Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel


auteur: Lambert ten Kate Hz.


editeur: Marijke J. van der Wal en Jan Noordegraaf


bron: Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (eds. Jan Noordegraaf en Marijke van der Wal). Uitgeverij Canaletto / Repro-Holland BV, Alphen aan den Rijn 2001 (fotomechanische herdruk van uitgave 1723)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 594]origineel

XIV. Hoofddeel.
Van den Zesden Rang der M-Gotthische Verba.

TEn opzigte van deze Classis, die de Min- of On-geregelden vervat, gedraeg ik mij aen mijn vorig Tractaetje wegens de Gemeenschap tussen de Gottische Sprake en 't Nederduitsch: Egter zal ik 'er dit ter aenmerkinge bijvoegen, dat, even gelijk bij Ons en de andere met ons verwantschapte Talen, alzoo mede hier bij de Hulpwoorden, Kunnan / Kuntha / Kunths / en Magan / Mahta / enz: de 3. Pers: Sing: van 't Praes: Indicat: is, Kann / & Mag / zonder t daer agter.

 

Die ik onder deze Classis geplaetst heb, zijn de volgenden.

No: 1.Magan / posse; in Praet: Mahta; in 't Praes: Ind: 1, en 3. Pers: ik en is Mag.
No: 2.Kunnan / noscere; in Praet: Kuntha / in Part: Praet: Kunths / en in 't Praes: Indic: Ik / & is Kann: dus mede uf-Kunnan / cognoscere, & us-Kunnan / cognoscere; & fra-Kunnan / contemnere; dog ga-Kunnan / cognoscere, heeft in Praet: ga-Kunnaida / en is van de I. CL: 2.
No: 3.ga-Munan / meminisse; in Praet: Gamunda; en in 't Praes: Indic: 1. & 3. Pers: Gaman; dog Munan I. CL: 2. cogitare, putare.
No: 4.Witan / scire, videre, in Praet: Wissa: in 't Praes: ik Wait / scio; in Plur: weis Witum (scimus).
No: 5.Aigan / habere; in Praet: Aihta.
No: 6.Thaurban / indigere; in Praet: Thaurfta.
No: 7.Wiljan / velle; in Praet: Wilda.
No: 8.Wisan / esse; in Praet: Was; in Part: Praet: Weisiths: dus ook Thairh-Wisan / manere. Waer bij quam
No: 9.Ik Skal / debea: Skulda / of Skuld was / debebat; Skuldedum / debebamus; en Skuli Wairthan / erit, fiet, enz:.
[p. 595]origineel

Aenmerking.

 

Ik voeg hier bij de Volgenden, omtrent welken, bij gebrek van genoegsaeme Voorbeelden, mij twijffelagtig voorkomt, onder wat voor eene Classis ijder behooren zoude; als

Hlifan / Furari.
Hufum / lamentavimus; van Hufan III. CL. 7. of Hiufan II. CL: 4. dog niet van Haifjan / ga-Haifjan / gelijk Junius zet, want zulk een Infinit: levert geen U / in de Plur: van 't Praeterit:.
Iddja / ambulabat, ibat; ga-Iddja / convenit; ufar-Iddja / praetergressus sum; us-Iddja / exiit; mith-Iddjedun / comitabantur: A-S. Eode / ibat. Van alle dezen schijnt het Praesens en de Infinit: verloren te zijn; dog 't is geen Praeter: van Gangan / ire, gelijk een geleerd Man wilde; want dat is in 't M-G: Gangida.
Liudith / increscit; is of van de I. CL: of van de II. CL:.
ga-Mot / capit; ga-Mostedun / capaces erant; schijnt tot deze CL: No: 3. te behooren.
Siujith / suit; is of van de I. of van de II. CL:
Du-at-Sniwun / appulerunt; Ei Sniwaith / ut eatis, Faur-Snau / praevenit, van Sniwan / II. of III. CL: gelijk ook Ysl: Sny / verto, &c.
ga-Staldan / possidere; is of van de I. of van de III. CL:.
a-Tihdans / traditus.
in-Widan / abnegare, irritum facere.