografie en linguïstiek Het probleem der woordbetekenis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Van hantreiken en verhandigen tot overhandigen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Semantiek en etymologie n.a.v. twee mystificaties in het WNT: Praam ‘priem’ en Pramen ‘doorboren, priemen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Nogmaals ‘Lexicografie en linguïstiek. Het probleem der woordbetekenis’ Reichling gerehabiliteerd?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere ‘Muishond’, naam voor de wezel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983) M.C. van den Toorn, ‘9. Semantiek’ In: Nederlandse grammatica (1973) M.C. van den Toorn, ‘De semantiek van geest en zinnen bij Rhijnvis Feith Een terreinverkenning’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) M.C. van den Toorn, ‘De verklaring in de historische taalkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978) M.C. van den Toorn, ‘M.C. van den Toorn Het onderzoek van samenstellingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) M.C. van den Toorn, ‘Van godevolen tot computergestuurd M.C. van den Toorn’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) Danièle Torck, ‘Tussen onbegrip en wantrouwen Een verkenning van het Nederlandse woord publicist Danièle Torck’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006) U. Tuinstra, ‘Enige opmerkingen over composita van het type Jan-oom.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) C.C. Uhlenbeck, ‘Ansjovis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Eene beteekenis van Skr. ṛkṣa-.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
M. Uhlenbeck-Winkel, ‘De asymmetrie tussen het fonische en het semantische taalaspect en haar gevolgen voor de morfologische descriptie M. Uhlenbeck-Winkel’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) G.J. Uitman, ‘De term ‘Burgerlijke Stand’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) Jan van der Veen, ‘Interpretatie, een kernprobleem van de muziekwetenschap J. van der Veen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) François van Veerdeghem, ‘Il diest voir.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) J. Verdam, ‘Lijfcoop.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J. Verdam, ‘Non fortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Van noode hebben; van doen hebben.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘De versterkende beteekenis van on.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Sweren op sinen tant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) J. Verdam, ‘Stellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) J. Verdam, ‘Eene beteekenis van Mnl. dac.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) J. Verdam, ‘Op zijn Fransch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) J. Verdam, ‘Uit Bergen-op-Zoomsche rechtsbronnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J. Verdam, ‘Verschiet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) A.A. Verdenius, ‘De vorm kyn(t)s bij Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) A.A. Verdenius, ‘Met iemand toeslaan, opslaan, omslaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) A.A. Verdenius, ‘Het 17de-eeuwse versterkingswoord ong(e)naartich.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) A.A. Verdenius, ‘Als ik opspring, so waecht het al.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) A.A. Verdenius, ‘Een merkwaardig werkwoord tuigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) A.A. Verdenius, ‘Over het 17de-eeuwse werkwoord en substantief verlangen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) A.A. Verdenius, ‘Moortje, vs. 1190: De garde. Het komt u toe!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) A.A. Verdenius, ‘Meskant - Waan- (wan-)kant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, ‘Composita bestaande uit eigennaam + waarderingselement.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) A.A. Verdenius, ‘Koop je geen glas? ik denk wel neen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) Arie Verhagen, ‘Koncepties in het grammatika-onderzoek Arie Verhagen’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) Arie Verhagen, ‘Betekenis en begrip in beeldspraak, alinea-opbouw en intonatie Arie Verhagen’ In: Voortgang. Jaargang 7 (1986) Arie Verhagen, ‘De interpretatiestructuur van passieve zinnen Arie Verhagen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990) Arie Verhagen, ‘Doen of laten: woordbetekenis of (ook) structuur? Arie Verhagen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) Arie Verhagen, ‘Taalverandering en cultuurverandering: doen en laten sinds de 18e eeuw Arie Verhagen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) Arie Verhagen, ‘Taal- en toch letterkunde Arie Verhagen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) Arie Verhagen, ‘Dreigt polysemie uit de hand te lopen? Een oefening in semantische categorisering Arie Verhagen’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006) H.J. Verkuyl, 'Aspectual Classes and Aspectual Composition' (1989)
H.J. Verkuyl, ‘Reactie: Wat schijnheiligen tot roomsen maakt; een semantische exercitie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) Marjolijn Verspoor, ‘Subjectiviteit in Engelse complementszinnen: een cognitief perspectief Marjolijn Verspoor’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) Linda Verstraten, ‘Een cognitief-semantische benadering van vaste verbindingen Linda Verstraten’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) Albert Verwey, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Eelco Verwijs, ‘De muts hebben, gemutst, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) G.J. Vis, ‘George Vis Bleke zorgen in een luie stoel’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972) J. van Vloten, ‘Ceedse: chaise of siege?’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) J. van Vloten, ‘Germanismen en woordverklaring bij Vondel;’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J. van Vloten, ‘Den Heere Mr. A. Bogaers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J. van Vloten, ‘Woordverklaring in Vondel.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J. van Vloten, ‘WOORDVERKLARING BIJ VONDEL, AFKAPPING VAN IG, GERMANISMEN, ENZ.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J. van Vloten, ‘Woordverklaring bij Vondel, afkapping van ig, germanismen, enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. van Vloten, ‘Een taalkundige misstap, door J. van Vloten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Alexander J. de Voogt, ‘Alexander J. de Voogt Helicopter en zijn synoniemen: een vluchtige verkenning’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003) C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.G.N. de Vooys, ‘Middelnederlandse spreekwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) C.G.N. de Vooys, ‘De psychologiese beschouwing van de betekenisverandering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over de metafoor. (Vervolg van blz. 49).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over de metafoor.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) C.G.N. de Vooys, ‘Strijk en zet.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) C.G.N. de Vooys, ‘Een principiële opmerking bij het etymologiseren van spreekwoordelike uitdrukkingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over woordvorming en woordbetekenis in kindertaal. (Vervolg van blz. 100).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over woordvorming en woordbetekenis in kindertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) C.G.N. de Vooys, ‘Willem van Hildegaersberch's gedicht ‘Van mer’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) C.G.N. de Vooys, ‘Eufemisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) C.G.N. de Vooys, ‘Contaminatie bij synonieme verba.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.G.N. de Vooys, 'Homoniemen, homoniemenvrees, homoniemenvermijding' (1939)
C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk III C. Woordbetekenis.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947) C.G.N. de Vooys, ‘Een zeldzaam woord in dichtertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) W.L. de Vreese, ‘Nonfortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) W.L. de Vreese, ‘Op zijn Genevois.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) W.L. de Vreese, ‘Mnl. solre.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) W.L. de Vreese, ‘Naschrift bij de correctie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) W.L. de Vreese, ‘Kleine Mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Matthias de Vries, ‘Woordafleidingen,’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Matthias de Vries, ‘Nog een proefje van middelnederlandsche taalzuivering.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Matthias de Vries, ‘NOG EEN PROEFJE VAN MIDDELNEDERLANDSCHE TAALZUIVERING.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Matthias de Vries, ‘Vélocipède.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) Wobbe de Vries, ‘Er (d'r) zonder duidelike betekenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Wobbe de Vries, ‘Invloed van neiging tot beknoptheid op vorming en betekenis van verba.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Jan P.M.L. de Vries, ‘Hunebedden en Hunen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Oebele Vries, ‘Oebele Vries Het raadselachtige rechtswoord ‘heiden-moord’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996) A.A. Weijnen, ‘De semantische en syntactische problematiek van het dialectwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) A.A. Weijnen, ‘De structuur van de temporele laag van de voorzetselbetekenissen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) A.A. Weijnen, ‘Structuren van Nederlandse voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) A.A. Weijnen, ‘De niet-dimensionele betekenislaag van de voorzetsels’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) W. Wessels, ‘Aflaat, misbedienen, ouwel, abt.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) W. Wessels, ‘AFLAAT, MISBEDIENEN, OUWEL, ABT.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) W. Wessels, ‘Doodzonde.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) W. Wessels, ‘DOODZONDE.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) M.C. van Wijhe, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) N. van Wijk, ‘Weeuwenaarspijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) N. van Wijk, ‘Kroos ‘eendekroos’ en kroost ‘kinderen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) N. van Wijk, '"Aspect" en "Aktionsart"' (1928)
N. van Wijk, ‘‘Aspect’ en ‘Aktionsart’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) J. Wils, ‘Zitten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) J. Wils, ‘Structuurtypen in de beteekenis van Nedl. bewegingswerkwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) L.A. te Winkel, ‘De zoogenoemde stoffelijke bijvoegelijke naamwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over de uitdrukkingen: mijns gelijke, uws gelijke, enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over de noodzakelijkheid der toepassing van de stelling: een woord staat onmiddellijk alleen in betrekking tot eene voorstelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
L.A. te Winkel, ‘Nog iets over het begrip van het werkwoord.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Onderwerpen uit de theorie der logische analyse.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Bladvulling.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) L.A. te Winkel, ‘Iets over het runenschrift, ter toelichting van den oorsprong der letterteekens.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘De dialecten en de vocaalspelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Wat zoekt de etymologie? Wat heeft men te verstaan door den innerlijken vorm der woorden?’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘De afleiding en spelling van omtrent.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Over het bijna vergeten voorvoegsel a-.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Zeep’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Critische beschouwing der verschillende afleidingen van het woord God.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Overeenstemming in de vormen geer, geeren, aalgeer en navegaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘Vlijm.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘CRITISCHE BESCHOUWING DER VERSCHILLENDE AFLEIDINGEN VAN HET WOORD GOD.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘Over de achtervoegsels -aard, -erd, -aar, -er.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘VLIJM.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘OVER DE ACHTERVOEGSELS -AARD, -ERD, -AAR, -ER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘OVEREENSTEMMING IN DE VORMEN GEER, GEEREN, AALGEER EN NAVEGAAR.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) G.W. Wolthuis, ‘Molwerk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) C.A. Zaalberg, ‘Monster passeren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) C.A. Zaalberg, ‘Schoondochter ‘stiefdochter’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) A.C. Zijderveld, ‘Gemoed. (Wdb. der Ned. T. Dl. IV, kol. 1429 vlgg.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) F.L. Zwaan, ‘‘Gespan’ bij Huygens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969) F.L. Zwaan, ‘Wnt verbeuren (kol. 489)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 89 (1973) F. Zwarts, 'Negatief polaire uitdrukkingen I' (1981)
Vormen (morfologie)Geert Adriaens, ‘Vrouwelijke beroepsnamen in evolutie Geert Adriaens’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1982 (1982) B.P.F. Al en Geert Evert Booij, ‘De productiviteit van woordvormingsregels Enige kwantitatieve verkenningen op het gebied van de nomina actionis B.P.F. Al en G.E. Booij’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) J.C. Anceaux, ‘Regelmaat en produktiviteit in een Austronesische taal J.C. Anceaux’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) Th.H. d' Angremond, ‘Naschrift bij N.T. 30, 417/8.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) R.H. Baayen, 'Corpusgebaseerd onderzoek naar morfologische produktiviteit' (1990)
R.H. Baayen, ‘De graad van produktiviteit van het suffix -ing Harald Baayen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990) R.H. Baayen, ‘Corpusgebaseerd onderzoek naar morfologische produktiviteit R.H. Baayen’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990) R.H. Baayen, ‘De CELEX lexicale databank Harald Baayen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991) R.H. Baayen, ‘Taalsystematiek, taalgebruik, semantiek en produktiviteit Harald Baayen Naar aanleiding van A. van Santen: Produktiviteit in taal en taalgebruik. Een studie op het gebied van de Nederlandse voordvorming. Proefschrift Leiden, 1992. 253 p.’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) Kees-Jan Backhuys, Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, ‘Vlamers en Belgiërs De status van de adjectivische suffixen -en, -s, en -isch Kees-Jan Backhuys, Mieke Trommelen en Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Mark Baeyens, C.F.P. Stutterheim en Ad Zuiderent, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) Constantinus Bake, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Constantinus Bake en Wobbe de Vries, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Peter Bakema, ‘Peter Bakema Het onvoltooid verleden verkleinwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Hedendaags Fetisjisme Een nieuwe weg voor de taalwetenschap Frida Balk-Smit Duyzentkunst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Vorm en betekenis in de taalkundige grondslagendiscussie Frida Balk-Smit Duyzentkunst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) B. van den Berg, ‘Bijdrage tot de geschiedenis der spelling in Holland’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) H.L. Bezoen, ‘[Nummer 9]’, ‘Het taalkundig geslacht te Enschede’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) H.L. Bezoen, ‘Varia Tubantica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) Willem Bisschop, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Alied Blom, ‘Om voor de infinitief in Eline Vere: een weloverwogen keuze Alied Blom’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990) Alied Blom, ‘Het ondoorgrondelijk bijvoeglijk naamwoord Alied Blom’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) G.J. Boekenoogen en M. Schönfeld, ‘Walewijn en Walewein.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adrianus Bogaers, ‘De uitgang ig afgekapt’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Adrianus Bogaers, ‘Kindsheid of kindschheid?’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Adrianus Bogaers, ‘KINDSHEID OF KINDSCHHEID?’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Adrianus Bogaers, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
A.P. de Bont, ‘Over beduit(je) en wat dies meer zij’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) Geert Evert Booij, ‘Generatieve morfologie en grenssymbolen G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976) Geert Evert Booij, ‘Discussie en reactie’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) Geert Evert Booij, ‘Lexicale Fonologie en de organisatie van de morfologische component G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983) Geert Evert Booij, ‘Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) Geert Evert Booij, 'Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning' (1983-84)
Geert Evert Booij, ‘Conjunctiereductie én nevenschikking in gelede woorden G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Geert Evert Booij, ‘Extrasyllabische consonanten in de morfologie van het Nederlands G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Geert Evert Booij, P.J.A. Franssen, Emmy Gransjean-Muda, W. Hendrikx, Paul de Herder, Maaike Hogenhout-Mulder, J. Kwant, Ad Leerintveld, A.G. Melle, Jan Noordegraaf, Nico Oudejans, Dick Jan Sanders, M.A. Schenkeveld-van der Dussen, P.J. Verkruijsse, Yves G. Vermeulen en Gerard de Vriend, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Geert Evert Booij, ‘Polysemie en polyfunctionaliteit bij denominale woordvorming Geert Booij’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Geert Evert Booij, ‘Complexe werkwoorden en de niveauordeningshypothese Geert Booij’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990) Geert Evert Booij, ‘Congruentie in Nederlandse NP's Geert Booij’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) M. Boonen, Huisnamen ontstaan en morfologie (1986)
Andries Borgeld, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) J.H. van den Bosch, ‘Samenstellingen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) J.H. van den Bosch, ‘Sprokkel. Nêmhart = Jan Grijp.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch en R.A. Kollewijn, ‘Spkokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) J.H. van den Bosch, ‘Over samenstelling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) A.C. Bouman, ‘Het probleem van de ‘inwendige taalvorm’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) A.C. Bouman, ‘Over reduplicatie en de woordsoorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.C. Bouman, ‘Het Nederlandse voorvoegsel ka-’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) Dirk Boutkan en Maarten Kossmann, ‘Dirk Boutkan en Maarten Kossmann Over sjwa-apocope in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) Hugo Brandt Corstius, ‘Taal & cultuur’, ‘Van ‘bad’ tot ‘zus’. Eenlettergrepige woorden in het Nederlands’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 46 (2003) Hugo Brandt Corstius, ‘Beer gaat door zuur naar zoet. Eenlettergrepige woorden in het Nederlands’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 46 (2003) Cor van Bree, ‘Cor van Bree De morfologie van het Stadsfries (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 117 (2001) Cor van Bree, ‘Cor van Bree De morfologie van het Stadsfries (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 117 (2001) Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel I. Klankleer, woordvorming, aard en verbuiging der woorden (1849)
Willem Gerard Brill, ‘Over de begrippen en voorstellingen, die ten grondslag liggen aan de woorden, welke volk, wereld, mensch beteekenen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Hoe in onze taal vergoed is, wat door het afslijten der naamvals-uitgangen was verloren.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘De uitgang ig afgekapt.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Willem Gerard Brill, ‘De ware aard van het bijvoegelijk naamwoord behept (behebt).’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Willem Gerard Brill, ‘Over faktitieve werkwoorden en uitdrukkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J.H. Brouwer, ‘Overgang fs>chs?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer. B. Over naamvallen. (Vervolg van blz. 71.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer. B. Over naamvallen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kleinigheden uit de spraakleer. I. Pronominaal-vormen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Woord ‘fiets’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten (1996)
Johan de Caluwe, ‘Konkurrentie tussen werkwoordstam en nomen actionis op -ing in determinanspositie in samenstellingen Johan De Caluwe’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Johan de Caluwe, ‘Deverbaal -er als polyseem suffix Johan de Caluwe’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) Johan de Caluwe, ‘Open versus gesloten semantiek van woordvormingsregels Johan De Caluwe’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) Julien Claerhout, ‘Eene Sandhiverandering.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893) Antonie Cohen, 'Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve' (1958)
Antonie Cohen, ‘Morfologie op heterdaad betrapt A. Cohen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) C.J. Conradie, ‘Nederlandse partikels en Afrikaanse beleefdheid Jac Conradie (Johannesburg)’ In: Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995) P.J. Cosijn, ‘Over den meervoudsuitgang -iën, door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘Pluksel door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen, door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) P.J. Cosijn, ‘Iets over de verbuiging van het Dietsche adjectief.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) P.J. Cosijn, ‘De instrumentalis singularis op mi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) N.A. Cramer, ‘Een oud woord in het Westvlaamsch teruggevonden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) J.A. van Dijk, ‘Het achtervoegsel aard .’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Onder anderen of onder andere?’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Te allen tijde.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Iets over den tweeden persoon van het enkelvoud.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, ‘Bericht aan den lezer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
S.C. Dik, ‘Over de behandeling van niet-produktieve regelmatigheden Simon C. Dik’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) A.M. Duinhoven, ‘Naamvallen A.M. Duinhoven’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) A.M. Duinhoven, ‘A.M. Duinhoven Samentrekking zonder deletie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 116 (2000) Prudens van Duyse, ‘Tweede hoofdstuk. Taal en Prosodie.’ In: De rederijkkamers in Nederland. Deel 1 (1900) F. den Eerzamen, ‘Over de voornaamwoorden in het Goerees’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) F. den Eerzamen, ‘Over de voornaamwoorden in het Goerees’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) J.H. Eichman, ‘Over den uitgang ing.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Frank van Eynde, ‘Automatische vertaling Frank van Eynde (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992) William H. Fletcher, ‘Didaktische richtlijnen voor het gebruik van de achterzetsels prof.dr. W.H. Fletcher’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) Johannes Franck, ‘Zur Mnl. conjugation.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) J.L.M. Franken, ‘Taalkundige beskouing oor Teenstra se Afrikaanse samespraak.’ In: De vruchten mijner werkzaamheden (1943) J.J.A.A. Frantzen, ‘Wese, Gotisch wisi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eenige ten opzichte van Genus of Flectie onzekere Gotische woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Dirk Geeraerts en Fons Moerdijk, ‘Toetsing van een modeltheoretisch geïnterpreteerde morfologie D. Geeraerts en A. Moerdijk’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) Lia van Gemert, Tom Hage, Annelies de Jeu, Rob de Jong, Thom Mertens en Dieuwke E. van der Poel, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 112 (1996) Pieter Marius Nicolaas Jan Génard, ‘Iets over de oude Naamvalsbuigingen der Nederlandsche eigennamen, door den heer P. Génard, werkend lid der Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1890 (1890) Pieter Marius Nicolaas Jan Génard, ‘Over de vorming van eenige Vlaamsche eigennamen.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1896 (1896) H. Gilijamse, ‘Affixen zijn alle + Hans Gilijamse’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) Jac. van Ginneken en G.S. Overdiep, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 2]’, ‘De geschiedenis der drie geslachten in Nederland’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘De grondwet van het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 7]’, ‘Kleine woorden wortelen diep’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘De reeksen en cirkelgangen in het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 10]’, ‘De organieke wetten van het grammatisch systeem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 12]’, ‘Het onbepaald lidwoord en het geslacht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘Een nieuwe ontdekking der taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
J. Goossens, ‘De tweede Nederlandse auslautverscherping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie (1979)
J. Goossens, Schets van de meervoudsvorming der substantieven in de Nederlandse dialecten (1988)
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke (1992)
J. Goossens, Een geïsoleerd voornaamwoord: Limburgs doe, dich, dijn (1996)
A.W. de Groot, ‘De structuur van het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) D. Haagman, ‘Subjekt en objekt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) C.B. van Haeringen, ‘Opmerkingen bij de apocope van -e.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.B. van Haeringen, ‘Opmerkingen bij de apocope van -e. (Vervolg van blz. 250).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.B. van Haeringen, 'Congruerende voegwoorden' (1939)
C.B. van Haeringen, 'De taaie levenskracht van het sterke werkwoord' (1940)
C.B. van Haeringen, ‘Afleidingen en samenstellingen van doen, gaan, slaan, staan en zien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) C.B. van Haeringen, 'De meervoudsvorming in het Nederlands' (1947)
C.B. van Haeringen, ‘Ingekorte samenstellingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) C.B. van Haeringen, ‘Chapter Twelve Word Studies’ In: Netherlandic language research (1954) C.B. van Haeringen, ‘Franciscaner, Benedictijner, Karmelieter.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) C.B. van Haeringen, ‘Chapter Eight Modern Netherlandic (since 1880)’ In: Netherlandic language research (1954) C.B. van Haeringen, 'Vervoegde voegwoorden in het Oosten' (1958)
C.B. van Haeringen, ‘Geontmythologiseerd’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) Camiel Hamans, ‘De overeenkomst tussen literama en actreutel Zabrocki's diacrise als oplossing van enige klassieke morfologische problemen Camiel Hamans’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) K.H. Heeroma, ‘Aantekeningen bij ‘Het prefix in het verleden deelwoord’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het werkwoord reken en zijne voornaamste afstammelingen door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over stok, steen en steke, als eerste lid van een samengesteld adjectief. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche Grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een en ander uit het Ndl. consonantisme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Willem Lodewijk van Helten, ‘Hilic, huwelijk enz., vechtelic, feestelic.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Nog een en ander over de Oudoostnederfrankische en de Middelfrankische Psalmen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de factoren, die in het beschaafde Nederlandsch de oude grammaticale onderscheiding tusschen masc. en vrouw. substantieven onmogelijk hebben gemaakt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) C.H. den Hertog, ‘[De leer der woordsoorten]’, ‘Het woord in het algemeen.’ In: Nederlandsche spraakkunst (1892-1896) D.C. Hesseling, ‘Spreken en horen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) D.C. Hesseling, Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905) Christiaan van Heule, ‘Het vierde Deel der Spraeckonst. ’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626) Christiaan van Heule, De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)
Christiaan van Heule, ‘Van de Ledekens.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633) Priscilla Heynderickx, ‘Relationeel adjectief-substantief-combinaties en concurrerende constructietypes Priscilla Heynderickx’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) Priscilla Heynderickx en J. van Marle, ‘Over het hybride karakter van -isch: Op de grens van inheems en uitheems Priscilla Heynderickx en Jaap van Marle’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) Frans Hinskens en Pieter Muysken, 'Formele en functionele benaderingen van dialectale variatie; de flexie van het adjectief in het dialect van Ubach over Worms' (1986)
B.J. Hoff, ‘De Caraïbische causatief als produktief en iteratief procédé B.J. Hoff’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) A.R. Hol, 'Het prefix in het verleden deelwoord' (1941)
Wim Honselaar, ‘Gesplitste en niet-gesplitste voornaamwoordelijke bijwoorden Wim Honselaar’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) Wim Honselaar, ‘Een grammaticaal woordenboek van het Nederlands Analyse en classificatie van het meervoud van Nederlandse substantiva Wim Honselaar’ In: Voortgang. Jaargang 23 (2005) J.M. Hoogvliet, ‘Regels (naar de beteekenis) voor het deel- of dingsoortig (zoogenaamd ‘onzijdig’) ‘geslacht’ in de Nederlandsche taal. (verkorte weergeving)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) Cor Hoppenbrouwers, ‘Het verkleinwoord in het Westerhovens Cor Hoppenbrouwers’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978) Cor Hoppenbrouwers, 'Het genus in een Brabants regiolect' (1983)
J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, ‘Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979) J.M. van der Horst, ‘Splitsen of niet-splitsen van voornaamwoordelijke bijwoorden J.M. van der Horst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Harry van der Hulst, ‘Ambisyllabiciteit en de structuur van Nederlandse lettergrepen Harry van der Hulst’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Jan H. Hulstijn, Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Matthias Hüning, ‘De concurrentie tussen deverbale nomina met ge- en op -erij Matthias Hüning’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) Arie de Jager, ‘Iets over den uitgang ig.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Bijzonderheden aangaande het woord ligchaam, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect (1991)
W.A.F. Janssen, ‘De naamvals-n in het zuiden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Theo A.J.M. Janssen, ‘Het wel en niet omschreven indirekt objekt en de possessieve datief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) Theo A.J.M. Janssen, ‘Acht, zes of twee tempora? Theo A.J.M. Janssen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Theo A.J.M. Janssen, ‘Grammaticale theorie: conventionaliteit en vorm-betekeniseenheid van taalelementen Theo A.J.M. Janssen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1988 (1988) J.P.B. Josselin de Jong, ‘De oorsprong van het grammatisch geslacht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) H. Kern, ‘Nog iets over den genitief veels.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Over den oorsprong van het achtervoegsel aard.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘De partikel ar in 't Oudhoogduitsch door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘Over eenige vormen van 't werkwoord zijn in 't Germaansch. Door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘De verbuiging van man in 't Gotisch door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Verkleinwoorden op sa, sia.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Ast, eest, ozd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Over een paar Zwitsersche en tevens Nederlandsche verkleiningsvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) J.H. Kern, ‘Verwanten van Mndl. verweent.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.H. Kern, ‘Naschrift over jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) G.G. Kloeke, ‘Eigennamen op -tet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) G.G. Kloeke, ‘Deutscher, sprachatlas.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) A. Kluijver, ‘Over modaliteit.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) Geert Koefoed en J. van Marle, 'Over Humboldtiaanse taalveranderingen, morfologie en de creativiteit van taal' (1980-81)
Geert Koefoed en J. van Marle, ‘Over Humboldtiaanse taalveranderingen, morfologie en de creativiteit van taal J. van Marle en G.A.T. Koefoed’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) Geert Koefoed, ‘Morfologie en pragmatiek: Produktiviteit en de act van benoeming Geert Koefoed’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991) K. Koffeman, ‘De vervoeging in het Urksch door K. Koffeman.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst (1649)
R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel. Zwakke genitief van eigennamen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel. Gij als zelfst. nw.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘De geslachten der zelfstandige naamwoorden in het Nederlandsch.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Sprokkel. Naar zijn(e) pijpen dansen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Zijn de scheepsnamen vrouwelijk?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) R.A. Kollewijn, ‘Onze voornaamwoorden. Een hoofdstuk uit de grammatica van de Nederlandse spreektaal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) R.A. Kollewijn, ‘Woordorde en buigingsuitgangen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) R.A. Kollewijn, ‘Het geslacht der zelfstandige naamwoorden in het Nederlands.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) J.G. Kooij, ‘Schwa-invoeging in het Nederlands: Fonologie of morfologie? J.G. Kooij’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978) J.G. Kooij, ‘Analogie, fonologie en morfologie J.G, Kooij’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) J.G. Kooij, ‘Klemtoon en de fonologische cyclus J.G. Kooij’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990) Aaldrik Koops, ‘Gebruiksgevallen van de ‘onvoltooid tegenwoordige tijd’ Aaldrik Koops’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986) A. de Korne en T. Rinkel, ‘5. Vormleer’ In: Cursus zestiende- en zeventiende- eeuws Nederlands (1987) C. Kostelijk, ‘Het suffix -heid in het Noordhollands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) Etsko Kruisinga, 'De vorm van de verkleinwoorden' (1915)
Etsko Kruisinga, ‘De vorm van de verkleinwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) Etsko Kruisinga, ‘II. Onze woorden: B. Samenstelling.’ In: Het Nederlands van nu (1938) Etsko Kruisinga, ‘III. Onze woorden: C. Afleiding.’ In: Het Nederlands van nu (1938) C. Kruyskamp, ‘Mijns hertsen gront’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972) Josien Lalleman en Ariane van Santen, ‘Gaat zwak anders dan sterk? Over de produktie van Nederlandse regelmatige en onregelmatige verleden-tijdsvormen Ariane van Santen & Josine Lalleman’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel I De synchronische en diachronische komponenten (1978)
W. van Langendonck, ‘-ER als akkusatief en -LING als ergatief suffix in een Zuidbrabants dialekt Willy Van Langendonck’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) P. Leendertz (jr.), ‘Over eenige genitiefbepalingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Hubert Lemeire, De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970)
Hubert Lemeire, De taal van Stijn Streuvels. Deel 2. Verklarend woordenboek op de taal van Stijn Streuvels (1970)
S.J. Lenselink en J.W. de Vries, ‘Boekbesprekingen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977) J.H. van Lessen, ‘Over possessieve samenstellingen met af-, on-, ge-, en aan- en daarvan gèvormde substantiva.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940) J.H. van Lessen, ‘Klanknabootsing als taalvormend element (IV)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) A. van Loey, Middelnederlandse spraakkunst. Deel I. Vormleer (1948)
A. van Loey, ‘Over de verhouding van Mnl. or: ar of er vóór consonant’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) zuster Maria Jozefa, ‘Betekenis als factor bij produktiviteitsverandering (Iets over de deverbale categorieën op -lijk en -baar) J. Van Marle’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) J. van Marle, ‘Over de dynamiek van morfologische categorieën J. van Marle’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) J. van Marle, ‘Woordvorming, louter een kwestie van optellen? J. van Marle’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) J. van Marle, ‘Accentuering als evidentie voor Affix-Substitutie (Enkele opmerkingen n.a.v. de accentuering van formaties op - (e)ling) J. van Marle’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) J. van Marle, ‘Nogmaals overkarakterisering J. van Marle’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) J. van Marle, ‘Een mythe over het -s meervoud J. van Marle’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) J. van Marle, ‘De eur/euse/trice-trits J. van Marle’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990) Ann Marynissen, Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen (1998)
Ann Marynissen, ‘Ann Marynissen Van -(t)ke naar -(t)je De oorsprong en verspreiding van het Nederlandse diminutiefsuffix -(t)je’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) G. van der Meer, ‘Friese afleidingen op -heid en -ens (Een geval van morfologische rivaliteit?) Geart Van Der Meer’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Pieter de Meijer, ‘Propp, paradigma en nationale receptie Pieter de Meijer’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) Clara Meijer-Wichmann, ‘Corpustaalkunde Jan Aarts, Willem Meijs’ In: Spektator. Jaargang 18 (1988-1989) V. Mennen, De persoonsnaamgeving in het Lommels dialect (1994)
Reinier van der Meulen Rz., ‘Rob, rop. ’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. tentenel - tinterneel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) W.J. Meys, ‘Booij over Nederlandse morfologie Willem J. Meijs’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980) W.J. Meys, ‘Synthetische composita: voer voor morfologen Willem J. Meijs’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) L.C. Michels, ‘Zo met geëlideerde klinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) L.C. Michels, 'Woordwording van affixen' (1957)
Jozef van Mierlo, ‘Tegen regel 8 en 5 van het voorstel-Marchant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Kleinigheden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) Quirinus Ignatius Maria Mok, ‘Produktiviteit en analogie Q.I.M. Mok’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) J.W. Muller, ‘De Taalvormen van Reinaert I en II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J.W. Muller, ‘Ham en boterham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J.W. Muller, ‘Brandemoris en eene plaats uit Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Katerbrande (quaterbrande).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Brandenetje, brandemoris enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘Je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.W. Muller, ‘Een paar kantteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J. Naarding, ‘Woorden met sj- en tj-’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) G.A. Nauta, ‘Iets over eigennamen die appellatieven geworden zijn.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) G.A. Nauta, ‘Iets over eigennamen die appellatieven geworden zijn.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Anneke Neijt, ‘Automatisch vertalen in Nederland Anneke Neijt’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Jan Noordegraaf, ‘Honderd jaar ‘exocentrisch’? Uit de geschiedenis van een term J. Noordegraaf’ In: Voortgang. Jaargang 8 (1987) Jillis Noozeman, ‘Bijlage Taalkundige beschrijving van de Beroyde Student en de Bedrooge Dronkkaart’ In: Beroyde student en Bedrooge dronkkaart, of Dronkke-mans hel (2004) G.S. Overdiep, ‘Over het Nederlandsche Participium Praesentis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) G.S. Overdiep, ‘Vorm, beteekenis en functie van woorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) G.S. Overdiep, ‘De tweede-persoonsvorm’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘Over den ‘tik’ om de ooren’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘Zinsvormen en woordvormen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘De vorm van den imperatief’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘De middelnederlandsche imperatief’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘Bijzondere partikels in het Katwijksch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Louis D. Petit, ‘4. Glossen, Woorden, Woordverklaring en Tekstcritiek.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 1 (1888) Louis D. Petit, ‘4. Glossen, Woorden, Woordverklaring en Tekstcritiek.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 2. De literatuur bevattende verschenen van 1888-1910 (1910) Marlies Philippa, ‘Marlies Philippa De meervoudsvorming op -s in het Nederlands vóór 1300’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) W. Pijnenburg, ‘W.J.J. Pijnenburg De Mnl. ghe-loze participia’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) Kris van de Poel en Lieve van de Walle, ‘Nederlandse partikels en andere kleine woorden in het kader van beleefdheidsstrategieën K. Van de Poel en L. Van de Walle (Antwerpen)’ In: Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995) Anton Reichling, ‘Het handelingskarakter van het woord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Anton Reichling, Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik (1967)
Johan Renders, ‘Opmerkingen omtrent Noord-Brabantsche verkleinwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk III Woordleer’, ‘Het woord’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967) K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving (1979)
Gerlach Royen, ‘Defleksie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) Gerlach Royen, ‘De kerfstok van de term ‘geslacht’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) Gerlach Royen, ‘Vorm en funktie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) Gerlach Royen, ‘Haar-kultuur.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) Gerlach Royen, ‘Emphasis zonder -n.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Gerlach Royen, ‘De ongelukkige trits.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Gerlach Royen, ‘Dergelijke en konsorten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Gerlach Royen, ‘Verstening en verwering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands (1941)
H. Ryckeboer, ‘De enquête Willems in Frans-Vlaanderen’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997) H. Ryckeboer, ‘Dialectologische aspecten’, ‘Zoe, pers. vnw. 3e pers. vrouwel. enk., een uitstervend relikt’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997) H. Ryckeboer, ‘Het preteritumsuffix bij zwakke werkwoorden in Frans-Vlaanderen door H. Ryckeboer’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.J. Salverda de Grave, ‘De meervoudsvorm op -s in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Dominiek Sandra, ‘Problemen met morfemen: voor- en nadelen van de representatie van interne woordstructuur in het mentaal lexicon Dominiek Sandra’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) Ariane van Santen en J.W. de Vries, ‘Vrouwelijke persoonsnamen op -ster Ariane van Santen en J.W. de Vries’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) Ariane van Santen, ‘Semantische factoren bij de vorming van denominale persoonsnamen op -er Ariane van Santen’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) A. Sassen, ‘Morfologische produktiviteit in het licht van nietadditieve woordafleiding A. Sassen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) A. Sassen, ‘Paradigmatische morfologie Bespreking van: J. van Marle. On the paradigmatic dimension of morphological creativity. Publications in language sciences (no. 18), Foris Publications, Dordrecht etc. 1985. XI + 328 pp, ƒ 42, -. A. Sassen’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) A. Sassen, ‘Transitiviteit als grammaticale eigenschap A. Sassen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) A.M. Schaerlaekens, ‘4 De differentiatiefase (twee en een half - vijf jaar)’ In: De taalontwikkeling van het kind (1977) J.B. Schepers, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) M. Schönfeld, ‘Het taalkundig geslacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) M. Schönfeld, ‘De Nederlandse plaatsnamen op -ik’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands (1921)
M. Schönfeld, ‘Iets over het woordaksent.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) M. Schönfeld, 'Een Oudnederlandsche zin uit de elfde eeuw (met reproduktie)' (1933)
Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Jos. Schrijnen, ‘Het gaat om de taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) H. Schultink, 'Produktiviteit als morfologisch fenomeen' (1961)
H. Schultink, ‘Produktiviteit als morfologisch fenomeen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1961 (1961) H. Schultink, ‘De bouw van nieuwvormingen met her-’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) H. Schultink, ‘Plaats en aard van morfologische regels in een transformationeel-generatief taalmodel H. Schultink’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1974 (1974) H. Schultink, ‘Produktiviteit als morfologisch begrip in het werk van E.M. Uhlenbeck H. Schultink’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) H. Schultink, ‘Epiloog: Morfologie in millennia H. Schultink’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) H. Schultink, ‘Produktiviteit, competence en performance Naar aanleiding van het proefschrift van Ariane van Santen H. Schultink’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) H. Schultink, ‘H. Schultink De studie van de Nederlandse morfologie vanuit wetenschapshistorisch oogpunt’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993) H. Schultink, ‘Een eeuw Nederlandse morfologie De ontwikkelingsgang van een discipline H. Schultink’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) H. Schultink, ‘H. Schultink Lambert ten Kate en hedendaagse, Nederlandse morfologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 110 (1994) H. Schultink, ‘Twee Nederlandse introducties in de morfologie H. Schultink’ In: Spektator. Jaargang 24 (1995) Pieter A.M. Seuren, ‘Het probleem van de woorddefinitie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966) B. Siertsema, ‘De produktiviteit van prefiksen in 't Yorùbá Berthe Siertsema’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) Ph.J. Simons, ‘Langs en op de rand van de zelfstandigheid. (De woorden zo c.s. en 't).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Ph.J. Simons, ‘Over de inhoud van het zogenaamde bezittelik voornaamwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Ph.J. Simons, ‘De voornaamwoordelike aanduiding van de abstrakta.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Ph.J. Simons, ‘De voornaamwoordelike aanduiding van de abstrakta. (Vervolg van blz. 211).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Ph.J. Simons, ‘Perspektief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Ph.J. Simons, ‘Rondom de kern van ons taalgeslacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) Ph.J. Simons, ‘Woordgeslacht als eenheidsgraad.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Ph.J. Simons, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Ph.J. Simons, ‘Woordgeslacht als eenheidsgraad. (Vervolg van blz. 129).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Ph.J. Simons, ‘Lege voornaamwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood. (Slot).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood. (Vervolg van blz. 154).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Norval S.H. Smith, '-Aar' (1976)
Norval S.H. Smith, ‘Over complexe werkwoorden Norval Smith’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1982 (1982) Jacob Samuel Speyer, ‘Eenige opmerkingen omtrent de Nederlandsche substantiva gevormd met het suffix -ling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Xavier Staelens, Van taal naar toal en van toal naar taal (1987)
W.H. Staverman, ‘Over rauwkost en sneltreinen, groothandelaren en kleinkinderen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A. Stevens, Pronominale isomorfen in Belgisch-Limburg. I (1985)
Garmt Stuiveling, ‘Bloeibaarheid.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) C.F.P. Stutterheim, ‘Dienstbare productiviteit C.F.P. Stutterheim’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) H.A.J. van Swaaij, 'De perfectiva simplicia in het Nederlandsch' (1909)
H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) J. Taeldeman, 'Inflectional Aspects of Adjectives in the Dialects of Dutch-speaking Belgium' (1980)
Jan Gerrit Talen, ‘Over vorm en indeeling der werkwoorden. Wat toegepaste methodologie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Jan Gerrit Talen, ‘Het bijvoeglik naamwoord. (Vervolg van blz. 116.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Jan Gerrit Talen, ‘Het bijvoeglik naamwoord.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleer van 't beschaafde Nederlands. I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Jan Gerrit Talen, ‘De comparatie. (Vervolg van blz. 42.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) Jan Gerrit Talen, ‘De comparatie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleer van 't beschaafde Nederlands. III’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleer van 't beschaafde Nederlands. IV. De comparatie. (Trappen van vergelijking.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) Jan Gerrit Talen, ‘Geslacht in taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Hulpwerkwoorden in modern Frans’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1968 (1968) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Weerzien met Propp Een poging tot herziening van zijn functiebegrip Marianne Roest-Young’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Morfologische productiviteit en woordontlening Wiecher Zwanenburg’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Over de Nederlandse imperativus H. Proeme’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1984 (1984) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘De syllabe en het morfeem tijdens taalverwerving M.P.R. van den Broecke en A.M. Westers-van Oord’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Wat is een drieduimer? De relatie tussen samenstellende afleidingen op -er of -s en hun corresponderende drieledige samenstellingen. Marjolein van Dort-Slijper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nog meer oude hyperkorrekte vormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een stukje morfologiegeschiedenis in een generatief kader’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De samenstelling als korte taalvorm in de krant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Werkwoorden op -tsen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De geslachtsvormen van het adjectief in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 7]’, ‘De vormen en de verbuiging der pronomina in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Primitieve vormen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De vormen en de verbuiging der pronomina in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Het zelfstandig gebruikte adjectief en het geslacht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De verbuiging van het vragend voornaamwoord en de persoonsnamen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Conjunctiereductie of nevenschikking in gelede woorden Wim de Haas’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘De notie ‘Stress Minimalizatie’ en Klemtoonaantrekking Wim de Haas’ In: Spektator. Jaargang 20 (1991) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Iets over den superlatief. (Naar aanleiding van eene examenvraag.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Taalvorming.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Een Deventersch hoogleeraar en een Deventer koek.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘EEN DEVENTERSCH HOOGLEERAAR EN EEN DEVENTER KOEK.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Het prefix in het verleden deelwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941) F. de Tollenaere, ‘Verandzaden Een woord uit de oude landbouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) F. de Tollenaere, ‘Nogmaals Verandzaden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Van hantreiken en verhandigen tot overhandigen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980) M.C. van den Toorn, 'De herkomst van het enklitisch pronomen ie, resp. die/tie' (1959)
M.C. van den Toorn, ‘6. Theoretische achtergronden’ In: Nederlandse grammatica (1973) M.C. van den Toorn, ‘5. Woordleer’ In: Nederlandse grammatica (1973) M.C. van den Toorn, ‘M.C. van den Toorn Het onderzoek van samenstellingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) M.C. van den Toorn, ‘Van godevolen tot computergestuurd M.C. van den Toorn’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) M.C. van den Toorn, ‘Morfologisch niemandsland: commerciële naamgeving M.C. van den Toorn’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Mieke Trommelen, ‘Er zijn minder vrouwen dan feministes Mieke Trommelen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, ‘Klemtoonaantrekking bestaat niet Mieke Trommelen & Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 19 (1990) E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
E.M. Uhlenbeck, ‘Functioneel-Structurele Morfologie versus Generatieve Morfologie E.M. Uhlenbeck’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) M. Uhlenbeck-Winkel, ‘De asymmetrie tussen het fonische en het semantische taalaspect en haar gevolgen voor de morfologische descriptie M. Uhlenbeck-Winkel’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) J. Veering, ‘Het juiste woord’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959) J. Veering, ‘De wijfjesolifant en de mannetjesmuis’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959) J. Verdam, ‘Absolute naamvallen in 't MNL en NDL.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Over werkwoorden op -ken en -iken (-eken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘De versterkende beteekenis van on.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, 'Over het voorvoegsel ont' (1901)
A.A. Verdenius, ‘Over de inclinatie in het Middelnederlandsch. (Naar aanleiding van Oostmiddelnederlandsche vormen als gaedet, regendet enz.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) A.A. Verdenius, 'Over de inclinatie in het Middelnederlandsch' (1924)
A.A. Verdenius, ‘De vorm kyn(t)s bij Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) A.A. Verdenius, ‘Het 17de-eeuwse versterkingswoord ong(e)naartich.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) A.A. Verdenius, ‘Over mogelike spelvormen onzer j-pronomina in Middelnederlandse en 17de-eeuwse taal. (Een bijdrage tot de geschiedenis onzer aanspreekvormen).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) A.A. Verdenius, ‘Iets uit de geschiedenis van de bilabiale W in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) A.A. Verdenius, ‘Over het onbepaalde voornaamwoord (de, het) een of ander’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) A.A. Verdenius, ‘Over een - ene, zijn - zijne (enz.).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) A.A. Verdenius, ‘Eensloefs - eensloechs. (Overgang fs > chs).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) A.A. Verdenius, ‘Adverbia van graad op -e.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, ‘Een relatief dij in het Fries’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) A.A. Verdenius, ‘‘Congruerende voegwoorden’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941) A.A. Verdenius, ‘Het prefix in het verleden deelwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) Eelco Verwijs, ‘Het geslacht van Bode, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Eelco Verwijs, ‘Een paar Middelnederlandsche misgeboorten, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Roel Vismans, ‘Beleefdheid, Nederlandse modale partikels en het ‘partikelloze’ Engels Roel Vismans (Hull)’ In: Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995) J. van Vloten, ‘Onvertaalbaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J. van Vloten, ‘Je of jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J. van Vloten, ‘Nog iets over 't woord lichaam en zijn spelling, over de Grieksche ph en de Nederlandsche f.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) C.G.N. de Vooys, ‘Bestaan er grondslagen voor een nieuwe regeling van het taalkundig-mannelik en vrouwelik geslacht?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) C.G.N. de Vooys, ‘Een nieuwe regeling van het grammaties woordgeslacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) C.G.N. de Vooys, ‘Woordverkorting.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) C.G.N. de Vooys, ‘Een datief als onderwerp van het passivum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) C.G.N. de Vooys, ‘Een zeventiende-eeuwse bewijsplaats voor uwé's.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘III. Woordleer. A. De woordsoorten.’, ‘I. Interjekties.’ In: Nederlandse spraakkunst (1947) W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) W.L. de Vreese, ‘Ledikant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) S. de Vriendt, ‘De meervoudsuitgang [ǝs] S. de Vriendt’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) S. de Vriendt, ‘De meervoudsuitgang [ǝs] S. de Vriendt’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Wobbe de Vries, ‘Nuver (-ver < -wer).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen in de Nederlanden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Wobbe de Vries, ‘Nog iets over de noordoostlike verkleinuitgangen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) Wobbe de Vries, ‘Mnl. ei voor ij in ‘Gerrit’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) Wobbe de Vries, ‘Nogmaals de verkleinuitgangen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) Wobbe de Vries, ‘N in de gen. en dat. van Friese eigennamen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen. (Nalezing.)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Wobbe de Vries, ‘Tk > tj in het Noordfries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Wobbe de Vries, ‘Over deminutiva in en nabij Overijsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) S.J. Warren, ‘Kussen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Fred Weerman, ‘Over enkele verschillen tussen Mnl en Ndl Fred Weerman’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) A.A. Weijnen, ‘Morphologisch gekenmerkte phonemen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) Petrus Weiland, Nederduitsche spraakkunst (1805)
W. Wessels, ‘Doodzonde.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) W. Wessels, ‘DOODZONDE.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) N. van Wijk, ‘Het meervoud van de Nederlandsche verkleinwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905) N. van Wijk, ‘Zoogenaamde d-epenthesis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) N. van Wijk, ‘De 1. persoon pluralis in het Oudhoogduitsch en andere Westgermaansche dialecten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) N. van Wijk, ‘Moderne studie der taalsystemen en ouderwetse linguistiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) N. van Wijk, ‘‘Morphonologie.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) N. van Wijk, ‘Grammatika en woordvorming.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) N. van Wijk, ‘Parallelisme tussen ‘phonologie’ en ‘grammatika’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) J.F. Willems, ‘Over de woorden: Antwoord, Antwoorden, Antwerden, tegenwoordig zyn, enz.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) J.H.J. Willems, ‘Sjouw en jouw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord koopen.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Iets over het werkwoord houden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over de causatieve werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over de noodzakelijkheid der toepassing van de stelling: een woord staat onmiddellijk alleen in betrekking tot eene voorstelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘De algemeene spelregels, en de spelling der woorden air, hair, heir, meir, doir en oir aan die regels getoetst.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Kuk, kukken, kukkelen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Iets over de adjectieven, die met ge beginnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Over de verkleinwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Scharminkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Over g, gh en de gewaande letter ng.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Iets over de spelling van het woord steigeren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord ligchaam en de onderlinge verhouding der h en ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Brief aan de redactie van het tijdschrift De Gids .’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Grammatische Hoofdstellingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) L.A. te Winkel, ‘Bakboord.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) L.A. te Winkel, ‘Je of jen?’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) L.A. te Winkel, ‘Over de onderlinge verhouding der verbogene en der onverbogene vormen van dezelfde woorden in de woordvorming en de spelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) L.A. te Winkel, ‘De dialecten en de vocaalspelling.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘De afleiding en spelling van omtrent.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Over het bijna vergeten voorvoegsel a-.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Over de achtervoegsels -aard, -erd, -aar, -er.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘OVER DE ACHTERVOEGSELS -AARD, -ERD, -AAR, -ER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Bastaardwoorden met ver samengesteld door J. te Winkel.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. te Winkel, ‘Hoofdstuk X. De woordvorming in het Nederlandsch.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche taal (1901) Wim Zonneveld, ‘The descriptive power of the Dutch theme-vowel Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) R.M. van Zonneveld, ‘Een autosegmentele theorie van het Nederlandse woordaccent Jack Hoeksema & Ron van Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) Wim Zonneveld, ‘De morfologie van de mens: het hoofd Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) F. Zwarts, '-AAR, -ARIJ, -SEL en -TE +' (1975)
NormenJ. Mathijs Acket, ‘Proeve van een les in de beeldspraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) J. Mathijs Acket, ‘Spelling en stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) B.P.F. Al, ‘Norm, afwijking en interpretatie B.P.F. Al’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) Th.H. d' Angremond, ‘Partij als onbepaald telwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) R.K.J.E. Antonissen, ‘Vierde werkvergadering gehouden op vrijdag 11 september 1964 te 9.30 uur’, ‘Beschouwingen over de spellingsystemen van het Nederlands en het Afrikaans door Prof. Dr. R.K.J.E. Antonissen (Grahamstad)’ In: Colloquium Neerlandicum 2 (1964) (1966) René Appel, Anneke C.G. Fleurkens, V.J.J.P. van Heuven, Gideon Lodders, Jan Noordegraaf en J.J M. Westenbroek, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) E.M.H. Assink, ‘De rol van grammaticale operaties bij het nemen van orthografische beslissingen E.M.H. Assink’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) J. van der Baan, ‘Vrij = zeer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) Constantinus Bake, ‘Bedrijvende en lijdende vorm.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) Jan van Bakel, R. Breugelmans, G. Kazemier, Henk A.C. Lambermont, F. Lulofs, A. Sassen, M.H. Schenkeveld, Bert van Selm, M.C. van den Toorn en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, De grammatische functie (1963)
Hans Bennis, ‘Appositie en de interne struktuur van de NP Hans Bennis’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979) Hans Bennis, ‘Hoe spel je wetenschap? Hans Bennis’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) B. van den Berg, D.C. Tinbergen en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) E.P. van den Berghe, ‘Een boek over onze Hedendaagsche schrijftaal.’ In: Het Belfort. Jaargang 14 (1899) E.P. van den Berghe, ‘Een boek over onze hedendaagsche schrijftaal.’ In: Het Belfort. Jaargang 14 (1899) Hans den Besten en H.C. van Riemsdijk, ‘Hans den Besten, Henk van Riemsdijk, Catherine Snow. Ambiguous sentences: perceptual strategies?’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) Renée van Bezooijen en Marinel Gerritsen, ‘De uitspraak van uitheemse woorden in het Standaard-Nederlands: een verkennende studie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) Igor van de Bilt, ‘Adriaan Kluit (1735-1807) en de spelling van het Nederlands Igor van de Bilt’ In: Voortgang. Jaargang 19 (2000) Igor van de Bilt, ‘Adriaan Kluit (1735-1807) en het genus: over analogie en usus Igor van de Bilt’ In: Voortgang. Jaargang 20 (2001) Edgard Blancquaert, ‘Voor een fonetiese beschrijving van het modern Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) Jan Blokker, ‘Vraaggesprek’ In: Ben ik eigenlijk wel links genoeg? (1974) Jan Blokker, ‘Spellen’ In: Ben ik eigenlijk wel links genoeg? (1974) Alied Blom, ‘Enkele opmerkingen over te en om Alied Blom’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) Ph. Blommaert, 'Aenmerkingen over de verwaerloozing der Nederduitsche tael' (1832)
H.B.A. Bockwinkel, ‘Over de faktor cliché-werking bij het gebruik van het voornaamwoord het.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) Adrianus Bogaers, ‘Bestemmen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) Adrianus Bogaers, ‘Bedenkingen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) Adrianus Bogaers, ‘Kindsheid of kindschheid?’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Adrianus Bogaers, ‘KINDSHEID OF KINDSCHHEID?’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) A.P. de Bont, ‘Buiten, tegen, voorbij: drie gelijkbetekenende voorzetsels.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) A.P. de Bont, ‘Nog eens: (van) heinde (en ver)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y (1998)
Geert Evert Booij, P.J.A. Franssen, Emmy Gransjean-Muda, W. Hendrikx, Paul de Herder, Maaike Hogenhout-Mulder, J. Kwant, Ad Leerintveld, A.G. Melle, Jan Noordegraaf, Nico Oudejans, Dick Jan Sanders, M.A. Schenkeveld-van der Dussen, P.J. Verkruijsse, Yves G. Vermeulen en Gerard de Vriend, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Geert Evert Booij, P.J.A. Franssen, Atte Jongstra, Thomas Mattheij, Henk Pröpper, P.J. Verkruijsse en Anne de Vries, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) Jan-Hendrik Bormans, ‘Verslag van den heer professor Bormans, secretaris-rapporteur der commissie. Uittreksel wegens de tiende verhandeling, ingezonden door den heer P.V.D. Tweede hoofdstuk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) J.H. van den Bosch en R.A. Kollewijn, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch, ‘Taal en spelling. (Lezing, gehouden te Gouda op Dinsdag 25 April.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) J.H. van den Bosch, ‘Taal en spelling. (Lezing, gehouden te Gouda op Dinsdag 14 Maart.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) J.H. van den Bosch, ‘Over interpunksie; grondtrekken voor het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen. (Vervolg van blz. 75).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen. (Vervolg van blz. 38).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) J.H. van den Bosch, ‘‘Hij’ en ‘ie’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid en taaluniformisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) K.J. Bostoen, Kaars en bril: de oudste Nederlandse grammatica (1985)
Menno ter Braak, ‘Buigings-n en ‘cultuurbezit’’ In: Verzameld werk. Deel 4 (1951) Hugo Brandt Corstius, ‘Hugo Brandt Corstius Formele invoering van klinkers’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) Hugo Brandt Corstius, Opperlandse taal- & letterkunde (1981)
Cor van Bree, ‘Nieuwe voorbeelden voor Stutterheim’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1971 (1971) Cor van Bree, Historische grammatica van het Nederlands (1987)
Willem Gerard Brill, ‘Over den tongval der Nieuw-Nederlandsche Klassische Schrijvers.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Over het onderscheid tusschen de woordorde van den oordeelenden en die van den wenschenden zin, alsmede over de kracht van zekere oratorische wendingen in de orde der woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Luc Van Den Broeck, ‘[Nummer 5]’, ‘Herfstconferentie 23-24 oktober 1976 - De Sirkel - Drongen Verslag stroom 1: Creativiteit’ In: VON-Informatie. Jaargang 6 (1976) Jan Broeckaert, ‘Rede gehouden door den Heer Jan Broeckaert, bestuurder der academie. De Spellingsoorlog.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1906 (1906) Gerard Brom, ‘Aanspeeekvormen in het midden van de negentiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Gerard Brom, ‘Liggen en leggen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) M.N. Brouwer, Amaat Honoraat Joos, J.W. Muller, J.B. Schepers, Gustaaf Segers, R.D. Simons, H. Temmerman, Hugo Verriest, Gustaaf Verriest sr. en Fr. Versmissen, ‘De Voertaal van het Onderwijs door Gustaaf Segers.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1908 (1908) C.C. de Bruin, G.A. van Es, C. Kruyskamp en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Uit de spraakleer. C. Over spelling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Over spreek- en schrijftaal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Onze spreektaal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Handboek van vreemde woorden, uitdrukkingen enz. Door L.M. Baale en Mr. Dr. C.H. Baale.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905) August Victor Bultijnck, ‘Het Nederlandsch in de Gentsche dagbladpers.’ In: Het Belfort. Jaargang 14 (1899) August Victor Bultijnck, ‘Het Nederlandsch in de Gentsche dagbladpers.’ In: Het Belfort. Jaargang 14 (1899) Karel de Busschere, ‘Taal en spelling Guido Gezelle en de taal (I) door K. De Busschere’ In: Gezellekroniek. Jaargang 3 (1965) José Cajot, ‘Een leesbare dialectspelling door J. Cajot’, ‘1. Een lesje fonetiek’, ‘2. Vocaalsysteem en spelling van het Nederlands’, ‘3. Een dialectspelling’, ‘Bibliografie’ In: Hoe maak ik een dialectwoordenboek? (1995) Piet Calis, ‘[Toekomstige wijziging van onze spelling]’ In: De Gids. Jaargang 152 (1989) Charivarius, Is dat goed Nederlands? (1940)
Isaäc da Costa, ‘Bilderdijk over ‘taal en klank’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Jan Craeynest, ‘Nog een woord over Zich.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886) N.A. Cramer, ‘Een wijze van woordvorming.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) Jo Daan, ‘‘A Dutch puzzle’ Pronomina van de tweede persoon door mw. dr. Jo Daan (vh. Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 6 (1976) (1978) Fr. Daems, ‘Nog meer over stroom 1: Creativiteit’ In: VON-Informatie. Jaargang 6 (1976) J.H. van Dale, ‘Taalsnippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.H. van Dale, ‘Aardsch- of aardsgezind?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.H. van Dale, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J.H. van Dale, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.H. van Dale, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
C.F.A. van Dam, C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) Jan Daman, ‘De naamvals-N bij een Zuidnederlands schrijver.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) B.C. Damsteegt, ‘De onontkoombaarheid van het kompromis door Dr. B.C. Damsteegt Rijksuniversiteit Leiden’ In: Colloquium Neerlandicum 5 (1973) (1976) Jean Baptiste David, ‘Over de regelmatigheyd in de spelling by de oude Nederduytsche schryvers.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) Jean Baptiste David, ‘Over de Bilderdyksche afwykingen van het gewoon schryfgebruyk in Holland.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) Jean Baptiste David, ‘Over de regelmatigheid in de spelling, by de oude Nederduitsche schryvers.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) August Defresne, ‘Iets over de zoogenaamde tusschenwerpsels Door A. Defresne’ In: De Beweging. Jaargang 12 (1916) T.D. Detmers, ‘Waarom nog niet algemeen aangenomen?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) G.R.W. Dibbets, Vondels zoon en Vondels taal. Joannes Vollenhove en het Nederlands (1991)
J.A. van Dijk, ‘Te allen tijde.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘De uitdrukking als het ware.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Het achtervoegsel aard .’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Onder anderen of onder andere?’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Over het woord gansch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.A. van Dijk, ‘Zamen of samen?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 3 (1861)
J.A. van Dijk, ‘Iets over de verbuiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J.A. van Dijk, ‘De verbuiging van enkele telwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, ‘Bericht aan den lezer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, ‘De spelling van het Nederlandsch woordenboek.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, ‘Over de constructie van bijzinnen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, ‘Beantwoording van eenige vragen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) J.A. van Dijk, ‘Wijste of wijsste?’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J.A. van Dijk, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J.A. van Dijk, ‘De vier eerste.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J.A. van Dijk, ‘De spelling en het lager onderwijs.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J.A. van Dijk, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J.A. van Dijk, ‘BOEKAANKONDIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Tieme van Dijk, G. Geerts, Ton Harmsen en L. Strengholt, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983) B.P.M. Dongelmans, L.F. van Driel, P.J.A. Franssen, Dirk van Ginkel, Ton Harmsen, Frans A. Janssen, J.G. Kooij, W. Pijnenburg, Herman Pleij, Annejoke Smids, Marijke Spies, Jan Stroop, Kees Thomassen en Dick Welsink, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) L.F. van Driel, ‘Nederlandse taalkunde in de negentiende eeuw - een overzicht L. van Driel’ In: Voortgang. Jaargang 25 (2007) F.C. Driessen, ‘Imperativus voor praeteritum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) Prudens van Duyse, ‘Tweede hoofdstuk. Taal en Prosodie.’ In: De rederijkkamers in Nederland. Deel 1 (1900) Els Elffers, ‘Strukturalistische en generatieve taalkunde Els Elffers’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978) Els Elffers, ‘Traditionele en moderne grammatica een historisch-methodologische beschouwing Els Elffers, Sies De Haan’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980) G.G. Ellerbroek, ‘Modern purisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) H.J.E. Endepols, ‘Het pronomen Doe te Maastricht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) G. Engels, ‘De aanspreekvormen in het midden van de negentiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Geertruida Fortuyn-van de Spelt, ‘Geertruida Fortuyn - van de Spelt Goud is Goud en Gaut is Doeblee’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972) Johannes Franck, ‘Beiträge zur Niederländischen Grammatik.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) G. Geerts, ‘Op z'n plaats’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) G. Geerts, ‘De verspreiding van het algemeen Nederlands in West-Vlaanderen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) G. Geerts, ‘Brabant als centrum van de standaardtaalontwikkeling in Vlaanderen door prof. dr. G. Geerts’ In: Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983) W. de Geest, ‘Grammatica als erfdeel Prof. dr. Wim de Geest’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 27 (1984) W.P. Gerritsen, ‘Het pronomen Jeij in het Liedboekje van Marigen Remen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) Marinel Gerritsen, ‘Snelkookpanne... De druk van het dialect op de uitspraak van ontleningen uit het Standaard Nederlands Marinel Gerritsen en Nelleke Brussaard’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1989 (1989) Karel de Gheldere, ‘Dient Het Nederlandsch noodeloos met bastaardwoorden doorspekt te zijn om als wetenschappelijke taal te kunnen doorgaan? door Jhr. Dr. K. de Gheldere.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1908 (1908) Jac. van Ginneken, ‘Het gesprek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) Jac. van Ginneken, ‘Ellipsomanie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Jac. van Ginneken, ‘Een proeve van nederlandsche spraakkunst. De tijden van het werkwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) Jac. van Ginneken, ‘De kataloog van een taalmuseum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) Jac. van Ginneken, ‘De nieuwe Nederlandsche spraakkunst en het buitenland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel II. De sociologische structuur onzer taal II (1914)
Jac. van Ginneken, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken en G.S. Overdiep, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 6 en 7]’, ‘De voornaamwoordelijke aanwijzing en het geslacht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
J. Goossens, ‘Vlaamse purismen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975) W. Govaart en M.H. van de Ven, ‘Nogmaals: ‘de’ vóór eigennamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) Johanna Greidanus, Beginselen en ontwikkeling van de interpunctie, in 't biezonder in de Nederlanden (1926)
P.H. Greiner, ‘Heeft de onderscheiding van eigenlik en oneigenlik bij de samenstellingen recht van bestaan?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) Dirk de Groot, ‘De vier eerste.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J.P. Guépin, De beschaving (1983)
D. Haagman, ‘Mignon.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) G.J. de Haan, ‘Ger J. de Haan Twee interpretaties van het cyclies principe’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) Jacob Haantjes en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) C.B. van Haeringen, ‘Friese elementen in het Hollands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) C.B. van Haeringen, ‘Zang- en spraakles.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) C.B. van Haeringen, ‘Het grammaticaal systeem van Jespersen. Otto Jespersen, The Philosophy of Grammar. Londen en New-York, 1924.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) C.B. van Haeringen, ‘‘Spelling Pronunciations’ in het Nederlands. (Vervolg van blz. 108).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.B. van Haeringen, ‘‘Spelling pronunciations’ in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.B. van Haeringen, ‘Chapter Eight Modern Netherlandic (since 1880)’ In: Netherlandic language research (1954) C.B. van Haeringen, ‘Onze ‘uitspraak’ van het Middelnederlands. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) C.B. van Haeringen, ‘Franciscaner, Benedictijner, Karmelieter.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) C.B. van Haeringen, ‘Studeerkamer en laboratorium.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) C.B. van Haeringen, ‘Onbehouden’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) C.B. van Haeringen, ‘Houwen ‘gemeenzaam’, houden (hyper)correct’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) Walter Haeseryn, ‘Nieuwe media’, ‘De elektronische ANS: mogelijkheden en beperkingen Walter Haeseryn’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) Reinhilde Haest, ‘Betekenis van de comparatief’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) J.A. vor der Hake, ‘Is de beleefdheidsvorm U 'n verbastering van UEd.?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) J.A. vor der Hake, ‘Kwasi-eenvoud in taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) Anton Gerard van Hamel, ‘Fransche spraakkunst.’ In: De Gids. Jaargang 65 (1901) Anton Gerard van Hamel, ‘Fransche spraakkunst.’ In: De Gids. Jaargang 65 (1901) K.H. Heeroma, ‘De beleefdheidsvorm u omstreeks 1800.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) K.H. Heeroma, ‘Elkaar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) K.H. Heeroma, ‘De telwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) Jacobus Heinsius, ‘Zwemmen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de Nedl. scherpkorte en zachtkorte o.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) H.M. Hermkens, Verzorgd Nederlands (1966)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905) D.C. Hesseling, ‘De woorden op loos.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) D.C. Hesseling, ‘Purisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) D.C. Hesseling, ‘Een eigenaardige vorm van liefkozing.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) D.C. Hesseling, ‘Nog eens die als lidwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) D.C. Hesseling, ‘Uit den treure.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) Pontus de Heuiter, Nederduitse orthographie (1581)
Christiaan van Heule, De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)
Christiaan van Heule, ‘.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633) V.J.J.P. van Heuven, Els van Houten en J.W. de Vries, ‘De perceptie van Nederlandse klinkers door Turken V.J. van Heuven, J.E. van Houten, J.W. de Vries’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Willy van Hoecke, ‘De wisselwerking tussen Romaans en Germaans in Noord-Frankrijk 2. De Franse standaardtaal Willy Van Hoecke’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1979 (1979) Th. van den Hoek, ‘Th. van den Hoek Ge-afleidingen en Chomsky's lexicalistische hypothese.’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) Teun Hoekstra en Harry van der Hulst, ‘Struktuur-paradoxen bestaan niet Teun Hoekstra, Harry Van Der Hulst, Frans Van Der Putten’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Maaike Hogenhout-Mulder, Cursus Middelnederlands (1983)
Wim Honselaar, ‘Gesplitste en niet-gesplitste voornaamwoordelijke bijwoorden Wim Honselaar’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) J.M. van der Horst, ‘Splitsen of niet-splitsen van voornaamwoordelijke bijwoorden J.M. van der Horst’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
J.M. van der Horst, ‘De toekomst van ...’, ‘Over de toekomst van het lezen Joop van der Horst (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 14 (2000) (2001) J.L. Horsten, ‘Aantekeningen bij Pluim's Nederlandse Spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels (1971)
Harry van der Hulst, ‘Overzichtsartikel: natuurlijke generatieve fonologie. Harry Van Der Hulst’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978) W.M.H. Hummelen, C. Kruyskamp, P.J. Meertens, F. de Tollenaere, Marie Veldhuyzen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) A. Jacob-Bekaert, ‘Levende ‘zeispreuken’ in Nederland?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) Jozef Jacobs, ‘Over de germanismen.’ In: Het Belfort. Jaargang 14 (1899) Arie de Jager, ‘Man en maag. - Eerlang. - Hagendeveld.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Nalezing.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Iets over den uitgang ig.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Arie de Jager, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘De beteekenis van roekeloos.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Arie de Jager, ‘Uitweiden of uitwijden?’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) Arie de Jager, ‘Dr. J.H. Halbertsma en de Nederlandsche spelling. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Arie de Jager, ‘Eenige der nieuwste spelveranderingen getoetst door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Th. de Jager, ‘Het ‘Brabantse’ de in Zuid-Holland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) Frank Jansen, ‘Omtrent de om-trend F. Jansen’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) Frank Jansen, ‘Methoden voor normatief stilistisch onderzoek van de standaardtaal F. Jansen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1988 (1988) Elisabeth Jongejan, ‘Van Leeuwenhoek's brieven en de Nederlandse schrijftaal in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886) Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886) Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886) Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886) G. Kalff, ‘Over spelling.’ In: De Gids. Jaargang 56 (1892) Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel (1723)
Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (1723)
Gerard Kempen, ‘De mythe van het woordbeeld Spellingherziening taalpsychologisch doorgelicht Gerard Kempen’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) H. Kern, ‘De infinitieven op jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Over den oorsprong van het achtervoegsel aard.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern en L.A. te Winkel, ‘Iets over noordenwind enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.H. Kern, ‘Is de beleefdheidsvorm U een verbastering van U.E?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) J.H. Kern, ‘Nog iets over de beleefdheidsvorm U.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) Maarten Klein en M.C. van den Toorn, ‘Vooropplaatsing van PP's M. Klein en M.C. Van Den Toorn’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978) G.G. Kloeke, ‘Klankoverdrijving en goedbedoelde (hypercorrecte) taalvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) G.G. Kloeke, ‘Oudhollandsche relicten met ‘U’-uitspraak voor Germ. Û.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) G.G. Kloeke, De Hollandsche expansie in de zestiende en zeventiende eeuw en haar weerspiegeling in de hedendaagsche Nederlandsche dialecten (1927)
G.G. Kloeke, ‘Naschrift op ‘Haagse volkstaal uit de achttiende eeuw’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) G.G. Kloeke, ‘Over jullie en enige andere pronomina.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) G.G. Kloeke, ‘Doubletten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) G.G. Kloeke, ‘Beschaafdentaal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) W.G. Klooster, ‘De taalkundige als neerlandicus W.G. Klooster’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975) A. Kluijver, ‘Over modaliteit.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) Jan Knol, ‘Nederlands voor Duitsers in de achttiende eeuw Nadere gegevens over Matthias Kramer en J.C. Cuno J. Knol’ In: Voortgang. Jaargang 3 (1982) Geert Koefoed en J. van Marle, ‘Herinterpretatie: voorwaarden en effecten J. Van Marle, G.A.T. Koefoed’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) L. Koelmans, Inleiding tot het lezen van zeventiende-eeuws Nederlands (1978)
Dolph Kohnstamm, Ik hoop dat de spelling veranderd-t wordt-t (1972)
A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst (1649)
Anthonie Marius Kollewijn, ‘Brill's Nederlandsche spraakleer en de onderwijzers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Anthonie Marius Kollewijn, ‘Brill's Nederlandsche spraakleer en de onderwijzers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) R.A. Kollewijn, ‘Uit de spelling. Fragmenten van een lezing.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) R.A. Kollewijn, ‘Over taalfouten en noch wat.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) R.A. Kollewijn, ‘Vereenvoudigde spelling. (Naar aanleiding van het artiekel van Dr. Detmers).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) R.A. Kollewijn, ‘Invloed van de Latijnse spraakkunst.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905) R.A. Kollewijn, ‘Een taaldespoot uit de pruiketijd.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) R.A. Kollewijn, ‘De Vereenvoudigde Verdedigd Door Dr. R.A. Kollewijn.’ In: De Beweging. Jaargang 3 (1907) R.A. Kollewijn, ‘Woordgeslachtsmoeilikheden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) J.G. Kooij, ‘J.G. Kooij Presuppositie, Topic, en de plaats van het indirekt objekt’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) J.G. Kooij, ‘Deelwoordenjammer en grammatikaspijt J.G. Kooij’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) K. Kooiman, ‘Ik heb geweest, ik ben geweest.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) K. Kooiman, ‘Zuidhollands ‘hoordiede’, ‘lachtiede’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) Jan Koopmans, ‘‘Zuiver’ schrijven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) Jan Koopmans, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) A. de Korne en T. Rinkel, Cursus zestiende- en zeventiende- eeuws Nederlands (1987)
W. Kramer, ‘Stilistiek III. Herbert Seidler, Allgememe Stilistik Göttingen 1953.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) Enoch Krook, Etsko Kruisinga en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Etsko Kruisinga, ‘De verwaarlozing van de klankleer in de Nederlandse Spraakkunsten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) Etsko Kruisinga, ‘Beschaafdentaal iets onnatuurliks?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) Etsko Kruisinga, ‘Vokaal en konsonant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Etsko Kruisinga, ‘Tamboers der voorhoede?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) Etsko Kruisinga, ‘Heeft het Nederlands een genitief meervoud?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Etsko Kruisinga, ‘X. Spreken en schrijven.’ In: Het Nederlands van nu (1938) C. Kruyskamp, ‘Een onuitgegeven spraakkunst uit de 18de eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) Reind Kuitert, ‘Zesendertig jaar spraakkunstonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Reind Kuitert, ‘Verliest de Nederlandse cultuurtaal streektaalschakering?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) J.E. van der Laan, ‘Abstrakt en konkreet.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) Hendrik Martinus Labberté, ‘Eenige woorden over het gebruik van d'.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Jan Jacob Lambin, ‘Gebruik van vlaemsche woorden in oude fransche bescheeden.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838) M.J. Langeveld, ‘De zogenaamde ‘tussenwerpsels’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) M.J. Langeveld, ‘Abstrakt en konkreet. (Enkele opmerrkingen).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) M.J. Langeveld, ‘Ontwikkeling van en stromingen in het spraakkunst-onderwijs van de moedertaal in Amerika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) S.J. Langeweg en A.M. Slootweg, ‘Klemtoonpatronen in complexe nominale samenstellingen S.J. Langeweg’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) C.P.F. Lecoutere, Julius Obrie en W.L. de Vreese, ‘Lezing van Dr. Jac. Muyldermans: Eenige beschouwingen over de uitspraak onzer taal. - Bespreking. Voordracht door de heeren Prof. Dr. Willem de Vreese, Prof. Mr. Julius Obrie en Prof. Dr. C. Lecoutere, in de Decembervergadering 1908.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1909 (1909) Karel Lodewijk Ledeganck, ‘Beslissing der Koninglyke Commissie wegens de geschilpunten in het schryven der Nederduitsche tael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) Frederike van der Leek, ‘Frederiek van der Leek Opmerkingen over ‘Cause’’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) Conradus Leemans, ‘Het algemeen alphabet.’ In: De Gids. Jaargang 19 (1855) Conradus Leemans, ‘Het algemeen alphabet.’ In: De Gids. Jaargang 19 (1855) Hubert Lemeire, ‘Inleidend hoofdstuk.’, ‘A. Spelling en klank.’ In: De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970) W.W. van Lennep, ‘Eenige vragen betreffende de geslachten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Jacob van Lennep, De vermakelijke spraakkunst (1865)
anoniem Limburgse sermoenen, ‘V. Verbuiging.’ In: Limburgsche sermoenen (1895) H. Logeman, ‘Over etiemologiese spelling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896) H. Logeman, ‘De V en de W in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) J. Mansion, C.G.N. de Vooys en Jan L. Walch, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Hippoliet Meert, ‘Uit de pathologie der taal. Taalphantasmen.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894) Hippoliet Meert, ‘Uit de pathologie der taal. Gallicismen.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894) Hippoliet Meert, ‘Uit de pathologie der taal. Taalphantasmen.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894) Jan Messchert van Vollenhove, ‘Iets over ‘zuiver’ Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) A.C. Meyer, ‘Nederlandsch- of Fransch-Vlaamsch.’ In: Het Belfort. Jaargang 12 (1897) A.C. Meyer, ‘[Deel 2]’, ‘Nederlandsch- of Fransch-Vlaamsch. Een woord vooraf.’ In: Het Belfort. Jaargang 12 (1897) Hubert J. Michaël, ‘Over de zogenaamde letterwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) L.C. Michels, ‘Is bemedelijd een Germanisme?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) H.W.E. Moller, ‘Vondel's spelling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Arnold Moonen, Nederduitsche spraekkunst (1706)
F. Mori-Leemhuis, Philippe Noble, Erich Püschel, B. Rajman, William Z. Shetter, Sulastin Sutrisno en Paul Vincent, ‘Ochtendzitting dinsdag, 31 augustus 1982’, ‘Forumgesprek met discussie over ‘inhoud en vorm van de Neerlandistiek buiten België en Nederland’.’ In: Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983) A.J.M. Mulder, ‘Spelling en kultuur’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) J.W. Muller, ‘De Taalvormen van Reinaert I en II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) J.W. Muller, ‘Fragment eener zestiendeeuwsche Nederlandsche spraakkunst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) J.W. Muller, ‘Bijdragen tot de geschiedenis onzer Nieuwnederlandsche aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) J.W. Muller, ‘Bijdragen tot de geschiedenis onzer Nieuwnederlandsche aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) J.W. Muller, ‘Bijdragen tot de geschiedenis onzer Nieuwnederlandsche aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) J.W. Muller, ‘Nogmaals de beleefdheidsvorm U.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) Jaak Muyldermans, ‘Lezing. Taalverarming, taalverrijking, door J. Muyldermans.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1896 (1896) Jaak Muyldermans, ‘Over spreektaal en schrijftaal.’ In: Het Belfort. Jaargang 13 (1898) J. Naarding, ‘Afwijkende constructies.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) G.A. Nauta, ‘Nog iets over ‘een’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Anneke Neijt, Jeroen Weber en Johan Zuidema, ‘Hiërarchieën op de knieën Johan Zuidema, Anneke Neijt en Jeroen Weber’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) Anneke Neijt en Johan Zuidema, ‘Als kiviet naar de Woordenlijst Anneke Neijt en Johan Zuidema’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) P.M. Nieuwenhuijsen, ‘Taalgebruiksbeschouwing Peter Nieuwenhuijsen’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980) D.B. van Nisius, ‘Uitvergroten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) Jan Noordegraaf, ‘Schotse Verlichting en Nederlandse grammatica: Weiland en Blair J. Noordegraaf’ In: Voortgang. Jaargang 1 (1980) Jan Noordegraaf, ‘Algemene grammatica en logische analyse Nederlandse taalkunde in de jaren vijftig van de negentiende eeuw J. Noordegraaf’ In: Voortgang. Jaargang 3 (1982) Anneke Nunn, ‘Een modulair model voor spelling en fonologie Anneke Nunn’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) Julius Obrie, ‘Lezing. Zuiverheid van Taal, door J. Obrie, werkend lid.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1890 (1890) Julius Obrie, ‘Verslag van den heer J. Obrie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1900 (1900) Margreet Onrust, ‘Tekststructurering, alinea-opbouw en de topic-zin Een onderbelichte relatie in de Nederlandse schrijfwijzers Margreet Onrust’ In: Voortgang. Jaargang 8 (1987) G.S. Overdiep, ‘Een opmerking over het Nederlandsche perfectum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) G.S. Overdiep, ‘[Nummer 1]’, ‘Spelling en verbuiging in ‘Onze Taaltuin’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘Volkstaal en algemeene tall’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G.S. Overdiep, ‘De taal van gansch het volk ....’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) P.C. Paardekooper, ‘U en ue.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids (1978)
P.C. Paardekooper, ‘Ken het soms hier legge? P.C. Paardekooper’ In: Voortgang. Jaargang 10 (1989) J.L. Pauwels, ‘Taalkundige kroniek over spraakkunst door Dr J.L. Pauwels’ In: Dietsche Warande en Belfort. Jaargang 1945 (1945) C.W. van der Pot, ‘Nogmaals: het gebruik van vreemde woorden.’ In: Neerlandia. Jaargang 8 (1904) Frans de Potter, ‘Spelling der aardrijkskundige namen.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886) A. Prayon-van Zuylen, ‘Over taalpolitie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1899 (1899) A. Prayon-van Zuylen, ‘Lezing. Taalzuiveraar's borstwering Afgeweerd en weggeborsteld. Een laatste woord tot Dr. W. de Vreese.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1900 (1900) A. Prayon-van Zuylen, ‘Kollewijn-spelling. Verslag van den heer Prayon-van Zuylen.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1900 (1900) A. Prayon-van Zuylen en W.L. de Vreese, ‘[Overzicht van de meest voorkomende misslagen bij het gebruiken der Nederlandsche taal, aangeboden door den heer A.-M.M.]’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1902 (1902) J. Prinsen J.Lzn, ‘Over ‘Taal en Spelling’ bij Multatuli.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) anoniem Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
Gisela Redeker en José Sanders, ‘Perspectief in narratieve teksten José Sanders en Gisela Redeker’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1993 (1993) Anton Reichling, ‘Enkele notities bij de syntakties-stylistiese methode. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) Anton Reichling, ‘Enkele notities bij de syntakties-stylistiese methode. I.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) W.N. de Rieu, ‘Eene vertaling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) W.N. de Rieu, ‘Eene vertaling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J.B.M. van Rijen, ‘Transformationeel generatieve grammatika's als verklarende theorieën’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975) E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk VI Voornaamwoordelijke aanduiding en spelling’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967) Edward Rombauts, ‘Richard Verstegen over versmaat en taalzuivering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) J.J. de Rooij, ‘Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) door dr. J. de Rooij (Amsterdam) (Samenvatting)’ In: Colloquium Neerlandicum 6 (1976) (1978) J.J. de Rooij, ‘Mogelijke initiatieven tot spellingwijziging Een bijdrage tot de meningsvorming over spellingregeling J. de Rooij’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1985 (1985) J.J. de Rooij, Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
J.J. le Roux, ‘Het lidwoord ‘die’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Gerlach Royen, ‘Nogmaals de nominale klassifikatie in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Gerlach Royen, ‘Haar-kultuur.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) Gerlach Royen, ‘Vervanging en aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) Gerlach Royen, ‘Aanwas van hij C.S.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) Gerlach Royen, ‘Kongruentie en bijgedachte.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) Gerlach Royen, ‘Seksualizering en seksualitis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) Gerlach Royen, ‘Spraakkunstige sprongen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) Gerlach Royen, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) Gerlach Royen, ‘Verbale grilligheid.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) Gerlach Royen, ‘Taaie onregelmatigheid.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands (1941)
Gerlach Royen, ‘De waarnemend sekretaris.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) Gerlach Royen, ‘Het gestolte(n) vet.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) Gerlach Royen, ‘Eldorado: dorado.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) Gerlach Royen, ‘Aanschouwelijkheidsdrang bij voorzetsels.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Gerlach Royen, ‘De komma-bacil.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) Gerlach Royen, ‘Ter nader onderzoek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) Gerlach Royen, ‘Kruisinga als troef.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) Gerlach Royen, ‘Typistes en typisten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) Els Ruijsendaal, Letterkonst (1991)
Maurits Sabbe, ‘Een en ander uit den taalstrijd in Zuid-Nederland tusschen 1815 en 1830 door Dr. Maurits Sabbe’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1936 (1936) J.J. Salverda de Grave, ‘Spreektaal en schrijftaal in Frankrijk. Vergelijking van hun Zinsbouw.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904) J.J. Salverda de Grave, ‘Spellingkwesties in Frankrijk en Italië.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) J.J. Salverda de Grave, ‘Een ‘kleine zuiveraar’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) J.J. Salverda de Grave, ‘Het onderwijs der Franse spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) J.J. Salverda de Grave, ‘De Nederlandse meervoudsvorm op -S.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) J.J. Salverda de Grave, ‘Vereenvoudigingsargumenten van vóór honderdzestig jaar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) Carel Scharten, ‘Het spelling-vraagstuk. De ‘vereenvoudigde’ een gevaar voor volk en stam.’ In: De Gids. Jaargang 75 (1911) J.B. Schepers, ‘Een schrijftaal? [Met Naschrift.]’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) M. Schönfeld, ‘De grammatika op de middelbare school’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) M. Schönfeld, ‘Iets over het woordaksent.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) Jacob van der Schuere, Nederduytsche spellinge (1612)
H. Schultink, ‘Het Nederlands als objecttaal in de internationale linguïstiek H. Schultink’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) G. de Schutter, ‘De spelling van het Nederlands: tussen chaos en regelgeving. G. de Schutter’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) Gustaaf Segers, ‘Lezing. De vereenvoudiging van de schrijftaal door den heer G. Segers.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1902 (1902) H. Sermon, ‘Snippers.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) Pieter A.M. Seuren, ‘Pieter A.M. Seuren Sociolinguistische overpeinzingen bij een penguin’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) Ph.J. Simons, ‘Is 't zwaktonige die een aanwijzend of een persoonlik voornaamwoord?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) Ph.J. Simons, ‘Twee opstellen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding. (Vervolg van blz. 40.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Ph.J. Simons, ‘Over enige faktoren bij de sexe-aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Ph.J. Simons, ‘Bedrieglike elementen in ‘onze schoone moedertaal.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Leo Simons en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Ph.J. Simons, ‘Graduering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Ph.J. Simons, ‘Stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) Ph.J. Simons, ‘Taalevolutie en patriotisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Ph.J. Simons, ‘Grote stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) Ph.J. Simons, ‘Van Deysel en wij over schone plastiek in de woordvorming’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) Ph.J. Simons, ‘Waar het om gaat. (Voorzetsel, genitief en zin; schoonheid, duidelijkheid en kracht). Leidsche Bijdragen voor Opvoedkunde en Zielkunde onder redactie van R. Casimir en A.J. De Sopper. I De Moedertaal en het Gymnasium, door Dr. J.W. Muller.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) Ph.J. Simons, ‘Gevoelswaarde en grammatica.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Ph.J. Simons, ‘Over onze leus. Proeve van existentiële taalkunde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) Ph.J. Simons, ‘Over onze leus. Proeve van existentiële taalkunde. (Vervolg van blz. 83).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) Ph.J. Simons, ‘Wat na de revolutie?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Gilbert A. R. de Smet, ‘De evolutie van de Limburgse ambtelijke schrijftaal na Woeringen door G. de Smet’, ‘Teksten - materiaal’ In: Woeringen en de oriëntatie van het Maasland (1988) Norval S.H. Smith, ‘In Support of D-Deletion Norval S.H. Smith’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976) W.H. Staverman, ‘De bevoegdheid der Nederlandse kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) A. Stevens, Leidraad bij straatnaamgeving en -wijziging (1982)
G. van Stolk, ‘Barbarismen.’ In: Neerlandia. Jaargang 8 (1904) H. van Strien, ‘Hasselbach's ‘Nederlandsche-spraakkunst’ principiëel beoordeeld.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) Garmt Stuiveling, ‘Losse notities.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) C.F.P. Stutterheim, ‘Het begrip ‘modaliteit’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) C.F.P. Stutterheim, ‘Commentaar’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1965 (1965) J. Taeldeman, ‘‘De soep is wel eetbaar maar niet etelijk’. Over deverbatieven op -(e)lijk in de Vlaamse dialekten en het A.N. Johan Taeldeman’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleer van 't beschaafde Nederlands. I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Jan Gerrit Talen, ‘Beknopte spraakleer van 't beschaafde Nederlands. IV. De comparatie. (Trappen van vergelijking.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) Rob Tempelaars, ‘‘Mij zinkt de moed bij het zien van de hoeveelheid’ De collectie historische taalkunde’ In: Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1995) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Taalhandelingen, voltrokken en benoemd Gabriël Nuchelmans’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) [tijdschrift] Gids, De, ‘De Nederlandsche spelling.’ In: De Gids. Jaargang 26 (1862) [tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Grammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Multatuli over spelling, taal en taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Staring over spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Grammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nog iets over tante Betje.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Taalverarming?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Aankondigingen en mededelingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Is het algemeen beschaafd armoedig?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nog eens: de algemeen secretaris.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een praedicatieve bepaling bij een datief?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘De syntactische valentie van het’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Buigingsvormen van bijvoeglijke naamwoorden’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Over Antoni van Leeuwenhoeks taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Vragen en antwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Hoe loopt het met onze spelling af?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Jan Koster PP Over V en de theorie van J. Emonds.’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Een nieuwe inleiding in de transformationele taalkunde N.F. Streekstra’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Nederlandse transformationele taalkunde in artikelen Sies De Haan’ In: Spektator. Jaargang 7 (1977-1978) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Effect-onderzoek taalvaardigheid B. Meuffels’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Over Wh-verplaatsing en Cl-verplaatsing in het Nederlands. Johan Kerstens’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Behalve als voorzetsel Fred Landman & Ieke Moerdijk’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Opvattingen over het A.B.N. J.W. De Vries’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Sprokkel. Zuiverheid van taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘F en T.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Beknopte spraakleer van 't beschaafde Nederlands. De spelling.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Over algemene spreektaal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Beknopte spraakkunst van 't beschaafde Nederlands.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 1 (1859)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Over de uitdrukkingen ter goeder trouw, ter goeder ure, ten mijnen huize, ter dezer plaatse.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘Een taalkundig zondenregister.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘EEN TAALKUNDIG ZONDENREGISTER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Deventersch en Deventer.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘EEN DEVENTERSCH HOOGLEERAAR EN EEN DEVENTER KOEK.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘DEVENTERSCH EN DEVENTER.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘Een Deventersch hoogleeraar en een Deventer koek.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Vonk, ‘Laatste voorstellen voor creatieve spellingsles.’ In: VON-Informatie. Jaargang 6 (1976) D.C. Tinbergen, ‘Enkele opmerkingen over het gebruik van ie, die, enz..’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) D.C. Tinbergen, ‘De ‘Twe-spraack vande Nederduitsche Letterkunst’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) M.C. van den Toorn, ‘1. Traditionele zinsontleding’ In: Nederlandse grammatica (1973) M.C. van den Toorn en J.A.M. Vermaas, ‘M.C. van den Toorn - Ja. A.M. Vermaas Veranderingen in de aansprekingen van de ouders’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 104 (1988) E.J.J. Bachigaloupi Tourniaire, ‘Maarten C. van den Toorn Kloeke en het normendebat’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005) G. Troch, ‘Nog een creatieve aanpak van een spellingsles’ In: VON-Informatie. Jaargang 6 (1976) E.M. Uhlenbeck, ‘Moderne nederlandse taalbeschrijving’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1960 (1960) E.M. Uhlenbeck, ‘Kraak's negatieve zinnen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1971 (1971) J.Z. Uys, ‘Onduidelikhede en inkonsekwenthede in die Nederlandse spelling Algemene konsketsing van situasie en doelstelling door J.Z. Uys, M.A. (vh. Lector Universiteit Natal, Zuid-Afrika)’ In: Colloquium Neerlandicum 1 (1961) (1961) K. Veenenbos, ‘Iets over vergelijkingen in de taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 201).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) J. Veering, Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959)
Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen (1956)
M.H. van de Ven, ‘Nog iets over het Brabantse de.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) M.H. van de Ven, ‘Een eigenaardig gebruik van het lidwoord ‘de’ in het Brabants.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) P.A. Verburg, Stand en zin van de historie der taaltheorieën (1975)
J. Verdam en Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) A.A. Verdenius, ‘Wenszinnen in elliptisch-hypothetische vorm, beginnend met een veralgemenend relatief die.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) A.A. Verdenius, ‘Congruerende imperatieven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) A.A. Verdenius, ‘.... Doen te weten:’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) A.A. Verdenius, ‘Iemand aanhouden (door vriendelijke ontvangst aan zijn huis binden).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) A.A. Verdenius, ‘Een onveranderlijk relatief dat.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) A.A. Verdenius, ‘Interjecties op drift.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) A.A. Verdenius, ‘Een opmerkelijk gebruik van het bijvoegelijke ander.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) A.A. Verdenius, ‘De lidwoordsvorm den (d'n) in het hedendaags Fries.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) A.A. Verdenius, ‘Over het voornaamwoord jullie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) Arie Verhagen, ‘Fokusbepalingen en grammatikale theorie Arie Verhagen’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979) Gerard Verhoeven, ‘Een schotschrift op niveau: Molewijks strijd tegen windmolens Naar aanleiding van G.C. Molewijk, Spellingverandering van zin naar onzin (1200-heden). 's-Gravenhage, SDU, 1992.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) Jan Baptist Chrysostomus Verlooy, Verhandeling op d'onacht der moederlyke tael in de Nederlanden (1788)
Peter Verstegen, ‘Peter Verstegen De spelling van 1990’ In: De Revisor. Jaargang 1 (1974) A.J. Vervoorn, ‘III. Hoofdletters, Leestekens, Aaneenschrijven’ In: Kleine grammatica van de waanzin (1977) Albert Verwey, ‘Een Woord In Zake Spelling-Wijziging Door Albert Verwey.’ In: De Beweging. Jaargang 6 (1910) Lucius Vindex, ‘Hoog-Hollandsch, plat-Vlaamsch of... knoeitaal.’ In: Het Belfort. Jaargang 12 (1897) Roel Vismans, ‘Ervaringen met de ANS Roel Vismans’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989) Peter Jozef Visschers, ‘Merkwaerdige toetreding tot het taelstelsel der Koninklyke Commissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840) S. Vissering, ‘Aan den heer profr. J. van Vloten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J. van Vloten, ‘Taalbederf.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) J. van Vloten, ‘Taalbederf.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) J. van Vloten, ‘De infinitieven op yen.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J. van Vloten, ‘Aan prof. S. Vissering.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) J. van Vloten, ‘Je of jen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J. van Vloten, ‘Den Heere L.A. te Winkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) J. van Vloten, ‘Aan de Redactie van 't Nederlandsche Woordenboek.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) J. van Vloten, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
C.G.N. de Vooys, ‘Kanttekeningen Bij Den Hertog's Nederlandse Spraakkunst. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) C.G.N. de Vooys, ‘Kanttekeningen bij Den Hertog's Nederlandse Spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) C.G.N. de Vooys, ‘‘Buigings-uitgangen mogen niet verwaarloosd worden.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) C.G.N. de Vooys, ‘[Deel 4]’, ‘Een Staatskommissie voor de Spelllingkwestie? Door Dr. C.G.N. de Vooys.’ In: De Beweging. Jaargang 4 (1908) C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwe wegen? (Vervolg van blz. 96).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) C.G.N. de Vooys, ‘Synoniemen-behandeling bij het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) C.G.N. de Vooys, ‘Kritiek van de gangbare synoniemenbehandeling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) C.G.N. de Vooys, ‘Het achtervoegsel -ziek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) C.G.N. de Vooys, ‘Kritiek van de gangbare synoniemen-behandeling. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) C.G.N. de Vooys, ‘De behandeling van ‘figuurlike taal’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) C.G.N. de Vooys, ‘Misverstand.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) C.G.N. de Vooys, ‘Tekstverknoeiing in de ‘Sara Burgerhart’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) C.G.N. de Vooys, ‘De Letterkundigen tegenover de Vereenvoudigde Spelling Door C.G.N. De Vooys.’ In: De Beweging. Jaargang 6 (1910) C.G.N. de Vooys, ‘Wanbegrippen omtrent taal en spelling bij letterkundigen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over spontane en bewuste nieuwvorming in de taal. Naar aanleiding van fiets- en vliegtermen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) C.G.N. de Vooys, ‘Het gezag van een ‘Algemeen Beschaafd’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Het gezag van een ‘Algemeen Beschaafd’. (Vervolg van blz. 14).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) C.G.N. de Vooys, ‘Aantekening’ In: De Beweging. Jaargang 12 (1916) C.G.N. de Vooys, ‘Pontus de Heuiter, een taal- en spelling-hervormer uit de zestiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) C.G.N. de Vooys, ‘Uit de jeugd van onze spraakkunst (vervolg van blz. 221).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) C.G.N. de Vooys, ‘Uit de jeugd van onze spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) C.G.N. de Vooys, ‘Spellingvrede? Door C.G.N. de Vooys’ In: De Beweging. Jaargang 14 (1918) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over Nederlandse aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) C.G.N. de Vooys, ‘Bestaan er grondslagen voor een nieuwe regeling van het taalkundig-mannelik en vrouwelik geslacht?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) C.G.N. de Vooys, ‘Uit en over oude spraakkunsten. (Vervolg van XIV blz. 147).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) C.G.N. de Vooys, ‘Achttiende-eeuwse spraakkunstbeschouwing.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) C.G.N. de Vooys, ‘Een nieuwe regeling van het grammaties woordgeslacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) C.G.N. de Vooys, ‘De taalbeschouwing van Lambert ten Kate.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) C.G.N. de Vooys, ‘Een regeling van het grammaties geslacht in verband met de sexe?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) C.G.N. de Vooys, ‘Duitse invloed op Nederlands purisme omstreeks 1800.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) C.G.N. de Vooys, ‘Nog een achttiende-eeuwse ‘Vlaemsche spraekkonst’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwe Nederlandse spraakkunsten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) C.G.N. de Vooys, ‘De zogenaamde ‘tussenwerpsels’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) C.G.N. de Vooys, ‘Van Ginneken's pleidooi voor een onveranderlike ‘schrijftaal’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk III De zestiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk II Het Middelnederlands sedert de overlevering uit schriftelijke bronnen’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VIII Het Nederlands in België (1830-pl.m. 1890)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IX De ontwikkeling in Noordnederland sedert pl.m. 1885’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘De buigings-n als een steun voor het taalinzicht en het spraakkunst-onderwijs?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) C.G.N. de Vooys, ‘De taalbeschouwing van Siegenbeek-Weiland en van Bilderdijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VI De Bataafse republiek. De inlijving. De eerste jaren van het koninkrijk (1795-pl.m. 1835)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IV De zeventiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk V De achttiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek. Moeielikheden bij de ‘bepaling’ van het mannelik en vrouwelik woordgeslacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) C.G.N. de Vooys, ‘Drukken de lidwoorden ‘de’ en ‘het’ waardering uit?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) C.G.N. de Vooys, ‘Een dilettantiese taalzuiveraar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) C.G.N. de Vooys, ‘Vrij = zeer?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) C.G.N. de Vooys, ‘Stijlontaarding door afschaffing van de buigings-n?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) C.G.N. de Vooys, ‘Taalbederf door de school van Kollewijn?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) C.G.N. de Vooys, ‘De voornaamwoordelijke aanduiding en vervanging. Dr. Gerlach Royen: Pronominale problemen in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) C.G.N. de Vooys, ‘Opmerkingen over theorie en praktijk van interpunctie. (Vervolg van blz. 258).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.G.N. de Vooys, ‘Een achttiende-eeuwse latinist over spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.G.N. de Vooys, ‘Opmerkingen over theorie en praktijk van interpunctie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) C.G.N. de Vooys, ‘Familiaar-beschaafd gesproken Hollands uit het midden van de achttiende eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) C.G.N. de Vooys, ‘De naamvals-n in taalkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘Uit de geschiedenis van de Nederlandse spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) C.G.N. de Vooys, ‘Is dat goed Nederlands? Is dat goed Nederlands? door Charivarius (Amsterdam - N.V. De Spieghel - 1940).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) C.G.N. de Vooys, ‘Een ‘Vlaemsche Spraekkonst’ uit het einde van de achttiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) C.G.N. de Vooys, ‘Een ‘Vlaemsche Spraekkonst’ uit het einde van de achttiende eeuw. (Vervolg van Jaarg. XXXVI, blz. 269).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) C.G.N. de Vooys, ‘Engelse invloed op het Nederlands. (Tweede nalezing).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) C.G.N. de Vooys, ‘Verschoppelingen in de Nederlandse woordvoorraad: substantieven op -name en -gave.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) C.G.N. de Vooys, ‘Engelse invloed op de Nederlandse woordvoorraad Tweede aanvulling’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) C.G.N. de Vooys, ‘Boekentaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) W.L. de Vreese, ‘Taalpolitie.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894) W.L. de Vreese, ‘Hoe zou een ‘école payante’ in het Nederlandsch wel heeten?’ In: Het Belfort. Jaargang 14 (1899) W.L. de Vreese, ‘Taalzuiveraar's borstwering Door Dr. Willem de Vreese. Vervolg.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1900 (1900) W.L. de Vreese, ‘Taalzuiveraar's borstwering, door Dr. Willem de Vreese.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1900 (1900) W.L. de Vreese, ‘[Taalzuiveraar's Borstwering, door Dr. W. de Vreese (vervolg)]’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1900 (1900) W.L. de Vreese, ‘Een komma-kwestie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) S. de Vriendt, ‘Impliciete of expliciete grammatica prof.dr. S. de Vriendt’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) Matthias de Vries, ‘Het ware liberalisme in de Nederlandsche spraakkunst.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) Matthias de Vries, ‘V. Leiden of Leyden? Mededeeling in de vergadering van 5 maart 1869, van M. de Vries.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1869 (1869) Wobbe de Vries, ‘Abnormale spelling van goed in het Mnl., Mnd. en Ofri.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Jan P.M.L. de Vries, ‘Taal- en spellingstrijd in Noorwegen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) Wobbe de Vries, ‘Kan bij onze collectiva het praedicaat meervoudig zijn?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) Wobbe de Vries, ‘‘Vol’ met accusatief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Wobbe de Vries, ‘Het meervoud op -S.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) Wobbe de Vries, ‘Eigenaardige gebruikswijzen van de praepositie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) Wobbe de Vries, ‘Iets over grm. î en û te onzent.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Wobbe de Vries, ‘Enkele betwistbare mouilleringen, vooral jij, je.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) J.W. de Vries, ‘Opvattingen over het A.B.N. door dr. J.W. de Vries (RU Leiden)’ In: Colloquium Neerlandicum 7 (1979) (1980) J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu ‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998) J.W. de Vries, ‘Taalverandering’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 46 (2003) J.W. de Vries, ‘Taalverandering en taalverloedering’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 47 (2004) Marijke J. van der Wal, ‘M.J. van der Wal Verrotens taalbeschouwing een onbekend voorbeeld van Stevinrecèptie’, ‘3. Verrotens taalbeschouwende opmerkingen: de invloed van Simon Stevin’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993) Wazenaar, ‘Verslag van den Heer Dr. De Vos’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1900 (1900) Petrus Weiland, Nederduitsche spraakkunst (1805)
Evelyn Wiers, ‘Kleins ‘Appositionele constructies’ Evelyn Wiers’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979) M.C. van Wijhe, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) N. van Wijk, ‘Over Nederlandsche grammatica, Naar aanleiding van Dr. K. Holtvast, Beknopte Nederlandsche Spraakkunst.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905) N. van Wijk, ‘Een ideale orthografie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) N. van Wijk, ‘Vocaalrekking vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) N. van Wijk, ‘Zoogenaamde d-epenthesis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) N. van Wijk, ‘Zinsontleding en nieuwe spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) J.F. Willems, ‘Tweede hoofddeel. Over de Hollandsche en Vlaemsche Schryfwyzen van het Nederduitsch.’, ‘Inleiding.’ In: Verhandeling over de Nederduytsche tael- en letterkunde, opzigtelyk de Zuydelyke provintien der Nederlanden (1819-1824) J.F. Willems, ‘Over de nieuwere vlaemsche spraekkunsten.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837) J.F. Willems, ‘Over het schryven van de of den als lidwoord in den eersten naemval van het mannelyk geslacht.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838) J.F. Willems, ‘Over de geschilpunten ten aenzien van het schryven onzer tael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838) J.F. Willems, ‘Voorrechten van het vlaemsch by de oude vlamingen en by de vlamingen der XIXe eeuw.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838) J.F. Willems, ‘Een woord over de protestatien tegen de bovenstaende beslissing der Taelcommissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) J.F. Willems, ‘Over het beoefenen der moedertael, aenspraek gedaen door F.L. Michiels,’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) J.F. Willems, ‘Nog iets ter verdediging der Taelcommissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) Frans Willems, ‘Voornaamwoorden en Zelfstandig-Gebruikte Bijvoeglijke Woorden.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1889 (1889) Frans Willems, ‘Lezing. Proeve van Algemeene Spraakleer, door den heer Frans Willems.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1893 (1893) Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Roland Willemyns, Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983)
J. Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) J. Wils, ‘Nog een noodtoestand der Nederlandsche philologie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) Jan Wils, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) L.A. te Winkel, ‘Iets over het achtervoegsel aadje.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Iets over het woord vooroordeel.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) L.A. te Winkel, ‘Over eenige woorden, die in onze taal onder twee vormen voorkomen.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘De algemeene spelregels, en de spelling der woorden air, hair, heir, meir, doir en oir aan die regels getoetst.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Over het aantal naamvallen in het Nederlandsch.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) L.A. te Winkel, ‘Gedachten over stijl en stijlleer.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Over de spelling van eenige woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘De verlenging der heldere a in gesloten lettergrepen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Over de verkleinwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Iets over de spelling van het woord steigeren.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Over de spelling met gt en cht.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘De afleiding en spelling van omtrent.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Zeep’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘OVER DE ZOOGENOEMDE VERLENGING DER WOORDEN OP EEN DER TWEEKLANKEN AAI, EI, OOI, UI EN OEI.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Over de zoogenaamde verdubbeling der ch.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘OVER DE ZOOGENAAMDE VERDUBBELING DER CH.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘Over de zoogenoemde verlenging der woorden op een der tweeklanken aai, ei, ooi, ui en oei.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche taal (1901)
Gerhard Worgt, ‘Het genus van deksel’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) C.A. Zaalberg, ‘Verhandelingen’, ‘Beraden taalijver door C.A. Zaalberg’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1964 (1964) F.L. Zwaan, Uit de geschiedenis der Nederlandsche spraakkunst (1939)
TaalbeheersingJ. Mathijs Acket, ‘Enige Fragmenten uit een nieuw schoolboek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) J. Mathijs Acket, ‘Spelling en stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) J. Mathijs Acket, ‘De sylleps.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Els Andringa, ‘Verschillen taal- en letterkundigen nu echt? Closing statements in Forum der Letteren Els Andringa’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) Mark Baeyens, C.F.P. Stutterheim en Ad Zuiderent, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) Jan van Bakel, R. Breugelmans, G. Kazemier, Henk A.C. Lambermont, F. Lulofs, A. Sassen, M.H. Schenkeveld, Bert van Selm, M.C. van den Toorn en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) L. Beheydt, ‘Taalbeheersing in Vlaanderen Ludo Beheydt’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 27 (1984) N. van der Blom, ‘Twee neo-latijnse auteurs minder’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Alied Blom, ‘Kloppen s.v.p. Onderdeel van een procedure A. Blom’ In: Voortgang. Jaargang 8 (1987) Willem den Boer, ‘3 De rol van de interpretatie in andere wetenschappen’, ‘Isocrates en de triomf van de rhetorica W. den Boer’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) Adrianus Bogaers, ‘Germanismen en woordverklaring bij Vondel.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J.H. van den Bosch, ‘Over het schrijven. (Vervolg.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) J.H. van den Bosch, ‘Over het schrijven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen. (Vervolg van blz. 75).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen. (Vervolg van blz. 38).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) Willem Gerard Brill, ‘Over het onderscheid tusschen de woordorde van den oordeelenden en die van den wenschenden zin, alsmede over de kracht van zekere oratorische wendingen in de orde der woorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Over de Naamvalsuitgangen: hun wezen en hunne beteekenis, hunne geschiedenis en de kritiek, aan welke zij onderworpen zijn geworden.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Over den tongval der Nieuw-Nederlandsche Klassische Schrijvers.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel III. Stijlleer (Rhetorica. Letterkundige encyclopedie en kritiek) (1866)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Nederlands en z'n Studie. B.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Piet van Caldenborgh en Fritz Zondervan, ‘Fritz Zondervan & Piet van Caldenborgh Leesbaarheidsformules, constructie en betrouwbaarheid’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972) Karel De Clerck, ‘Het spreekonderwijs in Vlaanderen.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969) Georg Cornelissen, Taal en onderwijs in Noord-Limburg in de Franse tijd (1794-1814) (1998)
Saskia Daalder, ‘Grammar as a product of text interpretation Saskia Daalder ’ In: Voortgang. Jaargang 8 (1987)
Fr. Daems, ‘Taalbeschouwing in de basisschool’ In: VON-Informatie. Jaargang 10 (1980) B.C. Damsteegt, J.B. Drewes, G. Kazemier, Jan Stroop, F. de Tollenaere en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) J.A. van Dijk, ‘Brievenbus.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J.A. van Dijk, ‘De vier eerste.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J.A. van Dijk, ‘Boekaankondiging.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.A. van Dijk, ‘BOEKAANKONDIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Tieme van Dijk, ‘Over gesprekken Tieme van Dijk’ In: Voortgang. Jaargang 3 (1982) Tieme van Dijk, ‘Een paar waarheden over leugens Tieme van Dijk’ In: Voortgang. Jaargang 9 (1988) Marlies Dijkstra, ‘De tegenstelling als krachtig propagandainstrument De werking van de semantische tegenstelling in een propagandistisch ontmythologiserings- en mythologiseringsproces Marlies Dijkstra’ In: Voortgang. Jaargang 21 (2002) W. Drop, ‘Ontvangen boeken’, ‘Tekstanalyse als basis voor samenvatting’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) A.M. Duinhoven, ‘Over modaliteit gesproken’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) B. van den Eerenbeemt, ‘Gesprekzinnen en hun omlijsting’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) G. Engels, ‘Over de uitspraak van de ij bij Huygens en Hooft.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) B.H. Erné, ‘‘Wat nieuws’ e.d. als aanduiding van personen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975) Frank van Eynde, ‘Ter sprake Een cultuurhistorische kijk op de spraaktechnologie’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 45 (2002) B. Faddegon, ‘Het medeklinkerstelsel van het Noord-Bevelandsch. Een bijdrage tot de leer der klankwetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) M.F. Fresco en Dolf Hartveldt, ‘Boekbesprekingen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter (1922)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘De structuur van het gesprek’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 4/5]’, ‘Het woord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Dirk de Groot, ‘De vier eerste.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J.P. Guépin, De beschaving (1983)
G. Gunneweg, Peter van Steen en Fritz Zondervan, ‘De leesbaarheid van basisschoolteksten. Objectieve ordeningscriteria voor instructieve teksten’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) C.B. van Haeringen, ‘Over verschrijvingen. (Vervolg van blz. 29).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) C.B. van Haeringen, ‘Over verschrijvingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) C.B. van Haeringen, ‘Ongewenste voorkeur.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) C.B. van Haeringen, ‘Zang- en spraakles.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) C.B. van Haeringen, ‘Chapter Eight Modern Netherlandic (since 1880)’ In: Netherlandic language research (1954) Agnes Haft-Van Rees, ‘Agnes Haft-van Rees Register’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) A.M. Hagen, ‘De communicatieve trend prof. dr. A.M. Hagen’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986) Paul van Hauwermeiren, ‘Het leesbaarheidsonderzoek: doelstellingen en methoden’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1976 (1976) D.C. Hesseling, ‘De invloed van de geschreven op de gesproken taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Th.B.F. Hoyer, ‘Het dramatische in Geels verhandeling over de pligten van een toehoorder.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) Marlies Hulshof, ‘De functies van directe citaten in journalistieke teksten Marlies Hulshof’ In: Voortgang. Jaargang 16 (1996) Frank Jansen, ‘De taaladviezen van een ochtendblad’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) Frank Jansen, ‘Het communicatief onvermogen van de overheid’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 43 (2000) F. Jansonius, ‘Impressionistische taal en stijlvormen, I. De beeldende omschrijving.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) A.J. de Jong, ‘Een les in het waarnemen van taalverschijnselen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) F.S. Jungschlager, ‘De herkenning van indirecte argumentatie F.H. van Eemeren, R. Grootendorst, F.S. Jungslager en B. Meuffels’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) Jelle Kaldewaij en Geert Koefoed, ‘Strukturalisme en T.G.G. in het licht van de tegenstelling paradigmatiek - syntagmatiek Een stukje recente geschiedenis van de taalwetenschap Jelle Kaldeway & Geert Koefoed’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) J. Kamerbeek jr., ‘Imponderabilia op de weegschaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) J.H. Kern, ‘Over de taal van de brieven van Huygens' Zusters en Dorothea van Dorp.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) G.G. Kloeke, ‘Klankoverdrijving en goedbedoelde (hypercorrecte) taalvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) A. Kluijver, ‘Over het ‘taalgevoel’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Suzanne Kooij, ‘Enargeia - het beeld in de taal in de retorische traditie van de klassieke oudheid en de Renaissance Suzanne Kooij’ In: Voortgang. Jaargang 17 (1997 en 1998) (1997) W. Kramer, ‘De nieuwe stijlstudie en het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) W. Kramer, ‘Synaesthesie als stijlverschijnsel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) W. Kramer, ‘Stilistische spanningsverschijnselen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) W. Kramer, ‘Allegorie als litterair stijlprincipe.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) W. Kramer, ‘Het essay van R.N. Roland Holst. (Een stilistische karakterschets).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) W. Kramer, ‘Vondels Lucifer. (Een stilistische interpretatie). (Vervolg van blz. 156).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) W. Kramer, ‘Vondels Lucifer. (Een stilistische interpretatie).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) W. Kramer, ‘Allard Pierson als stilist.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) W. Kramer, ‘Een sierkunstenaar van het woord. (R. van Genderen Stort en zijn ‘Kleine Inez’).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) W. Kramer, ‘‘Stilistiek’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) Em. Kummer en P.F. Schmitz, ‘The rhetoric of fiction van Wayne C. Booth in de praktijk E. Kummer - P.F. Schmitz’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1976 (1976) D.H. Lammers, ‘Een theoretisch kader voor het onderzoek naar en het onderwijs in luisteren’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Jan van Luxemburg, ‘Het is maar literatuur: over linguïstiek, retorica en literatuurwetenschap. Jan van Luxemburg’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) Quirinus Ignatius Maria Mok, ‘Interpretatie en ‘Underspecification’ Q.I.M. Mok’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) J.W. Muller, ‘Spreektaal en schrijftaal in het Nederlandsch.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) Margreet Onrust, ‘Tekststructurering, alinea-opbouw en de topic-zin Een onderbelichte relatie in de Nederlandse schrijfwijzers Margreet Onrust’ In: Voortgang. Jaargang 8 (1987) G.S. Overdiep, ‘[Nummer 11]’, ‘Taalverkorting in de krant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Anton Reichling, ‘Enkele notities bij de syntakties-stylistiese methode. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) W.N. de Rieu, ‘Eene vertaling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) W.N. de Rieu, ‘Eene vertaling.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) Ann Rigney, ‘Fictie, vrije indirecte rede en de gedachten van Menocchio Ann Rigney’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) Herman Robbers, ‘Lezen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Taco Roorda, ‘Schrijftaal en spreektaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Gerlach Royen, ‘De nominale klassifikatie in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Gerlach Royen, ‘Funktieverschillen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) Gerlach Royen, ‘Aanwas van hij C.S.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) Gerlach Royen, ‘Kongruentie en bijgedachte.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) J.J. Salverda de Grave, ‘Dichtertaal voor het oor bestemd.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) J.J. Salverda de Grave, ‘De verhouding van gesproken tot geschreven taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) J.J. Salverda de Grave, ‘Over de invloed der geschreven op de gesproken taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) P. Schellens, ‘De invloed van incongruentie van vraag en tekst op de moeilijkheid van vragen bij teksten’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) P. Schellens, ‘De kwaliteit van argumentatie P.J. Schellens’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986) Matthijs Siegenbeek, Redevoering over het openbaar onderwijs in de Nederduitsche welsprekendheid (1797)
Ph.J. Simons, ‘Zinsysteem en ellips.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) Ph.J. Simons, ‘Stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) Ph.J. Simons, ‘Stijl II. Centratie. (vervolg).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) Ph.J. Simons, ‘Wat is stijl?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) M.F. Steehouder, ‘De warrant in het model van Toulmin’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) M.F. Steehouder, ‘Hulp aan schrijvers van instructieve voorlichtingsteksten Michaël Steehouder Carel Jansen’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) A. Sturm, ‘Inleiden in de taalwetenschap’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Taaldaden’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1967 (1967) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Rhetorica en tekstwetenschap A. Kibédi Varga’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Natafelen met een automatische gesprekspartner Een aanzet tot automatisering J.P. Kerkhof’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1980 (1980) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Metakommunikatie in het groepstherapeutisch gesprek Wolfgang Frier’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1980 (1980) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Klassieke statusleer en moderne retorische argumentatietheorie Antoine Braet’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1985 (1985) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘De cabarettekst in retorisch perspectief Wilbert Voets’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1985 (1985) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Academisch debatteren en argumentatieleer A. Braet’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1989 (1989) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Een kwart eeuw Nederlandse taalbeheersing Antoine Braet’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) [tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, ‘Van vroeg 19de-eeuwse welsprekendheid tot laat 20ste-eeuwse taalbeheersing Over de terugkeer van de maatschappelijke relevantie in de neerlandistiek Antoine Braet (Leiden)’ In: Colloquium Neerlandicum 13 (1997) (1997) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Familiaar-beschaafd.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Jan te Winkel over ‘schrijftaal’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nog iets over tante Betje.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Buffon, Geel en De Stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993)
[tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘F.H. van Eemeren en R. Grootendorst Object en doelstelling van taalbeheersing.’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘De rationaliteit en de effectiviteit van het betoog Besprekingsartikel van F.H. van Eemeren e.a. Argumentatietheorie. Utrecht/Antwerpen 1978. Aula 275 blz. ƒ 12,50. A. Braet’ In: Spektator. Jaargang 8 (1978-1979) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Over simulatie en dissimulatie: strategieën van de roddeltekst Pierre Van Den Heuvel’ In: Spektator. Jaargang 9 (1979-1980) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Identificatie van argumentatie als vaardigheid F.H. van Eemeren, R. Grootendorst en B. Meuffels’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘Gespreksanalyse en gesprekstraining: De complementaire relatie tussen taalgebruikstheorie en taalvaardigheidsonderwijs M.M.H. Bax’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘De taal een vraagstuk van natuurkundig onderzoek.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘M.M.H. Bax en W. Vuijk ‘Wy porren natuere tot hovaerdijen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 106 (1990) E.M. Uhlenbeck, ‘Schriftelijk en mondeling taalgebruik Een poging tot analyse van hun fundamentele verschillen E.M. Uhlenbeck’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) Pieter Valkhoff, ‘Stijl.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Hugo Verdaasdonk, ‘Hugo Verdaasdonk Analyciteit en rhetorika’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972) A.A. Verdenius, ‘Wat het hy te doen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) J.A. Verschoor, ‘Deletie in het kader van ‘topic’ en ‘comment’: een taalkundige beschouwing’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) A.J. Vervoorn, ‘V. Stilistica’ In: Kleine grammatica van de waanzin (1977) A.J. Vervoorn, Kleine grammatica van de waanzin (1977)
Albert Verwey, ‘De taal van de poëzie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) J. van Vloten, ‘Onvertaalbaar.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) C.G.N. de Vooys, ‘Nog meer ‘stijloefeningen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over spontane en bewuste nieuwvorming in de taal. Naar aanleiding van fiets- en vliegtermen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) C.G.N. de Vooys, ‘Het gezag van een ‘Algemeen Beschaafd’. (Vervolg van blz. 14).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Het gezag van een ‘Algemeen Beschaafd’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Uit en over oude spraakkunsten. (Vervolg van blz. 50).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) C.G.N. de Vooys, ‘Achttiende-eeuwse spraakkunstbeschouwing.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) C.G.N. de Vooys, ‘Stijlontaarding door afschaffing van de buigings-n?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) C.G.N. de Vooys, ‘De archaïserende stijl van Aernout Drost.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) C.G.N. de Vooys, ‘Pharmaceutische vaktaal uit het begin van de veertiende eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) C.G.N. de Vooys, ‘Bezwaren tegen de onderscheiding van ‘spreektaal’ en ‘schrijftaal’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) Wobbe de Vries, ‘Eigenaardige gebruikswijzen van de praepositie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) Jan Wils, ‘Suggestieve ja- en neen-vragen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) L.A. te Winkel, ‘Gedachten over stijl en stijlleer.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) P.J. van Winter, ‘Iets over taal en stijl van Dr. Abraham Kuyper.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) G.H.B. Wolf, ‘Het versierend adjectief in 18de eeuwsch proza’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) Fritz Zondervan, ‘Fritz Zondervan & Piet van Caldenborgh Taalbeheersing is communicatiewetenschap’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972) Fritz Zondervan, ‘Fritz Zondervan Eindbeoordeling en feedback in het leerproces van produktief-schriftelijke taalbeheersing’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) Taalverwerving / PsycholinguïstiekJacques van Alphen, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Frank Martinus Arion, ‘Frank Martinus Arion De moedertaal als voorwaarde’ In: De Gids. Jaargang 153 (1990) E.M.H. Assink en Gerard Verhoeven, ‘Waarom kunnen sommige kinderen woorden spellen waarvoor ze de regels nog niet geleerd hebben? E.M.H. Assink G. Verhoeven’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Science fiction als taalkundig argument of Hoe zet ik de betekenis uit mijn hoofd Frida Balk-Smit Duyzentkunst’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985) R.F. Beerling, ‘Taal en ideologie R.F. Beerling’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977) L. Beheydt, ‘Woordenschatverwerving en het mentale lexicon Ludo Beheydt (Louvain-la-Neuve)’ In: Colloquium Neerlandicum 13 (1997) (1997) Anja Bijlsma-Lindaart, ‘Anja Bijlsma-Lindaart Lekker lezen Leesgedrag van kinderen op de basisschool en in de voorschoolse fase’ In: Tsjip. Jaargang 6 (1996) Geert Evert Booij, ‘G.E. Booij Noam Chomsky: Taalkundige, rationalist en politiek filosoof’ In: De Revisor. Jaargang 1 (1974) Anna M.T. Bosman en Annette M.B. de Groot, ‘Waarom spellen moeilijker is dan lezen Over de asymmetrische relatie tussen lezen en spellen Anna M.T. Bosman en Annette M.B. de Groot’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) Alain Bossuyt, ‘Langue/parole en competence/performance Alain Bossuyt’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977) A.C. Bouman, ‘Het probleem van de ‘inwendige taalvorm’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) A.C. Bouman, ‘Moedertaal en geestesvorming.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) Frank Brisard, ‘Exotisme en spektakel in Construction Grammar Frank Brisard’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006) Carry van Bruggen, Hedendaagsch fetischisme (1925)
Foeke Buitenrust Hettema en Jan Koopmans, ‘Kleine mee-delingen over boekwerken.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Foeke Buitenrust Hettema, R.A. Kollewijn en Jan Gerrit Talen, ‘Enkele taalpsychologiese opmerkingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) Micky Cornelissen, Lia van Gemert, Gert-Jan Johannes, Mary G. Kemperink, Marita Mathijsen en G.F.H. Raat, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993) Saskia Daalder, ‘Grammatica en het spel van eigen en vreemd In hoeverre is het taalkundig werk van H.J. Pos structuralistisch? Saskia Daalder’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) August Defresne, ‘Iets over de zoogenaamde tusschenwerpsels Door A. Defresne’ In: De Beweging. Jaargang 12 (1916) J.A. van Dijk, ‘Iets over den tweeden persoon van het enkelvoud.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Dijk, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Loekie Elders, ‘Een eerste nederlandse inleiding in de psycholinguistiek’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) Els Elffers, ‘Reichling en de psychologie Els Elffers’ In: Voortgang. Jaargang 14 (1993 en 1994) (1994) Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden (1987)
B. Faddegon, ‘Geleidelijke en springende klankverandering. Een empirisch-psychologische studie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) B. Faddegon, ‘Grammatische en psychologische relaties.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) M.F. Fresco en Dolf Hartveldt, ‘Boekbesprekingen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) A.W. van Geer, ‘Over Onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) Jac. van Ginneken, ‘Psychologische taalwetenschap.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905) Jac. van Ginneken, ‘Esthetica en taalpsychologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) Jac. van Ginneken, ‘Ellipsomanie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter (1922)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 5]’, ‘De taal der kinderlijke verbeelding’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 5]’, ‘Welke taalelementen zijn ons aangeboren?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 8]’, ‘Over de betrekkelijk weinige woorden die wij gebruiken, en de ontzaglijk vele die wij verstaan’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 7]’, ‘Het woord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 8]’, ‘Het woord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 12]’, ‘Een nieuwe ontdekking der taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, ‘Een vergelijkend onderzoek naar den kinderlijken woordenschat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) C.B. van Haeringen, ‘Over verschrijvingen. (Vervolg van blz. 29).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) C.B. van Haeringen, ‘Chapter Eight Modern Netherlandic (since 1880)’ In: Netherlandic language research (1954) D.C. Hesseling, ‘Kindertaal.’ In: De Gids. Jaargang 73 (1909) H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels (1971)
Louise Kaiser, ‘[Nummer 11]’, ‘Spraak-taal-uitspraak’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Gerard Kempen, ‘De taalgebruiker in de mens Schets van zijn bouw en funktie, toepassingen op moedertaalen vreemdetaalverwerving Gerard Kempen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1975 (1975) A. Kluijver, ‘Psychologische taalkunde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) Geert Koefoed, 'Taalverandering in het licht van taalverwerving en taalgebruik' (1978)
W. Kramer, ‘‘De triomf van het stil-lezen’ en de gevaren van dien.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) Evelien Krikhaar, Els den Os en Frank Wijnen, 'The (Non)Realization in Children's Utterances: Evidence for a Rhythmic Constraint' (1994)
C. Kruyskamp en A. van Loey, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) Reind Kuitert en Isaac van der Velde, ‘Een woordenschatonderzoek bij zesjarige kinderen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) L. Mes, ‘Een toepassing van de vergelijkende taalstudie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Sjaak de Mey, ‘Hoe empirisch is Chomsky's linguïstische theorie? Sjaak de Mey’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1974 (1974) S.G. Nooteboom, ‘Hardop lezen als een vorm van continu taalgebruik’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1969 (1969) Esther Pascual en Christine Versluis, ‘Verbale demonstratie als strategie van functionele adaptatie bij Broca-afasie: een gevalstudie Esther Pascual en Christine Versluis’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006) Herman Poelman, ‘Nederlands als bronnentaal: leerpsychologische implicaties H. Poelman (Jakarta)’ In: Colloquium Neerlandicum 13 (1997) (1997) R.S. Prins en E. Wagenaar-Cornelissen, ‘Taalpathologie Enkele psycholinguïstische opmerkingen over het vak en de beoefening ervan in Nederland Deel I R.S. Prins, Bernard Th. Tervoort, Mevr. E. Wagenaar-Cornelissen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1972 (1972) R.S. Prins en E. Wagenaar-Cornelissen, ‘Taalpathologie Enkele psycholinguïstische opmerkingen over het vak en de beoefening ervan in nederland Deel II R.S. Prins, Bernard Th. Tervoort, E. Wagenaar-cornelissen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1973 (1973) Anton Reichling, Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik (1967)
Clasien Rooze-Stouthamer en Gunther De Vogelaer, ‘Gunther De Vogelaer & Clasien Rooze-Stouthamer Taalcontact of onvolledige verwerving: casusverlies bij de Zeeuwse pronomina’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 122 (2006) Gerlach Royen, ‘Klachten over het moedertaalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) J.J. Salverda de Grave, ‘Taal en gedachte.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Dominiek Sandra, ‘Problemen met morfemen: voor- en nadelen van de representatie van interne woordstructuur in het mentaal lexicon Dominiek Sandra’ In: Spektator. Jaargang 21 (1992) A.M. Schaerlaekens, De taalontwikkeling van het kind (1977)
J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) M. Schönfeld, ‘Verspreken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) Ph.J. Simons, ‘De term ‘betekenen’ in en buiten de kleuterroman. (Vervolg van blz. 52).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) Ph.J. Simons, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) Wilbert Spooren, ‘De aap trekt een grimas, dus de aap heeft plezier De psychologische basis van de cognitieve linguïstiek Wilbert Spooren’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006) Jan Stroop, Poldernederlands (1998)
C.F.P. Stutterheim, ‘Psychologische interpretatie van taal-verschijnselen. (Een immanente critiek).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Jan Gerrit Talen, ‘Nieuwe taalpsychologie. II.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Negatie in de kindertaal Enige observaties bij Nederlandse kinderen en volwassenen W. Kaper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1975 (1975) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Taalverwerving en probabilistische grammatika's Bob Visser’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) [tijdschrift] Gids, De, ‘Over de Nederlandsche taal in Oost-Indië.’ In: De Gids. Jaargang 39 (1875) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Levende moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Veeltalige vorming van 't kind - wenselik?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘De taal een vraagstuk van natuurkundig onderzoek.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) D.C. Tinbergen, ‘‘Kinderpraat’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) D.C. Tinbergen, ‘‘Kinderpraat’ (Vervolg van blz. 16).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Pieter Valkhoff, ‘De dienstbaarheid van de moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over woordvorming en woordbetekenis in kindertaal. (Vervolg van blz. 100).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over woordvorming en woordbetekenis in kindertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) Tiemen de Vries, Holland's Influence on English Language and Literature (1916)
Jan L. Walch, ‘Taalfouten en ‘denkfouten’!’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905) W. Wessels, ‘Een nawoord over de theorie der taalwording.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866) W. Wessels, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
N. van Wijk, ‘Taalpsychologie.’ In: De Gids. Jaargang 72 (1908) L.A. te Winkel, ‘Iets over het runenschrift, ter toelichting van den oorsprong der letterteekens.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) SociolinguïstiekAd Backus, 'Turks-Nederlandse codewisseling. Universele en taalspecifieke aspecten van taalcontact' (1998)
Mark Baeyens, ‘Taalseksismen in de VON-informatie.’ In: VON-Informatie. Jaargang 10 (1980) Peter van Bart, ‘Over betekenis, waarheid, en natuurlijke taal Peter van Bart en Johan Kerstens’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986) Adriaan Beets, ‘Waarloos.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) B. van den Berg, 'Boers en beschaafd in het begin der 17e eeuw' (1943)
Greetje van den Bergh, ‘‘Dit artikel moet in het Engels worden vertaald.’ De toekomst van het Nederlands als wetenschapstaal’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 46 (2003) Renée van Bezooijen, 'Normen met betrekking tot het Standaardnederlands' (1997)
Willem Bisschop, ‘Het Dordsche taaleigen. bijdrage tot de kennis der Hollandsche dialekten,’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) Alied Blom, 'Het kwantitatieve er' (1975-76)
N. van der Blom, ‘‘Tsal hier haest zijn ghedaen’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Ph. Blommaert, 'Aenmerkingen over de verwaerloozing der Nederduitsche tael' (1832)
Minne G. de Boer, ‘Tussenwerpseltheorieën Minne G. de Boer’ In: Voortgang. Jaargang 26 (2008) Geert Evert Booij, ‘Vragen bij een Leids onderzoek G.E. Booij’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977) D.B. Bosman, ‘'n Paar Afrikaanse eienaardighede.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) H. Bovenkerk, ‘De taal der amsterdamse veemarbeiders Proeve van taalsociografie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) L. Boves, Henk Hillenaar, Harry van der Hulst, A.C.M. Rietveld, Pieter A.M. Seuren en J.W. de Vries, ‘Boekbesprekingen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977) Han Brouwer, Tieme van Dijk, Jan Konst, Robert Stein en Bernard Warnaar, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997) Carry van Bruggen, Hedendaagsch fetischisme (1925)
C.C. de Bruin, C. Kruyskamp, Maximilianus O.F.M. Cap. en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) T.H. Buser, ‘Overijselsch taaleigen’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Johan de Caluwe, ‘Het woord als wapen Het taalgebruik in de Golfoorlog Johan de Caluwe’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 35 (1992) H.B.G. Casimir, ‘[In het Engels en in het Frans...]’ In: De Gids. Jaargang 149 (1986) Frans Claes, ‘Erfnamen functioneler dan familienamen in oostelijk Belgisch-Limburg [door J. Molemans]’, ‘0.’, ‘1. Geografische spreiding van het type erfnaam ‘tot (te) Jansen’’, ‘2. De Opglabbeekse erven’, ‘3. De Opglabbeekse erfnamen’ In: Driestoponiemen in de streek van Diest (1984) Hendrik Claeys en Hector Claeys, ‘De Vlaamsche taalwet.’ In: Het Belfort. Jaargang 13 (1898) Frans Van Coetsem, K. Fokkema, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) Commissie Nederlands als wetenschapstaal, Nederlands, tenzij... Tweetaligheid in de geestes- en de gedrags- en maatschappijwetenschappen (2003)
Albert Coppe, ‘Slotzitting Vrijdag 31 augustus 1973 15.30 uur’, ‘Het Nederlands in Europa - in de wereld: uit een andere hoek bekeken door Prof. Dr. A. Coppe, Oud-Minister van Economische Zaken, Oud vice-voorzitter van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal’ In: Colloquium Neerlandicum 5 (1973) (1976) Micky Cornelissen, Lia van Gemert, Gert-Jan Johannes, Mary G. Kemperink, Marita Mathijsen en G.F.H. Raat, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993) Georg Cornelissen, Taal en onderwijs in Noord-Limburg in de Franse tijd (1794-1814) (1998)
H. Crompvoets, Dialect en standaardtaal in Nederlands Limburg (1987)
H. Crompvoets, Mijnwerkersterminologie in de beide Limburgen: meer verscheidenheid dan eenheid (1989)
Jo Daan, ‘Sociolecten en stijlen bij Bredero Jo Daan’ In: Spektator. Jaargang 14 (1984-1985)
J.A. van Dijk, ‘Beantwoording van eenige vragen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Heinz Eickmans, ‘Literair vertalen tussen taalkunde en letterkunde Stilistische en sociolinguïstische aspecten Heinz Eickmans’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) Michiel Elias en Bartie Thijs, ‘Achtergronden bij het onderzoek naar taal en socialisatie Michaël Elias en Bartie Thijs’ In: Voortgang. Jaargang 1 (1980) Erica C. García, ‘Talige strategieën: een middel om sociale houdingen op het spoor te komen Erica C. Garcia’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983) G. Geerts, ‘[Nummer 5]’, ‘tweetaligheid binnen het nederlands sociolinguïstische facetten van het nederlands in vlaanderen’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 17 (1974) G. Geerts, ‘Sociolinguïstische variatie en lexicon’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) J.J. Gielen, ‘Het onderzoek van vaktalen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel II. De sociologische structuur onzer taal II (1914)
Jac. van Ginneken, ‘De schoondochters in de taalgeschiedenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter (1922)
Jac. van Ginneken, ‘Mannen en vrouwentaal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘Een nieuwe ontdekking der taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 12]’, ‘Een nieuwe ontdekking der taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Lila Gobardhan-Rambocus, ‘Nederlands in Suriname, een geslaagd resultaat van taalpolitiek Lila Gobardhan-Rambocus (Paramaribo)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) J. Goossens, Het gebruik van dialect en Algemeen Nederlands en de evolutie ervan (1987)
J. Goossens, Woordgeografie van nominale ellipsen bij taalcontacten (1989)
J. Goossens, Dialecten in het centrale Zuidnederlandse stedennetwerk (1993)
C.B. van Haeringen, ‘Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak .’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) C.B. van Haeringen, 'Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak' (1924)
Agnes Haft-Van Rees, ‘Agnes Haft-van Rees Register’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) P.J. Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal (1858-1862)
W.Gs Hellinga, ‘Probleemstelling bij het onderzoek van volkstaal en beschaafd in Holland, voornamelijk voor de XVIIe eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) D.C. Hesseling, ‘Taal en maatschappij.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) D.C. Hesseling, ‘Vaktaal en geheime taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Roeland van Hout, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 13 (1983-1984) H. Hulshof, ‘Theorie en methode van de linguïstische historiografie in Nederland, een metahistoriografische beschouwing Hans Hulshof’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1989 (1989) Guy Janssens, ‘De taalpolitiek en taalplanning van koning Willem I in de Waalse provincies en Luxemburg Guy Janssens (Luik)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Daniël van Kalken, ‘Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Daniël van Kalken, ‘Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Daniël van Kalken, ‘Nalezing op de bijdrage’, ‘Tot de kennis der Noordhollandsche volkstaal.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860) H. Kern, ‘Proeve eener taalkundige behandeling van het Oost-Geldersch taaleigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) H. Kern, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
H. Kern, ‘PROEVE EENER TAALKUNDIGE BEHANDELING VAN HET OOST-GELDERSCH TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) H. Kern, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. Kern, ‘Over de taal van de brieven van Huygens' Zusters en Dorothea van Dorp.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) G.G. Kloeke, 'Inleiding' (1927)
Anthonie Marius Kollewijn, ‘Max Mullers voorlezingen over de taalkunde.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
Anthonie Marius Kollewijn, ‘MAX MULLERS VOORLEZINGEN OVER DE TAALKUNDE.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Thijmen Koopmans, De toekomst van het Nederlands als wetenschapstaal (1995)
Etsko Kruisinga, ‘Poëzie en omgangstaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Etsko Kruisinga, ‘IX. De maatschappelike groepen en het Nederlands.’ In: Het Nederlands van nu (1938) Jan Jacob Lambin, ‘Straettael van Ypre.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837) W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel II De sociolinguïstische komponent (1979)
P. Leendertz (jr.) en J.W. Muller, ‘Straatroepen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) Jacob van Lennep, ‘Opmerkingen by de lezing van de bydrage, door dr. W. Bisschop geleverd, onder den tytel van het Dordsche taaleigen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.A. van Leuvensteijn, ‘Over Uw Edele, Uwé en Juffrouw Zijdelingse aanspreking in de Sara Burgerhart Arjan van Leuvensteijn’ In: Voortgang. Jaargang 19 (2000) V. Mennen, Straatnaamgeving in Vlaanderen en Nederland (1990)
A.C. Meyer, ‘Nederlandsch- of Fransch-Vlaamsch.’ In: Het Belfort. Jaargang 12 (1897) A.C. Meyer, ‘[Deel 2]’, ‘Nederlandsch- of Fransch-Vlaamsch. Een woord vooraf.’ In: Het Belfort. Jaargang 12 (1897) H. Molema, ‘Nederduitsche spreekwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.G.M. Moormann, De geheimtalen (2002)
G. Offermans, ‘Jij en je als aanspreekvormen in de achttiende eeuw’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) E.C. Pienaar, Taal en poësie van die tweede Afrikaanse taalbeweging (1919)
Jef Remans, Genker spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen (1979)
Jef Remans, Genker spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen deel 2 (1982)
H. Ryckeboer, ‘De behoefte aan een taalsociologisch onderzoek in Frans-Vlaanderen Drs. Hugo Ryckeboer’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1976 (1976) H. Ryckeboer, Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997)
J.J. Salverda de Grave, ‘Franse spreektaal buiten Frankrijk.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) A. Sassen, 'Endogeen en exogeen taalgebruik' (1963)
Jos. Schrijnen, ‘[Nummer 8]’, ‘Synchronistische volkskunde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G. de Schutter, ‘1. Praktijk Een sociolinguïstisch experiment in het Middelbaar Onderwijs?’ In: VON-Informatie. Jaargang 6 (1976) Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie (1980)
G. Seppen, ‘Diefstal van ‘Blinkertjes’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G. Seppen, ‘De spreektaal in het misdaad-onderzoek’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) L. Strengholt en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) Abram de Swaan, ‘Abram de Swaan Het Nederlands in het Europese talenstelsel’ In: De Gids. Jaargang 153 (1990) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Metakommunikatie in het groepstherapeutisch gesprek Wolfgang Frier’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1980 (1980) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Opvattingen over de rol van taal in socialisatie Erica Huls’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983) [tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995)
[tijdschrift] Ons Erfdeel, ‘Een oude taaltwist te Steenwerk.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De vier denkvormen in de Nederlandsche literatuur’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De vier denkvormen in taal- en letterkunde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Iets over scheldwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bijnamen in Oud-Mechelen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) Lambert Tinholt, ‘Taal-bijzonderheden van het eiland Marken, ’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap (1959)
Marius F. Valkhoff, ‘Over sociale taalbeschouwing.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) J. Veering, ‘Vaktaal, nieuwe woorden, vakjargon’ In: Spelenderwijs (zuiver) Nederlands (1959) M. van de Ven, ‘Verschil tussen taal van mannen en die van vrouwen M. van de Ven’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1975 (1975) A.A. Verdenius, ‘Over de vormen van het adnominale adjectief en het lidwoord van bepaaldheid in de 17de-eeuwse Amsterdamse volkstaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Lucius Vindex, ‘Hoog-Hollandsch, plat-Vlaamsch of... knoeitaal.’ In: Het Belfort. Jaargang 12 (1897) J. van Vloten, ‘Ceedse: chaise of siege?’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) C.G.N. de Vooys, ‘Nederlands ‘slang’ van ± 1840.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VII De Gids-tijd. Opkomst van de taalwetenschap (pl.m. 1835 - pl.m. 1885)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk II Het Middelnederlands sedert de overlevering uit schriftelijke bronnen’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VIII Het Nederlands in België (1830-pl.m. 1890)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk V De achttiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) Gerrit de Vos, Voornaamgeving in de beide Limburgen sinds 1839 (1989)
Matthias de Vries, ‘Het ware liberalisme in de Nederlandsche spraakkunst.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) J.W. de Vries, 'De slot-t in consonantclusters te Leiden: een sociolinguistisch onderzoek' (1974)
J.W. de Vries, ‘Opvattingen over het A.B.N. door dr. J.W. de Vries (RU Leiden)’ In: Colloquium Neerlandicum 7 (1979) (1980) W. Wessels, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
W. Wessels, ‘Een nawoord over de theorie der taalwording.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Leonard van Ysselsteyn, ‘Eenige opmerkingen over den tegenwoordigen toestand der Nederlandsche taal en hare toekomst.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) DialectologieA. Aarsen, ‘Veluwsch (Uddelsch) taaleigen. Eene aanteekening van A. Aarsen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) A. Aarsen, ‘Veluwsch (Uddelsch) taaleigen. Nog eene aanteekening van A. Aarsen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) José van Aelst, Evert van den Berg, Lia van Gemert, Ingmar Koch, W. Pijnenburg, Karel Porteman, Toos Streng, Annemarie van Toorn en H.T.M. van Vliet, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) Francis Allan, ‘Eenige opmerkingen over 't Markensche dialect. door F. Allan.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J.C. Anceaux, ‘Regelmaat en produktiviteit in een Austronesische taal J.C. Anceaux’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) Dirk van Assche, ‘Het Nederlands in Noord-Frankrijk Het huis is nog niet af Dirk van Assche’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 2000 (2000) Jan van Bakel, ‘De meest gesloten vocaalfonemen in het dialect van Nuenen bij Eindhoven’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) Jan van Bakel, A.C. Bouman, A.C. Crena de Iongh, C. Kruyskamp, H.T.J. Miedema en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) Jan van Bakel, R. Breugelmans, G. Kazemier, Henk A.C. Lambermont, F. Lulofs, A. Sassen, M.H. Schenkeveld, Bert van Selm, M.C. van den Toorn en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) Jan van Bakel, G. Kazemier, P.G.J. van Sterkenburg, L. Strengholt en P.E.L. Verkuyl, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) D.M. Bakker, E.G.A. Galama, R. Lievens, P.J. Meertens, M.A. Schenkeveld-van der Dussen en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) Frens Bakker, Het Venloos en het Blericks, een stads- en een dorpsdialect in één gemeente (1998)
M.A. Bax Botha, C.B. van Haeringen, G.G. Kloeke en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) Hartmut Beckers, Zur Diatopie der deutschen Dialekte in Belgien (1979)
Adriaan Beets, ‘Toerewever-tortwevel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘MNL. Aper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Adriaan Beets, ‘De Utrechtsche volkstaal. (stadstaal).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) Rob Belemans, Stokkems dialect of Stokkemse dialecten? (1995)
Rob Belemans, Dialectverlies bij Genker jongeren (1997)
Cornelis Bellens, ‘Limburgsche Dialecten.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1906 (1906) Hans Bennis, ‘Hans Bennis Een Duitse expansie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005) B. van den Berg, ‘De taal van een Dordtenaar in het begin van de 17de eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) B. van den Berg, ‘Naar aanleiding van de vocaalphonemen van het dialect van 's-Gravendeel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) B. van den Berg, ‘Boers en beschaafd in het begin der 17e eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) B. van den Berg, D.C. Tinbergen en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) B. van den Berg, ‘16de-eeuwse ei uit î in Weesp’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) B. van den Berg, ‘16de-eeuwse ei uit î in Rotterdam’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) Berna ten Berge, ‘Belangrijke sandhi-afwijkingen in het Groningsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) Amand Berteloot, ‘A. Berteloot Overwegingen bij de ‘lieden/luden’-kaart’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984) Hans den Besten, ‘Hans den Besten Kloeke en het Afrikaans’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005) H.L. Bezoen, ‘Nogmaals Ndl. mok, mokken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) H.L. Bezoen, ‘Vinkenkerels en vogelaarstaal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) H.L. Bezoen, ‘Gallée en Ballot’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) H.L. Bezoen, ‘[Nummer 9]’, ‘Het taalkundig geslacht te Enschede’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) H.L. Bezoen, ‘Twe. lūn ‘hoornpit’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) H.L. Bezoen, J. Heitkamp, G. Heitkamp en B. Ribbert, ‘Proeven van Twentsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) H.L. Bezoen, ‘De akkernaam fekkenstuk en zijn verwanten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) H.L. Bezoen, ‘Zichte (sikkel), zichten (maaien, zeven)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) H.L. Bezoen, ‘Gronings: ool hinne’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) H.L. Bezoen, ‘Ndl. door, bnw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) H.L. Bezoen, ‘Oostndl. bijzinnig’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) H.L. Bezoen, ‘Varia Tubantica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) Edgard Blancquaert, ‘Romaansche dialectologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Edgard Blancquaert, ‘Dialectgeografiese rondvraag.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) Edgard Blancquaert en Willem Pée, ‘Intervocalische tenuis-verschuiving in Vlaanderen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) D. De Bleecker, M.J.M. de Haan, C. Kruyskamp en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) W. Blok, G. Geerts, G. Kazemier, L. Strengholt en P.E.L. Verkuyl, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983) G.J. Boekenoogen, ‘Van als.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) P.C. Boeren, ‘Oud- en Nieuw-Limburg’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) J. Bok, J. Faber en H. van Strien, ‘Het dialekt en het taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) A.P. de Bont, ‘Over beduit(je) en wat dies meer zij’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) A.P. de Bont, ‘Een kleine rectificatie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) A.P. de Bont, J.B. Drewes, G.G. Kloeke, C. Kruyskamp en D. Kuijper Fzn., ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) M. Boonen, Huisnamen ontstaan en morfologie (1986)
J.J. Borger, ‘Haags uit de tweede helft van de 17de eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) K.J. Bostoen, G. Geerts, M.H. Schenkeveld en P.E.L. Verkuyl, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) Jan Bouchery, ‘De Gentsche tongval, door Jan Boucherij.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1907 (1907) Pierre Brachin, ‘Of + inversie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Cor van Bree, ‘Onderzoek naar dialectsyntaxis Cor van Bree’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) Cor van Bree, Het dialect in deze tijd (1983)
Cor van Bree, ‘Cor van Bree De morfologie van het Stadsfries (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 117 (2001) Cor van Bree, ‘Cor van Bree De morfologie van het Stadsfries (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 117 (2001) Har Brok, 'Het Dialecticon van Johan Winkler' (1998)
C.C. de Bruin, C. Kruyskamp, Maximilianus O.F.M. Cap. en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) Max de Bruin en Dorothée Janssen, Honderdvijftig jaar Nederlands in West- en Oostlimburgse kranten (1989)
Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fresiska.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fresiska.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Nederlands en z'n Studie. A. Over Taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Onze spreektaal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) J. Burny, De jeneverstruik in de Kempen en de naam Wechelderzande (1985)
Karel de Busschere, ‘Bijdragen’, ‘K. de Busschere ‘Westvlaams’ voor Gezelles taal een ongelukkige benaming’ In: Gezellekroniek. Jaargang 12 (1977) José Cajot, De rijksgrens tussen beide Limburgen als taalgrens (1977)
José Cajot, Het Limburgs dialect van de Voerenaren (1985)
José Cajot, Hoe maak ik een dialectwoordenboek? (1995)
José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten (1996)
Eddy Charry, Geert Koefoed en Pieter Muysken, De talen van Suriname (1983)
Frans Claes, Driestoponiemen in de streek van Diest (1984)
Frans Claes, Desiré Claes als taalkundige (1986)
Frans Van Coetsem, K. Fokkema, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) Micky Cornelissen, Lia van Gemert, Gert-Jan Johannes, Mary G. Kemperink, Marita Mathijsen en G.F.H. Raat, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993) Georg Cornelissen, De dialecten in de Duits-Nederlandse Roerstreek - grensdialectologisch bekeken (1995)
Georg Cornelissen, Taal en onderwijs in Noord-Limburg in de Franse tijd (1794-1814) (1998)
Leonie Cornips, ‘De hardnekkige vooroordelen over de regionale doen+infinitief-constructie Leonie Cornips’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) Adriaan de Corswarem, ‘Eenige bijzonderheden van het Hasseltsch dialect.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1907 (1907) P.J. Cosijn, ‘Eene vraag naar aanleiding van het Katwijksch taaleigen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederfrankische Psalmen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J.B. Courtmans, ‘Zonderlinge tael te Zele.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837) H. Crompvoets, Dialect en standaardtaal in Nederlands Limburg (1987)
H. Crompvoets, Huisslachtbenamingen in Nederlands Limburg (1988)
H. Crompvoets, Mijnwerkersterminologie in de beide Limburgen: meer verscheidenheid dan eenheid (1989)
H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat (1991)
H. Crompvoets, Het lemma in het woordenboek van de Limburgse dialecten (1993)
H. Crompvoets, Het Stokkems in zijn dialectgeografisch verband (1995)
H. Crompvoets, Klank- en woordgeografie rond Venlo (1998)
Jo Daan, ‘Stijl en klank’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Jo Daan, ‘Taalkaarten buik en kuit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 1 (1972)
Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO) (2 delen) (1972-1977)
Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO). Aflevering 2 (1977)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J.J.M. van Dam, Jantje Kaas en zijn jongens. Bijdrage tot de kennis van de Ned.-Indische soldatentaal in de 19e eeuw (1942)
C.F.A. van Dam, C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) B.C. Damsteegt, J.B. Drewes, G. Kazemier, Jan Stroop, F. de Tollenaere en M.C. van den Toorn, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) B.C. Damsteegt, M.H. Schenkeveld, Bert van Selm, P.G.J. van Sterkenburg, Jan Stroop, M.C. van den Toorn en W. Waterschoot, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 99 (1983) R.L.M. Derolez, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp, R. Lievens en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969) Dirc van Delf, ‘VI. - De taal der handschriften.’ In: Tafel van den kersten ghelove. Deel 1: Inleiding en registers (1939) F. den Eerzamen, ‘Spreekwoorden en spreekwoordelijke uitdrukkingen, voornamelijk uit Goeree en Overflakkee.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) F. den Eerzamen, ‘Spreekwoorden en spreekwoordelike uitdrukkingen, voornamelik van Goeree en Overflakkee. IV.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) F. den Eerzamen, ‘Bijdragen tot de kennis van het Goereese dialekt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) F. den Eerzamen, ‘Bijdragen tot de kennis van het Goereese dialekt. (Vervolg van blz. 252.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) F. den Eerzamen, ‘Over de voornaamwoorden in het Goerees’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) F. den Eerzamen, ‘Over de voornaamwoorden in het Goerees’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) H.J.E. Endepols en Jac. van Ginneken, De regenboogkleuren van Nederlands taal (1917)
H.J.E. Endepols, ‘Het pronomen Doe te Maastricht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichts of La force d'intercourse et l'esprit de clocher (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) H.J.E. Endepols, ‘Algemeen Beschaafd en Maastrichts of La force d'intercourse et l'esprit de clocher’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie III Intonatie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie V Intonatie en syntaxis 3’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.A. van Es, ‘Syntaxis en dialectstudie IV Intonatie en syntaxis 2’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) B. Faddegon, ‘Het medeklinkerstelsel van het Noord-Bevelandsch. Een bijdrage tot de leer der klankwetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Pieter Fijn van Draat, ‘Klankleer van den tongval der stad Deventer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) Karel de Flou, ‘Nederlandsche dialecten.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893) K. Fokkema, ‘De friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) A.A. Fokker, ‘Het Papiamentoe of basterd-Spaans der West-Indiese eilanden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) Ad Foolen, ‘Dialect in literatuur Ad Foolen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1995 (1995) Johannes Franck, ‘Schriften zur limburgischen Sprache und Litteratur. (Vervolg van blz. 475.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) Johannes Franck, ‘Schriften zur limburgischen Sprache und Litteratur. (Vervolg van blz. 341).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) Johannes Franck, ‘Schriften zur limburgischen Sprache und Litteratur. (Vervolg van blz. 421).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) Johannes Franck, ‘Schriften zur limburgischen Sprache und Litteratur. (Vervolg van blz. 138).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) Johannes Franck, ‘Schriften zur limburgischen Sprache und Litteratur. (Vervolg van blz. 392).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) Lode Geenen, ‘Taalkaart: steen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Lode Geenen, ‘Taalkaart: kaas’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Lode Geenen, ‘Taalkaart: de ij-diphtongeering’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) G. Geerts, C. Kruyskamp, P.J. Meertens en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967) G. Geerts, ‘Pronominale varianten in west-Vlaanderen K. Deprez en G. Geerts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1976 (1976) G. Geerts, ‘Brabant als centrum van de standaardtaalontwikkeling in Vlaanderen G. Geerts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983) G. Geerts, ‘Brabant als centrum van de standaardtaalontwikkeling in Vlaanderen door prof. dr. G. Geerts’ In: Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983) Marinel Gerritsen en Frank Jansen, ‘Veranderingen in de Noordhollandse ui: ontwikkeling of aanpassing? Marinel Gerritsen & Frank Jansen’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983) Marinel Gerritsen, ‘Snelkookpanne... De druk van het dialect op de uitspraak van ontleningen uit het Standaard Nederlands Marinel Gerritsen en Nelleke Brussaard’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1989 (1989) A. van Gerwen, ‘Oost-Brabantsche boerderijtermen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) A. van Gerwen, ‘Oost-Brabantsche boerderijtermen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) J.J. Gielen, ‘De weerspiegeling der historie in de taal van Hulst en Hulsterambacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) Albert Egges van Giffen, ‘De Vlamingen en de Nederlandsche taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel I. De sociologische structuur der Nederlandsche taal I (1913)
Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel II. De sociologische structuur onzer taal II (1914)
Jac. van Ginneken, ‘De schoondochters in de taalgeschiedenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart Asch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: H is phoneem’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: schaap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart ‘put’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: deur’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: broeder’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: leunen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: pakken = grijpen, nemen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: groen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: zoon’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: knecht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: vuur’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Botanie en taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: drinken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘De consonant-mouilleering in een groep Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935)
Jac. van Ginneken, ‘Vragen en antwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 3]’, ‘Na de aanneming der motie-Tilanus. - Wat nu?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘De taalgeographie op het Groningsche philologencongres’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘De taal, die wij tot onze huisdieren spreken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: mist’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 3]’, ‘‘Barbarous in beauty’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Jac. van Ginneken, ‘Het wisselend muzikaal accent van het Oudnederlandsch heeft alleen het Limburgsch zuiver bewaard’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, ‘Internationale vragenlijst over dialect-phonologie.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, ‘Het Friesch van hindeloopen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart rijk (adjectief)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) Jac. van Ginneken, ‘Willem Pée's groot boek Over de verkleinwoorden in de Nederlandsche dialecten.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 8]’, ‘Willecome in Holland Gij Koning der Belgen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) Jac. van Ginneken, ‘Been en voet een lexicologisch Slavisme.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 12]’, ‘De tweede aflevering van onzen Nederlandschen Taalatlas’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) Jac. van Ginneken, ‘Een mooi boek over de Drentsche boerentaal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 10]’, ‘Kloeke's eerste aflevering van den Taalatlas van Noord- en Zuid-Nederland’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) Ton Goeman, ‘Ton Goeman Methodologische vernieuwing in het dialectologisch onderzoek van Kloeke’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005) Leo Goemans, ‘Opmerking.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Leo Goemans, ‘Phonetische verscheidenheden in de volkstaal (Zuid-Brabant: Brussel, Leuven en Mechelen)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) W.F. Gombault, ‘De cartografie der Noordnederlandse tongvallen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) J. Goossens, ‘Taalgeografie en moderne naamgeving Een onderzoek naar de benamingen van enkele moderne landbouwbegrippen in het zuidoosten van het Nederlands taalgebied, voornamelijk Belgisch Limburg’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) J. Goossens, ‘Taalgeografie en moderne naamgeving’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) J. Goossens, C. Kruyskamp, J.J. Mak, Cornelis Schmidt, C. Soeteman, Marie Veldhuyzen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966) J. Goossens, ‘De definitie van Nederlandse dialecten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972) J. Goossens, Jozef Leenen (1976)
J. Goossens, ‘Afdeling 5 Dialectkunde’, ‘13. Geschiedenis van de Nederlandse dialectstudie J. Goossens’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977) J. Goossens, ‘De tweede Nederlandse auslautverscherping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) J. Goossens, De tweede Nederlandse auslautverscherping (1978)
J. Goossens, Dommellandse woorden (1978)
J. Goossens, Dialectologie en taalvariatie (1979)
J. Goossens, J. van Marle en Wim Zonneveld, ‘Jaap van Marle en Wim Zonneveld De theoretische consequenties van stemhebbende finale obstruenten in Nederlandse dialecten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980) J. Goossens, Middelnederlandse vocaalsystemen (1981)
J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, De begrenzing van de Kempen (1983)
J. Goossens, Die Herausbildung der deutsch-niederländischen Sprachgrenze (1984)
J. Goossens, De Nederlandse verwanten van Oostnederduits Pede 'Elytrigia repens' (1985)
J. Goossens, Daas 'paardevlieg' en zijn varianten in de Nederlandse en Nederduitse dialecten (1985)
J. Goossens, Het gebruik van dialect en Algemeen Nederlands en de evolutie ervan (1987)
J. Goossens, Schets van de meervoudsvorming der substantieven in de Nederlandse dialecten (1988)
J. Goossens, Woeringen en de oriëntatie van het Maasland (1988)
J. Goossens, De woordenschat van een Belgisch-Limburgse varkenskermis (1988)
J. Goossens, Woordgeografie van nominale ellipsen bij taalcontacten (1989)
J. Goossens, De nieuwe fragmenten van Hendrik van Veldekes Sente Servas (1991)
J. Goossens, ‘J. Goossens Ik en Trijntje Cornelis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 107 (1991) J. Goossens, Borgloon en de Middelnederlandse letterkunde (1992)
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke (1992)
J. Goossens, De molenaar in het Limburgse dialect (1992)
J. Goossens, Dialecten in het centrale Zuidnederlandse stedennetwerk (1993)
J. Goossens, Hulde aan André Stevens. Chronologische biografie van André Stevens (1993)
J. Goossens, In memoriam dr. Jos Molemans (1995)
J. Goossens, Genker dialect tussen oost en west (1997)
J. Goossens, Bèèëne en borre voor 'branden'. Over r-metathesis in Limburg (1999)
J. Goossens en Jacques Van Keymeulen, 'Geschiedenis van de Nederlandse dialectstudie' (2006)
Jan Grauls, ‘Van vrijen en vrijers I Een kijkje in de Belgische taal der liefde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Jan Grauls, ‘Van vrijen en vrijers II Een kijkje in de Belgische taal der liefde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Jan Grauls, ‘Klommel, lommel, rommel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) J.P. Guépin, De beschaving (1983)
C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) C.B. van Haeringen, ‘Friese elementen in het Hollands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) C.B. van Haeringen, ‘Intervocaliese d in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) C.B. van Haeringen, ‘Romaanse invloed door zuidnederlandse bemiddeling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) C.B. van Haeringen, ‘Congruerende voegwoorden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) C.B. van Haeringen, ‘De dubbele negatie in het Maastrichts.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) C.B. van Haeringen, ‘Chapter Ten Dialectology’ In: Netherlandic language research (1954) C.B. van Haeringen, ‘Chapter Four Middle Netherlandic’ In: Netherlandic language research (1954) A.M. Hagen, ‘A.M. Hagen De paradox van Babel. Over de hardnekkigheid van dialectverschillen’ In: De Gids. Jaargang 148 (1985) K.H. Heeroma, ‘De dialekten van Vlieland en Midsland (Terschelling).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) K.H. Heeroma, ‘Het Zeefrankies’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) K.H. Heeroma, ‘Het amsterdams als -dialekt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) K.H. Heeroma, ‘De herkomst van het Midslands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) K.H. Heeroma, ‘Aantekeningen bij dialektkaartjes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) K.H. Heeroma, ‘Goois uit het midden der 18e eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) K.H. Heeroma, ‘Nieuwe dialektstudies.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) K.H. Heeroma, ‘Gm. eu in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) K.H. Heeroma, ‘Ingwaeoons’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) K.H. Heeroma, ‘Opmerkingen over de methode der expansiologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) K.H. Heeroma en N. van Wijk, ‘Ter inleiding bij de phonologische vragenlijst voor de dialekten in Nederland’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) K.H. Heeroma, ‘De waardering van de volkstaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) K.H. Heeroma, ‘De waardering van de volkstaal. (Vervolg van blz. 127).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) K.H. Heeroma, ‘De Leidse taalatlas.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) K.H. Heeroma, ‘Aantekeningen bij ‘Het prefix in het verleden deelwoord’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) K.H. Heeroma en G. Knop, ‘Een merkwaardige functieverschuiving’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) K.H. Heeroma, ‘Iets over het Brabants’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) K.H. Heeroma, G.I. Lieftinck, Reinier van der Meulen Rz. en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) K.H. Heeroma, ‘Fries oes, uis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) K.H. Heeroma, ‘De gm. eu in het Nederlands (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) K.H. Heeroma, ‘Structuurgeografie en structuurhistorie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) K.H. Heeroma, ‘Wat is ingweoons?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) K.H. Heeroma, ‘De Ingweoonse achtergrond van smeu’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) K.H. Heeroma, ‘Stadshollands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) W.Gs Hellinga, ‘Het Stadsfries en de problemen van taalverhoudingen en taalinvloed’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940) Willem Lodewijk van Helten, ‘Iets over de buiging van het werkwoord in het Brabantsch dialect.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een Westfriesche en Nederlandsche a uit e voor een r der volgende syllabe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Nog een en ander over de Oudoostnederfrankische en de Middelfrankische Psalmen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Willem Lodewijk van Helten, ‘Blindhokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Aanteekeningen op Varia in Deel XXVII, 157 Vlgg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Cornelis Rudolphus Hermans, ‘XII. Dialect der meiery van s' Hertogenbosch.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) Willy van Hoecke, ‘De wisselwerking tussen Romaans en Germaans in Noord-Frankrijk 1. De streektalen Willy Van Hoecke’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1978 (1978) Willy van Hoecke, ‘De wisselwerking tussen Romaans en Germaans in Noord-Frankrijk 2. De Franse standaardtaal Willy Van Hoecke’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1979 (1979) Willy van Hoecke, ‘De wisselwerking tussen Romaans en Germaans in Noord-Frankrijk 3. De Nederlandse standaardtaal Willy Van Hoecke’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1980 (1980) Teake Hoekema, ‘Nieuwe Friese dialectgeografie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) Walter Hoffmann, Von Himmerod und Rottbitze bis Roda Kerkrade (1996)
A.R. Hol, ‘De noordwest grens van het pronomen gεi.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) A.R. Hol, ‘De noordgrens van het pronomen Gij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, ‘4.3. Het taallandschap van het Laatmiddelnederlands’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997) Frank Jansen, ‘De Leidse -t aan het woordeinde: toevoeging of weglating F. Jansen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977) Jos Jansen, Het Lommels als grensdialect (1991)
W.A.F. Janssen, ‘De naamvals-n in het zuiden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Amaat Honoraat Joos, ‘Boekbeoordeeling.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886) G. Kazemier, C. Kruyskamp, F. de Tollenaere en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) H. Kern, ‘Eigennamen uit oude Geldersche oorkonden. Bijdrage tot de kennis der Geldersche tongvallen door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘Over open en gesloten E, inzonderheid in het Oostgeldersch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) H. Kern, ‘Bijdrage tot de Klankleer van 't Oostgeldersch taaleigen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) H. Kern, ‘Middeleeuwsche oorkonden uit Oldenzaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) J.H. Kern, ‘Een nieuw boek over het Maastrichts.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) Paul de Keyser, ‘Bargoensch uit het begin van de twintigste eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J. Klatter, ‘Dialectstudie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) G.G. Kloeke, ‘De dialecten en de klankwetten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) G.G. Kloeke, ‘Opmerkingen over dialectgeographie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) G.G. Kloeke, ‘Organisatie van het dialectonderzoek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) G.G. Kloeke, ‘Woordgeographisch onderzoek, een voorbeeld ter navolging.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographie in zakformaat.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) G.G. Kloeke, ‘Eigennamen op -tet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) G.G. Kloeke, ‘Zijn er reflexen van Hollandsche expansie in de huidige Nederlandsche dialecten waar te nemen?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) G.G. Kloeke, ‘De ondergang van het pronomen Du. (Met een kaartje).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) G.G. Kloeke, ‘Oudhollandsche relicten met ‘U’-uitspraak voor Germ. Û.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) G.G. Kloeke, ‘Ponstghen, en nog iets over Hollandsche en Groningsche mouilleering.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) G.G. Kloeke, De Hollandsche expansie in de zestiende en zeventiende eeuw en haar weerspiegeling in de hedendaagsche Nederlandsche dialecten (1927)
G.G. Kloeke, ‘De Duitsche ‘Sprachatlas’ in verband met Nederlandsche dialectgeographie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) G.G. Kloeke, ‘De Noordnederlandsche tegenstelling westoost-zuid weerspiegeld in de a-woorden, een dialectgeographische excursie om de Zuiderzee. (Met kaartjes van de woorden ‘water’ en ‘schaap’).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) G.G. Kloeke, ‘De Noordnederlandsche tegenstelling westoost-zuid weerspiegeld in de a-woorden, een dialectgeographische excursie om de Zuiderzee. (vervolg en slot van Jg. XXVII, blz. 241-56).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) G.G. Kloeke, ‘Doe als vrouwelijk pronomen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) G.G. Kloeke, ‘Complicaties bij het Nederlandse taalgeographisch onderzoek (met vier kaartjes)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) G.G. Kloeke, ‘Ingvaeonismen ook in Gouda?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) G.G. Kloeke, ‘Woensdag (Met een kaart)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) G.G. Kloeke, J.A.N. Knuttel en Jan P.M.L. de Vries, ‘De Frankische landname’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) G.G. Kloeke, ‘Haagse volkstaal uit de achttiende eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) G.G. Kloeke, ‘De keldermot’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) G.G. Kloeke, ‘Enkele opmerkingen over de cartering van dialectmateriaal in 't bijzonder naar aanleiding van de grenzen van het umlautverschijnsel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) G.G. Kloeke, ‘De voorzaten van het Friese jou’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) G.G. Kloeke en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) G.G. Kloeke, Herkomst en groei van het Afrikaans (1950)
G.G. Kloeke, ‘Verbastering’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) G.G. Kloeke, ‘De overgang van Hollands naar Noordoostelijk Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) G.G. Kloeke, ‘De reliktvorm hef(t) voor ‘heeft’ als characteristicum voor de meest ouderwetse (West)Germaanse dialekten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) G. Knop, ‘Terschelling een Frankisch land met Friesche kolonies?? II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G. Knop, ‘Schylgerlaner Leisboek’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G. Knop, ‘Uit den Schellinger taaltuin’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G. Knop, ‘Uit den Schellinger taaltuin’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G.P.M. Knuvelder, F.K.H. Kossmann, C. Kruyskamp en Gilbert A. R. de Smet, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) K. Koffeman, ‘De vervoeging in het Urksch door K. Koffeman.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) K. Koffeman, ‘Het Urker taaleigen door K. Koffeman.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) R.A. Kollewijn, ‘Kleine mee-delingen over boekwerken.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) R.A. Kollewijn, ‘Onze taal in Zuid-Nederland.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 15 (1905) K. Kooiman, ‘Enige phonemen in Holland en in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) K. Kooiman, ‘Sociale taalmuren.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) Jan Koopmans, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C. Kostelijk, ‘Het suffix -heid in het Noordhollands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning (1990)
Joep Kruijsen, Romaanse leenwoorden in Haspengouw (1992)
C. Kruyskamp en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) C. Kruyskamp, P.J. Meertens, A. Sassen, J.M.J. Sicking en H. van de Waal, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) C. Kruyskamp, ‘De begrenzing van het handwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) C. Kruyskamp, ‘Hollands stadsdialect ca. 1800’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) C. Kruyskamp, A.A. Weijnen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) Reind Kuitert, ‘Verliest de Nederlandse cultuurtaal streektaalschakering?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) Jan Jacob Lambin, ‘Straettael van Ypre.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837) W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen (1977)
W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel I De synchronische en diachronische komponenten (1978)
W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel II De sociolinguïstische komponent (1979)
Karel Lantermans, ‘J.J. Cremer en het dialekt der Over-Betuwe.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) C.P.F. Lecoutere, Julius Obrie en W.L. de Vreese, ‘Lezing van Dr. Jac. Muyldermans: Eenige beschouwingen over de uitspraak onzer taal. - Bespreking. Voordracht door de heeren Prof. Dr. Willem de Vreese, Prof. Mr. Julius Obrie en Prof. Dr. C. Lecoutere, in de Decembervergadering 1908.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1909 (1909) P. Leendertz (jr.), ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) J. Leenen, Dialecten in Belgisch Limburg (1991)
Jan Lijnen, Enkele uitdrukkingen en woorden uit het dialekt van Romershoven (1977)
anoniem Limburgse sermoenen, ‘III. Algemeene opmerkingen over het dialect der Sermoenen. Hulpmiddelen.’ In: Limburgsche sermoenen (1895) A. van Loey, ‘Aanhangsel’ In: Middelnederlandse spraakkunst. Deel I. Vormleer (1948) A. van Loey, ‘Dialecten’ In: Middelnederlandse spraakkunst. Deel II. Klankleer (1949) Thomas van Loo, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. V. Dialect van Brugge.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838) L.G. van Loon, ‘Ave atque vale, - Jersey lag duits verdwijnt 1.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) Jozef van Loon, Morfeemgeografie van de Nederlandse herkomstnamen (1981)
Jozef van Loon, ‘J. van Loon Een peiling naar het ontstaan van het Zuidnederlandse accusativisme’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 105 (1989) Jan Lucassen, Geschiedenis en dialectologie: het geval Meijel (1991)
C.J. Magielse, ‘De nieuwe spelling en de lagere school’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) J. Mansion, ‘Oude Vlaamsche namen uit Frankrijk’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie (1994)
Ann Marynissen, Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen (1998)
Ann Marynissen, ‘Ann Marynissen Van -(t)ke naar -(t)je De oorsprong en verspreiding van het Nederlandse diminutiefsuffix -(t)je’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) G. van der Meer, ‘Friese afleidingen op -heid en -ens (Een geval van morfologische rivaliteit?) Geart Van Der Meer’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) P.J. Meertens, ‘Het Vlaams karakter der Zeeuwse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) P.J. Meertens, ‘Taalkaart slaap (van het hoofd)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) P.J. Meertens, ‘Taalkaart paars’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) P.J. Meertens, ‘Taalkaart moe (moede)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) P.J. Meertens, ‘Taalkaart aardbei’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) P.J. Meertens, ‘Taalkaart rug’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) P.J. Meertens, ‘Enkele opmerkingen over onze visserstaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) P.J. Meertens, ‘Boekbeoordeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971)
V. Mennen, Fusie of gemeentelijke herindeling in de beide Limburgen (1990)
V. Mennen, Straatnaamgeving in Vlaanderen en Nederland (1990)
V. Mennen, Naamgevingsfactoren en naamgevingstypen (1990)
V. Mennen, Interpretatie van toponiemen (1993)
V. Mennen, De persoonsnaamgeving in het Lommels dialect (1994)
V. Mennen, Stokkem en aanverwante plaatsnamen (1995)
V. Mennen, Genker straatnaamgeving in de twintigste eeuw (1997)
Jan Messchert van Vollenhove, ‘Welluidendheid van taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) H.T.J. Miedema, ‘Saxonische dialektstudie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) H.T.J. Miedema, ‘Aa, Aag en Oog naast Ooi en Gooi’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) Jozef van Mierlo, ‘Tegen regel 8 en 5 van het voorstel-Marchant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Stefan Minten, De evolutie van de woordenschat in het Hasselts dialect (1987)
Fons Moerdijk, ‘A. Moerdijk Het etymologiseren van ‘dubbel geïsoleerde’ dialectwoorden De etymologie van staaien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) C. Moeyaert, ‘frans-vlaanderen’, ‘Frans-Vlaamse taaltuin 35.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 17 (1974) C. Moeyaert, ‘De hedendaagse schrijftaal van de Westhoek in Frankrijk Lexicon C. Moeyaert’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1976 (1976) J. Molemans, Mensen, namen en nummers (1976)
J. Molemans, Profiel van de Kempische toponymie (1977)
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal (1979)
J. Molemans, Referaten rond het thema 'dialectwoordenboeken' (1981)
J. Molemans, Referaten gehouden op het zevende congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde (1982)
J. Molemans, Naamgevingsfactoren in de Kempische toponymie, geïllustreerd aan Opglabbeek (1986)
J. Molemans, Meting van de heerlijkheid Gruitrode-Solt (1792-1794) (1992)
J. Molemans, Loon tussen Brabant en Luik. Teloorgang en toch behoud van eigen identiteit (1992)
Nicolaas van der Monde, ‘Proeven van Nederduitsche dialecten. Dialect van Utrecht.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 7 (1843) Marijke Mooijaart, Atlas van Vroegmiddelnederlandse taalvarianten (1992)
J.W. Muller, ‘Nogmaals seck.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J.W. Muller, ‘Ort, orten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J.W. Muller, ‘Westvlaamsche dialectstudie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) J.W. Muller, ‘Een en ander over oudere Stichtsche taal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) J.W. Muller, ‘Een paar kantteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.W. Muller, ‘Vaak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) J. Naarding, ‘Drentsch dialect’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) J. Naarding, ‘De bij’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) J. Naarding, ‘De aanspreekvormen in het Drentsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) J. Naarding, ‘De Nederlandsche benamingen van de uier’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) J. Naarding, ‘Woorden met sj- en tj-’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jef Notermans, ‘Een opmerking bij de dialektkaart van Dr. G.G. Kloeke.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) Johannes Onnekes, ‘Bijdrage tot de kennis van het Hunsingo-Groningsch dialekt. door J. Onnekes.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen (1998)
G.S. Overdiep, ‘Syntaxis en dialectstudie II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Syntaxis en dialectstudie I’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘[Nummer 7]’, ‘Het Katwijksch I’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘Het Katwijksch. V’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘Voortvarendheid?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘Na het kamerdebat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘Het Katwijksch. IV’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘Het Katwijksch. II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘Over den ‘tik’ om de ooren’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘Het Katwijksch. III’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘[Nummer 10]’, ‘Standaard-Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G.S. Overdiep, ‘De vorm van den imperatief’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘Zinsvormen en woordvormen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘Hollandsche dialectstudies’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘Bijzondere partikels in het Katwijksch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘Het eindexamen gymnasium’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G.S. Overdiep, ‘Poon en zijn trawanten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G.S. Overdiep, ‘Katwijksche varia’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G.S. Overdiep, ‘Katwijksche varia’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G.S. Overdiep, ‘Aanvulling ‘jollie’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) Martin Permys, ‘Een homoeopathisch geneesmiddel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) W. Pijnenburg, ‘Mnl. G(h)oepssc(h)ene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979) Jef Remans, Genker spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen (1979)
Jef Remans, Genker spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen deel 2 (1982)
Johan Renders, ‘Boekbespreking’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Johan Renders, ‘Opmerkingen omtrent Noord-Brabantsche verkleinwoorden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) Frans Rens, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. VII. Dialect van Beveren (Land van Waes).’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838) Frans Rens, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. X. Dialect van Maestricht.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) Frans Rens, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. IX. Dialect van Geeraerdsbergen (Oost-Vlaenderen).’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) Frans Rens, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. XIII. Dialect van Ninove (Oost-Vlaenderen).’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840) K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving (1979)
J de Rooy, ‘Lummel dat je bent’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 83 (1967) Clasien Rooze-Stouthamer en Gunther De Vogelaer, ‘Gunther De Vogelaer & Clasien Rooze-Stouthamer Taalcontact of onvolledige verwerving: casusverlies bij de Zeeuwse pronomina’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 122 (2006) Gerlach Royen, ‘De nominale klassifikatie in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Gerlach Royen, ‘Een fonologische dialektgrammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) H. Ryckeboer, ‘Het Vlaams van de Franse Westhoek in het geheel van het Nederlandse taalgebied Drs. Hugo Ryckeboer’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1979 (1979) H. Ryckeboer, Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997)
Luc Salu, ‘Over de diftongering van i en u.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) A. Sassen, ‘De Oudfriese formule tiaende ende temende’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954) H.F. Schatz en George Will, ‘H.F. Schatz en G. Will Dialectresistentie in het land van Axel Een onderzoek in werkelijke tijd’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 108 (1992) Arthur van Schendel, ‘Aanslag op de taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) H.G.J. Schillemans, ‘De nieuwe spelling en de schoolboeken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Harrie Scholtmeijer, ‘Harrie Scholtmeijer G.G. Kloeke en de F-zijde van de Nederlandse dialectologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005) M. Schönfeld, ‘Vormen met gesyncopeerde n.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) M. Schönfeld, ‘Betekenisverandering bij waternamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) Bert Schouten, ‘T-Deletie in de stad Utrech: Schoolkinderen en grootouders M.E.H. Schouten, Instituut voor Engelse Taal- en Letterkunde, Utrecht.’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1982 (1982) Martin Schouten, ‘De invloed van dialect - achtergrond op de uitspraak van het Engels M.E.H. Schouten, J. Reinders en M. van Esschoten-Roelofsen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986) M.J.H.A. Schrijnemakers, Problemen rond de plaatsnaam Venray (Ned. Limburg) Margraten (Ned. Limburg) (1977)
Jos. Schrijnen, ‘Het gaat om de taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jos. Schrijnen, ‘De anlautende schr- in het algemeen beschaafd’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) G. de Schutter, ‘De ‘Brabantse sandhi’-regel opnieuw bekeken G. de Schutter’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993) Jan Segers en Ton Vallen, Sociolinguïstiek en dialectologie (1980)
Jan Segers, Taalgrensvorming in Zuid-Limburg (1983)
Jan Segers, Dialecten en naamgeving in Haspengouw (1984)
Jan Segers, Waternamen in de Oetervallei, met name te Neeroeteren (1986)
Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. I (1993)
Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. II (1994)
Jan Segers, Twintig jaar Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde. Een terugblik (1996)
Jan Segers, Cuvelier en Huysmans 100 jaar later: moet de toponymische studie van Bilzen nog geschreven worden? (1998)
Nicoline van der Sijs en Jos Swanenberg, ‘Een pleidooi voor de dialectstudie in Nederland en Vlaanderen’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 48 (2005) Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood. (Slot).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Ph.J. Simons, ‘Leven en Dood. (Vervolg van blz. 154).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) René van Sint-Jan, ‘De twee dialecten van Guido Gezelle.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) Patrick Slechten, Sjampe en verweite. Een verzameling Bilzerse scheldwoorden. Deel 1: A - M (1996)
Patrick Slechten, Sjampe en verweite. Een verzameling Bilzerse scheldwoorden. Deel 2: N - Z (1999)
W. Slijpen, ‘De Limburgsche Sermoenen toch Limburgsch?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) F.A. Snellaert, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. VIII. Dialect van Kortryk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838) F.A. Snellaert, ‘Bydragen tot de kennis van den tongval en het taeleigen van Kortryk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 8 (1844) Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts' (1987)
Xavier Staelens, Van taal naar toal en van toal naar taal (1987)
Chr. Stapelkamp, ‘Vressem-vreissem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) Chr. Stapelkamp, ‘Veenderijtermen en enige andere woorden uit het Utrechtse polderland’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) L. Starmans, ‘Limburgsche valtoon en diphtong’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) A. Stevens, Struktuur en historische ondergrond van het Haspengouws taallandschap (1978)
A. Stevens, Leidraad bij straatnaamgeving en -wijziging (1982)
A. Stevens, Pronominale isomorfen in Belgisch-Limburg. I (1985)
A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik (1990)
F.A. Stoett, ‘W.A. Winschooten's ‘Seeman’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Jan Stroop, ‘De terminologie van de handboogschutter’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) Jan Stroop, ‘Jan Stroop Een herorientatie van de dialektstudie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980) Jan Stroop, ‘Metathesis van s en p Jan Stroop’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) Jan Stroop, ‘Jan Stroop Twee soorten schwa in de zuidelijke dialecten en het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 104 (1988) Jan Stroop, ‘Jan Stroop Twee soorten schwa in de zuidelijke dialecten en het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 104 (1988) Jan Stroop, ‘J. Stroop Afgedwongen nasalering’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 110 (1994) J. Taeldeman, ‘J. Taeldeman Nieuw licht op intervocalische < ng > vanuit de Vlaamse dialecten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) Rob Tempelaars, ‘‘Mij zinkt de moed bij het zien van de hoeveelheid’ De collectie historische taalkunde’ In: Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1995) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘Gewestspraak en algemeene taal.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘De Bo's West-Vlaamsch Idioticon en de West-Vlaamsche Taalbeweging.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘Eenige gevallen van j-omklank in de omstreken van Kortrijk’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893) [tijdschrift] Dietsche Warande, ‘Bijlage. Le Flamand en France. Etude sur le dialecte de Bailleul.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks 2. Jaargang 5 (1892) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Archiefmateriaal als bron voor taal- en dialecthistorisch onderzoek D. Otten’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘De dialectologie van het Quechua W.F.H. Adelaar’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) [tijdschrift] Gids, De, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten.’ In: De Gids. Jaargang 3 (1839) [tijdschrift] Gids, De, ‘Westfriesche woorden.’ In: De Gids. Jaargang 68 (1904) [tijdschrift] Gids, De, ‘Kas Deprez Vlaams is (Belgisch-)Nederlands’ In: De Gids. Jaargang 150 (1987) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Voornaamwoordelike aanduiding in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Dialektonderzoek in Zuid-Nederland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Is het algemeen beschaafd armoedig?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een Amsterdamse scheldroep uit de 15de eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een vijftiende-eeuwse straatroep.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘De verbreiding van de uu-uitspraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) [tijdschrift] Ons Erfdeel, ‘Het Nederlands een Duits dialekt?’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: links’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis. doen.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Ja en neen in het dialect van Sittard’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: duizend’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 8]’, ‘Dialectstudie en syntaxis Primitieve syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: wang’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart neus’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: vinden’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: zweep’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis: een overgangsklank’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaart: dorpel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Dialectstudie en syntaxis’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Gaan’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een nieuwe Zuid-Limburgsche dialectmonographie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Nog een Hollandsche expansie: de ronding van lenen: leunen en soortgelijke’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 6]’, ‘Dialectstudie en syntaxis negatie en andere syntactische vormen in de Gentsche volkstaal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De nieuwe spelling in de praktijk der lagere school’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Nog eens de Limburgsche stoottoon’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Geen cultureele contingenteering! Groningsch-Balkansch-Javaansche raakpunten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De geslachtsvormen van het adjectief in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 7]’, ‘De vormen en de verbuiging der pronomina in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De vormen en de verbuiging der pronomina in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De Limburgsche woordschikking in proza en poëzie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 3]’, ‘Rede van den voorzitter, der dialectcommissie,’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De vormen en de verbuiging der pronomina in de Nederlandsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Taalkaarten strand, hond en honger’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Het zelfstandig gebruikte adjectief en het geslacht’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 7]’, ‘Een phonologisch probleem der Limburgsche dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Tweetaligheid in het renovatiedeel van het Schinveldsche rolen genachtingboek’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 9]’, ‘Noick, een zeventiende-eeuwsch woord uit Zuid-Limburg’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) [tijdschrift] Taal- en letterbode, De, ‘Eenige oude Veluwsche woorden, die taalkundige opheldering schijnen te verdienen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) [tijdschrift] Taal- en letterbode, De, ‘Opmerkingen over het Zuidbevelandsche taaleigen door J. Kousemaker Pz.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘‘Vlaams’ en ‘Hollands’ in Duitse dialekten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De verkleinwoorden in een Noordbrabantsch dialect (Oirschot en omstreken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Scherpkorte en Zachtkorte O in Nederlandse woorden van Franse afkomst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Onbilleke kritiek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Het prefix in het verleden deelwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Polysemievrees’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De Friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Ian E. Robertson Berbice and Skepi Dutch A lexical comparison’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 105 (1989) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Pieter van Reenen Kloekes Hollandsche Expansie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005) [tijdschrift] Voortgang, ‘De huus/hoes-isoglosse in Overijssel, zijn ontstaan rond 1610 en de weerlegging van de Frequency Actuation Hypothesis Pieter van Reenen ’ In: Voortgang. Jaargang 15 (1995) F. de Tollenaere, ‘Handwoordenboek en dialect’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) F. de Tollenaere, ‘Problemen van het dialectwoordenboek Theorie en praktijk’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) F. de Tollenaere, ‘Nederlandse dialekten Definities en realiteiten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Vlaams in ‘Vlaamse soldatenbrieven uit de Napoleontische tijd’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 98 (1982) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Het ‘(h)ankeren’ van jikkemiene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 108 (1992) J.N. Twilhaar, ‘De ‘Brabantse sandhi-regel’ nogmaals bekeken Jan Nijen Twilhaar’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993) V.F. Vanacker, ‘Syntaktische overeenkomsten tussen Frans-Vlaamse en Westvlaamse dialekten Prof. dr. V.F. Vanacker’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1977 (1977) L. Veldhuis, ‘Hoe de boeren en voerlui een paard mennen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) L. Veldhuis, ‘De roepnamen van het varken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J. Verdam, ‘Over werkwoorden op -ken en -iken (-eken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, Uit de geschiedenis der Nederlandsche taal (1923)
A.A. Verdenius, ‘Over de inclinatie in het Middelnederlandsch. (Naar aanleiding van Oostmiddelnederlandsche vormen als gaedet, regendet enz.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) A.A. Verdenius, ‘Over de aanspreekvorm ie (i-j) in onze oostelike provincieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) A.A. Verdenius, ‘De laatste sporen van du in Noord-Holland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) A.A. Verdenius, ‘Over het voornaamwoord jullie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) A.A. Verdenius, ‘De lidwoordsvorm den (d'n) in het hedendaags Fries.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) A.A. Verdenius, ‘Oetoe (oerdoe) rakkert een Fries relict’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) J.M. Verhoeff, Iets over Limburgse familienamen afgeleid van beroepsaanduidingen, met speciale aandacht voor het slagersberoep (1988)
J. Beckering Vinckers, ‘Waard, woord, woerd; zwaard, zwoord, zwoerd.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. Beckering Vinckers, ‘Wodan.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J.J. de Vlam, ‘Bijdrage tot het taaleigen der Meierij, medegedeeld door De Vlam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) C.G.N. de Vooys, ‘Westfriese woorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) C.G.N. de Vooys, ‘Limburgs-Brabantse dialektgeografie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) C.G.N. de Vooys, ‘Het onderzoek van de Nederlandse dialekten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) C.G.N. de Vooys, ‘Hyperkorrekte taalvormen in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk II Het Middelnederlands sedert de overlevering uit schriftelijke bronnen’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931) C.G.N. de Vooys, ‘De ‘epitheta’ van Anthoni Smijters.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) C.G.N. de Vooys, ‘Hedendaags woordgebruik in Zuid- en Noord-Nederland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) Gerrit de Vos, Voornaamgeving in de beide Limburgen sinds 1839 (1989)
W.L. de Vreese, ‘Kleinigheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) W.L. de Vreese, ‘Een trits Vlaamsche woorden verklaard door Dr. Willem de Vreese.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1908 (1908) Wobbe de Vries, ‘Vocaalrekking vóór R + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Wobbe de Vries, ‘Nuver (-ver < -wer).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Wobbe de Vries, ‘Over ŭ in open lettergrepen in het Noordwestelijk Saksisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen in de Nederlanden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Wobbe de Vries, ‘Zijn de verkleinuitgangen met j en met ie uit Holland naar elders gekomen?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) Wobbe de Vries, ‘Ponstghen; en nog iets over -tgijn enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Wobbe de Vries, ‘Nog iets over de noordoostlike verkleinuitgangen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) Wobbe de Vries, ‘Zijn Bilts en Vriezenveens ontstaan doordat Friezen van taal veranderden?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) Jan P.M.L. de Vries, ‘Dinsdag’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Wobbe de Vries, ‘Analogiese praeteritum-vormen bij en naar verba met ou.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Wobbe de Vries, ‘N in de gen. en dat. van Friese eigennamen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen. (Nalezing.)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Wobbe de Vries, ‘Over deminutiva in en nabij Overijsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Wobbe de Vries, ‘Tk > tj in het Noordfries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Wobbe de Vries, ‘Oe-relicten in Holland en Zeeland?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van Pée's studie over de verkleinuitgangen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) Wobbe de Vries, ‘Overneming uit verwante spraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: poosje’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: wens: wuns’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: mispel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) A.A. Weijnen, ‘De woorden voor melk en karnemelk’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: boerenslobkous’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: sajet’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) A.A. Weijnen, ‘De û en iets over articulatiegewoonten in Noord-Brabant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) A.A. Weijnen, ‘Uit de vaktaal der peelarbeiders’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) A.A. Weijnen, ‘Taalkaart schommel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) A.A. Weijnen, ‘Betrekkingen tussen de Zeeuwse en West-Noordbrabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) A.A. Weijnen, ‘Taalkaart moe (vermoeid)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) A.A. Weijnen, ‘[Nummer 6]’, ‘De ouderdom en het isolement van het Schouwens dialect’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) A.A. Weijnen, ‘De hoepel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) A.A. Weijnen, ‘Hoeveel ea-phonemen kent het Noordbevelands?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) A.A. Weijnen, ‘De oe-phonemen in het Leuvens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) A.A. Weijnen, ‘De semantische en syntactische problematiek van het dialectwoordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) A.A. Weijnen, ‘Het verspreidingsgebied van de ontronding’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) A.A. Weijnen, ‘Fonetische en grammatische parallellen aan weerszijden van de taalgrens’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) A.A. Weijnen, ‘Dialectologie en Marxisme’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969) N. van Wijk, ‘Vocaalrekking vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) N. van Wijk, ‘De studie van Nederlandse dialekten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) N. van Wijk, ‘De 1. persoon pluralis in het Oudhoogduitsch en andere Westgermaansche dialecten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) N. van Wijk, ‘Een Oudwestnederfrankies -dialekt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) N. van Wijk, ‘Niet-gerekte a, e voor r + konsonant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) N. van Wijk, ‘Een oud dialektwoord (wieme, wîme).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) N. van Wijk, ‘De leemten in onze dialektkennis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) N. van Wijk, ‘Gerekte a, e vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) N. van Wijk, ‘Gerekte ŏ en ŭ in Oostnederlandse dialekten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) N. van Wijk, ‘Over dialektgrenzen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) N. van Wijk, ‘Het vokalisme van het woord drek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) N. van Wijk, ‘Taalvergelijking en moderne Dialektkunde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) N. van Wijk, ‘De klinkerrekking en stoottoon vóór stemhebbende medeklinkers in het Limburgs en in andere dialekten en talen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) N. van Wijk, ‘Rekking en stoottoon in het limburgs’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) N. van Wijk, ‘De Rijns-Limburgse polytonie, vergeleken met de Kasjoebse’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) N. van Wijk, ‘‘Silbenschnitt’ en quantiteit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) G. de Wilde, ‘Het enclitische pronomen personale van de tweede en derde persoon singularis in het Rotterdams’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) C. Wilkeshuis, ‘De ontwikkeling van u (uit oude ô) tot y in 't Stadsfries.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. III. Dialect van Antwerpen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837) J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. IV. Dialect van Leuven.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837) J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. II. Dialect van Gent.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837) J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. I.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837) J.F. Willems, ‘Overeenkomst van het Zeeuwsch en het Vlaemsch.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838) J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. VI. Dialect van Kessel, by Venloo.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838) J.F. Willems, ‘Het Bourgondsch in de Kempen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838) J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. XI. Dialect van Rousselaere.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839) J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. XIV. Dialect van Poperinghe.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840) J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. XVI. Dialect van Lier.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840) J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. XV. Dialect van Eecloo.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840) J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. Dialect van Mechelen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841) J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. Dialect van Turnhout, (medegedeeld door den eerw. heer Stroobant, te Hoogstraten).’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 6 (1842) J.F. Willems, ‘Proeven van Nederduitsche dialecten. Dialect van Rotterdam.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 6 (1842) J.F. Willems, ‘Proeven van Nederduitsche dialecten. Dialect van Diest. De verlore zoon, in diesters duts’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 8 (1844) J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. Dialect van Sint-Truiden.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 8 (1844) J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. Dialect van Yperen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 9 (1845) J.F. Willems, ‘Proeven van Belgisch-Nederduitsche dialecten. Dialect van Audenaerde.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10 (1846) J.H.J. Willems, ‘Sjouw en jouw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Roland Willemyns, Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983)
J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Johan Winkler, Algemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticon. Deel 2 (1874)
Johan Winkler, Algemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticon. Deel 1 (1874)
Jos van de Wouw, Tendenzen in de klankontwikkeling van het Weertlands (1986)
Karel van der Zeijde, ‘Het Sliedrechtsch taaleigen door K. van der Zijde.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Historische taalkundeJ.C. Anceaux, ‘Glottochronologie en lexicostatistiek’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1963 (1963) Th.H. d' Angremond, ‘Naschrift bij N.T. 30, 417/8.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Th.H. d' Angremond, ‘Lierelauwen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) René Appel, ‘Van jij naar gij: kodewisseling in het taalgebruik van Nederlandse Vlamingen Ankie Klootwijk, Jeanine Treffers & René Appel’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Jacques Arends, Syntactic Developments in Sranan (1952)
Jacques Arends, ‘Jacques Arends Oude teksten in jonge talen Vroege bronnen in de Creooltalen van Suriname’ In: De Gids. Jaargang 157 (1994) Saskia van As, ‘Doubletten en het Humboldtiaans principe: het geval nu/nou Saskia van As’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) Constantinus Bake, G. Kalff, H.W.J. Kroes, J. Prinsen J.Lzn, G.W. Spitzen en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Jan van Bakel, A.C. Bouman, A.C. Crena de Iongh, C. Kruyskamp, H.T.J. Miedema en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) Jan van Bakel, ‘De grammatische wisseling in het Gotisch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 89 (1973) Matthijs Bakker, Geert Evert Booij, Frank Jansen, P.J. Verkruijsse en Yves G. Vermeulen, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) Adriaan J. Barnouw en J. Verdam, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Adriaan Beets, ‘Een als pronomen demonstrativum.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) Adriaan Beets, ‘Beekum; bêken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Adriaan Beets, ‘Van den os op den ezel dalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Adriaan Beets en A. Kluijver, ‘Kalis en caliban.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Adriaan Beets, ‘MNL. Aper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Adriaan Beets, ‘Toertrapper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Het (Leidsche) drillen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Overscharig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) Adriaan Beets, ‘Tuckele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adriaan Beets, H.L. Bezoen, G. Karsten en G.A. Nauta, ‘Kleine Mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) B. van den Berg, ‘De taal van een Dordtenaar in het begin van de 17de eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) B. van den Berg, 'Boers en beschaafd in het begin der 17e eeuw' (1943)
J.B. Berns en M.J.M. de Haan, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) Amand Berteloot, ‘Amand Berteloot Van du naar ghi’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003) H.L. Bezoen, ‘Twe. lūn ‘hoornpit’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) Saskia Bierling en Jan Noordegraaf, ‘Brugsma, Wurst en Becker. Taalkundige relaties in de negentiende eeuw J. Noordegraaf en Saskia Bierling’ In: Voortgang. Jaargang 7 (1986) Marcus van Blankenstein, ‘Kaf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Marcus van Blankenstein, ‘Duwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) G.J. Boekenoogen en M. Schönfeld, ‘Walewijn en Walewein.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) R.C. Boer, ‘Studie van de levende taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) R.C. Boer, ‘Syncope en consonantengeminatie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adrianus Bogaers, ‘Losse aanmerkingen betrekkelijk woorden, bij Vondel voorkomende.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Adrianus Bogaers, ‘Losse aanmerkingen betrekkelijk woorden, bij Vondel voorkomende, door Mr. A. Bogaers. (Zie Dl. V. bl. 225.)’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Adrianus Bogaers, ‘Losse aanmerkingen betrekkelijk woorden, bij Vondel voorkomende door Mr. A. Bogaers.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) A.P. de Bont, ‘De g in hij heget, hij düget en dergelijke werkwoordelijke vormen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y (1998)
Geert Evert Booij, ‘Historische en methodologische achtergronden van de generatieve fonologie G.E. Booij’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976) Geert Evert Booij, P.J.A. Franssen, Emmy Gransjean-Muda, W. Hendrikx, Paul de Herder, Maaike Hogenhout-Mulder, J. Kwant, Ad Leerintveld, A.G. Melle, Jan Noordegraaf, Nico Oudejans, Dick Jan Sanders, M.A. Schenkeveld-van der Dussen, P.J. Verkruijsse, Yves G. Vermeulen en Gerard de Vriend, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.J. Borger, ‘Haags uit de tweede helft van de 17de eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) D.B. Bosman, ‘Naschrift.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) K.J. Bostoen, Kaars en bril: de oudste Nederlandse grammatica (1985)
K. de Bot, ‘Onderzoek naar taalverandering en het gebruik van de ‘apparent-time’-methode Kees de Bot’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1985 (1985) A.C. Bouman, ‘De dubbele ontkenning in Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) A.C. Bouman, A.A. van Rijnbach, Walter Thys en F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) Dirk Boutkan en Maarten Kossmann, ‘Dirk Boutkan en Maarten Kossmann Over sjwa-apocope in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) Cor van Bree, ‘Nieuwe voorbeelden voor Stutterheim’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1971 (1971) Cor van Bree, Historische grammatica van het Nederlands (1987)
Cor van Bree, Historische taalkunde (1990)
Cor van Bree, ‘Variatie en verandering in het Vlaardings C. van Bree’ In: Voortgang. Jaargang 11 (1990) Willem Gerard Brill, ‘Hoe in onze taal vergoed is, wat door het afslijten der naamvals-uitgangen was verloren.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Over de Naamvalsuitgangen: hun wezen en hunne beteekenis, hunne geschiedenis en de kritiek, aan welke zij onderworpen zijn geworden.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Over de wijzigingen, welke de gothische vokalen hebben ondergaan. - Over klankwijziging en klankverschuiving in het algemeen.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Willem Gerard Brill, ‘Het Gothische Vokaalstelsel.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863) Gerard Brom, ‘Aanspeeekvormen in het midden van de negentiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) C.C. de Bruin, ‘Bilderdijk en de studie van het Middelnederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Daer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fréska’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Dietsche kleinigheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Grammaire raisonnée.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) José Cajot, De rijksgrens tussen beide Limburgen als taalgrens (1977)
W.J.H. Caron, 'Het taalspel van de probatio pennae' (1963)
Julien Claerhout, ‘De Franken, de Friezen en de Saksen. Onze voorouders.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886) Micky Cornelissen, Lia van Gemert, Gert-Jan Johannes, Mary G. Kemperink, Marita Mathijsen en G.F.H. Raat, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 22 (1993) P.J. Cosijn, ‘De sporadische uitstooting en klinkerwording der W door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) P.J. Cosijn, ‘Assimilatie in het Nederlandsch door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederlandsche psalmen, door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) P.J. Cosijn, ‘De uo der psalmen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) P.J. Cosijn, ‘Anglosaxonica door P.J. Cosijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) P.J. Cosijn, ‘Hêliand 2477.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) P.J. Cosijn, ‘Niel, Wiel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) P.J. Cosijn, ‘De Oudsaksische Genesis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) P.J. Cosijn, ‘De Oudnederfrankische Psalmen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) P.J. Cosijn, ‘Rectificatie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) H.K.J. Cowan, ‘Oudoostnederfrankisch of oostelijk Oudnederlands?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) H.K.J. Cowan, ‘Oudnederfrankische varia’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) Saskia Daalder, ‘Een blik in het verleden van een voegwoord: mits in zijn functie van voorzetsel in ouder en nieuwer Nederlands Saskia Daalder’ In: Voortgang. Jaargang 25 (2007) Jo Daan, ‘Taalkaarten buik en kuit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) Jan Daman, ‘De naamvals-N bij een Zuidnederlands schrijver.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) Jean Baptiste David, ‘Over de regelmatigheid in de spelling, by de oude Nederduitsche schryvers.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) A. Dees, ‘Taalkundig onderzoek aan de hand van Oudfranse oorkonden A. Dees P.Th. van Reenen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) A. Dees en J.A. de Vries, ‘Bepaling van de herkomst van Oudfranse literaire teksten aan de hand van oorkondengegevens A. Dees en J.A. de Vries’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) R.L.M. Derolez, K.H. Heeroma, C. Kruyskamp, R. Lievens en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969) G.R.W. Dibbets, Vondels zoon en Vondels taal. Joannes Vollenhove en het Nederlands (1991)
Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.B. Drewes, ‘Hola, ic hebber ghinder twee bespiet . . .’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) L.F. van Driel, ‘Nederlandse taalkunde in de negentiende eeuw - een overzicht L. van Driel’ In: Voortgang. Jaargang 25 (2007) Frans Drijvers, ‘Middelnederlandsche dichtkunst.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) A.M. Duinhoven, ‘A.M. Duinhoven Negaties met ne, nee, niet en of’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002) Jan G. Elburg, ‘Jan G. Elburg Over de overeenstemming tussen de Schotse en Friese talen’ In: De Gids. Jaargang 147 (1984) Els Elffers, ‘Els Elffers De taalkunde en haar geschiedschrijving’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993) G. Engels, ‘Over de uitspraak van de ij bij Huygens en Hooft.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) G.A. van Es, ‘Voegwoordelijke verbindingen met doe en als ter uitdrukking van de aspectische functie der progressiviteit in het Middelnederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) G.A. van Es, ‘Op weg naar een historische syntaxis van het Nederlands?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) G.A. van Es, ‘Woordgeschiedenis en historische syntaxis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975) H. J. Eymael, ‘Van den os op den ezel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) B. Faddegon, ‘Geleidelijke en springende klankverandering. Een empirisch-psychologische studie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) B. Faddegon, ‘Afstandsdissimilatie van consonanten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) B. Faddegon, ‘De regels der afstandsmetathesis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Pieter Fijn van Draat, ‘Klankleer van den tongval der stad Deventer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) Simon Fokke, ‘De nominatief jo een interne Friese ontwikkeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) A.A. Fokker, ‘Het Papiamentoe of basterd-Spaans der West-Indiese eilanden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) Johannes Franck, ‘Heden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Johannes Franck, ‘Beiträge zur Niederländischen Grammatik.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Johannes Franck, ‘Zur lautgeschichte des adjectivums gut.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) Willem Frijhoff, ‘‘Bastertspraek en dartele manieren’ De Franse taal in Nederlandse mond Door Willem Frijhoff’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1990 (1990) Robert Fruin, ‘Nog iets over Custinge, naar aanleiding van het opstel van prof. Verdam, in de vorige aflevering geplaatst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) Johan Hendrik Gallée, ‘Hêleand 984.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eenige ten opzichte van Genus of Flectie onzekere Gotische woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) Johan Hendrik Gallée, ‘Mnl. Boogen en Bogen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Johan Hendrik Gallée, ‘Oudsaksische genesis vs. 288 (huoam).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Johan Hendrik Gallée, ‘Oudsaksisch men.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Johan Hendrik Gallée, ‘Oud-Noordhollandsch taaleigen in het Cartularium Egmundense.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) Lode Geenen, ‘Taalkaart: de ij-diphtongeering’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Lode Geenen, ‘Taalkaart: steen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) G.J. Geers, F.K.H. Kossmann, C. Kruyskamp en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) G. Geerts, ‘De verspreiding van het algemeen Nederlands in West-Vlaanderen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) G. Geerts, ‘Het collectivum als haar-syndroom’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) G. Geerts, ‘Brabant als centrum van de standaardtaalontwikkeling in Vlaanderen G. Geerts’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1983 (1983) Marinel Gerritsen en Frank Jansen, ‘Veranderingen in de Noordhollandse ui: ontwikkeling of aanpassing? Marinel Gerritsen & Frank Jansen’ In: Spektator. Jaargang 12 (1982-1983) Marinel Gerritsen, ‘Snelkookpanne... De druk van het dialect op de uitspraak van ontleningen uit het Standaard Nederlands Marinel Gerritsen en Nelleke Brussaard’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1989 (1989) Guido Gezelle, ‘Dichtkunst, letteren. Uit eene Leyse ter eere der H. Maagd Maria.’ In: Dietsche Warande. Nieuwe reeks 2. Jaargang 6 (1893) J.J. Gielen, ‘De weerspiegeling der historie in de taal van Hulst en Hulsterambacht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) Jac. van Ginneken, 'De huidige stand der genealogische taalwetenschap' (1909)
Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Jac. van Ginneken, ‘Het gesprek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel I. De sociologische structuur der Nederlandsche taal I (1913)
Jac. van Ginneken, ‘De schoondochters in de taalgeschiedenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 6]’, ‘De voorloopers der phonologie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 10]’, ‘Vlaanderen en Vlamingen = zeeroovers der salische wet’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 9]’, ‘De telwoorden en hun ontstaan’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 7]’, ‘De voorloopers der phonologie. II’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Het jonge geslacht, als keerpunt in de geschiedenis der letterkunde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Staande uitdrukkingen, die van verre komen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 2]’, ‘De geschiedenis der drie geslachten in Nederland’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘De nieuwste ontwikkelingsperiode onzer dierbare moedertaal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘De taal, die wij tot onze huisdieren spreken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 7]’, ‘Kleine woorden wortelen diep’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 5]’, ‘Ras en taal’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 4]’, ‘De namen Brabant en België, een keerpunt in de Europeesche kleederontwikkeling’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘Taalkaart: mist’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘Eenige merkwaardige stellingen over de genealogie en de typologie der talen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, G.S. Overdiep en J. Wils, ‘Boekbespreking’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 4]’, ‘Onze zuidelijke taalgrens en de Germaansche bevolking van het Merovingische rijk’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 11]’, ‘Een nieuwe ontdekking der taalwetenschap’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, ‘Het wisselend muzikaal accent van het Oudnederlandsch heeft alleen het Limburgsch zuiver bewaard’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 12]’, ‘De tweede aflevering van onzen Nederlandschen Taalatlas’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) P. Gisseleire, ‘De oorsprong der Vlaamsche taal haar invloed op het schoonheids-, zedelijk en godsdienstig gevoel van den stam door P. Gisseleire.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) P. Gisseleire, ‘De oorsprong der Vlaamsche taal haar invloed op het schoonheids-, zedelijk en godsdienstig gevoel van den stam door P. Gisseleire. (Vervolg. Zie Belfort 1892 blz. 49).’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) Leo Goemans, 'Voortleven van verdwenen klanken in den Sandhi (Dialecten van Aalst en Leuven)' (1903)
W.F. Gombault, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) W.F. Gombault, ‘Naar aanleiding van Dr. Stoett's ‘Nederlandsche spreekwoorden.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) J. Goossens, 'Polysemievrees' (1962)
J. Goossens, C. Kruyskamp, J.J. Mak, Cornelis Schmidt, C. Soeteman, Marie Veldhuyzen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 82 (1966) J. Goossens, ‘De tweede Nederlandse auslautverscherping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) J. Goossens, De tweede Nederlandse auslautverscherping (1978)
J. Goossens, Middelnederlandse vocaalsystemen (1981)
J. Goossens, 'De taal der liederen van Jan I' (2005)
H.P. Grebe, ‘De tijd gestulpt: Nederlandse grammaticale resten in niet-Standaardafrikaans H.P. Grebe’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003) Kees Groeneboer, Weg tot het Westen (1993)
L. Grootaers, 'Het Nederlands substraat van het Brussel-Frans klanksysteem' (1953)
Maurits Gysseling, ‘Vergadering IV gehouden op woensdag 9 september 1970 14.00 - 17.00 uur’, ‘Prae-Nederlands, Oudnederlands, Vroegmiddelnederlands door Dr. M. Gysseling Rijksuniversiteit Gent’ In: Colloquium Neerlandicum 4 (1970) (1973) Maurits Gysseling, ‘Ontstaan en verschuiving van de taalgrens in Noord-Frankrijk Dr. Maurits Gysseling’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1976 (1976) C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) C.B. van Haeringen, ‘Invloed van R op klinkers in Germaanse talen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) C.B. van Haeringen, ‘Historiese grammatica bij de studie voor ‘middelbaar Nederlands’. Dr. M. Schönfeld, Historiese Grammatica van het Nederlands. Tweede druk. - Zutphen - W.J. Thieme & Cie. - 1924.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) C.B. van Haeringen, ‘Het grammaticaal systeem van Jespersen. Otto Jespersen, The Philosophy of Grammar. Londen en New-York, 1924.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) C.B. van Haeringen, ‘Romaanse invloed door zuidnederlandse bemiddeling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) C.B. van Haeringen en A.A. Weijnen, ‘Congruerende verbindingswoorden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940) C.B. van Haeringen, Netherlandic language research (1954)
J.A. vor der Hake, ‘Is de beleefdheidsvorm U 'n verbastering van UEd.?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) J.A. vor der Hake, ‘Een zestiend' eeuwse taal voor literair verkeer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) J.A. vor der Hake, ‘De ondergang van het voornaamwoord du. (Naschrift).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) J.A. vor der Hake, ‘De voorgeschiedenis van ons alfabet.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) J.A. vor der Hake, ‘De ondergang van het voornaamwoord du.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) A.G. van Hamel, ‘Ons conservatieve klankstelsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) H.J. 't Hart, ‘Hanneke van den Muyzenberg Over het Sanskrit, als moeder der Germaanse taaltakken [2]’ In: De Gids. Jaargang 147 (1984) Carel de Haseth, ‘Carel de Haseth Een bijdrage in de discussie over het ontstaan van het Papiaments’ In: De Gids. Jaargang 153 (1990) K.H. Heeroma, ‘De beleefdheidsvorm u omstreeks 1800.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) K.H. Heeroma, ‘Goois uit het midden der 18e eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) K.H. Heeroma, ‘Jullie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) K.H. Heeroma, ‘De herkomst van de Hollandse diftongering’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) K.H. Heeroma, ‘De waardering van de volkstaal. (Vervolg van blz. 127).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) K.H. Heeroma, ‘De waardering van de volkstaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) K.H. Heeroma, ‘[Jaargang 37]’, ‘Iets over de vroegste Nederlandse taalgeschiedenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) K.H. Heeroma en G. Knop, ‘Een merkwaardige functieverschuiving’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) K.H. Heeroma, ‘De ou-diftongering in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) K.H. Heeroma, ‘De Gm. eu in het Nederlands (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) K.H. Heeroma, ‘Chaukisch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) K.H. Heeroma, ‘Bij de ou-diftongering in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) K.H. Heeroma, ‘De herkomst van de Hollandse aa’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) K.H. Heeroma, 'Ontspoorde frankiseringen' (1951)
K.H. Heeroma, ‘Ontspoorde frankiseringen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) K.H. Heeroma, ‘Fries oes, uis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) K.H. Heeroma, ‘Oudengelse invloeden in het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) K.H. Heeroma, ‘De gm. eu in het Nederlands (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) K.H. Heeroma, ‘Naar aanleiding van grunjer (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) K.H. Heeroma, ‘De ie als plus-foneem van de reductievocaal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) K.H. Heeroma, ‘Structuurgeografie en structuurhistorie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) K.H. Heeroma, ‘Wat is ingweoons?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) K.H. Heeroma, 'Wat is Ingweoons?' (1965)
K.H. Heeroma, ‘De Ingweoonse achtergrond van smeu’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) K.H. Heeroma, Colloquium Neerlandicum 3 (1967) (1969)
Jacobus Heinsius, ‘Getes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) W.Gs Hellinga, ‘Probleemstelling bij het onderzoek van volkstaal en beschaafd in Holland, voornamelijk voor de XVIIe eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Willem Lodewijk van Helten, ‘Besproeien, plavant, en de epenthesis der R en L.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Hvatan met zijne familie. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bestaat er in onze taal eene oo, uit eene oorspronkelijke ai?’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Versmelting van de beginletter w met eene volgende oe of o, in het Nederlandsch.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Iets over de ei, uit e of a, door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over ft, cht en st door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche Grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883) Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de Dietsche Grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883) Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bijdragen tot de dietsche grammatica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Willem Lodewijk van Helten, ‘Hilic, huwelijk enz., vechtelic, feestelic.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de verscherpte uitspraak van zachte en de verzachte uitspraak van scherpe stomme consonanten in het normale Nederlandsch.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Oudfri. kestigia, kesta, kest enz., ndl. custen, custinge enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Her Danielken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over een Westfriesche en Nederlandsche a uit e voor een r der volgende syllabe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de SS uit þþ in asem, vessemen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Berooid, vieren (bot -, den schoot - enz.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van de Oudnederlandsche psalmvertaling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Nog een en ander over de Oudoostnederfrankische en de Middelfrankische Psalmen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Willem Lodewijk van Helten, ‘De Westfriesche eigennamen Jouke en Sjouke.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘De Wachtendonckse Psalmen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Willem Lodewijk van Helten, ‘De Wachtendonckse Psalmen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het verband tusschen 't NL. kutte cunnus (kil.) en 't Got. qiþus uterus en over tusschen, zuster.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de Nedl. scherpkorte en zachtkorte o.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de factoren, die in het beschaafde Nederlandsch de oude grammaticale onderscheiding tusschen masc. en vrouw. substantieven onmogelijk hebben gemaakt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Felisberto Hérnandez, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) D.C. Hesseling, Het Afrikaansch (1899)
D.C. Hesseling, Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
D.C. Hesseling, ‘Plak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) D.C. Hesseling, ‘Is het Afrikaans de zuivere ontwikkeling van een Nederlands dialekt?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) D.C. Hesseling, ‘Taal en maatschappij.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) D.C. Hesseling, ‘Taal en nationaliteit.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) D.C. Hesseling, ‘De jongste wereldtaal (het Ido).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) D.C. Hesseling, 'Overblijfsels van de Nederlandse taal op Ceylon' (1910)
D.C. Hesseling, ‘Overblijfsels van de Nederlandse taal op Ceylon.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) D.C. Hesseling, ‘Een nieuwe theorie over 't ontstaan van het Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) D.C. Hesseling, ‘Africana.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) D.C. Hesseling, ‘Africana.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) D.C. Hesseling, ‘Papiaments en Negerhollands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) D.C. Hesseling, ‘Een Spaans boek over het Papiaments’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) D.C. Hesseling, ‘Africana.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Willy van Hoecke, ‘De wisselwerking tussen Romaans en Germaans in Noord-Frankrijk 1. De streektalen Willy Van Hoecke’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1978 (1978) Willy van Hoecke, ‘De wisselwerking tussen Romaans en Germaans in Noord-Frankrijk 2. De Franse standaardtaal Willy Van Hoecke’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1979 (1979) Willy van Hoecke, ‘De wisselwerking tussen Romaans en Germaans in Noord-Frankrijk 3. De Nederlandse standaardtaal Willy Van Hoecke’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1980 (1980) J. Hoftijzer, ‘Schaatsen op dun ijs Linguïstisch onderzoek van beperkt materiaal J. Hoftijzer’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) Maaike Hogenhout-Mulder, ‘Een Diemense oorkonde uit de 14e eeuw Maaike Hogenhout’ In: Voortgang. Jaargang 5 (1984) Maaike Hogenhout-Mulder en W. Pijnenburg, ‘Drie verkenningen n.a.v. drieënzestig in het middelnederlands Maaike Hogenhout-Mulder en Willy Pijnenburg’ In: Voortgang. Jaargang 8 (1987) Maaike Hogenhout-Mulder, ‘Veranderingen in de ambtelijke taal van Deventer tussen 1350 en 1500. Maaike Mulder’ In: Voortgang. Jaargang 9 (1988) A.R. Hol, ‘De noordwest grens van het pronomen gεi.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) A.R. Hol, ‘De noordgrens van het pronomen Gij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) H. Hoogenkamp, ‘De volkstaal te Hoogezand.’ In: Onze volkstaal (1882-1890) J.M. Hoogvliet en Jan Gerrit Talen, ‘Iets over de beschrijving van het Nederlandsche verbum Door den heer Talen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) J.M. van der Horst en Marijke J. van der Wal, ‘Negatieverschijnselen en woordvolgorde in de geschiedenis van het Nederlands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979) J.M. van der Horst, ‘J.M. van der Horst en R. Storm Over de geschiedenis van het betrekkelijke voornaamwoordelijk bijwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 107 (1991) J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
W.M.H. Hummelen, C. Kruyskamp, P.J. Meertens, F. de Tollenaere, Marie Veldhuyzen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) Matthias Hüning, ‘Visies op taalverandering Matthias Hüning’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1993 (1993) Antoon Jacob, ‘Vreemde invloed in ‘De Vlaamse Leeuw’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) Jozef Jacobs, ‘De Oudgermaansche Runen.’ In: Het Belfort. Jaargang 12 (1897) Jozef Jacobs, ‘De jongste richting in de taalkunde.’ In: Het Belfort. Jaargang 13 (1898) T.S. Jansma, ‘Verloren middelnederlandse spelen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) Theo A.J.M. Janssen, ‘Het wel en niet omschreven indirekt objekt en de possessieve datief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) Theo A.J.M. Janssen, ‘Grammaticale theorie: conventionaliteit en vorm-betekeniseenheid van taalelementen Theo A.J.M. Janssen’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1988 (1988) Amaat Honoraat Joos, ‘Kleine studie op de woorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 3 (1888) J.P.B. Josselin de Jong, ‘De oorsprong van het grammatisch geslacht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) K.H.R. de Josselin de Jong, ‘Afhankelijkheid, onafhankelijkheid, vrijheid: de taalkundige situatie P.E. de Josselin de Jong’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1976 (1976) Daniël van Kalken, ‘Voorbeelden van een verouderde vervoeging der thans in gebruik zijnde werkwoorden.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) Gerrit Kamphuis, ‘Hughelijn en vrouwe Ogerne (Reinaert 796-800).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel (1723)
Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (1723)
G. Kazemier, C. Kruyskamp, F. de Tollenaere en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) Josef Kempen, ‘Het Nederlands verleden van de Duitse Beneden-Rijn.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969) J.H. Kern, ‘IV. Over de taal der Batavieren en Franken. Door Prof. H. Kern.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1866 (1866) H. Kern, ‘De geschiedenis eener letter. door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) H. Kern, ‘Een Bataafsche naam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) H. Kern, ‘Eigennamen en verkleinwoordjes. door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) H. Kern, ‘Eigennamen uit oude Geldersche oorkonden. Bijdrage tot de kennis der Geldersche tongvallen door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘De partikel ar in 't Oudhoogduitsch door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘Een rechtsterm der Salische wet door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘De verbuiging van man in 't Gotisch door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Over eenige vormen van 't werkwoord zijn in 't Germaansch. Door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Graaf.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Verkleinwoorden op sa, sia.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Eene oude Nederduitsche geloofsbelijdenis door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) H. Kern, ‘Uit de Salische wet door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) H. Kern, ‘Honderd en duizend door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) H. Kern, ‘Genezen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) H. Kern, ‘Bidden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) H. Kern, ‘Lijden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884) H. Kern, ‘Beer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) H. Kern, ‘Boos.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) H. Kern, ‘Ast, eest, ozd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) H. Kern, ‘Germaansche verwanten van Slawisch žrêbŭ.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) H. Kern, ‘Canis, çuni.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) H. Kern, ‘Kantoor, quatuor.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) H. Kern, ‘Boot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Eekkatte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘[Over Jacob Grimm en zijn invloed op de ontwikkeling der Nederlandsche taalwetenschap, door den heer H. Kern]’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1902 (1902) H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) H. Kern, ‘Middeleeuwsche oorkonden uit Oldenzaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) H. Kern, ‘Germaans *marʒanaz?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) H. Kern, ‘De Gotische vorm van den eigennaam Alphonsus.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) H. Kern, ‘Een Hollandsch woord in het Tamil en het Kanareesch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) J.H. Kern, ‘Is de beleefdheidsvorm U een verbastering van U.E?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) H. Kern, ‘Over een paar Zwitsersche en tevens Nederlandsche verkleiningsvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) J.H. Kern, ‘Verwanten van Mndl. verweent.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.H. Kern, ‘Mndl. geles.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) A. Kessen, ‘Over de taal der oudste Limburgse, niet-literaire bronnen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) G.G. Kloeke, ‘Klankoverdrijving en goedbedoelde (hypercorrecte) taalvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) G.G. Kloeke, ‘Eigennamen op -tet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) G.G. Kloeke, ‘Oudhollandsche relicten met ‘U’-uitspraak voor Germ. Û.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) G.G. Kloeke, ‘Complicaties bij het Nederlandse taalgeographisch onderzoek (met vier kaartjes)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) G.G. Kloeke, ‘Woensdag (Met een kaart)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) G.G. Kloeke, ‘Haagse volkstaal uit de achttiende eeuw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) G.G. Kloeke, ‘De voorzaten van het Friese jou’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) G.G. Kloeke en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) G.G. Kloeke, Herkomst en groei van het Afrikaans (1950)
G.G. Kloeke, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) G.G. Kloeke, ‘De taalgeografie schrijdt voort’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954) G.G. Kloeke, ‘De reliktvorm hef(t) voor ‘heeft’ als characteristicum voor de meest ouderwetse (West)Germaanse dialekten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) J.J. van der Kloes, ‘Ter verklaring van een paar plaatsen uit Nederlandsche dichters van de zeventiende eeuw.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) W.G. Klooster, ‘W.G. Klooster Historische en systematische verklaringen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 104 (1988) A. Kluijver, ‘Rampzalig, Armzalig, Lamzalig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) A. Kluijver, ‘Hlaifs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) A. Kluijver, ‘Trawant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) A. Kluijver, ‘Bairan en Gabairan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) A. Kluijver en J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) A. Kluijver, ‘Kaliber.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) A. Kluijver, ‘Mender.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) A. Kluijver, ‘De analogie als taalscheppende macht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) A. Kluijver, ‘‘Wörter und Sachen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) A. Kluijver, ‘Historische studie der syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) A. Kluijver, ‘Perfectieve vormen in het Middelnederlandsch.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) A. Kluijver, ‘Een nieuwe historische grammatica van onze taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) A. Kluijver, ‘Taal en volksaard.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) A. Kluijver, ‘Over ‘Progress in language’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) H.H. Knippenberg, ‘Een mysterieus getal in een oud lied.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) G. Knop, ‘[Nummer 4]’, ‘Terschelling een Frankisch land met Friesche kolonies??’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Geert Koefoed, 'Taalverandering in het licht van taalverwerving en taalgebruik' (1978)
Geert Koefoed en J. van Marle, 'Over Humboldtiaanse taalveranderingen, morfologie en de creativiteit van taal' (1980-81)
Geert Koefoed en J. van Marle, ‘Over Humboldtiaanse taalveranderingen, morfologie en de creativiteit van taal J. van Marle en G.A.T. Koefoed’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) L. Koelmans, Inleiding tot het lezen van zeventiende-eeuws Nederlands (1978)
Abraham Seyne Kok, P.H. van Moerkerken, J. Verdam en J.A. Worp, ‘Plautus op ons tooneel.’, ‘Huig de Groot's Sonnet.’, ‘Prognostica.’, ‘Granje. (Warenar 1029).’, ‘Het Brusselsche Handschrift van Hein van Aken's Limborch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) J. Kooistra, ‘Twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) J. Kooistra, ‘Nog eens ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) A. de Korne en T. Rinkel, Cursus zestiende- en zeventiende- eeuws Nederlands (1987)
F.K.H. Kossmann, ‘Coornhert's beschouwingen over den versbouw (de termen snede, vers en cadentie).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) E.H. Kossmann, ‘Het Engels Door Dr. E.H. Kossmann’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1990 (1990) Etsko Kruisinga, ‘De oorsprong van het Afrikaans.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) C. Kruyskamp en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) C. Kruyskamp, A.A. Weijnen en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) W. van Langendonck, De persoonsnaamgeving in een Zuidbrabants dialekt. Deel I De synchronische en diachronische komponenten (1978)
W. van Langendonck, ‘-ER als akkusatief en -LING als ergatief suffix in een Zuidbrabants dialekt Willy Van Langendonck’ In: Spektator. Jaargang 17 (1987-1988) M.J. Langeveld, ‘Jespersen's theorie der ‘Ranks’. Kritiek en uitbreiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) P. Leendertz (jr.), ‘Een paar Middelnederlandsche bastaardwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.H. van Lessen, ‘Kakeichie, klakkooi, kak(k)adoris.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) J.H. van Lessen, 'Klanknabootsing als taalvormend element' (1936)
J.H. van Lessen, ‘Klanknabootsing als taalvormend element’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) J.H. van Lessen, ‘Nog eens lierelauwen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) J.H. van Lessen, ‘Over mogelijke verwanten van Vlaams persem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) A. van Loey, ‘Aanhangsel’ In: Middelnederlandse spraakkunst. Deel I. Vormleer (1948) A. van Loey, ‘Over de verhouding van Mnl. or: ar of er vóór consonant’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) A. van Loey, ‘Stand van de studie van het Middelnederlands (verkorte weergave, samengesteld door de spreker) door Prof. Dr. A. van Loey Vrije Universiteit Brussel’ In: Colloquium Neerlandicum 4 (1970) (1973) H. Logeman, ‘Taalverval of taalontwikkeling? (Vervolg van blz. 281.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) H. Logeman, ‘Taalverval of taalontwikkeling?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) L.G. van Loon, ‘Ave atque vale, - Jersey lag duits verdwijnt II.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) A. Lubotsky, ‘Van taalreconstructie naar taaltheorie Indogermanistisch werk van F. de Saussure en zijn Cours de linguistique générale A. Lubotsky’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1992 (1992) J.J. Mak, ‘Het vocalisme in beklemde syllaben van enige Oost-mnl.se geschriften uit de kring der Moderne Devotie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) Lodewijk Makeblijde, ‘De moeielikheden van een onderzoek naar de levende taal in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) zuster Maria Jozefa, ‘Historische taalkunde als de studie van taalverandering J. Van Marle’ In: Spektator. Jaargang 5 (1975-1976) J. van Marle, ‘Discussie en reactie’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979) Ann Marynissen, ‘Ann Marynissen Van -(t)ke naar -(t)je De oorsprong en verspreiding van het Nederlandse diminutiefsuffix -(t)je’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) P.J. Meertens, ‘Taalkaart moe (moede)’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) P.J. Meertens, ‘Taalkaart paars’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) P.J. Meertens, ‘Taalkaart rug’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) P.J. Meertens, ‘Taalkaart aardbei’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) Reinier van der Meulen Rz., ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. paerde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Reinier van der Meulen Rz., ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. loesch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Reinier van der Meulen Rz., ‘Liever Turksch dan Paapsch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) L.C. Michels, ‘Een sprongconstructie’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) C. Moeyaert, ‘De schrijftaal van de Westhoek in Frankrijk, eind van de 19e eeuw Lexicon - 4 Cyriel Moeyaert’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1979 (1979) Henri Ernest Moltzer en J. Verdam, ‘Van ons Heren wonden.’, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) Marijke Mooijaart, ‘M.A. Mooijaart Vroegmiddelnederlandse taalvariatie materiaalverzameling en karteermethode’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 106 (1990) Marijke Mooijaart, ‘Spelling- en taalvariatie bij zeven 13e-eeuwse klerken M.A. Mooijaart’ In: Voortgang. Jaargang 11 (1990) Marijke Mooijaart, Atlas van Vroegmiddelnederlandse taalvarianten (1992)
J.W. Muller, ‘De Taalvormen van Reinaert I en II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) J.W. Muller, ‘Ort, orten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J.W. Muller, ‘Ham en boterham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J.W. Muller, ‘Nog iets over anjer en anjelier.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Borgen (Bredero, Moortje, 2937).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Bontsche maat (Naschrift op Dl. XX, 210).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Franck's Mittelniederländische Grammatik herdrukt.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) J.W. Muller, ‘Over ware en schijnbare gallicismen in het Middelnederlandsch. (Vervolg van blz. 19.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) J.W. Muller, ‘Over ware en schijnbare gallicismen in het Middelnederlandsch.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘De uitbreiding van ons taalgebied in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) J.W. Muller, ‘De uitbreiding van ons taalgebied in de zeventiende eeuw. (Vervolg van blz. 260).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) J.W. Muller, ‘De uitbreiding van ons taalgebied in de zeventiende eeuw. (Vervolg van blz. 93).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘Bijdragen tot de geschiedenis onzer Nieuwnederlandsche aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) J.W. Muller, ‘De herkomst van je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘Bijdragen tot de geschiedenis onzer Nieuwnederlandsche aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) J.W. Muller, ‘Bijdragen tot de geschiedenis onzer Nieuwnederlandsche aanspreekvormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) J. Naarding, ‘De Nederlandsche benamingen van de uier’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) G.A. Nauta, ‘Nog iets over eigennamen, die appellatieven geworden zijn. (Aanvulling van jaargang X, 59-73 en 97-112).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 14 (1904) G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) G.A. Nauta en Adriaan E.H. Swaen, ‘Kleine Mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) G.A. Nauta, ‘Het expletief ‘als’ vóór een praedicatief-attribuut’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) G.S. Nienaber, ‘Afrikaans in ‘de tijd’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) Jan Noordegraaf, ‘Algemene grammatica en logische analyse Nederlandse taalkunde in de jaren vijftig van de negentiende eeuw J. Noordegraaf’ In: Voortgang. Jaargang 3 (1982) Jacomine Nortier en H.F. Schatz, ‘Van éénwoordwisseling naar ontlening, een vergelijkend onderzoek J.M. Nortier en H.F. Schatz’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1988 (1988) Henricus Oort, ‘Schorrimorrie en Fluiten!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) G.S. Overdiep, 'Over woordschikking en vers-rhythme in den Middelnederlandschen Ferguut' (1915-1916)
G.S. Overdiep, ‘De middelnederlandsche imperatief’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘[Nummer 6]’, ‘De studie der Middelnederlandsche grammatica’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) P.C. Paardekooper, ‘Tussen Hollands ae en Nederlands aa’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) Marlies Philippa, ‘Marlies Philippa De meervoudsvorming op -s in het Nederlands vóór 1300’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) W. Pijnenburg, ‘Mnl. tsimadze’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) W. Pijnenburg, ‘Linkse schimmen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) W. Pijnenburg, ‘Mnl. G(h)oepssc(h)ene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979) Fritz A. Ponelis, ‘Nederlands in de geschiedenis van het Afrikaans F.A. Ponelis’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991) F.P.H. Prick van Wely, Neerlands taal in 't verre Oosten (1906)
F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) F.P.H. Prick van Wely, ‘Eenige oude en nieuwe oosterlingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) A.A. Prins, ‘Frontal tendency en phonologisch ‘herstel’.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Anton Reichling, ‘Het handelingskarakter van het woord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Anton Reichling, ‘Bij het ‘Derde stuk’ van de ‘Zeventiende-eeuwsche Syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) T. Rinkel, ‘Over zeventiende-eeuwse participiumconstructies; participiumconstructies bij Hooft, De Laet en De Vries Tineke Rinkel’ In: Voortgang. Jaargang 10 (1989) J. Roelevink, ‘Het Babel van de geleerden Latijn in het Nederlandse universitaire onderwijs van de achttiende en de negentiende eeuw Door Dr. Joke Roelevink’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1990 (1990) Cefas van Rossem en Hein van der Voort, Die Creol taal (1996)
Gerlach Royen, ‘Nogmaals de nominale klassifikatie in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Gerlach Royen, ‘De ongelukkige trits.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Gerlach Royen, ‘Taaie onregelmatigheid.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) Els Ruijsendaal, Letterkonst (1991)
Maurits Sabbe, ‘Een en ander uit den taalstrijd in Zuid-Nederland tusschen 1815 en 1830 door Dr. Maurits Sabbe’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1936 (1936) Reinier Salverda, ‘Taal & cultuur’, ‘Engels is Nederlands (met velerlei bewijzen gestaafd)’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 46 (2003) Reinier Salverda, ‘Het Nederlands vroeger en nu’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 48 (2005) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.J. Salverda de Grave, ‘De meervoudsvorm op -s in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) J.J. Salverda de Grave, ‘Vereenvoudigingsargumenten van vóór honderdzestig jaar.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) J.J. Salverda de Grave, ‘Geschiedenis van de Franse taal. F. Brunot, Histoire de la langue française, Tome VI, 2me partie, Ier fascicule. Paris, Colin, 1932.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) J.J. Salverda de Grave, ‘‘Op de eerste plaats’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) Willy Sanders, ‘Oudnederlands Drie hoofdstukjes uit de vroegste Nederlandse taal- en letterkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972) M. Schönfeld, ‘Rubben, Rubens.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) M. Schönfeld, ‘Enige verwanten van ‘mark’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands (1921)
M. Schönfeld, ‘Iets over het woordaksent.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) M. Schönfeld, ‘Nieuwe opvattingen over klankwetten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) M. Schönfeld, 'Een Oudnederlandsche zin uit de elfde eeuw (met reproduktie)' (1933)
M. Schönfeld, ‘Gans.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) M. Schönfeld, ‘Germania Romana en Romania Germanica.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) M. Schönfeld, ‘Vormen met gesyncopeerde n.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) C.W. Schoonhoven, ‘Het Nederlands in Suriname. (Vervolg van blz. 91).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) C.W. Schoonhoven, ‘Het Nederlands in Suriname.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Jos. Schrijnen, ‘Taalgrenzen in Zuidnederland. - het Mich-kwartier.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Jos. Schrijnen, ‘[Nummer 3]’, ‘Contemporaine taalkunde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Christa Schuenke, ‘Christa Schuenke Gewijzigd idioom in de Oostduitse lyriek’ In: De Gids. Jaargang 153 (1990) Jan Segers, Taalgrensvorming in Zuid-Limburg (1983)
Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. I (1993)
C.P. Serrure, ‘Over het gebruik onzer moedertael te Brussel, in vroegere dagen.’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 3 (1859-1860) Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek (2001)
Ph.J. Simons, ‘Graduering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Ph.J. Simons, ‘Plastiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) Ph.J. Simons, ‘Wat na de revolutie?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Ellen Sjoer, ‘Siegenbeeks retorica gelocaliseerd Een bijdrage aan de geschiedschrijving van de neerlandistiek E. Sjoer’ In: Voortgang. Jaargang 14 (1993 en 1994) (1994) W. Slijpen, ‘De Limburgsche Sermoenen toch Limburgsch?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Ezechiël Slijper, ‘Oorlogswinst der Nederlandse taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) Joh. Jac. Smith, ‘Afrikaans en Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Norval S.H. Smith, ‘N.S.H. Smith The phenomenon of D-deletion in standard Dutch’ In: Spektator. Jaargang 2 (1972-1973) F.A. Snellaert, ‘Iets over den toestand onzer tael en letterkunde.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840) Jacob Samuel Speyer, ‘Een paar woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Jacob Samuel Speyer, ‘Eenige opmerkingen omtrent de Nederlandsche substantiva gevormd met het suffix -ling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Marijke Spies, ‘Marijke Spies De krisis in de historische Neerlandistiek.’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) Frits Staal, ‘Frits Staal Over het Sanskrit, als moeder der Germaanse taaltakken [1]’ In: De Gids. Jaargang 147 (1984) A. Stevens, Struktuur en historische ondergrond van het Haspengouws taallandschap (1978)
Theod. Stille, ‘Historische inleiding tot de Germaansche en Nederlandsche taalwetenschap. (Zie bladz. 369. - Eerste halfjaar.)’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) Theod. Stille, ‘Historische inleiding tot de Germaansche en Nederlandsche taalwetenschap.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) Theod. Stille, ‘Historische inleiding tot de Germaansche en Nederlandsche taalwetenschap.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893) Theod. Stille, ‘Historische inleiding tot de Germaansche en Nederlandsche taalwetenschap.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893) Theod. Stille, ‘Historische inleiding tot de Germaansche en Nederlandsche taalwetenschap.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893) F.A. Stoett, ‘Ope (Oepe, Oppe).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) F.A. Stoett, Middelnederlandsche spraakkunst. Syntaxis (1889)
F.A. Stoett, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) F.A. Stoett, ‘Fokken, foppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) Jan Stroop, ‘Jan Stroop Een herorientatie van de dialektstudie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980) Jan Stroop, ‘Metathesis van s en p Jan Stroop’ In: Spektator. Jaargang 11 (1981-1982) Jan Stroop, ‘J. Stroop Afgedwongen nasalering’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 110 (1994) H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Henri Isaak Swaving, ‘Een oude kennis uit het Gothisch in het Nederlandsch teruggevonden, door H.J. Swaving.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Rob Tempelaars, ‘‘Mij zinkt de moed bij het zien van de hoeveelheid’ De collectie historische taalkunde’ In: Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1995) Eduard Thorn Prikker, ‘Kleine mee-delingen over boekwerken.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘Dietsche gouwspraken.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘[Philologische Bijdragen]’, ‘Over den Germaanschen tweeklank au.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘Klankstand der Westnederfrankische eigennamen der Chartes de Saint-Bertin van het jaar 648 tot 1100.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘Navorschingen over de klankveranderingen voorkomende in de Westnederfrankische eigennamen der Chartes de Saint-Bertin. (Vervolg van blz. 9.)’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘[Philologische bijdragen 1]’, ‘Navorschingen over de klankveranderingen voorkomende in de Westnederfrankische eigennamen der Chartes de Saint-Bertin.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Archiefmateriaal als bron voor taal- en dialecthistorisch onderzoek D. Otten’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1978 (1978) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Formalisme in de moderne taalkunde, over de grondslagen van de TGG Sies de Haan’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1989 (1989) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Voornaamwoordelike aanduiding in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nog meer oude hyperkorrekte vormen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘De erfelijkheid der klankwetten. Prof. Dr. J. van Ginneken, De erfelijkheid der klankwetten. Med. Kon. Akad. Wet. Afd. Lett., 61 A (1926), p. 147-196. -, Die Erblichkeit der Lautgesetze, Idg. Forsch. XLV (1927), p. 1-44.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Enkele gegevens betreffende de Noord-Hollandse volkstaal in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een Amsterdamse scheldroep uit de 15de eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een vijftiende-eeuwse straatroep.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een stukje morfologiegeschiedenis in een generatief kader’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Een nieuwe strooming in de taalwetenschap Slot’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 1]’, ‘Onverwachte Oud-Nederlandsche aansluitingen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 7]’, ‘De vernieuwende invloed der talen op elkander en het begrip der taalverwantschap Verslag over dit vraagstuk uitgebracht op de eerste algemeene vergadering van het intern. linguistencongres te Rome, 19-26 septembek 1933’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 11]’, ‘De oudste rechtstaal.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De genitief als taalinstrument’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Tweetaligheid in het renovatiedeel van het Schinveldsche rolen genachtingboek’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 9]’, ‘Noick, een zeventiende-eeuwsch woord uit Zuid-Limburg’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) [tijdschrift] Spektator, Tijdschrift voor Neerlandistiek, ‘De lange weg naar een betrouwbare en systematische beschrijving van het Middelnederlands Naar aanleiding van: Amand Berteloot. Bijdrage tot een klankatlas van het dertiende-eeuwse Middelnederlands. (Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde, 1984.) 2 dln. I. Tekst; II. Platen. (XIe Reeks - Leonard Willems-Halettfonds, Nr. 6.) BFr. 960. Pieter van Reenen’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De Wachtendonckse Psalmen. Antwoord aan Prof. W.L. van Helten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘‘Dood’ en ‘levend’ in Taal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘De taal van Grauwbunderland.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Van den Borchgrave van Couchi. Fragmenten, Medegedeeld door M. de Vries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Über die urnordische Sprache.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Scherpkorte en Zachtkorte O in Nederlandse woorden van Franse afkomst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Een Oudnederlandse zin uit de elfde eeuw (met reproduktie)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zu mnl. dilde/dulde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Raket, Reket, Roket, Riket, Rinket’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Wim Zonneveld Historische taalkunde en de eerste en tweede conceptuele verschuiving’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 104 (1988) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Pieter van Reenen Kloekes Hollandsche Expansie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005) D.C. Tinbergen, ‘De ‘Twe-spraack vande Nederduitsche Letterkunst’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) S.J. du Toit, ‘S.J. du Toit en die kultivering van Afrikaans deur Fritz Ponelis’ In: Di koningin fan Skeba of Salomo syn oue goudfelde in Sambesia (1898) F. de Tollenaere, ‘‘Beijen also ons koeijen dede’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) F. de Tollenaere, ‘Een klankontwikkeling nd>nj in het Nederlands?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) F. de Tollenaere, ‘Razdom rodjand niujaim’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Van hantreiken en verhandigen tot overhandigen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980) M.C. van den Toorn, ‘Het Nederlands na de Tweede Wereldoorlog’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) M.C. van den Toorn, ‘De verklaring in de historische taalkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978) M.C. van den Toorn, ‘M.C. van den Toorn De verklaring in de moderne taalkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 96 (1980) Jan Trioen, ‘Redeneringh over de talen in 'tgemeen soo als die gesproken en geschreven werden’ In: Fonetiek en verlichting (1994) C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Konijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘De etymologie van Skr. vānara.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) C.C. Uhlenbeck, ‘Eene beteekenis van Skr. ṛkṣa-.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) C.C. Uhlenbeck, ‘Waar werd de Indogermaansche stamtaal gesproken?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) C.C. Uhlenbeck, ‘Σμάραγδος.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) C.C. Uhlenbeck, ‘Boekbespreking.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Gotische Etymologieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Te Winkel's jongste werk.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) E.M. Uhlenbeck, ‘3. verscheidenheid, verwantschap, verandering en homogeniteit’ In: Taalwetenschap (1959) G.J. Uitman, ‘Een ‘schriftuurlijke’ taalbeschouwing?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) Jacob van der Valk, ‘Fumative - Vomative.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen (1956)
Johannes Verbrugghe, ‘Nederlandse invloed in zwarte Zuid-Afrikaanse talen’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 47 (2004) Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden, door J. Verdam.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) J. Verdam, ‘Over de bnw. gematigd, gemoedigd, gemachtigd gerechtigd, gezaligd en geheiligd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) J. Verdam, ‘Custinge.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘De versterkende beteekenis van on.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Het Tübingsche handschrift van Ons Heren Passie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) J. Verdam, ‘Eene beteekenis van Mnl. dac.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) J. Verdam, ‘Op zijn Fransch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) J. Verdam, ‘Nog eens de eenhoorn. (Tijdschr. 29, 95 vlgg.)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) J. Verdam, ‘Gletemen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J. Verdam, Uit de geschiedenis der Nederlandsche taal (1923)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) A.A. Verdenius, ‘Over de inclinatie in het Middelnederlandsch. (Naar aanleiding van Oostmiddelnederlandsche vormen als gaedet, regendet enz.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) A.A. Verdenius, 'Over de inclinatie in het Middelnederlandsch' (1924)
A.A. Verdenius, ‘Vreemde taalelementen in onze kluchten en blijspelen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) A.A. Verdenius, ‘Slaan en zalven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) A.A. Verdenius, ‘Als ik opspring, so waecht het al.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) A.A. Verdenius, ‘Het 17de-eeuwse versterkingswoord ong(e)naartich.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) A.A. Verdenius, ‘Wat het hy te doen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) A.A. Verdenius, ‘Iets uit de geschiedenis van de bilabiale W in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) A.A. Verdenius, ‘Over het 17de-eeuwse werkwoord en substantief verlangen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) A.A. Verdenius, ‘Moortje, vs. 1190: De garde. Het komt u toe!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) A.A. Verdenius, ‘Eensloefs - eensloechs. (Overgang fs > chs).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) A.A. Verdenius, ‘Over de vormen van het adnominale adjectief en het lidwoord van bepaaldheid in de 17de-eeuwse Amsterdamse volkstaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, ‘Minnelijck als bijwoord van graad in 17de- eeuwse Hollandse taal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940) A.A. Verdenius, ‘De laatste sporen van du in Noord-Holland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) A.A. Verdenius, 'Het h-phomeen in het 17de-eeuwse Amsterdams' (1943)
A.A. Verdenius, ‘Opmerkingen over 17de-eeuwse relicten met eu < o’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) J. Beckering Vinckers, ‘Een tedere kwestie, door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) J. Beckering Vinckers, ‘Een netelige kwestie. door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) J. Beckering Vinckers, ‘Wodan.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. Beckering Vinckers, ‘Bomer en roemer.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. Beckering Vinckers, ‘Spook.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. Beckering Vinckers, ‘Hêleand 984.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) J. van Vloten, ‘Germanismen en woordverklaring bij Vondel;’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J. van Vloten, ‘Woordverklaring in Vondel.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) Jan Voorhoeve, ‘De oorsprong van het Sranan Tongo Jan Voorhoeve’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1977 (1977) C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.G.N. de Vooys, ‘De Franse woorden in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) C.G.N. de Vooys, ‘Zestiende-eeuwse grammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) C.G.N. de Vooys, ‘Wensen en wenken voor een ‘Geschiedenis van de Nederlandse taal.’ (Vervolg van blz. 80).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) C.G.N. de Vooys, ‘Wensen en wenken voor een ‘Geschiedenis van de Nederlandse taal.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 181).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 131).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwelingen in oudere taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) C.G.N. de Vooys, ‘De invloed van de Renaissance-spraakkunst in de zeventiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) C.G.N. de Vooys, ‘Het onderzoek naar de Middel-Nederlandse woordgeografie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) C.G.N. de Vooys, ‘Een zeventiende-eeuwse ‘Letterklank’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) C.G.N. de Vooys, ‘De taalbeschouwing van Lambert ten Kate.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) C.G.N. de Vooys, ‘Taalstudie voor de hoofdakte.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) C.G.N. de Vooys, ‘Hyperkorrekte taalvormen in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) C.G.N. de Vooys, ‘Bargoens in een laat-middeleeuwse klucht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) C.G.N. de Vooys, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)
C.G.N. de Vooys, 'De taalbeschouwing van Siegenbeek-Weiland en van Bilderdijk' (1931)
C.G.N. de Vooys, ‘Is ij bij Huygens altijd een diftong?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) C.G.N. de Vooys, ‘Een achttiende-eeuwse latinist over spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘Uit de geschiedenis van de Nederlandse spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) C.G.N. de Vooys, ‘Een zeldzaam woord in dichtertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) F. Vos, ‘F. Vos De Japanse taal’ In: De Gids. Jaargang 141 (1978) W.L. de Vreese, ‘Over Middelnederlandsche handschriftkunde in verband met Taal- en letterkunde.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) W.L. de Vreese, ‘Over de benamingen onzer taal inzonderheid over ‘Nederlandsch’ door Willem de Vreese’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1909 (1909) W.L. de Vreese, ‘Mnl. solre.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) W.L. de Vreese, ‘Naschrift bij de correctie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Matthias de Vries, De visscherijen, geheeten het Vroon, ten jare 1433 aan de stad Leiden in erfpacht gegeven (1858)
Matthias de Vries, ‘NOG EEN PROEFJE VAN MIDDELNEDERLANDSCHE TAALZUIVERING.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Matthias de Vries, ‘Nog een proefje van middelnederlandsche taalzuivering.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) Matthias de Vries, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Matthias de Vries, ‘Middelnederlandsche Mengelingen, door M. de Vries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Wobbe de Vries, ‘Eenige opmerkingen naar aanleiding van J. Te Winkel, De Noordnederlandsche Tongvallen, Afl. 2.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Wobbe de Vries, ‘Abnormale spelling van goed in het Mnl., Mnd. en Ofri.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Wobbe de Vries, ‘Mnl. mnd. ofri. guet enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) Wobbe de Vries, ‘Over ŭ in open lettergrepen in het Noordwestelijk Saksisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) Tiemen de Vries, Holland's Influence on English Language and Literature (1916)
Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van ‘twee Hollands-Engelse parallellen in de syntaxis’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen in de Nederlanden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Wobbe de Vries, ‘‘Vol’ met accusatief.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Wobbe de Vries, ‘Zijn Bilts en Vriezenveens ontstaan doordat Friezen van taal veranderden?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) Wobbe de Vries, ‘Mnl. ei voor ij in ‘Gerrit’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) Wobbe de Vries, ‘Naar aanleiding van bilabiale w.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) Jan P.M.L. de Vries, ‘De hypothese van het Keltische substraat’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Wobbe de Vries, ‘Iets over grm. î en û te onzent.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) Wobbe de Vries, ‘Bij ‘oe-relicten...’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) Wobbe de Vries, ‘Oe-relicten in Holland en Zeeland?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Wobbe de Vries, ‘Enkele betwistbare mouilleringen, vooral jij, je.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) Wobbe de Vries, ‘‘Congruerende voegwoorden’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940) Wobbe de Vries, ‘Dj < dg’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) Wobbe de Vries, ‘Tj < tk’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) J.W. de Vries, ‘Het Indonesisch als nationale taal J.W. de Vries’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1980 (1980) J.W. de Vries, ‘Taalverandering’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 46 (2003) J.W. de Vries, ‘Taalverandering en taalverloedering’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 47 (2004) Marijke J. van der Wal, De taaltheorie van Johannes Kinker (1977)
S.J. Warren, ‘Kussen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: sajet’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) A.A. Weijnen, ‘De û en iets over articulatiegewoonten in Noord-Brabant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) A.A. Weijnen, ‘Taalkaart schommel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) A.A. Weijnen, ‘Bijdragen tot de historische grammatica der Brabantse dialecten’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) A.A. Weijnen, ‘De hoepel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) A.A. Weijnen, ‘[Nummer 6]’, ‘De ouderdom en het isolement van het Schouwens dialect’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) A.A. Weijnen, ‘Contactdissimilatie of analogie?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) A.A. Weijnen, ‘Het verspreidingsgebied van de ontronding’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) W. Wessels, ‘Een nawoord over de theorie der taalwording.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866) M.C. van Wijhe, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) N. van Wijk, ‘Naar aanleiding van het woord morgen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) N. van Wijk, ‘De 1. persoon pluralis in het Oudhoogduitsch en andere Westgermaansche dialecten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) N. van Wijk, ‘Een Oudwestnederfrankies -dialekt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) N. van Wijk, ‘Gerekte a, e vòòr r + dentaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) N. van Wijk, ‘Mnl. drûghe ‘droog’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) N. van Wijk, 'Over de betekenis van Middelnederlandsche handschriften voor de studie van dialecten' (1913)
N. van Wijk, ‘Over de betekenis van Middelnederlandse handschriften voor de studie van dialekten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) N. van Wijk, 'De umlaut van a in ripuaries- en salies-frankiese dialekten van België en Nederland' (1914)
N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) N. van Wijk, ‘Kroos ‘eendekroos’ en kroost ‘kinderen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) N. van Wijk, ‘Opmerkingen over taalkundig nationalisme en internationalisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) N. van Wijk, ‘A. Meillet als taalgeleerde en taalhistorikus.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) N. van Wijk, ‘De klinkerrekking en stoottoon vóór stemhebbende medeklinkers in het Limburgs en in andere dialekten en talen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) N. van Wijk, ‘Nieuwe wegen der vergelijkende linguistiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) N. van Wijk, ‘‘Silbenschnitt’ en quantiteit’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) C. Wilkeshuis, ‘De ontwikkeling van u (uit oude ô) tot y in 't Stadsfries.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) J.F. Willems, ‘Over den oorsprong, den aert, en de natuerlyke vorming der Nederduitsche tael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837) J.F. Willems, ‘Over den oorsprong, den aert, en de natuerlyke vorming der Nederduitsche tael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837) Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) J.H.J. Willems, ‘Sjouw en jouw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) L.A. te Winkel, ‘Over etymologische definities.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) L.A. te Winkel, ‘Opheldering van eenige uitdrukkingen in Vondel's treurspel Lucifer.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) L.A. te Winkel, ‘Iets over het runenschrift, ter toelichting van den oorsprong der letterteekens.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) L.A. te Winkel, ‘Wat zoekt de etymologie? Wat heeft men te verstaan door den innerlijken vorm der woorden?’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche taal (1901)
L.E. Wirth-van Wijk, ‘De ontwikkeling van Oudg. û in het Nederlands en Zweeds’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) Wim Zonneveld, ‘A reanalysis of D-Deletion in Dutch Wim Zonneveld’ In: Spektator. Jaargang 4 (1974-1975) Wim Zonneveld, ‘25 jaar generatieve fonologie in Nederland’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 87 (1994) F.L. Zwaan, Uit de geschiedenis der Nederlandsche spraakkunst (1939)
F.L. Zwaan, ‘Hooftiana IV’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) Nederlands als tweede taalRené Appel, Anneke C.G. Fleurkens, V.J.J.P. van Heuven, Gideon Lodders, Jan Noordegraaf en J.J M. Westenbroek, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) L. Beheydt, ‘De dubbele pregnante contexttoets als productieve woordenschattoets voor Nederlands als vreemde taal Ludo Beheydt (Louvain-la-Neuve, Leiden)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Bart Bossers, ‘De lange arm van Labov Over taalachterstanden, meertaligheid en onderwijs in eigen taal. Bart Bossers’ In: Voortgang. Jaargang 20 (2001) Kris Van den Branden, ‘Nederlands op maat? Reflecties bij cursussen Nederlands als tweede taal’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 49 (2006) Jan Deloof, ‘Duitse parlementsleden wensen meer Nederlands op school.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969) Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden (1987)
Jane Fenoulhet, ‘Toch canoniek? Naar de integratie van literatuur in het universitaire Nvt-curriculum Jane Fenoulhet (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Gijs Garré, ‘Het Nederlands in Brussel Investeren in status Gijs Garré’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 2000 (2000) G.J. Geers, F.K.H. Kossmann, C. Kruyskamp en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) V.J.J.P. van Heuven, J.G. Kruyt en J.W. de Vries, ‘Buitenlandsheid en begrijpelijkheid in het Nederlands van buitenlandse arbeiders; een verkennende studie V.J.J.P. van Heuven, J.G. Kruyt en J.W. de Vries’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1981 (1981) Alice van Kalsbeek en Katja Verbruggen, ‘Portfolio: meer dan een map. Over de rol van een portfolio bij de professionalisering van docenten Nederlands als vreemde taal Alice van Kalsbeek en Katja Verbruggen (Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Jan Knol, ‘Nederlands voor Duitsers in de achttiende eeuw Nadere gegevens over Matthias Kramer en J.C. Cuno J. Knol’ In: Voortgang. Jaargang 3 (1982) Milán Kríz, ‘Parallellen en contrasten in de aanpak van het taalverwervingsonderwijs Nederlands aan twee centraal-Europese universiteiten Milan Kříž (Olomouc)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Etsko Kruisinga, ‘Onze taal in den vreemde.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Jan Messchert van Vollenhove, ‘Gemakkelike en moeilike talen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) J.H. Meter, ‘Nederlands te Napels.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969) Gerdi Quist, ‘Taal, cultuur en interculturele communicatie: tekst als cultuurtekst in de Nvt-klas Gerdi Quist (Londen)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) H. Ryckeboer, ‘Sociolinguïstische aspecten van het onderwijs Nederlands in Noord-Frankrijk’ In: Het Nederlands in Noord-Frankrijk (1997) Reinier Salverda, ‘De ANS voor anderstaligen Reinier Salverda’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Makoto Shimizu, ‘Het Nederlands in Japan’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 49 (2006) Jelle Stegeman, ‘Een taalcursus Nederlands voor buitenlanders.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 27 (1984) P.G.J. van Sterkenburg, ‘Naar een basis-fraseologie voor niet-moedertaalsprekers P.G.J. van Sterkenburg’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1991 (1991) Bart van der Straeten, ‘A Great Language Why Do Foreigners Learn Dutch? [Bart van der Straeten]’ In: The Low Countries. Jaargang 13 (2005) Walter Thys, ‘Afdeling 6 Neerlandistiek ‘extra muros’’, ‘14. Neerlandistiek ‘extra muros’ W. Thys’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taalkunde (1977) [tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 1 (1961) (1961)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 2 (1964) (1966)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 3 (1967) (1969)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 4 (1970) (1973)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 5 (1973) (1976)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 6 (1976) (1978)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 7 (1979) (1980)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 11 (1991) (1992)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 13 (1997) (1997)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 14 (2000) (2001)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)
[tijdschrift] Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Het leren van vreemde talen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) [tijdschrift] Ons Erfdeel, ‘Nederlands te Münster.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969) [tijdschrift] Ons Erfdeel, ‘Het Nederlands als vreemde taal.’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 12 (1968-1969) Hugo J.J. Uyttenhove, ‘het nederlands en de komputer op een amerikaanse universiteit’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 17 (1974) Eddy Verbaan, ‘Contrasten in taal- en literatuuronderwijs’, ‘Homo (m/v) literatus. Over vaardigheden in het extramurale literatuuronderwijs Eddy Verbaan (Sheffield)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Anne R. Vermeer, ‘Leren en leven in twee talen De problematiek van de tweede-taalverwerving van allochtonen Anne Vermeer’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 27 (1984) TaaldidactiekJ. Mathijs Acket, ‘Proeven van literatuurlessen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) J. Mathijs Acket, ‘Uit mijn praktijk. Brokjes les, gedachten en ervaringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) J. Mathijs Acket, ‘De leraar in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) J. Mathijs Acket, ‘Twee typen uit het oude taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) J. Mathijs Acket, ‘Een verdediging.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) J. Mathijs Acket, ‘Enige Fragmenten uit een nieuw schoolboek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) J. Mathijs Acket, ‘‘Het verheven deel’ der letterkundige lektuur.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) G. Aertsens, ‘Het onderwijs in de Nederlandse letterkunde op de middelbare school in Nederlandstalig België door G. Aertsens (Brussel)’ In: Colloquium Neerlandicum 7 (1979) (1980) Jacques van Alphen, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) René Appel en Anneli Schaufeli, ‘Meer Nederlands of meer Turks? De woordenschat van Turkse kinderen in Nederland René Appel en Anneli Schaufeli’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1990 (1990) Sjef Barbiers, ‘Taalkunde en taalonderwijs volgens Hoogvliet Sjef Barbiers’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1994 (1994) Marijke Barend-van Haeften, Klaus Beekman, G.J. Hartman, Gideon Lodders, P.M. Nieuwenhuijsen en R.J. Resoort, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) J.Z. Baruch, ‘De medische studieboeken in gebruik bij het hooger onderwijs Een staaltje van contemporaine taalpolitiek.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) Hans Bennis, ‘Taal, taalkunde en moedertaalonderwijs’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 37 (1994) J.B. Berns en M.J.M. de Haan, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) J. Bok, J. Faber en H. van Strien, ‘Het dialekt en het taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) H. Bonset, ‘Neerlandistiek en moedertaaldidactiek: blijvende relatie-ellende?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) Geert Evert Booij, ‘G.E. Booij Taalkunde in het secundair onderwijs’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) Geert Evert Booij, P.J.A. Franssen, Emmy Gransjean-Muda, W. Hendrikx, Paul de Herder, Maaike Hogenhout-Mulder, J. Kwant, Ad Leerintveld, A.G. Melle, Jan Noordegraaf, Nico Oudejans, Dick Jan Sanders, M.A. Schenkeveld-van der Dussen, P.J. Verkruijsse, Yves G. Vermeulen en Gerard de Vriend, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) Andries Borgeld, ‘Over schooluitgaven en nog iets.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) J.H. van den Bosch, ‘Over het oude en het nieuwe taalonderwijs. (Lezing.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) J.H. van den Bosch, ‘Het litteratuur-onderwijs in het tegenwoordige sisteem van M.O. en op het eindeksamen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) J.H. van den Bosch, ‘Over interpunksie; grondtrekken voor het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) J.H. van den Bosch, ‘Over het oude leesonderwijs. (Fragmenten uit een lezing).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) J.H. van den Bosch, ‘Admissie-examen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) J.H. van den Bosch, ‘Fragmenten. (Lezing, 28 Mei 1912, te Utrecht, in de ‘Nederlandse seksie’ v.d. Vereniging v. Taalleraren).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) J.H. van den Bosch, ‘Taal is klank. (Eerste lessen toegelicht). (Slot).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) J.H. van den Bosch, ‘Taal is klank. (Eerste lessen toegelicht).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) J. van Boskoop en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) Bart Bossers, ‘De lange arm van Labov Over taalachterstanden, meertaligheid en onderwijs in eigen taal. Bart Bossers’ In: Voortgang. Jaargang 20 (2001) J.S. ten Brinke, S.C. Dik en E.M. Uhlenbeck, ‘Taalwetenschap en taalonderwijs’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1970 (1970) M.N. Brouwer, Amaat Honoraat Joos, J.W. Muller, J.B. Schepers, Gustaaf Segers, R.D. Simons, H. Temmerman, Hugo Verriest, Gustaaf Verriest sr. en Fr. Versmissen, ‘De Voertaal van het Onderwijs door Gustaaf Segers.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1908 (1908) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Ons onderwijs in het Nederlandsch. I.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Fons van Buuren, L. Strengholt, M.C. van den Toorn en C.A. Zaalberg, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 100 (1984) Wilma Cornelisse, ‘Moedertaalonderwijs in Nederland Wilma Cornelisse’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 30 (1987) M.R. Dijkman, ‘Laakbare eenzijdigheid. Karakteranalyse naar aanleiding van de schriftelike taalopgaven van 't onderwijzersexamen in 1911.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) M.R. Dijkman, ‘Kritiese beschouwingen over hedendaagse examenpraktijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) Arthur Dirksen, ‘Grammatica-onderwijs en taalvaardigheid; problemen met verwijzing Arthur Dirksen’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) Arthur Dirksen, P. Schellens en U. Schuurs, ‘Vragen fouten in de zinsbouw om grammatica-onderwijs? A. Dirksen, P.J. Schellens & U. Schuurs’ In: Spektator. Jaargang 16 (1986-1987) Liesbeth Echteld, Wim Rutgers en Ronald Severing, ‘Gezamenlijk literatuuronderwijs op de Antillen Liesbeth Echteld (Curaçao), Ronnie Severing (Curaçao) en Wim Rutgers (Aruba)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) Michiel Elias en Bartie Thijs, ‘Achtergronden bij het onderzoek naar taal en socialisatie Michaël Elias en Bartie Thijs’ In: Voortgang. Jaargang 1 (1980) G.A. van Es, ‘Het voortgezet moedertaalonderwijs’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) Guus Extra, Roeland van Hout en Ton Vallen, Etnische minderheden (1987)
Annerieke Freeman-Smulders, ‘Een parabel in het leesonderwijs Het Mattheus-effect nader bekeken Annerieke Freeman-Smulders’ In: Literatuur zonder leeftijd. Jaargang 7 (1993) E. de Frémery, ‘Het Nederlandsch op het eindexamen gymnasium’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) Gijs Garré, ‘Het Nederlands in Brussel Investeren in status Gijs Garré’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 2000 (2000) Joris Gerits, ‘Het stiefmoedertaalonderricht in vlaanderen Joris Gerits’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 30 (1987) Jac. van Ginneken, ‘Grammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Jac. van Ginneken, ‘De heele Nederlandsche moedertaal omvat alle Nederlandsche taalgroepen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter (1922)
Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 1]’, ‘Minister Marchant en de motie-Moller’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) C. Groustra, ‘Beperking.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) G. Gunneweg, Peter van Steen en Fritz Zondervan, ‘De leesbaarheid van basisschoolteksten. Objectieve ordeningscriteria voor instructieve teksten’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) C.B. van Haeringen, ‘Historiese grammatica bij de studie voor ‘middelbaar Nederlands’. Dr. M. Schönfeld, Historiese Grammatica van het Nederlands. Tweede druk. - Zutphen - W.J. Thieme & Cie. - 1924.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Camiel Hamans, ‘Camiel Hamans De staart van de duivel is een fiets’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) Koos Hawinkels, ‘Literatuurdidaktiek in Nederland Een overzicht door Koos Hawinkels (Hilversum)’ In: Colloquium Neerlandicum 7 (1979) (1980) Ida Heijermans, ‘Onze taal op de lagere school.’ In: De Gids. Jaargang 61 (1897) Ida Heijermans, ‘Uit de practijk van het taalonderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) D.C. Hesseling, ‘De spellingbeweging.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) anoniem Het Brugsche Livre des Mestiers, Het Brugsche Livre des Mestiers en zijn navolgingen (1931)
J.M. Hoogvliet en Jan Gerrit Talen, ‘Iets over de beschrijving van het Nederlandsche verbum Door den heer Talen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) H. Hulshof, Taalsysteem en taalbouwsels (1971)
H. Hulshof, ‘Taalkunde in het voortgezet onderwijs Een verwarde discussie verhelderd Hans Hulshof en Ton Hendrix’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1993 (1993) Rudi Janssens, ‘Meertalig onderwijs in Brussel?’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 46 (2003) G. Karsten, ‘Onderwijs in het Fries op de lagere school’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) W.G. Klooster, ‘Een proefles voor het moedertaalonderwijs’ In: Spektator. Jaargang 3 (1973-1974) A. Kluijver, ‘Het examen in het Nederlandsch voor middelbaar onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) Jan Konst, J.A. van Leuvensteijn en R.D.H. Stufkens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 111 (1995) Jan Koopmans, ‘Wat pedagogiek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) Jan Koopmans, ‘De spellingbeweging en de school.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) Jan Koopmans, ‘Schoolopstellen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) Jan Koopmans, ‘Schoolopstellen. (Vervolg van blz. 197).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) Jan Koopmans, ‘De eisen van een schoolleesboek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) Jan Koopmans, ‘De ‘Nederlandsche taal’ in het gemeenteverslag van Rotterdam.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Jan Koopmans, ‘Geestdrift en praktijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Jan Koopmans, ‘Geestdrift en praktijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Jan Koopmans, ‘Nieuwe schoolleesboeken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) Jan Koopmans, ‘Nieuwe schoolleesboeken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) W. Kraak, ‘Taalonderwijs in de lagere school.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) W. Kraak, ‘Taalonderwijs in de lagere school. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) A. Kraak, ‘Taalonderwijs in de lagere school. III.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) A. Kraak, ‘A. Kraak Der Mouw over Hoogvliets opvatting van taalstudie en metode van taalonderwijs’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972) W. Kramer, ‘De nieuwe stijlstudie en het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) W. Kramer, ‘Moedertaalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) W. Kramer, ‘Twee taalpaedagogen uit de Geneefse school en hun betekenis voor het grammatica-onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) W. Kramer, ‘Een methode voor taalonderwijs, die breder belangstelling verdient.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) Etsko Kruisinga, ‘Een zeventigste verjaardag.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Etsko Kruisinga, ‘De waarde van klankleer voor de onderwijzer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Etsko Kruisinga, ‘Tamboers der voorhoede?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) Etsko Kruisinga, ‘Klankleer in de klas.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Etsko Kruisinga, ‘Klankleer in de klas II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) Etsko Kruisinga, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) Reind Kuitert, ‘De Nederlandse taal bij de onderwijzers-eksamens en onderwijzersopleiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) Reind Kuitert, ‘De Nederlandse taal bij de onderwijzers-eksamens en onderwijzersopleiding. (Vervolg van blz. 89.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) Reind Kuitert, ‘Het moedertaalonderwijs op de opleidingsschool van koers veranderd.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) Reind Kuitert, ‘Zesendertig jaar spraakkunstonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) J.E. van der Laan, ‘Lesen ohne Geheimnis’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) D.H. Lammers, ‘Een theoretisch kader voor het onderzoek naar en het onderwijs in luisteren’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) M.J. Langeveld, ‘Ontwikkeling van en stromingen in het spraakkunst-onderwijs van de moedertaal in Amerika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) Karel Lantermans, ‘Taal en verwante vakken op de hulpakte.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) W.L.M.E. van Leeuwen, ‘Over litteratuuronderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Elisabeth van der Linden, ‘roemenië en het onderwijs van de nederlandse taal’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 17 (1974) H. Logeman, ‘Taal-individualisme.’ In: De Gids. Jaargang 58 (1894) J. Lachlan Mackenzie, ‘Homo scribens J. Lachlan Mackenzie’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1989 (1989) C.J. Magielse, ‘De nieuwe spelling en de lagere school’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) W.A.M. de Moor, ‘Wam de Moor Ontdekkingen in een oerwoud van kennis Moedertaalonderwijs van Piet-Hein van de Ven’ In: Tsjip. Jaargang 6 (1996) Samuel Adrianus Naber, ‘Gymnasiaal onderwijs en paedagogiek.’ In: De Gids. Jaargang 28 (1864) S.M. Noach, ‘De ‘Cursus-Holthuizen’ veroordeeld.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) S.M. Noach en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) S.M. Noach, ‘Over geannoteerde schooluitgaven en een merkwaardige drukfout in Woutertje Pieterse.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) G.S. Overdiep, ‘Over methodiek van het onderwijs in het Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Over methodiek van het onderwijs in het Nederlandsch, II.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G.S. Overdiep, ‘Uit de pers Het examen Nederlandsch M.O.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘Taalboeken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘Taalboeken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘Taalboeken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘Uit de pers De onderwijzersexamens en het Nederlandsch’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘Taalboeken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘Taalboeken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) G.S. Overdiep, ‘Eindexamenwerk’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) Peter Van Petegem, ‘Actuele ontwikkelingen & trends in de didactiek in het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen: de opkomst van de zelfstandigheidsdidactiek Peter Van Petegem (Antwerpen)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) L.J. Rogier, ‘Een erfenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) Gerlach Royen, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) Gerlach Royen, ‘Moedertaalonderwijs in de Nederlanden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) Els Ruijsendaal, ‘Op weg naar één grammaticografie in de geschiedenis van het talenonderwijs Els Ruijsendaal’ In: Voortgang. Jaargang 16 (1996) J.J. Salverda de Grave, ‘Het Lager onderwijs in de moedertaal in Frankrijk. F. Brunot, L'Enseignement de la langue française. Ce qu'il est - Ce qu'il devrait être dans l'Enseignement primaire. Paris, Colin. 1909.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) J.J. Salverda de Grave, ‘Taalstudie en taalonderwijs volgens de methode van Bally.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) P. Schellens, ‘De invloed van incongruentie van vraag en tekst op de moeilijkheid van vragen bij teksten’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) J.B. Schepers, ‘Het Nederlands aan gymnasia.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) J.B. Schepers, ‘Een paar gedachten over het Tweede Philologen Congres te Leiden 18 en 19 April 1900.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) J.B. Schepers, ‘Schetsen uit ons moedertaal-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) J.B. Schepers, ‘Taal en taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) H.G.J. Schillemans, ‘De nieuwe spelling en de schoolboeken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) A.J. Schneiders, ‘Richtingen en verhoudingen in het literatuuronderwijs op de middelbare school.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) A.J. Schneiders, ‘Literatuur en middelbaar onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) A.J. Schneiders, ‘Een koersverandering in didacticis?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) M. Schönfeld, ‘De kleuterroman in de praktijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) M. Schönfeld, ‘De grammatika op de middelbare school’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) M. Schönfeld, ‘Het voortgezet onderwijs in de moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) U. Schuurs, ‘Getalscongruentie en taalonderwijs U.R.I. Schuurs’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) Gustaaf Segers, ‘Lezing. De ontwikkeling onzer taal. door Gustaaf Segers.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1898 (1898) Ph.J. Simons, ‘Lessen over 't lidwoord. (Vervolg van blz. 97.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Ph.J. Simons, ‘Lessen over 't lidwoord.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) Ph.J. Simons, ‘Bij een gepleisterd graf.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) Ph.J. Simons, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) Ph.J. Simons, ‘Over nieuwere taalstudie en -onderwijs, met een toepassing op het hoofdakteexamen. (Vervolg en slot van blz. 238.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) Ph.J. Simons, ‘Over nieuwere taalstudie en -onderwijs, met een toepassing op het hoofdakteexamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) Jacob Smit, ‘Het middelbaar moedertaalonderwijs in de steigers.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Tj. Sterringa, ‘Spreken, lezen en schrijven op de lagere school. (Fragment van een lezing).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) Maartje Süter, ‘Hoe waarderen gebruikers in Nederland en België de ANS? Maartje Süter’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1987 (1987) J.H. Swildens, ‘Leesonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) Jan Gerrit Talen, ‘Over vorm en indeeling der werkwoorden. Wat toegepaste methodologie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Theo Thijssen, ‘Verklaring van vreemde woorden op onderwijzers-examens.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) [tijdschrift] Forum der Letteren, ‘Traditionele grammatica op de basisschool M.K. van Dort-Slijper’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1986 (1986) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Moet er een afzonderlike ‘leestaal’ bestaan?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Multatuli over spelling, taal en taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Schoolopstellen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Gekommitteerden over schrijven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Reactie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 86 (1993) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Het gymnasiale eindexamenopstel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘De nieuwe spelling in de praktijk der lagere school’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Uit de praktijk. Spreekoefeningen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 8 (1898) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Uit de praktijk.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Litteratuur-onderwijs.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Taal op school.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) [tijdschrift] Taal en Letteren, ‘Veeltalige vorming van 't kind - wenselik?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Bevatlyk Onderwys in de Nederlandsche Spel- en Taalkunde, voor de Schooljeugd. Door H. Wester, Schoolmeester, enz. in de oude Pekel-A. Te Groningen, by J. Oomkens, 1797. In 8vo. 92 bl.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1798 (1798) [tijdschrift] Vonk, VON-Informatie. Jaargang 6 (1976)
[tijdschrift] Vonk, VON-Informatie. Jaargang 10 (1980)
[tijdschrift] Voortgang, ‘Met het oog op onderwijs Eva M. Tol-Verkuyl’ In: Voortgang. Jaargang 24 (2006) D.C. Tinbergen, ‘Spraakkunstonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) D.C. Tinbergen, ‘Taal- en literatuuronderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 13 (1919) Urszula Topolska, ‘Nederlandstalige auteurs met een andere culturele achtergrond in de literaire canon op school Urszula Topolska (Wrocław)’ In: Colloquium Neerlandicum 16 (2006) (2007) E.M. Uhlenbeck, ‘Taalonderwijs en taalonderzoek’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1968 (1968) E.M. Uhlenbeck, ‘Commentaar Een zwarte dag voor de didactiek in Leiden’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1975 (1975) Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen (1956)
A.A. Verdenius, ‘Valcooch's regel der Duytsche schoolmeesters.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) Gustaaf Verriest sr., ‘Over Moedertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) Albert Verwey, ‘De volksschool en de literatuur. Mogelijkheden en Uitzichten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) C.G.N. de Vooys, ‘Het taalonderwijs op de lagere school.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) C.G.N. de Vooys, ‘Synoniemen-behandeling bij het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwe wegen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) C.G.N. de Vooys, ‘Misverstand.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) C.G.N. de Vooys, ‘Nog meer ‘stijloefeningen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) C.G.N. de Vooys, ‘Konservatieve beschouwingen omtrent leesonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) C.G.N. de Vooys, ‘Letterkunde-studie voor de hoofdakte.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) C.G.N. de Vooys, ‘Lichtkans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) C.G.N. de Vooys, ‘De taalstudie van de onderwijzer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) C.G.N. de Vooys, ‘De zuurdesem van een oud taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) C.G.N. de Vooys, ‘Het gezag van een ‘Algemeen Beschaafd’. (Vervolg van blz. 14).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917) C.G.N. de Vooys, ‘Naschrift.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) C.G.N. de Vooys, ‘Taalstudie voor de hoofdakte.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 18 (1924) C.G.N. de Vooys, ‘De buigings-n als een steun voor het taalinzicht en het spraakkunst-onderwijs?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) C.G.N. de Vooys, ‘Taalbederf door de school van Kollewijn?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) Jan P.M.L. de Vries, ‘Boeken bij het literatuur-onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 15 (1921) J. Wils, ‘De je-stijl in jongens- en meisjesopstellen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) Jan Wils, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
|