Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel


auteur: Lambert ten Kate Hz.


editeur: Marijke J. van der Wal en Jan Noordegraaf


bron: Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (eds. Jan Noordegraaf en Marijke van der Wal). Uitgeverij Canaletto / Repro-Holland BV, Alphen aan den Rijn 2001 (fotomechanische herdruk van uitgave 1723)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 676]origineel

Rangschikking van de Yslandsche verba.

XXXIV. Hoofddeel.
Van de Yslandsche verba in 't Algemeen.

RUnolph Jonasz, Yslander, Schrijver van de Rudimenta Grammmaticae Islandicae verdeelt de Yslandsche Verba in vijf Classes. Hij noemt zijne ONGELYKVLOEYENDE VERBA wel niet Onregelmatig, dog geeft egter aen dezelven eene schikking, zeer verschillig van Onze Rangschikking, en van allen die over 't Letterkundige van eenige Duitsche Tael-tak geschreven hebben: ja, dat meer is, hoewel hij in de andere deelen van dat Boek genoeg blijken geeft, dat hij verdient onder de prijs-waerdige Grammatici gestelt te worden, nogtans ontwart hij deze ONGELYKVLOEYENDE VERBA zo weinig, dat men niet zonder moeilijk onderzoek te regt weten kan, of 'er niet meer met Exceptien dan Regelmatigen in 't Yslandsch zig opdoen.

Dewijl ik nu in 't naezien van zijne Voorbeelden, en 't schiften en scheiden van die, zeer klaerlijk bespeurde, dat niet alleen onze Rangschikking gantsch gemaklijk het Yslandsch in orde bragt, maer dat ze daerenboven onvergelijkelijk minder Exceptien overlaet, die nog minder zouden zijn, indien niet het mengsel van oud en nieuw gebruik daer onder plaets had, zo hebben we dienstig geagt deze onze Rangschikking, bij wijze van een' Schetse, hier agter het voorverhandelde bij te voegen; op dat blijke dat de Vocaelwisseling der ONGELYKVLOEYENDE VERBA bij het Yslandsch, en gevolglijk ook bij de anderen van Kimbrischen Stamme, uit gelijken Bron als de Onze is gesproten, en tevens ook op gelijkc Leest te schoeijen is. Wijders, behalven het nut van deze kennisse, zullen eenigen van deze ONGELYKVLOEYENDEN tot hulp en opbouw verstrekken van onze volgende Proeve van Afleiding.

Ik noem deze Verhandeling slegts een Schetse, om dat ik 'er de volledige Regelmaet van de Verba niet aentoon, als thans genoeg zijnde tot mijn Oogmerk, dat elke soort geschikt werde bij de zijnen van gelijken aert.

[p. 677]origineel

Van de GELYKVLOEYENDE VERBA zal ik in een kleene Lijst opgeven alle de genen, die ik, hier en daer verstrooit, in de genoemde Grammatica ontmoet heb.

Onder de ONGELYKVLOEYENDE WERKWOORDEN is in 't Yslands niet alleenlijk bij de Praeterita, maer ook, bij sommig soort, in 't Praesens een Vocaelwisseling; waerom ik het Praesens ook zal invoegen; Ja, van eenig soort kan ik het Praesens alleenlijk zetten, om dat deze Schrijver al zijne Soortschikking der Verba op de Latijnsche Schoolwijze na 't Praesens afleid, en van vele Infinitivi geen gewag maekt: dus heb ik bij etlijken, van hier het Praesens & Praeter:, van daer het Praeter: Partic:, en van elders wederom den Infinit: moeten bijeen - zamelen: van de meesten vertoont hij geen Praeteritum Partic:, schoon die kennis zeer gewigtig is, 't welk gevolglijk, of als onaengewezen geschat, of uit de Gelijkaerdigheid der anderen moet begist worden; ik heb dan ook, om niet te ver te gaen, die plaetsen open gelaten, hoewel mijne schikking, van Gelijksoortigen bij een, de vervulling genoegsaem aenwijst van 't gene in zijne verdeeling gantschelijk niet te vinden is.

Eer we tot het Werk treden, agt ik het dienstig, dat ik van de volgende Aenmerkingen vooraf berigt doe.

I.Bij den Infinitivus Praesens zet men gewoonlijk ad voorop, als, Ad Marka (signare), Ad Lesa (legere); even als in 't Engelsch, to Love / amare.
II.De Yslanders behandelen hunne Praet: Partic: eenigsints anders als Wij en Anderen van Duitschen Stamme; want behalven dat ze geen GE / nog GA vooropnemen, zo moet men daer-enboven eerstelijk die aenmerken als Adjectiva, en wel in zulker voege, dat bij de GELYKVLOEYENDE VERBA hunne Terminatie in 't Mascul: is adur / in Faem: ød / en in Neutr: ad / als, Markadur / signatus, Markød / signata, en Markad / signatum: Dog bij de ONGELYKVLOEYENDEN in 't Masc: enn / in 't Faem: en / en in 't Neutr: ed; als, Lesenn / lectus; Lesen / lecta; Lesed / lectum: zie Ysl: Grammat: p: 37.
Ten andere gebruiken zij deze Praeter: Part: wel insgelijks als wij agter de Hulpwoorden Hafa / habere, & Vera of Verda / esse, vel fieri: dog een weinig anders ten opzigte van de Terminatie. Want bij 't Praeter: Perfect: & Plusquamperfect: van het Activum neemt men het Neutrum van deze Praet: Partic: Adjectiva, als Eg Hefe & Hafde Markad (Ik heb en had gemerkt); Eg hefe / & Hafde Lesed (Ik heb en had gelezen): dog bij 't Passivum krijgt het Mascul: plaets; als, Eg var Markadur (Ik was of wierd gemerkt); Eg var Lesenn (Ik was of wierd gelezen), en zoo voort, zie Gramm: Island: p: 67 & 68.
[p. 678]origineel
Het eerste soort, dat in 't Neutrum staet, gebruikt onze Yslandsche Grammaticus tot een Praet: Partic: Activ; en 't laetste soort in 't Masc: voor 't Praet: Partic: Passivi; en doorgaends vind men in die Grammatica nu eens slegts van 't eene, en dan eens weder van 't andere vermeld.

Dit onderscheid dient men te kennen en in agt te nemen, in 't vergelijken der Verba van den Kimbrischen Stam tegen die van den Duitschen Tak; op dat men niet ten onregt meenen mogte, wanneer men in 't Yslandsch Eg hafde Lesed of iet diergelijks ontmoette, dat Lesa en andere ONGELYKVLOEYENDE VERBA geene Terminatie van enn in 't Praet: Part: Pass: hadden.

III.Tot hun Futurum nemen de Yslanders eg Skal / of eg Mun (ik Zal of ik Meen) voor den Infinit: geplaetst; als
Eg Skal of Eg Mun} Marka: d: i: Ik zal Merken, of ik meen te Merken.
IV.Het Yslandsche Praeter: Imperf: gebruikt men ook wel met een Omschrijving, dog die een weinig van de onze verschilt, stellende naemlijk het Praeter: van Vera / voor den Infinit: als, Eg Var ad Marka / adsignabam; terwijle wij zulks voor het Partic: Praes: doen; als, Ik was mérkende.
V.De Yslanders bedienen zig mede van een Dualis ten aenzien van 't Pronomen Personale, dog ten opzigte van het Verbum zelf, is Dualis & Plur: zonder verschil; als
Dualis {vid Hofdum; Wij twee hadden}
{thit Hofdud; Gij twee haddet}
Plur: {vier Hofdum; Wij hadden.}
{their Hofdud; Gijl: haddet.
De derde Persoon heft geen bijzonderen Dualis; dog alleenlijk, their Hoffdu; Zijl: hadden.
VI.Het Yslandsche Passivum word niet alleenlijk met, maer ook zonder Hulpwoord, door agterzetting van ST gemaekt.
als, in 't Praes: Indic: Eg / thu / & hann Markast; Ik, Gij, en Hij word Gemerkt.
Plur: Vier Markunst / thier Markest / their Markast / &c.
in 't Praeter: S: Eg / thu / & hann Markadest; Ik, Gij, en Hij weird Gemerkt.
Plur: Vier Markudustum / their & their Markudust.
in 't Praes: Conj: S: ad Eg / thu / & hann Markest.
Plur: Ad vier Markustum / ad their & their Markst.
in Infin: Praes: ad Markast; Gemerkt worden, of te worden.

Dog met het Hulpwoord is het Ad Verda of Vera Markadur.