Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel


auteur: Lambert ten Kate Hz.


editeur: Marijke J. van der Wal en Jan Noordegraaf


bron: Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (eds. Jan Noordegraaf en Marijke van der Wal). Uitgeverij Canaletto / Repro-Holland BV, Alphen aan den Rijn 2001 (fotomechanische herdruk van uitgave 1723)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

XXVI. Hoofddeel.
Van den Vijfden Rang der A-Saxische Werkwoorden, waer onder de Ongeregelde.

I. Van de Hulpwoorden.

No: 1. Haban / Haebban / Hafan / habere, tenere, & Verbum Auxiliare Praeteritis Verborum: Eng: to Have.

Dit zou onder de I. CL: behooren, zo niet de Euphonie daer eenige verandering in gebracht had.
[p. 648]origineel

Praes: & Futur:

Indicat: Subj:.
Sing: ic Haebbe / thu Haefst / he Haefth. Sing: Ic / thu / & he Haebbe.
Plur: We / ge / & hig Habbath Pl: We / ge / & hig Haebbon / of Haebbe we / &c.
in 't Eng: i Have / thou Hast / he Hath.   We / je / & they Have.

Praeter:

Indic: Subj:.
Sing: Ic & he Haefde / thu Haefdest. Sing: Ic / thu / & he Haefde.
Plur: We / ge / & hig Haefdon. Plur: We / ge / & hig Haefdon.
in 't Eng: I / & he Had / thou Hadst.   We / je / & they Had.

Imperat: 2. Pers: {Sing: Haebbe thu; Eng: Have thou.
{Plur: Habbath ge; Eng: Have je.
   
Part: {Praes: Haebbende; Eng: Having.
{Praet: Haefed / Haefod; Eng: Had.

Hr: Hickes stelt in zijne A-S, & M-G. Grammatica, Cap. VIII. dit Praeteritum Ind: in Sing: gantsch anders, naemlijk, ic Haefod / thu Haefodest / he Haefod: niet tegenstaende het eenige Voorbeeld van Medegetuigenis wegens den Singul: door hem aengehaelt, geheelijk met mijne en niet met zijne stelling overeenkomt, namelijk, that he.... gecyrred Haefde (quod.... convertisset); En dewijl ik ook geene Voorbeelden voor hem, zo ver ik mij erinneren kan, ergens anders ontmoet heb, zo zal ik, tot bevestiging en Medegetuigenis van 't gene ik hier ter nederstel, den Lezer slegts wijzen op Gen: VII. 10, 23. Gen: XXXI. 32. Gen: XLVI. 1. & Exod: XXXII. 7, 8, 12 & 19. Matth: XVII. 20. Marc: XII. 6. Joh: V. 26: XVII. 5. en zoo voort.

No: 2. Beon / Wesan / esse: & Verbum Auxiliare Passivi in Infin: Obl: to Beonne / to Wesanne. Eng: to Be / esse.

Praes: & Fut:

Indicat: Subj:.
Sing: ic Eom / thu Eart / he Ys (of Is). S: ic Beo / of Si. thu Beo / Sy / Si. he Beo / Si / Sy / Sig.
Plur: We / ge / & hig Sind / Synd / of Sint. Pl: We / ge / hig Beon of Sin.
In 't Engelsch, 't Praesens Ind: i Am / thou Art / he Is.   We / je / & they Are.

Het A-S, Futurum Ind: word ook wel aldus gevonden.

 

Sing: ic Beo / thu Bist (of Byst) / he Byth (of Bith).

Plur: We / ge / & hi Beoth / of, de Persoon agterstaende, Beo we / &c.

[p. 649]origineel

Praeter:

Indicat: Subj:.
Sing: Ic & he Waes (of Was) / thu Waere. Sing: Ic / thu / & he Waere.
Plur: We / ge / & hig Waeron. Plur: We / ge / hig of hi Waeron.
In 't Engelsch; Praeter: Indic: I & he Was / thou Wast.   We / je / & they Were.

De Subjunct: word in 't Engelsch meest door Omschrijving gemaekt, als God grant i mag be (God geve dat ik moge zijn); andersints zet men ook in 't Praesens, i Bee / thou Beest / he Bee; we / je / & they Bee: en in 't Praet: i Were / thou Wert / he Were; we / je / amp; they Were.

Imperat: 2. Pers: {Sing: Beo / si of Sig thu; Eng: Be jou.
{Plur: Beoth of Sin ge: Eng: Be ye.

Part: Praes: Wesende. In 't Eng: {Praes: Being.
{Praet: Been.

zie Gen: I. 2, 4, 7, 9, 11, 14, 22, 28, 29, 30: II. 12, 23, 24: III. 4, 9, 10, 14, 16, 19: IV. 13, &c.

Matth: I. 18: II. 4: III. 6, 10: V. 6: VI. 31, 34: VIII. 12: IX. 15, 29: XXVI. 69. Joh: I. 48: IX. 41. en zoo voort.

 

No: 3. Magan / posse.

Praes: & Fut:

Indic: Subj:.
S: Ic & he Maeg / thu Maegest (of Myht). S: Ic / thu / & he Maege.
Pl: We / ge / & hi Magon (of Magun). Pl: We / ge / & hi Maegon (of Magon).

Praeterit:

Indic: Subj:.
S: Ic & he Miht (of Myht) / thu Mihtest. S: Ic / thu / & he Myhte (of Mihte).
Pl: We / ge / & hi / Mihton (of Myhton). Pl: We / ge / & hi Myhton (of Mihton).

zie Gen: VI, 19, 20, &c. Matth: III. 9: VIII. 2.28: IX. 28: XXVI. 53, &c. Marc: II. 4: VII. 15: XIV. 37. en zoo voort.

 

No: 4 Wyllan (of Willan) velle, & Verb: Auxil: Futuri temp:.

Praes: & Futur:

Indic: Subj:.
Sing: Ic / & he Wylle / thu Wylst (of Wylt) Sing: Ic / thu / & he Wylle (of Wyle).
Plur: We / ge / & hi Willath. Plur: We / ge & / hi Wyllon.

Praeter: Ind: & Subj:.
Sing: Ic / & he Wolde / thu Woldest.
Plur: We / ge / & hi Woldon.

zie Gen: XXXII. 12, &c. Matth: I. 19: V. 40: VII. 12: VIII. 2, 3: IX. 13: XI. 14, 27. XII. 38: XIII. 28. Luc: IX. 54: XII. 49: XIII. 34. En zoo voort.

[p. 650]origineel

No: 5. Witan / scire: in Inf: Obl: to Witanne.

Praes: & Futur:

Indic: Subj:.
Sing: Ic & he Wat / thu Wast. Sing: Ic / thu / & he Wite.
Plur: We / ge & hig Witun. Plur: We / ge & hi Witon.

Praeterit:.

Sing: Ic & he Wiste / thu Wistest. Sing: Ic / thu / & ge Wiste.
Plur: We / ge / & hi Wistun. Plur: We / ge / & hi Wiston.

Imperat: 2. Pers: {Sing: Wit.}
{Plur: Witath.}
Part: {Praesens Witende.
{Praeter: Witen / gewiten.

zie Gen: IV. 9: XLVII. 6. Matth: VI. 3, 8: XII. 7, 15: IX. 6: XIII. 11: XV. 12: XVI. 3: XXIV. 32, 33, 43: XXV. 26. Luc: XII. 2. Joh: III. 11: XXI. 17, &c.

 

No: 6 Cunnan / scire.

 

Praes: & Fut:

Indic: Subj:.
Sing: Ic / & he Can / thu Canst. Sing: Ic / thu / & he Cunne.
Plur: We / ge / & hi Cunnun. Plur: We / ge / & he Cunnon.

Praeteritum.

Sing: Ic / & he Curthe / thu Cuthest. Sing: Ic / thu / & he Cuthe.
Plur: We / ge / & hi Cuthun. Plur: We / ge / & hi Cuthon.

zie Gen: XXIX. 5: XLVI. 33: XLVII. 3, 6. Exod: XXIII. 12, 13.

Deut: IX. 24: XI. 28: XXXIV. 10. Matth: VII. 11, 23: XI. 27. En zoo voort.

Dus ook Unnan / concedere, in 't Praes: ic An / en Praet: Uththe: gelijk ook het Ysl: Unna / amare, favere, in Praes: heeft Ann / dog in 't Praet: Unne. Van zulk een Verbum schijnt ons Gunnen, I. CL: (als of 't ware ge-Unnen) ontleent te zijn.

No: 7. Sceoldan (of Sceolan) debere; & Verb: Auxil: Fut: Temporis.

Praesens

Indic: Subj:.
Sing: Ic & he Sceal / thu Scealt. Sing: Ic / thu / & he Sceole of Scile).
Plur: We / ge & hi Sceolun. Plur: We / ge / & hi Sceolon.

[p. 651]origineel

Praeter:

Indic: Subj:.
Sing: Ic & he Sceold / thu Sceoldest. Sing: Ic / thu / & he Sceolde.
Plur: We / ge / & hi Sceoldun. Plur: We / ge / & hi Sceoldon.

zie Gen: II. 16, 17: IV. 9: Exod: V. 2: Matth: IX. 15: XI. 3. Marc: II. 19, &c.

 

No: 8. Motan / debere, licere.

Praesens. {Sing: Ic & he Mot / thu Motest.
{Plur: We / ge / & hi Moton.
Praet: {Sing: Ic & he Most / thu Mostest.
{Plur: We / ge / & hi Moston.

zie Gen: II. 16: XLVII. 4. Exod: XXXII. 24. En zoo voort.

 

No: 9. Don / Doen / facere: in Infin: Obl: to Donne.

 

Praesens & Futur:

Indicat: Subj:.
Sing: it Do / thu Dyst (of Dest) / he Dyth (of Deth). Sing: ic / thu & he Do.
Plur: We / ge & hi Doth. Plur: We / ge & hi Don.

Praeterit:.

S: ic / & he Dyd (of Did / Dest) / thu Dydest / &c. S: ic / thu & he Dyde (of Dide).
Pl: We / ge / & hi Dydun. Pl: We / ge / & hi Dydon.

Imperat: 2 Pers: {Sing: Do thu}
{Plur: Doth ge}
Part: {Praesens Donde.
{Praeter: Gedon.

Dus mede't A-S, on- & un-Don / aperire, facere; & on-Doen (ingerere).

 

zie Gen: IV. 7, 10: VI. 13: & XX. 9. Matth: I. 24: VII. 4, 5: XI. 20, 21: XII. 2. 3, 41. Marc: VII. 8, 9. Luc: XXII. 23. En zoo voort.

 

NB.

In 't Engelsch is to Do / facere, i Did / feci, Done / factum, zeer gemeen als een zakeloos Hulpwoord bij allerhande Verba, als i Love / amo; & i Do Love / amo: thou Lovest / amas; & thou Doest Love / amas; &c.

II. Wijders, als Onregelmatig komt mij te voren.

Dearran / Durran / Dyrran / audere; in Praet: Imperf: Durst of Dorst. Eng to Dare / Durst / Dared.
Munan / reminisci: Munden / memoratus.
[p. 652]origineel

Voor ons opwekkende Laten we, vind men in 't A-Saxisch dikwijls Uton; als, Uton Wyrcean / laeten we werken of maken; Gen: II. 18. & Uton Gan ut / laeten we Uitgaen; Gen: IV. 8.

 

Dien 't lusten zal al het gene 'er van 't A-Saxisch in druk of in Handschrift is te vinden, met opmerking te doorwandelen, zal ongetwijffelt nog wel eenige andere ONGELYKVLOEYENDE VERBA ontmoeten; niettemin, hoewel zelfs 't getal dier Handschriften, welke onder de vermaerde Boekerijen van Engeland te zien zijn, groot is, zo verwagt ik egter dat 'er niet dan weinigen ontbreken zullen; aengezien meest alle de Ongelijkvloeijenden der andere Oude en Nieuwer Tael-verwanten met deze beantwoord worden. 't Verder vervullen laet ik dan aen een ander over, alzoo dat gene, dat ik 'er in beoogt heb, ver genoeg volbragt is.

 

EINDE

 

Van de Regelmaet en Rangschikking der ANGELSAXISCHE WERKWOORDEN.

+