|
|
Jacob van Maerlant
geboren: ca. 1230 overleden: ca. 1300 te Damme
Biografie(ën) over Jacob van Maerlant
- P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 4 JAC-NYV (1823)
- A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 12. Eerste stuk (1869)
- F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
- P.J. Blok en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 7 (1927)
- K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1941)
- G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)
Werken van Jacob van Maerlant- Lapidarijs (zj.)
- Leven van Ste-Clara (zj.)
- Rijmbijbel (zj.)
- Sompniariis (zj.)
- Spiegel historiael (5 delen) (1300-1325)
- Spiegel historiael. Derde partie (1300-1325)
- Spiegel historiael. Eerste partie (1300-1325)
- Spiegel historiael. Vierde partie (1300-1325)
- Alexanders geesten (13de eeuw)
- Wapene Martijn (13de eeuw)
- Amijs ende Amelis (14de eeuw)
- Torec (ca. 1255-1265)
- Historie van den grale (ca. 1261)
- Merlijns boec (ca. 1261)
- Historie van Troyen (ca. 1264)
- Der naturen bloeme (ca. 1266)
- Heimelykheid der heimelykheden (na 1250)
- Sinte Franciscus leven (tussen 1276 en 1283)
Uitgaven van Jacob van Maerlant- Rijmbijbel (ed. J. David) (1858-1859)
- Spieghel historiael. Deel 1: Partie I (ed. M. de Vries en E. Verwijs) (1863)
- Episodes uit Maerlant's Historie van Troyen (ed. J. Verdam) (1873)
- Torec (ed. J. te Winkel) (1875)
- Der naturen bloeme (ed. E. Verwijs) (1878)
- Strophische gedichten (ed. E. Verwijs) (1879)
- Merlijn, naer het eenig bekende Steinforter handschrift (ed. J. van Vloten) (1880)
- Alexanders geesten (ed. J. Franck) (1882)
- Historie van Troyen (eds. N. de Pauw en E. Gaillard) (1889-1892)
- Heimelijkheid der heimelijkheden (ed. A.A. Verdenius) (1917)
- De strofische gedichten (eds. J. Verdam en P. Leendertz jr.) (1918)
- Keurgedichten uit zijn godsdienstige lyriek (ed. P. de Keyser) (1947)
- Torec (ed. A.T.W. Bellemans) (1948[2])
- Amijs ende Amelis (ed. J.J. Mak) (1954)
- Uit de strophische gedichten van Jacob van Maerlant (ed. J. van Mierlo) (1954)
- Sinte Franciscus leven (ed. P. Maximilianus) (1954)
- Van den lande van over zee (ed. G. Stuiveling) (1966)
- Van den lande van over zee (ed. R. Seys en L. Dendooven) (1969)
- Den anderen Merten. Synoptische archiefeditie van J.v.M.s tweede Martijn (ed. Th. Mertens) (1978)
- Historie van den Grale und Boek van Merline (ed. T. Sodmann) (1980)
- Spieghel Historiael (eds. Ph. Utenbroeke en L. van Velthem) (1982[2])
- Het boek der natuur (ed. Peter Burger) (1989)
- Het boek der natuur (ed. Peter Burger) (1995)
- 'Bloemlezing uit Jacob van Maerlants Historie van Troje' (ed. Ludo Jongen) (1996)
- Der naturen bloeme (ed. M. Gysseling) (1998)
Primaire teksten van Jacob van Maerlant elders in de dbnl- P. Leendertz (jr.) en Jacob van Maerlant, ‘Naar aanleiding van Maerlant's Strophische gedichten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899)
Secundaire literatuur over Jacob van Maerlant in de dbnl- P.J. Andriessen, De schildknaap van Gijsbrecht van Aemstel (1862)
- Frank Baur en Jozef van Mierlo, ‘De overgang’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 1 (1939)
- Frank Baur en Jozef van Mierlo, ‘Godsdienstige epiek’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 1 (1939)
- Bart Besamusca en G. Sonnemans, ‘5 Jacob van Maerlant: Der naturen bloeme’ In: De crumen diet volc niet eten en mochte. Nederlandse beschouwingen over vertalen tot 1550 (1999)
- Bart Besamusca en G. Sonnemans, ‘3 Jacob van Maerlant: Istorie van Troien’ In: De crumen diet volc niet eten en mochte. Nederlandse beschouwingen over vertalen tot 1550 (1999)
- Bart Besamusca, 'The Medieval Dutch Arthurian Material' (2000)
- Bart Besamusca en G. Sonnemans, ‘4 Jacob van Maerlant: Heimelicheit der heimelicheden’ In: De crumen diet volc niet eten en mochte. Nederlandse beschouwingen over vertalen tot 1550 (1999)
- Bart Besamusca en G. Sonnemans, ‘7 Jacob van Maerlant: Spiegel historiael’ In: De crumen diet volc niet eten en mochte. Nederlandse beschouwingen over vertalen tot 1550 (1999)
- Bart Besamusca en G. Sonnemans, ‘6 Jacob van Maerlant: Sinte Franciscus leven’ In: De crumen diet volc niet eten en mochte. Nederlandse beschouwingen over vertalen tot 1550 (1999)
- Jos A.A.M. Biemans, Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 5 (1987)
- P.J. Blok, ‘Aanhangsel’, ‘De bronnen onzer geschiedenis vóór 1300’ In: Geschiedenis van het Nederlandsche volk. Deel 1 (1923 (3de herziene druk))
- P.J. Blok, ‘Boek IVDe verwording der kleine leenstaten’, ‘Hoofdstuk IDe strijd der Vlaamsche gemeenten’ In: Geschiedenis van het Nederlandsche volk. Deel 1 (1923 (3de herziene druk))
- John Bowring, ‘Iets over de Hollandsche taal- en letterkunde.’ In: Brieven (1830)
- Cd. Busken Huet, ‘Zesde hoofdstuk.Overzigt der letteren.’, ‘I [Eenheid van Holland en Vlaanderen in de letteren]’ In: Het land van Rembrand (1882-84)
- Gideon Busken Huet, ‘Iets over Maskaroen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
- Willem de Clercq, ‘Eerste tijdperk. Van het begin der XV, tot in het midden der XVI eeuw; vergezeld van eenige inlichtingen, nopens den vroegeren toestand onzer Letterkunde.’ In: Verhandeling ter beandwoording der vraag welken invloed heeft vreemde, inzonderheid de Italiaansche, Spaansche, Fransche en Duitsche, gehad op de Nederlandsche taal- en letterkunde sints het begin der vijftiende eeuw tot op onze dagen? (1824)
- Johannes Franck, ‘Collation der handschrift von Sinte Franciscus Leven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884)
- Paul Fredericq, ‘Nieuwe fragmenten der berijmde Fransche vertaling van Maerlant's Drie Martijns.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898)
- Paul Fredericq, ‘Het Brugsch fragment der berijmde Fransche vertaling van Maerlant's Wapene Martijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884)
- Johan Hendrik Gallée, ‘Over Maerlant.’ In: De Gids. Jaargang 1881 (1881)
- P. Geyl, ‘2. Vlaanderen in de twaalfde en dertiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse stam (herziene uitgave) (1948-1959)
- W.J.A. Jonckbloet, ‘IX. Mystieke Britsche romans.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 1: De middeleeuwen (1) (1888)
- W.J.A. Jonckbloet, ‘IV. De romantiek in de hand der klerken.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 2: De middeleeuwen (2) (1889)
- W.J.A. Jonckbloet, ‘V. De romantiek in de hand der klerken’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 2: De middeleeuwen (2) (1889)
- W.J.A. Jonckbloet, ‘Dboec vanden houte, door Jacob van Maerlant (?) Leiden, D. du Mortier en Zoon, 1844.Brief aan den heer J. Tideman.’ In: De Gids. Jaargang 1845 (1845)
- W.J.A. Jonckbloet, ‘VI. Maerlant's leerdichten.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 2: De middeleeuwen (2) (1889)
- W.J.A. Jonckbloet, ‘III. Jacob van Maerlant.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 2: De middeleeuwen (2) (1889)
- G. Kalff, ‘Jacob van Maerlant.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 1 (1906)
- G. Kalff, ‘Vroegste Lyriek.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 1 (1906)
- G. Kalff, ‘Over de geschiedenis onzer Middeleeuwsche Letterkunde.’ In: De Gids. Jaargang 1888 (1888)
- G. Kalff, ‘Dichters, Voordragers, Publiek.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 1 (1906)
- G.P.M. Knuvelder, ‘Didactische letterkunde’ In: Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. Deel 1 (1948)
- G.P.M. Knuvelder, ‘Hoofse roman’ In: Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde. Deel 1 (1948)
- Abraham Seyne Kok en Eelco Verwijs, ‘Bibliographisch album.’ In: De Gids. Jaargang 1870 (1870)
- P. Leendertz (jr.), ‘Maerlant's Strophische gedichten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900)
- Orlanda S.H. Lie, 'What is Truth? The Verse-Prose Debate in Medieval Dutch Literature' (1994)
- Jacob van Maerlant, ‘Inleiding.’ In: Episodes uit Maerlant's Historie van Troyen (ed. J. Verdam) (1873)
- Maximilianus O.F.M. Cap., 'Maerlant's Sint Franciscus' leven en zijn Latijns origineel' (1949)
- Jozef van Mierlo, ‘De leerende dichtkunst’, ‘Wetenschap en kennis op rijm’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 2 (1940)
- P.H. van Moerkerken, ‘II. Jacob Van Maerlant, Jan Boendale en Jan de Weert.’ In: De satire in de Nederlandsche kunst der middeleeuwen (1904)
- Marijke Mooijaart, ‘5. Lokalisering van ambtelijke en literaire teksten’ In: Atlas van Vroegmiddelnederlandse taalvarianten (1992)
- J.W. Muller, ‘De nieuwe uitgave van Maerlant's strophische gedichten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
- J.W. Muller, ‘Een nieuw bericht omtrent Maerlant's leven en werken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909)
- J.W. Muller, ‘Maerlant's Grafschrift.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912)
- J.W. Muller, ‘De nieuwe uitgave van Maerlant's Strophische Gedichten.(Vervolg en slot van blz. 506).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900)
- F.P. van Oostrom, ‘IV. Heraut Beieren’ In: Het woord van eer. Literatuur aan het Hollandse hof omstreeks 1400 (1987)
- F.P. van Oostrom, 'Lezen, leren en luisteren in klooster, stad en hof. Kinderboeken in de middeleeuwen?' (1989)
- F.P. van Oostrom, 'Maerlant tussen Noord en Zuid. Contouren van een biografie' (1992)
- G.S. Overdiep, ‘De letterkunde van de middeleeuwen tot omstreeks 1300door Prof. Dr. J. van Mierlomet een inleiding van Prof. Dr. G.S. Overdiep over Middelnederlandsche taal en stijl’, ‘Middelnederlandsche taal en stijl’ In: Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. Deel 1 (1939)
- Henri Pirenne, ‘Hoofdstuk VTaal, letteren, kunst, godsdienst’ In: Geschiedenis van België. Deel 1 (1902)
- Patrick De Rynck en Andries Welkenhuysen, De Oudheid in het Nederlands (1992)
- W.H. van de Sande Bakhuyzen, ‘AanteekeningenopDer Naturen Bloeme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882)
- C.P. Serrure, ‘Maerlants gedicht, ‘Der kerken claghe.’’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 1 (1855)
- Constant A. Serrure, ‘Iets over Marten uit den ‘Wapene Martijn.’’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 2 (1858)
- C.P. Serrure, ‘Latijnsche vertaling van Jacob van Maerlants Wapene-Martijn, door Jan Bukelare.’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 1 (1855)
- C.P. Serrure, ‘Dboec vanden Houte is niet van Maerlant.’ In: Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis. Deel 4 (1861)
- F.A. Snellaert, ‘Tweede tijdvak.’ In: Schets eener geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (1850)
- A.L. Sötemann, ‘De Deltareeks’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998)
- Robert Stein, 'Jan van Boendales Brabantsche Yeesten: antithese of synthese?' (1991)
- Melis Stoke, ‘Inleiding.’ In: Rijmkroniek (ed. W.G. Brill) (1885)
- [tijdschrift] Gids, De, ‘Boekbeoordeelingen.’, ‘Nieuwe werken van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, IV. Deel. Dordr. bij Blussé en van Braam, 1838; inhoudende: De Heimelijkheid der Heimelijkheden; dichtwerk, toegekend aan Jacob van Maerlant; met eene inleiding en aanteekeningen van wege de Maatschappij der N.L. uitgegeven door J. Clarisse. 8o. 544 bladz.’ In: De Gids. Jaargang 1840 (1840)
- [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Verslag van een Handschrift, bevattende Jacob van Maerlants Nederduitsche Prozaïsche Bijbelvertaling, met Aanteekeningen en Bijlagen, door Isak van Harderwijk, Predikant te Katwijk aan Zee. 's Gravenhage, bij J. Immerzeel, Jun. 1831. In gr. 8vo. IV en 74 bl. f 1-10 c.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1831 (1831)
- [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen, ‘Spiegel Historiael of Rijmkronijk van Jacob van Maerlant, met aanteekeningen door Mr. J.A. Clignett en Mr. J. Steenwinkel, Leden van de Maatschappy der Nederl. Letterk. te Leyden. Eerste Deel. Te Leyden, by F. de Does, 1784. In gr. octavo.’ In: Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1784 (1784)
- Jacob van der Valk, ‘Maerlants grafschrift.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913)
- Jacob van der Valk, ‘Maerlant's epitaphium.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911)
- A.A. Verdenius, ‘Daalders-editie van Maerlant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929)
- Eelco Verwijs, ‘Eene Historie van Troyen in 't Dietsch.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873)
- Eelco Verwijs, ‘Jacob van Maerlant en Jacob van Oostvoornedoor Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871)
- J. van Vloten, 'Een meer vermakelijk dan oordeelkundig Maerlant-scharrelaartjen' (1881)
- W.L. de Vreese, ‘Collatie van Maerlants Kerken Clage.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894)
- Jeronimo de Vries, ‘Vierde hoofddeel. Besluit of kort overzigt der vorderingen en verachteringen van de Nederduitsche dichtkunst gedurende de achttiende eeuw, in vergelijking van vroegere tijdperken.’ In: Proeve eener geschiedenis der Nederduitsche dichtkunde (1810)
- Jeronimo de Vries, ‘Eerste hoofddeel. Schets der dichters van de XIIIde tot de XVIIde eeuw.’, ‘Eerste afdeeling. Dertiende eeuw.’ In: Proeve eener geschiedenis der Nederduitsche dichtkunde (1810)
- Cornelia van de Water, ‘Middelnederlandsche Kleinigheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888)
- Hendrik van Wijn, ‘Derde avondstond.’ In: Historische en letterkundige avondstonden (1800)
- J.F. Willems, ‘Derde afdeeling.Tael- en Dichtkunde der Belgen in de dertiende eeuw.’ In: Verhandeling over de Nederduytsche tael- en letterkunde, opzigtelyk de Zuydelyke provintien der Nederlanden (1819-1824)
- J.F. Willems, ‘Jacob van Maerlant.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)
- J. te Winkel, ‘De Borron's Joseph d'Arimathie en Merlin in Maerlant's vertaling.doorJ. te Winkel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881)
- J. te Winkel, ‘VI. De Classieke Ridderromans.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 1: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van Middeleeuwen en Rederijkerstijd (1) (1922)
- J. te Winkel, ‘XVIII. Jacob van Maerlant en zijne strophische gedichten.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 1: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van Middeleeuwen en Rederijkerstijd (1) (1922)
- J. te Winkel, ‘XIX. Jacob van Maerlant als leerdichter.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 1: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van Middeleeuwen en Rederijkerstijd (1) (1922)
- J. te Winkel, ‘XX. Jacob van Maerlant als geschiedschrijver.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 1: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van Middeleeuwen en Rederijkerstijd (1) (1922)
- J. te Winkel, ‘Eerste tijdvak. (vervolg). Middeleeuwsche letterkunde 1180-1430 (vervolg).’, ‘XXIII. Jan van Boendale.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 2: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van Middeleeuwen en Rederijkerstijd (2) (1922)
- J. te Winkel, ‘X. De Britsche ridderromans.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 1: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van Middeleeuwen en Rederijkerstijd (1) (1922)
- J. te Winkel, ‘XXIV. Andere Leerdichters uit Maerlant's School.’ In: De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde. Deel 2: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde van Middeleeuwen en Rederijkerstijd (2) (1922)
Websites over Jacob van Maerlant
- http://www.hum.uva.nl/dsp/ljc/maerlant/
- http://www.geheugenvannederland.nl/exposities/rijmbijbel/indexNew.php
- http://www.kb.nl/galerie/100hoogtepunten/005.html
- http://www.kb.nl/galerie/100hoogtepunten/006.html
Terug naar overzicht
|
Portret van Jacob van Maerlant, door M. van Noort/L. Brasser.
|