Genus en geslacht in de Gouden Eeuw.

Een bijdrage tot de studie van de nominale klassifikatie en daarmee samenhangende adnominale flexievormen en pronominale verschijnselen in Hollands taalgebruik van de zeventiende eeuw

G. Geerts

bron

G. Geerts, Genus en geslacht in de Gouden Eeuw. Belgisch Interuniversitair Centrum voor Neerlandistiek, Brussel 1966.

codering DBNL-TEI 1
dbnl-nr geer016genu01_01
logboek

- 2003-06-24 IH colofon toegevoegd

- 2006-08-18 IH conversie van het bestand naar teixlite

verantwoording

gebruikt exemplaar

exemplaar universiteitsbibliotheek Leiden, signatuur: 1080 B 37

 

algemene opmerkingen

Dit bestand biedt, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van Genus en geslacht in de Gouden Eeuw van G. Geerts uit 1966.

 

redactionele ingrepen

p. 12: De kop ‘Woord vooraf’ is tussen vierkante haken toegevoegd.

p. 57: het nootnummer 5 is gewijzigd in een ‘cijfer’ tussen haakjes: ghave Gód dat hy langher gheleeft ... had’ (5) → ghave Gód dat hy langher gheleeft ... had’ (5);

 

Bij de omzetting van de gebruikte bron naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten. Ook de blanco pagina's (p. 2, 4, 6, 8, 14, 28, 118, 212, 222 en 224) zijn niet opgenomen in de lopende tekst.

 

[pagina 1]

GENUS EN GESLACHT IN DE GOUDEN EEUW

 

[pagina 3]

bouwstoffen en studiën voor de geschiedenis en de lexicografie van het nederlands

X

 

GENUS EN GESLACHT IN DE GOUDEN EEUW

EEN BIJDRAGE TOT DE STUDIE VAN DE NOMINALE KLASSIFIKATIE EN DAARMEE SAMENHANGENDE ADNOMINALE FLEXIEVORMEN EN PRONOMINALE VERSCHIJNSELEN IN HOLLANDS TAALGEBRUIK VAN DE ZEVENTIENDE EEUW

 

door

DR. G. GEERTS

 

[vignet]

 

uitgegeven door het

BELGISCH INTERUNIVERSITAIR CENTRUM VOOR NEERLANDISTIEK

met de steun van het belgisch ministerie van nationale opvoeding en cultuur

1966

 

[pagina 9]

INHOUD


Inhoud9
Voorwoord12
Inleiding14
  
eerste deel 
DE TEORIE (EN DE PRAKTIJK) VAN TEORETICI 27
Hoofdstuk 1. - Ter historische inleiding 31
   1. Reformatie - Troebelen - Immigratie 32
   2. Kulturele achtergronden 35
      2.1. Humanisme - Renaissance 35
      2.2. Belangstelling voor de volkstaal 36
   3. Zuivering en opbouw van de moedertaal 39
   4. Invloed van het Zuidnederlandse taalgebruik 41
   5. Taalkultuur 45
   6. Reaktie 50
   7. Besluit 53
  
Hoofdstuk 2. - Enkele teoretici: hun woorden en hun daden 54
   1. Exertium Puerorum [1485] 54
   2. De Twe-spraack [1584] 55
   3. Waarschouwinge [1624] 66
   4. Chr. van Heule [1625] en [1633] 68
   5. R. Dafforne [1627] 85
   6. S. Ampzing [1628] 86
   7. Resolutiën [1628] 90
   8. C. Plemp [1632] 92
   9. P.C. Hooft [1635-1638] 94
   10. A.L. Kok [1649] 96
   11. P. Leupenius [1653] 96
   12. W. van Winschooten [1683] 103
   13. D. van Hoogstraten [1703] 105
   14. A. Moonen [1706] 109
   15. J. Nyloë [1703] 111
   16. W. Sewel [1708] 112
   17. Besluit 113

 

 

[pagina 10]


tweede deel 
DE PRAKTIJK 117
Hoofdstuk 1. - De nominale klassifikatie vroeger en nu 119
   1. De moderne Hollandse spreektaal 120
   2. De voorgeschiedenis 123
      2.1. De vroegste periode 123
      2.2. De Middelnederlandse toestand 125
         2.2.1. Buiging 126
         2.2.2. Pronominale aanduiding 129
   3. De drieledige klassifikatie in het Zuiden 131
      3.1. Geografische verscheidenheid 131
      3.2. Verschuivingen 133
      3.3. Hyperkorrekte vormen 138
   4. Besluit 140
  
Hoofdstuk 2. - De nominale klassifikatie in Hollands taalgebruik van de 17e eeuw 144
   1. De teksten 144
      1.1. De waarde van schrijftalig materiaal 144
      1.2. Bezwaren tegen gedrukte teksten 146
      1.3. Het materiaal 148
   2. Flexieverschijnselen 150
      2.1. Genitiefvorm 151
      2.2. De, den en derg. 155
         2.2.1. Distributie 155
         2.2.2. Interpretatie 169
         2.2.3. Gevolgtrekkingen 171
      2.3. Andere adnominale woorden 175
      2.4. Besluit 179
   3. Pronominale aanduiding 181
      3.1. Bezittelijke voornaamwoorden 184
         3.1.1. Haar 184
         3.1.2. Zijn 185
      3.2. Persoonlijke voornaamwoorden 192
         3.2.1. Haar 192
         3.2.2. Se 192
         3.2.3. Hij en hem 200
            3.2.3.1. Hem 200
            3.2.3.1. Hij 204
      3.3. Besluit 206
   4. Konklusies 209
  
Samenvattende slotbeschouwingen 211
Bijlagen 225
   1. Des-gevallen 225
   2. Enklitisch een 228

 

 

[pagina 11]


   3. Diskongruentie 234
   4. Kontradikties 235
   5. Materiaal uit C. Bontekoe 237
   6. Se-gevallen 238
  
Bibliografische gegevens 249
   1. Geëxcerpeerde bronnen 251
   2. Geraadpleegde en aangehaalde werken 256
   3. Afkortingen 265
  
Registers 267
   1. Register van personen 269
   2. Register van behandelde substantieven 273

 

 

[pagina 286]

drukkerij george michiels n.v., tongeren